From cb4b12e21b5839edd48646800ae83cbca949ad8a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-01-01 | BWBR0006746 | Voertuigreglement --- amvb/voertuigreglement/BWBR0006746/README.md | 38 ++++++++++++++------ 1 file changed, 27 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/amvb/voertuigreglement/BWBR0006746/README.md b/amvb/voertuigreglement/BWBR0006746/README.md index 2024b1f072e..64910b74055 100644 --- a/amvb/voertuigreglement/BWBR0006746/README.md +++ b/amvb/voertuigreglement/BWBR0006746/README.md @@ -388,6 +388,10 @@ b. die voldoen aan artikel 2, vierde lid van richtlijn nr. 2001/92/EG van de Eur **7.** Het vijfde en het zesde lid zijn niet van toepassing op inrichtingen voor indirect zicht bestemd voor voertuigen waarvoor krachtens artikel 2.2 een goedkeuring is verleend en welke voldoen aan de krachtens dat artikel gestelde eisen. +### Artikel 1a.12 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ## Hoofdstuk 2. Toelating tot de weg ### Paragraaf 1. Categorieën toelatingskeuring @@ -1005,7 +1009,14 @@ Bedrijfsauto’s met een verbrandingsmotor moeten voor wat betreft luchtverontre **3.** Bedrijfsauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1995, moeten zijn voorzien van een inrichting om achteruit te rijden. -**4.** Bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 12 000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik zijn genomen, alsmede bussen met een toegestane maximum massa van meer dan 10 000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een snelheidsbegrenzer die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 92/6/EEG en in richtlijn 92/24/EEG. +**4.** + +De volgende categorieën motorrijtuigen zijn voorzien van een snelheidsbegrenzer die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 92/6/EEG en in richtlijn 92/24/EEG: + +a. bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg, doch niet meer dan 12.000 kg, die na 31 december 2004 in gebruik zijn genomen; +b. bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik zijn genomen; +c. bussen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 10.000 kg, die na 31 december 2004 in gebruik zijn genomen; +d. bussen met een toegestane maximum massa van meer dan 10.000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik zijn genomen. **5.** In afwijking van het vierde lid mag de snelheidsbegrenzer van een bedrijfsauto of bus, die na 31 december 1987 doch vóór 1 januari 1994 in gebruik is genomen, behoren tot een door Onze Minister goedgekeurde soort. @@ -3656,16 +3667,24 @@ e. niet meer dan 0,3% vol koolmonoxide bevatten indien het voertuig in gebruik i **1.** Bedrijfsauto’s die na 30 juni 1967 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een goed werkende snelheidsmeter, die ook bij nacht voor de bestuurder goed afleesbaar is. -**2.** Bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 12 000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik zijn genomen, alsmede bussen met een toegestane maximum massa van meer dan 10 000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van een snelheidsbegrenzer. +**2.** + +De volgende categorieën motorrijtuigen zijn voorzien van een snelheidsbegrenzer: + +a. bedrijfsauto’s met een dieselmotor, met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg, doch niet meer dan 12.000 kg, die na 30 september 2001 doch voor 1 januari 2005 in gebruik zijn genomen; +b. bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg, doch niet meer dan 12.000 kg, die na 31 december 2004 in gebruik zijn genomen; +c. bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik zijn genomen; +d. bussen met een dieselmotor, met een toegestane maximum massa van niet meer dan 10.000 kg, die na 30 september 2001 doch voor 1 januari 2005 in gebruik zijn genomen; +e. bussen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 10.000 kg, die na 31 december 2004 in gebruik zijn genomen; +f. bussen met een toegestane maximum massa van meer dan 10.000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik zijn genomen. **3.** De snelheidsbegrenzer moet zijn afgesteld op: -a. een zodanige snelheid, dat de maximum snelheid van het voertuig niet meer dan 90 km/h kan bedragen, indien het een bedrijfsauto bestemd voor het vervoer van goederen betreft; -b. maximaal 100 km/h, indien het een bus betreft. - -De ingestelde snelheid moet onuitwisbaar zijn vermeld op een installatieplaatje dat op een duidelijk zichtbare plaats in de stuurcabine van het voertuig is aangebracht. +a. een zodanige snelheid, dat de maximumsnelheid van bedrijfsauto’s, niet zijnde bussen, niet meer dan 90 km/h kan bedragen; +b. een zodanige snelheid, dat de maximumsnelheid van bussen niet meer dan 100 km/h kan bedragen; +c. maximaal 100 km/h, indien het een bus betreft met een maximum massa van meer dan 10.000 kg, die voor 1 januari 2005 in gebruik is genomen. **4.** De snelheidsbegrenzer en de voor het functioneren noodzakelijke aansluitingen moeten met behulp van een verzegeling of door de noodzaak om speciale gereedschappen te gebruiken zijn beschermd tegen niet-toegestane bijstelling of onderbreking van de stroomvoorziening. @@ -9865,12 +9884,9 @@ e. reminrichting. **1.** -Indien een snelheidsbegrenzer wordt aangebracht in een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 12 000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik is genomen, dan wel in een bus met een toegestane maximum massa van meer dan 10 000 kg, die na 31 december 1987 in gebruik is genomen, moet: +Indien een snelheidsbegrenzer wordt aangebracht in een motorrijtuig uit een van de categorieën, genoemd in artikel 5.3.15, tweede lid, moet: -a. het voertuig voldoen aan de in de hoofdstukken 3 en 5 opgenomen eisen omtrent: - -1°. algemeen, -2°. krachtoverbrenging, en +a. het motorrijtuig voldoen aan de in de hoofdstukken 3 en 5 opgenomen algemene eisen en de eisen omtrent krachtoverbrenging; b. het aanbrengen, het afstellen en het verzegelen plaatsvinden door een door de Dienst Wegverkeer ingevolge artikel 101 van de wet erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, op een door Onze Minister bepaalde wijze. **2.** Het eerste lid, onderdeel *b*, is tevens van toepassing indien niet langer wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.3.15, vierde lid.