2005-07-01 | BWBR0010041 | Experimentenwet Stad en Milieu

This commit is contained in:
Coornhert 2005-07-01 12:00:00 +00:00
parent a76d2420fc
commit ccebb3bff4

View file

@ -53,12 +53,7 @@ De gemeenteraad maakt van de bevoegdheid bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet
### Artikel 5
**1.**
Op de voorbereiding van een besluit krachtens artikel 3, eerste lid, zijn de paragrafen 3.5.3 en 3.5.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. in afwijking van artikel 3:19, eerste lid, het ontwerp van het besluit wordt toegezonden aan de inspecteur en de daarbij een belang hebbende andere bestuursorganen;
b. van het ontwerp van het besluit tevens mededeling wordt gedaan door kennisgeving in de Staatscourant.
**1.** Op de voorbereiding van een besluit krachtens artikel 3, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerp van het besluit wordt tevens toegezonden aan de inspecteur en de daarbij een belang hebbende andere bestuursorganen. Van het ontwerp wordt mededeling gedaan door kennisgeving in de Staatscourant. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
**2.** De gemeenteraad stelt de inspecteur en gedeputeerde staten in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit.
@ -66,7 +61,7 @@ b. van het ontwerp van het besluit tevens mededeling wordt gedaan door kennisgev
**4.** Het derde lid vindt geen toepassing voor zover een orgaan van de gemeente als bevoegd gezag of adviseur is aangewezen.
**5.** Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de terinzagelegging van het ontwerp, genomen. De gemeenteraad kan deze termijn verlengen met een door hem te bepalen redelijke termijn. De motivering omvat de reden voor de verlenging. Van een besluit tot verlenging wordt, tegelijkertijd met de bekendmaking ervan, mededeling gedaan aan de inspecteur, de betrokken andere bestuursorganen en degenen die bedenkingen hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit.
**5.** Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de terinzagelegging van het ontwerp, genomen. De gemeenteraad kan deze termijn verlengen met een door hem te bepalen redelijke termijn. De motivering omvat de reden voor de verlenging. Van een besluit tot verlenging wordt, tegelijkertijd met de bekendmaking ervan, mededeling gedaan aan de inspecteur, de betrokken andere bestuursorganen en degenen die zienswijzen naar voren hebben gebracht over het ontwerp van het besluit.
### Artikel 6
@ -95,14 +90,14 @@ c. de van de geldende milieukwaliteitseisen, procedurele bepalingen of bepalinge
d. de effecten van het besluit op de volksgezondheid en het milieu en de overwegingen met betrekking tot het beperken en compenseren van de nadelige gevolgen van afwijking van milieukwaliteitseisen;
e. de wijze waarop onderzoek zal worden gedaan naar de gevolgen van de uitvoering van het besluit;
f. de wijze waarop bij de voorbereiding van het besluit ingezetenen, betrokken bestuursorganen en andere belanghebbenden zijn betrokken;
g. de ingebrachte bedenkingen en adviezen en de overwegingen van de gemeenteraad omtrent de ingebrachte bedenkingen en adviezen;
g. de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen en de overwegingen van de gemeenteraad omtrent de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen;
h. de overwegingen die hebben geleid tot de in het besluit aangegeven termijnen waarvoor de afwijkingen gelden, alsmede de maatregelen die zullen worden getroffen teneinde die termijnen niet te overschrijden.
### Artikel 9
**1.** Een krachtens artikel 3, eerste lid, vastgesteld besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
**2.** De goedkeuring kan worden onthouden indien de aard van de ingebrachte bedenkingen en adviezen daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft.
**2.** De goedkeuring kan worden onthouden indien de aard van de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft.
### Artikel 10
@ -110,28 +105,19 @@ Het niet tijdig bekendmaken van een besluit omtrent goedkeuring of een besluit t
### Artikel 11
**1.** Burgemeester en wethouders maken een krachtens artikel 3, eerste lid, genomen besluit bekend, zodra het is goedgekeurd. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan overeenkomstig artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede door kennisgeving in de Staatscourant. Bij de bekendmaking en de mededeling wordt door burgemeester en wethouders tevens mededeling gedaan van het goedkeuringsbesluit.
**1.** Burgemeester en wethouders maken een krachtens artikel 3, eerste lid, genomen besluit bekend, zodra het is goedgekeurd. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan door kennisgeving in de Staatscourant. Bij de bekendmaking en de mededeling wordt door burgemeester en wethouders tevens mededeling gedaan van het goedkeuringsbesluit.
**2.** Van de onthouding van goedkeuring wordt door burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk mededeling gedaan overeenkomstig artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede door kennisgeving in de Staatscourant.
**2.** Van de onthouding van goedkeuring wordt door burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk mededeling gedaan door kennisgeving in de Staatscourant.
### Artikel 12
**1.** Tegen een besluit krachtens artikel 3, eerste lid, of een besluit van Onze Minister tot onthouding van goedkeuring kan in afwijking van artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht beroep worden ingesteld op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
**1.** Tegen een besluit krachtens artikel 3, eerste lid, kan een belanghebbende, in afwijking van artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
**2.** Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden de goedkeuring en het besluit krachtens artikel 3, eerste lid, als één besluit aangemerkt.
**3.** Het beroep tegen een besluit van Onze Minister tot onthouding van goedkeuring kan uitsluitend worden ingesteld door de gemeenteraad.
**3.** Tegen een besluit tot onthouding van goedkeuring kan uitsluitend de gemeenteraad beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
**4.**
Het beroep tegen een besluit krachtens artikel 3, eerste lid, kan worden ingesteld door:
a. degenen die bedenkingen hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit;
b. de in artikel 5, tweede en derde lid, bedoelde bestuursorganen die gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van het besluit;
c. degenen die bedenkingen hebben tegen de wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp zijn aangebracht;
d. belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen bedenkingen te hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit.
**5.** Beroep tegen besluiten ter uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is slechts mogelijk, voor zover het beroep niet is gericht tegen de inhoud van het laatstbedoelde besluit.
**4.** Beroep tegen besluiten ter uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is slechts mogelijk, voor zover het beroep niet is gericht tegen de inhoud van het laatstbedoelde besluit.
### Artikel 13