2007-11-26 | BWBR0020674 | Besluit inburgering

This commit is contained in:
Coornhert 2007-11-26 12:00:00 +00:00
parent 49c78d33cd
commit c9c0b1ce67

View file

@ -1025,25 +1025,23 @@ Het voorschot voor een gemeente wordt berekend:
a. indien de door die gemeente ingediende prognose niet tot gevolg heeft dat het voor die gemeente gegeven indicatieve voorschot moet worden verhoogd, met de formule:
A = [ B x C ] + [ D x E ] + [ F x G ] + [ H x I ] + [ J x K ];
A = [ B x C ] + [ D x E ] + [ H x I ] + [ J x K ];
b. indien de door die gemeente ingediende prognose tot gevolg heeft dat het voor die gemeente gegeven indicatieve voorschot moet worden verhoogd, en het budget daartoe toereikend is, met de formule:
A = [ B x C ] + [ D x E ] + [ F x G ] + [ H x I ] + [ J x K ];
A = [ B x C ] + [ D x E ] + [ H x I ] + [ J x K ];
c. indien de door die gemeente ingediende prognose tot gevolg heeft dat het voor die gemeente gegeven indicatieve voorschot moet worden verhoogd, en het budget niet toereikend is, met de formule:
A = [ B x C ] + [ D x E ] + [ F x G ] + [ H x I ] + [ J x K ] + [ L x M ].
A = [ B x C ] + [ D x E ] + [ H x I ] + [ J x K ] + [ L x M ].
**4.**
In de formules, genoemd in het derde lid, wordt voorgesteld:
met de letter A: het voorschot voor een gemeente ten behoeve van het jaar waarop de prognose betrekking heeft;
met de letter B: het deel van de prognose dat betrekking heeft op het aantal door het college vast te stellen inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
met de letter B: het deel van de prognose dat betrekking heeft op het aantal door het college vast te stellen inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet;
met de letter C: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in de letter B bedoelde inburgeringsvoorziening;
met de letter D: het deel van de prognose dat betrekking heeft op het aantal door het college vast te stellen gecombineerde inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
met de letter D: het deel van de prognose dat betrekking heeft op het aantal door het college vast te stellen gecombineerde inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet;
met de letter E: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in de letter D bedoelde gecombineerde inburgeringsvoorziening;
met de letter F: het deel van de prognose dat betrekking heeft op het aantal door het college vast te stellen inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
met de letter G: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in de letter F bedoelde inburgeringsvoorziening;
met de letter H: het deel van de prognose dat betrekking heeft op het aantal door het college vast te stellen inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet;
met de letter I: de voorschotvergoeding ten aanzien van de in de letter H bedoelde inburgeringsvoorziening;
met de letter J: het deel van de prognose dat betrekking heeft op het aantal door het college vast te stellen gecombineerde inburgeringsvoorzieningen ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet;
@ -1053,7 +1051,7 @@ In de formules, genoemd in het derde lid, wordt voorgesteld:
**5.** Indien door Onze Minister toepassing wordt gegeven aan het derde lid, onderdeel c, is het voorschot voor een gemeente niet hoger dan het met de door die gemeente ingediende prognose corresponderende voorschot.
**6.** Onverminderd het bepaalde in het tweede tot en met het vijfde lid, kan Onze Minister besluiten het voorschot voor een gemeente te verhogen dan wel te verlagen indien de jaarlijkse vaststelling van de prijs, bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, daartoe aanleiding geeft.
**6.** Onze Minister verhoogt ten behoeve van het aanbieden van duale inburgeringsvoorzieningen het voorschot voor een gemeente met een met behulp van de verdeelsleutel, bedoeld in artikel 7.2, tweede lid, vastgesteld bedrag.
**7.** Onze Minister stelt de hoogte van het voorschot op het prestatie-afhankelijke deel van de rijksbijdrage voor een gemeente voor 1 december van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarop de prognose betrekking heeft, vast.
@ -1147,15 +1145,11 @@ waarin wordt voorgesteld:
**1.** Onze Minister stelt ten behoeve van de verlening van het voorschot op het prestatie-afhankelijke deel van de rijksbijdrage en de vaststelling van de rijksbijdrage jaarlijks de voorschotvergoedingen, bedoeld in artikel 7.3, respectievelijk de bijdragevergoedingen, bedoeld in artikel 7.5 en 7.6, vast.
**2.** Onze Minister stelt jaarlijks de landelijke gemiddelde prijs van een inburgeringscursus vast. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop deze prijs wordt vastgesteld.
**2.** Onze Minister stelt ten behoeve van de vast te stellen hoogte van de bijdragevergoedingen jaarlijks de onderlinge verhouding vast tussen de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen a, c, e en g, en artikel 7.1, vierde lid, onderdeel c, enerzijds en de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen b, d, f en h, en artikel 7.1, vierde lid, onderdelen d en e, anderzijds.
**3.** Onze Minister stelt de voorschotvergoedingen vast aan de hand van de prijs, bedoeld in het tweede lid, en de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet.
**3.** Onze Minister stelt de bijdragevergoedingen vast aan de hand van de verhouding, bedoeld in het vierde lid, de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet en een uitvalpercentage ter hoogte van 10%.
**4.** Onze Minister stelt ten behoeve van de vast te stellen hoogte van de bijdragevergoedingen jaarlijks de onderlinge verhouding vast tussen de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen a, c, e, g en i, en artikel 7.1, vierde lid, onderdeel c, enerzijds en de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen b, d, f, h en j, en artikel 7.1, vierde lid, onderdelen d en e, anderzijds.
**5.** Onze Minister stelt de bijdragevergoedingen vast aan de hand van de prijs, bedoeld in het tweede lid, de verhouding, bedoeld in het vierde lid, de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet en een uitvalpercentage ter hoogte van 10%.
**6.** Onze Minister maakt de hoogte van de voorschotvergoedingen en van de bijdragevergoedingen jaarlijks voor 15 september bekend.
**4.** Onze Minister maakt de hoogte van de voorschotvergoedingen en van de bijdragevergoedingen jaarlijks voor 15 september bekend.
### Artikel 7.8