2007-01-16 | BWBR0011440 | Gaswet

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-16 12:00:00 +00:00
parent 6bc25834eb
commit cc91f0dc46

View file

@ -106,7 +106,7 @@ De statuten van de netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk g
a. de instelling van een raad van commissarissen,
b. de bepaling dat de leden van het bestuur en de meerderheid van de leden van de raad van commissarissen direct noch indirect een binding hebben met een rechtspersoon die de productie, aankoop of levering van gas verricht,
c. de bepaling dat aan de goedkeuring van de raad van commissarissen ten minste zijn onderworpen de besluiten van het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en
c. in afwijking van artikel 129, derde lid, of artikel 239, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de bepaling dat aan de goedkeuring van de raad van commissarissen ten minste zijn onderworpen de besluiten van het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of artikel 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
d. de bepaling dat de aandeelhouders van de netbeheerder zich onthouden van iedere bemoeiing met de uitvoering van de taken die op grond van de artikelen 10 en 42 en hoofdstuk 2 aan een netbeheerder zijn opgedragen.
**3.** Een netbeheerder mag een activiteit als bedoeld in het eerste lid uitoefenen indien die activiteit een dat transport ondersteunende dienst is.
@ -119,12 +119,18 @@ De statuten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bevatten in ie
a. de instelling van een raad van commissarissen,
b. de bepaling dat de leden van het bestuur en de meerderheid van de leden van de raad van commissarissen direct noch indirect een binding hebben met een rechtspersoon die de productie, aankoop of levering van gas of elektriciteit verricht of met een aandeelhouder van die rechtspersoon,
c. de bepaling dat aan de goedkeuring van de raad van commissarissen ten minste zijn onderworpen de besluiten van het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en
d. de bepaling dat de aandeelhouders van de netbeheerder zich onthouden van iedere bemoeiing met de uitvoering van de taken die op grond van de artikelen 10, 10a, 42, 54a en hoofdstuk 2 aan de netbeheerder zijn opgedragen.
c. de bepaling dat aan de goedkeuring van de raad van commissarissen ten minste zijn onderworpen de besluiten van het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**2.** Het eerste lid, onderdeel d, vormt geen beletsel voor passende coördinatiemaatregelen zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel c, van de richtlijn.
**2.** Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet een afhankelijke maatschappij is in de zin van artikel 152 of artikel 262 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, behoeven de statuten, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, niet te voorzien in de instelling van een raad van commissarissen.
**3.** De netbeheerder van het landelijk gastransportnet mag een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid uitoefenen indien die activiteit noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn wettelijke taken.
**3.**
In het in het tweede lid bedoelde geval:
a. voldoet een rechtspersoon waarvan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet een afhankelijke maatschappij is aan de in het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, genoemde eisen;
b. beschikt de raad van commissarissen van de rechtspersoon, bedoeld in onderdeel a, waarvan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet een afhankelijke maatschappij is over de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten aanzien van het bestuur van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet.
**4.** De netbeheerder van het landelijk gastransportnet mag een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid uitoefenen indien die activiteit noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn wettelijke taken.
### Artikel 3b
@ -142,7 +148,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De netbeheerder meldt aan Onze Minister onverwijld na zijn aanwijzing zijn naam en adres en de naam en het adres van zijn aandeelhouders en zendt aan Onze Minister een beschrijving van het gastransportnet dat door hem wordt beheerd. Tenminste eenmaal per jaar meldt hij Onze Minister iedere wijziging van de namen of adressen en zendt hij hem een beschrijving van de wijziging van het gastransportnet dat door hem wordt beheerd.
**2.** De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Hij onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming indien niet is voldaan aan de artikelen 3, 3a, 3b of 3c of indien de aangewezen netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 34 en 35 te voldoen, om een taak als bedoeld in de artikelen 10, 10a, 42 of 54a uit te voeren, aan hoofdstuk 2 te voldoen of indien hij niet voldoet aan een verbod als bedoeld in de artikelen 10b, 10c of 10d.
**2.** De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Hij onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming indien niet is voldaan aan de artikelen 2c, 3, 3a, 3b of 3c of indien de aangewezen netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 10e, 34 en 35 te voldoen, om een taak als bedoeld in de artikelen 7a, 10, 10a, 42 of 54a uit te voeren, aan hoofdstuk 2 te voldoen of indien hij niet voldoet aan een verbod als bedoeld in de artikelen 10b, 10c of 10d.
**3.** Indien Onze Minister voorschriften verbindt aan zijn instemming, strekken deze er slechts toe de geconstateerde tekortkomingen, bedoeld in het tweede lid, weg te nemen.
@ -150,7 +156,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien het aanwijzen van een netbeheerder als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, niet is geschied binnen vier weken na de aanleg van een gastransportnet dan wel onverwijld na het intrekken of vervallen van een eerdere aanwijzing, wijst Onze Minister een naamloze of besloten vennootschap aan als netbeheerder van dat gastransportnet.
**2.** Indien Onze Minister vaststelt dat niet meer voldaan wordt aan de artikelen 3, 3a, 3b of 3c of dat een netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 34 en 35 te voldoen, om een taak als bedoeld in artikel 10, 10a, 42 of 54a uit te voeren, aan hoofdstuk 2 te voldoen of indien hij niet voldoet aan een verbod als bedoeld in de artikelen 10b, 10c of 10d, kan hij de desbetreffende netbeheerder opdragen door hem noodzakelijk geachte voorzieningen te treffen.
**2.** Indien Onze Minister vaststelt dat niet meer voldaan wordt aan de artikelen 2c, 3, 3a, 3b of 3c of dat een netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 10e, 34 en 35 te voldoen, om een taak als bedoeld in de artikelen 7a, 10, 10a, 42 of 54a uit te voeren, aan hoofdstuk 2 te voldoen of indien hij niet voldoet aan een verbod als bedoeld in de artikelen 10b, 10c of 10d, kan hij de desbetreffende netbeheerder opdragen door hem noodzakelijk geachte voorzieningen te treffen.
**3.**
@ -339,7 +345,21 @@ c. het toestaan van het gebruik door een groepsmaatschappij van de naam en het b
### Artikel 10e
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent een goed financieel beheer van de netbeheerder.
**2.**
De in het eerste lid bedoelde regels houden in ieder geval in dat
a. de netbeheerder voldoet aan bij of krachtens die maatregel gestelde eisen aan zijn kredietwaardigheid waaronder de verhouding tussen vreemd vermogen en totaal vermogen, of dat
b. de netbeheerder beschikt over een verklaring van een onafhankelijke deskundige ten aanzien van zijn kredietwaardigheid.
**3.**
In de in het eerste lid bedoelde maatregel kunnen tevens
a. regels worden gesteld omtrent de wijze van berekening van vermogensonderdelen;
b. eisen worden gesteld met betrekking tot de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring en de daar bedoelde deskundige.
## Hoofdstuk 2. Transport van gas
@ -404,7 +424,8 @@ In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden in ieder geval
a. de technische specificaties waaraan de netbeheerder tenminste moet voldoen;
b. het binnen een redelijke termijn verhelpen van storingen in het transport van gas
c. de klantenservice
d. het voorzien in compensatie bij ernstige storingen.
d. het voorzien in compensatie bij ernstige storingen;
e. de betalingsvoorwaarden, die in elk geval inhouden dat een vordering tot betaling van een schuld van een afnemer ter zake van geleverde diensten als bedoeld in artikel 12a wordt gedaan binnen twee jaren nadat de vordering opeisbaar is geworden en dat bij gebreke daarvan de vordering vervalt. Een vordering vervalt niet binnen twee jaren, indien het uitblijven van bedoelde vordering, een onjuiste vordering daaronder begrepen, het rechtstreekse gevolg is van een daartoe gerichte opzettelijke gedraging van de afnemer.
### Artikel 12c
@ -975,9 +996,13 @@ c. indien het gas wordt geleverd in het kader van een overeenkomst als bedoeld i
**6.** Het tweede tot en met het zesde lid vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**7.** Een netbeheerder en een vergunninghouder voeren een beleid, gericht op het voorkomen van het afsluiten van een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.
**7.** Een netbeheerder en een vergunninghouder voeren een beleid, gericht op het voorkomen van het afsluiten van een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, in het bijzonder in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het beëindigen van de levering van gas aan een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.
**8.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het beëindigen van de levering van gas aan een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, alsmede over preventieve maatregelen om de afsluiting van dergelijke afnemers zoveel mogelijk te voorkomen. Deze regels houden in ieder geval in dat een afnemer niet wordt afgesloten in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar, behoudens in gevallen die in de regeling zijn aangegeven.
**9.** De in het achtste lid bedoelde preventieve maatregelen kunnen tevens inhouden dat in daarbij omschreven gevallen met in die regeling aangeduide instanties overleg wordt gepleegd alsmede dat in die gevallen aan de desbetreffende instantie in die regeling omschreven gegevens omtrent de afnemer worden verstrekt.
**10.** De ministeriële regeling, bedoeld in het achtste lid, wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de gezamenlijke netbeheerders en de vergunninghouders alsmede de consumentenorganisaties in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze te geven over de inhoud van de regeling.
### Artikel 45
@ -1017,7 +1042,7 @@ f. de houder van de vergunning de voorschriften bij of krachtens artikel 52b nie
### Artikel 48
**1.** Artikel 37, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op een houder van een vergunning ten aanzien van door hem verkregen gegevens van afnemers als bedoeld in artikel 43, eerste lid.
Vervallen
### Artikel 49
@ -1247,7 +1272,7 @@ Vervallen
De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens:
a. de artikelen 3c, derde lid, 4, eerste en tweede lid, 10, tweede lid en derde lid, onderdeel b, 10c, derde en vierde lid, 10d, derde lid, 17a, 18b, tweede en derde lid, 18g, vierde lid, 34, tweede lid, 35b, 35c, 35d, 35e, 40, tweede lid, 42, 44, tweede lid, 52a, derde lid, 56, 82, eerste en vierde lid, en 83, alsmede artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking, en
b. de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, eerste lid, 3b, eerste en tweede lid, 3c, eerste en tweede lid, 7, eerste lid, 8, 9a, 10, eerste lid, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, 10a, eerste, tweede en derde lid, 10b, 10c, eerste en tweede lid, 10d, eerste lid, 12a, 12b, eerste lid, 12e, eerste lid, 18a, tweede lid, 18b, eerste lid, 18g, eerste tot en met derde lid, 32, 35a, 37, 39, tweede lid, 40, eerste, derde en vierde lid, 43, eerste lid, 44, eerste en vijfde lid, 47, tweede lid, 48, 51, 52b, 60, derde lid, 63, 66a, 66b, 72, 73, vierde lid en 85b de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 10% van de omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
b. de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, eerste lid, 3b, eerste en tweede lid, 3c, eerste en tweede lid, 7, eerste lid, 8, 9a, 10, eerste lid, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, 10a, eerste, tweede en derde lid, 10b, 10c, eerste en tweede lid, 10d, eerste lid, 10e, 12a, 12b, eerste lid, 12e, eerste lid, 18a, tweede lid, 18b, eerste lid, 18g, eerste tot en met derde lid, 32, 35a, 37, 39, tweede lid, 40, eerste, derde en vierde lid, 43, eerste lid, 44, eerste en vijfde lid, 47, tweede lid, 51, 52b, 60, derde lid, 63, 66a, 66b, 72, 73, vierde lid en 85b de overtreder per overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 10% van de omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.
**2.** Bij de vaststelling van de hoogte van boete houdt de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit in ieder geval rekening met de ernst en de duur van de overtreding.
@ -1620,7 +1645,7 @@ Vervallen
**2.** Iedere wijziging met betrekking tot de eigendom van een gastransportnet of van de aandelen in een netbeheerder behoeft de instemming van Onze Minister.
**3.** Onze Minister kan zijn instemming onthouden, indien de wijziging met betrekking tot de eigendom van een gastransportnet of van de aandelen in de netbeheerder ertoe zou leiden dat een natuurlijke persoon of rechtspersoon buiten de kring van hen aan wie aandelen in een netbeheerder toebehoren, rechten op een gastransportnet of op aandelen in de netbeheerder zou krijgen.
**3.** Onze Minister onthoudt een krachtens het tweede lid vereiste instemming indien de in dat lid bedoelde wijziging met betrekking tot de eigendom van een gastransportnet ertoe zou leiden dat een natuurlijk persoon of een rechtspersoon buiten de kring van de overheid rechten op een gastransportnet zou krijgen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld waarin de kring van natuurlijke personen en rechtspersonen die behoren tot de overheid nader worden aangeduid. Deze ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp daarvan aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**4.** Onze Minister onthoudt zijn instemming indien de wijziging met betrekking tot de eigendom van een gastransportnet of de aandelen in een netbeheerder ertoe zou leiden dat een natuurlijke persoon of rechtspersoon buiten de kring van hen aan wie aandelen in een netbeheerder toebehoren, rechten op een gastransportnet of op aandelen in een netbeheerder zou krijgen. Bij ministeriële regeling kan een datum worden bepaald tot welke Onze Minister zijn instemming onthoudt. Deze ministeriële regeling wordt niet vastgesteld dan nadat Onze Minister daarover overleg met de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft gevoerd.