diff --git a/amvb/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-vernieuwing/BWBR0012890/README.md b/amvb/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-vernieuwing/BWBR0012890/README.md new file mode 100644 index 00000000000..87a9ca27b99 --- /dev/null +++ b/amvb/besluit-bevordering-innovatieve-ontwikkelingen-stedelijke-vernieuwing/BWBR0012890/README.md @@ -0,0 +1,473 @@ +--- +titel: Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing +bwb_id: BWBR0012890 +type: AMvB +status: geldend +datum_inwerkingtreding: '2001-10-24' +bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012890 +citeertitel: Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing +--- + +# Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing + +## Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen + +### Artikel 1 + +In dit besluit wordt verstaan onder: + +a. wet: Wet stedelijke vernieuwing; +b. innovatief: gericht op het toepassen van nieuwe technologie, nieuwe producten, nieuwe instrumenten, nieuwe organisatievormen en -structuren, of nieuwe samenwerkingsvormen, binnen het kader van de stedelijke vernieuwing gericht op de fysieke leefomgeving; +c. prestatieveld: eis of groep van eisen aan het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma, als bedoeld in enig lid van artikel 3 van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing; +d. project: samenhangend stelsel van activiteiten waarvan innovatieve elementen een wezenlijk onderdeel uitmaken; +e. commissie: Commissie innovatie stedelijke vernieuwing, genoemd in artikel 10; +f. subcommissie: subcommissie als bedoeld in artikel 16; +g. uitvoeringsprotocol: document dat afspraken bevat betreffende de uitvoering van een beschikking tot verlening van een subsidie en +h. toegelaten instelling: instelling, toegelaten krachtens artikel 70 van de Woningwet. + +## Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen + +### Artikel 2 + +Onze Minister kan subsidies verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden aan een project. + +### Artikel 3 + +Ingevolge dit besluit kunnen de volgende subsidies worden verleend: + +a. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke kosten van idee- en planvorming voor een project; +b. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten, waarbij die kosten blijkens de met de aanvraag ingediende begroting een bedrag van   € 7 miljoen niet te boven gaan, en +c. een subsidie die bijdraagt in de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten, waarbij die kosten blijkens de met de aanvraag ingediende begroting een bedrag van   € 7 miljoen te boven gaan. + +### Artikel 4 + +**1.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, bedraagt het bedrag van de kosten die worden veroorzaakt door de innovatieve elementen in het idee of plan voor een project tot een maximum bedrag van € 0,5 miljoen. + +**2.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b, bedraagt 20% van de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten, met dien verstande dat de subsidie de kosten die worden veroorzaakt door de innovatieve elementen in een project niet overschrijdt. + +**3.** De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, bedraagt 20% van de noodzakelijke rechtstreeks aan de uitvoering van een project toe te rekenen kosten tot een maximum bedrag van € 12 miljoen, en met dien verstande dat de subsidie de kosten die worden veroorzaakt door de innovatieve elementen in een project niet overschrijdt. + +### Artikel 5 + +**1.** Het plafond voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder a, bedraagt voor elk van de jaren 2001 en 2002 € 3,4 miljoen. + +**2.** Het plafond voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder b, bedraagt voor elk van de jaren 2001 en 2002 € 12,1 miljoen. + +**3.** Het plafond voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, bedraagt voor het jaar 2001 € 67 miljoen en voor het jaar 2002 € 40 miljoen. + +### Artikel 6 + +Projecten hebben betrekking op een of meer van de prestatievelden, bedoeld in artikel 3, zevende tot en met twaalfde lid, van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing. + +### Artikel 7 + +Ingediende aanvragen voor een subsidie worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: + +a. de mate waarin een project een innovatieve waarde heeft; +b. de mate waarin een project mogelijkheden biedt voor ruime toepassing en navolging van de resultaten; +c. de mate waarin sprake is van aantoonbare zeggenschap van de burger bij de ontwikkeling en uitvoering van een project, en +d. de mate waarin een project aanwezige potenties benut en de problematiek van de buurt, wijk of stad op een samenhangende wijze benadert. + +### Artikel 8 + +Vervallen + +### Artikel 9 + +Een subsidie als bedoeld in artikel 3 kan door Onze Minister worden geweigerd indien: + +a. een project geen betrekking heeft op een van de in artikel 6 bedoelde prestatievelden; +b. een project in geen enkele mate voldoet aan een of meer van de in artikel 7, onder a, b, c, en d, genoemde criteria; +c. met de uitvoering van een project is begonnen voordat Onze Minister de subsidie verleent; +d. naar het oordeel van Onze Minister: + +1°. een project strijdig is met het rijksbeleid; +2°. een project waarvoor door een andere rechtspersoon dan een gemeente een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, is ingediend, strijdig is met het gemeentelijk beleid; +3°. een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder c, is ingediend, strijdig is met het provinciaal beleid of +4°. een project waarvoor een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b of c, is ingediend, strijdig is met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet; +e. een zodanige subsidie naar het oordeel van Onze Minister niet doeltreffend of doelmatig is, of +f. aan de idee- en planvorming voor een project, dan wel aan een project, wordt deelgenomen door één of meer winstbeogende partijen. + +## Hoofdstuk 3. De subsidies, bedoeld in artikel 3, onder A en B + +### Paragraaf 3.1. De Commissie innovatie stedelijke vernieuwing + +### Artikel 10 + +Er is een Commissie innovatie stedelijke vernieuwing. De commissie houdt op te bestaan op 1 januari 2005. + +### Artikel 11 + +De commissie is belast met het opstellen van het advies, bedoeld in artikel 26. + +### Artikel 12 + +**1.** De commissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten hoogste acht andere leden. + +**2.** De voorzitter en de andere leden van de commissie worden benoemd op grond van hun deskundigheid op het gebied van de stedelijke vernieuwing. + +### Artikel 13 + +**1.** De voorzitter en de andere leden van de commissie worden benoemd door Onze Minister. + +**2.** De voorzitter en de andere leden van de commissie kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister. + +**3.** In bijzondere gevallen kunnen de voorzitter en de andere leden van de commissie door Onze Minister worden geschorst en ontslagen. + +### Artikel 14 + +**1.** De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan. + +**2.** De plaatsvervangend voorzitter kan te allen tijde zijn functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter. + +**3.** In bijzondere gevallen kan de commissie de plaatsvervangend voorzitter in zijn functie schorsen en uit zijn functie ontslaan. + +### Artikel 15 + +**1.** De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Aan de secretaris kan een ambtelijk adjunct-secretaris worden toegevoegd. + +**2.** De secretaris en de adjunct-secretaris worden door Onze Minister benoemd. + +**3.** De secretaris en de adjunct-secretaris kunnen door Onze Minister in hun functie worden geschorst en uit hun functie worden ontslagen, de commissie gehoord. + +**4.** De secretaris en de adjunct-secretaris zijn geen lid van de commissie. + +**5.** De secretaris is voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. + +**6.** Onze Minister kan voorzien in een bureau voor de commissie, dat onder leiding staat van de secretaris. + +### Artikel 16 + +**1.** De commissie kan ter voorbereiding van de opstelling van de in artikel 26 bedoelde rangorde tijdelijke subcommissies instellen. + +**2.** De voorzitter en de leden van een tijdelijke subcommissie worden door de commissie uit haar midden benoemd. + +**3.** Een subcommissie brengt van haar bevindingen verslag uit aan de commissie. + +### Artikel 17 + +**1.** Onze Minister kan de commissie aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop de aan de commissie ingevolge artikel 23 voorgelegde aanvragen moeten worden gewogen en de termijnen waarbinnen de commissie haar werkzaamheden moet verrichten. + +**2.** Onze Minister kan ambtenaren aanwijzen die bevoegd zijn tot het bijwonen van de door de commissie en een subcommissie te houden vergaderingen, met dien verstande dat in de vergaderingen ten hoogste vier ambtenaren aanwezig zijn, daaronder niet begrepen de secretaris en de adjunct-secretaris. + +**3.** In daartoe aanleiding gevende gevallen kan de commissie, onderscheidenlijk een subcommissie, elk waar het hun eigen vergaderingen betreft, besluiten tot het uitnodigen van meer ambtenaren dan het in het tweede lid genoemde aantal. + +### Artikel 18 + +De adviezen van de commissie worden uitgebracht overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de vergadering. + +### Artikel 19 + +De commissie houdt de voorbereidende stukken die betrekking hebben op de door haar uitgebrachte adviezen ter beschikking van Onze Minister. + +### Paragraaf 3.2. De verlening van de subsidies + +### Artikel 20 + +De subsidies, bedoeld in artikel 3, onder a en b, worden, voorzover van toepassing namens de partijen die samenwerken aan de idee- en planvorming voor een project dan wel aan een project, aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk. + +### Artikel 21 + +Een aanvraag als bedoeld in artikel 20 wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage I. + +### Artikel 22 + +**1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 20 voor het jaar 2001 wordt vóór 1 juni van dat jaar ingediend bij Onze Minister. + +**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 20 voor de jaren 2002 tot en met 2004 wordt vóór 1 april van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. + +**3.** De aanvrager zendt een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder b, indien die aanvrager niet is de gemeente waarbinnen het project, waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt uitgevoerd, in afschrift aan die gemeente met inachtneming van de in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, genoemde indieningstermijn. + +**4.** Burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in het derde lid, kunnen, voor de aanvang van de maand volgend op de maand, genoemd in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, Onze Minister berichten omtrent de in artikel 9, onder d, ten tweede, bedoelde strijdigheid met het gemeentelijk beleid en, voorzover van toepassing, de in artikel 9, onder d, ten vierde, bedoelde strijdigheid met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma. + +**5.** Indien geen bericht als bedoeld in het vierde lid is uitgebracht, vormt Onze Minister zich op basis van de hem beschikbare informatie een oordeel over een eventuele strijdigheid als bedoeld in dat artikellid. + +### Artikel 23 + +Aanvragen als bedoeld in artikel 20, die niet op grond van artikel 9 door Onze Minister worden afgewezen, worden door Onze Minister voorgelegd aan de commissie. + +### Artikel 24 + +**1.** De commissie vormt zich een oordeel over de in de aanvraag opgenomen gegevens, waaronder mede begrepen een oordeel over de juistheid van de begroting van de rechtstreeks aan de idee- en planvorming voor een project dan wel de uitvoering van een project toe te rekenen kosten en de juistheid van de begroting van de kosten van de innovatieve elementen. + +**2.** De commissie kan ten behoeve van de oordeelsvorming, bedoeld in het eerste lid, de aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder a of b, om nadere informatie verzoeken omtrent de in het eerste lid bedoelde gegevens. + +### Artikel 25 + +Aan de commissie worden, voor de uitvoering van haar werkzaamheden als bedoeld in artikel 24, vanwege Onze Minister faciliteiten ter beschikking gesteld. + +### Artikel 26 + +De commissie brengt, gelet op artikel 7, alsmede gelet op haar oordeel omtrent de gegevens, bedoeld in artikel 24, eerste en tweede lid, advies uit aan Onze Minister omtrent: + +a. een rangorde voor de verlening van de subsidies, bedoeld in artikel 3, onder a en b, en +b. de hoogte van elk van die subsidies. + +### Artikel 27 + +Onze Minister verleent, met inachtneming van de criteria, genoemd in artikel 7 en gelet op het advies van de commissie, vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 20, is ingediend, de subsidies, bedoeld in artikel 3, onder a of b, voorzover de beschikbare middelen dit toelaten. De beschikking tot verlening van de subsidie vermeldt het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop het bedrag wordt bepaald. + +### Artikel 28 + +**1.** Indien een ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder a of b, de idee- en planvorming voor een project, dan wel het project, niet meer wenst uit te voeren, of anderszins niet meer in aanmerking kan komen voor een zodanige subsidie, kan Onze Minister de in artikel 27 bedoelde beschikking intrekken. Onze Minister kan vervolgens, gelet op het advies van de commissie en de beschikbare middelen in aanmerking genomen, een subsidie verlenen aan een van de andere indieners van een aanvraag. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijn, genoemd in artikel 27. + +**2.** Aanvragen die niet ingevolge artikel 27 of ingevolge het eerste lid zijn gehonoreerd met een verlening van een subsidie, worden afgewezen vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 20, is ingediend. + +## Hoofdstuk 4. De verlening van de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder C + +### Artikel 29 + +De subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, kan slechts worden aangevraagd door een gemeente. + +### Artikel 30 + +Een aanvraag als bedoeld in artikel 29 wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage I. + +### Artikel 31 + +**1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 29 voor het jaar 2001 wordt vóór 1 juni van dat jaar ingediend bij Onze Minister. + +**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 29 voor de jaren 2002 tot en met 2004 wordt vóór 1 april van elk van die jaren ingediend bij Onze Minister. + +**3.** Burgemeester en wethouders van de aanvragende gemeente zenden een aanvraag als bedoeld in artikel 29, met inachtneming van de in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, genoemde indieningstermijnen, in afschrift aan de provincie waarbinnen die gemeente is gelegen. + +**4.** Gedeputeerde staten van de provincie, bedoeld in het derde lid, kunnen, voor de aanvang van de maand volgende op de maand, genoemd in het eerste, onderscheidenlijk het tweede lid, Onze Minister berichten omtrent de in artikel 9, onder d, ten derde, bedoelde strijdigheid met het provinciaal beleid, de meerwaarde van de ingediende voorstellen in regionaal verband, de eventuele samenhang tussen verschillende ingediende projecten binnen die provincie en, voorzover van toepassing, de in artikel 9, onder d, ten vierde, bedoelde strijdigheid met het gemeentelijk ontwikkelingsprogramma. + +**5.** Indien geen bericht als bedoeld in het vierde lid is uitgebracht, vormt Onze Minister zich op basis van de hem beschikbare informatie een oordeel over de aanvraag in relatie tot de in het vierde lid genoemde onderwerpen. + +### Artikel 32 + +**1.** Onze Minister kan de in artikel 29 bedoelde aanvragende gemeente, waarvan de aanvraag niet op grond van artikel 9 wordt afgewezen, om nadere informatie verzoeken omtrent de in de aanvraag opgenomen gegevens. + +**2.** Onze Minister beslist, gelet op artikel 7, over een voorlopige rangorde ten aanzien van de ingediende aanvragen. + +**3.** Onze Minister bepaalt, de rangorde, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking genomen, welke aanvragende gemeenten door hem zullen worden verzocht het overeenkomstig de aanvraag ingediende project nader uit te werken. + +**4.** + +Onze Minister laat een verzoek als bedoeld in het derde lid vergezeld gaan van voorstellen met betrekking tot: + +a. aanpassing van de in de aanvraag opgenomen gegevens of van het project waarop de aanvraag betrekking heeft, en +b. de wijze waarop het project nader kan worden uitgewerkt. + +**5.** Een verzoek als bedoeld in het derde lid wordt niet gedaan dan nadat de aanvragende gemeente in de gelegenheid is gesteld haar project toe te lichten. + +### Artikel 33 + +**1.** De ingevolge artikel 32, derde lid, nader uitgewerkte projecten worden, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, eerste lid, vóór 15 september 2001 ingediend bij Onze Minister. + +**2.** De ingevolge artikel 32, derde lid, nader uitgewerkte projecten worden, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, tweede lid, vóór 15 juli van elk van de jaren, genoemd in laatstgenoemd lid, ingediend bij Onze Minister. + +### Artikel 34 + +Onze Minister beslist, gelet op artikel 7, alsmede gelet op de resultaten van zijn bemoeienissen ingevolge artikel 32, vierde lid, over een definitieve rangorde ten aanzien van de ingevolge artikel 33 ingediende projecten. + +### Artikel 35 + +**1.** Onze Minister verleent, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, eerste lid, vóór 1 november 2001, gelet op de rangorde, bedoeld in artikel 34, en voorzover de beschikbare middelen een verlening van een subsidie voor de ingevolge artikel 33 ingediende projecten toelaten, de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, onder de voorwaarde dat de ontvanger van de subsidie meewerkt aan de totstandkoming van een uitvoeringsprotocol. + +**2.** Onze Minister verleent, waar het aanvragen betreft als bedoeld in artikel 31, tweede lid, vóór 1 oktober van elk van de jaren, genoemd in dat lid, gelet op de rangorde, bedoeld in artikel 34, en voorzover de beschikbare middelen een verlening van een subsidie voor de ingevolge artikel 33 ingediende projecten toelaten, de subsidie, bedoeld in artikel 3, onder c, onder de voorwaarde dat de ontvanger van de subsidie meewerkt aan de totstandkoming van een uitvoeringsprotocol. + +### Artikel 36 + +Een beschikking ingevolge artikel 35, eerste of tweede lid, of 38, tweede volzin, gaat vergezeld van: + +a. vermelding van de verplichtingen die aan een verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder c, zijn verbonden, en +b. een concept voor een uitvoeringsprotocol. + +### Artikel 37 + +**1.** Onze Minister stelt na overleg met de aanvrager een uitvoeringsprotocol in tweevoud op en zendt dit ter ondertekening aan de aanvrager. + +**2.** Beide exemplaren van het uitvoeringsprotocol, bedoeld in het eerste lid, dienen vóór 1 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend, door de ontvanger van de subsidie ondertekend te zijn teruggezonden aan Onze Minister. + +**3.** Onze Minister ondertekent vervolgens beide exemplaren van het uitvoeringprotocol, bedoeld in het tweede lid, en zendt vervolgens een exemplaar van dat protocol aan de ontvanger van de subsidie. + +### Artikel 38 + +Indien het uitvoeringsprotocol niet overeenkomstig artikel 37 tot stand is gekomen, of een ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, onder c, het project niet meer wenst uit te voeren, of anderszins niet meer in aanmerking kan komen voor een zodanige subsidie, kan Onze Minister de in artikel 36 bedoelde beschikking intrekken. Onze Minister kan vervolgens, gelet op de ingevolge artikel 34 vastgestelde rangorde en de beschikbare middelen in aanmerking genomen, een subsidie verlenen aan een van de andere indieners van een aanvraag. Onze Minister kan daarbij afwijken van de termijnen, genoemd in de artikelen 35 en 37. + +### Artikel 39 + +Aanvragen die niet ingevolge de procedure, bedoeld in de artikelen 35 tot en met 38, zijn gehonoreerd met een verlening van een subsidie, worden afgewezen vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 29, is ingediend. + +## Hoofdstuk 5. Aan de verlening van de subsidies verbonden verplichtingen + +### Artikel 40 + +**1.** Aan de verlening van de subsidies, bedoeld in artikel 3, kunnen verplichtingen worden verbonden. + +**2.** + +Aan de verlening van de subsidies, bedoeld in artikel 3, is in elk geval de verplichting verbonden dat: + +a. de rechtspersoon aan wie de subsidie is verleend, gegevens over de voortgang van de idee- en planvorming voor een project dan wel gegevens over de voortgang van het project, aan Onze Minister zendt, zo vaak als Onze Minister dit verzoekt, en +b. de rechtspersoon aan wie de subsidie is verleend, zo spoedig mogelijk mededeling aan Onze Minister doet van nieuwe omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de realisatie van de idee- en planvorming voor een project dan wel de realisatie van het project, en op de vaststelling van de subsidie, onder overlegging van de relevante stukken. + +**3.** Onverminderd artikel 42 kan Onze Minister, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, wijzigen of aanvullen, indien uit gegevens over de voortgang of uit zich na de verlening van de subsidie voordoende omstandigheden blijkt dat de idee- en planvorming voor een project, dan wel een project, niet overeenkomstig de ten tijde van de verlening van de subsidie vigerende gegevens zal worden gerealiseerd. + +## Hoofdstuk 6. Voorschotverlening + +### Artikel 41 + +**1.** Onze Minister kan voorschotten verlenen op de verleende subsidies. + +**2.** Op een verleende subsidie als bedoeld in artikel 3, onder c, kunnen slechts voorschotten worden verleend indien een uitvoeringsprotocol tot stand is gekomen. + +## Hoofdstuk 7. Intrekking en wijziging van verleende subsidies en terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten + +### Artikel 42 + +Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan Onze Minister de verlening van de subsidie intrekken indien: + +a. uit zich na de verlening van de subsidie voordoende omstandigheden blijkt dat een van de gronden, genoemd in artikel 9, onder a, b, d, e of f, van toepassing is, of +b. geen medewerking wordt verleend aan de controle, bedoeld in artikel 45, vijfde lid. + +### Artikel 43 + +Onverminderd artikel 42 kan Onze Minister, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de verlening van de subsidie ten nadele van de rechtspersoon aan welke de subsidie is verleend wijzigen, indien uit gegevens over de voortgang of uit nieuwe omstandigheden blijkt, dat de idee- en planvorming voor een project dan wel een project, niet overeenkomstig de ten tijde van de verlening van de subsidie vigerende gegevens zal worden gerealiseerd. + +### Artikel 44 + +Bij een terugvordering als bedoeld in artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden bepaald dat over de onverschuldigd betaalde bedragen de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, verschuldigd is. + +## Hoofdstuk 8. De verantwoording en de vaststelling en betaling van de subsidie + +### Artikel 45 + +**1.** Binnen zes maanden nadat de idee- en planvorming voor een project dan wel een project is voltooid, dient de rechtspersoon aan welke een subsidie is verleend bij Onze Minister een aanvraag in tot vaststelling van de verleende subsidie. + +**2.** De aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie gaat vergezeld van een verantwoordingsverslag. + +**3.** De aanvraag tot vaststelling van een op basis van artikel 3, onder b of c, verleende subsidie gaat, behoudens het in het tweede lid bedoelde verantwoordingsverslag, tevens vergezeld van een bestedingsverklaring. + +**4.** + +De aanvraag tot vaststelling van een op basis van artikel 3, onder a, verleende subsidie gaat, behoudens het in het tweede lid bedoelde verantwoordingsverslag, tevens vergezeld van: + +a. een verslag over de besteding van de verleende voorschotten en +b. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien de verleende subsidie een bedrag van € 50 000,– te boven gaat. + +**5.** Onze Minister kan een controle doen instellen op de ingevolge dit artikel verstrekte gegevens. + +### Artikel 46 + +**1.** De aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage II. + +**2.** Het verantwoordingsverslag, bedoeld in artikel 45, tweede lid, wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage III. + +**3.** De bestedingsverklaring, bedoeld in artikel 45, derde lid, wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage IV. + +**4.** Het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in artikel 45, vierde lid, onder a, wordt ingericht overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage V. + +**5.** De accountantsverklaring, bedoeld in artikel 45, vierde lid, onder b, heeft betrekking op de juistheid van het verslag over de besteding van de verleende voorschotten en wordt opgesteld met inachtneming van de bij dit besluit behorende bijlage VI. + +### Artikel 47 + +**1.** Onze Minister stelt de subsidie vast binnen vier weken nadat de aanvraag tot vaststelling door hem is ontvangen. De subsidie wordt vastgesteld op het bedrag van de verleende subsidie, indien geen van de in artikel 4:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, of artikel 42, bedoelde omstandigheden zich voordoet en de ingevolge artikel 45 aan Onze Minister verstrekte gegevens daaraan niet in de weg staan. + +**2.** De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag. + +**3.** De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling ervan betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten. + +### Artikel 48 + +**1.** Indien de in artikel 45, eerste lid, bedoelde termijn is verstreken zonder dat een aanvraag tot vaststelling van de subsidie is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld. + +**2.** Onze Minister gaat niet over tot ambtshalve vaststelling dan nadat de rechtspersoon, die de in artikel 45, eerste lid, bedoelde termijn heeft overschreden, in de gelegenheid is gesteld alsnog een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in te dienen binnen een door Onze Minister te bepalen termijn. + +## Hoofdstuk 9. Slotbepalingen + +### Artikel 49 + +De bij dit besluit behorende bijlagen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd. + +### Artikel 50 + +Wijzigt dit besluit. + +### Artikel 51 + +Wijzigt dit besluit. + +### Artikel 52 + +Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001. + +### Artikel 53 + +Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing. + +## Bijlage I + +Bijlage I ligt ter inzage bij de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. + +## Bijlage II. behorende bij artikel 46, eerste lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing + +Ingevolge artikel 46, eerste lid, dient de aanvraag tot vaststelling van de subsidie, bedoeld in artikel 45, eerste lid, te worden ingericht overeenkomstig dit model. + +MODEL AANVRAAG TOT VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIES, BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER A, B EN C + +**A. Verzoek** + +Hierbij verzoek ik u de subsidie overeenkomstig beschikking no. ... vast te stellen. + +**B. Gegevens aanvrager:** + + + +**C. Gegevens project:** + + + +**D. Beschikking VROM** + + + +**E. Ondertekening** + + + +## Bijlage III. behorende bij artikel 46, tweede lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing + +Ingevolge artikel 46, tweede lid, dient het verantwoordingsverslag, bedoeld in artikel 45, tweede lid, te worden ingericht overeenkomstig dit model. + +MODEL VERANTWOORDINGSVERSLAG VAN EEN RECHTSPERSOON AAN WELKE EEN SUBSIDIE IS VERLEEND ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER A, B OF C + +**Naam rechtspersoon:** + +**Vestigingsplaats rechtspersoon:** + + + +## Bijlage IV. behorende bij artikel 46, derde lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing + +Ingevolge artikel 46, derde lid, dient de bestedingsverklaring, bedoeld in artikel 45, derde lid, te worden ingericht overeenkomstig dit model. + +MODEL BESTEDINGSVERKLARING VAN EEN RECHTSPERSOON AAN WELKE EEN SUBSIDIE IS VERLEEND ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER B OF C + +**Naam rechtspersoon:** + +**Vestigingsplaats rechtspersoon:** + +*Afhankelijk van de feitelijke situatie 1A of 1B invullen:* + +## Bijlage V. behorende bij artikel 46, vierde lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing + +Ingevolge artikel 46, vierde lid, dient het verslag over de besteding van de verleende voorschotten, bedoeld in artikel 45, vierde lid, onder a, te worden ingericht overeenkomstig dit model. + +MODEL VERSLAG OVER DE BESTEDING VAN DE VERLEENDE VOORSCHOTTEN, VAN EEN RECHTSPERSOON AAN WELKE EEN SUBSIDIE IS VERLEEND ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, ONDER A + +*N.B. Voor het jaar 2001 dienen bedragen in guldens te worden vermeld, voor de jaren daarna in euro's* + +**Naam rechtspersoon:** + +**Vestigingsplaats rechtspersoon:** + + + + + + + +## Bijlage VI. behorende bij artikel 46, vijfde lid, van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing