From cd18f0e70b250add0ecb8df3c8343e7befca2d6f Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-01-01 | BWBR0008656 | Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen --- .../BWBR0008656/README.md | 79 +++++-------------- 1 file changed, 21 insertions(+), 58 deletions(-) diff --git a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsverzekering-zelfstandigen/BWBR0008656/README.md b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsverzekering-zelfstandigen/BWBR0008656/README.md index 205bf894e53..62bdfa9f5e0 100644 --- a/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsverzekering-zelfstandigen/BWBR0008656/README.md +++ b/wet/wet-arbeidsongeschiktheidsverzekering-zelfstandigen/BWBR0008656/README.md @@ -20,7 +20,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; -c. Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen: het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, bedoeld in artikel 78; +c. Arbeidsongeschiktheidsfonds: het fonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; d. verzekerde: de persoon, bedoeld in artikel 3; e. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet; f. dienstbetrekking: een dienstbetrekking in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; @@ -35,7 +35,7 @@ j. inkomsten uit tegenwoordige arbeid: het gezamenlijke bedrag van: 4°. het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland, bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voorzover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001. k. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000; l. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; -m. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting voor justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening. +m. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. **2.** @@ -244,11 +244,11 @@ b. hetgeen hij in de vijf kalenderjaren onmiddellijk voorafgaande aan het intred **10.** Op een beschikking als gevolg van een herziening van de grondslag op grond van het negende lid zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. -**11.** Indien de verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering met ingang van dezelfde dag recht heeft op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt het bedrag van de overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid vastgestelde grondslag, doch ten hoogste het op grond van artikel 72, tweede lid, aangewezen bedrag gedeeld door 261, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het dagloon dat aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ten grondslag ligt. +**11.** Indien de verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering met ingang van dezelfde dag recht heeft op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt het bedrag van de overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid vastgestelde grondslag, doch ten hoogste het door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling aan te wijzen bedrag, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het dagloon dat aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ten grondslag ligt. -**12.** Indien de verzekerde die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens verzekerde was op grond van artikel 3, 4 of 5 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt het bedrag van de overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid vastgestelde grondslag, doch ten hoogste het op grond van artikel 72, tweede lid, aangewezen bedrag gedeeld door 261, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het loon dat hij als werknemer genoot, voor zover dat loon als dagloon aan de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ten grondslag ligt of zou liggen als hij bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens arbeidsongeschikt is in de zin van die wet dan wel arbeidsongeschikt zou zijn geworden in de zin van die wet. De eerste zin blijft buiten toepassing als artikel 59, eerste of tweede lid, van toepassing is. +**12.** Indien de verzekerde die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens verzekerde was op grond van artikel 3, 4 of 5 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt het bedrag van de overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid vastgestelde grondslag, doch ten hoogste het door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling aan te wijzen bedrag, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het loon dat hij als werknemer genoot, voor zover dat loon als dagloon aan de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ten grondslag ligt of zou liggen als hij bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid tevens arbeidsongeschikt is in de zin van die wet dan wel arbeidsongeschikt zou zijn geworden in de zin van die wet. De eerste zin blijft buiten toepassing als artikel 59, eerste of tweede lid, van toepassing is. -**13.** Indien de verzekerde die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering op de dag van het intreden van de arbeidsongeschiktheid recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, ziekengeld op grond van de Ziektewet, uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg of een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, wordt het bedrag van de overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid vastgestelde grondslag, doch ten hoogste het op grond van artikel 72, tweede lid, aangewezen bedrag gedeeld door 261, verminderd met het bedrag van genoemde uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg of de Werkloosheidswet waarop hij recht heeft op de dag voorafgaande aan het intreden van de arbeidsongeschiktheid. De eerste zin blijft buiten toepassing als artikel 59, eerste of tweede lid, van toepassing is. +**13.** Indien de verzekerde die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering op de dag van het intreden van de arbeidsongeschiktheid recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, ziekengeld op grond van de Ziektewet, uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg of een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, wordt het bedrag van de overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid vastgestelde grondslag, doch ten hoogste het door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling aan te wijzen bedrag, verminderd met het bedrag van genoemde uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg of de Werkloosheidswet waarop hij recht heeft op de dag voorafgaande aan het intreden van de arbeidsongeschiktheid. De eerste zin blijft buiten toepassing als artikel 59, eerste of tweede lid, van toepassing is. **14.** Indien het in het elfde lid bedoelde dagloon, het in het twaalfde lid bedoelde loon of het in het dertiende lid bedoelde bedrag van de uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg of de Werkloosheidswet, alsmede het in die leden genoemde bedrag van de overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid vastgestelde grondslag lager is dan het minimumloon, bedoeld in het achtste lid, bedraagt de grondslag voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering het minimumloon, verminderd met dat dagloon, loon of bedrag, tenzij de grondslag, berekend op grond van het tweede tot en met zesde lid tot een lager bedrag leidt, in welk geval laatstgenoemd bedrag als grondslag geldt. @@ -697,7 +697,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i **2.** Indien de persoon aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van deze wet, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die uitkering of toeslag. -**3.** Indien de persoon aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. +**3.** Indien de persoon aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. **4.** Indien de persoon aan wie een boete is opgelegd geen uitkering of toeslag als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt, of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering of toeslag toepassing van het tweede of derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd. @@ -914,82 +914,47 @@ Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlij ### Artikel 71 -**1.** De verzekerde, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, en vierde lid, is premie verschuldigd over zijn premie-inkomen. - -**2.** De premieplicht eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de premieplichtige de leeftijd van 65 jaar bereikt. +De uitgaven op grond van deze wet en de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds. ### Artikel 72 -**1.** Het premie-inkomen is het gezamenlijke bedrag van de in het kalenderjaar genoten winst uit onderneming, winst uit Nederlandse onderneming en zuivere inkomsten uit buiten dienstbetrekking verrichte tegenwoordige arbeid. Voor de toepassing van dit artikel worden onder zuivere inkomsten uit buiten dienstbetrekking verrichte tegenwoordige arbeid verstaan andere dan uit dienstbetrekking genoten inkomsten uit tegenwoordige arbeid nadat deze zijn verminderd met de werknemersaftrek bedoeld in artikel 3.85 van de Wet inkomstenbelasting 2001, die betrekking heeft op de inkomsten uit tegenwoordige arbeid. - -**2.** Het premie-inkomen wordt voor de premieheffing tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het door Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Financiën bij ministeriële regeling aan te wijzen bedrag. +Vervallen ### Artikel 72a -**1.** Op aanvraag wordt aan de verzekerde die gedurende een tijdvak van drie aaneengesloten gehele kalenderjaren, hierna te noemen het middelingstijdvak, premieplichtig is geweest op grond van deze wet een teruggaaf van premie, hierna te noemen een middelingsteruggaaf, verleend. Het kalenderjaar waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt wordt niet in een middelingstijdvak betrokken. Een kalenderjaar behorende tot een tijdvak waarover een middelingsteruggaaf is verleend, wordt niet in een ander middelingstijdvak betrokken. - -**2.** De teruggaaf van betaalde premie bedraagt het verschil van de premie die over het middelingstijdvak is geheven en de premie die verschuldigd zou zijn indien het premie-inkomen in elk van die jaren een derde gedeelte zou bedragen van het totaal van de premie-inkomens in die jaren, voor zover dit verschil groter is dan € 545. Voor de toepassing van de eerste zin wordt een premie-inkomen in een kalenderjaar ten minste op nihil gesteld. - -**3.** De aanvraag wordt gedaan bij de inspecteur van de rijksbelastingdienst binnen 36 maanden nadat de op de jaren van het middelingstijdvak betrekking hebbende aanslagen inzake premie onherroepelijk zijn geworden. Ingeval over een jaar van het middelingstijdvak wordt nagevorderd of bij beschikking een aanslag wordt verminderd, terwijl op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de navorderingsaanslag of de beschikking de in de eerste zin bedoelde termijn van 36 maanden voor meer dan 34 maanden is verstreken, kan een aanvraag van teruggaaf tevens worden gedaan binnen twee maanden na dat tijdstip. - -**4.** De inspecteur van de rijksbelastingdienst beslist op de aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking. +Vervallen ### Artikel 73 -**1.** De premie voor de verzekering wordt vastgesteld op een percentage van het in aanmerking te nemen premie-inkomen verminderd met een door Onze Minister in overeenstemming met de Minister van Financiën bij ministeriële regeling aan te wijzen bedrag dan wel met het bedrag van de inkomsten uit dienstbetrekking indien dit hoger is. - -**2.** Onze Minister stelt het premiepercentage vast, alsmede het tijdvak waarvoor dat percentage geldt, voor de verzekering op grond van deze wet. +Vervallen ### Artikel 74 -Indien een wijziging van een premiepercentage ingaat op een ander tijdstip dan met ingang van 1 januari, wordt bij ministeriële regeling, in overeenstemming met de Minister van Financiën, een gemiddeld premiepercentage vastgesteld voor door Onze Minister aan te wijzen tijdvakken. +Vervallen ### Artikel 75 -**1.** De op grond van dit hoofdstuk verschuldigde premie wordt geheven en ingevorderd overeenkomstig de voor de heffing en de invordering van de inkomstenbelasting geldende regels, met dien verstande dat de artikelen 3.154 en 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 buiten toepassing blijven. - -**2.** De premie wordt geheven en ingevorderd door de rijksbelastingdienst. - -**3.** De aanslag premie en de aanslag inkomstenbelasting kunnen op een aanslagbiljet worden verenigd. In dat geval worden de bedragen van de aanslagen afzonderlijk vermeld. - -**4.** Indien geen aanslag inkomstenbelasting wordt vastgesteld wordt evenmin een aanslag premie vastgesteld. De eerste zin is niet van toepassing ingeval aan loonbelasting onderworpen inkomsten uit tegenwoordige arbeid worden genoten, anders dan uit dienstbetrekking. +Vervallen ### Artikel 76 -Indien de premie die op grond van dit hoofdstuk is verschuldigd door de verzekerden, bedoeld in artikel 5, met uitzondering van de verzekerden die op grond van artikel 6 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als directeur-grootaandeelhouder worden beschouwd, onvoldoende is om de uitgaven, bedoeld in artikel 80, met betrekking tot deze verzekerden in een kalenderjaar te bekostigen, komt het verschil ten laste van het Rijk. +Vervallen ### Artikel 77 -Bij ministeriële regeling kunnen in overeenstemming met de Minister van Financiën nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 71 tot en met 76. +Vervallen ### Artikel 78 -**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beheert en administreert afzonderlijk de in artikel 79 bedoelde middelen tot dekking van de uitgaven en de uitgaven, bedoeld in artikel 80, alsmede de middelen benodigd voor het vormen en in stand houden van een reserve, in de vorm van een Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen dat deel uitmaakt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. - -**2.** De middelen voor het vormen en instandhouden van een reserve worden gevonden uit de ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen komende premies. - -**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bezigt de op grond van het eerste lid gereserveerde gelden niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen dan met toestemming van Onze Minister. +Vervallen ### Artikel 79 -Ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen komen: - -a. de premie, bedoeld in artikel 73, en de premievervangende belasting, bedoeld in artikel 91; -b. het bedrag, bedoeld in artikel 56; -c. de boeten, bedoeld in artikel 48; -d. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt met toepassing van verhaal als bedoeld in artikel 69; -e. de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 76. +Vervallen ### Artikel 80 -Ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen komen: - -a. de op grond van deze wet te betalen uitkeringen; -b. de op grond van enige wet over de uitkeringen op grond van deze wet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht; -c. het op grond van artikel 58, vierde lid, aan 's Rijks kas af te dragen bedrag; -d. het op grond van artikel 42 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedrag; -e. de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten; -f. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten. +Vervallen ## Hoofdstuk 7. Uitvoering @@ -1057,7 +1022,7 @@ Bij een besluit op grond van deze wet dat betrekking heeft op het al dan niet be ### Artikel 95 -**1.** Onverminderd de artikelen 72a, 75 en 95a, worden de beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. +**1.** Onverminderd artikel 95a, worden de beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. **2.** De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde of vierde lid is gedaan. @@ -1067,13 +1032,11 @@ Bij een besluit op grond van deze wet dat betrekking heeft op het al dan niet be ### Artikel 95a -**1.** Een beschikking over het verzekerd zijn op grond van deze wet, over de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan wel over herziening, intrekking of heropening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt gegeven binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. +**1.** Een beschikking over het verzekerd zijn op grond van deze wet wordt gegeven binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. -**2.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid advies is gevraagd aan een deskundige die niet onder verantwoordelijkheid van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaam is en om die reden de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste vier weken en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld. +**2.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld. -**3.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen dertien weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld. - -**4.** Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid om andere dan de in het tweede en derde lid bedoelde redenen niet binnen dertien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. +**3.** Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid om andere dan de in het tweede lid bedoelde redenen niet binnen dertien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. ### Artikel 96