2006-09-08 | BWBR0006847 | Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994

This commit is contained in:
Coornhert 2006-09-08 12:00:00 +00:00
parent 3059334768
commit ca3b155db0

View file

@ -46,17 +46,16 @@ c. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, tweede lid: het hoofd van de organisatie
Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn belast:
a. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder *b*, van het Wetboek van Strafvordering;
a. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering;
b. de ambtenaren die een basisopleiding volgen aan een onderwijsinstelling, ressorterend onder het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, uitsluitend gedurende hun praktijkstage bij een politiekorps; en
c. de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder *c*, van het Wetboek van Strafvordering, voor de gevallen, waarin deze militairen zijn belast met de uitvoering van de politietaken, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder *b*, *c*, *d*, *e*, en *f*, van de Politiewet 1993.
c. de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, voor de gevallen, waarin deze militairen zijn belast met de uitvoering van de politietaken, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, c, d, e, en f, van de Politiewet 1993.
**2.**
Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn mede belast:
a. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder *a* en *b*, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover deze ambtenaren krachtens de akte of aanwijzing, de bevoegdheid hebben tot het opsporen van alle strafbare feiten, dan wel tot het opsporen van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet strafbaar gestelde feiten;
b. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder *c*, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover die ambtenaren bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet worden aangewezen voor de opsporing van de bij of krachtens die wetten strafbaar gestelde feiten, dan wel voor het toezicht op de naleving van de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde voorschriften;
c. de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Dienst Wegverkeer voor de gedragingen, vermeld onder nummer K045 in de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet.
a. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover deze ambtenaren krachtens de akte of aanwijzing, de bevoegdheid hebben tot het opsporen van alle strafbare feiten, dan wel tot het opsporen van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet strafbaar gestelde feiten;
b. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover die ambtenaren bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet worden aangewezen voor de opsporing van de bij of krachtens die wetten strafbaar gestelde feiten, dan wel voor het toezicht op de naleving van de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde voorschriften.
### Artikel 3