2012-01-01 | BWBR0007311 | Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent eb95ad454c
commit ccf0acb66d

View file

@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994
### Artikel 1
Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 1, tweede lid, 4, 19, eerste lid, 22, tweede lid, 23a, eerste lid, 24a, 25b, 30, tweede lid, 37b, derde lid en vierde lid, onderdeel b, 37c, tweede lid, 71, tweede lid, 72, eerste lid, 73 en 74, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en artikel 37 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 1, tweede lid, 4, 19, eerste lid, 22, tweede lid, 23a, eerste lid, 24a, eerste lid, 25b, 30, tweede lid, 37b, derde lid en vierde lid, onderdeel b, 71, tweede lid, 72, eerste lid, 73 en 74, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en artikel 37, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
### Artikel 2
@ -59,29 +59,34 @@ c. de datum waarop die installatie is ingebouwd in het motorrijtuig.
**1.**
Artikel 23a, eerste lid, van de wet vindt toepassing indien de personenauto een ruimte heeft, gesitueerd achter de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder, die een rechthoekig blok kan bevatten van ten minste 170 cm hoogte over een lengte van ten minste 200 cm en over een breedte van ten minste 90 cm en is voorzien van:
Artikel 23a, eerste lid, van de wet vindt toepassing indien:
minimaal twee vaste zitplaatsen;
een tafel;
a. de personenauto een ruimte heeft, gesitueerd achter de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder, die een rechthoekig blok kan bevatten van ten minste 170 cm hoogte over een lengte van ten minste 200 cm en over een breedte van ten minste 90 cm; en
b. de personenauto is voorzien van:
minimaal twee vaste zitplaatsen, eventueel in de vorm van draaibare zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder;
een vaste tafel, eventueel zodanig bevestigd dat deze eenvoudig kan worden verwijderd;
slaapaccommodatie voor twee of meer personen, eventueel gecreëerd met behulp van de zitplaatsen, niet zijnde de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder;
vaste en afsluitbare opbergfaciliteiten; en
een vast keukenblok met een minimale hoogte van het werkblad van ten minste 60 cm, voorzien van een ingebouwde uitneembare watervoorziening met een spoelbak, een kraan en een afvoer, het geheel bestemd voor gebruik in de binnenruimte.
Artikel 23a, eerste lid, van de wet vindt mede toepassing, indien in afwijking van het hiervoor bepaalde de binnenruimte van de personenauto af fabriek geen hoogte van 170 cm maar wel van ten minste 130 cm heeft, en het dak is voorzien van een al dan niet uitklapbare, permanent aangebrachte gesloten dakconstructie waardoor de hoogte over een breedte van ten minste 90 cm en een lengte van 100 cm verhoogd kan worden tot ten minste 170 cm.
**2.** In afwijking van het eerste lid vindt artikel 23a, eerste lid, van de wet mede toepassing, indien de binnenruimte van de personenauto af fabriek geen hoogte van 170 cm maar wel van ten minste 130 cm heeft, en het dak is voorzien van een al dan niet uitklapbare, permanent aangebrachte gesloten dakconstructie waardoor de hoogte over een breedte van ten minste 90 cm en een lengte van 100 cm verhoogd kan worden tot ten minste 170 cm.
**2.** De toepassing van artikel 23a van de wet vindt plaats op verzoek.
**3.** Wanneer aan de binnenkant van de in het eerste en tweede lid bedoelde ruimte materialen zijn aangebracht tegen de wanden, de vloer of het plafond, wordt voor de beoordeling van de vraag of wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid genoemde maten uitgegaan van de aldus verkleinde ruimte.
**3.** Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend voor de aanvang van het tijdvak.
**4.** De toepassing van artikel 23a van de wet vindt plaats op verzoek.
**4.** Bij het verzoek worden bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden, alsmede een opgave van het kenteken van de personenauto.
**5.** Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend voor de aanvang van het tijdvak.
**5.** Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd dat indien niet meer wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden de inspecteur daarvan in kennis zal worden gesteld.
**6.** Bij het verzoek worden bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden, alsmede een opgave van het kenteken van de personenauto.
**6.** De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend.
**7.** Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd dat indien niet meer wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden de inspecteur daarvan in kennis zal worden gesteld.
**7.** Indien aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
**8.** De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend.
**8.** Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in het vijfde lid, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet meer wordt voldaan.
**9.** Indien aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
**10.** Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in het vijfde lid, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet meer wordt voldaan.
### Artikel 5a
@ -93,7 +98,7 @@ Artikel 24a van de wet vindt slechts toepassing indien het verzoek daartoe wordt
a. bij het verzoek worden overgelegd:
bescheiden waaruit blijkt dat de gehandicapte beschikt over een rolstoel als bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van de wet die is verstrekt in het kader van een beschikking ingevolge de Wet voorzieningen gehandicapten, dan wel waarvoor hij beschikt over een verklaring van een arts die is afgegeven ten hoogste zes weken voorafgaand aan de datum van indiening van het verzoek, dat hij voor zijn vervoer is aangewezen op het gebruik van een dergelijke rolstoel;
bescheiden waaruit blijkt dat de gehandicapte beschikt over een rolstoel als bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van de wet die is verstrekt in het kader van een beschikking ingevolge de Wet voorzieningen gehandicapten of een beschikking van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, dan wel waarvoor hij beschikt over een verklaring van een arts die is afgegeven ten hoogste zes weken voorafgaand aan de datum van indiening van het verzoek, dat hij voor zijn vervoer is aangewezen op het gebruik van een dergelijke rolstoel;
een afschrift van de delen I en II, de delen I en I B of deel I A en B van het bewijs dat ingevolge artikel 36, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is afgegeven voor de bestelauto; en
een verklaring van een ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, dat de bestelauto is ingericht voor het in artikel 24a, eerste lid van de wet bedoelde vervoer; en
b. de bestelauto uitsluitend wordt gebruikt voor het in artikel 24a, eerste lid, van de wet bedoelde vervoer, alsmede voor het persoonlijk gebruik, gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen, van de gehandicapte en, in geval dit een ander is, van de houder van de bestelauto.
@ -163,12 +168,11 @@ Vervallen
De inspecteur verleent een vergunning voor een bedrijfsvoertuigenpark onder de nadere voorwaarden en beperkingen dat:
a. tot het bedrijfsvoertuigenpark geen vrachtautos behoren ten aanzien waarvan artikel 25*b* van de wet, artikel 30 van de wet of een vrijstelling als bedoeld in hoofdstuk VI van de wet van toepassing is;
a. tot het bedrijfsvoertuigenpark geen vrachtautos behoren ten aanzien waarvan artikel 25b van de wet, artikel 30 van de wet of een vrijstelling als bedoeld in hoofdstuk VI van de wet van toepassing is;
b. een aanhangwagen die behoort tot een bedrijfsvoertuigenpark is voorzien van een nummerplaat die is ingericht en aangebracht volgens bij ministeriële regeling te stellen regels dan wel voor de aanhangwagen een kenteken is opgegeven krachtens de Wegenverkeerswet 1994;
c. het verzoek tijdig is ingediend, tezamen met de overeenkomstig ministeriële regeling vereiste gegevens;
d. de samenstelling van het bedrijfsvoertuigenpark niet zodanig is dat ingevolge artikel 37c, tweede lid, van de wet geen teruggaaf zal kunnen plaatsvinden;
e. de inspecteur niet in de drie jaren, voorafgaand aan het verzoek om een vergunning, een eerder aan de aanvrager verleende vergunning heeft ingetrokken op de voet van artikel 37b, vijfde lid, aanhef en onderdelen a of b, van de wet;
f. de houder schriftelijk verklaart wijzigingen met betrekking tot de in het bedrijfsvoertuigenpark opgenomen vrachtautos en aanhangwagens aan de inspecteur te melden.
d. de inspecteur niet in de drie jaren, voorafgaand aan het verzoek om een vergunning, een eerder aan de aanvrager verleende vergunning heeft ingetrokken op de voet van artikel 37b, vijfde lid, aanhef en onderdelen a of b, van de wet;
e. de houder schriftelijk verklaart wijzigingen met betrekking tot de in het bedrijfsvoertuigenpark opgenomen vrachtautos en aanhangwagens aan de inspecteur te melden.
### Artikel 7b
@ -193,8 +197,11 @@ Vervallen
Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van zieken en gewonden en die als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn, wordt verleend indien:
a. zij voldoen aan de bepalingen gesteld in het Eisenbesluit ambulancevervoer; en
b. een vergunning is verleend op de voet van artikel 2 van de Wet ambulancevervoer, dan wel het motorrijtuig behoort tot de in artikel 17*a* van die wet bedoelde categorieën van ambulancevervoer.
a. de personenauto uiterlijk herkenbaar is als ambulance en is voorzien van:
een meertonige hoorn;
een duidelijk zichtbaar blauw zwaai- of knipperlicht;
b. een vergunning is verleend op de voet van artikel 2 van de Wet ambulancevervoer, dan wel het motorrijtuig behoort tot de in artikel 17a van die wet bedoelde categorieën van ambulancevervoer.
### Artikel 9
@ -219,9 +226,9 @@ Vervallen
### Artikel 12
Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die 25 jaar en ouder zijn, wordt verleend indien:
Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die op 31 december 2011 ten minste 25 jaar oud waren, wordt verleend indien:
a. uit het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens blijkt dat het desbetreffende motorrijtuig ten minste 25 jaar oud is, dan wel aan de hand van bescheiden zulks wordt aangetoond; en
a. uit het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens blijkt dat het motorrijtuig op 31 december 2011 ten minste 25 jaar oud was, dan wel aan de hand van bescheiden zulks wordt aangetoond; en
b. voorzover het vrachtautos en autobussen betreft, de houder van het motorrijtuig een verklaring overlegt dat het motorrijtuig uitsluitend niet bedrijfsmatig wordt gebruikt.
### Artikel 13
@ -249,7 +256,7 @@ b. het motorrijtuig is voorzien van:
- ten minste aan weerszijden één of meer duidelijk zichtbare afbeeldingen van een brandweerembleem dan wel in voorkomend geval een gemeentewapen, welke afbeeldingen alle een oppervlakte hebben van ten minste 314 cm²; en
c. het motorrijtuig uitsluitend wordt gebruikt door brandweerlieden voor de uitoefening van hun brandweertaak.
**3.** Onder brandweer-instantie wordt mede begrepen een aangewezen inrichting als bedoeld in het Besluit bedrijfsbrandweren.
**3.** Onder brandweer-instantie wordt mede begrepen een aangewezen inrichting als bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregios.
### Artikel 15
@ -302,11 +309,11 @@ a. een afschrift van de vergunning of van het vergunningbewijs wordt overgelegd;
b. een afschrift van de delen I en II, de delen I en I B of deel I A en B van het kentekenbewijs dat is afgegeven voor het motorrijtuig wordt overgelegd; en
c. een verklaring wordt overgelegd van de exploitant van het motorrijtuig dat het motorrijtuig geheel of nagenoeg geheel wordt gebruikt voor het verrichten van openbaar vervoer of taxivervoer in de zin van de Wet personenvervoer 2000.
**2.** Telkens vóór het einde van het vierde opeenvolgende tijdvak, gerekend vanaf het tijdstip waarop de vrijstelling van kracht is geworden, worden een afschrift als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, overgelegd.
**2.** Op een met de inspecteur afgesproken tijdstip worden jaarlijks een afschrift als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, overgelegd.
### Artikel 24
Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die buiten Nederland zijn geregistreerd in een niet in de bijlage bij dit besluit genoemd land en in Nederland feitelijk ter beschikking staan van natuurlijke personen die hun hoofdverblijf buiten Nederland hebben, wordt verleend indien het gebruik in Nederland van incidentele aard is.
Vervallen
### Artikel 25
@ -383,7 +390,14 @@ d. de houder, indien van toepassing daaronder begrepen zijn inwonende gezinslede
**1.** Met inachtneming van het beginsel van wederkerigheid wordt, in aansluiting aan de desbetreffende bepalingen in de wetgeving van een ander land of in een regeling van internationaal recht, vrijstelling van belasting verleend voor motorrijtuigen die zijn ingeschreven in een ander land en waarvan de houder niet in Nederland woont of is gevestigd.
**2.** Onze Minister houdt een lijst bij van de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen en de daarbij geldende voorwaarden en beperkingen en draagt zorg voor de bekendmaking van deze lijst.
**2.**
Wanneer motorrijtuigen als bedoeld in het eerste lid feitelijk ter beschikking staan van natuurlijke personen die hun hoofdverblijf buiten Nederland hebben, wordt, behoudens blijk van het tegendeel, geacht aan het beginsel van wederkerigheid te zijn voldaan indien:
a. het motorrijtuig ten hoogste twaalf maanden in Nederland wordt gebruikt, en daarbij niet wordt gebruikt voor het vervoeren van goederen of personen tegen betaling; dan wel
b. het motorrijtuig binnen een periode van twaalf maanden ten hoogste drie maanden in Nederland wordt gebruikt.
**3.** Onze Minister houdt een lijst bij van de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen en de daarbij geldende voorwaarden en beperkingen, voor zover deze afwijken van het in het tweede lid bepaalde, en draagt zorg voor de bekendmaking van deze lijst.
## Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen