2009-07-01 | BWBR0011919 | Wet bevordering eigenwoningbezit

This commit is contained in:
Coornhert 2009-07-01 12:00:00 +00:00
parent 6f964aa51f
commit cafe41f655

View file

@ -179,7 +179,7 @@ Vervallen
Voor een primaire toekenning is vereist dat:
a. de koopsom van de woning niet hoger is dan € 163. 625, en
a. de koopsom van de woning niet hoger is dan € 163. 625, en
b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan het bedrag, genoemd onder a, vermeerderd met 8 procent.
**2.** Het in het eerste lid, onder a, genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 41.
@ -282,18 +282,18 @@ Vervallen
Bij ministeriële regeling wordt een opslagpercentage vastgesteld. Dat percentage wordt:
a. bij toetsinkomens van € 30.275 of meer zodanig vastgesteld dat met gebruikmaking daarvan een hypothecaire lening in de vorm van een annuïteitenhypotheek kan worden afgesloten ter hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder b, dan wel
b. bij toetsinkomens van minder dan € 30.275 zodanig vastgesteld dat dit percentage overeenkomt met het ingevolge onderdeel a vastgestelde percentage dat geldt bij een toetsinkomen van € 30.275.
a. bij toetsinkomens van € 30.275 of meer zodanig vastgesteld dat met gebruikmaking daarvan een hypothecaire lening in de vorm van een annuïteitenhypotheek kan worden afgesloten ter hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder b, dan wel
b. bij toetsinkomens van minder dan € 30.275 zodanig vastgesteld dat dit percentage overeenkomt met het ingevolge onderdeel a vastgestelde percentage dat geldt bij een toetsinkomen van € 30.275.
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde percentages kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd als daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van het rentetarief, bedoeld in artikel 26, eerste lid.
**4.** Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 41.
**4.** Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 41.
**5.** Met het oog op de uitvoering van het eerste en tweede lid worden bij ministeriële regeling de toetsinkomens in inkomensklassen verdeeld, waarbij de toetsrente, de maximale hypothecaire lening, de daarbij behorende financieringslastnorm en het daarbij behorende percentage, bedoeld in het tweede lid, worden vermeld.
**6.** De toetsinkomens in een zelfde inkomensklasse mogen ten hoogste € 500 van elkaar verschillen.
**6.** De toetsinkomens in een zelfde inkomensklasse mogen ten hoogste € 500 van elkaar verschillen.
**7.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, de indeling in inkomensklassen herzien.
**7.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 januari, de indeling in inkomensklassen herzien.
### Artikel 30
@ -412,10 +412,10 @@ f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in artikel 27, die geldt op de peild
De bedragen en de factoren worden als volgt afgerond:
a. de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25;
a. de bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25;
b. de factoren, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op twee decimalen.
**5.** De overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende bedragen en factoren worden elk jaar uiterlijk op 1 november in de Staatscourant bekendgemaakt.
**5.** De overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende bedragen en factoren worden elk jaar uiterlijk op 1 november in de Staatscourant bekendgemaakt.
**6.** Bij een volgende wijziging van deze bedragen en deze factoren wordt uitgegaan van de bedragen en factoren zoals die waren, voordat zij werden afgerond.
@ -478,7 +478,7 @@ b. een afschrift van de geldleningsovereenkomst.
### Artikel 44
**1.** De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het vijfjaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage, zo nodig in de vorm van een voorschot, uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste vijfjaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in artikel 43, derde lid, niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt.
**1.** De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, wordt steeds over een tijdvak van een maand uitbetaald, direct na afloop van dat tijdvak. De eerste uitbetaling vindt plaats over de eerste kalendermaand van het vijfjaarstijdvak. Uitbetaling geschiedt doordat Onze Minister de eigenwoningbijdrage uitbetaalt aan de eigenaar-bewoner. Met de uitbetaling over het eerste vijfjaarstijdvak wordt niet begonnen, zolang Onze Minister de bescheiden, genoemd in artikel 43, derde lid, niet heeft ontvangen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop zodanige uitbetaling plaatsvindt.
**2.** De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, wordt ineens uitbetaald aan de financier, bedoeld in artikel 42, eerste lid, in de maand die volgt op de maand waarin de laatste betaling volgens het eerste lid is geschied. Onze Minister stelt de eigenaar-bewoner hiervan schriftelijk in kennis.
@ -518,37 +518,33 @@ Onze Minister kan de toekenning herzien:
a. als niet langer wordt voldaan aan een eis voor de primaire toekenning;
b. als de toekenning heeft plaatsgevonden in afwijking van deze wet of de daarop berustende bepalingen, of
c. als artikel 43, derde lid, of 46, tweede lid, niet wordt nageleefd.
c. als artikel 43, derde lid, of 46, tweede lid, niet wordt nageleefd.
**2.**
Aan een besluit als bedoeld in het eerste lid kan terugwerkende kracht worden verleend over ten hoogste vijf bijdragejaren, voorafgaande aan het lopende bijdragejaar:
a. als gegevens die zijn verstrekt door degene die behoort tot het huishouden van de eigenaar-bewoner zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn geweest, dat een ander besluit zou zijn genomen indien de juiste of volledige gegevens bij Onze Minister bekend zouden zijn geweest;
b. als artikel 43, derde lid, of 46, tweede lid, niet wordt nageleefd, of
b. als artikel 43, derde lid, of 46, tweede lid, niet wordt nageleefd, of
c. als de eigenaar-bewoner redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de eigenwoningbijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is toegekend.
**3.** Als het eerste lid toepassing vindt kan de ten onrechte of te veel uitbetaalde eigenwoningbijdrage van de eigenaar-bewoner worden teruggevorderd, of worden verrekend met aanspraken op eigenwoningbijdragen van de eigenaar-bewoner. Onze Minister stelt de hoogte van het terug te vorderen of te verrekenen bedrag en de wijze van terugvordering of verrekening vast.
**3.** Als het eerste lid toepassing vindt, is Onze Minister bevoegd tot terugvordering van de ten onrechte of teveel uitbetaalde eigenwoningbijdrage van de eigenaar-bewoner, of tot verrekening van die eigenwoningbijdrage met aanspraken op eigenwoningbijdragen van de eigenaar-bewoner.
**4.** Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier niet naar waarheid is ingevuld, dan wel artikel 46 niet is nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per bijdragejaar, waarover ten onrechte een eigenwoningbijdrage werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid.
**4.** Onze Minister kan, als de herziening haar grond vindt in het feit dat het aanvraagformulier niet naar waarheid is ingevuld, dan wel artikel 46 niet is nageleefd, het terug te vorderen bedrag verhogen met 25 procent, met dien verstande dat deze verhoging niet meer mag bedragen dan € 225 per bijdragejaar, waarover ten onrechte een eigenwoningbijdrage werd genoten. De verhoging kan worden betrokken bij een verrekening als bedoeld in het derde lid.
### Artikel 51
**1.** Een bedrag als bedoeld in artikel 50, derde en vierde lid, wordt ingevorderd door Onze Minister.
**2.** Als de eigenaar-bewoner in gebreke blijft het door hem verschuldigde bedrag te voldoen binnen de daarvoor gestelde termijn, zendt Onze Minister hem een aanmaning om binnen een vastgestelde termijn van ten minste vier weken na dagtekening van de aanmaning het verschuldigde bedrag te voldoen.
**2.** Als de eigenaar-bewoner in gebreke blijft, kan de invordering van het verschuldigde bedrag, vermeerderd met de kosten van invordering, geschieden bij dwangbevel.
**3.** Als de eigenaar-bewoner ook na aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering van het verschuldigde bedrag, vermeerderd met de kosten van aanmaning en invordering, zonder rechterlijke tussenkomst geschieden bij dwangbevel.
**3.** De betekening en tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschieden door de ontvanger van de belastingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wet, met toepassing van de artikelen 13 en 14 van die wet.
**4.** De betekening en tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschieden door de ontvanger van de rijksbelastingen en door de belastingdeurwaarder van de rijksbelastingen, met toepassing van de artikelen 13 en 14 van de Invorderingswet 1990.
**4.** Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990, alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet.
**5.** Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990, alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet.
**5.** Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dat artikel in plaats van «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
**6.** De ontvanger kan, zolang hij met de zorg voor de invordering is belast, onder door hem te stellen voorwaarden aan de eigenaar-bewoner voor een bepaalde tijd bij beschikking uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel wordt de dwanginvordering geschorst. Het uitstel kan tussentijds bij beschikking worden beëindigd.
**7.** Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dat artikel in plaats van «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
**8.** De kosten van aanmaning en verdere invordering worden berekend op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen. De artikelen 6 en 7 van de Invorderingswet 1990 zijn van overeenkomstige toepassing.
**6.** Met betrekking tot de kosten van aanmaning en verdere invordering zijn de artikelen 6 en 7 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk 9. Bestuurlijke informatieverschaffing, toezicht op de naleving en voorlichting