2024-03-21 | BWBR0037940 | Netcode elektriciteit

This commit is contained in:
Coornhert 2024-03-21 12:00:00 +00:00
parent 75b62d1801
commit cd811e0a95

View file

@ -201,7 +201,7 @@ f. de bedrijfsvoering.
**2.** De netbeheerder kan de aangeslotene verzoeken tot het treffen van zodanige voorzieningen dat de ontoelaatbare hinder ophoudt, dan wel voor een door hem te bepalen aantal uren de aangeslotene verbieden om door hem aan te wijzen toestellen en motoren te gebruiken.
**3.** In afwijking van het tweede lid, past de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet centrale filtering toe wanneer de verantwoordelijkheid voor het treffen van de voorzieningen, niet eenduidig kan worden toegewezen aan de aangeslotene of aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, mits de ontoelaatbare hinder veroorzaakt wordt door spanningsverschijnselen als gevolg van de interactie van een wisselstroomkabel langer dan 5 km, deel uitmakend van de aansluiting of de installatie van een aangeslotene, en de netconfiguratie ter plaatse.
**3.** In afwijking van het tweede lid, past de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet centrale filtering toe wanneer de verantwoordelijkheid voor het treffen van de voorzieningen niet eenduidig kan worden toegewezen aan de aangeslotene of aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, mits de ontoelaatbare hinder veroorzaakt wordt door spanningsverschijnselen als gevolg van de interactie van een wisselstroomkabel langer dan 5 km, deel uitmakend van de aansluiting of de installatie van een aangeslotene, en de netconfiguratie ter plaatse.
### Artikel 2.16
@ -225,7 +225,7 @@ b. beschikt de elektriciteitsopslageenheid over de mogelijkheid tot het automati
c. zijn de relevante artikelen van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) en paragraaf 4.2 van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een netbeheerder;
d. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de netbeheerder de artikelen 13.1, 13.11 en 13.21 of 13.2, 13.12 en 13.22 van overeenkomstige toepassing;
e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de netbeheerder tevens de artikelen 13.3, 13.13 en 13.23 of 13.4, 13.14 en 13.24 van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een netbeheerder;
f. geldt in afwijking van onderdeel a voor elektriciteitsopslageenheden groter dan 0.8 kW dat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus onderfrequentie (LFSM-U) in zowel de opslag- als in de opwekkingsmodus de statiek ingesteld is op 1%.
f. geldt in afwijking van onderdeel a voor elektriciteitsopslageenheden groter dan 0,8 kW dat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus onderfrequentie (LFSM-U) in zowel de opslag- als in de opwekkingsmodus de statiek ingesteld is op 1%.
### Artikel 2.17
@ -261,9 +261,9 @@ In aanvulling op de voorwaarden in paragraaf 2.1 gelden voor een aansluiting op
### Artikel 2.20
**1.** In percelen waar de elektrische installatie door middel van een in de grond gelegde kabel wordt aangesloten, worden voorzieningen getroffen voor het gemakkelijk en gasbelemmerend binnenleiden van deze kabel, waaronder in ieder geval een beschermbuis waarvan de netbeheerder het materiaal en de afmetingen bepaalt, tenzij de netbeheerder uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven zulks niet noodzakelijk te achten. In het geval een leidinginvoerput wordt aangebracht, voldoet deze aan NEN 2768:2016 Meterkasten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen voor leidingaanleg in woningen.
**1.** In percelen waar de elektrische installatie door middel van een in de grond gelegde kabel wordt aangesloten, worden voorzieningen getroffen voor het gemakkelijk en gasbelemmerend binnenleiden van deze kabel, waaronder in ieder geval een beschermbuis waarvan de netbeheerder het materiaal en de afmetingen bepaalt, tenzij de netbeheerder uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven zulks niet noodzakelijk te achten. In het geval een leidinginvoerput wordt aangebracht, voldoet deze aan NEN 2768:2016+A2:2022 "Meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen in woningen".
**2.** In woonhuizen met individuele meting wordt voor het onderbrengen van alle tot de aansluiting en meetinrichting behorende apparatuur een kast ter beschikking gesteld, die voldoet aan de eisen, gesteld in NEN 2768:2016 Meterkasten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen voor leidingaanleg in woningen. In geval de meteropname van buitenaf kan geschieden of het overdrachtspunt van buitenaf bereikbaar is, kan de netbeheerder ten aanzien van deze kast nadere eisen stellen.
**2.** In woonhuizen met individuele meting wordt voor het onderbrengen van alle tot de aansluiting en meetinrichting behorende apparatuur een kast ter beschikking gesteld, die voldoet aan de eisen, gesteld in NEN 2768:2016+A2:2022 "Meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen in woningen". In geval de meteropname van buitenaf kan geschieden of het overdrachtspunt van buitenaf bereikbaar is, kan de netbeheerder ten aanzien van deze kast nadere eisen stellen.
**3.** Bij andere aansluitingen dan bedoeld in het tweede lid wijst de netbeheerder, na overleg met de aangeslotene, de ter beschikking te stellen ruimten aan voor het onderbrengen van de tot de aansluiting en de meetinrichting behorende apparatuur. De netbeheerder stelt de eisen vast waaraan deze ruimten voldoen.
@ -456,7 +456,7 @@ De aangeslotene dient bij de netbeheerder in drievoud een staffelplan met betrek
### Artikel 2.38
De hoogspanningsinstallatie is bestand tegen het ter plaatse optredende kortsluitvermogen.
Vervallen
### Artikel 2.39
@ -706,7 +706,12 @@ d. een frequentiebeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 47,5 e
**2.** De elektriciteitsproductie-eenheid, die is aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, is voorzien van een bedrijfsmeting.
**3.** De vereiste nauwkeurigheid van de in het tweede lid bedoelde metingen is klasse 2, tenzij anders met de netbeheerder is overeengekomen.
**3.**
De vereiste nauwkeurigheid van de in het tweede lid bedoelde metingen is
a. klasse 1, indien de elektriciteitsproductie-eenheid is voorzien van een interface als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG); of
b. klasse 2, in overige gevallen, tenzij anders met de netbeheerder is overeengekomen.
**4.** De beveiligingen van de elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, zijn selectief ten opzichte van de beveiligingen in het net van de netbeheerder. De aangeslotene draagt zorg en is verantwoordelijk voor adequate beveiligingen van de elektriciteitsproductie-eenheid tegen zowel storingen die ontstaan in het net als extreme afwijkingen van spanning en frequentie. De netbeheerder kan verlangen dat hiervan een berekening wordt gemaakt.
@ -730,8 +735,8 @@ De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op
a. gedurende 20 minuten bij een spanning op het overdrachtspunt tussen 0,85 pu en 0,90 pu, waarbij, onverminderd het zesde lid, onderdeel b, geldt dat het werkzame vermogen mag worden gereduceerd tot 80% van de maximum capaciteit;
b. overeenkomstig de in artikel 3.13, eerste lid, genoemde perioden
1°. bij een spanning op het overdrachtspunt binnen de spanningsband tussen 0,9 pu en 1,1 pu voor een frequentiebereik van 50 tot 51,5 Hz
2°. bij een spanning op het overdrachtspunt binnen de spanningsband die lineair verloopt van 0,9 pu en 1,01 pu bij 47,5 Hz tot 0,9 en 1,1 pu bij 50 Hz
1°. bij een spanning op het overdrachtspunt binnen de spanningsband tussen 0,9 pu en 1,1 pu voor een frequentiebereik van 50 tot 51,5 Hz;
2°. bij een spanning op het overdrachtspunt binnen de spanningsband die lineair verloopt van 0,9 pu en 1,01 pu bij 47,5 Hz tot 0,9 en 1,1 pu bij 50 Hz.
**10.** De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV is op grond van het negende lid en op grond van artikel 3.13, eerste lid in staat aangesloten en in bedrijf te blijven binnen de in onderstaand diagram weergegeven tijdsperioden, frequentiebereiken en spanningsbanden.
@ -739,7 +744,7 @@ b. overeenkomstig de in artikel 3.13, eerste lid, genoemde perioden
**12.** Indien het negende en tiende lid een kortere tijdsperiode toestaat dan artikel 3.13, eerste lid, prevaleert het negende lid.
**13.** De aansluiting van de elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of op een hoogspanningsnet zonder enkelvoudige storingsreserve tijdens normaal bedrijf en onderhoud is zodanig ontworpen dat de netbeheerder deze op afstand, voldoende snel en selectief kan afschakelen of afregelen, in een uitvalsituatie als bedoeld in artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2° en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° en artikel 4a.4 eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.
**13.** De aansluiting van de elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of op een hoogspanningsnet zonder enkelvoudige storingsreserve tijdens normaal bedrijf en onderhoud is zodanig ontworpen dat de netbeheerder deze op afstand, voldoende snel en selectief kan afschakelen of afregelen, in een uitvalsituatie als bedoeld in artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°, en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.
### Paragraaf 3.5. Aansluitvoorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type B als bedoeld in artikel 5 van de
@ -1403,7 +1408,7 @@ Vervallen
**1.** De bandbreedte van de dode band, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 0,2 Hz hoger en lager ten opzichte van de nominale systeemfrequentie. In afwijking hiervan is de bandbreedte van de dode band voor een vraagsturing leverende verbruikseenheid 0 Hz, indien een aangeslotene, of een BSP met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet contractuele afspraken heeft gemaakt over het leveren van FCR door middel van de desbetreffende verbruikseenheid.
**2.** De maximale frequentie-afwijking van de nominale waarde van 50,0 Hz, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel e, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 1,0 Hz voor lage frequenties en 1,5 Hz voor hoge frequenties.
**2.** De maximale frequentie-afwijking van de nominale waarde van 50,0 Hz, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel e, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 1,0 Hz voor frequenties lager dan 50,0 Hz en 1,5 Hz voor frequenties hoger dan 50,0 Hz.
**3.** De snelle respons, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel g, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 0,5 s.
@ -2243,20 +2248,20 @@ b. door de netbeheerder wordt gebruikt voor de elektrische veiligheid van de laa
**1.**
De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de ACM over de registratie van de onderbrekingen in het transport van elektriciteit, als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas, alsmede over de prestatie-indicatoren, als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a tot en met c, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas en maakt daarbij onderscheid naar het spanningsniveau:
De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt over de registratie van de onderbrekingen in het transport van elektriciteit, als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas, alsmede over de prestatie-indicatoren, als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a tot en met c, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas en maakt daarbij onderscheid naar het spanningsniveau:
a. tot en met 1 kV;
b. groter dan 1 kV tot en met 35 kV;
c. groter dan 35 kV tot en met 150 kV; en
d. 220 kV en 380 kV.
**2.** De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de ACM over de afwijkingen van de eisen aan de kwaliteit van het transport van elektriciteit, als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas, alsmede van de vaststelling van de prestatie-indicatoren, als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel d, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.
**2.** De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt over de afwijkingen van de eisen aan de kwaliteit van het transport van elektriciteit, als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas, alsmede van de vaststelling van de prestatie-indicatoren, als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel d, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.
**3.** In aanvulling op het tweede lid worden de resultaten van de kwaliteitsbewaking zoals bedoeld in artikel 7.4, derde lid, van de gezamenlijke netbeheerders in enig jaar jaarlijks voor 1 mei van het daaropvolgende jaar op geschikte wijze openbaar gemaakt in een rapportage. Deze rapportage bevat voor de kwaliteitsbewaking zoals bedoeld in artikel 7.4, derde lid, voor zover van toepassing, per criterium de gemiddelde waarde, de standaarddeviatie, de uiterste waarde en de trend over de periode vanaf 2005.
**4.** De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de ACM per kwaliteitscriterium over de realisatie van de uitvoering van het gestelde in de artikelen 8.2 tot en met 8.7.
**4.** De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt per kwaliteitscriterium over de realisatie van de uitvoering van het gestelde in de artikelen 8.2 tot en met 8.7.
**5.** De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de ACM een overzicht van de overeenkomstig artikel 8.8 betaalde compensatievergoeding.
**5.** De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt een overzicht van de overeenkomstig artikel 8.8 betaalde compensatievergoeding.
### Artikel 8.2
@ -2368,7 +2373,7 @@ f. wanneer een vergoeding wordt betaald op grond van artikel 8.10.
**1.**
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet rapporteert jaarlijks aan de ACM het aantal registraties van de frequentiegradiënt met de volgende kenmerken:
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt het aantal registraties van de frequentiegradiënt met de volgende kenmerken:
a. 2 Hertz per seconde als voortschrijdend gemiddelde over een tijdvenster van 500 milliseconden;
b. 1 Hertz per seconde als voortschrijdend gemiddelde over een tijdvenster van 500 milliseconden;
@ -2444,7 +2449,7 @@ b. maakt bij het oplossen gebruik van het hem overeenkomstig artikel 9.1, tweede
c. stuurt, indien de maatregelen als bedoeld in onderdeel b niet afdoende zijn om het transportprobleem op te heffen, verzoeken aan de desbetreffende aangeslotenen om meer respectievelijk minder te produceren of af te nemen en geeft aan waar en hoe lang de gevraagde acties duren; en
d. zorgt er voor dat de onbalans ten gevolge van de maatregel wordt opgeheven, door per onbalansverrekeningsperiode per afgeroepen bieding dan wel opgedragen capaciteitsvermindering elders een gelijke tegengestelde hoeveelheid vermogen af te roepen voor dezelfde onbalansverrekeningsperiode. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig artikel 9.1, tweede en derde lid, ter beschikking gestelde vermogen of het op grond van artikel 9.1, eerste lid ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van bijlage 12 inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken en, indien het de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet betreft, tevens van het in artikel 9.19 bedoelde vermogen.
**4.** Indien na het oplossen van het transportprobleem de mogelijkheid bestaat dat in hetzelfde net opnieuw één of meer transportproblemen optreden kan de netbeheerder van dat net, in afwijking van artikel 7.1, tweede lid, restricties opleggen aan aangeslotenen of BRPs. De restrictie houdt in dat de netbeheerder, gedurende de tijd waarvoor de restrictie geldt, wijzigingen van prognoses als bedoeld in artikel 13.11, negende lid, artikel 13.12, achtste lid, artikel 13.13, zevende lid, artikel 13.14, zevende lid, artikel 13.15, achtste lid, en artikel 13.17, achtste lid niet accepteert indien deze leiden tot nieuwe transportproblemen. In dat geval worden wijzigingen van prognoses als bedoeld in artikel 9.35, vierde en vijfde lid eveneens niet geaccepteerd.
**4.** Indien na het oplossen van het transportprobleem de mogelijkheid bestaat dat in hetzelfde net opnieuw één of meer transportproblemen optreden, kan de netbeheerder van dat net, in afwijking van artikel 7.1, tweede lid, restricties opleggen aan aangeslotenen of BRPs. De restrictie houdt in dat de netbeheerder, gedurende de tijd waarvoor de restrictie geldt, wijzigingen van prognoses als bedoeld in artikel 13.11, negende lid, artikel 13.12, achtste lid, artikel 13.13, zevende lid, artikel 13.14, zevende lid, artikel 13.15, achtste lid, en artikel 13.17, achtste lid niet accepteert indien deze leiden tot nieuwe transportproblemen. In dat geval worden wijzigingen van prognoses als bedoeld in artikel 9.35, vierde en vijfde lid eveneens niet geaccepteerd.
**5.** De netbeheerder publiceert de afroep van de maatregel als bedoeld in het vierde lid op de in artikel 9.8 bedoelde website.
@ -2496,7 +2501,7 @@ b. de van toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenze
De netbeheerder hanteert bij de beoordeling van de benodigde transportcapaciteit in een net de volgende aspecten:
a. de periode over welke de beoordeling benodigd is;
a. de periode waarover de beoordeling benodigd is;
b. het totaal van het gecontracteerd transportvermogen;
c. het meest aannemelijke profiel voor de belasting van het beperkende netelement op basis van een berekening van het verwachte profiel en richting van transport van de aangeslotenen, rekening houdend met de topologie van het net;
d. informatie die hij op grond van paragraaf 13.2 ontvangt;
@ -2505,7 +2510,7 @@ f. overheidsbeleid dat van invloed is op de inrichting van het net, als bedoeld
**3.** De beoordelingen genoemd in het eerste en tweede lid worden uitgewerkt in de vorm van scenarios.
**4.** De beschikbare transportcapaciteit is het deel van de aanwezige transportcapaciteit welke niet wordt ingezet om aan de benodigde transportcapaciteit te voldoen en is gelijk aan het verschil tussen de aanwezige transportcapaciteit en de benodigde transportcapaciteit.
**4.** De beschikbare transportcapaciteit is het deel van de aanwezige transportcapaciteit dat niet wordt ingezet om aan de benodigde transportcapaciteit te voldoen en is gelijk aan het verschil tussen de aanwezige transportcapaciteit en de benodigde transportcapaciteit.
**5.** Wanneer de benodigde transportcapaciteit, inclusief de eventuele gevraagde transportcapaciteit, de aanwezige transportcapaciteit overschrijdt, maakt de netbeheerder een inschatting van de hoeveelheid niet te transporteren elektriciteit inclusief onzekerheidsmarge.
@ -2936,9 +2941,9 @@ b. de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de in het eerste en twe
### Artikel 9.27
**1.** Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, zoals bedoeld in artikel 3.24, tweede lid, geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 49,8 Hz en met een statiek van 5%.
**1.** Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, als bedoeld in artikel 3.24, tweede lid, geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 49,8 Hz en met een statiek van 5%.
**2.** Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type A, B, C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, zoals bedoeld in artikel 3.13, vierde lid, geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 50,2 Hz en met een statiek van 5%.
**2.** Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type A, B, C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, als bedoeld in artikel 3.13, vierde lid, geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 50,2 Hz en met een statiek van 5%.
### Artikel 9.28
@ -2975,7 +2980,7 @@ Indien marktactiviteiten als genoemd in artikel 35. tweede lid, van de Verordeni
a. de aanlevering van zoneoverschrijdende capaciteit voor capaciteitstoewijzing bij de overeenkomstige biedzonegrenzen voor elke markttijdseenheid, als wordt verwacht dat het landelijk hoogspanningsnet niet tot de normale of alarmtoestand wordt hersteld overeenkomstig artikel 2, derde lid, van de Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM) en artikel 42 en 46 van de Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
b. de indiening van biedingen voor balanceringscapaciteit en balanceringsenergie door een aanbieder van een balanceringsdienst overeenkomstig de gepubliceerde fallbackprocedures op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet;
c. de aanlevering van een gebalanceerde positie aan het einde van het day-aheadtijdsbestek door een BRP, als dat volgens de voorwaarden met betrekking tot balancering vereist is overeenkomstig artikel 10.14, vijfde lid;
d. de aanlevering van positiewijzigingen van BRP's overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig artikel 10.14, vijfde lid, zoals gepubliceerd op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, waarbij geldt dat indien op de dag waarop de positiewijziging betrekking heeft een noodtoestand of een blackouttoestand in Nederland heeft plaats gevonden, of indien er een fout in de systemen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft plaats gevonden, de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het in artikel 10.14, zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment;
d. de aanlevering van positiewijzigingen van BRP's overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig artikel 10.14, vijfde lid, zoals gepubliceerd op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, waarbij geldt dat indien op de dag waarop de positiewijziging betrekking heeft een noodtoestand of een black-outtoestand in Nederland heeft plaats gevonden, of indien er een fout in de systemen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft plaats gevonden, de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het in artikel 10.14, zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment;
e. de aanlevering van de schema's als bedoeld in artikel 111, eerste en tweede lid, van de Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO):
1°. indien deze betrekking hebben op prognoses als bedoeld in artikel 13.11, achtste en negende lid, artikel 13.12, zevende en achtste lid, artikel 13.13, zesde en zevende lid, artikel 13.14, zesde en zevende lid, artikel 13.15, achtste en negende lid en artikel 13.17, zevende en achtste lid, overeenkomstig de fallbackprocedures gepubliceerd op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet;
@ -2985,7 +2990,7 @@ e. de aanlevering van de schema's als bedoeld in artikel 111, eerste en tweede l
Indien marktactiviteiten, als genoemd in artikel 35, tweede lid, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), niet volledig uitvoerbaar zijn voor één of meer betrokken partijen doordat een buitenlandse instelling als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel h van de Elektriciteitswet 1998, haar markt heeft opgeschort, zijn, overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), de volgende back-up en fallbackprocedures van de marktactiviteiten van toepassing;
a. capaciteitstoewiizing door transmissierechten voor jaar- en maandtransporten overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM) en artikel 42 en 46 van de Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
a. capaciteitstoewijzing door transmissierechten voor jaar- en maandtransporten overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM) en artikel 42 en 46 van de Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
b. prijskoppeling voor day-aheadtransporten overeenkomstig artikel 36, derde lid, artikel 44, artikel 50 en artikel 72 van de Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
c. prijskoppeling voor intradaytransporten overeenkomstig artikel 36, derde lid, en artikel 72 van de Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
d. binnenlandse intradayhandel op een NEMO overeenkomstig artikel 36, derde lid, artikel 44, artikel 50 en artikel 72 van de Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten;
@ -3223,7 +3228,7 @@ b. van toerbeurtsgewijze toewijzing, waarbij de netbeheerder een ondergrens stel
**7.** De netbeheerder publiceert de in het zesde lid, onderdeel b, bedoelde ondergrens van te voren op de in artikel 9.8 bedoelde website.
**8.** Indien het congestiegebied een net van een andere netbeheerder omvat maken de betroken netbeheerders, onverminderd artikel 9.1, zevende lid, afspraken over de uitwisseling van de voor de uitvoering van deze paragraaf benodigde gegevens en indien nodig over de uitvoering van deze paragraaf.
**8.** Indien het congestiegebied een net van een andere netbeheerder omvat maken de betrokken netbeheerders, onverminderd artikel 9.1, zevende lid, afspraken over de uitwisseling van de voor de uitvoering van deze paragraaf benodigde gegevens en indien nodig over de uitvoering van deze paragraaf.
### Artikel 9.44
@ -3430,13 +3435,13 @@ b. A plus B indien twee maal A kleiner is dan B.
**2.** Uiterlijk twee uur en 15 minuten na het tijdstip waarop het in het eerste lid bedoelde extern commercieel handelsprogramma moet zijn ingediend, bericht de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de BRP welke in het extern commercieel handelsprogramma opgenomen importen, exporten en transits hij, rekening houdend met de beschikbare capaciteit van de landsgrensoverschrijdende verbindingen voor de volgende dag heeft toegewezen en welke ruimte ten behoeve van de spotmarkt voor de volgende dag beschikbaar is op de landsgrensoverschrijdende verbindingen.
**3.** Indien de toewijzing, bedoeld in het tweede lid, niet overeenstemt met het extern commercieel handelsprogramma, bedoeld in het eerste lid, dient de BRP bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vóór 14:00 uur op dezelfde dag een bijgesteld extern commercieel handelsprogramma in.
**3.** Indien de toewijzing, bedoeld in het tweede lid, niet overeenstemt met het extern commercieel handelsprogramma, bedoeld in het eerste lid, dient de BRP bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vóór 14:30 uur op dezelfde dag een bijgesteld extern commercieel handelsprogramma in.
**4.** Indien het extern commercieel handelsprogramma of bijgesteld extern commercieel handelsprogramma voor de volgende dag niet vóór het in het eerste lid onderscheidenlijk het derde lid bedoelde tijdstip is ingediend, wijst de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geen capaciteit op landsgrensoverschrijdende verbindingen ten behoeve van de in dat extern commercieel handelsprogramma opgenomen transporten toe.
### Artikel 10.12
**1.** Een BRP dient dagelijks vóór 14:00 uur bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een energieprogramma in.
**1.** Een BRP dient dagelijks vóór 14:30 uur bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een energieprogramma in.
**2.** Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op het in het eerste lid bedoelde tijdstip geen energieprogramma ontvangt van een BRP, dan hanteert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor de betreffende BRP voor elke onbalansverrekeningsperiode van het volgende etmaal de waarde van 0 MWh in het interne commerciële handelsprogramma. De betreffende BRP wordt hiervan onverwijld geïnformeerd.
@ -3518,10 +3523,10 @@ f. Het aantal gebeurtenissen, dat een meetverantwoordelijke aan de aangeslotene,
De netbeheerder gaat voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid uit van de meetgegevens:
a. die hij overeenkomstig paragraaf 6.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas ontvangen heeft en overeenkomstig paragraaf 6.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas heeft verwerkt;
b. die hij uitleest uit meetinrichtingen in het overdrachtspunt van kleinverbruikaansluitingen waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft; en
b. die hij uitleest uit meetinrichtingen in het overdrachtspunt van kleinverbruikaansluitingen waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft; en
c. geregistreerd door de meetinrichtingen in het (de) overdrachtspunt(en) van de aansluitingen van zijn net met andere netten.
**4.** In afwijking van respectievelijk in aanvulling op het derde lid gaat de netbeheerder voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid van grootverbruikers die beschikken over een profielgrootverbruikmeetinrichting, respectievelijk kleinverbruikers waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas de waarde “profielallocatie” heeft, uit van de gegevens die hij overeenkomstig bijlage 17 bepaalt.
**4.** In afwijking van respectievelijk in aanvulling op het derde lid gaat de netbeheerder voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid van grootverbruikers die beschikken over een profielgrootverbruikmeetinrichting, respectievelijk kleinverbruikers waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas de waarde “profielallocatie” heeft, uit van de gegevens die hij overeenkomstig bijlage 17 bepaalt.
**5.**
@ -4501,7 +4506,7 @@ o. de gegevens van de beveiligingsapparaten en -instellingen.
De structurele gegevens als bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid;
c. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 2.4, negende lid.
### Artikel 13.2
@ -4565,7 +4570,7 @@ l. indien het een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D betreft: d
De structurele gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt;
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid;
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid;
c. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 2.4, negende lid.
**4.** Het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type B, C of D zou worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is.
@ -4605,7 +4610,7 @@ b. het minimale en maximale blindvermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing,
De structurele gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
### Artikel 13.4
@ -4650,7 +4655,7 @@ b. het structurele minimale en maximale werkzame vermogen dat beschikbaar is voo
De structurele gegevens als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt;
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
**6.**
@ -4700,7 +4705,7 @@ d. de gegevens en modellen van elk achter een overdrachtspunt gelegen deelnet, d
De structurele gegevens als bedoeld in het derde lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter het regionale net zich bevindt;
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten distributiesysteem, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet.
@ -4744,7 +4749,7 @@ c. van het achter het overdrachtspunt gelegen landelijk hoogspanningsnet het net
De structurele gegevens als bedoeld in het derde lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter het regionale net zich bevindt;
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
### Artikel 13.7
@ -4788,7 +4793,7 @@ c. van het achter het overdrachtspunt gelegen deelnet het netmodel bestaande uit
De structurele gegevens als bedoeld in het derde lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter het regionale net zich bevindt;
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten distributiesysteem, aangesloten op een distributienet.
@ -4825,7 +4830,7 @@ k. de transformatorgegevens, te weten:
De structurele gegevens, zoals bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
### Artikel 13.9
@ -4993,7 +4998,7 @@ c. indien de verbruiksinstallatie één of meer verbruikseenheden omvat die deel
De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter die verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter die verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid;
c. indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing: de EAN-code van deze verbruikseenheid.
**3.**
@ -5032,7 +5037,7 @@ c. indien de verbruiksinstallatie één of meer verbruikseenheden omvat die deel
De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter die verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter die verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid;
c. indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing, de EAN-code van deze verbruikseenheid.
**3.**
@ -5111,7 +5116,7 @@ b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW.
De gegevens als bedoeld in het vijfde tot en met zevende lid worden verstrekt van elk afzonderlijk overdrachtspunt van de aansluiting van elk afzonderlijk distributienet, onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter het distributienet zich bevindt;
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
**9.**
@ -5137,7 +5142,7 @@ c. indien de drempelwaarde als bedoeld in artikel 14, zesde lid, van de Verorden
De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt;
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
**3.** Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld.
@ -5180,7 +5185,7 @@ c. het blindvermogen met richting.
De gegevens als bedoeld in het derde lid worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter het distributienet zich bevindt;
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
**5.** Van de gegevens bedoeld in het derde lid, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld.
@ -5222,7 +5227,7 @@ f. de eventuele beperkingen in de regelcapaciteit voor blindvermogen.
De plannings- en prognosegegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van:
a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt;
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid.
b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, zevende lid.
**3.**
@ -5320,7 +5325,7 @@ b. de richting en de grootte van het blindvermogen.
De netbeheerder, waarvan het distributienet is aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, per overdrachtspunt, de realtimegegevens, te weten:
a. de benodigde standmeldingen voor het realiseren van de vergrendelingen;
b. indien van toepassing de informatie op veldniveau zoals vastgelegd in bijlage B van de "Functionele afspraken secundaire interfacing nieuwe RNB transformatorvelden" versie 1.4 d.d. 13 oktober 2014, dan wel de daarvoor in de plaats tredende afspraken;
b. indien van toepassing de informatie op veldniveau zoals vastgelegd in de uniforme door de gezamenlijke netbeheerders overeengekomen werkwijze voor secundaire interfacing van RNB transformatorvelden;
c. ten behoeve van de uitvoering on line (actuele bedrijfsvoering):
1°. de best beschikbare gegevens voor de de som van de productie in het deelnet per primaire energiebron;
@ -5345,7 +5350,7 @@ d. op verzoek de navolgende bedrijfsmetingen in het transformatorveld:
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van een op zijn net aangesloten distributienet per overdrachtspunt de realtimegegevens, te weten:
a. de benodigde standmeldingen voor het realiseren van de vergrendelingen;
b. indien van toepassing de informatie op veldniveau zoals vastgelegd in bijlage B van de "Functionele afspraken secundaire interfacing nieuwe RNB transformatorvelden" versie 1.4 d.d. 13 oktober 2014, dan wel de daarvoor in de plaats tredende afspraken;
b. indien van toepassing de informatie op veldniveau zoals vastgelegd in de uniforme door de gezamenlijke netbeheerders overeengekomen werkwijze voor secundaire interfacing van RNB transformatorvelden;
c. ten behoeve van de uitvoering on line (actuele bedrijfsvoering) de schakelsituatie net (status);
d. de trapstanden van de transformatoren;
e. indien van toepassing op verzoek de navolgende bedrijfsmetingen in het transformatorveld:
@ -5368,7 +5373,7 @@ g. de gegevens van de state estimator van de netbeheerder van het landelijk hoog
Netbeheerders van onderling gekoppelde distributienetten bepalen in onderling overleg en verstrekken vervolgens elkaar, de uit te wisselen realtimegegevens, te weten:
a. de benodigde standmeldingen voor het realiseren van de vergrendelingen;
b. indien van toepassing de informatie op veldniveau zoals vastgelegd in bijlage B van de "Functionele afspraken secundaire interfacing nieuwe RNB transformatorvelden" versie 1.4 d.d. 13 oktober 2014, dan wel de daarvoor in de plaats tredende afspraken;
b. Vervallen
c. ten behoeve van de uitvoering on line (actuele bedrijfsvoering):
1°. de best beschikbare gegevens voor de de som van de productie in het deelnet per primaire energiebron (geldt alleen voor 'van onderliggend net, naar bovenliggend net');