2006-01-01 | BWBR0002221 | Algemene Ouderdomswet
This commit is contained in:
parent
1577eb4d0f
commit
cd3dde79cc
1 changed files with 44 additions and 59 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Algemene Ouderdomswet
|
|||
bwb_id: BWBR0002221
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1956-06-08'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002221
|
||||
citeertitel: Algemene Ouderdomswet
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -20,7 +20,8 @@ Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten
|
|||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
b. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
|
||||
c. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
c. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
d. bruto-minimumloon: het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -157,46 +158,27 @@ Deze wet kent een bruto-ouderdomspensioen voor:
|
|||
|
||||
a. de ongehuwde pensioengerechtigde;
|
||||
b. de gehuwde pensioengerechtigde;
|
||||
c. de ongehuwde pensioengerechtigde die een kind heeft jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie hij op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (*Stb.* 1990, 128) kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen.
|
||||
c. de ongehuwde pensioengerechtigde die een kind heeft jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie hij op grond van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde ouderdomspensioenen worden afgeleid van het netto-minimumloon per maand.
|
||||
|
||||
**3.** Onder het in het tweede lid bedoelde netto-minimumloon wordt verstaan het in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (*Stb.* 1968, 657) bedoelde bedrag, na aftrek van de premies ingevolge de sociale verzekeringswetten en loonbelasting. De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering volksverzekeringen, worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het in de vorige volzin bedoelde bedrag, vermeerderd met het werkgeversaandeel in de procentuele premie ingevolge de Ziekenfondswet en verminderd met het werknemersaandeel in de premie ingevolge de Werkloosheidswet.
|
||||
**3.** Onder het netto-minimumloon wordt verstaan het bruto-minimumloon, na aftrek van premies op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, over het bruto-minimumloon en loonbelasting, en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
**4.** Indien ingevolge een van de sociale verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling voor de toepassing van het derde lid een gemiddeld percentage vastgesteld.
|
||||
**4.** De loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen, worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het bruto-minimumloon vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, en verminderd met het werknemersaandeel in de premie, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde bruto-ouderdomspensioenen worden zodanig vastgesteld, dat:
|
||||
|
||||
a. het netto-ouderdomspensioen per maand van een pensioengerechtigde als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, gelijk is aan 70% van het netto-minimumloon per maand;
|
||||
b. het netto-ouderdomspensioen per maand van een pensioengerechtigde als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon per maand;
|
||||
c. het netto-ouderdomspensioen per maand van een pensioengerechtigde als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, gelijk is aan 90% van het netto-minimumloon per maand.
|
||||
**5.** Indien op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling voor de toepassing van het vierde lid een gemiddeld percentage vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Onder het in het vijfde lid, onderdeel *a*, bedoelde netto-ouderdomspensioen wordt verstaan het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, na aftrek van:
|
||||
De bruto-ouderdomspensioenen worden zodanig vastgesteld, dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, rekening houdend met de toepasselijke heffingskortingen voor een persoon van 65 jaar en ouder, en van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet:
|
||||
|
||||
a. de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, voor een persoon van 65 jaar of ouder rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over dat pensioen, en
|
||||
b. de met toepassing van het geldende premiepercentage, in te houden premie op grond van de Ziekenfondswet over dat pensioen, vermeerderd met de vakantie-uitkering.
|
||||
a. het netto-ouderdomspensioen per maand van een pensioengerechtigde als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gelijk is aan 70% van het netto-minimumloon per maand;
|
||||
b. het netto-ouderdomspensioen per maand van een pensioengerechtigde als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, gelijk is aan 50% van het netto-minimumloon per maand;
|
||||
c. het netto-ouderdomspensioen per maand van een pensioengerechtigde als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, gelijk is aan 90% van het netto-minimumloon per maand.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**7.** De volledige bruto-toeslag, bedoeld in artikel 8, is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
Onder het in het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde netto-ouderdomspensioen wordt verstaan het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, na aftrek van:
|
||||
|
||||
a. de helft van de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, voor een persoon van 65 jaar of ouder, rekening houdend met uitsluitend tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over tweemaal het bruto-ouderdomspensioen, en
|
||||
b. de met toepassing van het geldende premiepercentage, in te houden premie op grond van de Ziekenfondswet over dat pensioen, vermeerderd met de vakantie-uitkering.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Onder het in het vijfde lid, onderdeel *c*, bedoelde netto-ouderdomspensioen wordt verstaan het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, na aftrek van:
|
||||
|
||||
a. de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, voor een persoon van 65 jaar of ouder, rekening houdend met uitsluitend de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001, over dat pensioen, en
|
||||
b. de met toepassing van het geldende premiepercentage, in te houden premie op grond van de Ziekenfondswet over dat pensioen, vermeerderd met de vakantie-uitkering.
|
||||
|
||||
**9.** De volledige bruto-toeslag, bedoeld in artikel 8, is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**10.** Op een beschikking als gevolg van een herziening van het bruto-ouderdomspensioen in verband met een wijziging van het netto-minimumloon zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
**8.** Op een beschikking als gevolg van een herziening van het bruto-ouderdomspensioen in verband met een wijziging van het netto-minimumloon zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
|
|
@ -233,7 +215,7 @@ b. de eventueel in dat verdrag of besluit aanwezige beperkingen.
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van de artikelen 8 en 10 wordt van het inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven buiten aanmerking gelaten:
|
||||
|
||||
1°. een bedrag, gelijk aan 15% van het in artikel 9 bedoelde bruto-minimumloon; alsmede
|
||||
1°. een bedrag, gelijk aan 15% van het bruto-minimumloon; alsmede
|
||||
2°. indien en voor zover het inkomen meer bedraagt dan het onder 1° bedoelde bedrag, een derde gedeelte van dat inkomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
|
@ -247,14 +229,14 @@ Vervallen
|
|||
Op het bruto-ouderdomspensioen, vastgesteld op grond van artikel 9 wordt een korting toegepast van 2%:
|
||||
|
||||
a. voor elk kalenderjaar, dat de pensioengerechtigde na het bereiken van de 15-jarige, doch vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet verzekerd is geweest;
|
||||
b. voor elke jaarpremie ingevolge deze wet, welke de pensioengerechtigde na het bereiken van zijn 15-jarige leeftijd schuldig nalatig is geweest te betalen als bedoeld in artikel 18 van de Wet financiering volksverzekeringen.
|
||||
b. voor elke jaarpremie op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen, welke de pensioengerechtigde na het bereiken van zijn 15-jarige leeftijd schuldig nalatig is geweest te betalen als bedoeld in artikel 61 van die wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Op de bruto-toeslag wordt, na toepassing van artikel 10, een korting toegepast van 2%:
|
||||
|
||||
a. voor elk kalenderjaar, dat de echtgenoot van de pensioengerechtigde na het bereiken van zijn 15-jarige leeftijd, doch vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de pensioengerechtigde niet verzekerd is geweest;
|
||||
b. voor elke jaarpremie ingevolge deze wet, welke de echtgenoot van de pensioengerechtigde na het bereiken van zijn 15-jarige leeftijd, doch vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de pensioengerechtigde schuldig nalatig is geweest te betalen.
|
||||
b. voor elke jaarpremie op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen, welke de echtgenoot van de pensioengerechtigde na het bereiken van zijn 15-jarige leeftijd, doch vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de pensioengerechtigde schuldig nalatig is geweest te betalen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de herleiding van gedeelten van kalenderjaren tot gehele kalenderjaren en gedeelten van jaarpremies tot gehele jaarpremies.
|
||||
|
||||
|
|
@ -306,9 +288,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van ouderdomspensioen en terzake van weigering van ouderdomspensioen, herziet de Sociale verzekeringsbank een dergelijk besluit of trekt zij dat in:
|
||||
|
||||
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 15, tweede lid, of 49, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen;
|
||||
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 15, tweede lid, of 49, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen;
|
||||
b. indien anderszins het ouderdomspensioen ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
|
||||
c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 15, tweede lid, of 49, ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op ouderdomspensioen bestaat.
|
||||
c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 15, tweede lid, of 49, ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op ouderdomspensioen bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -338,9 +320,9 @@ c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in art
|
|||
|
||||
**5.** Degene aan wie een boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
|
||||
|
||||
**6.** Voor zover de boete nog niet is geïnd vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd.
|
||||
**6.** Voorzover de boete nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid.
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 17d
|
||||
|
||||
|
|
@ -453,11 +435,11 @@ b. indien de pensioengerechtigde van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt ka
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Indien degene, aan wie een ouderdomspensioen is toegekend, ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking als bedoeld in de artikelen 6 en 11 van die wet of een vergoeding als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van die wet, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd het ouderdomspensioen tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie ouderdomspensioen is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet.
|
||||
**1.** Indien degene aan wie een ouderdomspensioen is toegekend, aanspraak heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en op grond van die wet een bijdrage voor die zorg verschuldigd is, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd het ouderdomspensioen tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie ouderdomspensioen is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
**2.** Indien degene, aan wie een ouderdomspensioen is toegekend, in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en de Sociale verzekeringsbank, van de desbetreffende inrichting of van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om het ouderdomspensioen aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het eerste lid toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van het ouderdomspensioen, dat niet aan het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet wordt uitbetaald.
|
||||
**3.** Indien het eerste lid toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van het ouderdomspensioen, dat niet aan het College voor zorgverzekeringen wordt uitbetaald.
|
||||
|
||||
**4.** Op de herziening van een beschikking op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -589,6 +571,18 @@ Op de toekenning van de vakantie-uitkering zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de
|
|||
|
||||
### Paragraaf 4. Tegemoetkoming in aanvulling op het ouderdomspensioen
|
||||
|
||||
### Artikel 33b
|
||||
|
||||
**1.** Degene, die recht heeft op ouderdomspensioen, heeft tevens recht op een tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**2.** De tegemoetkoming wordt niet beschouwd als ouderdomspensioen op grond van deze wet, tenzij voor de toepassing van paragraaf 2 van hoofdstuk III.
|
||||
|
||||
**3.** Op de toekenning van de tegemoetkoming, voorzover die niet samenhangt met de toekenning van het ouderdomspensioen, zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Artikel 9, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte, de indexering en de wijze van betaling van de tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**5.** De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. De vrijwillige verzekering
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
|
@ -618,7 +612,7 @@ e. de gewezen verzekerde, die op de dag waarop de verplichte verzekering is geë
|
|||
5°. uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
|
||||
6°. pensioen op basis van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds;
|
||||
7°. pensioen op basis van arbeidsongeschiktheid op grond van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die luidde voor 1 januari 1998; of
|
||||
8°. nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, mits die uitkering of dat pensioen ten minste gelijk is aan 35% van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag.
|
||||
8°. nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, mits die uitkering of dat pensioen ten minste gelijk is aan 35% van het bruto-minimumloon.
|
||||
|
||||
**4.** De periode van maximaal tien jaar, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de echtgenoot van de in het derde lid genoemde gewezen verzekerde en de inwonende minderjarige kinderen met wie die gewezen verzekerde of die echtgenoot in familierechtelijke betrekking staat. Voor de toepassing van dit lid wordt onder de in het derde lid genoemde gewezen verzekerde mede verstaan de gewezen verzekerde, bedoeld in onderdeel e van dat lid, wiens recht op een uitkering als bedoeld in dat onderdeel uitsluitend als gevolg van het bereiken van de leeftijd van 65 jaar is geëindigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -632,15 +626,13 @@ e. de gewezen verzekerde, die op de dag waarop de verplichte verzekering is geë
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 35, eerste lid, eindigt:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de eerste dag van de tweede maand volgend op die waarin de Sociale verzekeringsbank een schriftelijke opzegging van de gewezen verzekerde heeft ontvangen;
|
||||
b. met ingang van de dag, waarop de gewezen verzekerde 65 jaar wordt;
|
||||
c. met ingang van de dag, waarop de periode van tien jaar, bedoeld in artikel 35, eerste lid, is verstreken;
|
||||
d. met ingang van de dag, waarop de gewezen verzekerde verplicht verzekerd wordt op grond van deze wet;
|
||||
e. met ingang van de eerste dag van de vierde maand volgend op de laatste dag van de door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering, bedoeld in artikel 26 van de Wet financiering volksverzekeringen, dient te worden betaald, indien de betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden;
|
||||
e. met ingang van de eerste dag van de vierde maand volgend op de laatste dag van de door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering, bedoeld in artikel 71 van de Wet financiering sociale verzekeringen, dient te worden betaald, indien de betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden;
|
||||
f. met ingang van de dag volgend op de laatste dag van een door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde de van hem, in verband met de toepassing van dit hoofdstuk, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
|
@ -653,11 +645,13 @@ f. met ingang van de dag volgend op de laatste dag van een door de Sociale verze
|
|||
|
||||
**1.** De verzekerde die van de vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 38, eerste lid, gebruik wil maken, is verplicht uiterlijk vijf jaar na de dag, waarop de verplichte verzekering is ontstaan, een aanvraag daartoe in te dienen bij de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 36, tweede lid, en 37, eerste lid, onderdelen e en f, en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** De artikelen 36, tweede lid, en 37, onderdelen e en f, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
## Hoofdstuk IVA. Vrijwillige verzekering voor in de Europese Unie wonende postactieven
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
In afwijking van hoofdstuk IV, hoofdstuk III van de Wet financiering volksverzekeringen en hoofdstuk 6 van de Wet financiering sociale verzekeringen, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld voor de vrijwillige verzekering van de gewezen verzekerde die niet in Nederland woont maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een land aangesloten bij de Europese Economische Ruimte dan wel in Zwitserland, en in Nederland verplicht verzekerd is gebleven voor een of meer andere takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EEG) nr.1408/71 van de Raad van de Europese gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149).
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -687,11 +681,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
Degene, die gemoedsbezwaren heeft tegen de in deze wet geregelde verzekering, alsmede de rechtspersoon waarbij natuurlijke personen zijn betrokken die zodanige gemoedsbezwaren hebben, kunnen van verplichtingen, welke hun bij of krachtens Hoofdstuk II van de Wet financiering volksverzekeringen zijn opgelegd, overeenkomstig het bij of krachtens paragraaf 8 van dat hoofdstuk bepaalde, worden vrijgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** Degene, van wie ingevolge artikel 20 van de Wet financiering volksverzekeringen belasting is geheven of in door Onze Minister en Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen geacht wordt te zijn geheven, heeft recht op een uitkering, indien en zolang hij recht heeft op ouderdomspensioen krachtens deze wet en hij wegens gemoedsbezwaren geen aanspraak maakt op dit ouderdomspensioen.
|
||||
**1.** Degene, van wie ingevolge artikel 65, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen belasting is geheven of in door Onze Minister en Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen geacht wordt te zijn geheven, heeft recht op een uitkering, indien en zolang hij recht heeft op ouderdomspensioen krachtens deze wet en hij wegens gemoedsbezwaren geen aanspraak maakt op dit ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene, die ingevolge het eerste lid recht op een uitkering heeft, dient de Sociale verzekeringsbank schriftelijk in kennis te stellen, zodra naar zijn oordeel het totaal aan uitkering betaalde bedragen heeft overschreden het totaal van de bedragen, die van hem op grond van de in de aanhef van het eerste lid bedoelde bepalingen aan belasting zijn geheven of geacht worden te zijn geheven. De uitbetaling van deze uitkering wordt dan beëindigd met ingang van een betalingstermijn, aanvangende na de dag, waarop de kennisgeving door de Sociale verzekeringsbank is ontvangen, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag van ontvangst van die kennisgeving.
|
||||
|
||||
|
|
@ -710,7 +704,7 @@ b. vermeerderd met een door de in het eerste lid bedoelde uitkeringsgerechtigde
|
|||
|
||||
**7.** Onze Minister en Onze Minister van Financiën kunnen bij ministeriële regeling ter zake van het bepaalde in het eerste tot en met het zesde lid nadere regels en uitvoeringsvoorschriften geven.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Het verstrekken van inlichtingen
|
||||
## Hoofdstuk VI. Informatieverplichtingen
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
|
|
@ -802,15 +796,6 @@ Ten aanzien van het bedrag van het ouderdomspensioen bedoeld in artikel 58, blij
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3*. Overige overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 62*
|
||||
|
||||
De artikelen 8a en 9a zijn niet van toepassing op de pensioengerechtigde, die:
|
||||
|
||||
a) op 31 december 1999 recht heeft op een ouderdomspensioen en op die dag niet in Nederland woont, en
|
||||
b) op 19 december 2005 dit recht op ouderdomspensioen uitsluitend nog heeft op grond van artikel 2 van de wet van 9 december 2004, houdende goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 28 juni 1962 te Genève totstandgekomen Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid (Verdrag Nr. 118 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste zitting; Trb. 1962, 122 en Trb. 1964, 23) (Stb. 2004, 715).
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue