2009-11-27 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2009-11-27 12:00:00 +00:00
parent 1aff335c42
commit ca21b122e2

View file

@ -5390,9 +5390,9 @@ Het vertrekmoratorium dat gold ten aanzien van asielzoekers uit Guinee is verval
Dit hoofdstuk bevat het landgebonden asielbeleid voor Irak. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
De beleidsconclusies in dit hoofdstuk zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van juni 2008 over de situatie in Irak (zie de website van het Ministerie van BuZa).
De beleidsconclusies in dit hoofdstuk zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van mei 2009 over de situatie in Irak (zie de website van het Ministerie van BuZa).
Naar aanleiding van het ambtsbericht van de Minister van BuZa van juni 2008 waaruit blijkt dat de situatie in Irak aan het verbeteren is, en het verrichte onderzoek naar het beleid inzake Centraal-Irak in de ons omringende landen, is de Voorzitter van de Tweede Kamer bij brief van 12 september 2008 op de hoogte gebracht van het besluit om het, op 2 april 2007 ingestelde, beleid van categoriale bescherming ten aanzien van Irakezen afkomstig uit Centraal Irak, te beëindigen.
#### 2. Besluitmoratorium
@ -5402,39 +5402,41 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Irak geldt geen besluit in de zin van artikel 4
##### 3.1. Intellectuelen en journalisten
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat er officieel weliswaar persvrijheid bestaat, doch de Iraakse pers uit zelfbehoud zelfcensuur toepast. Intimidatie van journalisten en media vindt plaats.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat er officieel weliswaar persvrijheid bestaat, doch de Iraakse pers uit zelfbehoud zelfcensuur toepast. Intimidatie en geweld jegens journalisten en andere personen werkzaam in de media vinden plaats.
Diverse Iraakse en buitenlandse journalisten zijn tijdens de verslagperiode om het leven gekomen ten gevolge van geweld. Het gevaar van ontvoering is nog aanwezig. Diverse journalisten zijn na ontvoering om het leven gebracht. Voor journalisten kan het riskant zijn kritiek te uiten op militante extremistische groeperingen. Aanslagen, vergeldingsacties en bedreigingen hebben plaatsgevonden.
In de gebieden van de Kurdistan Regional Government is nog altijd sprake van intimidatie, arrestatie van en juridische procedures tegen journalisten die rapporteren over onder meer (veronderstelde) corruptie door de regering.
In de gebieden van de Kurdistan Regional Government is nog altijd sprake van intimidatie, arrestatie van en juridische procedures tegen journalisten die rapporteren over onder meer (veronderstelde) corruptie door de regering. Verder is in deze gebieden een nieuwe mediawet aangenomen die handelingen specifiek voor journalisten en andere personen werkzaam in de media strafbaar stelt, zoals het zaaien van angst, het aanmoedigen van terrorisme en het verstoren van de veiligheid. Deze wet wordt nog niet altijd door rechters toegepast.
Intellectuelen en journalisten die aannemelijk maken dat zij vanwege hun opinies voor vervolging te vrezen hebben, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Het enkel een onafhankelijke houding innemen is daarvoor onvoldoende aangezien er wel enige ruimte voor kritiek blijkt te bestaan.
##### 3.2. Personen die vervolging vrezen van het oude regime
De val van het regime onder Saddam Hoessein heeft geleid tot een geheel nieuwe machtsstructuur en machtsverdeling. Personen die Irak hebben verlaten omdat zij vervolging vreesden van de zijde van het oude regime zullen op grond van de regimewijziging dan ook niet langer bescherming behoeven tegen dit regime. Wanneer de aangedragen problemen beperkt zijn tot vrees voor het oude regime, zullen deze personen dan ook niet op grond daarvan in aanmerking komen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw.
##### 3.3. Personen die stellen te vrezen voor eerwraak
Eerwraak komt in heel Irak voor. Met eerwraak beoogt de dader de eer van de familie te herstellen door het ongewenste gedrag van een vrouwelijk en in uitzonderlijke gevallen eveneens een mannelijk familielid te bestraffen. Eerwraak kan bestaan uit het lijfelijk straffen, maar in sommige gevallen komt doden voor.
Eerwraak komt in heel Irak voor, met name in de gebieden van de Kurdistan Regional Government, in het zuiden van Irak en op het platteland. Met eerwraak beoogt de dader de eer van de familie te herstellen door het ongewenste gedrag van een vrouwelijk en in uitzonderlijke gevallen eveneens een mannelijk familielid te bestraffen. Eerwraak kan bestaan uit het lijfelijk straffen, maar in sommige gevallen komt doden voor.
Het kan voorkomen dat het niet mogelijk is bescherming in te roepen dan wel anderszins zich aan de dreigende eerwraak te onttrekken. Wel mag worden verwacht dat aannemelijk kan worden gemaakt waarom bescherming in het individuele geval niet (effectief) kan worden geboden. Personen die aannemelijk hebben gemaakt gegronde vrees te hebben voor eerwraak en die geen afdoende bescherming kunnen inroepen van de autoriteiten, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel.
##### 3.4. Personen die stellen te vrezen voor intertribale problemen
Personen die stellen te vrezen voor bloedwraak of vergelijkbare intertribale problemen van een andere familie, clan of stam, worden geacht bescherming te kunnen krijgen binnen de eigen familie, clan of stam. Daarnaast kunnen de autoriteiten in sommige gevallen tevens bescherming bieden en bemiddelen bij het conflict. Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt desondanks geen bescherming te kunnen krijgen, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw een verblijfsvergunning asiel worden verleend.
Personen die stellen te vrezen voor bloedwraak of vergelijkbare intertribale problemen van een andere familie, clan of stam, worden geacht bescherming te kunnen krijgen binnen de eigen familie, clan of stam. Daarnaast mag worden verwacht dat de autoriteiten om bemiddeling en bescherming bij het conflict wordt gevraagd. Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt desondanks geen bescherming te kunnen krijgen, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw een verblijfsvergunning asiel worden verleend.
##### 3.5. Personen werkzaam in risicoberoepen
Er vinden veel aanslagen plaats gericht tegen Irakezen die samenwerken met de regering, met internationale organisaties of diplomatieke vertegenwoordigingen, buitenlandse bedrijven en met de Multi National Forces in Iraq. Hierbij valt onder meer te denken aan Iraakse politici en hun familie, ambtenaren, personeel van het veiligheidsapparaat (vooral politie en leger), tolken of Irakezen die op andere wijze voor de regering, internationale organisaties en bedrijven in Irak werken, rechters en advocaten, alsook Iraakse journalisten en personen die voor hen werken. De situatie van personeel in het onderwijs en de gezondheidszorg is eveneens als zeer ernstig te omschrijven. Ook zouden studenten, artiesten, sportlieden en mensen werkzaam in de sport doelwit zijn van geweld.
Er vinden veel aanslagen plaats gericht tegen Irakezen die samenwerken met de regering, met internationale organisaties of diplomatieke vertegenwoordigingen, buitenlandse bedrijven of met de Multi National Forces in Iraq. Hierbij valt onder meer te denken aan Iraakse politici en hun familie, ambtenaren, personeel van het veiligheidsapparaat (vooral politie en leger), tolken of Irakezen die op andere wijze voor de regering, internationale organisaties en bedrijven in Irak werken, rechters en advocaten, alsook Iraakse journalisten en personen die voor hen werken. Ook personeel in het onderwijs en de gezondheidszorg, studenten, artiesten, slijters, vrouwenactivisten, sportlieden en mensen werkzaam in de sport zouden doelwit zijn van geweld.
Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt vanwege zijn werkzaamheden een gegronde vrees voor vervolging dan wel onmenselijke behandeling te hebben, waartegen geen bescherming kan worden geboden, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw een verblijfsvergunning asiel worden verleend. Het enkele feit dat de vreemdeling deze werkzaamheden heeft verricht is onvoldoende voor de conclusie dat er gegronde vrees is voor vervolging dan wel onmenselijke behandeling.
##### 3.6. Iraakse Fayli-Koerden en Irakezen van Iraanse afkomst
Het regime van Saddam Hoessein heeft veel Fayli-Koerden hun Iraakse nationaliteit ontnomen. De decreten van de Revolutionaire Commandoraad (onder meer decreet 666 van 1980), die de ontneming van het Iraakse staatsburgerschap betroffen, zijn met de inwerkingtreding van de Transitional Administrative Law herroepen. De nieuwe nationaliteitswet bevat voorwaarden om nationaliteitsrechten weer te laten gelden. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat naar verluidt een aantal Fayli Koerden de Iraakse nationaliteit heeft kunnen herkrijgen.
Het regime van Saddam Hoessein heeft veel Fayli-Koerden hun Iraakse nationaliteit ontnomen. De decreten van de Revolutionaire Commandoraad (onder meer decreet 666 van 1980), die de ontneming van het Iraakse staatsburgerschap betroffen, zijn met de inwerkingtreding van de Transitional Administrative Law herroepen. De nieuwe nationaliteitswet bevat voorwaarden om nationaliteitsrechten weer te laten gelden. Uit eerdere ambtsberichten van de Minister van BuZa komt naar voren dat naar verluidt een aantal Fayli Koerden de Iraakse nationaliteit heeft kunnen herkrijgen.
Hoewel de implementatie met betrekking tot het laten herleven van de nationaliteitsrechten van Fayli-Koerden (in Centraal-Irak) nog niet is afgerond, geven bovenstaande ontwikkelingen aanleiding om Fayli-Koerden, aan wie onder het regime van Saddam Hoessein de Iraakse nationaliteit is ontnomen, niet langer als staatloos te beschouwen in het kader van de asielbeoordeling. Op basis van de Iraakse regelgeving kan worden aangenomen dat zij de jure de Iraakse nationaliteit hebben. Daarbij is de omstandigheid dat het verkrijgen van de facto nationaliteit nog niet in alle gevallen mogelijk is, geen grond om voor de beoordeling van de aanvraag niet van de Iraakse nationaliteit uit te gaan. De asielaanvragen van deze personen zullen dan ook op gebruikelijke wijze getoetst worden naar aanleiding van het beleid zoals in dit hoofdstuk neergelegd, waarbij wordt aangenomen dat zij de jure de Iraakse nationaliteit hebben.
Hoewel de implementatie met betrekking tot het laten herleven van de nationaliteitsrechten van Fayli-Koerden (in Centraal-Irak) nog niet is afgerond, geven bovenstaande ontwikkelingen aanleiding om Fayli-Koerden, aan wie onder het regime van Saddam Hoessein de Iraakse nationaliteit is ontnomen, niet langer als staatloos te beschouwen in het kader van de asielbeoordeling. Op basis van de Iraakse regelgeving kan worden aangenomen dat zij de jure de Iraakse nationaliteit hebben. Daarbij is de omstandigheid dat in de verslagperiode van het ambtsbericht van mei 2009 geen Fayli-Koerden de Iraakse nationaliteit hebben herkregen, geen grond om voor de beoordeling van de aanvraag niet van de Iraakse nationaliteit uit te gaan. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij niet de jure de Iraakse nationaliteit bezit. De asielaanvragen van deze personen zullen dan ook op gebruikelijke wijze getoetst worden naar aanleiding van het beleid zoals in dit hoofdstuk neergelegd, waarbij wordt aangenomen dat zij de jure de Iraakse nationaliteit hebben.
##### 3.7. Christenen
@ -5446,9 +5448,11 @@ De christenen uit Irak worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep i
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de christenen in Irak een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
Ten aanzien van Iraakse christenen die in Nederland zijn bekeerd tot het christendom is C2/2.6 van toepassing. Voor hen geldt voorts dat zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder b Vw in aanmerking kunnen komen voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wanneer zij aannemelijk maken dat zij bekeerd zijn en dat zij al problemen hebben ondervonden om andere redenen dan de nieuwe geloofsovertuiging, die op zichzelf onvoldoende redenen vormen om een verblijfsvergunning asiel te verlenen.
##### 3.8. Mandeeërs
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat de positie van mandeeërs (volgelingen van Johannes de Doper) in het zuiden van Irak sinds de val van het regime van Saddam Hoessein is verslechterd. Er zou sprake zijn van discriminatie en intimidatie en mandeeërs zijn slachtoffer geworden van ontvoeringen en geweldsmisdrijven. In tegenstelling tot wat eerder werd aangenomen, lijken mandeeërs om religieuze redenen doelwit te zijn.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat de positie van mandeeërs in Centraal-Irak slecht is. Mandeeërs vormen een religieuze minderheid in Irak. Hoewel de Iraakse grondwet vrijheid van godsdienst garandeert, wordt de uitoefening van deze rechten sterk beperkt door het aanhoudende geweld, gerichte intimidatie, bedreiging en ontvoering. Deze vormen van geweld hebben vaak als doel personen die deel uitmaken van een religieuze minderheid, te dwingen zich te bekeren tot de islam of islamitische voorschriften op te leggen. Daarnaast wordt het verjagen van religieuze minderheden uit bepaalde gebieden als reden genoemd voor de genoemde vormen van geweld.
Mandeeërs die aannemelijk hebben gemaakt wegens hun geloof gegronde vrees te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
@ -5458,7 +5462,7 @@ Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking
##### 3.9. Yezidis
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat de positie van yezidis sinds de val van het regime van Saddam Hoessein niet significant lijkt te zijn verbeterd. De yezidis, die zich met name in de gebieden nabij de Syrische grens bevinden, vormen evenals de christenen en mandeeërs een religieuze minderheid in Irak. Zij ondervinden min of meer dezelfde gevaren, bedreigingen en belemmering als bovengenoemde groepen om hun geloof vrij uit te oefenen.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat de positie van yezidis in Centraal-Irak slecht is. De yezidis, die zich met name in de gebieden nabij de Syrische grens bevinden, vormen evenals de christenen en mandeeërs een religieuze minderheid in Irak. Hoewel de Iraakse grondwet vrijheid van godsdienst garandeert, wordt de uitoefening van deze rechten sterk beperkt door het aanhoudende geweld, gerichte intimidatie, bedreiging en ontvoering. Deze vormen van geweld hebben vaak als doel personen die deel uitmaken van een religieuze minderheid, te dwingen zich te bekeren tot de islam of islamitische voorschriften op te leggen. Daarnaast wordt het verjagen van religieuze minderheden uit bepaalde gebieden als reden genoemd voor de genoemde vormen van geweld.
Yezidi's die aannemelijk hebben gemaakt wegens hun geloof gegronde vrees te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
@ -5468,27 +5472,27 @@ Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking
##### 3.10. Joden
Joden vormen een religieuze minderheid in Irak. Hoewel de Iraakse grondwet vrijheid van godsdienst garandeert, wordt de uitoefening van deze rechten sterk beperkt door het aanhoudende geweld. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat joden belemmeringen ondervinden van de islamisering van de samenleving.
Joden vormen een religieuze minderheid in Irak. Hoewel de Iraakse grondwet vrijheid van godsdienst garandeert, wordt de uitoefening van deze rechten sterk beperkt door het aanhoudende geweld, gerichte intimidatie, bedreiging en ontvoering. Deze vormen van geweld hebben vaak als doel personen die deel uitmaken van een religieuze minderheid, te dwingen zich te bekeren tot de islam of islamitische voorschriften op te leggen. Daarnaast wordt het verjagen van religieuze minderheden uit bepaalde gebieden als reden genoemd voor de genoemde vormen van geweld.
Personen die aannemelijk hebben gemaakt vanwege hun joodse geloof gegronde reden te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
Joden worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de joden een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de joden een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
##### 3.11. Shabak en Kakai
Zowel Shabak als Kakai vormen een religieuze minderheid in Irak. Hoewel de Iraakse grondwet vrijheid van godsdienst garandeert, wordt de uitoefening van deze rechten sterk beperkt door het aanhoudende geweld.
Zowel Shabak als Kakai vormen een religieuze minderheid in Irak. Hoewel de Iraakse grondwet vrijheid van godsdienst garandeert, wordt de uitoefening van deze rechten sterk beperkt door het aanhoudende geweld, gerichte intimidatie, bedreiging en ontvoering. Deze vormen van geweld hebben vaak als doel personen die deel uitmaken van een religieuze minderheid, te dwingen zich te bekeren tot de islam of islamitische voorschriften op te leggen. Daarnaast wordt het verjagen van religieuze minderheden uit bepaalde gebieden als reden genoemd voor de genoemde vormen van geweld.
Shabak en Kakai die aannemelijk hebben gemaakt vanwege hun geloof gegronde reden te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
Shabak en Kakai worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de Shabak of Kakai een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de Shabak of Kakai een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
##### 3.12. Palestijnen
De situatie van Palestijnen in Irak is sinds de val van Saddam Hoessein verslechterd. Er is met grote regelmaat sprake van bedreigingen en aanvallen jegens, ontvoering van en moord op Palestijnen. Palestijnen zijn in toenemende mate slachtoffer van willekeurige arrestaties en afpersing door politieagenten.
De situatie van Palestijnen in Irak is sinds de val van Saddam Hoessein verslechterd. Palestijnen hebben te maken met gerichte bedreigingen en aanvallen. Hieraan zouden niet alleen extremistische en criminele groepen, maar ook Iraakse veiligheidsfunctionarissen zich schuldig maken. Tevens zijn er berichten van willekeurige arrestatie, waarbij ook huizen worden binnengevallen, en van afpersing van Palestijnen door politieagenten.
Palestijnen die aannemelijk hebben gemaakt wegens het behoren tot de Palestijnse bevolkingsgroep gegronde vrees te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
@ -5498,9 +5502,9 @@ Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking
##### 3.13. Homoseksuelen
Het ambtsbericht van de Minister van BuZa geeft aan dat homoseksualiteit in Irak een taboe is. Over het algemeen wordt homoseksualiteit verborgen gehouden voor de omgeving aangezien de eer van de familie bij openbaarmaking zou worden aangetast. Homoseksuelen hebben ernstig te lijden onder de gebrekkige veiligheidssituatie en straffeloosheid in Irak.
Het ambtsbericht van de Minister van BuZa geeft aan dat homoseksualiteit in Irak een taboe is. Over het algemeen wordt homoseksualiteit verborgen gehouden voor de omgeving aangezien de eer van de familie bij openbaarmaking zou worden aangetast. Homoseksuelen hebben ernstig te lijden onder de gebrekkige veiligheidssituatie, relatieve straffeloosheid en lokaal toenemende invloed van conservatieve islamitische stromingen in Irak.
Homoseksuelen ondervinden in toenemende mate problemen. De VN in Irak hebben aangegeven aanwijzingen te hebben voor toenemende bedreigingen, ontvoering en moord op homoseksuelen in Irak. Er kan van uit worden gegaan dat overheidsinstanties noch derden bescherming bieden aan homoseksuelen die slachtoffer van eerwraak of ander geweld zouden zijn geworden of dreigen te worden.
Het is mogelijk dat, waar homoseksuele geaardheid wordt vermoed, de betrokkene in een sociaal isolement geraakt. Bronnen maken melding van geweldplegingen en discriminatie jegens personen vanwege hun seksuele geaardheid. Er kan van uit worden gegaan dat overheidsinstanties noch derden bescherming bieden aan homoseksuelen die slachtoffer van eerwraak of ander geweld zouden zijn geworden of dreigen te worden.
Homoseksuelen uit Irak worden aangemerkt als risicogroep als bedoeld in C14/4.5. In het kader van de toetsing aan artikel 29, eerste lid, onder a, Vw worden aan personen behorende tot een risicogroep minder hoge eisen gesteld met betrekking tot het aannemelijk maken van de zwaarwegendheid van de ondervonden gebeurtenissen.
@ -5516,7 +5520,7 @@ Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het ove
Asielzoekers uit Irak komen op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
De beschrijving van de algehele veiligheidssituatie in het ambtsbericht van de Minister van BuZa leidt tot de conclusie dat de veiligheidssituatie in Irak aan het verbeteren is. Daarnaast voeren de ons omringende landen, met name het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden geen bijzonder beleid voor Iraakse asielzoekers.
De beschrijving van de algehele veiligheidssituatie in het ambtsbericht van de Minister van BuZa leidt tot de conclusie dat de tendens van een verbeterende veiligheidssituatie in Irak zich heeft voortgezet. Daarnaast voeren de ons omringende landen, met name het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Duitsland en Zweden geen bijzonder beleid voor Iraakse asielzoekers.
Met betrekking tot vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, zal een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning plaatsvinden. Indien deze herbeoordeling niet tot gevolg heeft dat wordt geoordeeld dat de vreemdeling op basis van één van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, Vw verblijf toekomt, zal de verblijfsvergunning worden ingetrokken, dan wel de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden afgewezen. Dit geldt overeenkomstig voor de houders van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw en waarbij de verblijfsvergunning van de hoofdpersoon op grond van het bovenstaande wordt ingetrokken.
@ -5546,13 +5550,11 @@ Voor de hoofden van genoemde inlichtingen- en veiligheidsdiensten en voor de off
Op basis van het bovenstaande wordt aan hoofden van genoemde inlichtingen- en veiligheidsdiensten en officieren van de Speciale Veiligheidsdienst in de regel artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen. Ten aanzien van hen wordt aangenomen dat er sprake is van personal and knowing participation. Het is aan de vreemdeling om aan te tonen dat dit voor hem niet geldt en dat in zijn geval sprake is van de significante uitzondering.
##### 6.5. Onderscheid Noord-Irak en Centraal-Irak
##### 6.5. Algehele veiligheidssituatie
Voor de bepaling welke gebieden behoren tot Centraal-Irak wordt aangesloten bij het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa. Centraal-Irak is het deel dat niet valt onder de omschrijving van Noord-Irak.
Uit het ambtsbericht van het Ministerie van BuZa blijkt dat de veiligheidssituatie in Irak in 2008 en begin 2009 aanzienlijk is verbeterd ten opzichte van 2006/2007. Desondanks is de veiligheidssituatie over het algemeen zeer ernstig. De veiligheidssituatie varieert sterk per gebied.
Bij de behandeling van individuele asielaanvragen geldt dat Iraakse vreemdelingen die niet in Noord-Irak zijn geboren, worden aangemerkt als afkomstig uit Centraal-Irak. Voorts geldt, dat wanneer één der gezinsleden geboren is in Centraal-Irak, alle gezinsleden worden aangemerkt als afkomstig uit Centraal-Irak. Wel dient de gezinsband reeds voor de komst naar Nederland te hebben bestaan. Vreemdelingen van Iraakse nationaliteit die buiten Irak zijn geboren, worden eveneens aangemerkt als afkomstig uit Centraal-Irak.
Hiervan worden echter uitgezonderd de minderjarige vreemdelingen wier beide ouders in Noord-Irak zijn geboren. In redelijkheid kan niet worden verwacht dat in dit geval het gezin de toegang tot Noord-Irak zal worden geweigerd.
In geen enkel (deel)gebied van Irak is echter sprake van een uitzonderlijke situatie. Hoewel de veiligheidssituatie in Irak ernstig is, is deze niet zodanig dat een burger die terugkeert naar Irak, enkel vanwege zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.
#### 7. Opvangmogelijkheden Amvs