2002-01-01 | BWBR0003630 | Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984

This commit is contained in:
Coornhert 2002-01-01 12:00:00 +00:00
parent 7e29987f5e
commit cd762bc813

View file

@ -422,6 +422,14 @@ De ambtenaar die is benoemd in een functie van secretaris-generaal, genoemd in a
De ambtenaar aan wie, anders dan krachtens een loopbaanregeling als bedoeld in artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, op grond van artikel 57, eerste lid of tweede lid, onder b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement een andere functie wordt opgedragen, waarbij het belang van de dienst is gelegen in het opdragen van juist die andere functie, heeft recht op een eenmalige mobiliteitstoeslag ter grootte van 50% van zijn salaris, tenzij zijn salaris met ingang van de datum waarop die andere functie wordt opgedragen om die reden wordt verhoogd.
### Artikel 22d
**1.** De ambtenaar die de spilleeftijd van de Regeling flexibel pensioen en uittreden van 62 jaar heeft bereikt, heeft voor elke periode van twaalf maanden dat hij van de regeling geen of geen volledig gebruik maakt recht op een eenmalige toeslag. De toeslag bedraagt, na aftrek van de verschuldigde loonbelasting/premies volksverzekeringen volgens de tabel bijzondere beloningen ingevolge de Wet op de loonbelasting 1964 en eventueel verschuldigde (pseudo-)premies ingevolge de sociale werknemersverzekeringen, € 454,00. Bedraagt de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor minder dan 1 dan wordt het bedrag van de toeslag vermenigvuldigd met de geldende arbeidsduurfactor.
**2.** Bij de vaststelling van de hoogte van de toeslag wordt de arbeidsduurfactor aan het einde van de periode van twaalf maanden gehanteerd.
**3.** Het recht op de in het eerste lid genoemde toeslag ontstaat op de dag van het bereiken van de leeftijd van respectievelijk 63, 64 en 65 jaar.
## Hoofdstuk V. Bepalingen betreffende vergoedingen voor extra diensten
### Artikel 23