2009-07-23 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008
This commit is contained in:
parent
f1258fa927
commit
cc07d51090
1 changed files with 35 additions and 45 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Leidraad Invordering 2008
|
|||
bwb_id: BWBR0024096
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2008-07-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2009-07-09'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024096
|
||||
citeertitel: Leidraad Invordering 2008
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -72,7 +72,7 @@ De invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt
|
|||
|
||||
#### 1.1.5
|
||||
|
||||
De ontvanger handelt bij de invordering zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb en het Besluit Fiscaal bestuursrecht, ondanks het feit dat artikel 3:40, hoofdstuk 4, afdeling 5.2, de hoofdstukken 6 en 7, en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet.
|
||||
De ontvanger handelt bij de invordering zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb en het Besluit Fiscaal bestuursrecht, ondanks het feit dat artikel 3:40, titels 4.1 tot en met 4.3, artikel 4:125, titel 5.2, de hoofdstukken 6 en 7, en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet.
|
||||
|
||||
Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de Awb inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet, de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb).
|
||||
|
||||
|
|
@ -268,9 +268,9 @@ In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
|||
|
||||
Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de Belastingdienst.
|
||||
|
||||
Bij betaling door middel van storting van contant geld op het postkantoor, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van storting.
|
||||
Bij betaling op het postkantoor, hetzij door middel van storting van contant geld hetzij met een pinpas, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van de storting of pin-transactie.
|
||||
|
||||
Bij betaling door middel van een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling.
|
||||
Bij rechtstreekse betaling aan de Belastingdienst door middel van een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling.
|
||||
|
||||
### 7.2. De afboeking van de betaling
|
||||
|
||||
|
|
@ -396,7 +396,7 @@ In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
|||
|
||||
### 9.1. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen
|
||||
|
||||
In de gevallen waarin voor voorlopige aanslagen (bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet) die zijn gedagtekend in oktober of eerder, toepassing van de wet er toe zou leiden dat de enige of laatste betalingstermijn eindigt voor 31 december, dan wordt de vervaldag van deze termijn op 31 december gesteld. Bij afwijkende boekjaren wordt de laatste vervaldag steeds op de laatste dag van de maand gesteld.
|
||||
In de gevallen waarin voor voorlopige aanslagen (bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de wet) die zijn gedagtekend in november of eerder, toepassing van de wet er toe zou leiden dat de enige of laatste betalingstermijn eindigt voor 31 december, dan wordt de vervaldag van deze termijn op 31 december gesteld. Bij afwijkende boekjaren wordt de laatste vervaldag steeds op de laatste dag van de maand gesteld.
|
||||
|
||||
### 9.2. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven
|
||||
|
||||
|
|
@ -629,7 +629,7 @@ De betekening van een dwangbevel ten name van een fiscale eenheid omzetbelasting
|
|||
|
||||
## 14. Tenuitvoerlegging van het dwangbevel
|
||||
|
||||
In aansluiting op artikel 14 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
||||
In aansluiting op artikel 4:116 van de Awb en artikel 14 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
||||
|
||||
– de algemene regels over tenuitvoerlegging;
|
||||
– beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn;
|
||||
|
|
@ -639,13 +639,7 @@ In aansluiting op artikel 14 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
|||
|
||||
### 14.1. Tenuitvoerlegging algemeen
|
||||
|
||||
Het dwangbevel levert een executoriale titel op. Na betekening aan de belastingschuldige, kan de belastingdeurwaarder het dwangbevel met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering ten uitvoer leggen (artikel 14, eerste lid, van de wet).
|
||||
|
||||
Als het dwangbevel per post is betekend moet de belastingdeurwaarder een hernieuwd bevel tot betaling betekenen, voordat hij tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaat (artikel 14, tweede lid, van de wet).
|
||||
|
||||
Als de betekening van het hernieuwd bevel tot betaling plaatsvindt conform artikel 47 Rv – dat wil zeggen door achterlating van het bevel in een gesloten envelop of door terpostbezorging van het bevel – gaat de belastingdeurwaarder pas na twee dagen na betekening van het hernieuwde betalingsbevel over tot tenuitvoerlegging.
|
||||
|
||||
In de overige gevallen kan de belastingdeurwaarder onmiddellijk tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaan. Betekening van een hernieuwd bevel tot betaling hoeft overigens niet plaats te vinden als het dwangbevel met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet, terstond ten uitvoer kan worden gelegd (artikel 14, derde lid, van de wet).
|
||||
20091092921-07-200909-07-2009CPP2009/1047M20091092921-07-200909-07-2009CPP2009/1047M23-07-2009
|
||||
|
||||
#### 14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -824,7 +818,7 @@ Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt slechts gebrui
|
|||
– als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet volledig kan worden ingevorderd; en
|
||||
– de ontvanger na marginale toetsing niet heeft kunnen constateren dat de belastingaanslagen materieel onverschuldigd moeten worden geacht.
|
||||
|
||||
Het wegvoeren van zaken gebeurt niet dan na daartoe verkregen toestemming van de voorzitter van het managementteam van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst of zijn plaatsvervanger.
|
||||
Het wegvoeren van zaken gebeurt niet dan na daartoe verkregen toestemming van de voorzitter van het managementteam van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst waar de belastingdeurwaarder die de zaken weg wil voeren werkzaam is of zijn plaatsvervanger. Het wegvoeren van motorrijtuigen naar aanleiding van een zogenaamde Automatic Number Plate Recognition-actie, vindt slechts plaats na verkregen toestemming van de daartoe door de voorzitter van het managementteam aangewezen functionaris.
|
||||
|
||||
#### 14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken
|
||||
|
||||
|
|
@ -885,7 +879,7 @@ Opheffing van het beslag op roerende zaken als bedoeld in artikel 445 Rv wordt a
|
|||
|
||||
#### 14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken
|
||||
|
||||
De ontvanger boekt de opbrengst van de executie af met inachtneming van het bepaalde bij artikel 7 van deze leidraad.
|
||||
De ontvanger verhaalt de openstaande schuld waarvoor het beslag roerende zaken is gelegd op de executieopbrengst, inclusief de daarin begrepen omzetbelasting. Voordat de opbrengst op de openstaande schuld wordt afgeboekt, worden eerst de kosten van executie verrekend. De ontvanger boekt de opbrengst vervolgens af met inachtneming van het bepaalde bij artikel 7 van deze leidraad.
|
||||
|
||||
Als er andere schuldeisers zijn die beslag hebben gelegd of als er beperkt gerechtigden zijn van wie het recht door de executie is vervallen, dan wordt zoveel mogelijk getracht in der minne overeenstemming te bereiken over de toedeling van de netto-executieopbrengst. Als dat niet mogelijk blijkt, dan is artikel 481 Rv en volgende van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1049,15 +1043,11 @@ Er zijn in deze leidraad op artikel 15 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
|||
|
||||
## 16. Vervallen termijnen en beslag
|
||||
|
||||
In aansluiting op artikel 16 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de tenuitvoerlegging van een termijndwangbevel.
|
||||
20091092921-07-200909-07-2009CPP2009/1047M20091092921-07-200909-07-2009CPP2009/1047M23-07-2009
|
||||
|
||||
### 16.1. Tenuitvoerlegging termijndwangbevel
|
||||
|
||||
Een éénmaal ingestelde vervolging voor één of meer van de vervallen termijnen van de belastingaanslag wordt met dezelfde voortvarendheid voltooid als de eindvervolging.
|
||||
|
||||
Als echter moet worden overgegaan tot lijfsdwang voor alle tot het moment van tenuitvoerlegging vervallen termijnen, dan kunnen in die tenuitvoerlegging niet worden begrepen de termijnen die zijn vervallen na de termijn(en) waarvoor het dwangbevel is uitgevaardigd.
|
||||
|
||||
Voor die nader vervallen termijnen moet wel eerst een aanmaning worden verzonden, waarna voor die termijnen een eigen dwangbevel kan worden uitgevaardigd.
|
||||
20091092921-07-200909-07-2009CPP2009/1047M20091092921-07-200909-07-2009CPP2009/1047M23-07-2009
|
||||
|
||||
## 17. Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel
|
||||
|
||||
|
|
@ -1379,7 +1369,7 @@ In de overige gevallen zendt de ontvanger de schriftelijke mededeling door naar
|
|||
|
||||
Een verzet op de voet van artikel 456 Rv tegen de verkoop van roerende zaken schort de voortgang van de executie niet van rechtswege op.
|
||||
|
||||
Niettemin schort de ontvanger de invordering in het algemeen op en neemt hij geen onherroepelijke maatregelen, tenzij naar het oordeel van de ontvanger de verzetprocedure alleen wordt gebruikt om de invordering te traineren.
|
||||
Niettemin schort de ontvanger de invordering in het algemeen op en neemt hij geen onherroepelijke maatregelen, tenzij naar het oordeel van de ontvanger het opschorten van de invordering de belangen van de Staat schaadt.
|
||||
|
||||
#### 22.8.4. Beroepschrift ex
|
||||
|
||||
|
|
@ -1484,9 +1474,13 @@ De executie met toepassing van het bodemrecht van zaken, waarvan de ontvanger we
|
|||
|
||||
In twijfelgevallen wordt de zaak vooraf aan het oordeel van de directeur onderworpen.
|
||||
|
||||
## 22a. en
|
||||
## 22a. en artikel 23
|
||||
|
||||
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 22a en 23 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
In aansluiting op artikel 22a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het bijzondere verhaalsrecht in relatie tot autoverhuurbedrijven en leasemaatschappijen. Er zijn in deze leidraad op artikel 23 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
|
||||
### 22a.1. Autoverhuurbedrijven en leasemaatschappijen
|
||||
|
||||
Motorrijtuigen die toebehoren aan autoverhuurbedrijven of leasemaatschappijen zullen in beginsel geen voorwerp zijn van het bijzondere verhaalsrecht van artikel 22a van de wet. Dit is slechts anders als sprake is van misbruik of als de belasting die betrekking heeft op het betreffende motorrijtuig niet is betaald. In het laatste geval blijft de toepassing van het verhaalsrecht beperkt tot die belasting.
|
||||
|
||||
## 24. Verrekening
|
||||
|
||||
|
|
@ -1535,7 +1529,7 @@ Deze bekendmaking kan ook namens de ontvanger door de B/CA worden gedaan. Het ac
|
|||
|
||||
### 24.5. Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting
|
||||
|
||||
In artikel 24, tweede lid, van de wet is geregeld dat de ontvanger alle in te vorderen en uit te betalen bedragen van alle onderdelen van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting onderling kan verrekenen.
|
||||
In artikel 24, eerste lid, van de wet is geregeld dat de ontvanger alle in te vorderen en uit te betalen bedragen van alle onderdelen van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting onderling kan verrekenen.
|
||||
|
||||
Verrekening is mogelijk voor zover zowel het uit te betalen bedrag als het in te vorderen bedrag materieel zijn ontstaan gedurende het bestaan van de fiscale eenheid. Dit geldt ook als de daadwerkelijke verrekening pas plaatsvindt na verbreking van de fiscale eenheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1551,7 +1545,7 @@ Verrekeningen die plaats hebben gevonden in de periode tussen de voeging en de o
|
|||
|
||||
#### 24.6.1. Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding
|
||||
|
||||
In artikel 24, vijfde lid, van de wet is een instemmingsregeling opgenomen die verrekening uitsluit als de ontvanger instemt met cessie (artikel 3:94 BW) of stille verpanding (artikel 3:239 BW) van een uit te betalen bedrag.
|
||||
In artikel 24, vierde lid, van de wet is een instemmingsregeling opgenomen die verrekening uitsluit als de ontvanger instemt met cessie (artikel 3:94 BW) of stille verpanding (artikel 3:239 BW) van een uit te betalen bedrag.
|
||||
|
||||
Als de ontvanger niet heeft ingestemd, kan hij tot verrekening met openstaande schulden overgaan ook al is de cessie of verpanding aan hem meegedeeld. De ontvanger verrekent het uit te betalen bedrag met de belastingschulden die openstaan op het moment van formalisering van het uit te betalen bedrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2170,13 +2164,13 @@ Als de belastingschuldige naast studiefinanciering beschikt over eigen inkomsten
|
|||
|
||||
Formule 1: (P + Q) – R – S = X
|
||||
|
||||
In deze formule wordt met P aangegeven het totaal van de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs). Het totaal van de eigen inkomsten wordt aangegeven met Q. Met R wordt aangegeven het voor de kwijtschelding geldende normbudget voor levensonderhoud. Het in mindering te brengen bedrag van de daadwerkelijk ontvangen basislening wordt aangeduid met S. De uitkomst van deze berekening wordt aangegeven met X.
|
||||
In deze formule wordt met P aangegeven het totaal van de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs). Het totaal van de eigen inkomsten wordt aangegeven met Q. Met R wordt aangegeven het voor de kwijtschelding geldende normbudget voor levensonderhoud. Het in mindering te brengen bedrag van de daadwerkelijk ontvangen lening van de IB-groep wordt aangeduid met S. De uitkomst van deze berekening wordt aangegeven met X.
|
||||
|
||||
Formule 2: X + Y = T
|
||||
|
||||
In deze formule wordt met Y aangegeven het forfaitaire bedrag aan inkomsten van de betreffende student zoals bedoeld onder A of B. Het resultaat van de berekening volgens formule 1 (X) vermeerderd met Y is het inkomen (T). Dit inkomen vormt vervolgens het uitgangspunt om het netto-besteedbaar inkomen te kunnen berekenen en de betalingscapaciteit.
|
||||
|
||||
In sommige gevallen bestaat de studiefinanciering zelfs geheel uit een lening. In die situaties wordt ook uitgegaan van de vorenvermelde forfaitaire inkomsten en is hetgeen in dit artikel is vermeld van overeenkomstige toepassing.
|
||||
In sommige gevallen bestaat de studiefinanciering voor een groot deel of zelfs geheel uit een lening. In die situaties wordt ook uitgegaan van de vorenvermelde forfaitaire inkomsten en is hetgeen in dit artikel is vermeld van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### 26.2.13. Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particulieren
|
||||
|
||||
|
|
@ -2336,7 +2330,7 @@ Als de ontvanger besluit voorlopig geen invorderingsmaatregelen meer te nemen vo
|
|||
|
||||
## 27. Verjaring
|
||||
|
||||
In aansluiting op artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
||||
In aansluiting op afdeling 4.4.3.van de Awb en artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
||||
|
||||
– versnelde invordering en verjaring;
|
||||
– aansprakelijkgestelden en verjaring;
|
||||
|
|
@ -2353,9 +2347,9 @@ Als de invordering is aangevangen met toepassing van artikel 10 van de wet begin
|
|||
|
||||
Een aansprakelijkheidsschuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag ter zake waarvan aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidsvordering.
|
||||
|
||||
### 27.3. Stuiting van de verjaring
|
||||
### 27.3. Stuiting van de verjaring door betekening van een dwangbevel
|
||||
|
||||
De ontvanger stuit de verjaring door de betekening aan de belastingschuldige van een akte van vervolging. Als de betekening van een dwangbevel uitsluitend plaatsvindt om de verjaring te stuiten, dan licht de ontvanger de belastingschuldige in over het doel van de betekening. Deze betekening is kosteloos.
|
||||
Als de betekening van een dwangbevel uitsluitend plaatsvindt om de verjaring te stuiten, dan licht de ontvanger de belastingschuldige in over het doel van de betekening. Deze betekening is kosteloos.
|
||||
|
||||
Om de verjaring te stuiten kan een dwangbevel meer dan éénmaal worden betekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3468,9 +3462,7 @@ De belastingschuldige wordt ook geacht in gebreke te zijn als de belastingaansla
|
|||
|
||||
#### 49.3.3. In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’
|
||||
|
||||
Als de ontvanger aan de belastingschuldige een beschikking heeft gestuurd waarin hij toezegt geen verdere invorderingsmaatregelen tegen de belastingschuldige meer te nemen, kan een derde voor de desbetreffende belastingschuld niettemin aansprakelijk worden gesteld.
|
||||
|
||||
In dat geval is sprake van een ‘in gebreke zijn’ van de belastingschuldige als bedoeld in het eerste lid van artikel 49 van de wet.
|
||||
Als de ontvanger aan de belastingschuldige een beschikking heeft gestuurd waarin hij toezegt geen verdere invorderingsmaatregelen tegen de belastingschuldige meer te nemen, kan een derde voor de desbetreffende belastingschuld niettemin aansprakelijk worden gesteld, mits die mogelijkheid uitdrukkelijk in de beschikking is vermeld.
|
||||
|
||||
### 49.4. Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -3808,7 +3800,7 @@ Voor zover de openstaande belastingschulden het gevolg zijn van bedrijfsvoering
|
|||
|
||||
#### 73.4.4. Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige – voordat de faillissementsaanvraag in behandeling is genomen – een verzoek om kwijtschelding of een verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling van de Belastingdienst doet, dan wel een buitengerechtelijk akkoord aanbiedt (een en ander in de zin van artikel 73.6 van deze leidraad), dan zal de ontvanger de faillissementsaanvraag aanhouden dan wel intrekken om het verzoek dan wel het aanbod aan een nader oordeel te onderwerpen.
|
||||
Als de belastingschuldige – voordat de faillissementsaanvraag in behandeling is genomen – een verzoek om kwijtschelding doet, dan wel een buitengerechtelijk akkoord aanbiedt (een en ander in de zin van artikel 73.6 van deze leidraad), dan zal de ontvanger de faillissementsaanvraag aanhouden dan wel intrekken om het verzoek dan wel het aanbod aan een nader oordeel te onderwerpen.
|
||||
|
||||
Hiervan wordt afgeweken als op voorhand duidelijk is dat het verzoek dan wel het aanbod louter is gedaan om de behandeling van de faillissementsaanvraag te traineren. Er wordt ook van afgeweken als het aanbod onvoldoende past binnen het door de fiscus gehanteerde kwijtscheldingsbeleid respectievelijk het in het kwijtscheldingsbeleid opgenomen saneringsbeleid, en/of gebaseerd is op een onjuiste voorstelling van zaken. In deze gevallen wijst de ontvanger het verzoek dan wel het aanbod bij beschikking gemotiveerd af, zonder de faillissementsaanvraag in te trekken of aan te houden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4252,7 +4244,7 @@ Kosten worden in afwijking van het voorgaande altijd in rekening gebracht als sp
|
|||
– Als een derdenbeslag nooit blijkt te hebben gelegen als bedoeld in artikel 14.4.1 van deze leidraad.
|
||||
– Als zaken – die in een onroerende zaak aanwezig zijn – zowel in een beslag op roerende als in een beslag op onroerende zaken zijn begrepen omdat twijfel bestaat over de vraag of deze zaken roerend dan wel onroerend zijn en duidelijkheid is verkregen door middel van welk beslag die zaken moeten worden uitgewonnen. In dat geval zijn de kosten die verband houden met het niet voortgezette beslag niet verschuldigd.
|
||||
– Als zaken – die op of in een schip van de belastingschuldige aanwezig zijn – zowel in een beslag op het schip als in een beslag op roerende zaken zijn begrepen omdat twijfel bestaat over de vraag of deze zaken een bestanddeel vormen van het schip dan wel zelfstandige roerende zaken zijn, en duidelijkheid is verkregen door middel van welk beslag die zaken moeten worden uitgewonnen. In dat geval zijn de kosten die verband houden met het niet voortgezette beslag niet verschuldigd
|
||||
– De beslissing om de kosten terug te brengen tot het juiste bedrag dan wel de kosten terug te betalen, gebeurt ambtshalve dan wel na een daartoe ingediend verzoekschrift.
|
||||
– Als invorderingsmaatregelen worden getroffen met inachtneming van de artikelen 10 en 15 van de wet, en de belastingschuldige binnen twee werkdagen na uitreiking van het aanslagbiljet de openstaande belastingschuld betaalt.
|
||||
|
||||
### 75.7. Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -4262,11 +4254,7 @@ Van zo’n situatie kan sprake zijn als de belastingschuldige aantoont in omstan
|
|||
|
||||
### 75.8. Versnelde invordering en vervolgingskosten
|
||||
|
||||
Als invorderingsmaatregelen zijn getroffen met inachtneming van de artikelen 10 en 15 van de wet, worden de daaraan verbonden vervolgingskosten niet ten tijde van het treffen van de genoemde maatregelen in rekening gebracht, indien en voor zover de belastingschuldige op dat tijdstip nog niet in de gelegenheid is geweest om van zijn belastingschuld kennis te nemen en deze te voldoen.
|
||||
|
||||
De belastingschuldige wordt in elk geval geacht kennis te hebben genomen van zijn belastingschuld en ook in de gelegenheid te zijn geweest deze te voldoen, als na de dag waarop het aanslagbiljet aan hem of – in het geval van rechtspersonen – aan de bestuurder is uitgereikt, twee werkdagen zijn verstreken.
|
||||
|
||||
Na het verstrijken van die twee dagen stelt de belastingdeurwaarder de vervolgingskosten vast bij voor beroep vatbare beschikking. De beschikking wordt aan de belastingschuldige bekend gemaakt. In de beschikking wordt er melding van gemaakt dat de kosten dadelijk en ineens invorderbaar zijn.
|
||||
Als invorderingsmaatregelen worden getroffen met inachtneming van de artikelen 10 en 15 van de wet, vermeldt de belastingdeurwaarder in de akte van betekening bij het dwangbevel dat de in verband met die maatregelen berekende vervolgingskosten niet verschuldigd zijn als de openstaande belastingschuld binnen twee werkdagen na uitreiking van het aanslagbiljet wordt betaald.
|
||||
|
||||
### 75.9. Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten
|
||||
|
||||
|
|
@ -4581,12 +4569,14 @@ Een gerechtsdeurwaarder die gerechtigd is beslag te leggen ten laste van een sch
|
|||
|
||||
In de uitoefening van invorderingstaken door Belastingdienst/Toeslagen kan de Staat betrokken worden in een procedure voor de civiele rechter. In zaken waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, zal de rijksadvocaat optreden als procesvertegenwoordiger.
|
||||
|
||||
## 80. Invordering,
|
||||
## 80. Invordering en
|
||||
|
||||
In dit artikel is beleid opgenomen met betrekking tot artikel 4:121 van de Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen.
|
||||
In dit artikel is beleid opgenomen met betrekking tot artikel 4:121 van de Awb.
|
||||
|
||||
### 80.1. Tenuitvoerlegging termijndwangbevel
|
||||
|
||||
### 80.2. Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen
|
||||
Een eenmaal ingestelde vervolging voor één of meer van de vervallen termijnen van de belastingaanslag wordt met dezelfde voortvarendheid voltooid als de eindvervolging.
|
||||
|
||||
Het overgangsrecht met betrekking tot Afdeling 4.4.1 van de Awb (Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling) bepaalt kort gezegd het volgende. Op een betalingsverplichting die is vastgesteld of ontstaan voor 1 juli 2009 geldt het recht van voor die datum. Voor betalingsverplichtingen van na 1 juli 2009 geldt de genoemde afdeling 4.4.1. Bij aanslagbelastingen geldt als moment van vaststelling de datum van dagtekening van de aanslag. Bij aangiftebelastingen wordt voor het moment van vaststelling aangesloten bij de dagtekening van de naheffingsaanslag.
|
||||
Als echter moet worden overgegaan tot lijfsdwang voor alle tot het moment van tenuitvoerlegging vervallen termijnen, dan kunnen in die tenuitvoerlegging niet worden begrepen de termijnen die zijn vervallen na de termijn(en) waarvoor het dwangbevel is uitgevaardigd.
|
||||
|
||||
Voor die nader vervallen termijnen moet wel eerst een aanmaning worden verzonden, waarna voor die termijnen een eigen dwangbevel kan worden uitgevaardigd.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue