2004-07-07 | BWBR0011982 | Besluit personenvervoer 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2004-07-07 12:00:00 +00:00
parent 7eb73878c2
commit cb8a6e0f56

View file

@ -69,32 +69,51 @@ De artikelen 41 tot en met 43, 45, eerste lid, onderdeel a, 46, 47, tweede lid,
**1.**
De artikelen 4, tweede lid, 5 tot en met 9, 11 tot en met 14, eerste lid, 70 tot en met 77, 79, 81, met uitzondering van onderdeel b, 82, 87, 88, eerste lid, 89 tot en met 93, 97 tot en met 99, 101 en 103 tot en met 106 van de wet en de artikelen 12 tot en met 23, 26, 28 tot en met 30, tweede en vierde lid, hoofdstuk 4 met uitzondering van de artikelen 41, 42, 43 en 50, hoofdstuk 5 met uitzondering van de artikelen 61, 63, 78 tot en met 81, 118, 120, 121, 124 en 126 van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer per auto dat niet volgens een dienstregeling wordt verricht:
De artikelen 4, tweede lid, 5 tot en met 9, 11 tot en met 14, 70 tot en met 77, 79, 81, met uitzondering van onderdeel b, 82, 87, 88, eerste lid, 89 tot en met 93, 97 tot en met 99, 101 en 103 tot en met 106 van de wet en de artikelen 12 tot en met 23, 26, 28 tot en met 30, tweede en vierde lid, hoofdstuk 4 met uitzondering van de artikelen 41, 42, 43 en 50, hoofdstuk 5 met uitzondering van de artikelen 61 en 63, hoofdstuk 6 met uitzondering van de artikelen 73 en 74, 118, 120, 121, 124, 126 en 127, eerste lid, onderdelen d en e van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer per auto dat niet volgens een dienstregeling wordt verricht:
a. krachtens een door een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de wet, met een vervoerder gesloten overeenkomst, welke tot stand is gekomen na een aanbestedingsprocedure krachtens de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen voor het plaatsen van opdrachten voor dienstverlening,
b. op afroep van reizigers, voorzover dat vervoer binnen een door de vervoerder bepaalde tijd vooraf bij hem is besteld en
c. in de plaats van een opgeheven of in aanvulling op een bestaande openbaar vervoervoorziening.
**2.** Het vervoer, bedoeld in het eerste lid, is vervoer als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet dat door een gemeentelijk vervoerbedrijf mag worden verricht.
**2.**
De artikelen 27, 28, 31, 32 en 44 van de wet en de artikelen 31 tot en met 34 van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op vervoer als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat wordt gelezen voor:
a. concessie: in artikel 6, eerste lid, van het besluit bedoelde overeenkomst;
b. concessiehouder: vervoerder;
c. aan de concessie te verbinden voorschriften: in de overeenkomst te regelen onderwerpen;
d. concessiegebied: gebied waarvoor de overeenkomst is gesloten;
e. dienstregeling: dienstkenmerken, zijnde het gebied waarbinnen en de tijdstippen waartussen vervoer wordt verricht, de vooraanmeldingstijd en de ophaal- of aankomstmarge.
**3.** Het vervoer, bedoeld in het eerste lid, is vervoer als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet dat door een gemeentelijk vervoerbedrijf mag worden verricht.
### Artikel 7
**1.**
De artikelen 12, 13, 14, eerste lid, 70 tot en met 77, 79, 81, met uitzondering van onderdeel b, 82, 87, 88, eerste lid, 89 tot en met 93, 97, 98, 101, 102, 105 en 106 van de wet, en de artikelen 10 en 11, hoofdstuk 4 met uitzondering van de artikelen 41, 42, 43 en 50, en hoofdstuk 5 met uitzondering van de artikelen 61 en 63, van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per passagiersschip dat wordt verricht:
De artikelen 12, 13, 14, 70 tot en met 77, 79, 81, met uitzondering van onderdeel b, 82, 87, 88, eerste lid, 89 tot en met 93, 97, 98, 101, 102, 105 en 106 van de wet, en de artikelen 10 en 11, hoofdstuk 4 met uitzondering van de artikelen 41, 42, 43 en 50, en hoofdstuk 5 met uitzondering van de artikelen 61 en 63, van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per passagiersschip dat wordt verricht:
a. krachtens een door een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20 van de wet met een vervoerder gesloten overeenkomst voor ten hoogste zes jaar of voor een langere duur, voor zover Onze Minister met die duur heeft ingestemd op grond van aanzienlijke investeringen door de vervoerder in voor het te verrichten vervoer noodzakelijke materieel, en
b. waarbij de overeenkomst tot stand is gekomen na een procedure van aanbesteding voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening krachtens de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen voor het plaatsen van opdrachten voor dienstverlening.
**2.**
De artikelen 27, 28, 31, 32 en 44 van de wet en de artikelen 31 tot en met 34 van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op vervoer als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat wordt gelezen voor:
a. concessie: in artikel 7, eerste lid, van het besluit bedoelde overeenkomst;
b. concessiehouder: vervoerder;
c. aan de concessie te verbinden voorschriften: in de overeenkomst te regelen onderwerpen;
d. concessiegebied: gebied waarvoor de overeenkomst is gesloten.
**3.**
Dit artikel is niet van toepassing op vervoer dat wordt verricht met passagiersschepen:
a. met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van minder dan 30 kilometer per uur,
b. die zijn bestemd voor het vervoer van voertuigen op meer dan twee wielen of
b. die zijn bestemd voor het vervoer van voertuigen op meer dan twee wielen, niet zijnde een brommobiel of een gehandicaptenvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel ia, onderscheidenlijk onderdeel r van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of
c. op de Waddenzee, met inbegrip van de verbindingen met de Noordzee.
**3.** Het vervoer, bedoeld in het eerste lid, is vervoer als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet dat door een gemeentelijk vervoerbedrijf mag worden verricht.
**4.** Het vervoer, bedoeld in het eerste lid, is vervoer als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet dat door een gemeentelijk vervoerbedrijf mag worden verricht.
### Artikel 8
@ -114,6 +133,8 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 10
**1.**
Een vervoerder die openbaar vervoer verricht, verstrekt aan een exploitant van een reisinformatiesysteem op diens verzoek ten minste gegevens inzake:
a. de door de vervoerder gehanteerde dienstregeling met de geldigheidsduur daarvan,
@ -122,6 +143,17 @@ c. de wijzigingen van de dienstregeling als gevolg van geplande werkzaamheden te
d. de wijzigingen van de dienstregeling die ten minste 24 uur van tevoren bekend zijn, gerekend vanaf de eerste dienst die op een dag wordt verzorgd en
e. de door de vervoerder gehanteerde tarieven en de daarbij behorende zone-indeling.
**2.**
Een vervoerder die vervoer verricht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, verstrekt aan de exploitant van een reisinformatiesysteem op diens verzoek ten minste gegevens inzake:
a. het gebied waarbinnen en de tijdstippen waartussen vervoer wordt verricht;
b. het telefoonnummer voor het bestellen van de ritten;
c. de vooraanmeldingstijd;
d. de ophaal- of aankomstmarge;
e. de door de vervoerder gehanteerde tarieven en de daarbij behorende zone-indeling;
f. de mate van toegankelijkheid van het vervoer voor reizigers met een handicap.
### Artikel 11
**1.** Onze Minister kan ambtshalve of op aanvraag een exploitant van een reisinformatiesysteem met een landelijk bereik aanwijzen als bedoeld in artikel 14 van de wet, indien niet meer voorzien kan worden in ten minste één doelmatig en voor de reiziger toegankelijk reisinformatiesysteem met een landelijk bereik.
@ -252,7 +284,7 @@ Het is verboden een bewerkt vergunningbewijs te gebruiken.
**1.** De vervoerder voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, indien hij een met het oog op een vergunning voor collectief personenvervoer, taxivervoer of openbaar vervoer per trein verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële gegevens heeft overgelegd die niet ouder is dan twee maanden.
**2.** De vervoerder wiens land van oorsprong of herkomst een andere lidstaat is dan Nederland, dan wel een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, indien hij een document of verklaring heeft overgelegd die in die staat is afgegeven overeenkomstig artikel 3, derde lid, van richtlijn nr. 96/26/EG, die niet ouder is dan twee maanden.
**2.** De vervoerder wiens land van oorsprong of herkomst een andere lidstaat is dan Nederland, dan wel een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, indien hij een document of verklaring heeft overgelegd die in die staat is afgegeven overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van richtlijn nr. 96/26/EG, die niet ouder is dan twee maanden.
### Artikel 23
@ -287,17 +319,13 @@ c. tegen de vervoerder binnen een aaneengesloten periode van vijf jaar onherroep
### Artikel 25
**1.** De vervoerder voldoet aan de eis van kredietwaardigheid indien hij een bewijs van kredietwaardigheid overlegt dat, behoudens het vijfde en zesde lid, na onderzoek wordt afgegeven door Onze Minister en dat niet ouder is dan twee maanden.
**1.** Ter voldoening aan de eis van kredietwaardigheid dient de vervoerder minimaal te beschikken over een bedrijfskapitaal van € 36 302,42 vermeerderd met € 4 991,58 voor iedere auto, bus, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig, met dien verstande dat het gehele bedrijfskapitaal ten minste € 45 378,02 bedraagt.
**2.** Onze Minister neemt een aanvraag om verlening van een bewijs van kredietwaardigheid in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.
**2.** Omtrent het voldoen aan de in het eerste lid genoemde eis van kredietwaardigheid stelt Onze Minister een onderzoek in aan de hand van de criteria, bedoeld in artikel 3, derde lid, van richtlijn nr. 96/26/EG.
**3.** Onze Minister stelt het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, in aan de hand van de criteria, bedoeld in artikel 3, derde lid, van richtlijn nr. 96/26/EG.
**3.** Indien de vervoerder een dienst of bedrijf van een gemeente is, overlegt Onze Minister met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de vaststelling van het voldoen aan de eis van kredietwaardigheid.
**4.** Onze Minister geeft het bewijs van kredietwaardigheid af aan de vervoerder die minimaal beschikt over een bedrijfskapitaal van € 36 302,42 vermeerderd met € 4 991,58 voor elke auto, bus, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig, met dien verstande dat het gehele bedrijfskapitaal ten minste € 45 378,02 bedraagt.
**5.** Indien de vervoerder een dienst of bedrijf van een gemeente is, geeft Onze Minister na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een bewijs van kredietwaardigheid af.
**6.** De vervoerder die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht en wiens land van oorsprong of herkomst een andere lidstaat is dan Nederland, dan wel een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van kredietwaardigheid, indien hij een verklaring overlegt die overeenkomstig artikel 3, derde lid, van richtlijn nr. 96/26/EG, in die staat is afgegeven en die niet ouder is dan twee maanden.
**4.** De vervoerder die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht en wiens land van oorsprong of herkomst een andere lidstaat is dan Nederland, dan wel een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van kredietwaardigheid, indien hij een verklaring overlegt die overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van richtlijn nr. 96/26/EG, in die staat is afgegeven en die niet ouder is dan twee maanden.
### Paragraaf 6. Eis van vakbekwaamheid
@ -355,11 +383,11 @@ b. een voor het beroep van vervoerder die taxivervoer verricht afgegeven EG-verk
### Artikel 30
**1.** De vervoerder die openbaar vervoer, anders dan per trein, of besloten busvervoer verricht, overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 22, eerste lid, een bewijs van kredietwaardigheid als bedoeld in artikel 25, eerste of vierde lid, en toont aan dat hij voldoet aan de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 27, eerste lid.
**1.** De vervoerder die openbaar vervoer, anders dan per trein, of besloten busvervoer verricht, overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 22, eerste lid, en toont aan dat hij voldoet aan de eis van kredietwaardigheid als bedoeld in artikel 25 en de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 27, eerste lid.
**2.** De vervoerder die taxivervoer verricht overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 22, eerste lid, en toont aan dat hij voldoet aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 28, tweede lid.
**2.** De vervoerder die taxivervoer verricht overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 22, eerste lid, en toont aan dat hij voldoet aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 28, eerste lid.
**3.** Onze Minister kan de vervoerder, bedoeld in het eerste lid, ten hoogste een jaar uitstel verlenen ten behoeve van het overleggen van een bewijs van kredietwaardigheid indien de vervoerder heeft aangetoond dat het op grond van de algemene bedrijfseconomische situatie van zijn onderneming aannemelijk is dat hij voor afloop van het verleende uitstel zal voldoen aan de eis van kredietwaardigheid.
