2002-06-26 | BWBR0004552 | Scheepvaartreglement Eemsmonding

This commit is contained in:
Coornhert 2002-06-26 12:00:00 +00:00
parent 30a35d19ba
commit cb1dec59fd

View file

@ -40,13 +40,22 @@ f. duwstel:
een hecht samenstel van schepen, waarvan er ten minste één is geplaatst voor het motorschip, dat dient voor het voortbewegen van het samenstel en dat wordt aangeduid als "duwboot";
g. bovenmaats schip:
een schip dat op grond van zijn diepgang, zijn lengte of op grond van andere kenmerken gedwongen is gebruik te maken van het diepste gedeelte van het vaarwater; het wordt beschouwd als een schip dat door zijn diepgang beperkt is in zijn manoeuvreerbaarheid, zoals bedoeld in Voorschrift 3, onderdeel *h*, van de Internationale Bepalingen;
een schip dat op grond van zijn diepgang, zijn lengte of op grond van andere kenmerken gedwongen is gebruik te maken van het diepste deel van het vaarwater en dat in aanvulling op Voorschrift 3, onderdeel g, van de Internationale Bepalingen wordt beschouwd als een schip dat in zijn manoeuvreerbaarheid beperkt is;
h. bepaalde gevaarlijke goederen:
goederen uit klasse 1 - subklassen 1.1, 1.2, 1.3 en 1.5, en uit klasse 5.2, waarvoor de bijkomende aanduiding "ontploffingsgevaar" is voorgeschreven, met een totale hoeveelheid van meer dan 100 kg per schip, goederen uit klasse 1.4 met een totale hoeveelheid van meer dan 1000 kg per schip, waarvoor de bijkomende aanduiding "giftig" is voorgeschreven, alsmede de als massagoed vervoerde goederen uit de klassen 1 tot en met 9 van de Internationale voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen met zeeschepen (IMDG-Code);
goederen uit klasse 1 -subklassen 1.1, 1.2, 1.3- en uit de klassen 4.1 en 5.2 van de Internationale voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen met zeeschepen (IMDG-Code), waarvoor de bijkomende aanduiding «ontploffingsgevaar» is voorgeschreven, met een totale hoeveelheid van meer dan 100 kg per schip, alsmede de als massagoed in tankschepen of in duwstellen of slepen vervoerde goederen als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel 1;
i. bevoegde autoriteit:
de functionaris die door Onze Minister als zodanig is aangewezen.
de functionaris die door Onze Minister als zodanig is aangewezen;
j. waterscooters:
gemotoriseerde watersporttoestellen, die voor een of meerdere personen zijn gebouwd of ingericht ten behoeve van een glijdende voortbeweging door of over het water en als Personal Watercraft, zoals een waterbob, een waterscooter, jetbike of jetski worden aangeduid, of andere soortgelijke toestellen;
k. snelle schepen:
schepen, die overeenkomstig de Internationale Code voor snelle schepen gebouwd zijn en dienovereenkomstig worden gebruikt, evenals schepen die niet overeenkomstig die Code gebouwd zijn, maar wel overeenkomstig die Code worden gebruikt of ingezet;
l. veiligheidszones:
wateroppervlakken gelegen buiten het vaarwater, die zich uitstrekken over een afstand van ten hoogste 500 meter, gemeten vanuit ieder punt van de buitenste ring om installaties of andere inrichtingen ten behoeve van wetenschappelijk maritiem onderzoek of onderzoek naar of de ontginning van natuurschatten en door de beide plaatselijke autoriteiten gezamenlijk zijn aangewezen.
**2.**
@ -138,7 +147,7 @@ b. bij een lengte van 50 meter of meer steeds een wit rondom schijnend licht voo
### Artikel 11
**1.** Schepen van de openbare dienst tonen een ononderbroken, blauw flikkerlicht overeenkomstig het bepaalde in No. 1 van Hoofdstuk II van bijlage 1, indien bij de uitvoering van politiële taken de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer in gevaar kan worden gebracht.
**1.** Schepen van de openbare dienst tonen een ononderbroken, blauw flikkerlicht overeenkomstig het bepaalde in No. 5 van Hoofdstuk II van bijlage 1, indien bij de uitvoering van politiële taken de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer in gevaar kan worden gebracht.
**2.** Douaneschepen van de Bondsrepubliek Duitsland voeren des nachts drie groene rondom schijnende lichten boven elkaar en overdag een vierkante groene vlag op een willekeurige plaats overeenkomstig het bepaalde in No. 6.1 van Hoofdstuk II van bijlage 1. Douaneschepen van het Koninkrijk der Nederlanden voeren overdag een blauwe vlag met het opschrift "DOUANE" overeenkomstig het bepaalde in No. 6.2 van Hoofdstuk II van bijlage 1.
@ -154,23 +163,21 @@ In alle gevallen waarin de verkeerssituatie dit vereist, in het bijzonder bij he
**2.** Indien bij ongevallen van schepen bepaalde gevaarlijke goederen of radioactieve stoffen vrijkomen of dreigen vrij te komen, of indien er gevaar voor een ontploffing bestaat, wordt als "blijf weg"-sein een korte en een lange stoot gegeven. Dit sein blijft na inschakeling automatisch functioneren. Het sein wordt elke minuut ten minste vijfmaal achter elkaar steeds met tussenpozen van twee seconden gegeven. Het "blijf weg"-sein wordt zolang herhaald als de verkeerssituatie dit vereist. In de nabijheid van lig- en overslagplaatsen als bedoeld in artikel 25, eerste lid, en artikel 26, eerste lid, wordt in het geval van het bepaalde in de eerste volzin het "blijf weg"-sein ook door de voor de uitvoering van de werkzaamheden in de overslaginstallatie verantwoordelijke persoon gegeven.
### Paragraaf . Vaarvoorschriften
### Artikel 14
**1.**
**1.** De vaarvoorschriften van dit hoofdstuk zijn van toepassing onafhankelijk van het zicht. In afwijking van de Voorschriften 11 en 19 van de Internationale Bepalingen zijn Voorschrift 13, onderdelen a en c, en Voorschrift 14, onderdelen a en c, van de Internationale Bepalingen in het vaarwater ook dan van toepassing wanneer de schepen elkaar op de radar kunnen waarnemen.
Bij beperkt zicht worden de volgende geluidsseinen gegeven:
**2.** Bij het ontmoeten van, voorbijlopen van en voorbijvaren aan schepen en installaties, dient een veilige passeerafstand overeenkomstig Voorschrift 8, onderdeel d, van de Internationale Bepalingen te worden aangehouden.
a. Schepen die aan de rand van het vaarwater aan niet voor het meren bestemde plaatsen of bij gezonken schepen of andere obstakels voor de scheepvaart liggen, alsmede beperkt manoeuvreerbare schepen die werkzaamheden uitvoeren, geven in afwijking van het bepaalde in Voorschrift 35, onderdelen *c, g* en *h*, van de Internationale Bepalingen ten minste elke minuut de volgende geluidsseinen:
**3.** In het vaarwater dienen de boegankers voor onmiddellijk gebruik gereed te zijn. Dit geldt niet voor schepen met een lengte kleiner dan 20 meter.
1°. aan stuurboordzijde van het vaarwater, dat wil zeggen de zijde die bij de van zee binnenvarende schepen aan stuurboord ligt, wordt de klok 5 seconden lang snel geluid, gevolgd door 2 reeksen van 3 afzonderlijke slagen;
2°. aan bakboordzijde van het vaarwater, dat wil zeggen de zijde die bij de van zee binnenvarende schepen aan bakboord ligt, wordt de klok 5 seconden lang snel geluid, gevolgd door 2 reeksen van 2 afzonderlijke slagen;
3°. in het midden van het vaarwater wordt de klok 5 seconden lang snel geluid, gevolgd door 2 reeksen van 4 afzonderlijke slagen;
b. geassisteerde motorschepen die varende zijn, geven in afwijking van het bepaalde in Voorschrift 35, onderdelen *a* en *b*, van de Internationale Bepalingen ten minste om de twee minuten een lange stoot, een korte stoot en twee lange stoten. Het is verboden dat de assisterende sleepboten het in Voorschrift 35, onderdeel *c*, van de Internationale Bepalingen bedoelde geluidssein geven;
c. schepen die binnen de vaarwatergedeelten, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, aan de linkerzijde varen, geven in afwijking van het bepaalde in Voorschrift 35 van de Internationale Bepalingen ten minste elke minuut een lange stoot, gevolgd door 2 reeksen van 2 korte stoten.
### Artikel 14a
**2.** Schepen met een lengte van minder dan 12 meter behoeven de geluidsseinen, als bedoeld in het eerste lid, niet te geven, doch geven dan ten minste om de 2 minuten een ander krachtig geluidssein.
**1.** Veiligheidszones worden niet bevaren.
### Paragraaf . Vaarvoorschriften
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op schepen die voor de verzorging van installaties of inrichtingen zijn ingezet.
### Artikel 15
@ -178,29 +185,45 @@ c. schepen die binnen de vaarwatergedeelten, zoals bedoeld in artikel 15, tweede
**2.** Binnen de vaarwatergedeelten die door de bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld, mag door alle of door bepaalde categorieën schepen aan de linkerzijde worden gevaren. De bevoegde autoriteit kan bijzondere categorieën schepen vaststellen die de eens gekozen linkerzijde van het vaarwater dienen aan te houden.
**3.** Buiten het vaarwater wordt op zodanige wijze gevaren, dat duidelijk zichtbaar is dat geen gebruik van het vaarwater wordt gemaakt. Er behoeft geen bepaalde zijde of vaarrichting te worden aangehouden.
**3.** Buiten het vaarwater wordt op zodanige wijze gevaren, dat duidelijk zichtbaar is dat geen gebruik van het vaarwater wordt gemaakt.
### Artikel 16
**1.** Het is verboden op te lopen, indien, rekening houdend met de verkeerssituatie, het vaarwater onvoldoende ruimte om te passeren biedt, en in het bijzonder tijdens de oploopmanoeuvre op enig moment gevaar voor het tegemoetkomende verkeer bestaat. Bij het oplopen van of met schepen als bedoeld in artikel 21, eerste lid, wordt een zo groot mogelijke zijwaartse afstand aangehouden.
**1.** In beginsel wordt aan bakboord voorbijgelopen. Voor zover de bijzondere situatie het vereist, mag aan stuurboord worden voorbijgelopen.
**2.** In beginsel wordt links opgelopen. Voor zover de bijzondere situatie het vereist, mag rechts worden opgelopen.
**2.** Het voorbijlopende schip let op het achteropkomende verkeer en vermindert de vaart zodanig of houdt een zodanige zijwaartse afstand aan, dat er geen gevaarlijke zuiging kan ontstaan, en voegt zo snel mogelijk weer naar stuurboord in, zonder daarbij het voorbijgelopen schip in gevaar te brengen of te hinderen. Het schip dat opgelopen wordt, vergemakkelijkt zoveel mogelijk het voorbijlopen.
**3.** Het oplopende schip let op het achteropkomende verkeer en vermindert de vaart zodanig of houdt een zodanige zijwaartse afstand aan, dat er geen gevaarlijke zuiging kan ontstaan, en voegt zo snel mogelijk weer naar rechts in, zonder daarbij het opgelopen schip in gevaar te brengen of te hinderen. Het schip dat opgelopen wordt, vergemakkelijkt zoveel mogelijk het oplopen.
**3.**
**4.** Het oplopen is verboden, indien het schip dat opgelopen wordt, niet het geluidssein, als bedoeld in Voorschrift 34, onderdeel *c* (ii), van de Internationale Bepalingen, heeft gegeven.
Kan in een vaarwater alleen met de medewerking van het opgelopen schip veilig worden voorbijgelopen, dan is het voorbijlopen alleen toegestaan als het voorbij te lopen schip met een daartoe strekkend verzoek of daartoe strekkende aankondiging van het oplopende schip ondubbelzinnig heeft ingestemd.
**5.** Het is eveneens verboden op te lopen op plaatsen, binnen vaargebieden en tussen bepaalde schepen, die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld.
Het oplopende schip kan, in afwijking van Voorschrift 9, onderdeel e (i), van de Internationale Bepalingen zijn voornemen over de marifoon aan het voorbij te lopen schip mededelen, indien:
a. ondubbelzinnige identificatie plaatsvindt van de deelnemers aan de communicatie;
b. een ondubbelzinnige afspraak over de marifoon mogelijk is;
c. door de keuze van het marifoonkanaal gewaarborgd is dat zo mogelijk alle betrokken verkeersdeelnemers met de afspraak over de marifoon kunnen meeluisteren; en
d. de verkeerssituatie het toestaat.
Indien het voorbij te lopen schip instemt, kan het zijn toestemming in afwijking van Voorschrift 34, onderdeel c (ii), van de Internationale Bepalingen over de marifoon geven en maatregelen nemen om veilig te passeren. Zijn de voorwaarden voor de afspraak over de marifoon niet aanwezig, dan geldt uitsluitend Voorschrift 9, onderdeel e, van de Internationale Bepalingen.
### Artikel 17
**1.** In afwijking van het bepaalde in Voorschrift 18, onderdeel *d*, van de Internationale Bepalingen wijken schepen, met uitzondering van onmanoeuvreerbare schepen, uit voor een bovenmaats schip.
**1.** Het ontmoeten is verboden op plaatsen, binnen vaargebieden en tussen bepaalde schepen, die door de bevoegde autorioteit zijn vastgesteld.
**2.** Bij het ontmoeten van of met schepen, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, wordt een zo groot mogelijke zijwaartse afstand aangehouden.
**2.**
**3.** Het ontmoeten is verboden op plaatsen, binnen vaargebieden en tussen bepaalde schepen, die door de bevoegde autorioteit zijn vastgesteld.
In afwijking van Voorschrift 14 van de Internationale Bepalingen mogen schepen binnen vaarwatergedeelten als bedoeld in artikel 15, tweede lid, eerste volzin, voor een tegemoetkomend schip bij uitzondering naar bakboord uitwijken. Het voornemen dient aan het tegemoetkomende schip kenbaar te worden gemaakt.
**4.** In afwijking van het bepaalde in Voorschrift 14 van de Internationale Bepalingen mogen schepen binnen vaarwatergedeelten als bedoeld in artikel 15, tweede lid, eerste volzin, voor een tegemoetkomend schip bij wijze van uitzondering naar bakboord uitwijken. Dit wordt aan het tegemoetkomende schip kenbaar gemaakt door een lange stoot, gevolgd door twee reeksen van 2 korte stoten. Het tegemoetkomende schip antwoordt met hetzelfde sein en passeert het schip aan de stuurboordzijde daarvan. Het bepaalde in de tweede en derde volzin is niet van toepassing op schepen met een lengte van minder dan 12 meter.
Aan het tegemoetkomende schip kan het schip zijn voornemen door middel van de marifoon mededelen, indien
a. ondubbelzinnige identificatie plaatsvindt van de deelnemers aan de communicatie;
b. een ondubbelzinnige afspraak over de marifoon mogelijk is;
c. door de keuze van het marifoonkanaal gewaarborgd is dat zo mogelijk alle betrokken verkeersdeelnemers met de afspraak over de marifoon kunnen meeluisteren, en
d. de verkeerssituatie het toestaat.
Zijn de voorwaarden voor de afspraak over de marifoon niet aanwezig, dan dient het voornemen aan het tegemoetkomende schip kenbaar te worden gemaakt door middel van een lange stoot, gevolgd door twee reeksen van twee korte stoten. Het tegemoetkomende schip dient met hetzelfde signaal te antwoorden en het schip aan stuurboordzijde te passeren.
De tweede tot en met vijfde zin zijn niet van toepassing op vaartuigen met een lengte van minder dan 12 meter.
### Artikel 18
@ -213,19 +236,21 @@ b. het vaarwater kruisen,
c. in het vaarwater keren, of
d. hun anker- of ligplaatsen verlaten.
**2.** Schepen die zich in een vaarwater bevinden dat over zijn gehele lengte door de verkeerstekens E.2.1 tot en met E.2.3 van Hoofdstuk I van bijlage 1 is gemarkeerd, hebben voorrang boven schepen die dit vaarwater vanuit een aftakking of een uitmonding invaren.
**2.** Schepen die zich in een vaarwater bevinden hebben voorrang boven schepen die dit vaarwater vanuit een aftakking of een uitmonding invaren.
**3.** Indien schepen van beide zijden een engte naderen die niet met zekerheid voldoende ruimte voor een gelijktijdige doorvaart biedt, of een door het verkeersteken A.2 van Hoofdstuk I van bijlage 1 gekenmerkte plaats van het vaarwater, heeft in aan getijden onderhevige wateren het stroomafwaarts varende schip voorrang en bij doodtij het schip dat daarvóór tegen de stroom in gevaren heeft. Het tot wachten verplichte schip wacht zolang buiten de engte, tot het andere schip gepasseerd is.
**3.** Indien schepen van beide zijden een engte naderen die niet met zekerheid voldoende ruimte voor een gelijktijdige doorvaart biedt, of een door het verkeersteken A.2 van Hoofdstuk I van bijlage 1 gekenmerkte plaats van het vaarwater, heeft in aan getijden onderhevige wateren het stroomafwaarts varende schip voorrang en bij stilstaand water het schip dat daarvóór tegen de stroom in gevaren heeft. Het tot wachten verplichte schip wacht zolang buiten de engte, tot het andere schip gepasseerd is.
**4.** Het schip dat voorrang dient te verlenen, maakt tijdig door zijn vaargedrag kenbaar dat het zal wachten. Het is verboden door te varen, als niet kan worden overzien dat de scheepvaart niet wordt belemmerd.
**5.** De bevoegde autoriteit kan voor bepaalde plaatsen, binnen vaargebieden en tussen bepaalde schepen afwijkende voorrangsregels vaststellen.
**6.** Zeilschepen dienen in het vaarwater voor elkaar uitsluitend overeenkomstig de Internationale Bepalingen uit te wijken wanneer ze daardoor schepen die voorrang hebben niet in gevaar brengen of hinderen.
### Artikel 19
**1.** De snelheid wordt zodanig aangepast, dat het schip te allen tijde rekening kan houden met de verkeerssituatie en de gesteldheid van de waterweg en zo nodig tijdig tot stilstand kan worden gebracht. In het vaarwater zijn de boegankers klaar om onmiddellijk te vallen. Dit geldt niet voor schepen met een lengte van minder dan 20 meter. Indien het verkeer door verkeerstekens wordt geregeld, wordt de snelheid zodanig aangepast, dat bij een onverwachte wijziging van het optische of het akoestische verkeersteken het schip onmiddellijk tot stilstand kan worden gebracht.
**1.** Ieder schip, iedere waterscooter en iedere zeilplank dient met inachtneming van Voorschrift 6 van de Internationale Bepalingen met een veilige snelheid te varen. Indien het verkeer door verkeerstekens wordt geregeld, wordt de snelheid zodanig aangepast, dat bij een onverwachte wijziging van het optische of het akoestische verkeersteken het schip onmiddellijk tot stilstand kan worden gebracht.
**2.** Het is verboden vóór plaatsen met een duidelijk als zodanig herkenbare badinrichting buiten het vaarwater op een afstand van minder dan 300 meter van de bestaande waterlijn van de oever met een grotere maximumsnelheid dan 8 km, 4,3 zeemijlen, per uur door het water te varen.
**2.** Het is verboden vóór plaatsen met een duidelijk als zodanig herkenbare badinrichting buiten het vaarwater op een afstand van minder dan 500 meter van de bestaande waterlijn van de oever met een grotere maximumsnelheid dan 8 km, 4,3 zeemijlen, per uur door het water te varen.
**3.** Schepen verminderen hun snelheid tijdig zodanig als noodzakelijk is om gevaren als gevolg van zuiging of golfslag te vermijden, in het bijzonder bij het voorbijvaren van onmanoeuvreerbare en vastgevaren schepen, alsmede van beperkt manoeuvreerbare schepen als bedoeld in Voorschrift 3, onderdeel *g*, schepen en voorwerpen, als bedoeld in Voorschrift 24, onderdeel *g*, van de Internationale Bepalingen, en drijvende inrichtingen, alsmede van plaatsen die door het verkeersteken A.4 van Hoofdstuk I van bijlage 1 of door seinvlag "A" van het Internationale Seinboek zijn gekenmerkt.
@ -237,12 +262,17 @@ Het is verboden dat slepen en duwstellen meer gesleepte schepen, drijvende inric
**1.**
Het is verboden met de hieronder vermelde schepen de Eemsmonding te bevaren, indien niet aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden is voldaan:
De Eemsmonding mag door de hieronder vermelde schepen alleen onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden bevaren worden:
a. tankschepen, met inbegrip van duwstellen en slepen, die de in bijlage 2 vermelde stoffen als massagoed vervoeren;
b. lege tankschepen, met inbegrip van duwstellen en slepen, na het lossen van de in No. 2 en No. 3 van bijlage 2 genoemde stoffen - uitgezonderd overblijvende hoeveelheden die bij normaal functioneren van de losinrichtingen niet meer verpompt kunnen worden - indien het vlampunt van de laatste lading lager was dan 35° C en de tanks niet zijn gereinigd en ontgast of geheel geïnertiseerd zijn;
c. lege tankschepen, met inbegrip van duwstellen en slepen, als bedoeld in onderdeel *b*, waarvan de laatste lading een vlampunt van 35° C of hoger had, doch die daarvóór een lading met een lager vlampunt hebben vervoerd en daarna nog niet werden gereinigd en ontgast en niet geheel zijn geïnertiseerd;
d. reactorschepen.
a. Tankschepen, duwstellen en slepen die
1° gasvormige stoffen overeenkomstig de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gas als massagoed vervoeren (IGC-Code), behoudens stikstof en koelvloeistoffen,
2° vloeibare stoffen overeenkomstig de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen, die chemicaliën als massagoed vervoeren (IBC-Code), waarvoor krachtens Hoofdstuk 15, paragraaf 15.19 van de IBC-Code, zonder enige uitzondering overvulbeveiligingen en een alarm dat de vulhoogte aangeeft zijn voorgeschreven en die daarom de aantekening»15.19» in kolom «o»van de tabel in Hoofdstuk 17 van de Code hebben, of
3° vloeibare stoffen, die vallen onder Bijlage I van het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen (Trb. 1975, 147), zoals gewijzigd door het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol van 1978 bij dat verdrag, met Bijlage (Trb. 1978, 188) (MARPOL-Verdrag),
als massagoed vervoeren.
b. lege tankschepen, duwstellen en slepen na het lossen van de in de onderdelen b of c genoemde stoffen -uitgezonderd restanten, die bij normaal functioneren van de losinstallaties niet meer kunnen worden gepompt- voorzover het vlampunt van de laatste lading lager was dan 35° C en de tanks niet gereinigd en ontgast of volledig geïnertiseerd zijn.
c. reactorschepen.
**2.**
@ -262,20 +292,30 @@ Het bepaalde in het tweede lid, onderdeel *a*, is niet van toepassing op tanksch
**5.** Het bevaren van wateroppervlakken in bepaalde perioden, bij bepaalde waterstanden of bij weersomstandigheden, die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld, is verboden. Deze bepaling is niet van toepassing op categorieën schepen die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld.
**6.** Door de verkeerscentrale kan met goedvinden van de beide bevoegde autoriteiten in individuele gevallen ontheffing worden verleend van de in het tweede lid genoemde voorwaarden voor het bevaren van de Eemsmonding.
### Artikel 21a
De bevoegde autoriteit kan voorwaarden stellen voor het bevaren van de Eemsmonding met snelle schepen.
### Artikel 22
**1.** In het vaarwater is waterskiën verboden, uitgezonderd op de door het verkeersteken C.2. van Hoofdstuk I van bijlage 1 gekenmerkte of door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken. Buiten het vaarwater is waterskiën toegestaan, uitgezonderd op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
**1.**
**2.** De waterskiërs en de hen voorttrekkende schepen wijken voor alle andere schepen uit. Bij tegemoetkomende schepen blijven waterskiërs binnen het kielzog van de hen voorttrekkende schepen.
In het vaarwater is waterskiën en het varen met waterscooters verboden, uitgezonderd op de met verkeersteken C.2 of C.5 van Hoofdstuk I van bijlage 1 aangeduide of door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
Buiten het vaarwater is waterskiën en het varen met waterscooters toegestaan, uitgezonderd op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
**2.** Waterskiërs en de hen voorttrekkende boten, alsmede bestuurders van waterscooters dienen voor alle andere schepen uit te wijken. Wanneer er sprake is van tegemoetkomende schepen dienen waterskiërs binnen het kielzog van de hen voorttrekkende boten te blijven.
**3.**
Het zeilen met een zeilplank is verboden
Het varen met een zeilplank is verboden
a. in het vaarwater, uitgezonderd in de door de bevoegde autoriteit vastgestelde vaarwaters;
b. buiten het vaarwater op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
**4.** Op de vrije wateroppervlakken is het des nachts, bij beperkt zicht en gedurende de door de bevoegde autoriteit vastgestelde tijden verboden te waterskiën of met een zeilplank te zeilen.
**4.** Op de vrijgegeven wateroppervlakken mag des nachts, bij beperkt zicht en gedurende de door de bevoegde autoriteit vastgestelde tijden niet worden gewaterskied of met een waterscooter of een zeilplank worden gevaren.
### Paragraaf . Voorschriften voor stilliggen
@ -283,7 +323,7 @@ b. buiten het vaarwater op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppe
**1.**
Het is verboden te ankeren in het vaarwater, uitgezonderd op de reden en in de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken.
Het is verboden te ankeren in het vaarwater, uitgezonderd op de reden en in de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken. Dit verbod geldt niet voor beperkt manoeuvreerbare schepen als bedoeld in Voorschrift 3, onderdeel g (i) en (ii), van de Internationale Bepalingen.
Buiten het vaarwater is het verboden te ankeren in de volgende wateroppervlakken:
@ -294,11 +334,9 @@ d. vóór haveningangen, aanlegplaatsen en uitwateringssluizen.
**2.** Het slepen van het anker is verboden. In het gebied van de in het eerste lid, onderdeel *b*, genoemde wateroppervlakken is ook het gebruik van het anker voor manoeuvreerdoeleinden verboden.
**3.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op schepen als bedoeld in Voorschrift 3, onderdeel *g* (i) en (ii), van de Internationale Bepalingen.
**3.** Het is verboden dat schepen op reden ankeren met het oog op een ander doel dan waarvoor de rede bestemd is. De voorwaarden worden door de bevoegde autoriteit vastgesteld.
**4.** Het is verboden dat schepen op reden ankeren met het oog op een ander doel dan waarvoor de rede bestemd is. De voorwaarden worden door de bevoegde autoriteit vastgesteld.
**5.** Op een in de nabijheid van het vaarwater of op een rede ten anker liggend schip of een schip en een voorwerp, als bedoeld in Voorschrift 24, onderdeel *g*, van de Internationale Bepalingen, alsmede op schepen waarop krachtens het bepaalde in het vierde lid het verbod tot ankeren niet van toepassing is, wordt permanent ankerwacht gelopen. Dit voorschrift geldt niet voor schepen met een lengte van minder dan 12 meter op de krachtens het bepaalde in artikel 6, derde lid, vastgestelde wateroppervlakken.
**4.** Op een in de nabijheid van het vaarwater of op een rede ten anker liggend schip of een schip en een voorwerp, als bedoeld in Voorschrift 24, onderdeel *g*, van de Internationale Bepalingen, alsmede op schepen waarop krachtens het bepaalde in het vierde lid het verbod tot ankeren niet van toepassing is, wordt permanent ankerwacht gelopen. Dit voorschrift geldt niet voor schepen met een lengte van minder dan 12 meter op de krachtens het bepaalde in artikel 6, derde lid, vastgestelde wateroppervlakken.
### Artikel 24
@ -342,7 +380,7 @@ c. op plaatsen die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld.
**1.** Indien er gevaar voor zinken bestaat, wordt het schip indien mogelijk zo ver buiten het vaarwater gebracht, dat de scheepvaart niet wordt belemmerd. Na een aanvaring is de gezagvoerder van een daarbij betrokken, drijvend gebleven schip daartoe ook verplicht.
**2.** Indien de voor de scheepvaart vereiste toestand van de waterweg of de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer door in de waterweg stuurloos ronddrijvende, vastgevaren, gestrande of gezonken schepen, drijvende inrichtingen, alsmede schepen of voorwerpen, als bedoeld in Voorschrift 24, onderdeel *g*, van de Internationale Bepalingen, of door andere drijvende of aan de grond geraakte voorwerpen in gevaar worden gebracht, wordt de radarcentrale aan de Knock onverwijld ingelicht.
**2.** Indien de voor de scheepvaart vereiste toestand van de waterweg of de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer door in de waterweg stuurloos ronddrijvende, vastgevaren, gestrande of gezonken schepen, drijvende inrichtingen, alsmede schepen of voorwerpen, als bedoeld in Voorschrift 24, onderdeel *g*, van de Internationale Bepalingen, of door andere drijvende of aan de grond geraakte voorwerpen in gevaar worden gebracht, wordt de verkeerscentrale aan de Knock onverwijld ingelicht.
**3.** De plaats van een gezonken schip wordt door de gezagvoerder daarvan onverwijld voorlopig gemarkeerd. Na een aanvaring is de gezagvoerder van een daarbij betrokken, drijvend gebleven schip daartoe ook verplicht. Het is verboden de reis voort te zetten zonder toestemming van de bevoegde autoriteit.
@ -363,12 +401,14 @@ d. toestellen met gloeiende of vonken verspreidende onderdelen stilgezet.
Een vergunning van de bevoegde autoriteit is vereist voor:
a. het verkeer van buitengewoon grote schepen die de door de bevoegde autoriteit vastgestelde afmetingen met betrekking tot de lengte, de breedte en de diepgang overschrijden, en van luchtkussenvaartuigen;
b. het verkeer van duwstellen en slepen, die de scheepvaart buitengewoon kunnen hinderen of waarmee de scheepvaart bijzonder rekening dient te houden, het slepen van drijvende inrichtingen, alsmede het slepen van schepen en voorwerpen, als bedoeld in Voorschrift 24, onderdeel *g*, van de Internationale Bepalingen;
c. de berging van schepen, drijvende inrichtingen en voorwerpen, voor zover afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer, en de berging niet door de bevoegde autoriteit is bevolen;
d. de beproeving en het onderzoek van de trekkracht van schepen alsmede het proefdraaien in stilliggende positie, die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer;
e. watersportevenementen op het water;
f. andere evenementen die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer.
a. het verkeer van buitengewoon grote schepen die de door de bevoegde autoriteit vastgestelde afmetingen met betrekking tot de lengte, de breedte en de diepgang overschrijden;
b. het verkeer van luchtkussenvaartuigen en snelle schepen alsmede van draagvleugelboten, hoovercrafts en katamarans, uitgezonderd pleziervaartuigen, schepen in beheer bij de Koninklijke Marine of een ander schip in beheer bij het Ministerie van Defensie, voor zover het behoort tot de organieke uitrusting van het legerkorps en van de hulp- en reddingsdiensten;
c. het verkeer van duwstellen en slepen, die de scheepvaart buitengewoon kunnen hinderen of waarmee de scheepvaart bijzonder rekening dient te houden, het slepen van drijvende inrichtingen, alsmede het slepen van schepen en voorwerpen, als bedoeld in Voorschrift 24, onderdeel g, van de Internationale Bepalingen;
d. de berging van schepen, drijvende inrichtingen en voorwerpen, voor zover afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer, en de berging niet door de bevoegde autoriteit is bevolen;
e. de beproeving en het onderzoek van de trekkracht van schepen, alsmede het proefdraaien in stilliggende positie, die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer;
f. parasailing;
g. watersportevenementen op het water;
h. andere evenementen die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer.
**2.** De vergunning wordt tijdig aangevraagd.
@ -396,6 +436,8 @@ i. naam van de reder of diens gemachtigde.
**4.** De krachtens het bepaalde in het eerste en het tweede lid voorgeschreven meldingen geschieden door de gezagvoerder van het schip, door de reder of hun gemachtigde bij de bevoegde autoriteit. De meldingen krachtens het bepaalde in het tweede lid, eerste volzin, vinden schriftelijk plaats.
**5.** De gezagvoerder van een met een marifoon uitgerust schip is verplicht bij het in acht nemen van de voorschriften inzake het verkeersgedrag, de door de verkeerscentrale in het Duits, op verzoek in het Nederlands of Engels verstrekte verkeersinformatie, alsmede aanwijzingen en waarschuwingen te beluisteren en deze onverwijld overeenkomstig de omstandigheden in de gegeven verkeerssituatie in aanmerking te nemen. Op verzoek van de verkeerscentrale dient de gezagvoerder van het schip zich bij haar te melden en deel te nemen aan de communicatie met de verkeerscentrale.
### Artikel 30
De schepen van de openbare dienst zijn vrijgesteld van de naleving van de voorschriften van dit besluit, voor zover zulks voor de uitvoering van opdrachten van overheidswege, daarbij naar behoren rekening houdend met de openbare orde en veiligheid, dringend geboden is.
@ -458,20 +500,8 @@ Dit besluit kan worden aangehaald als Scheepvaartreglement Eemsmonding".
## Bijlage 1
Raadpleeg voor deze bijlage Stb. 1989/237.
Raadpleeg voor deze bijlage Stb. 1989/237 en Stb. 2002/299.
## Bijlage 2. Stoffenlijst van de te melden goederen bij het vervoer waarvan de schepen bijzondere gevaren opleveren (
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
Opmerkingen:
De Engelse benamingen van de stoffen staan onder de Nederlandse benamingen.
De in de IMO-Code voor gas- of chemicaliëntankers (IMO International Maritime Organization = Internationale Maritieme Organisatie) genoemde stoffen waarop de Code echter niet van toepassing is (Hoofdstuk 7), zijn door een asterisk gekenmerkt.
De niet in de IMO-Code voor gas of chemicaliëntankers genoemde stoffen zijn door twee asterisken gekenmerkt.
Vervallen