diff --git a/beleidsregel/voorschrift-inzake-de-bij-de-wet-op-de-omzetbelasting-1968-behorende-tabel-ii/BWBR0027800/README.md b/beleidsregel/voorschrift-inzake-de-bij-de-wet-op-de-omzetbelasting-1968-behorende-tabel-ii/BWBR0027800/README.md index 40512e97eed..b5eafef80cf 100644 --- a/beleidsregel/voorschrift-inzake-de-bij-de-wet-op-de-omzetbelasting-1968-behorende-tabel-ii/BWBR0027800/README.md +++ b/beleidsregel/voorschrift-inzake-de-bij-de-wet-op-de-omzetbelasting-1968-behorende-tabel-ii/BWBR0027800/README.md @@ -4,7 +4,7 @@ titel: Voorschrift inzake de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabe bwb_id: BWBR0027800 type: beleidsregel status: geldend -datum_inwerkingtreding: '1993-03-28' +datum_inwerkingtreding: '2019-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0027800 citeertitel: Voorschrift inzake de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabel II @@ -12,6 +12,8 @@ citeertitel: Voorschrift inzake de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorend # Voorschrift inzake de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabel II +‘Dit besluit werd per 1 januari 2019 gewijzigd bij het besluit van 13 november 2018, nr. 2018-155014, Stcrt. 2018, nr. 65069 en het besluit van 13 december 2018, nr. 2018-31107, Stcrt. 2018, nr. 68654. Bij het besluit van 13 november 2018, nr. 2018-155014, is de toelichting op de posten a.3 en a.4 van Tabel II aangepast. Bij het besluit van 13 december 2018, nr. 2018-31107, Stcrt. 2018, nr. 68654 is in de begripsbepalingen van Voorschrift Tabel II de omschrijving van het begrip ‘nieuwe vervoermiddelen’ geactualiseerd. Verder is in de begripsbepalingen opgenomen dat met de termen ‘zeeschip’ en ‘luchtvaartuig’ in dit besluit wordt bedoeld: een schip respectievelijk luchtvaartuig als bedoeld in post a.3 onder a t/m d respectievelijk e. + ## 1.1. Inleiding Bij de parlementaire behandeling van het voorstel van wet tot invoering van de Wet op de omzetbelasting 1968 zijn nadere aanwijzingen gegeven omtrent de uitleg van de posten van Tabel II behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968. Deze aanwijzingen zijn bekend gemaakt bij de aanschrijving van 24 december 1968, nr. D 68/8848 (OB/BTW-46), waarbij de Toelichting Tabel II is opgenomen als Bijlage J bij de aanschrijving van 29 oktober 1968, nr. 120 (OB/BTW-14). Voorts zijn nadien een aantal aanschrijvingen verschenen inzake de toepassing van Tabel II van de Wet op de omzetbelasting 1968. @@ -37,9 +39,11 @@ Dit voorschrift verstaat onder: | Lid-Staat: | een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap; | | Gemeenschap: | het binnenland van de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap zoals dat is omschreven in artikel 3, leden 2 en 3, van de Zesde richtlijn; het Vorstendom Monaco wordt behandeld als gebied van de Franse Republiek, het eiland Man als gebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland; | | accijnsgoederen: | bier, wijn, tussenprodukten, overige alcoholhoudende produkten, minerale oliën en tabaksprodukten als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de accijns; | -| nieuwe vervoermiddelen: | voor het personen- of goederenvervoer bestemde schepen met een romplengte van meer dan 7,5 m, luchtvaartuigen met een totaal opstijggewicht van meer dan 1550 kg en landvoertuigen die zijn uitgerust met motor van meer dan 48 cc cilinderinhoud of met een vermogen van meer dan 7,2 Kw, met uitzondering van zeeschepen en luchtvaartuigen als bedoeld in Tabel II, onderdeel a, post 3, wanneer op het tijdstip van de levering: - na het tijdstip van eerste ingebruikneming van het vervoermiddel niet meer dan drie maanden zijn verstreken; of - het vervoermiddel, als het een landvoertuig betreft ten hoogste 3000 km heeft afgelegd, als het een schip betreft ten hoogste 100 uren heeft gevaren, dan wel als het een luchtvaartuig betreft ten hoogste 40 uren heeft gevlogen; | +| nieuwe vervoermiddelen: | voor het personen- of goederenvervoer bestemde schepen met een lengte van meer dan 7,5 m, luchtvaartuigen met een totaal opstijggewicht van meer dan 1.550 kg en landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor van meer dan 48 cc cilinderinhoud of met een vermogen van meer dan 7,2 kW, met uitzondering van schepen en luchtvaartuigen als bedoeld in de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 3, onder a t/m d, onderscheidelijk e, wanneer op het tijdstip van de levering: 1°. na het tijdstip van eerste ingebruikneming van het landvoertuig niet meer dan zes maanden, dan wel van het schip of luchtvaartuig niet meer dan drie maanden, zijn verstreken; of 2°. het vervoermiddel, als het een landvoertuig betreft ten hoogste 6.000 km heeft afgelegd, als het een schip betreft ten hoogste 100 uren heeft gevaren, dan wel als het een luchtvaartuig betreft ten hoogste 40 uren heeft gevlogen; | | BTW-identificatienummer: | het nummer dat aan een ondernemer of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, in verband met intracommunautaire transacties is toegekend; | -| gecombineerde nomenclatuur: | de goederennomenclatuur als bedoeld in artikel 1 van de Verordening (EEG) 2658/87 van 23 juli 1987 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. | +| gecombineerde nomenclatuur: | de goederennomenclatuur als bedoeld in artikel 1 van de Verordening (EEG) 2658/87 van 23 juli 1987 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief; | +| zeeschip: | schip als bedoeld in post a.3 onder a tot en met d; | +| luchtvaartuig: | luchtvaartuig als bedoeld in post a.3 onder e. | ### 1.2.2. Internationaal goederen- en dienstenverkeer @@ -168,123 +172,247 @@ In verband met het vorenstaande kan door ondernemers die behoefte hebben aan een Naast de in § 6 reeds vermelde bepaling van artikel 12, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit, waarbij is bepaald dat de toepasselijkheid van het nultarief uit boeken en bescheiden dient te blijken, is ingevolge het tweede lid, onderdeel d, van dat artikel de toepassing van het nultarief ten aanzien van goederen welke door een ondernemer worden uitgevoerd uit de Gemeenschap, wat betreft de in artikel 3, derde lid, van de Wet bedoelde gevallen nog aan een nadere bepaling gebonden. Het betreft hier gevallen waarin op grond van laatstbedoelde wetsbepaling opeenvolgende leveringen plaatsvinden indien door meer dan één persoon overeenkomsten zijn gesloten met de verplichting tot levering van een zelfde goed dat vervolgens door de eerste persoon rechtstreeks aan de laatste afnemer buiten de Gemeenschap wordt afgeleverd of op naam van die afnemer in een entrepot wordt opgeslagen. Ingevolge artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit is het nultarief op die achtereenvolgende leveringen slechts van toepassing indien tevens een door iedere afnemer aan zijn leverancier uit te reiken schriftelijke opdracht tot uitvoer uit de Gemeenschap of tot opslag in entrepot als bedoeld in artikel 19 van de Uitvoeringsbeschikking kan worden overgelegd. -## 1.5. Post A 3 +## 1.5. Post A.3 ### 1.5.1. Inhoud van de post -De tekst van post *a* 3 luidt: +De tekst van post a.3 luidt: -"zeeschepen, met uitzondering van pleziervaartuigen, en luchtvaartuigen welke hoofdzakelijk als openbaar vervoermiddel in het internationaal verkeer zullen worden gebezigd;" +*‘goederen bestemd voor de bevoorrading van:* -### 1.5.2. Internationaal verkeer +a. *schepen die voor 70 percent of meer worden gebruikt voor de vaart op volle zee:* -In het kader van het internationale vervoer van personen en goederen is onder het nultarief ook opgenomen de levering van zeeschepen, andere dan pleziervaartuigen, en van verkeersvliegtuigen. In voorkomend geval kan ook de invoer of de intracommunautaire verwerving van dergelijke zeeschepen en luchtvaartuigen onder de post worden gerangschikt. +1°. *waarmee passagiersvervoer tegen betaling plaatsvindt; of* +2°. *die worden gebruikt voor de uitoefening van een industriële, handels- of visserijactiviteit;* +b. *reddingsboten en schepen voor hulpverlening op zee;* +c. *schepen voor de kustvisserij, met uitzondering van scheepsproviand;* +d. *oorlogsschepen die Nederland verlaten met als bestemming een haven of ankerplaats buiten Nederland;* +e. *luchtvaartuigen die worden gebruikt door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen of goederen tegen betaling;’* -### 1.5.3. Zeeschepen +### 1.5.2. Algemeen -Onder zeeschepen zijn te verstaan zeeschepen als zijn bedoeld in de posten 89.01, 89.02 en 89.04 tot en met 89.06 en oorlogsschepen als zijn bedoeld bij post 89.06, van de gecombineerde nomenclatuur. +Post a.3 voorziet in een nultarief voor de (binnenlandse) levering, intracommunautaire verwerving en invoer van goederen bestemd voor de bevoorrading van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen (zie post a.3 in samenhang met artikel 9, tweede lid, onderdeel b, artikel 17d en artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet en artikel 12 van het Uitvoeringsbesluit). -De onder post 89.06 van de gecombineerde nomenclatuur te rangschikken oorlogsschepen zijn te onderscheiden in: +Verder worden in post a.3 de categorieën schepen en luchtvaartuigen omschreven waarvan de (binnenlandse) levering, intracommunautaire verwerving en invoer onder het nultarief valt. -a. schepen bestemd voor het gevecht en uitgerust met verschillende aanvals- en verdedigingswapens. Ze bevatten beschermingsmateriaal tegen projectielen (bijvoorbeeld bepantsering, veelvoudige waterdichte tussenschotten) of tegen oorlogstuig onder water (anti-magnetische mijndetectoren). Gewoonlijk zijn ze uitgerust met opsporings- en afluisterapparatuur, zoals radar, sonar, infrarood opsporingsapparaten, evenals toestellen voor het storen van radio-uitzendingen. Schepen van deze categorie verschillen daarenboven van koopvaardijschepen door een veel hogere snelheid en een betere manoeuvreerbaarheid, door het grote aantal bemanningsleden, door grotere brandstoftanks en door kamers die speciaal ingericht zijn voor het vervoer en gebruik op zee van munitie; -b. bepaalde speciaal ingerichte schepen, die geen wapens bevatten en geen bepantsering dragen, maar die kennelijk uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn om te worden gebruikt in de oorlogsvoering, zoals landingsvaartuigen, bevoorradingsschepen (voor het vervoer van munitie of mijnen enz.), schepen voor het troepentransport; +De communautaire basis van de verschillende onderdelen van post a.3 is te vinden in de hierna opgesomde onderdelen van artikel 148 van de btw-richtlijn1Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (Pb EU L 347 van 11 december 2006).: + +– voor de in post a.3, onderdelen a t/m c omschreven schepen: onderdeel a van artikel 148; +– voor de in post a.3, onderdeel d, omschreven oorlogsschepen: onderdeel b van artikel 148; +– voor de in post a.3, onderdeel e, omschreven luchtvaartuigen: onderdeel e van artikel 148; +– voor goederen voor de bevoorrading van de in post a.3 omschreven schepen: de onderdelen a en b van artikel 148; +– voor goederen voor de bevoorrading van de in post a.3, onderdeel e, omschreven luchtvaartuigen: onderdeel e van artikel 148. + +In de toelichting op de post wordt eerst ingegaan op de in de post omschreven categorieën schepen en luchtvaartuigen (zie de onderdelen 1.5.3 t/m 1.5.8). Vervolgens wordt aangegeven wat wordt verstaan onder goederen die zijn bestemd voor de bevoorrading van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen (zie onderdeel 1.5.9). + +### 1.5.3. Schepen omschreven in post a.3, onderdeel a + +#### 1.5.3.1. Cumulatieve voorwaarden + +Post a.3, onderdeel a, heeft betrekking op schepen die voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden: + +– zij worden feitelijk voor tenminste 70% gebruikt voor de vaart op volle zee; en +– zij worden volledig (100%) commercieel geëxploiteerd voor de activiteiten omschreven in post a.3, onderdeel a, van Tabel II. + +#### 1.5.3.2. Voor tenminste 70% gebruikt voor de vaart op volle zee + +De eerste voorwaarde bestaat uit twee elementen, t.w. het gebruik voor de vaart op volle zee en het gebruik voor tenminste 70% voor de vaart op volle zee (de 70%-norm). Deze elementen worden besproken in de onderdelen 1.5.3.3 en 1.5.3.4. De tweede voorwaarde, volledig (100%) commerciële exploitatie, wordt behandeld in onderdeel 1.5.3.5. + +#### 1.5.3.3. Vaart op volle zee + +Om te beoordelen of een schip wordt gebruikt voor de vaart op volle zee kan worden aangesloten bij de door de International Maritime Organization gehanteerde standaard (het zogenoemde IMO-nummer). Aangenomen kan worden dat schepen die beschikken over een dergelijk nummer worden gebruikt voor de vaart op volle zee. Voor schepen waarvoor het niet verplicht is om een IMO-nummer te hebben is het aan de ondernemer die het nultarief toepast om op andere wijze aan te tonen dat het schip wordt gebruikt voor de vaart op volle zee. De ondernemer kan dit bijvoorbeeld aantonen aan de hand van de zeebrief van het desbetreffende schip. + +Ook vaartuigen waarbij het varen van bijkomstige betekenis is ten opzichte van hun hoofdfunctie kunnen kwalificeren als schepen die worden gebruikt op volle zee. Met ‘hoofdfunctie’ wordt bedoeld: het gebruik van het vaartuig op volle zee voor activiteiten bedoeld in post a.3, onderdeel a, 2° van Tabel II. Het gaat hier om vaartuigen die vanwege hun hoofdfunctie alleen in de offshore-industrie2Hieronder begrepen de wind off-shore-industrie. worden ingezet, zoals bijvoorbeeld drijvende boorplatforms die al dan niet op de zeebodem kunnen worden geplaatst, baggerschepen, pontons en schepen waarmee in zee kabels of pijpleidingen worden gelegd. + +Met ‘volle zee’ wordt in dit verband bedoeld: alle delen van de zee die niet behoren tot de territoriale wateren3De territoriale wateren van Nederland strekken zich uit tot een afstand van 12 internationale zeemijlen gerekend vanaf de laagwaterlijn van de Nederlandse kust.) of de binnenwateren van Nederland. + +#### 1.5.3.4. Voor tenminste 70% gebruikt voor de vaart op volle zee + +Voor de toetsing of een schip voor tenminste 70% wordt gebruikt voor de vaart op volle zee kan de ondernemer die een prestatie verricht aan de exploitant van het schip in beginsel aansluiten bij de verklaring die de exploitant van het schip hierover afgeeft (zie onderdeel 1.5.3.7). + +Het feitelijk gebruik van een schip met een bekend exploitatieverleden4D.w.z. een exploitatieverleden dat bekend is bij de huidige exploitant van het schip. voor tenminste 70% voor de vaart op volle zee moet worden aangetoond via één van de hierna beschreven methoden: + +– In het jaar dat direct voorafgaat aan het jaar van toepassing van het nultarief heeft het schip tenminste 70% van de totaal gevaren afstand afgelegd op volle zee; +– Het aantal trajecten dat het schip heeft afgelegd in het jaar dat direct voorafgaat aan het jaar van toepassing van het nultarief is voor tenminste 70% op volle zee afgelegd; +– Het schip heeft in het jaar dat direct voorafgaat aan het jaar van toepassing van het nultarief voor tenminste 70% van de vaartijd5De tijd dat het schip voor reparatie en/of onderhoud stilligt, telt niet mee voor het bepalen of wordt voldaan aan de hier bedoelde 70%-norm. op volle zee gevaren of is voor tenminste 70% van de operationele tijd6D.w.z. de tijd dat het schip zich op volle zee bevindt voor het uitvoeren van werkzaamheden bedoeld in post a.3, onderdeel a, van Tabel II. op volle zee gebruikt; +– Het schip behaalt gemiddeld de 70%-norm volgens één van de hiervoor genoemde berekeningsmethoden gemeten over een periode van vijf jaren direct voorafgaande aan het jaar van toepassing van het nultarief. + +Bij schepen zonder (bekend) exploitatieverleden7Het gaat hier om nieuw gebouwde schepen of gebruikte schepen die van een andere exploitant zijn gekocht. geeft de (toekomstige) exploitant8Het begrip ‘exploitant’ wordt in onderdeel 1.5.9.4 omschreven. van het schip in de verklaring aan dat het schip voor tenminste 70% wordt gebruikt voor de vaart op volle zee of na ingebruikneming voor tenminste 70% zal worden gebruikt voor de vaart op volle zee. + +Voor het vaststellen of wordt voldaan aan de 70%-norm geldt dat elk traject waarbij het schip (deels) op volle zee vaart in zijn geheel heeft te gelden als een traject op volle zee. In dit verband wordt onder een ‘traject’ verstaan: de reis tussen twee zeehavens. Met ‘zeehavens’ wordt bedoeld: door schepen vanuit zee te bereiken havengebieden die zijn ingericht voor het aanleggen van zeeschepen. Bij een reis tussen twee zeehavens kan het (ook) gaan om een reis waarbij het schip vertrekt uit een zeehaven en vervolgens terugkeert naar diezelfde zeehaven. Te denken valt aan de situatie waarin een schip vanuit een zeehaven uitvaart naar een boor-/werkeiland of een windmolenpark dat zich op volle zee bevindt en vervolgens terugkeert naar diezelfde zeehaven. + +#### 1.5.3.5. Volledige commerciële exploitatie + +Er is sprake van volledig commercieel gebruik als een (al dan niet nieuw9Met ‘nieuw’ wordt bedoeld: zonder exploitatieverleden bij de (huidige) exploitant.) schip voor 100% wordt of zal worden gebruikt voor de commerciële doeleinden zoals omschreven in post a.3, onderdeel a, van Tabel II. Dit heeft tot gevolg dat het in post a.3 bedoelde nultarief niet van toepassing is op schepen die ook (zullen) worden gebruikt voor diensten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de Wet (bijvoorbeeld gebruik voor privédoeleinden door de ondernemer). Of sprake is van volledig commercieel gebruik kan in beginsel worden aangetoond via de verklaring die de exploitant van het schip hierover afgeeft (zie onderdeel 1.5.3.7). + +Om een dienst te kunnen kwalificeren als passagiersvervoer is het in elk geval noodzakelijk dat de exploitant van het schip derden tegen betaling vervoert met een schip dat is uitgerust met een bemanning die voldoet aan de ter zake door de vlaggenstaat gestelde eisen10Deze eisen zijn opgenomen in het bemanningscertificaat.. Toepassing van het nultarief is bijvoorbeeld niet mogelijk bij de verhuur van schepen (al dan niet met bemanning) aan de eindverbruiker die ze gebruikt voor het maken van pleziertochten op volle zee11HvJ 22 december 2010, zaak C-116/10, (Bacino Charter) ECLI:EU:C:2010:824.. + +#### 1.5.3.6. Aantonen nultarief bevoorradingsgoederen + +De ondernemer die een levering verricht als bedoeld in post a.3, onderdeel a, dient aan de hand van boeken en bescheiden aan te tonen dat het nultarief van toepassing is (artikel 12, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit). + +Om aan te tonen dat het schip wordt gebruikt voor de vaart op volle zee kan de betrokken ondernemer volstaan met het op de factuur vermelden van het IMO-nummer van het desbetreffende schip. In de gevallen dat geen IMOnummer bekend is dient de ondernemer dit gebruik op andere wijze aan te tonen. + +De ondernemer die de levering verricht dient in ieder geval te beschikken over een in onderdeel 1.5.3.7 bedoelde verklaring12Deze verklaring is vormvrij. Uit de verklaring moet in ieder geval blijken wie de exploitant is van het schip, om welk schip het gaat, of het gaat om een schip met of zonder (bekend) exploitatieverleden, op welk jaar de verklaring betrekking heeft en welke van de in onderdeel 1.5.3.4 beschreven berekeningsmethodes wordt toegepast voor toetsing of wordt voldaan aan de 70%-norm. van of namens de exploitant van het schip. + +#### 1.5.3.7. Verklaring van of namens exploitant van het schip + +Op het tijdstip waarop een ondernemer een prestatie (levering of dienst) verricht aan een exploitant van een schip, moet worden getoetst of het schip voldoet aan de 70%-norm en of het schip volledig commercieel wordt geëxploiteerd (zie de onderdelen 1.5.3.3 t/m 1.5.3.5). Voor deze toets kan de ondernemer/prestatieverrichter in beginsel afgaan op een verklaring13Deze verklaring is vormvrij. Uit de verklaring moet in ieder geval blijken wie de exploitant is van het schip en waar deze exploitant is gevestigd, om welk schip het gaat, of het gaat om een schip met of zonder (bekend) exploitatieverleden, op welk jaar de verklaring betrekking heeft en welke van de in onderdeel 1.5.3.4 beschreven berekeningsmethodes wordt toegepast voor toetsing of wordt voldaan aan de 70%-norm. van of namens de (toekomstige) exploitant van het schip dat: + +– het gebruik van het schip voor tenminste 70% plaatsvindt op volle zee (zie de onderdelen 1.5.3.3 en 1.5.3.4); en +– het schip volledig (100%) commercieel wordt/zal worden geëxploiteerd voor de activiteiten omschreven in post a.3, onderdeel a, van Tabel II. + +De exploitant van het schip kan volstaan met het jaarlijks éénmalig afgeven van de hier bedoelde verklaring aan de ondernemer/prestatieverrichter, mits het gebruik van het schip tussentijds niet wijzigt. + +De hier bedoelde verklaring van de exploitant van het schip ontslaat de ondernemer die het nultarief hanteert in beginsel14Volgens de jurisprudentie van het HvJ blijft de toepassing van het nultarief door de leverancier of dienstverrichter in stand ingeval niet is voldaan aan de voor het nultarief geldende voorwaarden, als hij te goeder trouw heeft gehandeld en alles heeft gedaan wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt en hij met betrachting van de zorgvuldigheid van een oplettend koopman heeft gehandeld (zie o.a. HvJ 21 februari 2008, zaak C-271/06, (Netto Supermarkt) ECLI:EU:C:105). niet van zijn verantwoordelijkheid in geval van (al dan niet achteraf vastgestelde) onterechte toepassing van het nultarief. Dit is met name het geval bij een levering ten behoeve van pleziervaartuigen, omdat hierbij niet op voorhand evident is dat het vaartuig wordt of zal worden gebruikt overeenkomstig de voor toepassing van het nultarief geldende voorwaarden. + +### 1.5.4. Reddingsboten en schepen voor hulpverlening op zee (post a.3, onderdeel b) + +Voor reddingsboten en schepen voor hulpverlening op zee geldt niet de eis van gebruik op volle zee. Voldoende is dat het gebruik van deze vaartuigen geheel of nagenoeg geheel (voor tenminste 90%) op zee plaatsvindt (al dan niet binnen de territoriale wateren). Of een schip/boot als reddingsboot kan worden aangemerkt, moet volgens objectieve maatstaven worden beoordeeld. Zo’n boot moet qua uiterlijk (zoals kleurstelling en strepen van de reddingsorganisatie), bouw, inrichting en uitrusting zijn aan te merken als een reddingsboot. Onder reddingsboten vallen zowel de aan boord van zeeschepen geplaatste reddingsvaartuigen waarmee bij schipbreuk de opvarenden het schip kunnen verlaten, als de langs de kusten gestationeerde reddingsvaartuigen, die schepen of personen in nood te hulp schieten. + +Als schepen voor hulpverlening op zee zijn bijvoorbeeld aan te merken bergingsschepen, sleepboten, loodsboten, schepen van de kustwacht, blusschepen en politieschepen. + +### 1.5.5. Schepen voor de kustvisserij (post a.3, onderdeel c) + +Onder ‘schepen voor de kustvisserij’ wordt verstaan: schepen die op grond van hun bouw en inrichting geschikt zijn voor de beroepsvisserij en daar ook feitelijk voor tenminste 90% voor worden gebruikt. Schepen die geheel of nagenoeg geheel (voor tenminste 90%) worden gebruikt voor de garnalen-, mossel- of kokkelvisserij zijn ook aan te merken als ‘schepen voor de kustvisserij’. + +### 1.5.6. Oorlogsschepen (post a.3, onderdeel d) + +Uit praktische overwegingen wordt voor de uitleg van het begrip ‘oorlogsschepen’ aangesloten bij post 8906 10 00 van de gecombineerde nomenclatuur15de goederennomenclatuur als bedoeld in artikel 1 van de Verordening (EEG) 2658/87 van 23 juli 1987 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.. Onder post 8906 10 00 van de gecombineerde nomenclatuur vallen de volgende oorlogsschepen: + +a. schepen bestemd voor het gevecht en uitgerust met verschillende aanvals- en verdedigingswapens. Ze bevatten beschermingsmateriaal tegen projectielen (bijvoorbeeld bepantsering, veelvoudige waterdichte tussenschotten) of tegen oorlogstuig onder water (antimagnetische mijndetectoren). Gewoonlijk zijn ze uitgerust met opsporings- en afluisterapparatuur, zoals radar, sonar, infrarood opsporingsapparaten, evenals toestellen voor het storen van radio-uitzendingen. Schepen van deze categorie verschillen daarenboven van koopvaardijschepen door een veelal hogere snelheid en een betere manoeuvreerbaarheid, door het grote aantal bemanningsleden, door grotere brandstoftanks en door kamers die speciaal ingericht zijn voor het vervoer en het gebruik op zee van munitie; +b. bepaalde speciaal ingerichte schepen, die geen wapens bevatten en geen bepantsering dragen, maar die kennelijk uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn om te worden gebruikt in de oorlogsvoering, zoals landingsvaartuigen, bevoorradingsschepen (voor het vervoer van munitie of mijnen, enz.), schepen voor het troepentransport; c. onderzeeërs. -De onder de posten 89.01, 89.02 en 89.04 tot en met 89.06 van de gecombineerde nomenclatuur te rangschikken zeeschepen zijn schepen, ontworpen en gebouwd voor de vaart in volle zee, waarvan de grootste buitenwerks gemeten lengte van de romp 12 m of meer is. Als schepen ontworpen en gebouwd voor de vaart in volle zee worden beschouwd de schepen die zodanig zijn gebouwd en uitgerust dat zij bij moeilijke weersomstandigheden (ongeveer windkracht 7 volgens de schaal van Beaufort) op zee kunnen verblijven. Dergelijke schepen hebben gewoonlijk een dek en een opbouw, die ook bij zwaar weer waterdicht zijn. Onder grootste buitenwerks gemeten lengte van de romp dient te worden verstaan de lengte "over alles", te weten de rechte lijn tussen de uiterste punten van de voor- en achtersteven, uitstekende delen (roer, boegspriet) niet meegerekend. +### 1.5.7. Voorbeelden van niet onder de post vallende schepen -Als zeeschepen worden eveneens aangemerkt de vaartuigen en luchtkussenvaartuigen die aan de genoemde voorwaarden voldoen, ook indien zij voornamelijk worden gebruikt in kustwateren, op rivieren, meren, enz. +Schepen/casco’s die niet compleet of niet afgewerkt zijn en scheepsrompen, ook in gedemonteerde of niet-gemonteerde staat, vallen niet onder post a.3. Een boot/casco bijvoorbeeld die bij levering niet de specifieke kenmerken van inrichting en uitrusting van een reddingsboot heeft, is geen reddingsboot in de zin van post a.3, onderdeel b. -Voor de vaart in volle zee ontworpen en gebouwde vissersvaartuigen worden steeds als zeeschepen aangemerkt, ongeacht hun lengte, indien zij speciaal zijn gebouwd voor de beroepsvisserij. Daarbij is niet van belang of de schepen (tijdelijk) elders dan op de volle zee worden gebruikt en evenmin of zij bijkomstig voor tochtjes op zee worden gebruikt. +Schepen en ander drijvend materieel die zijn bestemd voor de sloop, vallen evenmin onder de post aangezien deze schepen niet (meer) voldoen aan de gestelde voorwaarden. -Eveneens kunnen ongeacht hun lengte steeds als zeeschepen worden aangemerkt voor de vaart in volle zee ontworpen en gebouwde reddingsboten en -schepen. Dit betreft zowel de aan boord van zeeschepen geplaatste vaartuigen waarmee bij schipbreuk de opvarenden het schip kunnen verlaten, als de langs de kusten gestationeerde reddingsvaartuigen, die schepen in nood te hulp komen. Zijn de vaartuigen niet voor de vaart op volle zee ontworpen en gebouwd, dan kunnen zij niet als zeeschepen van post *a* 3 worden aangemerkt. Eerstbedoelde aan boord van zeeschepen geplaatste vaartuigen kunnen in dat geval echter worden aangemerkt als goederen bestemd voor de inventaris van zeeschepen, bedoeld in § 3 van de toelichting op post a 4. +Pleziervaartuigen vallen niet onder de post, ook niet als zij over een IMO-nummer beschikken en aan de 70%-norm (zie onderdeel 1.5.3.4) voldoen, als deze vaartuigen niet volledig (100%) commercieel worden geëxploiteerd (zie de onderdelen 1.5.3.2 t/m 1.5.3.5). Binnenvaartschepen vallen ook niet onder de post. -Onder post 89.05 van de gecombineerde nomenclatuur vallen schepen waarbij het varen slechts van bijkomstige betekenis is vergeleken met de hoofdfunctie, zoals lichtschepen, pompboten, baggermolens en zandzuigers, drijvende kranen, drijvende droogdokken, alsmede boor- en werkeilanden die al dan niet op de zeebodem geplaatst kunnen worden. Ook voor deze vaartuigen en boor- en werkeilanden geldt dat zij onder de zeeschepen van post *a* 3 kunnen worden gerangschikt, indien zij bestemd zijn voor gebruik op zee, dat wil zeggen dat zij zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd dat zij geschikt zijn voor het gebruik op volle zee. De omstandigheid dat de feitelijke bestemming "gebruik op zee" nog niet terstond wordt gegeven, staat aan rangschikking onder de post niet in de weg. +### 1.5.8. Luchtvaartuigen voor internationaal vervoer (post a.3, onderdeel e) -### 1.5.4. Niet onder de post vallende schepen +Bij de beoordeling of een luchtvaartuig valt onder post a.3, onderdeel e, is doorslaggevend of de luchtvaartmaatschappij16Onder het begrip ‘luchtvaartmaatschappij’ valt ook een onderdeel van een luchtvaartgroep/-concern dat zelfstandig vliegtuigen exploiteert. zich hoofdzakelijk op het betaalde internationale vervoer (personen- en goederenvervoer) toelegt. Niet van belang is hoe het betrokken luchtvaartuig daadwerkelijk door de luchtvaartmaatschappij wordt gebruikt. Een luchtvaartuig dat wordt gebruikt door een luchtvaartmaatschappij die zich hoofdzakelijk toelegt op het betaalde internationale vervoer, valt onder de post, ook als dat luchtvaartuig wordt ingezet voor binnenlandse vluchten (HvJ 16 september 2004, zaak C-382/02 (Cimber Air), ECLI:EU:C:2004:534). -Binnenschepen en als zeeschip aan te merken pleziervaartuigen bedoeld bij post 89.03 van de gecombineerde nomenclatuur vallen niet onder post *a* 3. De levering van zodanige schepen kan echter worden onderworpen aan het nultarief van post *a* 2, indien aan de hand van boeken en bescheiden kan worden aangetoond dat de schepen door een ondernemer uit de Gemeenschap zijn uitgevoerd, dan wel kan op de voet van artikel 24, tweede lid, van de Wet ontheffing van belasting worden verleend in de aldaar bedoelde gevallen van uitvoer uit de Gemeenschap door natuurlijke personen, andere dan ondernemers. Bij levering van de onderwerpelijke schepen naar een andere Lid-Staat kan het nultarief van post *a* 6 toepassing vinden indien de schepen aldaar ter zake van intracommunautaire verwerving aan heffing van belasting zijn onderworpen. +Als luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer worden in elk geval die maatschappijen aangemerkt wiens niet-internationale activiteiten aanzienlijk minder omvangrijk zijn dan hun internationale activiteiten. Voor de beoordeling of hiervan sprake is, kan rekening worden gehouden met alle gegevens die een aanwijzing geven van het relatieve belang van de internationale vervoersactiviteit, met name de omzet (zie het Cimber Air-arrest). Met ‘hoofdzakelijk’ wordt in dit verband bedoeld dat 70% of meer van de vervoersactiviteiten van de luchtvaartmaatschappij bestaan uit het betaalde internationale vervoer. Onder ‘internationaal vervoer’ wordt verstaan: vluchten door het luchtruim van verschillende lidstaten en in voorkomend geval door het internationale luchtruim. Het gaat om het luchtvaartverkeer op dan wel tussen andere landen (overige lidstaten daaronder begrepen) dan Nederland. Hieronder vallen niet alleen lijnvluchten, maar ook chartervluchten (HvJ 19 juli 2012, zaak C-33/11 (A Oy) ECLI:EU:C:2012:482). -### 1.5.5. Luchtvaartuigen +Onder ‘luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het betaalde internationale vervoer’ vallen niet alleen luchtvaartmaatschappijen die de bedoelde internationale activiteiten verrichten, maar ook ondernemers die zelf geen betaald internationaal luchtvervoer verrichten, maar luchtvaartuigen kopen om die door zo’n luchtvaartmaatschappij te laten gebruiken, bijvoorbeeld als onderdeel van een leaseovereenkomst (zie het hiervoor genoemde A Oy-arrest). -Onder post *a* 3 vallen ten slotte luchtvaartuigen welke hoofdzakelijk als openbaar vervoermiddel in het internationaal verkeer zullen worden gebezigd. Dit betreft met name de luchtvaartuigen bedoeld bij post 88.02 van de gecombineerde nomenclatuur, te weten luchtvaartuigen welke zwaarder zijn dan lucht met een voortbewegingsmechanisme, zoals met name vliegtuigen (landvliegtuigen, watervliegtuigen, amfibievliegtuigen) en hefschroefvliegtuigen, voor personen en/of goederenvervoer. Onder de post kunnen overigens in voorkomend geval mede worden gerangschikt de bestuurbare en doorgaans met een motor uitgeruste luchtschepen, lichter dan lucht, bedoeld bij post 88.01, indien deze als openbaar vervoermiddel in het internationaal verkeer zullen worden gebezigd. +Uit praktische overwegingen wordt voor de uitleg van het in post a.3, onderdeel e, opgenomen begrip ’luchtvaartuigen’ aangesloten bij post 88.02 van de gecombineerde nomenclatuur. Het gaat om vliegtuigen (land-, water- en amfibievliegtuigen) en helikopters, voor personen- en of goederenvervoer. Onder de post vallen ook de bestuurbare en doorgaans met een motor uitgeruste luchtschepen bedoeld in post 88.01 van de gecombineerde nomenclatuur, als deze worden gebruikt door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk op het betaalde internationale vervoer toeleggen. -Ingevolge artikel 12, tweede lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit is het nultarief ten aanzien van de hier bedoelde luchtvaartuigen slechts van toepassing indien een schriftelijke verklaring van de afnemer van de luchtvaartuigen wordt overgelegd dat hij de luchtvaartuigen hoofdzakelijk als openbaar vervoermiddel in het internationaal verkeer bezigt of zal bezigen. Als internationaal verkeer kan in dezen worden aangemerkt het luchtvaartverkeer - lijnverkeer, chartervluchten en dergelijke - op dan wel tussen andere landen (overige Lid-Staten daaronder begrepen) dan Nederland. +### 1.5.9. Nultarief levering bevoorradingsgoederen (post a.3, eerste zin) -### 1.5.6. Goederen welke in zeeschepen of luchtvaartuigen worden aangebracht +#### 1.5.9.1. Algemeen -Met betrekking tot goederen welke in zeeschepen of luchtvaartuigen als bedoeld in de post worden aangebracht, wordt verwezen naar § 3 van de toelichting op post a 4. +Op grond van post a.3 geldt het nultarief voor de (binnenlandse) levering, intracommunautaire verwerving en invoer van: -## 1.6. Post A 4 +– bevoorradingsgoederen +– die zijn bestemd voor de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen +– en die worden geleverd aan de laatste schakel in de handelsketen. + +#### 1.5.9.2. Reikwijdte begrip ‘bevoorradingsgoederen’ + +Als goederen voor de bevoorrading van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen zijn aan te merken: + +1. Brandstof voor de voortstuwing van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen. Te denken valt aan minerale oliën (zoals kerosine), gas- en stookolie en (vloeibaar) gas. +2. Brandstof en andere producten voor de smering en ander technisch gebruik aan boord van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen. Te denken valt aan minerale oliën waarmee de motor en andere machines en toestellen aan boord van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen (blijven) functioneren. +3. Proviand, d.w.z. levensmiddelen, dranken en tabaksartikelen die door de exploitant van een in de post omschreven schip of luchtvaartuig worden aangeschaft om te worden verstrekt aan de bemanningsleden of aan passagiers voor consumptie ter plekke (aan boord van het schip of luchtvaartuig). Ook proviand die door de exploitant wordt aangeschaft voor de wederverkoop aan passagiers valt onder de post. + +Voor rangschikking onder de post is het niet noodzakelijk dat de proviand aan boord van het schip of luchtvaartuig wordt afgeleverd. Als de proviand op een andere plaats wordt geleverd17bijvoorbeeld het magazijn van de exploitant van het schip of het luchtvaartuig., is het voor toepassing van de post voldoende dat bij aflevering van de goederen op die andere plaats vaststaat, dat de goederen zijn bestemd voor een bepaald schip of luchtvaartuig. + +De verkoop van spijzen en dranken aan passagiers (in winkels) aan boord van onder de post vallende schepen en luchtvaartuigen vormt geen bevoorrading in de zin van post a.3 (zie Rechtbank ’s-Gravenhage, d.d. 17 april 2007, nr. AWB 06/4107). + +De proviand die is bestemd voor schepen voor de kustvisserij is uitgezonderd van de post (zie post a.3, onderdeel c). + +#### 1.5.9.3. Bestemd voor in post a.3 omschreven schepen en luchtvaartuigen + +Onder de post vallen alleen bevoorradingsgoederen waarvan de leverancier kan aantonen dat de goederen bestemd zijn voor de in de post omschreven schepen (zie de onderdelen 1.5.3. t/m 1.5.7) en luchtvaartuigen (zie onderdeel 1.5.8). Als de bestemming van bevoorradingsgoederen niet vaststaat of niet kan worden aangetoond, valt de levering niet onder de post. + +#### 1.5.9.4. Levering aan laatste schakel + +Uitgangspunt is dat de post alleen van toepassing is op de levering van bevoorradingsgoederen aan de laatste schakel in de handelsketen, de exploitanten van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen (HvJ 26 juni 1990, zaak C-185/89 (Velker International Oil Company), ECLI:EU:C:1990:262), HvJ 14 september 2006, gevoegde zaken C-181/04 t/m C-183/04 (Elmeka NE), ECLI:EU:C:2006:563) en HvJ 3 september 2015, zaak C-526/13 (Fast Bunkering Klaipėda UAB), ECLI:EU:C:2015:536). Met ‘exploitanten’ wordt gedoeld op de ondernemers die de in de post omschreven schepen en vaartuigen feitelijk exploiteren. Het kan gaan om de juridische eigenaren van de in de post omschreven schepen en vaartuigen (de reder, de lease- of de luchtvaartmaatschappij), maar ook om ondernemers die (namens de juridische eigenaren) de schepen en vaartuigen feitelijk exploiteren (scheepsagenten e.d.) of (deels) huren. + +De levering van brandstof voor de voortstuwing van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen aan eerdere schakels in de handelsketen, zoals de levering door een bunkeraar aan een in eigen naam handelde tussenpersoon, valt in beginsel niet onder de post. Dit geldt ook als op het tijdstip van zo’n levering vaststaat dat de goederen zijn bestemd voor de laatste schakel in de handelsketen en voor deze eindbestemming bewijs is geleverd aan de Belastingdienst (r.o. 46 van het arrest Fast Bunkering Klaipėda UAB). + +Het is mogelijk dat bij de levering van vorenbedoelde brandstof meerdere personen18De leverancier/bunkeraar sluit een overeenkomst tot levering met de op eigen naam handelende tussenpersoon en de op eigen naam handelende tussenpersoon sluit een overeenkomst tot levering met de exploitant van het schip of het luchtvaartuig. overeenkomsten sluiten met de verplichting tot levering van dezelfde brandstof en dat de brandstof door de eerste leverancier in de handelsketen (de bunkeraar) rechtstreeks wordt afgeleverd aan de laatste afnemer in de keten (de exploitant van het schip of het luchtvaartuig). In zo’n situatie valt de levering van de brandstof door de bunkeraar aan de in eigen naam handelende tussenpersoon toch onder de post, als19Zie r.o. 53 van het arrest Fast Bunkering Klaipėda UAB.: + +– de bunkeraar de brandstof rechtstreeks laadt in de tank van het betrokken schip of luchtvaartuig; en +– de eigendom van de brandstof ten vroegste van de bunkeraar naar de tussenpersoon overgaat op het tijdstip waarop de exploitant de macht heeft verkregen om feitelijk als eigenaar over de brandstof te beschikken. Op grond van artikel 3, vierde lid, van de Wet is dit tijdstip ook het moment waarop de tussenpersoon ten vroegste de eigendom verkrijgt van de brandstof. + +Overigens valt de levering van de brandstof door de tussenpersoon aan de exploitant van het schip of het luchtvaartuig (ook) onder de post, omdat sprake is van een levering aan de laatste schakel in de handelsfase. + +#### 1.5.9.5. Niet onder post a.3 vallende (bevoorradings)goederen + +De bevoorrading in Nederland van vervoermiddelen met goederen die niet in het vrije verkeer zijn, is belast als invoer van de betrokken goederen (artikel 18, eerste lid, onderdeel d, van de Wet). + +Goederen die zijn bestemd voor de bevoorrading van vervoermiddelen zijn uitgezonderd van post a.2. De levering van bevoorradingsgoederen voor vervoermiddelen is dus belast, tenzij het gaat om bevoorradingsgoederen als bedoeld in post a.3. + +Goederen die deel uitmaken van de lading zijn niet aan te merken als bevoorradingsgoederen. Goederen, niet zijnde proviand, die door de exploitant van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen worden aangeschaft voor de wederverkoop aan passagiers, vallen niet onder de post. + +## 1.6. Post A.4 ### 1.6.1. Inhoud van de post -De tekst van post *a* 4 luidt: +De tekst van post a.4 luidt: -"goederen welke zijn bestemd voor de bevoorrading van uitgaande: +‘a. *de schepen, bedoeld in post 3, onder a tot en met d, alsmede de voorwerpen – met inbegrip van uitrusting voor de visserij – die met deze schepen vast verbonden zijn of die voor hun exploitatie dienen;* +b. *de luchtvaartuigen bedoeld in post 3, onder e, alsmede de voorwerpen die met deze luchtvaartuigen vast verbonden zijn of die voor hun exploitatie dienen;’* -- - zeeschepen waarmee enigerlei economische activiteit wordt verricht, met uitzondering van schepen voor de kustvisserij; -- - reddingsboten, schepen voor hulpverlening op zee of schepen voor de kustvisserij, met uitzondering van voor laatstgenoemde schepen bestemde scheepsproviand; -- - oorlogsschepen met als bestemming een haven of ankerplaats buiten Nederland; -- - luchtvaartuigen als zijn bedoeld onder 3;" +### 1.6.2. Algemeen -### 1.6.2. Bevoorradingsgoederen +Post a.4 voorziet in een nultarief voor de (binnenlandse) levering, intracommunautaire verwerving en invoer van: -Goederen waarmee in Nederland uitgaande vervoermiddelen worden bevoorraad, kunnen uitsluitend op de voet van post *a* 4 met toepassing van het nultarief worden geleverd. In voorkomend geval kan ook de invoer of de intracommunautaire verwerving van dergelijke goederen onder de post worden gerangschikt. +– de in de post a.3 omschreven schepen en luchtvaartuigen; en +– de voorwerpen die vast verbonden zijn aan of voor de exploitatie dienen van de in post a.3 omschreven schepen en luchtvaartuigen. -Ingevolge artikel 18, eerste lid, onderdeel d, van de Wet is de bevoorrading in Nederland van vervoermiddelen met goederen welke niet in het vrije verkeer zijn, belast als invoer van de desbetreffende goederen. Goederen welke zijn bestemd voor de bevoorrading van vervoermiddelen zijn voorts van de meer algemeen gestelde post *a* 2 uitgezonderd. +Zie in dit verband post a.4 in samenhang met artikel 9, tweede lid, onderdeel b, artikel 17d en artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet. -Als goederen welke zijn bestemd voor de bevoorrading van schepen en luchtvaartuigen worden aangemerkt: +De communautaire basis van post a.4 is te vinden in de volgende onderdelen van artikel 148 van de btw-richtlijn: -a. minerale oliën ten behoeve van voortstuwing, smering en ander technisch gebruik aan boord van het schip of luchtvaartuig (produkten waarmee de voortbewegingsorganen en andere machines en toestellen aan boord functioneren); -b. proviand, zijnde levensmiddelen, dranken en tabaksartikelen (in verband met het vermelde onder *d* behoeft in dezen geen onderscheid te worden gemaakt tussen goederen die door de exploitant van het vervoermiddel worden aangeschaft voor de wederverkoop aan passagiers en die welke worden aangeschaft ten behoeve van de verstrekking aan passagiers en/of bemanningsleden); -c. boordbenodigdheden, zijnde goederen die bestemd zijn om bedrijfsmatig te worden gebruikt op schepen en in luchtvaartuigen (hieronder dienen mede te worden begrepen goederen die in het vervoermiddel worden verwerkt of daarop blijvend worden aangebracht, alsmede goederen die blijvend deel gaan uitmaken van de losse inventaris van het vervoermiddel, zie § 3 en § 7); -d. goederen, niet zijnde proviand, die door de exploitant van het schip of luchtvaartuig worden aangeschaft voor de wederverkoop aan passagiers. +– voor de in post a.3, onderdelen a t/m d omschreven schepen: onderdelen a en b van artikel 148; +– voor de in post a.3, onderdeel e, omschreven luchtvaartuigen: onderdeel e van artikel 148; +– voor de voorwerpen die vast verbonden zijn of voor de exploitatie dienen van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen: onderdelen c en f van artikel 148. -Goederen die deel uitmaken van de lading worden niet als bevoorradingsgoederen aangemerkt. +### 1.6.3. Schepen en luchtvaartuigen omschreven in post a.3 -### 1.6.3. Goederen bestemd om in schepen of luchtvaartuigen te worden aangebracht +In de toelichting op post a.3 wordt ingegaan op de in post a.4 bedoelde schepen en luchtvaartuigen. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. -Goederen die in schepen of luchtvaartuigen worden verwerkt of daarin c.q. daarop blijvend worden aangebracht, alsmede goederen die blijvend deel gaan uitmaken van de losse inventaris van die vervoermiddelen, zijn als zodanig niet genoemd in post *a* 3. Mede gelet op het bepaalde in artikel 15, leden 5 en 6, van de Zesde richtlijn kunnen deze goederen echter worden aangemerkt als boordbenodigdheden als bedoeld in § 2, onder c, in verband waarmee zij, mits zij worden geleverd aan de exploitant van het vervoermiddel, als bevoorradingsgoederen onder post *a* 4 zijn te rangschikken. Onder de post vallen goederen die worden verwerkt, aangebracht of geplaatst in zeeschepen of luchtvaartuigen voor het internationale verkeer, niet alleen als die vervoermiddelen een Nederlandse haven aandoen en daarna weer uitgaan, maar ook als die vervoermiddelen hier te lande worden hersteld, een onderhoudsbeurt of andere behandeling ondergaan. +### 1.6.4. Levering van luchtvaartuigen bedoeld in post a.3, onderdeel e, aan niet in Nederland gevestigde afnemers -### 1.6.4. Uitgaande schepen en luchtvaartuigen +De ondernemer die het nultarief toepast moet de toepasselijkheid van het nultarief aantonen aan de hand van boeken en bescheiden (artikel 12, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit). Bij de levering van luchtvaartuigen als bedoeld in post a.3 geldt voor toepassing van het nultarief ook de voorwaarde dat de leverende ondernemer een schriftelijke verklaring overlegt van de afnemer van de luchtvaartuigen dat het gaat om luchtvaartuigen als bedoeld in post a.3 (artikel 12, tweede lid, onderdeel a, 1°, van het Uitvoeringsbesluit). In de praktijk levert het afgeven van deze verklaring problemen op bij afnemers die niet in Nederland zijn gevestigd. -Het nultarief van post *a* 4 is slechts van toepassing op bevoorradingsgoederen als bedoeld in § 2, indien deze bestemd zijn voor de in de post bedoelde uitgaande schepen en luchtvaartuigen. Het betreft in dezen wat de zeeschepen en luchtvaartuigen aangaat in beginsel dezelfde vervoermiddelen als bedoeld in post *a* 3, in verband waarmee hier naar de toelichting op die post wordt verwezen. Daarnaast omvat de post nog bevoorradingsgoederen welke bestemd zijn voor uitgaande reddingsboten, schepen voor hulpverlening op zee en schepen voor de kustvisserij, ook indien deze schepen uit hoofde van hun bouw en inrichting niet als zeeschepen zijn aan te merken. Uiteraard dienen deze schepen wel als zodanig te onderkennen te zijn, d.w.z te zijn gebouwd en ingericht als reddingsboot, voor bedoelde hulpverlening c.q. voor bedoelde visserij. +Onder de volgende (cumulatieve) voorwaarden keur ik goed dat het nultarief wordt toegepast op de levering van luchtvaartuigen als bedoeld in post a.3, onderdeel e, aan niet in Nederland gevestigde afnemers, zonder het overleggen van de verklaring bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, 1°, van het Uitvoeringsbesluit. -De levering van bevoorradingsgoederen als bedoeld in § 2, bestemd voor boor- en werkeilanden die zich in de territoriale wateren bevinden, valt niet onder het nultarief. +– de afnemer is een leasemaatschappij of een luchtvaartmaatschappij waarbij 70% of meer van de vervoersactiviteiten van de luchtvaartmaatschappij bestaan uit het betaalde internationale vervoer; +– de afnemer zou voor de levering van het luchtvaartuig recht hebben op teruggaaf van voorbelasting op de voet van richtlijn 2008/920Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (Pb EU L 44 d.d. 20 februari 2008) of de dertiende richtlijn21Dertiende Richtlijn (86/560/EEG) van de Raad van 17 november 1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting – Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (PbEG L 326 d.d. 21 november 1986). -Het nultarief kan voorts alleen toepassing vinden indien het uitgaande schepen en luchtvaartuigen betreft. In dit verband dienen onder uitgaande schepen en luchtvaartuigen te worden verstaan schepen en luchtvaartuigen die zich in het internationale verkeer begeven, derhalve buiten de Nederlandse territoriale wateren gaan of op andere wijze de Nederlandse grens overschrijden. Voor de toepassing van de post kan onder internationaal verkeer het verkeer op dan wel tussen andere landen dan Nederland worden verstaan, het verkeer op en tussen Lid-Staten daaronder begrepen. +### 1.6.5. Boordbenodigdheden voor de schepen en luchtvaartuigen omschreven in post a.3 -Reddingsboten, schepen voor de hulpverlening op zee en schepen voor de kustvisserij kunnen ook als uitgaand worden beschouwd indien zij uitsluitend binnen de territoriale wateren varen. De territoriale wateren strekken zich uit tot op een afstand van 12 internationale zeemijlen (ruim 22 km) gemeten vanaf de kust. Voor het overige kunnen schepen die zich niet buiten de territoriale wateren begeven niet als uitgaande schepen worden beschouwd. Evenmin kunnen als zodanig worden beschouwd vissersschepen, zoals mossel- en kokkelvaartuigen, die niet voor de visserij in de kustwateren worden gebezigd. +#### 1.6.5.1. Algemeen -Met betrekking tot de bevoorrading van oorlogsschepen geldt het nultarief slechts, indien deze schepen het land verlaten met als bestemming een haven of ankerplaats in het buitenland. Gelet op de bijzondere positie van oorlogsschepen kan er voor de toepassing van post *a* 4 van worden uitgegaan dat indien als zeeschepen aan te merken oorlogsschepen een Nederlandse haven voor een reis van meerdere dagen verlaten, zij steeds als bestemming een haven of ankerplaats buiten Nederland zullen hebben. +Post a.4 heeft betrekking op voorwerpen die na levering vast verbonden zijn of dienen voor de exploitatie van de in de post omschreven schepen en luchtvaartuigen (hierna aangeduid als: boordbenodigdheden) die worden geleverd aan de laatste schakel in de handelsketen. -Door de post *a* 4, eerste en tweede gedachtenstreep, aangebrachte beperking kan de proviandering van schepen voor de kustvisserij, ook indien zij als zeeschepen zouden zijn aan te merken, niet onder de post worden gerangschikt. +#### 1.6.5.2. Reikwijdte ‘boordbenodigdheden’ -### 1.6.5. Bestemming van de goederen +Bij boordbenodigdheden gaat het om goederen die kennelijk zijn bestemd om bedrijfsmatig te worden gebruikt op/in de in post a.3 omschreven schepen en luchtvaartuigen. Met ‘goederen die kennelijk zijn bestemd voor bedrijfsmatig gebruik’ wordt gedoeld op goederen waarvan evident is/kenbaar is dat zij primair en daadwerkelijk bedrijfsmatig (zullen) worden gebruikt voor de in post a.3 omschreven schepen en luchtvaartuigen. Hieronder vallen zowel goederen die na levering in het schip of luchtvaartuig worden verwerkt of daarop/daarin (blijvend) worden aangebracht, als goederen die blijvend deel gaan uitmaken van de losse inventaris van het schip of luchtvaartuig. Het gaat bijvoorbeeld om navigatie- en communicatieapparatuur (bijv. marifoons en bijbehorende antennes),zwemvesten, reddingsboeien en brandblussers. -De in § 2 bedoelde goederen vallen onder de post, indien zij bij levering (of de verwerving) bestemd zijn voor de in § 4 bedoelde uitgaande schepen of luchtvaartuigen. Blijkens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990, zaak C-185/89, en het arrest van de Hoge Raad van 7 november 1990, nr. 24 988, kunnen als de levering van zodanige goederen slechts worden aangemerkt de levering aan degene die de goederen als scheepsvoorraad zal bezigen, waarbij overigens de goederen niet aan boord van het desbetreffende voertuig behoeven te worden afgeleverd. Waar het echter bij toepassing van de post tevens vereist is dat de goederen bestemd zijn voor een uitgaand schip of luchtvaartuig, zal toch ook bij aflevering van de goederen op een andere plaats dan aan boord van het schip of luchtvaartuig vast moeten staan voor welk vervoermiddel de goederen bestemd zijn. Voorts volgt uit hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad eveneens dat het nultarief geen toepassing kan vinden ter zake van de levering van goederen aan een ander dan de exploitant/gebruiker van het vervoermiddel waarvoor de goederen eventueel bestemd (zouden) zijn. +Het komt voor dat reddingsorganisaties een boot/casco aanschaffen en die zelf inrichten als reddingsboot door middel van het aanbrengen van specifieke uitrusting in/aan de boot of het casco voor het verrichten van reddingswerkzaamheden op zee. -Het vorenstaande brengt met zich, dat het nultarief ten aanzien van meerbedoelde goederen geen toepassing kan vinden in gevallen waarin de bestemming van de goederen niet vaststaat of niet kan worden aangetoond, dan wel indien goederen voor de bevoorrading van schepen of luchtvaartuigen niet aan boord van uitgaande vervoermiddelen worden geleverd - bijvoorbeeld op magazijn en dergelijke - waarbij niet vaststaat of niet kan worden aangetoond voor welk uitgaand vervoermiddel de goederen bestemd zijn. Op zich behoeft dit doorgaans niet tot bijzondere problemen te leiden, aangezien exploitanten van schepen en luchtvaartuigen die als ondernemer in de zin van de omzetbelastingwetgeving zijn aan te merken de terzake aan hen in rekening te brengen belasting in aftrek kunnen brengen c.q. kunnen terugvragen. Aan lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, andere dan ondernemers, die schepen als bedoeld in de post bezigen - te denken valt bijvoorbeeld aan de Koninklijke Marine - en die voor de bevoorrading van die schepen goederen op magazijn en dergelijke betrekken, kan in voorkomend geval teruggaaf van belasting worden verleend. +Ik keur goed dat goederen waarvan evident is/kenbaar is dat zij primair en daadwerkelijk (zullen) worden gebruikt om boten/casco’s in te richten als reddingsboten in de zin van post a.3, onderdeel b, worden aangemerkt als ‘boordbenodigdheden’ in de zin van de post. Op de levering van deze goederen kan het nultarief worden toegepast. -### 1.6.6. (Vervallen) +#### 1.6.5.3. Levering aan laatste schakel +Met ‘levering22In het kader van de post wordt met ‘levering’ ook gedoeld op de intracommunautaire verwerving en de invoer. aan de laatste schakel in de handelsketen’ wordt gedoeld op de levering aan de exploitant van het schip of het luchtvaartuig (zie onderdeel 1.5.9.4 van de toelichting op post a.3). Voor rangschikking onder de post is het niet noodzakelijk dat de boordbenodigdheden aan boord van het schip of luchtvaartuig worden afgeleverd. Als de boordbenodigdheden op een andere plaats worden afgeleverd23bijvoorbeeld het magazijn van de reder of de luchtvaartmaatschappij.), is het voor toepassing van de post voldoende dat bij aflevering van de boordbenodigdheden op die andere plaats vaststaat, dat zij zijn bestemd voor een bepaald schip of luchtvaartuig dat onder post a.3 van Tabel II valt. +#### 1.6.5.4. Niet onder de post vallende boordbenodigdheden/goederen -### 1.6.7. Leveringen aan schepelingen +Tot de boordbenodigdheden behoren niet de goederen die worden aangeschaft door de eigenaar, kapitein en/of bemanning van een schip of luchtvaartuig en die in overwegende mate bestemd zijn voor hun persoonlijk gebruik. Het gaat om goederen die geheel of nagenoeg geheel het karakter hebben van consumptiegoederen. Voorbeelden van deze goederen zijn beeld- en geluidsapparatuur, desktop- en notebookcomputers en dergelijke apparatuur24Computers die behoren tot de standaarduitrusting van een zeeschip vallen wél onder post a.4 van Tabel II, als wordt voldaan aan de voor toepassing van het nultarief gestelde voorwaarden., zoals tablets (Hoge Raad 11 september 2015, ECLI:NL:HR: 2015:2496), mobiele telefoons en smartphones. Deze goederen voor persoonlijk gebruik kunnen alleen nog onder het nultarief vallen als zij zijn te rangschikken onder post a.2 van Tabel II. -Tot de in § 2, onder c, bedoelde boordbenodigdheden behoren niet de goederen die worden aangeschaft door de eigenaar, kapitein en/of bemanning van het schip of luchtvaartuig en die bestemd zijn voor hun persoonlijk gebruik, ook niet indien zulks plaatsvindt in de slaap-, woon-, eet- of kookruimten van het schip of luchtvaartuig. Met betrekking tot dergelijke goederen, zoals radio's, televisietoestellen, video-apparaten, koelkasten, meubilair, kookgerei, flessegas voor huishoudelijk gebruik, en andere voor persoonlijk gebruik bestemde goederen die geheel of overwegend het karakter van consumptiegoederen hebben, kan het nultarief slechts toepassing vinden indien zij onder post *a* 2 zijn te rangschikken. Terzake zij verwezen naar § 5 van de toelichting op post a 2. +De levering van boordbenodigdheden waarvan de bestemming niet vaststaat of niet kan worden aangetoond, valt niet onder de post. -### 1.6.8. Goederen die tijdens het vervoer aan boord van een schip of luchtvaartuig aan de passagiers worden geleverd - -Zoals blijkt uit § 2, onder d, kunnen goederen die bestemd zijn voor de wederverkoop aan boord van uitgaande schepen en vliegtuigen als bevoorradingsgoederen voor die schepen en vliegtuigen worden aangemerkt. Zulks brengt met zich, dat de levering van dergelijke goederen aan de exploitant van de desbetreffende voertuigen, indien de bestemming als uitgaand schip of luchtvaartuig vaststaat, onder het nultarief valt. Zie hiervoor ook § 5. De wederverkoop van de goederen zelf valt echter niet onder de post. In artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet is dienaangaande bepaald, dat de levering van goederen aan boord van een schip, luchtvaartuig of trein tijdens een vervoer met plaats van vertrek en plaats van aankomst in de Gemeenschap wordt verricht op de plaats van vertrek van het vervoer van passagiers. In andere gevallen, bijvoorbeeld tijdens het vervoer per schip of luchtvaartuig vanuit Nederland naar een plaats buiten de Gemeenschap, is de plaats van levering de plaats waar de levering feitelijk plaatsvindt. - -Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 28 duodecies van de Zesde richtlijn kunnen ondernemers tot 1 juli 1999 het nultarief toepassen ter zake van de levering via "verkooppunten" van goederen die worden meegenomen in de persoonlijke bagage van reizigers die zich door middel van een intracommunautaire vlucht of zeereis naar een andere Lid-Staat begeven. De voorwaarden voor toepassing van deze regeling zijn opgenomen in de vergunning die wordt afgegeven door het desbetreffende douane-district. - -In dit verband kan de levering aan boord van een zeeschip of luchtvaartuig tijdens intracommunautair reizigersvervoer worden gelijkgesteld met een levering door verkooppunten. - -### 1.6.9. Verstrekking van spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse aan boord van een schip of luchtvaartuig - -De verstrekking van spijzen en dranken, indien zulks geschiedt voor gebruik ter plaatse, is een dienst. Deze dienst is belast op de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd. In afwachting van een nadere communautaire regeling terzake, kan het voor gebruik ter plaatse verstrekken van spijzen en dranken aan passagiers aan boord van een in post *a* 3 bedoeld schip of vliegtuig tijdens intracommunautair personenvervoer, voor zover deze dienst in Nederland belastbaar is, onder het nultarief worden gerangschikt. Het nultarief geldt eveneens voor de hier bedoelde verstrekking tijdens personenvervoer met bestemming een derde-land of met bestemming de Gemeenschap komende vanuit een derde-land. +Goederen die deel uitmaken van de lading van een schip of luchtvaartuig zijn geen boordbenodigdheden in de zin van de post. ## 1.7. Post A 5 @@ -502,7 +630,7 @@ Met betrekking tot diensten die elders dan in een zee- of luchthaven worden verr Onder de post vallen diensten ten aanzien van goederen die deel uitmaken van de hiervoor onder *a* en *b* bedoelde in- en uitgaande vervoersbewegingen, bij het binnenkomen van de Gemeenschap tot op de plaats van invoer, bij het verlaten van de Gemeenschap vanaf de plaats van inlading met de bestemming uitvoer uit de Gemeenschap, het vervoer zelf daaronder begrepen. Op het - eventueel aansluitend binnenlandse - vervoer van binnengekomen goederen die niet meer onder post *a* 1 zijn te rangschikken omdat zij inmiddels ten invoer zijn aangegeven is het nultarief van post *b* 2 van toepassing. Verwezen zij naar de op genoemde post hierna gegeven toelichting. -Voorts vallen onder de post diensten ten aanzien van zeeschepen en luchtvaartuigen, bedoeld in post *a* 3, ongeacht hun herkomst of bestemming. Voor een toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar § 7 tot en met § 10 hierna. +Voorts vallen onder de post diensten ten aanzien van zeeschepen en luchtvaartuigen, ongeacht hun herkomst of bestemming. Voor een toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar § 7 tot en met § 10 hierna. Vorenstaande uitgangspunten worden in het navolgende nader uitgewerkt. @@ -540,7 +668,7 @@ Aan het nultarief kunnen voorts worden onderworpen het vervoer en de daarmee sam ### 1.11.7. Diensten ten aanzien van zeeschepen en van de lading van zeeschepen -Ingevolge post *b* 1 zijn voorts aan het nultarief onderworpen de diensten die worden verricht ten aanzien van zeeschepen als zijn bedoeld bij post *a* 3. Het gaat hierbij om zeeschepen als zodanig, met uitzondering van pleziervaartuigen, ongeacht hun directe herkomst - binnen of buiten de Gemeenschap - of bestemming. Gelet op het bepaalde in artikel 15, onderdeel 8, van de Zesde richtlijn gaat het hierbij om diensten welke verricht worden voor de rechtstreekse behoeften van de desbetreffende schepen en hun lading. Onder deze diensten zijn tevens te begrijpen de diensten welke worden verleend aan de reder ten behoeve van de exploitatie van het zeeschip, zoals diensten van scheepsagenten. +Ingevolge post *b* 1 zijn voorts aan het nultarief onderworpen de diensten die worden verricht ten aanzien van zeeschepen. Het gaat hierbij om zeeschepen, ongeacht hun directe herkomst - binnen of buiten de Gemeenschap - of bestemming. Gelet op het bepaalde in artikel 15, onderdeel 8, van de Zesde richtlijn gaat het hierbij om diensten welke verricht worden voor de rechtstreekse behoeften van de desbetreffende schepen en hun lading. Onder deze diensten zijn tevens te begrijpen de diensten welke worden verleend aan de reder ten behoeve van de exploitatie van het zeeschip, zoals diensten van scheepsagenten. Ingevolge genoemde bepaling van de Zesde Richtlijn kan het nultarief derhalve onder meer toepassing vinden ten aanzien van het slepen, het beloodsen en het bergen van zeeschepen, alsmede ten aanzien van het los- en vastmaken van zeeschepen, het classificeren, het verrichten van deskundigenonderzoek (al dan niet in verband met schade), het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, herstellingen en dergelijke aan zeeschepen en prestaties waarvoor havengeld in verband met zeeschepen in rekening wordt gebracht. Ook de bevrachting van zeeschepen is aan het nultarief onderworpen. Ten slotte kan ook het vervoer van bemanningen van zeeschepen (het zogenoemde communicatievaren) en het vervoer van waterklerken onder de post worden gerangschikt. @@ -560,7 +688,7 @@ Met betrekking tot zogenoemde shipmanagement wordt een vergoeding in rekening ge ### 1.11.10. Diensten ten aanzien van luchtvaartuigen en van de lading van luchtvaartuigen -Onder post *b* 1 vallen eveneens de diensten welke worden verricht ten aanzien van luchtvaartuigen welke hoofdzakelijk als openbaar vervoermiddel worden gebezigd in het internationaal verkeer, bedoeld in post *a* 3. Mede gelet op de tekst van het bepaalde in artikel 15, leden 6 en 9, van de Zesde richtlijn geldt zulks mede voor diensten welke ten aanzien van voor het goederenverkeer gebezigde luchtvaartuigen worden verricht. Als internationaal verkeer kan in deze worden aangemerkt het luchtvaartverkeer - lijnverkeer, chartervluchten en dergelijke - tussen dan wel op andere landen (de overige Lid-Staten van de Gemeenschap daaronder begrepen) dan Nederland. Voorts gaat het om luchtvaartuigen als zodanig, ongeacht hun directe herkomst - binnen of buiten de Gemeenschap - of bestemming. Gelet op het bepaalde in artikel 15, onder 9, van de Zesde richtlijn gaat het hierbij om diensten welke verricht worden voor de rechtstreekse behoeften van de desbetreffende luchtvaartuigen en hun lading. Onder de hier bedoelde diensten zijn tevens te begrijpen de diensten die worden verricht ten behoeve van de exploitatie van het luchtvaartuig. +Onder post *b* 1 vallen eveneens de diensten welke worden verricht ten aanzien van luchtvaartuigen. Mede gelet op de tekst van het bepaalde in artikel 15, leden 6 en 9, van de Zesde richtlijn geldt zulks mede voor diensten welke ten aanzien van voor het goederenverkeer gebezigde luchtvaartuigen worden verricht. Als internationaal verkeer kan in deze worden aangemerkt het luchtvaartverkeer - lijnverkeer, chartervluchten en dergelijke - tussen dan wel op andere landen (de overige Lid-Staten van de Gemeenschap daaronder begrepen) dan Nederland. Voorts gaat het om luchtvaartuigen als zodanig, ongeacht hun directe herkomst - binnen of buiten de Gemeenschap - of bestemming. Gelet op het bepaalde in artikel 15, onder 9, van de Zesde richtlijn gaat het hierbij om diensten welke verricht worden voor de rechtstreekse behoeften van de desbetreffende luchtvaartuigen en hun lading. Onder de hier bedoelde diensten zijn tevens te begrijpen de diensten die worden verricht ten behoeve van de exploitatie van het luchtvaartuig. Het nultarief kan worden toegepast op de verhuur en het charteren van deze luchtvaartuigen, op de bemiddeling bij de verhuur en het charteren van deze luchtvaartuigen, op de bevrachting van deze luchtvaartuigen, alsmede op prestaties waarvoor landingsrechten in rekening worden gebracht. Ook het herstellen, het onderhoud en dergelijke van de hier bedoelde luchtvaartuigen valt ingevolge post *b* 1 onder het nultarief.