2021-07-01 | BWBR0020809 | Pensioenwet
This commit is contained in:
parent
ef6f192ee7
commit
ca58e85426
1 changed files with 30 additions and 8 deletions
|
|
@ -1218,6 +1218,28 @@ b. indien de hoogte van het partnerpensioen op jaarbasis per 1 januari van dat
|
|||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen er regels worden gesteld aan het vaststellen van de afkoopwaarde.
|
||||
|
||||
### Artikel 69a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een pensioenuitvoerder is verplicht om na een verzoek van de deelnemer of gewezen deelnemer over te gaan tot afkoop van een deel van de waarde van diens aanspraken op ouderdomspensioen, indien:
|
||||
|
||||
a. het maximaal 10% van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen betreft;
|
||||
b. de afkoop geschiedt op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen;
|
||||
c. ingeval de pensioenovereenkomst de mogelijkheid biedt om de hoogte van het ouderdomspensioen te laten variëren als bedoeld in artikel 63, de deelnemer of gewezen deelnemer geen gebruik maakt van deze mogelijkheid;
|
||||
d. na de afkoop de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis gelijk is aan of meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 66, eerste lid, onderdeel a; en
|
||||
e. ingeval door de afkoop de hoogte van het partnerpensioen wordt verlaagd, de partner van de deelnemer of gewezen deelnemer die begunstigde is voor het partnerpensioen toestemming heeft gegeven voor de afkoop.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is een pensioenuitvoerder verplicht om na een verzoek van een deelnemer of gewezen deelnemer over te gaan tot afkoop van een deel van de waarde van diens recht op ouderdomspensioen in de maand februari volgend op het jaar waarin de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, is bereikt, met dien verstande dat afkoop op dat moment alleen mogelijk is als dat moment ligt na de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. Het eerste lid, onderdelen a, c, d en e, zijn van overeenkomstige toepassing. Indien afkoop geschiedt in de maand februari, bedoeld in dit artikellid, wordt het ouderdomspensioen tot het moment van de afkoop vastgesteld alsof geen gebruik wordt gemaakt van het recht op afkoop.
|
||||
|
||||
**3.** Het verzoek om gebruik te maken van het recht op afkoop, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt voor de ingangsdatum van het ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**4.** De pensioenuitvoerder waarborgt bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.
|
||||
|
||||
**5.** Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 70a tot en met 92a wordt onder ontvangende pensioenuitvoerder mede verstaan een beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
|
||||
|
|
@ -2883,9 +2905,7 @@ De bevoegdheid om de noodzakelijke voorzieningen te treffen, genoemd in artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 166a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan beleidsregels vaststellen ten aanzien van de toepassing door de toezichthouders van Hoofdstuk 7.
|
||||
|
||||
**2.** De beleidsregels worden in de Staatscourant bekendgemaakt.
|
||||
Onze Minister kan beleidsregels vaststellen ten aanzien van de toepassing door de toezichthouders van Hoofdstuk 7.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7.4. Handhaving
|
||||
|
||||
|
|
@ -2899,11 +2919,13 @@ De pensioenuitvoerder, de werkgever, de accountant en de actuaris verstrekken aa
|
|||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan ten behoeve van het toezicht op de naleving van deze wet van een ieder inlichtingen vorderen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5:13 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De artikelen 5:13 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Voorzover de toezichthouder voor het uitoefenen van het gedragstoezicht ten aanzien van pensioenfondsen waaraan de andere toezichthouder een vergunning heeft verleend of welke in het register is opgenomen, gegevens nodig heeft over aspecten van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 143, tweede lid, onderdeel a en b, vordert de eerstgenoemde toezichthouder geen inlichtingen, dan nadat de andere toezichthouder is verzocht deze gegevens te verstrekken en is gebleken dat de andere toezichthouder niet aan dit verzoek tegemoet kan komen.
|
||||
**3.** De toezichthouder is bevoegd tot toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde vordering.
|
||||
|
||||
**4.** Van het derde lid kan, na overleg met de andere toezichthouder, worden afgeweken indien sprake is van een redelijk vermoeden van een overtreding van de regels bij of krachtens deze wet gesteld en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
|
||||
**4.** Voorzover de toezichthouder voor het uitoefenen van het gedragstoezicht ten aanzien van pensioenfondsen waaraan de andere toezichthouder een vergunning heeft verleend of welke in het register is opgenomen, gegevens nodig heeft over aspecten van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 143, tweede lid, onderdeel a en b, vordert de eerstgenoemde toezichthouder geen inlichtingen, dan nadat de andere toezichthouder is verzocht deze gegevens te verstrekken en is gebleken dat de andere toezichthouder niet aan dit verzoek tegemoet kan komen.
|
||||
|
||||
**5.** Van het derde lid kan, na overleg met de andere toezichthouder, worden afgeweken indien sprake is van een redelijk vermoeden van een overtreding van de regels bij of krachtens deze wet gesteld en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
|
||||
|
||||
### Artikel 169
|
||||
|
||||
|
|
@ -3002,13 +3024,13 @@ c. de toezichthouder.
|
|||
|
||||
### Artikel 175
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van een overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van een overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom.
|
||||
|
||||
### Artikel 176
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 21, eerste lid, tweede lid, tweede volzin en vierde lid, 23, 25, 26, 28, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 34 tot en met 48, 49, 50, tweede en vierde lid, 51, 52, 52a, 58, 60, 61, 62, 63, 63b, 66, derde tot en met zesde, negende en elfde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69, derde, vierde en zevende lid, 70a, tweede, derde, vierde en zesde lid, 71, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 74, tweede en derde lid, 76, eerste tot en met vierde en negende lid, 83, tweede en achtste lid, 84, tweede en zevende lid, 85, eerste lid, 86, eerste en tweede lid, 87, 91, 94, tweede lid, 96, 99 tot en met 107, 111, 112, 112a, 113, 115, 115a, 115b, 115c, 115e, 115f, 115g, 115h, 116, 117, 118, eerste tot en met derde lid, 119, eerste tot en met derde lid, 120, eerste tot en met derde lid, 125, 128, 129, 130, 130a, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 143, 145, 146, 147, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 150, 167, 169, 170, eerste tot en met vierde lid, 171, eerste lid, 172, vijfde lid, 194, 197, 199, 203, derde en vierde lid, 204 en van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**1.** De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 21, eerste lid, tweede lid, tweede volzin en vierde lid, 23, 25, 26, 28, 29, eerste lid, 29, zevende lid, voor zover het betreft de overeenkomstige toepassing van artikel 29, eerste lid, 34 tot en met 48, 49, 50, tweede en vierde lid, 51, 52, 52a, 58, 60, 61, 62, 63, 63b, 66, derde tot en met zesde, negende en elfde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69, derde, vierde en zevende lid, 70a, tweede, derde, vierde en zesde lid, 71, eerste tot en met vijfde en zevende lid, 74, tweede en derde lid, 76, eerste tot en met vierde en negende lid, 83, tweede en achtste lid, 84, tweede en zevende lid, 85, eerste lid, 86, eerste en tweede lid, 87, 91, 94, tweede lid, 96, 99 tot en met 107, 111, 112, 112a, 113, 115, 115a, 115b, 115c, 115e, 115f, 115g, 115h, 116, 117, 118, eerste tot en met derde lid, 119, eerste tot en met derde lid, 120, eerste tot en met derde lid, 125, 128, 129, 130, 130a, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 143, 145, 146, 147, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 150, 167, 169, 170, eerste tot en met vierde lid, 171, eerste lid, 172, vijfde lid, 194, 197, 199, 203, derde en vierde lid, 204 en van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue