diff --git a/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md b/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md index f6d40541897..bbb0bc57e3f 100644 --- a/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md +++ b/amvb/besluit-gedragstoezicht-financiële-ondernemingen-wft/BWBR0020421/README.md @@ -20,8 +20,8 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. *afsluitprovisie*: -1°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een bemiddelaar die rechtstreeks contact heeft met een consument ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product tussen een aanbieder en die consument rechtstreeks of middellijk ontvangt van de aanbieder van het complexe product; of -2°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een bemiddelaar die rechtstreeks contact heeft met een consument en die een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, samenstelt of in de markt verkrijgbaar stelt, ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst tussen een aanbieder en die consument inzake een financieel product dat onderdeel is van dat complexe product, rechtstreeks of middellijk ontvangt van de aanbieder van dat financiële product; +1°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een aanbieder ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product of inzake een hypothecair krediet gecombineerd met een beleggingsrekening, tussen hem en een consument rechtstreeks of middellijk voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst betaalt; of +2°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een aanbieder van een financieel product dat onderdeel uitmaakt van een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, dat is samengesteld of in de markt verkrijgbaar gesteld door een bemiddelaar, ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst tussen hem en een consument inzake dat financieel product voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt; b. *bestuurder*: indien het een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder betreft, een ieder die krachtens wet een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder vertegenwoordigt of het beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder bepaalt; c. *betalingstermijn*: tijdvak dat ligt tussen: @@ -30,24 +30,28 @@ c. *betalingstermijn*: tijdvak dat ligt tussen: d. *complex product*: 1°. combinatie van twee of meer financiële producten die ten minste een financieel product omvat waarvan de waarde afhankelijk is van de ontwikkelingen op financiële markten of andere markten; -2°. recht van deelneming in een beleggingsinstelling, niet zijnde een effect; +2°. recht van deelneming in een beleggingsinstelling dat niet verhandelbaar is of dat op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect wordt ingekocht of terugbetaald; 3°. levensverzekering, niet zijnde een natura-uitvaartverzekering of een andere verzekering die uitsluitend strekt tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon of een verzekering waarbij de verplichting van de verzekeraar tot het doen van een uitkering of een reeks van uitkeringen alleen dan ontstaat, indien het overlijden van degene op wiens leven de verzekering betrekking heeft plaatsvindt voor de in de polis genoemde datum; 4°. combinatie van een hypothecair krediet met een levensverzekering als bedoeld onder 3°, of met een spaarrekening; 5°. beleggingsobject; -6°. ander financieel product dat bij ministeriële regeling kan worden aangewezen indien dit ten behoeve van de vergelijkbaarheid van de onder 2 tot en met 5 bedoelde complexe producten met dit financiële product in verband met de belangen die het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet beoogt te beschermen wenselijk is; of -7°. combinatie van een of meer onder 2° tot en met 6° bedoelde complexe producten met een of meer financiële producten; +6°. spaarrekening eigen woning als bedoeld in artikel 3.116a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; +7°. beleggingsrecht eigen woning als bedoeld in artikel 3.116a, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; +8°. lijfrentespaarrekening als bedoeld in artikel 3.126a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; +9°. lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; +10°. ander financieel product dat bij ministeriële regeling kan worden aangewezen indien dit ten behoeve van de vergelijkbaarheid van de onder 2 tot en met 5 bedoelde complexe producten met dit financiële product in verband met de belangen die het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet beoogt te beschermen wenselijk is; of +11°. combinatie van een of meer onder 2° tot en met 6° bedoelde complexe producten met een of meer financiële producten; e. *consumptief krediet*: krediet, niet zijnde hypothecair krediet; f. *deposito*: tegoed bij een bank dat onmiddellijk kan worden opgevraagd en waarvan de rentetermijn ten hoogste twaalf maanden bedraagt; g. *doorlopende provisie*: -1°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die een bemiddelaar die rechtstreeks contact heeft met een consument na de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product tussen een aanbieder en die consument rechtstreeks of middellijk ontvangt van de aanbieder van het complexe product; of -2°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die een bemiddelaar die rechtstreeks contact heeft met een consument en die een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, samenstelt of in de markt verkrijgbaar stelt, na de totstandkoming van een overeenkomst tussen een aanbieder en die consument inzake een financieel product dat onderdeel is van dat complexe product rechtstreeks of middellijk ontvangt van de aanbieder van dat financiële product; +1°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die een aanbieder van een complex product of van een hypothecair krediet gecombineerd met een beleggingsrekening, na de totstandkoming van een overeenkomst tussen hem en een consument voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt; of +2°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die door een aanbieder van een financieel product dat onderdeel uitmaakt van een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, dat is samengesteld of in de markt verkrijgbaar gesteld door een bemiddelaar, na de totstandkoming van een overeenkomst inzake dat financieel product tussen hem en een consument voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt; h. *doorlopend krediet*: overeenkomst inzake: 1°. geldkrediet waarbij de consument op verschillende tijdstippen geldsommen kan opnemen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt; of 2°. goederenkrediet waarbij de aanbieder of een derde gehouden is aan een consument op verschillende tijdstippen het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject te verschaffen of een dienst te verlenen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt; i. *eindtermen*: normen met betrekking tot de vakbekwaamheid voor het verlenen van een bepaalde financiële dienst met betrekking tot een bepaald financieel product; -i.1. *financieel analist:* een relevante persoon die tastbaar onderzoek op beleggingsgebied verricht; +i.1. *financieel analist*: een relevante persoon die tastbaar onderzoek op beleggingsgebied verricht; j. *financieel derivaat*: financieel instrument als bedoeld in artikel 4:60, eerste lid, onderdeel d, e, f of g, van de wet; k. *financiële bijsluiter*: document waarin informatie over de in artikel 66, eerste of tweede lid, genoemde onderwerpen met betrekking tot een complex product is weergegeven op de ingevolge dat artikel voorgeschreven wijze; l. *geldmarktinstrument*: financieel instrument als bedoeld in onderdeel c van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de wet; @@ -329,7 +333,7 @@ e. de in onderdeel 6 van bijlage C genoemde overige antecedenten. De Autoriteit Financiële Markten verkrijgt inzicht in de in artikel 12 bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van: a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen; -b. van de Landelijk Officier van Justitie verkregen gegevens uit de politieregisters; +b. door de Landelijke Officier van Justitie verstrekte politiegegevens; c. gegevens uit de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet documentatie vennootschappen; d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst; e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn; @@ -438,7 +442,7 @@ Een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder als bedoeld in artikel 4:14, ee **1.** Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van een personeelslid dat zij wil benoemen in een integriteitgevoelige functie. -**2.** De beleggingsonderneming draagt zorg voor de beoordeling van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten +**2.** De beleggingsonderneming draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten ### Artikel 26 @@ -794,7 +798,7 @@ d. een beschrijving van de wijze waarop de financiële onderneming de klacht hee ### Artikel 41 -Een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener bewaart de gegevens, bedoeld in artikel 40, gedurende een periode van ten minste een jaar nadat de klacht door haar onderscheidenlijk hem is afgehandeld. +Een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de wet bewaart de gegevens, bedoeld in artikel 40, gedurende een periode van ten minste een jaar nadat de klacht door haar onderscheidenlijk hem is afgehandeld. ### Artikel 42 @@ -1080,25 +1084,28 @@ c. baseert zij de overige op grond van het eerste of het tweede lid te verstrekk **7.** Als maandlast als bedoeld in dit artikel wordt in de reclame-uiting de gewogen gemiddelde maandlast die op het krediet van toepassing is genoemd. Indien het krediet geheel of gedeeltelijk aflossingsvrij is, worden, onverminderd het zesde lid, de gewogen gemiddelde maandlast in de aflossingsvrije periode en de bij de aflossing te betalen gewogen gemiddelde maandlast genoemd. -**8.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over de hoogte van de kredietvergoeding, verstrekt zij daarbij informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage. +**8.** Dit lid is nog niet in werking getreden. -**9.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over de hoogte van een korting op een effectief kredietvergoedingspercentage of op een kredietvergoeding, verstrekt zij daarbij informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage, dan wel de kredietvergoeding waarop de korting van toepassing is. +**9.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over de hoogte van de kredietvergoeding, verstrekt zij daarbij informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage. -**10.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over het effectief kredietvergoedingspercentage, duidt zij deze aan als «effectieve rente op jaarbasis». +**10.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over de hoogte van een korting op een effectief kredietvergoedingspercentage of op een kredietvergoeding, verstrekt zij daarbij informatie over het effectief kredietvergoedingspercentage, dan wel de kredietvergoeding waarop de korting van toepassing is. -**11.** +**11.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet informatie verstrekt over het effectief kredietvergoedingspercentage, duidt zij deze aan als «effectieve rente op jaarbasis». + +**12.** Een financiële onderneming: a. neemt in een reclame-uiting over krediet geen mededelingen op die gericht zijn op het gemak of de snelheid waarmee het krediet wordt verstrekt; -b. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat lopende overeenkomsten inzake krediet bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen; en -c. geeft in een reclame-uiting over krediet geen kenmerken van het krediet weer waarin fiscale voordelen zijn verwerkt. +b. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat lopende overeenkomsten inzake krediet bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen; +c. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat met een negatieve uitkomst van de raadpleging van het stelsel van kredietregistratie of anderszins in afwijking van de geldende gedragscode toch een krediet kan worden verkregen; en +d. geeft in een reclame-uiting over krediet geen kenmerken van het krediet weer waarin fiscale voordelen zijn verwerkt. -**12.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting informatie als bedoeld in het eerste of tweede lid of informatie over een specifiek product verstrekt over een krediet, verstrekt zij daarbij informatie over de verkrijgbaarheid van het kredietprospectus, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet. De eerste volzin is niet van toepassing op reclame-uitingen over krediet, voorzover het krediet onderdeel uitmaakt van een complex product. +**13.** Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting informatie als bedoeld in het eerste of tweede lid of informatie over een specifiek product verstrekt over een krediet, verstrekt zij daarbij informatie over de verkrijgbaarheid van het kredietprospectus, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet. De eerste volzin is niet van toepassing op reclame-uitingen over krediet, voorzover het krediet onderdeel uitmaakt van een complex product. -**13.** Indien een financiële onderneming informatie verstrekt over de kenmerken van het krediet, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing. +**14.** Indien een financiële onderneming informatie verstrekt over de kenmerken van het krediet, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing. -**14.** Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie in een reclame-uiting als bedoeld in dit artikel. +**15.** Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie in een reclame-uiting als bedoeld in dit artikel. ### Artikel 54 @@ -1428,7 +1435,7 @@ m. bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen. Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een beleggingsobject verstrekt de aanbieder de consument ten minste de volgende informatie: -a. een door een accountant dan wel een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de aanbieder zijn zetel heeft, bevoegd is de jaarrekening te onderzoeken, gecontroleerde jaarrekening, waarvan de toelichting ten minste een opsplitsing bevat van de totale verkoopkosten, de productiekosten, de beheerkosten en de administratieve kosten van de aanbieder, een opsplitsing van deze kosten per serie van beleggingsobjecten waartoe het beleggingsobject behoort, alsmede het totaal van de door consumenten ingelegde gelden in de serie van beleggingsobjecten. De opstelling van de jaarrekening geschiedt door een aanbieder met een zetel in Nederland zoveel mogelijk overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden. De opstelling van de jaarrekening van een aanbieder met een zetel in een andere lidstaat geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de vierde Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen op de grondslag van artikel 54, lid 3 sub g van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (richtlijn nr. 78/660/EEG van 25 juli 1978) (PbEG L 222) en van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening of overeenkomstig de internationale jaarrekeningstandaarden. Voor de overige aanbieders geschiedt de opstelling op gelijkwaardige wijze. In de jaarrekening wordt meegedeeld overeenkomstig welke voorschriften de opstelling geschiedt; +a. een door een accountant dan wel een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de aanbieder zijn zetel heeft, bevoegd is de jaarrekening te onderzoeken, gecontroleerde jaarrekening, waarvan de toelichting ten minste een opsplitsing bevat van de totale verkoopkosten, de productiekosten, de beheerkosten en de administratieve kosten van de aanbieder, een opsplitsing van deze kosten per serie van beleggingsobjecten waartoe het beleggingsobject behoort, alsmede het totaal van de door consumenten ingelegde gelden in de serie van beleggingsobjecten. De opstelling van de jaarrekening geschiedt door een aanbieder met een zetel in Nederland zoveel mogelijk overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden. De opstelling van de jaarrekening van een aanbieder met een zetel in een andere lidstaat geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de richtlijn jaarrekening en van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening of overeenkomstig de internationale jaarrekeningstandaarden. Voor de overige aanbieders geschiedt de opstelling op gelijkwaardige wijze. In de jaarrekening wordt meegedeeld overeenkomstig welke voorschriften de opstelling geschiedt; b. ten minste een maal per jaar een door een onafhankelijke deskundige in dat jaar opgestelde waardering van de serie van beleggingsobjecten waartoe het beleggingsobject behoort; en c. bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen. @@ -1567,7 +1574,7 @@ een jaarlijkse opgave over het voorafgaande jaar van: 2°. de door de cliënt betaalde premies, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel i; 3°. de met de cliënt verrekende kosten, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel l, onder 1°, 2° en 3°; 4°. het op het opgebouwde kapitaal behaalde rendement; -f. indien het een levensverzekering betreft die gekoppeld is aan hypothecair krediet en de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling: een jaarlijkse prognose van de hoogte van het eindkapitaal op basis van een pessimistische voorspelling of het historisch rendement; +f. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling: een jaarlijkse prognose van de hoogte van het eindkapitaal op basis van een pessimistische voorspelling of het historisch rendement; g. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling: het gevoerde beheer van de beleggingsinstelling; h. indien de cliënt daarom verzoekt: een opgave van de premievrije waarde op de einddatum van de verzekering, onder vermelding van het voor de berekening gehanteerde rendementspercentage, of een opgave van de wegens afkoop verschuldigde kosten en de actuele afkoopwaarde. @@ -2403,9 +2410,7 @@ e. indien van toepassing: een mededeling dat de beleggingsinstelling interimdivi ### Artikel 125a -**1.** Voor de toepassing van het ingevolge deze paragraaf bepaalde worden de voorschriften in acht genomen zoals opgenomen in richtlijn nr. 2007/16/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart 2007 tot uitvoering van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) wat de verduidelijking van bepaalde definities betreft (PbEU L 79). - -**2.** Een wijziging van richtlijn nr. 2007/16/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart 2007 tot uitvoering van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) wat de verduidelijking van bepaalde definities betreft (PbEU L 79) gaat voor de toepassing van deze paragraaf gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. +Vervallen ### Artikel 126 @@ -2464,7 +2469,7 @@ i. geldmarktinstrumenten die niet op een gereglementeerde markt, een multilatera 1°. worden uitgegeven of gegarandeerd door een centrale, regionale of plaatselijke overheid, de centrale bank van een lidstaat, de Europese Centrale Bank, de Europese Unie of de Europese Investeringsbank, een staat die geen lidstaat is, een deelstaat van een federale staat of een internationale publiekrechtelijke instelling waarin een of meer lidstaten deelnemen; 2°. worden uitgegeven door een onderneming waarvan effecten worden verhandeld op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is; 3°. worden uitgegeven of gegarandeerd door een instelling die in een lidstaat aan prudentieel toezicht is onderworpen of door een instelling die onderworpen is aan prudentieel toezicht dat in ieder geval gelijkwaardig is aan het ingevolge het gemeenschapsrecht geldende prudentieel toezicht; of -4°. worden uitgegeven door andere instellingen waarvoor een gelijkwaardige bescherming van de belegger geldt als is vastgelegd in dit onderdeel, aanhef en onder 1°, 2° en 3°, indien de uitgevende instelling een onderneming is waarvan het kapitaal en de reserves in totaal ten minste € 10.000.000 bedragen en die haar jaarrekeningen presenteert en publiceert overeenkomstig de Vierde richtlijn nr. 78/660/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3 sub g) van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschappen (PbEG L 222), of een rechtspersoon is die binnen een groep waartoe een of meer ondernemingen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot notering aan een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is behoren, specifiek gericht is op de financiering van de groep, of een rechtspersoon is specifiek gericht op de financiering van effectiseringsinstrumenten waarvoor een bankliquiditeitenlijn bestaat. +4°. worden uitgegeven door andere instellingen waarvoor een gelijkwaardige bescherming van de belegger geldt als is vastgelegd in dit onderdeel, aanhef en onder 1°, 2° en 3°, indien de uitgevende instelling een onderneming is waarvan het kapitaal en de reserves in totaal ten minste € 10.000.000 bedragen en die haar jaarrekeningen presenteert en publiceert overeenkomstig de richtlijn jaarrekening, of een rechtspersoon is die binnen een groep waartoe een of meer ondernemingen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot notering aan een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is behoren, specifiek gericht is op de financiering van de groep, of een rechtspersoon is specifiek gericht op de financiering van effectiseringsinstrumenten waarvoor een bankliquiditeitenlijn bestaat. ### Artikel 131 @@ -2655,17 +2660,35 @@ d. het bedrag van de verplichtingen onderscheiden naar soort aan het einde van h ### Afdeling 11.1. Algemeen +### Artikel 149a + +**1.** Een aanbieder, bemiddelaar of adviseur verschaft of ontvangt, voor het bemiddelen of adviseren inzake een complex product of een hypothecair krediet, rechtstreeks of middellijk geen provisie die niet noodzakelijk is voor het verlenen van de betreffende dienst of deze mogelijk maakt. + +**2.** + +Het eerste lid is niet van toepassing op: + +a. provisies die worden verschaft door of aan de cliënt of degene die namens hem optreedt; +b. provisies die worden verschaft door of aan een derde of degene die namens hem optreedt, indien: + +1°. de bemiddelaar of adviseur de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling doet van het bestaan, de aard en het bedrag of, indien het bedrag niet kan worden achterhaald, de wijze van berekening van de provisie voordat de betreffende dienst wordt verleend; en +2°. de verschaffing van de provisie de kwaliteit van de betreffende dienst ten goede komt en geen afbreuk doet aan de verplichting van de aanbieder, bemiddelaar of adviseur om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt. + +### Artikel 149b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 150 -**1.** Een aanbieder betaalt aan een bemiddelaar als bedoeld in artikel 4:73, eerste lid, van de wet geen afsluitprovisie die meer bedraagt dan de helft van de som van die afsluitprovisie en de totale doorlopende provisie terzake van de desbetreffende overeenkomst. +**1.** Een aanbieder betaalt geen afsluitprovisie die meer bedraagt dan de helft van de som van die afsluitprovisie en de totale doorlopende provisie terzake van de desbetreffende overeenkomst. -**2.** Een aanbieder betaalt aan een bemiddelaar als bedoeld in het eerste lid de doorlopende provisie evenredig uit gedurende ten minste tien jaar na totstandkoming van de desbetreffende overeenkomst. Indien de looptijd van de overeenkomst korter is dan tien jaar, betaalt de aanbieder de doorlopende provisie evenredig uit gedurende die looptijd. +**2.** Een aanbieder betaalt aan de doorlopende provisie evenredig uit gedurende ten minste tien jaar na totstandkoming van de desbetreffende overeenkomst. Indien de looptijd van de overeenkomst korter is dan tien jaar, betaalt de aanbieder de doorlopende provisie evenredig uit gedurende die looptijd. **3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op overeenkomsten inzake complexe producten voor zover tussen de desbetreffende aanbieder en de consument door tussenkomst van dezelfde bemiddelaar ten minste drie maanden voorafgaand aan het sluiten daarvan een overeenkomst is gesloten inzake een financieel product dat onderdeel is van het desbetreffende complexe product. ### Artikel 151 -**1.** Indien een overeenkomst inzake een complex product tijdens de eerste vijf jaar na de totstandkoming vroegtijdig wordt beëindigd, anders dan door overlijden van de verzekerde of anders dan door verkoop van de onroerende zaak waarop het complexe product betrekking heeft, wordt de afsluitprovisie evenredig verminderd. +**1.** Indien een overeenkomst met een consument inzake een complex product of hypothecair krediet tijdens de eerste vijf jaar na de totstandkoming vroegtijdig wordt beëindigd, anders dan door overlijden van de verzekerde of anders dan door verkoop van de onroerende zaak waarop het complex product of hypothecair krediet betrekking heeft, wordt de afsluitprovisie of provisie evenredig verminderd. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op overeenkomsten inzake complexe producten voor zover tussen de desbetreffende aanbieder en de consument door tussenkomst van dezelfde bemiddelaar ten minste drie maanden voorafgaand aan het sluiten daarvan een overeenkomst is gesloten inzake een financieel product dat onderdeel is van het desbetreffende complexe product. @@ -2877,7 +2900,7 @@ b. de beleggingsonderneming beschikt over systemen en controlemiddelen die waarb ### Artikel 165d -Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:87, eerste en tweede lid, van de wet legt eenmaal per jaar aan de Autoriteit Financiële Markten een verslag over van een externe accountant over de naleving door de beleggingsonderneming van de artikelen 165 tot en met 165 c. +Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:87, eerste en tweede lid, van de wet legt eenmaal per jaar aan de Autoriteit Financiële Markten een verslag over van een externe accountant over de deugdelijkheid van de in haar bedrijfsvoering getroffen maatregelen om te voldoen aan de artikelen 165 tot en met 165c. ### Artikel 166 @@ -2901,7 +2924,7 @@ e. de onderneming, een relevante persoon of een persoon die met de beleggingsond **3.** Het beleid omschrijft, onder verwijzing naar de specifieke beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten en nevendiensten die door of in naam van de beleggingsonderneming worden verleend, onderscheidenlijk verricht, de omstandigheden die een belangenconflict vormen of kunnen doen ontstaan dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van een cliënt worden geschaad, alsmede de te volgen procedures en te nemen maatregelen voor het omgaan met een dergelijk conflict. -**4.** Het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde beleid vermeldt de te volgen procedures en te nemen maatregelen voor het beheer van een belangenconflict, bedoeld in artikel 4:88, eerste lid, van de wet. +**4.** Het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde beleid vermeldt de te volgen procedures en te nemen maatregelen voor het beheersen van een belangenconflict als bedoeld in artikel 4:88, eerste lid, van de wet. ### Artikel 167b @@ -2997,11 +3020,15 @@ a. onverminderd artikel 65, eerste lid, aan de consument of, indien het een rech b. in de informatie die zij aan de consument of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënt verstrekken over het complexe product geen financiële bijsluiter opnemen die is opgesteld op grond van het Besluit financiële bijsluiter, zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit financiële dienstverlening; en c. de consument adequaat schriftelijk informeren over de verschillen tussen de berekening van de rendementen, kosten en risico’s ten behoeve van de financiële bijsluiter, bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdelen c en g, onderscheidenlijk tweede lid, onderdelen d en f, en de berekeningen die ten grondslag liggen aan de overige informatie die zij aan de consument of, indien het een recht van deelneming in een belegginginstelling betreft, cliënt verstrekken. +### Artikel 173a + +De artikelen 58 en 149a zijn uitsluitend van toepassing op overeenkomsten aangegaan na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit. + ### Artikel 174 **1.** De artikelen 150 en 151 zijn uitsluitend van toepassing op overeenkomsten aangegaan na inwerkingtreding van dit besluit. -**2.** In afwijking van artikel 150, eerste lid, betaalt een aanbieder aan bemiddelaar ter zake van overeenkomsten die voor 1 januari 2008 zijn aangegaan geen afsluitprovisie die meer bedraagt dan tachtig procent van de som van die afsluitprovisie en de doorlopende provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst. Voor overeenkomsten die vanaf 1 januari 2008 tot 1 januari 2009 en vanaf 1 januari 2009 tot 31 december 2009 worden aangegaan bedraagt het in de vorige volzin benoemde percentage zeventig onderscheidenlijk zestig. +**2.** In afwijking van artikel 150, eerste lid, betaalt een aanbieder aan bemiddelaar ter zake van overeenkomsten die voor 1 januari 2008 zijn aangegaan geen afsluitprovisie die meer bedraagt dan tachtig procent van de som van die afsluitprovisie en de doorlopende provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst. Voor overeenkomsten die vanaf 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 en vanaf 1 januari 2010 tot 31 december 2010 worden aangegaan bedraagt het in de vorige volzin benoemde percentage zeventig onderscheidenlijk zestig. **3.** Artikel 150, tweede lid, is uitsluitend van toepassing op overeenkomsten aangegaan voor 1 januari 2010.