2004-06-23 | BWBR0003482 | Algemeen militair ambtenarenreglement

This commit is contained in:
Coornhert 2004-06-23 12:00:00 +00:00
parent c4ae3e3f1c
commit c9ff3986b8

View file

@ -53,9 +53,11 @@ b. huwelijk:
**4.** De gelijkstellingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 2° en onderdeel b, onder 2°, eindigen op de dag waarop de aanmelding van het partnerpensioen door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt doorgehaald. De militair is verplicht die doorhaling aan de commandant te melden, waarbij hij een afschrift van de mededeling van die doorhaling verstrekt.
**5.** Voor de toepassing van de hoofdstukken 5, 7, 8, 9 en 10, alsmede de artikelen 129, 130, 130*a*, 132, 134, 135 en 144 tot en met 153 van hoofdstuk 11, wordt onder "militair" mede begrepen hij die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn; deze geestelijk verzorger wordt, in voorkomend geval, mede begrepen onder het beroepspersoneel. De overeenkomstige bepalingen van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensiezijn op hem niet van toepassing.
**5.** Voor de toepassing van de hoofdstukken 5, 7, 8, 9 en 10, alsmede de artikelen 130, 134, 135, 144 tot en met 148, en 150 tot en met 153, wordt onder «militair» mede begrepen hij die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn. Deze geestelijk verzorger wordt, in voorkomend geval, mede begrepen onder het beroepspersoneel. De overeenkomstige bepalingen van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zijn op hem niet van toepassing.
**6.** Op degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger niet doorlopend werkzaam te zijn, is het derde lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat hij in voorkomend geval wordt medebegrepen onder het reserve-personeel.
**6.** Voor de toepassing van de hoofdstukken en artikelen, genoemd in het vijfde lid, op degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn, wordt in voorkomend geval onder bevelhebber verstaan: de commandant van het Defensie Interservice Commando.
**7.** Op degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger niet doorlopend werkzaam te zijn, is het vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat hij in voorkomend geval wordt medebegrepen onder het reserve-personeel.
### Artikel 2
@ -454,27 +456,38 @@ Vervallen
### Artikel 34
**1.** De schorsing van een militair in zijn ambt geschiedt door de commandant.
**1.**
**2.** In afwijking van het eerste lid geschiedt de schorsing van een geestelijk verzorger en van een militair met de rang van commandeur/brigade-generaal/commodore of een hogere rang door Onze Minister.
De militair is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij die vrijheidsbeneming het gevolg is van:
a. een maatregel, anders dan op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, genomen in het belang van de volksgezondheid of;
b. een straf op grond van de Wet militair tuchtrecht.
**2.**
De militair kan voorts in zijn ambt worden geschorst:
a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem is ingesteld;
b. wanneer hem is medegedeeld dat hij in aanmerking zal worden gebracht voor ontslag als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel k, l, m of n, dan wel als bedoeld in artikel 12g, tweede lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931;
c. wanneer het belang van de dienst zulks vordert.
### Artikel 35
**1.** Een militair kan, onverminderd de overige tegen hem te nemen maatregelen, als maatregel van orde worden geschorst in zijn ambt, indien het belang van de dienst zulks nadrukkelijk vordert.
**1.** Schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, geschiedt door de commandant.
**2.** De schorsing wordt aan de militair onverwijld schriftelijk of mondeling bekend gemaakt. Een mondelinge bekendmaking wordt onverwijld schriftelijk bevestigd.
**2.** In afwijking van het eerste lid geschiedt de schorsing van een geestelijk verzorger en van een militair als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel c, d en e, door Onze Minister.
**3.** De schorsing gaat in op het tijdstip, waarop deze de betrokken militair bekend wordt gemaakt. Indien de militair zich gedurende een periode van zes dagen aan de mogelijkheid tot het ter kennis brengen van de schorsing heeft onttrokken, gaat de schorsing van rechtswege in op de zevende dag na die van dagtekening van het schorsingsbesluit.
**3.** Een schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, gaat in op het tijdstip, waarop deze de betrokken militair bekend wordt gemaakt. Indien het gedurende zes dagen feitelijk niet mogelijk is de militair het schorsingsbesluit ter kennis te brengen, gaat de schorsing in op de zevende dag na de dagtekening van het schorsingsbesluit.
### Artikel 36
Vervallen
**1.** Een schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel a en b, eindigt wanneer hij wordt opgeheven door de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 35.
**2.** Een schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c, wordt opgeheven wanneer de belangen van de dienst de schorsing niet meer vorderen, doch uiterlijk na drie maanden, tenzij de omstandigheid die aanleiding gaf voor die schorsing zich nog immer voordoet.
### Artikel 37
**1.** De schorsing wordt opgeheven zodra het belang van de dienst zich niet langer verzet tegen het uitoefenen door de militair van zijn ambt. Indien de schorsing was bevolen door de commandant geschiedt de opheffing in elk geval na drie maanden tenzij de minister anders bepaalt.
**2.** De opheffing van de schorsing wordt de militair onverwijld schriftelijk of mondeling bekend gemaakt. Een mondelinge bekendmaking wordt onverwijld schriftelijk bevestigd.
Vervallen
## Hoofdstuk 6. Ontslag
@ -771,7 +784,7 @@ elk door defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden te
### Artikel 54d
**1.** De militair die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de militair die voor bepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel en de leeftijd van dertig jaar heeft bereikt, en van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week, kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur tijdelijk gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verlengen.
**1.** De militair die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de militair die voor bepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel en de leeftijd van dertig jaar heeft bereikt, en van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week, kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur tijdelijk gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verlengen. Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij de commandant.
@ -779,13 +792,13 @@ elk door defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden te
**4.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum waarop hij de nieuwe functie gaat vervullen de toewijzing bedoeld in het derde lid. In afwijking van de datum genoemd in het tweede lid kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. Bij toewijzing geldt de verlenging van de arbeidsduur voor het resterende gedeelte van het lopende kalenderjaar.
**5.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verlengd ontvangt de militair een maandelijkse toeslag. Deze toeslag bedraagt 12 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris.
**5.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verlengd ontvangt de militair een maandelijkse toeslag. Deze toeslag bedraagt 12 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, of een evenredig deel daarvan voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week.
### Artikel 54e
**1.** De militair die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de militair die voor bepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel en de leeftijd van dertig jaar heeft bereikt, en van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week, kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur tijdelijk gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verkorten.
**1.** De militair die voor onbepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de militair die voor bepaalde tijd is aangesteld bij het beroepspersoneel en de leeftijd van dertig jaar heeft bereikt, en van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week, kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur tijdelijk gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verkorten. Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
**2.** De in het eerste lid bedoelde verkorting van de arbeidsduur wordt toegekend in de vorm van 8 spaaruren per maand.
**2.** De in het eerste lid bedoelde verkorting van de arbeidsduur wordt toegekend in de vorm van acht spaaruren per maand wanneer het een militair betreft van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week en een evenredig deel daarvan wanneer het een militair betreft die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week.
**3.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij de commandant.
@ -795,17 +808,17 @@ elk door defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden te
**6.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum van plaatsing de toewijzing bedoeld in het vierde dan wel het vijfde lid. In afwijking van de datum genoemd in het derde lid kan de militair bij zijn nieuwe commandant voor het resterende gedeelte van het lopende kalenderjaar een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen.
**7.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verkort, wordt maandelijks een inhouding op de inkomsten van de militair toegepast. Deze inhouding bedraagt 2 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris.
**7.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verkort, wordt maandelijks een inhouding op de inkomsten van de militair toegepast. Deze inhouding bedraagt 2 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, of een evenredig deel daarvan voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week.
### Artikel 54f
**1.** De spaaruren, bedoeld in artikel 54e, tweede lid, worden geheel of gedeeltelijk in een aaneengesloten periode van ten minste 288 spaaruren en ten hoogste 960 spaaruren opgenomen.
**1.** De spaaruren, bedoeld in artikel 54e, tweede lid, worden geheel of gedeeltelijk in een aaneengesloten periode van ten minste 288 spaaruren en ten hoogste 960 spaaruren opgenomen. Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de in de vorige volzin genoemde verplichting vastgesteld op een aaneengesloten periode van een evenredig aantal spaaruren van het aantal dat geldt voor een militair met een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
**2.** De spaaruren worden in beginsel opgenomen bij functiewisseling, voorafgaand aan de datum van plaatsing op de nieuwe functie.
**3.** In afwijking van het tweede lid kan de opname van spaaruren gedurende de functievervulling worden toegestaan, tenzij het dienstbelang zich hiertegen verzet.
**4.** Indien de militair wordt verplaatst kan de bevelhebber op aanvraag van de militair afwijken van het gestelde in het eerste lid dat de spaaruren in een aaneengesloten periode van ten minste 288 spaaruren worden opgenomen. Indien met een dergelijke aanvraag wordt ingestemd, dan wordt het gehele tegoed aan spaaruren opgenomen bij functiewisseling, voorafgaand aan de datum van plaatsing op de nieuwe functie.
**4.** Indien de militair van functie wisselt kan de bevelhebber op aanvraag van de militair afwijken van het minimum aantal op te nemen spaaruren. Indien de militair wordt verplaatst kan de bevelhebber op aanvraag van de militair afwijken van het gestelde in het eerste lid dat de spaaruren in een aaneengesloten periode van ten minste 288 spaaruren worden opgenomen. Indien met een dergelijke aanvraag wordt ingestemd, dan wordt het gehele tegoed aan spaaruren opgenomen bij functiewisseling, voorafgaand aan de datum van plaatsing op de nieuwe functie.
**5.** Een aanvraag voor de opname van spaaruren wordt ten minste 6 maanden voorafgaande aan de gewenste datum van aanvang van de opnameperiode, ingediend bij de bevelhebber.