**3.** Onze Minister kan de vervoerder, bedoeld in het eerste lid, ten hoogste een jaar uitstel verlenen ten behoeve van de vaststelling van het voldoen aan de eis van kredietwaardigheid indien de vervoerder heeft aangetoond dat het op grond van de algemene bedrijfseconomische situatie van zijn onderneming aannemelijk is dat hij voor afloop van het verleende uitstel zal voldoen aan de eis van kredietwaardigheid.
**4.** Indien Onze Minister vermoedt dat een persoon als bedoeld in artikel 21 niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, kan Onze Minister verlangen dat, in afwijking van het eerste lid, die persoon binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt.
@ -481,7 +509,7 @@ d. overige gegevens die naar het oordeel van de concessieverlener noodzakelijk z
Een model van een nationaal vervoerbewijs:
a. bevat een vermelding van de prijs van het vervoerbewijs en
b. is zodanig ingericht dat de houder van het vervoerbewijs en de in de artikelen 87, 88 en 89 van de wet bedoelde ambtenaren en personen de geldigheid van het vervoerbewijs kunnen vaststellen en
b. is zodanig ingericht dat de houder van het vervoerbewijs en de in de artikelen 87 en 89 van de wet bedoelde ambtenaren en personen de geldigheid van het vervoerbewijs kunnen vaststellen en
c. voldoet aan andere bij ministeriële regeling vastgestelde eisen.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld over eisen die aan nationale vervoerbewijzen kunnen worden gesteld, waaronder over de verkrijgbaarheid.
@ -501,8 +529,8 @@ c. voldoet aan andere bij ministeriële regeling vastgestelde eisen.
Het verbod, bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op:
a. kinderen onder geleide die de leeftijd van vier jaar nog niet hebben bereikt en voor wie geen eigen zitplaats wordt verlangd,
b. één persoon van ten minste twaalf jaar oud en één hond die een persoon begeleidt die is voorzien van een legitimatiebewijs voor gehandicapten,
c. ambtenaren en personen als bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89 van de wet, belast met toezicht en opsporing, bij de uitoefening van de hun in die artikelen opgedragen taak.
b. één persoon van ten minste twaalf jaar oud die een persoon begeleidt die is voorzien van een legitimatiebewijs voor gehandicapten,
c. ambtenaren en personen als bedoeld in de artikelen 87 en 89 van de wet, belast met toezicht en opsporing, bij de uitoefening van de hun in die artikelen opgedragen taak.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over een legitimatiebewijs als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, alsmede over de afgifte ervan.
@ -517,7 +545,7 @@ c. ambtenaren en personen als bedoeld in de artikelen 87, 88 en 89 van de wet, b
Een vervoerprijs is verschuldigd voor het vervoer van:
a. een fiets, niet zijnde een vouwfiets, voor zover die niet door de vervoerder als handbagage is toegelaten,
b. levende dieren die niet als handbagage kunnen worden meegenomen, met uitzondering van de hond, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel b.
b. levende dieren die niet als handbagage kunnen worden meegenomen, met uitzondering van een hond die een persoon begeleidt die is voorzien van een legitimatiebewijs voor gehandicapten.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de vervoerprijs voor fietsen en levende dieren als bedoeld in het derde lid.
@ -585,7 +613,7 @@ b. van het vervoerbewijs slechts voor een gedeelte van de termijn van geldigheid
### Artikel 51
Bij intrekking van een vervoerbewijs of gedeelte van een vervoerbewijs geven de in de artikelen 87, 88 en 89 van de wet bedoelde ambtenaren en personen daarvan een bewijs af aan de reiziger.
Bij intrekking van een vervoerbewijs of gedeelte van een vervoerbewijs geven de in de artikelen 87 en 89 van de wet bedoelde ambtenaren en personen daarvan een bewijs af aan de reiziger.
### Paragraaf 3. Bepalingen over verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang
@ -764,7 +792,7 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de gegeven
**1.**
Onze Minister kan bij wijze van experiment voor ten hoogste zes concessieverleners afwijken van de artikelen 66 en 77, en toepassing geven aan artikel 81, onderdeel a, van de wet, indien:
Onze Minister kan bij wijze van experiment voor ten hoogste zes concessieverleners afwijken van de artikelen 61 en 77, en toepassing geven aan artikel 81, onderdeel a, van de wet, indien:
a. door de concessieverlener voor 1 januari 2002 voor ten minste 35% van de omzet van het openbaar vervoer een of meer concessies zijn verleend na een procedure van aanbesteding,
b. door de concessieverlener voor 1 januari 2005 een of meer concessies zijn verleend na een procedure van aanbesteding voor het gehele openbaar vervoer, of
@ -852,7 +880,7 @@ Met het oog op de herkenbaarheid en toegankelijkheid van het vervoer van persone
### Artikel 80
**1.** Het is verboden openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer met een bus of auto te verrichten indien op het kentekenbewijs een aanduiding als bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ontbreekt.
**1.** Het is verboden openbaar vervoer met een bus of besloten busvervoer te verrichten indien op het kentekenbewijs een aanduiding als bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ontbreekt. Het is verboden taxivervoer of openbaar vervoer met een auto te verrichten indien op het kentekenbewijs een aanduiding als bedoeld in artikel 29, derde lid juncto artikel 28, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ontbreekt.
**2.** Een keuringsbewijs als bedoeld in artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994, dat is afgegeven voor het verrichten van openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer met een bus of auto, verliest zijn geldigheid indien hieruit niet blijkt dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
@ -917,24 +945,28 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt ve
a. *verordening (EEG) nr. 684/92*: verordening (EEG) nr. 684/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 maart 1992 houdende gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen (PbEG 1992 L 74),
b. *verordening (EG) nr. 2121/98*: verordening (EG) nr. 2121/98 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 oktober 1998 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordeningen van de Raad (EEG) nr. 684/92 en (EG) nr. 12/98 aangaande de documenten voor het personenvervoer met touringcars en autobussen (PbEG L 268),
c. *ASOR*: Overeenkomst betreffende internationaal ongeregeld personenvervoer over de weg met autobussen als bedoeld in Besluit 82/505/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen houdende afsluiting van deze overeenkomst (PbEG L 230),
d. *Beneluxbeschikking*: Beschikking van het Comité van Ministers van 20 december 1994 M(94)7, houdende de vaststelling van additionele bepalingen inzake het reizigersvervoer met touringcars en met autobussen op het grondgebied van een Beneluxstaat,
e. *derde land*: overeenkomstsluitende partij bij de ASOR, niet zijnde de Europese Gemeenschappen, een lidstaat of een staat die partij is bij de EER,
f. *ander land*: land, niet zijnde een lidstaat of een derde land,
g. *geregeld vervoer*:
d. Interbus-overeenkomst: Overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen als bedoeld in Besluit 2002/917/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002 houdende goedkeuring van deze overeenkomst (PbEG L 321),
e. *Beneluxbeschikking*: Beschikking van het Comité van Ministers van 20 december 1994 M(94)7, houdende de vaststelling van additionele bepalingen inzake het reizigersvervoer met touringcars en met autobussen op het grondgebied van een Beneluxstaat,
f. *derde land*: overeenkomstsluitende partij bij de ASOR, niet zijnde de Europese Gemeenschappen, een lidstaat dan wel een staat die partij is bij de EER of bij de Interbus-overeenkomst,
g. *ander land*: land, niet zijnde een lidstaat, land dat partij is bij de Interbus-overeenkomst of een derde land,
h. *geregeld vervoer*:
1°. in de relatie met andere lidstaten en met staten die partij zijn bij de EER: geregeld vervoer in de zin van artikel 2, eerste lid van verordening (EEG) nr. 684/92, met uitzondering van een bijzondere vorm van geregeld vervoer, voor zover dat vervoer beantwoordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1 van die verordening,
2°. in de relatie met derde landen: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de ASOR,
3°. in de relatie met andere landen: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten,
h. *een bijzondere vorm van geregeld vervoer*:
4°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Interbus-overeenkomst,
i. *een bijzondere vorm van geregeld vervoer*:
1°. in de relatie met andere lidstaten en met staten die partij zijn bij de EER: een bijzondere vorm van geregeld vervoer in de zin van artikel 2, eerste lid, punt 2, onder a tot en met c, van verordening (EEG) nr. 684/92, voor zover dat vervoer beantwoordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1, van die verordening,
2°. in de relatie met derde landen: een bijzondere vorm van geregeld vervoer in de zin van artikel 3, tweede lid, van de ASOR,
3°. in de relatie met andere landen: een bijzondere vorm van geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten,
i. *pendelvervoer*:
4°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: een bijzondere vorm van geregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Interbus-overeenkomst,
j. *pendelvervoer*:
1°. in de relatie met derde landen: pendelvervoer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de ASOR,
2°. in de relatie met andere landen: pendelvervoer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de ASOR, tenzij anders bepaald in de met deze landen gesloten overeenkomsten,
j. *ongeregeld vervoer*:
3°. in de relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: pendelvervoer als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Interbus-overeenkomst,
k. *ongeregeld vervoer*:
1°. in de relatie met andere Beneluxlanden: ongeregeld vervoer in de zin van artikel 4 van de Beneluxbeschikking,
2°. in de relatie met andere lidstaten en met staten die partij zijn bij de EER: ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 2, derde lid, van verordening (EEG) nr. 684/92, voor zover dat voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1 van die verordening,
@ -944,7 +976,8 @@ j. *ongeregeld vervoer*:
het vervoer in gesloten rondritten, daaronder begrepen vervoer met hetzelfde voertuig dat dezelfde groep reizigers over het gehele traject vervoert en naar de plaats van vertrek terugbrengt,
het vervoer waarbij de heenreis met en de terugreis zonder reizigers plaatsvindt,
alle andere vormen van vervoer.
k. vervoer voor eigen rekening: vervoer voor eigen rekening als bedoeld in artikel 4.
5°. in relatie met landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst: ongeregeld internationaal vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Interbusovereenkomst,
l. vervoer voor eigen rekening: vervoer voor eigen rekening als bedoeld in artikel 4.
### Paragraaf 2. Algemene bepalingen
@ -956,9 +989,9 @@ Op vervoer van personen dat in Nederland wordt verricht door een vervoerder die
**1.** Onze Minister beslist op een aanvraag om een vergunning, een attest of een bewijs van toelating voor internationaal vervoer als bedoeld in dit hoofdstuk. Hij kan ambtshalve of op verzoek de vergunning, het attest of het bewijs van toelating vernieuwen, wijzigen of intrekken. De vergunning kan tevens ambtshalve worden geschorst.
**2.** Reisbladenboekjes als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van verordening (EEG) nr. 684/92 en artikel 7, eerste lid, van de ASOR, worden voor Nederland afgegeven door Onze Minister.
**2.** Reisbladenboekjes als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van verordening (EEG) nr. 684/92 en artikel 7, eerste lid, van de ASOR, alsmede in artikel 11 van de Interbus-overeenkomst worden voor Nederland afgegeven door Onze Minister.
**3.** Een kopie van het reisblad als bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 2121/98 en in artikel 13 van de ASOR, wordt op het hoofdkantoor van de desbetreffende vervoerder tenminste twee jaar bewaard.
**3.** Een kopie van het reisblad als bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 2121/98 en in artikel 13 van de ASOR, alsmede in artikel 13 van de Interbus-overeenkomst wordt op het hoofdkantoor van de desbetreffende vervoerder tenminste twee jaar bewaard.
### Artikel 92
@ -972,7 +1005,7 @@ Het is verboden een bewerkt gewaarmerkt afschrift van een vergunning te gebruike
Hoofdstuk 2, paragrafen 1, 2 en 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening, wijziging of intrekking van vergunningen en documenten als bedoeld in dit hoofdstuk.
### Paragraaf 3. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere lidstaten
### Paragraaf 3. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar andere lidstaten en staten die partij zijn bij de EER
### Artikel 95
@ -991,11 +1024,11 @@ b. indien het een bijzondere vorm van geregeld vervoer betreft: de overeenkomst,
**2.** Onze Minister stelt het model vast voor het vervoerverslag.
### Paragraaf 4. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen en andere landen
### Paragraaf 4. Geregeld vervoer en een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
### Artikel 98
**1.** Het is verboden geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen of andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning.
**1.** Het is verboden geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning.
**2.** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer is verleend.
@ -1007,33 +1040,33 @@ b. indien het een bijzondere vorm van geregeld vervoer betreft: de overeenkomst,
### Artikel 100
De vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen en andere landen verricht, draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
De vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen verricht, draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
a. de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
### Artikel 101
**1.** De in Nederland gevestigde vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen of andere landen verricht, verstrekt aan Onze Minister binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar van elk in dat jaar per kwartaal verricht vervoer de gegevens in een vervoerverslag.
**1.** De in Nederland gevestigde vervoerder die geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen verricht, verstrekt aan Onze Minister binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar van elk in dat jaar per kwartaal verricht vervoer de gegevens in een vervoerverslag.
**2.** Onze Minister stelt het model vast voor het vervoerverslag.
### Paragraaf 5. Pendelvervoer van en naar derde landen en andere landen
### Paragraaf 5. Pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
### Artikel 102
**1.** Het is verboden pendelvervoer van en naar derde landen en andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
**1.** Het is verboden pendelvervoer van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
**2.** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde vervoerder slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer is verleend.
### Artikel 103
De vervoerder die pendelvervoer verricht van en naar derde landen of andere landen, draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
De vervoerder die pendelvervoer verricht van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen, draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
a. de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of het door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
### Paragraaf 6. Ongeregeld vervoer met bussen uit lidstaten, derde landen en andere landen
### Paragraaf 6. Ongeregeld vervoer met bussen uit lidstaten, derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst en andere landen
### Artikel 104
@ -1043,9 +1076,13 @@ b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het v
**3.** Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in derde landen, ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de ASOR.
**4.** Het is verboden met bussen die blijkens het kenteken zijn ingeschreven in landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst ongeregeld vervoer te verrichten in strijd met de Interbus-overeenkomst.
### Artikel 105
Het is verboden ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de ASOR, van en naar derde landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, met uitzondering van het vervoer, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van die overeenkomst.
**1.** Het is verboden ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de ASOR, van en naar derde landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, met uitzondering van het vervoer, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van die overeenkomst.
**2.** Het is verboden ongeregeld vervoer als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Interbus-overeenkomst te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning als bedoeld in artikel 15 van de Interbus-overeenkomst, met uitzondering van het vervoer bedoeld in artikel 6 van die overeenkomst.
### Artikel 106
@ -1057,11 +1094,13 @@ De in Nederland gevestigde vervoerder die ongeregeld vervoer als bedoeld in deze
### Artikel 108
De vervoerder die ongeregeld vervoer verricht met bussen van en naar lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER of derde landen, draagt zorg dat in de bus waarmee het vervoer wordt verricht aanwezig is:
De vervoerder die ongeregeld vervoer verricht met bussen van en naar lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER of de Interbus-overeenkomst dan wel derde landen, draagt zorg dat in de bus waarmee het vervoer wordt verricht aanwezig is:
a. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 2, derde lid, punt 1, eerste alinea van verordening (EEG) nr. 684/92 van en naar lidstaten dan wel staten die partij zijn bij de EER: het reisblad en het gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning,
b. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van de ASOR van en naar derde landen en het wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: het reisblad en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer,
c. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de ASOR van en naar derde landen en het wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: een gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
c. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de ASOR van en naar derde landen en het wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: een gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer,
d. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 6 van de Interbus-overeenkomst van en naar landen die partij zijn bij die overeenkomst en het vervoer wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: het reisblad en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer,
e. indien het betreft vervoer als bedoeld in artikel 7 van de Interbus-overeenkomst van en naar landen die partij zijn bij die overeenkomst en het vervoer wordt verricht door een in Nederland gevestigde vervoerder: een gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer.
### Artikel 109
@ -1089,13 +1128,13 @@ b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het v
### Artikel 113
**1.** Het is verboden vervoer voor eigen rekening van en naar derde landen of andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
**1.** Het is verboden vervoer voor eigen rekening van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning, tenzij met een land is overeengekomen dat geen vergunning is vereist.
**2.** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aan de in Nederland gevestigde ondernemer slechts verleend indien hem een vergunning voor collectief personenvervoer als bedoeld in artikel 4 van de wet is verleend.
### Artikel 114
De vervoerder die vervoer voor eigen rekening verricht van en naar derde landen of andere landen draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
De vervoerder die vervoer voor eigen rekening verricht van en naar derde landen, landen die partij zijn bij de Interbus-overeenkomst of andere landen draagt zorg dat in de bus waarmee dat vervoer wordt verricht aanwezig is:
a. de vergunning krachtens welke het vervoer wordt verricht of een door Onze Minister gewaarmerkt afschrift van deze vergunning,
b. indien het vervoer door een in Nederland gevestigde vervoerder betreft: het vergunningbewijs voor collectief personenvervoer, behorende bij een vergunning voor collectief personenvervoer als bedoeld in artikel 4 van de wet.