2004-03-23 | BWBR0006509 | Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
This commit is contained in:
parent
1ffe6a52ad
commit
cc0152acd6
1 changed files with 255 additions and 121 deletions
|
|
@ -28,7 +28,8 @@ g. levensverzekeraar: ieder die het levensverzekeringsbedrijf uitoefent;
|
|||
h. verzekeraar: schadeverzekeraar of levensverzekeraar;
|
||||
i. de Unie: de Europese Unie;
|
||||
j. lid-staat: een staat die lid is van de Unie;
|
||||
k. grote risico's:
|
||||
k. lid-staat van herkomst: de lid-staat waar een verzekeraar zijn zetel heeft;
|
||||
l. grote risico's:
|
||||
|
||||
1°. de risico’s die behoren tot de branches Casco rollend spoorwegmaterieel, Luchtvaartuigcasco, Casco zee- en binnenschepen, Vervoerde zaken, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen en Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen;
|
||||
2°. de risico’s die behoren tot de branches Krediet en Borgtocht wanneer de verzekeringnemer handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en het risico daarop betrekking heeft;
|
||||
|
|
@ -39,36 +40,40 @@ k. grote risico's:
|
|||
- het gemiddeld aantal werknemers over het voorafgaande boekjaar bedraagt meer dan 250;
|
||||
|
||||
waarbij bovengenoemde vereisten, indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van een groep maatschappijen waarvan de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig de zevende richtlijn nr. 83/349/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub *g*) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (*PbEG* L 193) wordt opgesteld, worden toegepast op basis van de geconsolideerde jaarrekening en indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, bovengenoemde vereisten gelden voor de deelnemers in het samenwerkingsverband gezamenlijk;
|
||||
l. vestiging: zetel of bijkantoor van een verzekeraar op het grondgebied van een staat;
|
||||
m. zetel: plaats waar de verzekeraar overeenkomstig zijn statuten zijn zetel heeft;
|
||||
n. bijkantoor: elke duurzame aanwezigheid, met uitzondering van de zetel, van een verzekeraar op het grondgebied van een staat, ook indien er slechts sprake is van een bureau, beheerd door eigen personeel van de verzekeraar of door een zelfstandig persoon die gemachtigd is duurzaam voor de verzekeraar op te treden;
|
||||
o. staat waar het risico is gelegen:
|
||||
m. vestiging: zetel of bijkantoor van een verzekeraar op het grondgebied van een staat;
|
||||
n. zetel: plaats waar de verzekeraar overeenkomstig zijn statuten zijn zetel heeft;
|
||||
o. bijkantoor: elke duurzame aanwezigheid, met uitzondering van de zetel, van een verzekeraar op het grondgebied van een staat, ook indien er slechts sprake is van een bureau, beheerd door eigen personeel van de verzekeraar of door een zelfstandig persoon die gemachtigd is duurzaam voor de verzekeraar op te treden;
|
||||
p. staat waar het risico is gelegen:
|
||||
|
||||
1°. de staat waar de zaken zich bevinden, wanneer de verzekering betrekking heeft hetzij op een onroerende zaak, hetzij op een onroerende zaak en op de inhoud daarvan, voor zover deze door dezelfde verzekeringsovereenkomst wordt gedekt;
|
||||
2°. de staat van registratie, wanneer de verzekering betrekking heeft op voer- of vaartuigen van om het even welke aard;
|
||||
3°. de staat waar de verzekeringnemer de overeenkomst heeft gesloten, indien het overeenkomsten betreft met een looptijd van vier maanden of minder die betrekking hebben op tijdens een reis of vakantie gelopen risico's, ongeacht de branche;
|
||||
4°. in alle andere gevallen van schadeverzekering, de staat waar de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats heeft, of, indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is, de staat waar zich de vestiging van deze rechtspersoon bevindt waarop de overeenkomst betrekking heeft;
|
||||
p. overeenkomsten van communautaire co-assurantie: overeenkomsten van directe schadeverzekering betreffende grote risico's, in co-assurantie gesloten, waarbij:
|
||||
q. overeenkomsten van communautaire co-assurantie: overeenkomsten van directe schadeverzekering betreffende grote risico's, in co-assurantie gesloten, waarbij:
|
||||
|
||||
1°. de verzekeraar die als eerste verzekeraar optreedt, zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst is aangegaan vanuit een vestiging in een andere lid-staat dan die waarin ten minste een van de overige co-assuradeuren zulks heeft gedaan; en
|
||||
2°. het risico in de Unie is gelegen;
|
||||
q. verrichten van diensten:
|
||||
r. verrichten van diensten:
|
||||
|
||||
1°. het in de uitoefening van het directe schadeverzekeringsbedrijf vanuit een in een staat gelegen vestiging verzekeren van een in een andere staat gelegen risico;
|
||||
2°. het in de uitoefening van het directe levensverzekeringsbedrijf sluiten van een overeenkomst van levensverzekering vanuit een vestiging, gelegen in een andere staat dan die waar de verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats heeft, of waar zich, indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is, de vestiging van deze rechtspersoon bevindt waarop de verzekering betrekking heeft;
|
||||
r. premie: de in geld uitgedrukte prestatie, door de verzekeringnemer verschuldigd uit hoofde van een overeenkomst van verzekering, daaronder niet begrepen de assurantiebelasting en de omslagbijdragen, bedoeld in de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998;
|
||||
s. vertegenwoordiger: degene die door een verzekeraar als zodanig is aangesteld om hem te vertegenwoordigen in een andere staat dan die van zijn zetel bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de naleving van de voorschriften die in eerstbedoelde staat voor hem gelden;
|
||||
t. acquisitie: alle handelingen, strekkende tot het voorbereiden of tot stand brengen van overeenkomsten van verzekering;
|
||||
u. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
|
||||
v. toezichthoudende autoriteit: de instantie die in enige staat bij of krachtens de wet met het toezicht op het verzekeringsbedrijf is belast;
|
||||
w. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10 procent van de stemrechten in een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming;
|
||||
x. groep: een groep als bedoeld in artikel 24*b* van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat indien een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap:
|
||||
s. premie: de in geld uitgedrukte prestatie, door de verzekeringnemer verschuldigd uit hoofde van een overeenkomst van verzekering, daaronder niet begrepen de assurantiebelasting en de omslagbijdragen, bedoeld in de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998;
|
||||
t. vertegenwoordiger: degene die door een verzekeraar als zodanig is aangesteld om hem te vertegenwoordigen in een andere staat dan die van zijn zetel bij de uitoefening van zijn bevoegdheden en bij de naleving van de voorschriften die in eerstbedoelde staat voor hem gelden;
|
||||
u. acquisitie: alle handelingen, strekkende tot het voorbereiden of tot stand brengen van overeenkomsten van verzekering;
|
||||
v. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
|
||||
w. toezichthoudende autoriteit: de instantie die in enige staat bij of krachtens de wet met het toezicht op het verzekeringsbedrijf is belast;
|
||||
x. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10 procent van de stemrechten in een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming;
|
||||
ij. groep: een groep als bedoeld in artikel 24*b* van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat indien een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap:
|
||||
|
||||
1°. via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur invloed kan uitoefenen op een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen; of
|
||||
2°. in een of meer andere rechtspersonen of vennootschappen een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24*c* van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel, voor zover het natuurlijke personen betreft, een met een deelneming overeenkomende positie,
|
||||
|
||||
die natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap tezamen met die andere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen wordt aangemerkt als groep;
|
||||
ij. opvanginstelling: een naamloze vennootschap met zetel in Nederland die uitsluitend tot doel heeft in opdracht van de Pensioen- & Verzekeringskamer een in problemen verkerende levensverzekeraar op te vangen door middel van herverzekering van de portefeuille of het overnemen van de portefeuille van de betrokken verzekeraar.
|
||||
z. opvanginstelling: een naamloze vennootschap met zetel in Nederland die uitsluitend tot doel heeft in opdracht van de Pensioen- & Verzekeringskamer een in problemen verkerende levensverzekeraar op te vangen door middel van herverzekering van de portefeuille of het overnemen van de portefeuille van de betrokken verzekeraar;
|
||||
aa. bevoegde instanties: de administratieve of rechterlijke instanties die bevoegd zijn ter zake van saneringsmaatregelen;
|
||||
bb. saneringsmaatregelen: de noodregeling, bedoeld in artikel 156, of maatregelen, genomen in een andere lid-staat dan Nederland, die enigerlei optreden van de aldaar bevoegde instanties behelzen en bestemd zijn om de financiële positie van een verzekeraar in stand te houden of te herstellen, en van dien aard zijn dat de maatregelen bestaande rechten van anderen dan de verzekeraar aantasten;
|
||||
cc. bewindvoerder: de bewindvoerder, bedoeld in artikel 156, tweede lid, of een ander persoon of orgaan, aangewezen door de bevoegde instanties in een andere lid-staat dan Nederland om de saneringsmaatregelen uit te voeren;
|
||||
dd. vordering uit hoofde van verzekering: de uit een overeenkomst van verzekering voortvloeiende vordering, rechtstreeks op een verzekeraar.
|
||||
|
||||
**2.** Het levensverzekeringsbedrijf verliest zijn karakter als zodanig niet, indien bij de overeenkomsten van levensverzekering naast de verplichting tot het doen van geldelijke uitkeringen verplichtingen van andere aard worden aanvaard, of bij die overeenkomsten verplichtingen worden aanvaard in verband met voorvallen waarvan het ontstaan onzeker is en die de persoon van de mens treffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -891,9 +896,11 @@ Een levensverzekeraar doet binnen twee weken na het voor de eerste maal sluiten
|
|||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
**1.** De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de vestigingen in een lid-staat aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering, worden als zodanig door de verzekeraar per lid-staat geadministreerd.
|
||||
**1.** Een verzekeraar met zetel in Nederland dekt de verplichtingen die voortvloeien uit de vorderingen, bedoeld in artikel 171, tweede lid, onderdelen b, c en d, dan wel uit de vorderingen, bedoeld in artikel 171, derde lid, onderdelen a, b en c, volledig door waarden, ten aanzien waarvan wordt voldaan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de aard en de waardering van deze waarden bedenkingen naar voren brengen, aan welke bedenkingen de verzekeraar dient tegemoet te komen.
|
||||
|
||||
**2.** In een der staten, bedoeld in artikel 72, vermeldt de verzekeraar de bedragen die de in het eerste lid bedoelde waarden per categorie, als aangegeven in de desbetreffende staat, in totaal belopen.
|
||||
**2.** De waarden die dienen tot dekking van de in het eerste lid genoemde verplichtingen moeten in toereikende mate in dezelfde muntsoort kunnen worden geïnd of te gelde gemaakt als die waarin de verplichtingen luiden. De waarden moeten in de Unie aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het bepaalde in het tweede lid. Daarbij kan tevens worden bepaald dat en in hoeverre de Pensioen- & Verzekeringskamer vrijstelling of ontheffing kan verlenen van de nadere regels. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden en zij kunnen worden ingetrokken.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Solvabiliteitsmarge
|
||||
|
||||
|
|
@ -1414,11 +1421,11 @@ Een levensverzekeraar doet binnen twee weken na het voor de eerste maal sluiten
|
|||
|
||||
**9.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat en in hoeverre vorderingen op herverzekeraars als de waarden, bedoeld in het vijfde lid, in aanmerking kunnen worden genomen. Deze waarden behoeven niet in Nederland aanwezig te zijn.
|
||||
|
||||
**10.** Artikel 67 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 95
|
||||
|
||||
**1.** De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering, worden als zodanig door de verzekeraar geadministreerd.
|
||||
|
||||
**2.** In een der staten, bedoeld in artikel 100, vermeldt de verzekeraar de bedragen die de in het eerste lid bedoelde waarden per categorie, als aangegeven in de desbetreffende staat, in totaal belopen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Solvabiliteitsmarge
|
||||
|
||||
|
|
@ -2340,6 +2347,8 @@ De vergunning van een verzekeraar waarvan de portefeuille ingevolge de bepalinge
|
|||
|
||||
### Artikel 148
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een vergunning intrekken indien de verzekeraar:
|
||||
|
||||
a. daarom verzoekt;
|
||||
|
|
@ -2349,6 +2358,10 @@ d. ernstig in gebreke blijft aan verplichtingen, hem bij of krachtens de wet in
|
|||
e. met zetel in Nederland dan wel, vanuit zijn bijkantoren in Nederland, indien hij zijn zetel buiten de Unie heeft, de bedrijfsuitoefening in de betrokken branche gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt; of
|
||||
f. binnen twaalf maanden na de verlening van de vergunning daarvan geen gebruik heeft gemaakt.
|
||||
|
||||
**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer trekt de vergunning in op het tijdstip waarop een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, aanhef en derde lid, onderdeel b, of zo spoedig mogelijk daarna, voor zover de verzekeraar onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip nog een vergunning heeft.
|
||||
|
||||
**3.** De Pensioen- & Verzekeringskamer trekt de vergunning in op het tijdstip waarop tijdens de noodregeling voor de eerste keer activa van de verzekeraar te gelde worden gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden, of zo spoedig mogelijk na bedoeld tijdstip, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, derde lid, onderdeel c, voor zover de verzekeraar onmiddellijk voorafgaand aan het voor de eerste keer te gelde maken nog een vergunning heeft. De bewindvoerder stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer in kennis van het voor de eerste keer te gelde maken van de activa, zo mogelijk voorafgaand aan het te gelde maken, of anders onverwijld daarna, tenzij de vergunning reeds is ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 149
|
||||
|
||||
**1.** Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer is belast met het toezicht, bedoeld in artikel 49, tweede lid, deelt zij, alvorens tot intrekking van een aan de betrokken verzekeraar verleende vergunning over te gaan, haar voornemen mee aan de toezichthoudende autoriteiten van de andere lid-staten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft.
|
||||
|
|
@ -2392,15 +2405,13 @@ De intrekking van de vergunning verplicht de verzekeraar het betrokken gedeelte
|
|||
|
||||
De intrekking van een vergunning door de toezichthoudende autoriteit van een andere lid-staat dan Nederland, verplicht de verzekeraar met zetel in die lid-staat de uitoefening van zijn bedrijf door middel van een bijkantoor in Nederland of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland af te wikkelen. Hij blijft daarbij onderworpen aan de bepalingen van deze wet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Noodregeling en faillissement
|
||||
## Hoofdstuk IX. Noodregeling en in andere lid-staten dan Nederland vastgestelde saneringsmaatregelen
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Unie
|
||||
|
||||
### Artikel 155
|
||||
|
||||
**1.** Een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar - eigen aangifte daaronder begrepen - wordt niet in behandeling genomen zolang de verzekeraar in het bezit is van een vergunning hem door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Op een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar wordt niet beslist dan nadat de rechter de Pensioen- & Verzekeringskamer in de gelegenheid heeft gesteld haar gevoelen daaromtrent kenbaar te maken en, indien het een verzekeraar met zetel in Nederland dan wel een verzekeraar met zetel buiten de Unie betreft, nadat alle vergunningen zijn ingetrokken.
|
||||
|
||||
**3.** De wettelijke bepalingen inzake surséance van betaling zijn op verzekeraars niet van toepassing. De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen kan niet van toepassing worden verklaard.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 156
|
||||
|
||||
|
|
@ -2408,53 +2419,95 @@ De intrekking van een vergunning door de toezichthoudende autoriteit van een and
|
|||
|
||||
Wanneer het belang der gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van een verzekeraar een bijzondere voorziening vordert, kan de rechtbank binnen welker rechtsgebied de verzekeraar zijn woonplaats heeft, op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer de noodregeling uitspreken. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt onder verzekeraar verstaan:
|
||||
|
||||
a. de verzekeraar die in het bezit is van een vergunning hem door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleend dan wel, indien hij zijn zetel in een andere lid-staat heeft, van een daarmee overeenkomende vergunning hem door de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat verleend; en
|
||||
a. de verzekeraar die in het bezit is van een vergunning hem door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleend;
|
||||
b. de verzekeraar waarvan die vergunning is ingetrokken of vervallen;
|
||||
c. de verzekeraar die nimmer in het bezit is geweest van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleende vergunning dan wel, indien hij zijn zetel in een andere lid-staat heeft, van een daarmee overeenkomende, door de toezichthoudende autoriteit van die lid-staat verleende vergunning.
|
||||
c. de verzekeraar met zetel in Nederland of de verzekeraar met zetel buiten de Unie met een bijkantoor in Nederland die nimmer in het bezit is geweest van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleende vergunning, dan wel de verzekeraar met zetel in een andere lidstaat dan Nederland met een bijkantoor in Nederland, die nimmer in het bezit is geweest van een door de toezichthoudende autoriteit van die lidstaat verleende vergunning die overeenkomt met door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleende vergunningen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het uitspreken van de noodregeling benoemt de rechtbank één of meer bewindvoerders. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan voor de benoeming voordrachten doen.
|
||||
**2.** Bij het uitspreken van de noodregeling benoemt de rechtbank een van haar leden of van de leden van een andere rechtbank tot rechter-commissaris en benoemt zij één of meer bewindvoerders. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan voor de benoeming van de bewindvoerder of bewindvoerders voordrachten doen.
|
||||
|
||||
**3.** De rechtbank verleent aan de bewindvoerders een machtiging. De machtiging strekt zowel tot vereffening van het geheel of van een gedeelte van de portefeuille van de verzekeraar als tot overdracht van alle of van een deel van zijn rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering. Zolang nog niet blijkt dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft, strekt de machtiging mede tot vereffening van het vermogen van de onderneming van de verzekeraar.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Ten aanzien van een verzekeraar met zetel buiten Nederland heeft de machtiging betrekking op het vanuit zijn bijkantoren in Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke activa en passiva tot dat bedrijf moeten worden gerekend.
|
||||
Bij het uitspreken van de noodregeling verleent de rechtbank op verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer aan de bewindvoerders een machtiging die strekt tot:
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
a. overdracht van het geheel of van een gedeelte van de rechten en verplichtingen van de verzekeraar uit of krachtens overeenkomsten van verzekering;
|
||||
b. vereffening van het geheel of van een gedeelte van de portefeuille van de verzekeraar; of
|
||||
c. zowel overdracht als bedoeld in onderdeel a als vereffening als bedoeld in onderdeel b.
|
||||
|
||||
De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
|
||||
Zo lang nog niet blijkt dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft, strekken de machtigingen, bedoeld in onderdelen b en c, mede tot vereffening van het vermogen van de onderneming van de verzekeraar.
|
||||
|
||||
**4.** De rechtbank behandelt het verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot het uitspreken van de noodregeling met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
|
||||
|
||||
**5.** De rechtbank geeft geen beschikking als bedoeld in het eerste lid dan nadat de verzekeraar en de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn gehoord, althans behoorlijk zijn opgeroepen.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de machtiging strekt tot overdracht als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, kan op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerders de machtiging worden uitgebreid tot een machtiging die strekt tot zowel overdracht als vereffening.
|
||||
|
||||
**7.** Op een voordracht of verzoek als bedoeld in het zesde lid wordt niet beslist dan nadat de rechter de Pensioen- & Verzekeringskamer in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt met de meeste spoed haar mening kenbaar.
|
||||
|
||||
**8.** Nadat de Pensioen- & Verzekeringskamer haar mening ingevolge het zevende lid kenbaar heeft gemaakt, of, indien zij niet van de in het zevende lid bedoelde gelegenheid gebruikt heeft gemaakt, behandelt de rechtbank de voordracht of het verzoek, bedoeld in het zesde lid met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
|
||||
|
||||
**9.** Ten aanzien van een verzekeraar met zetel buiten de Unie hebben de machtigingen betrekking op het vanuit zijn bijkantoren in Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke activa en passiva tot dat bedrijf moeten worden gerekend.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt een afschrift van haar verzoekschriften als bedoeld in het eerste en derde lid en de voordracht of het verzoek, bedoeld in het zesde lid, aan de verzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
|
||||
|
||||
a. indien het een verzekeraar met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lid-staten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit zijn vestigingen in de Unie;
|
||||
b. indien het een verzekeraar met zetel in een andere lid-staat betreft, de toezichthoudende autoriteit van de lid-staat van de zetel;
|
||||
c. indien het een verzekeraar met zetel buiten de Unie betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lid-staten waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland en, indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Unie belast is met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van de betrokken verzekeraar, die toezichthoudende autoriteit.
|
||||
b. indien het een verzekeraar met zetel buiten de Unie betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lid-staten waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland en, indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Unie belast is met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van de betrokken verzekeraar, die toezichthoudende autoriteit.
|
||||
|
||||
**6.** De rechtbank behandelt het verzoek van de Pensioen- & Verzekeringskamer tot het uitspreken van de noodregeling met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken.
|
||||
Indien het een voordracht of verzoek als bedoeld in het zesde lid betreft, zendt de griffier een afschrift daarvan aan de Pensioen- & Verzekeringskamer.
|
||||
|
||||
**7.** De rechtbank kan inzage nemen of doen nemen van de zakelijke gegevens en bescheiden van de verzekeraar. Artikel 57 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**11.** De rechtbank kan inzage nemen of doen nemen van de zakelijke gegevens en bescheiden van de verzekeraar. Artikel 57 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** De rechtbank geeft geen beschikking dan nadat de verzekeraar en de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn gehoord althans behoorlijk zijn opgeroepen.
|
||||
**12.** De beschikkingen, bedoeld in het eerste en zesde lid, worden met redenen omkleed. De beschikking, houdende dat de noodregeling niet wordt uitgesproken, wordt niet op een openbare terechtzitting uitgesproken. De griffier doet van de zakelijke inhoud van de beschikking mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen, de Staatscourant, alsmede in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. In de laatstbedoelde publicatie wordt tevens vermeld dat op de noodregeling, behoudens uitzonderingen, Nederlands recht van toepassing is.
|
||||
|
||||
**9.** De beschikking van de rechtbank wordt met redenen omkleed en wordt, indien de noodregeling wordt uitgesproken, op een openbare terechtzitting uitgesproken. De griffier doet van de zakelijke inhoud van de beschikking mededeling in de *Staatscourant*.
|
||||
**13.** De griffier stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer onverwijld in kennis van de beschikkingen, bedoeld in het eerste, derde en zesde lid.
|
||||
|
||||
**10.** De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, terugwerkend tot aan het begin van de dag waarop zij is uitgesproken, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening.
|
||||
**14.** De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt, onverwijld nadat zij in kennis is gesteld van de beschikkingen, bedoeld in het eerste, derde en zesde lid, de toezichthoudende autoriteiten van alle andere lid-staten in kennis van de beschikkingen, alsmede van de mogelijke gevolgen in het desbetreffende geval.
|
||||
|
||||
**11.** De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft van de inhoud van de beschikking kennis aan de in het vijfde lid bedoelde toezichthoudende autoriteiten.
|
||||
**15.** De beschikkingen, bedoeld in het eerste, derde en zesde lid, zijn uitvoerbaar bij voorraad. De beschikking, bedoeld in het eerste lid, werkt terug tot aan het begin van de dag waarop zij is uitgesproken. De in dit lid bedoelde uitvoerbaarheid en terugwerkende kracht gelden niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening.
|
||||
|
||||
**12.** Bij de beschikking bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. Voor het verstrijken van de gestelde termijn kunnen de bewindvoerders eenmaal of meermalen verlenging van de geldigheidsduur voor ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling. Zolang bij de afloop van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, blijft de machtiging gehandhaafd.
|
||||
**16.** In afwijking van het vijftiende lid werkt de beschikking niet terug ten aanzien van een door een verzekeraar voor het tijdstip waarop de rechtbank de beschikking heeft gegeven gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een overdracht of vestiging van een pandrecht op grond daarvan, of enige uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om die overeenkomst volledig uit te voeren.
|
||||
|
||||
**13.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur.
|
||||
**17.** Het vijftiende lid kan niet aan derden worden tegengeworpen ten aanzien van een door een verzekeraar, na het tijdstip waarop de rechtbank de in het eerste lid genoemde beschikking heeft gegeven, gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of enige uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om die overeenkomst volledig uit te voeren, indien de zekerheidsnemer kan aantonen dat deze niet op de hoogte was of behoorde te zijn van de door de rechtbank gegeven beschikking.
|
||||
|
||||
**18.** Bij de beschikking, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging op ten hoogste anderhalf jaar. Indien een machtiging tot overdracht wordt uitgebreid tot een machtiging tot zowel overdracht en vereffening, bepaalt de rechtbank de duur van de machtiging tot zowel overdracht als vereffening op de resterende duur van de machtiging tot overdracht. Voor het verstrijken van de gestelde termijn kunnen de bewindvoerders eenmaal of meermalen verlenging van de geldigheidsduur voor ten hoogste anderhalf jaar verzoeken. Het verzoek wordt behandeld op dezelfde wijze als een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling. Zolang bij de afloop van de geldigheidsduur van de machtiging op een verzoek tot verlenging niet is beschikt, blijft de machtiging gehandhaafd.
|
||||
|
||||
### Artikel 156a
|
||||
|
||||
**1.** De bewindvoerders geven van de machtigingen, bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdelen b en c, onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving aan schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt tevens welke de belangrijkste gevolgen van de machtiging voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn en de rechten en verplichtingen van de schuldeiser met een vordering uit hoofde van verzekering.
|
||||
|
||||
**3.** Iedere schuldeiser kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen bij de bewindvoerders.
|
||||
|
||||
### Artikel 156b
|
||||
|
||||
**1.** De kennisgeving, bedoeld in artikel 156a, eerste lid, aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lid-staat, die een vordering uit hoofde van verzekering heeft, geschiedt in een officiële taal van die lid-staat.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving, bedoeld in artikel 156a, eerste lid, aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lid-staat, die een andere vordering heeft dan de vordering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Unie het opschrift draagt «Oproep tot indiening van schuldvorderingen. Termijnen».
|
||||
|
||||
**3.** Elke schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lid-staat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in een officiële taal van die lid-staat met een verklaring met als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering», onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering».
|
||||
|
||||
### Artikel 156c
|
||||
|
||||
Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdelen b of c:
|
||||
|
||||
a. stellen de bewindvoerders alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de noodregeling, en
|
||||
b. stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer de toezichthoudende autoriteiten van de andere lid-staten die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure.
|
||||
|
||||
### Artikel 156d
|
||||
|
||||
De rechter-commissaris houdt toezicht op de overdracht onderscheidenlijk de vereffening, bedoeld in artikel 156, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 157
|
||||
|
||||
**1.** Wanneer een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling aanhangig is tegelijk met een verzoek of vordering tot faillietverklaring, wordt de behandeling van het verzoek of de vordering tot faillietverklaring geschorst totdat op het verzoek tot het uitspreken van de noodregeling is beschikt. Indien de rechtbank de noodregeling uitspreekt, vervalt het verzoek of de vordering tot faillietverklaring van rechtswege.
|
||||
**1.** De rechtbank kan op verzoek van de bewindvoerders of ambtshalve de noodregeling beëindigen. De griffier doet van de intrekking mededeling in de *Staatscourant* alsmede in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
|
||||
**2.** Het uitspreken van de noodregeling heeft mede tot gevolg dat de verzekeraar slechts in staat van faillissement kan worden verklaard overeenkomstig artikel 169.
|
||||
**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft van het beëindigen van de noodregeling kennis aan de in artikel 156, tiende lid, bedoelde toezichthoudende autoriteiten.
|
||||
|
||||
**3.** De rechtbank kan op verzoek van de bewindvoerders of ambtshalve de noodregeling beëindigen. De griffier doet van de intrekking mededeling in de *Staatscourant*.
|
||||
**3.** De bewindvoerders kunnen een verzoek tot het beëindigen van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur.
|
||||
|
||||
**4.** De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft van het beëindigen van de noodregeling kennis aan de in artikel 156, vijfde lid, bedoelde toezichthoudende autoriteiten.
|
||||
|
||||
**5.** De bewindvoerders kunnen een verzoek tot het beëindigen van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een procureur.
|
||||
|
||||
**6.** Door de beschikking, bedoeld in het derde lid of de mededeling, bedoeld in artikel 165, vierde lid, vervallen van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge de machtiging, bedoeld in artikel 156 of de bijzondere machtiging, bedoeld in artikel 165, eerste lid, hadden verkregen.
|
||||
**4.** Door de beschikking, bedoeld in het eerste lid, en de mededeling, bedoeld in artikel 165, vierde lid, vervallen van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge de machtigingen, bedoeld in artikel 156 of de bijzondere machtiging, bedoeld in artikel 165, eerste lid, hadden verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 158
|
||||
|
||||
|
|
@ -2462,23 +2515,11 @@ Op verzoek van de bewindvoerders benoemt de rechtbank een van haar leden tot rec
|
|||
|
||||
### Artikel 159
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van de machtiging ten aanzien van een verzekeraar met zetel in een andere lid-staat dan Nederland die vanuit de bijkantoren in Nederland zowel het schadeverzekeringsbedrijf als het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, gelden voor de betrokken verzekeraar de bij of krachtens deze wet voor schadeverzekeraars onderscheidenlijk voor levensverzekeraars vastgestelde bepalingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 160
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Vanaf het begin van de dag van de uitspraak waarbij de rechtbank de machtiging verleent, mogen aan de in Nederland aanwezige waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen geen andere waarden worden toegevoegd dan de sindsdien ontvangen:
|
||||
|
||||
a. premies of de met die premies verkregen waarden, voor zover deze dienen tot dekking van die technische voorzieningen;
|
||||
b. uitkeringen uit hoofde van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 of de met die uitkeringen verkregen waarden; en
|
||||
c. overige uitkeringen in verband met verplichtingen en kosten die voortvloeien uit de gesloten overeenkomsten van verzekering.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met zetel in Nederland ten aanzien van de in Nederland aanwezige waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de bijkantoren in andere lid-staten aangegane verplichtingen.
|
||||
|
||||
**3.** De Pensioen- & Verzekeringskamer bepaalt ten aanzien van de bijkantoren van verzekeraars met zetel in een andere lid-staat, na raadpleging van de betrokken toezichthoudende autoriteit, welke waarden dienen tot dekking van de technische voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, alsmede welke de in dat lid bedoelde toegevoegde waarden zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Indien faillissement wordt uitgesproken zonder voorafgaande machtiging of later dan vier weken na de beëindiging van de machtiging, geldt het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, vanaf de dag van de faillietverklaring.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 161
|
||||
|
||||
|
|
@ -2488,7 +2529,7 @@ c. overige uitkeringen in verband met verplichtingen en kosten die voortvloeien
|
|||
|
||||
**3.** De bestuurders, de commissarissen of de vertegenwoordiger van de verzekeraar verlenen bij de uitoefening door de bewindvoerders van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden alle door hen gevraagde medewerking.
|
||||
|
||||
**4.** Indien meer dan één bewindvoerder is benoemd, is voor de geldigheid van hun handelingen toestemming van de meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank vereist. De bewindvoerder aan wie bij de machtiging, bedoeld in artikel 156, derde lid, een bepaalde werkkring is aangewezen, is binnen de grenzen daarvan zelfstandig tot handelen bevoegd.
|
||||
**4.** Indien meer dan één bewindvoerder is benoemd, is voor de geldigheid van hun handelingen toestemming van de meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de voorzieningenrechter van de rechtbank vereist. De bewindvoerder aan wie bij de machtigingen, bedoeld in artikel 156, derde lid, een bepaalde werkkring is aangewezen, is binnen de grenzen daarvan zelfstandig tot handelen bevoegd.
|
||||
|
||||
**5.** De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na deze en de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, althans behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, of aan de bewindvoerder één of meer andere bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van de bewindvoerder, de andere bewindvoerders, de Pensioen- & Verzekeringskamer of één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2500,14 +2541,14 @@ c. overige uitkeringen in verband met verplichtingen en kosten die voortvloeien
|
|||
|
||||
**9.** De bewindvoerders kunnen personen machtigen alle of een deel van de bevoegdheden uit te oefenen die zij ingevolge het eerste lid hebben. De bewindvoerders kunnen de rechtbank verzoeken een beloning voor de gemachtigden vast te stellen. De bewindvoerders doen van de naam en woonplaats van een door hen gemachtigde alsook van de intrekking van een machtiging mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**10.** Het loon van de personen, aangewezen ingevolge artikel 156, zevende lid, het loon en de verschotten van de bewindvoerders, alsmede de overige kosten van de noodregeling worden bepaald door de rechtbank en vormen een boedelschuld.
|
||||
**10.** Het loon van de personen, aangewezen ingevolge artikel 156, elfde lid, het loon en de verschotten van de bewindvoerders, alsmede de overige kosten van de noodregeling worden bepaald door de rechtbank en vormen een boedelschuld.
|
||||
|
||||
### Artikel 162
|
||||
|
||||
Ingevolge de hun verleende machtiging kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de verzekeraar is bepaald:
|
||||
|
||||
a. alle nog niet gedane stortingen op de aandelen in het geplaatste kapitaal onderscheidenlijk het waarborgkapitaal van een verzekeraar uitschrijven en innen;
|
||||
b. naheffingen opleggen en innen tot het in de statuten van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland bepaalde maximum.
|
||||
b. naheffingen opleggen en innen tot het in de statuten van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten de Unie bepaalde maximum.
|
||||
|
||||
### Artikel 163
|
||||
|
||||
|
|
@ -2532,21 +2573,29 @@ b. termijnen van huurkoop.
|
|||
|
||||
**2.** De bewindvoerders maken een staat op waaruit blijken de aard en het bedrag van de baten en schulden van de verzekeraar, de namen en woonplaatsen van de schuldeisers alsmede het bedrag der vorderingen van iedere schuldeiser. Een door de bewindvoerders gewaarmerkt afschrift van deze staat wordt ter kosteloze inzage van een ieder ter griffie van de rechtbank neergelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats, waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerders geven van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis en doen daarvan aankondiging in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. De artikelen 110 tot en met 113 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing is op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel het bijkantoor. Artikel 169, vijfde lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. Nadat de rechter-commissaris op het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, heeft beslist, geven de bewindvoerders daarvan onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis. Deze kennisgeving betreft in ieder geval tevens de gevolgen van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in de eerste volzin, de mededeling dat de vordering bij de bewindvoerders moet worden ingediend, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of goederenrechtelijk recht aanspraak wordt gemaakt. Aan schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt de kennisgeving voorts welke de belangrijkste gevolgen van de noodregeling voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn, en de rechten en verplichtingen van de verzekerde en anderen in verband met de overeenkomst van verzekering.
|
||||
|
||||
**4.** Een afschrift van de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en van de lijst van betwiste vorderingen wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering kosteloos voor een ieder ter inzage te liggen. De bewindvoerders geven alle bekende schuldeisers voor het begin van deze periode schriftelijk van de nederlegging bericht waarbij zij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegen. Voorts doen de bewindvoerders van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen.
|
||||
**4.** De bewindvoerders doen tevens aankondiging van de beschikkingen in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen, alsmede in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Vanaf de dag waarop de eerste aankondiging heeft plaatsgevonden vallen de vorderingen die bevoorrecht zijn hetzij op zekere bepaalde goederen van de verzekeraar of, indien het een bijkantoor van een verzekeraar met zetel buiten de Unie betreft, van dat bijkantoor, hetzij op al zijn goederen onderscheidenlijk de goederen die tot het bijkantoor moeten worden gerekend, onder de werking van artikel 163, eerste lid. De artikelen 110 tot en met 113 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing is op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel, indien het een verzekeraar met zetel buiten de Unie betreft, het bijkantoor. Artikel 213l, eerste lid, onderdeel e, van de Faillissementswet, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Met betrekking tot de verificatie zijn de artikelen 59, 119 tot en met 122, 123 tot en met 127, 129, 132 tot en met 137, 260, eerste lid, 261 en 262, eerste en derde lid, van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Daarbij zijn de bepalingen met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar. In afwijking van de in artikel 127, eerste lid, van de Faillissementswet genoemde termijn geldt de termijn die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de indiening van vorderingen is bepaald. De vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in artikel 156, eerste lid, worden geverifieerd voor de waarde welke zij hebben op het tijdstip waarop deze vorderingen opeisbaar worden, met dien verstande dat dit ten aanzien van vorderingen welke vallen onder de werking van artikel 165, eerste lid, slechts geldt voor zover deze bepaling niet reeds op deze vorderingen is toegepast.
|
||||
**5.** Een afschrift van de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en van de lijst van betwiste vorderingen wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering kosteloos voor een ieder ter inzage te liggen. De bewindvoerders geven alle bekende schuldeisers voor het begin van deze periode schriftelijk van de nederlegging bericht waarbij zij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegen. Voorts doen de bewindvoerders van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen.
|
||||
|
||||
**6.** De bestuurders van de verzekeraar dan wel de vertegenwoordigers van het bijkantoor wonen de verificatievergadering bij teneinde aldaar alle inlichtingen over de oorzaken van de in artikel 156, eerste lid, bedoelde toestand en de staat van de boedel te geven die hen door de rechter-commissaris worden gevraagd. De schuldeisers kunnen de rechter-commissaris verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor te vragen. De vragen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor gesteld en de door hen gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgetekend. In afwijking van het bepaalde in artikel 121, vierde lid, van de Faillissementswet levert het proces-verbaal van de verificatievergadering ten aanzien van de verbintenissen van de verzekeraar welke ingevolge artikel 165, eerste lid, worden overgedragen slechts kracht van gewijsde op voor zover de desbetreffende bedingen niet worden gewijzigd.
|
||||
**6.** Met betrekking tot de verificatie zijn de artikelen 59, 119 tot en met 122, 123 tot en met 127, 129, 132 tot en met 137, 260, eerste lid, 261 en 262, eerste en derde lid, van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Daarbij zijn de bepalingen met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar. In afwijking van de in artikel 127, eerste lid, van de Faillissementswet genoemde termijn geldt de termijn die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de indiening van vorderingen is bepaald. De vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in artikel 156, eerste lid, worden geverifieerd voor de waarde welke zij hebben op het tijdstip waarop deze vorderingen opeisbaar worden, met dien verstande dat dit ten aanzien van vorderingen welke vallen onder de werking van artikel 165, eerste lid, slechts geldt voor zover deze bepaling niet reeds op deze vorderingen is toegepast.
|
||||
|
||||
**7.** Na de verificatie van de schuldvorderingen maken de bewindvoerders een uitdelingslijst op. Zij onderwerpen die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat van ontvangsten en uitgaven, daaronder begrepen het loon van de bewindvoerders, de namen van de schuldeisers, en voorts het geverifieerde bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering. De artikelen 180, tweede lid, 181 en 182, eerste lid, van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het bepaalde in het tiende lid is artikel 233 van die wet eveneens van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**7.** De bestuurders van de verzekeraar dan wel de vertegenwoordigers van het bijkantoor wonen de verificatievergadering bij teneinde aldaar alle inlichtingen over de oorzaken van de in artikel 156, eerste lid, bedoelde toestand en de staat van de boedel te geven die hen door de rechter-commissaris worden gevraagd. De schuldeisers kunnen de rechter-commissaris verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor te vragen. De vragen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor gesteld en de door hen gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgetekend. In afwijking van het bepaalde in artikel 121, vierde lid, van de Faillissementswet levert het proces-verbaal van de verificatievergadering ten aanzien van de verbintenissen van de verzekeraar welke ingevolge artikel 165, eerste lid, worden overgedragen slechts kracht van gewijsde op voor zover de desbetreffende bedingen niet worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**8.** Bij het opmaken van de uitdelingslijst wordt met betrekking tot de vorderingen die zijn betwist of waarvan de voorrang is betwist of die voorwaardelijk zijn toegelaten een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot tenminste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.
|
||||
**8.** Na de verificatie van de schuldvorderingen maken de bewindvoerders een uitdelingslijst op. Zij onderwerpen die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat van ontvangsten en uitgaven, daaronder begrepen het loon van de bewindvoerders, de namen van de schuldeisers, en voorts het geverifieerde bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering. De artikelen 180, tweede lid, 181 en 182, eerste lid, van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het bepaalde in het elfde lid is artikel 233 van die wet eveneens van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**9.** De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. De artikelen 184 tot en met 186, 187, eerste, tweede en derde lid, 189 en 191 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de in artikel 184 van de Faillissementswet bedoelde termijn geldt de in de eerste zin van dit lid genoemde termijn. Indien ten gevolge van het krachtens artikel 184 dan wel artikel 186 van de Faillissementswet gedane verzet een verificatiegeschil ontstaat, wordt ten aanzien van de vorderingen waarop dit verzet betrekking heeft, het achtste lid van dit artikel overeenkomstig toegepast, en kan vervolgens, nadat voor zoveel nodig tevens dienovereenkomstig wijziging van de overige in de ter inzage neergelegde lijst opgenomen uitkeringsbedragen heeft plaats gehad, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, tot uitkering worden overgegaan. Indien het gedane verzet niet tot een verificatiegeschil leidt, kan met inachtneming van het bij de beschikking op het verzet bepaalde tot uitkering worden overgegaan zodra die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
**9.** Bij het opmaken van de uitdelingslijst wordt met betrekking tot de vorderingen die zijn betwist of waarvan de voorrang is betwist of die voorwaardelijk zijn toegelaten een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot tenminste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.
|
||||
|
||||
**10.** In afwijking van de laatste zin van het zevende lid kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking als bedoeld in artikel 156, eerste lid, voor zover artikel 165, eerste lid, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.
|
||||
**10.** De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen, alsmede in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. De artikelen 184 tot en met 186, 187, eerste, tweede en derde lid, 189 en 191 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de in artikel 184 van de Faillissementswet bedoelde termijn geldt de in de eerste zin van dit lid genoemde termijn. Indien ten gevolge van het krachtens artikel 184 dan wel artikel 186 van de Faillissementswet gedane verzet een verificatiegeschil ontstaat, wordt ten aanzien van de vorderingen waarop dit verzet betrekking heeft, het negende lid van dit artikel overeenkomstig toegepast, en kan vervolgens, nadat voor zoveel nodig tevens dienovereenkomstig wijziging van de overige in de ter inzage neergelegde lijst opgenomen uitkeringsbedragen heeft plaats gehad, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, tot uitkering worden overgegaan. Indien het gedane verzet niet tot een verificatiegeschil leidt, kan met inachtneming van het bij de beschikking op het verzet bepaalde tot uitkering worden overgegaan zodra die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
|
||||
**11.** In afwijking van de laatste zin van het achtste lid kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking als bedoeld in artikel 156, eerste lid, voor zover artikel 165, eerste lid, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 163b
|
||||
|
||||
**1.** De kennisgeving, bedoeld in artikel 163a, derde lid, tweede volzin, aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lid-staat, die een vordering uit hoofde van verzekering heeft, geschiedt in een officiële taal van die lid-staat.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving, bedoeld in artikel 163a, derde lid, tweede volzin, aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lid-staat, die een andere vordering heeft dan de vordering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Europese Unie het opschrift draagt: «Oproep tot indiening van schuldvorderingen. Termijnen».
|
||||
|
||||
### Artikel 164
|
||||
|
||||
|
|
@ -2586,20 +2635,20 @@ b. termijnen van huurkoop.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De rechtbank kan tegelijk met de in artikel 156 bedoelde machtiging of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot een of meer van de volgende handelingen:
|
||||
De rechtbank kan tegelijk met de in artikel 156, derde lid, bedoelde machtigingen of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot een of meer van de volgende handelingen:
|
||||
|
||||
a. wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering, van die overeenkomsten;
|
||||
b. verkorting van de duur van overeenkomsten van verzekering.
|
||||
|
||||
**2.** Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, die op overeenkomsten van levensverzekering betrekking hebben, kunnen niet tot gevolg hebben dat aan verzekeringnemers meer verplichtingen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de bijzondere machtiging zijn de artikelen 156, vierde tot en met achtste lid, negende lid, eerste volzin, en tiende tot en met twaalfde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Ten aanzien van de bijzondere machtiging is artikel 156, vierde en vijfde lid, negende tot en met elfde lid, twaalfde lid, eerste volzin, veertiende, vijftiende en achttiende lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Zodra overdracht van rechten en verplichtingen krachtens de in artikel 156 bedoelde machtiging heeft plaatsgevonden, doen de bewindvoerders van deze overdracht en, zo handelingen door hen zijn verricht krachtens de in het eerste lid bedoelde bijzondere machtiging, van deze handelingen mededeling in de *Staatscourant* en in ten minste drie door de rechtbank aan te wijzen dagbladen. De bewindvoerders kunnen, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen achten, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze publiceren.
|
||||
**4.** Zodra overdracht van rechten en verplichtingen krachtens de in artikel 156, derde lid, bedoelde machtigingen heeft plaatsgevonden, doen de bewindvoerders van deze overdracht en, zo handelingen door hen zijn verricht krachtens de in het eerste lid bedoelde bijzondere machtiging, van deze handelingen mededeling in de Staatscourant, in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen dagbladen en in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. De bewindvoerders kunnen, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering achten, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze publiceren.
|
||||
|
||||
**5.** De overdracht en de wijziging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de betrokken verzekeraars van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de *Staatscourant* waarin de publikatie is geplaatst. Op de overdracht zijn de artikelen 121, eerste tot en met derde en vijfde lid, 122, eerste en tweede lid, 123, 129, eerste tot en met derde, vijfde tot en met zevende lid, 130, eerste, tweede en achtste lid, en 131 niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft van de overdracht en de handelingen kennis aan de in artikel 156, vijfde lid, bedoelde toezichthoudende autoriteiten.
|
||||
**6.** De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft van de overdracht en de handelingen kennis aan de in artikel 156, tiende lid, bedoelde toezichthoudende autoriteiten.
|
||||
|
||||
**7.** Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, laten onverlet de uitkeringen die overeenkomstig artikel 163a zijn gedaan voor de dag van de indiening van het verzoek om de machtiging als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2611,11 +2660,11 @@ b. verkorting van de duur van overeenkomsten van verzekering.
|
|||
|
||||
### Artikel 165b
|
||||
|
||||
In geval van overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge de machtiging, bedoeld in artikel 156, derde lid, of de bijzondere machtiging, bedoeld in artikel 165, eerste lid, draagt de verzekeraar de waarden over die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor zover deze voorzieningen betrekking hebben op de verplichtingen die worden overgedragen.
|
||||
In geval van overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge de machtigingen, bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdelen a en c, of de bijzondere machtiging, bedoeld in artikel 165, eerste lid, draagt de verzekeraar de waarden over die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor zover deze voorzieningen betrekking hebben op de verplichtingen die worden overgedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 166
|
||||
|
||||
Een overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge de machtiging, bedoeld in artikel 156, derde lid, mag geen nadeel toebrengen aan de rechten van de overblijvende schuldeisers.
|
||||
Een overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge de machtigingen, bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdelen a en c, mag geen nadeel toebrengen aan de rechten van de overblijvende schuldeisers.
|
||||
|
||||
### Artikel 167
|
||||
|
||||
|
|
@ -2629,26 +2678,13 @@ Voor de toepassing van de artikelen 194, 342 en 343 van het Wetboek van Strafrec
|
|||
|
||||
**1.** De bewindvoerders dienen, de Pensioen- & Verzekeringskamer gehoord, een verzoek tot faillietverklaring in, indien blijkt dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft en het met de verleende machtiging te bereiken doel is verwezenlijkt of niet meer kan worden verwezenlijkt. De Pensioen- & Verzekeringskamer dient een verzoek tot faillietverklaring in indien geen machtiging werd verleend en geen redelijk vooruitzicht meer bestaat dat het met een machtiging te bereiken doel alsnog kan worden verwezenlijkt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de beoordeling van de omvang van het eigen vermogen van een verzekeraar met zetel buiten Nederland worden uitsluitend de activa en passiva in aanmerking genomen die moeten worden gerekend tot het vanuit zijn bijkantoren in Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf.
|
||||
**2.** Bij de beoordeling van de omvang van het eigen vermogen van een verzekeraar met zetel buiten de Unie worden uitsluitend de activa en passiva in aanmerking genomen die moeten worden gerekend tot het vanuit zijn bijkantoren in Nederland uitgeoefende verzekeringsbedrijf.
|
||||
|
||||
**3.** De bewindvoerders onderscheidenlijk de Pensioen- & Verzekeringskamer kunnen een verzoek als bedoeld in de eerste volzin onderscheidenlijk de tweede volzin van het eerste lid zonder tussenkomst van een procureur indienen. De faillietverklaring wordt uitgesproken ongeacht of de verzekeraar verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. Het bepaalde in de eerste titel en in artikel 284 van de Faillissementswet is overigens van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De Pensioen- & Verzekeringskamer geeft van het verzoek tot faillietverklaring en van de faillietverklaring kennis aan de in artikel 156, vijfde lid, bedoelde toezichthoudende autoriteiten.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De noodregeling en de machtiging houden van rechtswege op van kracht te zijn ingeval de verzekeraar in staat van faillissement wordt verklaard. Alsdan, zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na de beëindiging van de noodregeling, gelden de volgende bepalingen:
|
||||
|
||||
a. het tijdstip waarop de termijnen, in de artikelen 43 en 45 van de Faillissementswet vermeld, aanvangen, wordt berekend vanaf het tijdstip waarop de beschikking houdende machtiging uitvoerbaar is geworden;
|
||||
b. een beroep op verrekening kan in afwijking van artikel 53 van de Faillissementswet slechts worden gedaan indien de vordering en de schuldplichtigheid beide zijn ontstaan voor het tijdstip waarop de beschikking, houdende machtiging, uitvoerbaar is geworden, of voortvloeien uit een handeling voor dat tijdstip met de gefailleerde verricht;
|
||||
c. handelingen, ingevolge artikel 161 door of namens de bewindvoerders verricht gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator, terwijl boedelschulden, gedurende die tijd ontstaan, ook in het faillissement als boedelschulden zullen gelden;
|
||||
d. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de verzekeraar die in strijd met artikel 161, eerste en zesde lid, zijn aangegaan gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, dan voor zover deze daardoor is gebaat;
|
||||
e. vorderingen uit overeenkomsten van levensverzekering kunnen in afwijking van artikel 110, eerste lid, van de Faillissementswet worden ingediend door overlegging van de polis of een afschrift daarvan, zonder dat het bedrag van de vordering behoeft te worden vermeld. Voor zover de curator de vordering erkent, stelt hij de omvang daarvan vast;
|
||||
f. overigens is, voor zover niet reeds ingevolge artikel 163a tot volledige uitvoering gekomen, het bepaalde in titel I van de Faillissementswet van toepassing.
|
||||
**3.** De noodregeling en de machtiging houden van rechtswege op van kracht te zijn ingeval de verzekeraar in staat van faillissement wordt verklaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 169a
|
||||
|
||||
Indien een faillietverklaring wordt uitgesproken op verzoek van de bewindvoerders dan wel binnen vier weken na het einde van de noodregeling, geldt dat het tijdstip waarop de termijnen vermeld in de artikelen 43 en 45 van de Faillissementswet en in artikel 138, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aanvangen, wordt berekend vanaf het tijdstip waarop de noodregeling is uitgesproken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 170
|
||||
|
||||
|
|
@ -2656,47 +2692,145 @@ De bewindvoerders brengen tijdens de noodregeling telkens na verloop van drie ma
|
|||
|
||||
### Artikel 171
|
||||
|
||||
**1.** In geval van noodregeling overeenkomstig dit hoofdstuk of van faillissement van een verzekeraar met zetel in Nederland worden de boedelschulden, overeenkomstig de bepalingen van de Faillissementswet, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij mede over de in Nederland aanwezige waarden, bedoeld in artikel 67, omgeslagen, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken.
|
||||
**1.** In geval van toepassing van de noodregeling op grond van dit hoofdstuk worden de boedelschulden, overeenkomstig de bepalingen van de Faillissementswet, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij omgeslagen over ieder deel van de boedel, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken. Onder boedelschulden vallen in ieder geval de kosten van inschrijving in een openbaar register in een andere lid-staat dan Nederland.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid dienen in geval van noodregeling of van faillissement van een schadeverzekeraar met zetel in Nederland de waarden, ingevolge artikel 67 geadministreerd voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering, uitsluitend tot voldoening van de volgende vorderingen en wel in de hierna vermelde volgorde:
|
||||
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden in geval van een noodregeling van een schadeverzekeraar volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
|
||||
|
||||
a. de vorderingen van gerechtigden betreffende periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens de vanuit een vestiging in Nederland gesloten overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd, en van uitkeringen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden;
|
||||
b. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen, voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
|
||||
c. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
|
||||
d. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
|
||||
e. de vorderingen van gerechtigden betreffende niet-periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens de vanuit een vestiging in Nederland gesloten overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd;
|
||||
f. de vorderingen van gerechtigden betreffende uitkeringen ter zake van andere dan in de onderdelen *a* en *e* bedoelde schaden, ontstaan uit of krachtens de vanuit een vestiging in Nederland gesloten overeenkomsten van schadeverzekering.
|
||||
a. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd, en van uitkeringen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden;
|
||||
b. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
|
||||
c. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar bij wie zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
|
||||
d. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar is verschuldigd, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
|
||||
e. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende niet-periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd;
|
||||
f. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende uitkeringen ter zake van andere dan in de onderdelen a en e bedoelde schaden, ontstaan uit overeenkomsten van schadeverzekering;
|
||||
g. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies zijn betaald.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid dienen in geval van noodregeling of van faillissement van een levensverzekeraar met zetel in Nederland de waarden, ingevolge artikel 67 geadministreerd voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering, uitsluitend tot voldoening van de volgende vorderingen en wel in de hierna vermelde volgorde:
|
||||
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden in geval van een noodregeling van een levensverzekeraar de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
|
||||
|
||||
a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen, voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
|
||||
b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
|
||||
c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
|
||||
d. de vorderingen en rechten betreffende uitkeringen, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit overeenkomsten van levensverzekering, gesloten vanuit een vestiging in Nederland.
|
||||
c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
|
||||
d. de vorderingen uit hoofde van verzekering en rechten betreffende uitkeringen, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit overeenkomsten van levensverzekering;
|
||||
e. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies zijn betaald.
|
||||
|
||||
**4.** Onder de in het tweede lid, onderdelen *a, e* en *f*, en derde lid, onderdeel *d*, bedoelde vorderingen worden mede begrepen de vorderingen ter zake van uitkeringen krachtens lopende overeenkomsten van verzekering, ontstaan op of na de dag waarop de machtiging, bedoeld in artikel 156, is verleend dan wel, indien een faillissement wordt uitgesproken zonder voorafgaande machtiging of later dan vier weken na de beëindiging van de machtiging, op of na de dag waarop het faillissement is uitgesproken.
|
||||
**4.** Onder de vorderingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, e en f, en derde lid, onderdeel d, worden mede verstaan de vorderingen ter zake van uitkeringen krachtens lopende overeenkomsten van verzekering, ontstaan op of na de dag waarop de noodregeling is uitgesproken, alsmede de vordering tot teruggave van premies die een verzekeraar heeft ontvangen in de niet beantwoorde verwachting dat een verzekeringsovereenkomst zou worden gesloten, dan wel heeft ontvangen op grond van een verzekeringsovereenkomst die vervolgens is ontbonden of vernietigd.
|
||||
|
||||
**5.** Op de ingevolge artikel 67 geadministreerde waarden voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering zijn, behoudens vorderingen die door pand of hypotheek op deze waarden zijn gedekt, geen andere vorderingen verhaalbaar, tenzij vaststaat dat alle vorderingen, genoemd in het tweede dan wel derde lid, zullen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst zodanige vorderingen niet meer zullen ontstaan.
|
||||
**5.** Vorderingen die niet worden genoemd in het tweede en derde lid, worden eerst dan voldaan indien de vorderingen, bedoeld in het tweede en derde lid zijn voldaan en indien vaststaat dat in de toekomst zodanige vorderingen niet meer zullen ontstaan, naar evenredigheid van elke vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.
|
||||
|
||||
**6.** Ingeval de in het tweede dan wel derde lid bedoelde vorderingen niet volledig uit de ingevolge artikel 67 geadministreerde waarden voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering zijn voldaan, hebben de betrokken schuldeisers voor het overblijvende deel van hun vorderingen te zamen met de overige schuldeisers een gelijk recht om naar evenredigheid van ieders vordering uit de overige goederen te worden voldaan, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.
|
||||
**6.** De in het vijfde lid bedoelde redenen van voorrang gelden zowel voor vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in Nederland als voor soortgelijke vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in een andere lidstaat dan Nederland.
|
||||
|
||||
**7.** Het tweede tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in Nederland aanwezige waarden van een verzekeraar met zetel in Nederland, ingevolge artikel 67 geadministreerd voor de vanuit de bijkantoren in andere lid-staten aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering, zulks wat betreft de met het tweede en derde lid overeenkomende vorderingen van de crediteuren van die bijkantoren. Ten aanzien van de in de eerste volzin bedoelde vorderingen is het zesde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
### Afdeling 2. Bepalingen van internationaal privaatrecht
|
||||
|
||||
### Artikel 171a
|
||||
|
||||
**1.** Een in een andere lid-staat van herkomst dan Nederland genomen beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel wordt van rechtswege erkend.
|
||||
|
||||
**2.** De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lid-staat van herkomst.
|
||||
|
||||
### Artikel 171b
|
||||
|
||||
De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel, de saneringsmaatregel zelf en de rechtsgevolgen van de saneringsmaatregel worden beheerst door het recht van de lid-staat van herkomst, tenzij de wet anders bepaalt.
|
||||
|
||||
### Artikel 171c
|
||||
|
||||
**1.** De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lid-staat dan de lid-staat van herkomst.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:
|
||||
|
||||
a. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;
|
||||
b. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;
|
||||
c. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;
|
||||
d. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijkgesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid, dat aan derden kan worden tegengeworpen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel is de lid-staat waar een goed zich bevindt:
|
||||
|
||||
a. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lid-staat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;
|
||||
b. met betrekking tot zaken, voor zover niet vallend onder onderdeel a: de lid-staat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;
|
||||
c. met betrekking tot schuldvorderingen: de lid-staat op het grondgebied waarvan de statutaire zetel van de derde-schuldenaar is.
|
||||
|
||||
### Artikel 171d
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval de verzekeraar een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lid-staat dan de lid-staat van herkomst.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval de verzekeraar een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de saneringsmaatregel de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel gevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lid-staat dan de lid-staat van herkomst.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 171c, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 171e
|
||||
|
||||
Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de verzekeraar bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de verzekeraar op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de verzekeraar, laat de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel de bedoelde bevoegdheid onverlet.
|
||||
|
||||
### Artikel 171f
|
||||
|
||||
De artikelen 171c tot en met 171e staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.
|
||||
|
||||
### Artikel 171g
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 171h
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lid-staat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 171i
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten van de verzekeraar op een registergoed beheerst door het recht van de lid-staat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 171j
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 171b worden, onverminderd artikel 171c, de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1, onder 13, van richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141) uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid staat er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers die van die rechtshandeling het gevolg is.
|
||||
|
||||
### Artikel 171k
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 171b wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de verzekeraar na het tijdstip tot vaststelling van een saneringsmaatregel, waarmee hij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lid-staat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lid-staat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lid-staat waar de onroerende zaak is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 171l
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 171b worden de gevolgen van de saneringsmaatregel voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de verzekeraar het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lid-staat waar het rechtsgeding aanhangig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 171m
|
||||
|
||||
Artikel 171b is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:
|
||||
|
||||
a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lid-staat dan de lid-staat van herkomst; en
|
||||
b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast respectievelijk niet kan worden tegengeworpen.
|
||||
|
||||
### Artikel 171n
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de bewindvoerder uit een andere lid-staat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lid-staat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op grond van het recht van de lid-staat van herkomst personen zijn aangewezen om de bewindvoerder te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lid-staat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
|
||||
|
||||
### Artikel 171o
|
||||
|
||||
**1.** Voor het bewijs van aanwijzing van de bewindvoerder uit een andere lid-staat dan Nederland volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde instanties van de lid-staat gegeven schriftelijke verklaring.
|
||||
|
||||
**2.** De bewindvoerder uit een andere lid-staat dan Nederland toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift.
|
||||
|
||||
### Artikel 171p
|
||||
|
||||
Op verzoek van een bewindvoerder uit een andere lid-staat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een saneringsmaatregel, vastgesteld in een andere lid-staat dan Nederland door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Faillissementswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 172
|
||||
|
||||
**1.** In geval van noodregeling overeenkomstig dit hoofdstuk of van faillissement van een verzekeraar met zetel in een andere lid-staat dan Nederland worden de boedelschulden, overeenkomstig de bepalingen van de Faillissementswet, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij mede over de in Nederland aanwezige waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering omgeslagen, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken.
|
||||
**1.** Indien een verzekeraar met zetel buiten de Unie een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lid-staten, trachten zowel de rechtbank als de Pensioen- & Verzekeringskamer hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de toezichthoudende autoriteiten van die andere lid-staten.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 171, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in Nederland aanwezige waarden van de verzekeraar die dienen tot dekking van de technische voorzieningen voor de vanuit de bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van verzekering. Artikel 171, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** In het in het eerste lid bedoelde geval tracht de in Nederland benoemde bewindvoerder zijn optreden te coördineren met de bewindvoerders in de andere lid-staten waarin aan de verzekeraar een vergunning is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 173
|
||||
|
||||
**1.** In geval van noodregeling overeenkomstig dit hoofdstuk of van faillissement van een verzekeraar met zetel buiten de Unie worden de boedelschulden, overeenkomstig de bepalingen van de Faillissementswet, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij mede over de in Nederland aanwezige waarden, bedoeld in artikel 95, omgeslagen, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 171, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk X. Bijzondere bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2904,7 +3038,7 @@ c. pas na overleg met Onze Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoeld
|
|||
|
||||
### Artikel 183a
|
||||
|
||||
**1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, in afwijking van artikel 182, eerste en tweede lid, gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan een rechter-commissaris voor zover die belast is met het toezicht uit hoofde van artikel 64 van de Faillissementswet op de curator die betrokken is bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel van een verzekeraar.
|
||||
**1.** De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, in afwijking van artikel 182, eerste en tweede lid, gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak, verstrekken aan een rechter-commissaris voor zover die is belast met het toezicht uit hoofde van artikel 156d in een noodregeling indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel a, of, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel c, zo lang de bewindvoerder nog niet activa te gelde heeft gemaakt met het oogmerk deze te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2917,11 +3051,11 @@ b. indien de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van Nederlandse of buitenla
|
|||
|
||||
### Artikel 183b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
In afwijking van artikel 182 kunnen in een noodregeling gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, door de bewindvoerder worden opgenomen in de verslagen, bedoeld in artikel 170, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel b, of, indien een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 156, aanhef en derde lid, onderdeel c, activa van de verzekeraar te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden.
|
||||
|
||||
### Artikel 183c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
In afwijking van artikel 182 is artikel 183a van overeenkomstige toepassing op gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, ongeacht of de verleende machtiging een machtiging is als bedoeld in artikel 156, derde lid, aanhef en onderdeel a, b of c, en ongeacht of activa te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden.
|
||||
|
||||
### Artikel 184
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue