From cd042ee802bd20d26fdac5ac23e7093342c37c32 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Sep 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-09-01 | BWBR0006530 | Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren --- .../BWBR0006530/README.md | 16 ---------------- 1 file changed, 16 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md index bd0562b8f22..882cd1fc5b9 100644 --- a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md +++ b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md @@ -228,12 +228,6 @@ f. voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting. **5.** De kosten van het hernieuwd onderzoek komen voor rekening van Onze Minister. Eventuele reis- en verblijfkosten van de rechterlijk ambtenaar worden hem vergoed overeenkomstig de regels die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren. -### Artikel 14a - -**1.** Indien een geschil bestaat tussen de rechterlijk ambtenaar en diens functionele autoriteit over het al dan niet bestaan van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte, kan de rechterlijk ambtenaar of diens functionele autoriteit het UWV verzoeken een onderzoek in te stellen en een oordeel te geven als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Suwi. - -**2.** De kosten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, komen voor rekening van Onze Minister. Eventuele reis- en verblijfkosten van de rechterlijk ambtenaar worden hem vergoed overeenkomstig de regels die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren. - ### Artikel 15 **1.** De leden van de commissie, bedoeld in artikel 14, derde en vierde lid, worden per verzoek om een hernieuwd onderzoek aangewezen door Onze Minister. @@ -492,12 +486,6 @@ c. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot **5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar de WAO-uitkering vermindering ondergaat dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds geacht onverminderd te zijn genoten. -### Artikel 24a - -**1.** De functionele autoriteit treft zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen en geeft zo tijdig mogelijk zodanige voorschriften als redelijkerwijs nodig is om de rechterlijk ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid wegens ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en bij een gerecht of binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de functionele autoriteit inschakeling van de rechterlijk ambtenaar in voor hem passende arbeid buiten dat gezagsbereik. - -**2.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de functionele autoriteit in overeenstemming met de rechterlijk ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de rechterlijk ambtenaar regelmatig geƫvalueerd en zo nodig bijgesteld. - ### Paragraaf 5. Bijzondere situaties ### Artikel 25 @@ -799,10 +787,6 @@ Ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren bij de rechtbanken en de gerechtshove **4.** In geval van ontslag of overlijden wordt de eindejaarsuitkering zo veel mogelijk uitbetaald in de maand na het ontslag of overlijden. -### Artikel 38j - -Onze Minister kan regels stellen voor een tegemoetkoming in de reiskosten van de rechterlijk ambtenaar, aan wie op grond van artikel 39 van de wet buitengewoon verlof is verleend en die is uitgezonden naar de Nederlandse Antillen of Aruba, en zijn gezinsleden in verband met een tussentijdse terugreis naar Nederland. - ### Artikel 39 **1.** De op grond van de artikelen 125 en 125c van de Ambtenarenwet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur tot stand gebrachte algemeen verbindende voorschriften zoals die tot en met 31 maart 1994 golden ten aanzien van de niet voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel 145 van de Wet op de rechterlijke organisatie, zijn ten aanzien van hen van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de algemeen verbindende voorschriften die tot stand zijn gebracht op grond van het op 31 maart 1994 geldende artikel 125, eerste lid, onderdelen c, d, e, f, g, h, i, j, l en m, van de Ambtenarenwet, en met uitzondering van de artikelen 9b, 9c, 94a, 98 en 102, eerste, tweede en vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.