2020-01-01 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie

This commit is contained in:
Coornhert 2020-01-01 12:00:00 +00:00
parent 53ed3b5c9c
commit cdb5869a70

View file

@ -145,17 +145,41 @@ a. voor een proeftijd van één jaar, zonodig in bijzondere gevallen op aanvraag
b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar;
c. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter;
d. indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling ter opleiding tot een functie binnen de politieorganisatie dan wel in verband met zijn verdere praktische opleiding of vorming, of
e. indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen.
e. indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen;
f. voor een andere dan in onderdeel a tot en met e genoemde reden.
**2.** Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld.
**2.** Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d en e, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld.
**3.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en e, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst zich niet meer voordoet, wanneer de ambtenaar sinds twee jaar zonder onderbreking van langer dan één maand in politiedienst, waarvan laatstelijk gedurende ten minste één jaar in zijn huidige betrekking, in dienst is. Dit geldt echter niet in die gevallen waarin vaststaat dat zijn werkzaamheden in de door hem vervulde betrekking binnen het jaar zullen worden beëindigd.
**3.**
**4.** Bij ministeriële regeling worden criteria gegeven op grond waarvan de in het derde lid genoemde periode van twee jaar kan worden verlengd tot vijf jaar.
In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en f, wordt de ambtenaar in vaste dienst aangesteld vanaf de dag waarop:
a. aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden;
b. meer dan drie aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste zes maanden.
**4.** Over een tijdelijke aanstelling op grond van het eerste lid, onderdeel f, voor een functie in het domein uitvoering, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling vaststelling LFNP, wint het bevoegd gezag vooraf een advies in van een door hem in te stellen paritaire commissie.
**5.** Indien het advies, bedoeld in het vierde lid, niet positief is, kan de in het eerste lid bedoelde aanstelling slechts plaatsvinden indien hierover in het overleg GOKB, bedoeld in artikel 1 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, overeenstemming is bereikt.
### Artikel 4a
Vervallen
**1.**
Een aanstelling van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, kan in tijdelijke dienst plaatsvinden:
a. ter bevordering van de arbeidsparticipatie van de in de aanhef bedoelde ambtenaren in de vijf jaren voorafgaand aan hun AOW-gerechtigde leeftijd;
b. in een functie in een van de door Onze Minister aangewezen vakgebieden in het domein uitvoering, indien de betrokkene enkel een van de door Onze Minister aangewezen politieopleidingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 2°, van de Politiewet 2012 heeft voltooid.
**2.**
In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar in vaste dienst aangesteld vanaf de dag waarop:
a. aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden;
b. meer dan drie aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste zes maanden.
**3.** Over een tijdelijke aanstelling op grond van het eerste lid, wint het bevoegd gezag vooraf een advies in van een door hem in te stellen paritaire commissie.
**4.** Artikel 4, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 5
@ -371,7 +395,7 @@ Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken ure
a. het aantal zaterdagen en zondagen, en
b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, en 5 mei, voor zover deze dagen niet vallen op een zaterdag of een zondag, vermenigvuldigd met 7,2.
**5.** Het in het vierde lid berekende product wordt verhoogd met 1%, onverminderd artikel 30e, vierde lid.
**5.** Het in het vierde lid berekende product wordt verhoogd met 1% voor de ambtenaren bedoeld in artikel 30e, tweede lid, onderdelen a en c.
**6.** Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar een evenredig deel van het aantal te werken uren volgens de systematiek van de in het vierde en vijfde lid opgenomen berekeningswijze.
@ -383,11 +407,11 @@ b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide k
**10.** Uiterlijk zeven dagen voor aanvang van de periode van 28 dagen waarop het betrekking heeft, maakt het bevoegd gezag het dienstrooster bekend waarin wordt vastgesteld op welke dagen arbeid wordt verricht en welke dagen vrije dagen zijn. Een verschuiving van een vastgestelde vrije dag wordt vastgesteld in het dagrooster, bedoeld in het twaalfde lid.
**11.** Een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid, is een kalenderdag waarop geen dienst dan wel activiteiten door het bevoegd gezag zijn vastgesteld. Een kalenderdag waarop vakantie of verlof, bedoeld in artikel 27, zevende en achtste lid, van het Besluit bezoldiging politie is vastgesteld en geen dienst dan wel activiteiten zijn vastgesteld wordt gelijkgesteld aan een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid.
**11.** Een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid, is een kalenderdag waarop geen dienst dan wel activiteiten door het bevoegd gezag zijn vastgesteld. Een kalenderdag waarop vakantie is vastgesteld en geen dienst dan wel activiteiten zijn vastgesteld wordt gelijkgesteld aan een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid.
**12.**
Uiterlijk vier dagen voor de dag waarop dienst moet worden gedaan, maakt het bevoegd gezag het dagrooster bekend waarin wordt vastgesteld welke de tijdstippen zijn van aanvang en einde van de dienst. Een verschuiving van de vastgestelde tijdstippen van aanvang en einde van de dienst binnen deze vier dagen kan uitsluitend:
Uiterlijk zeven dagen voor de dag waarop dienst moet worden gedaan, maakt het bevoegd gezag het dagrooster bekend waarin wordt vastgesteld welke de tijdstippen zijn van aanvang en einde van de dienst. Een verschuiving van de vastgestelde tijdstippen van aanvang en einde van de dienst binnen deze zeven dagen kan uitsluitend:
a. met instemming van de betrokken ambtenaar en na schriftelijke vastlegging of
b. indien op grond van artikel 2:2 of 2:5 van de Arbeidstijdenwet die wet niet van toepassing is.
@ -411,7 +435,7 @@ c. verlof als bedoeld in hoofdstuk VI en artikel 27, zevende, achtste, tiende en
De uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, bedoeld in artikel 13a, vierde lid, worden voor de toepassing van dit lid niet aangemerkt als verlof.
**16.** Indien het bevoegd gezag de ambtenaar niet houdt aan het verrichten van de dienst, zoals vastgesteld in het dagrooster, of indien het bevoegd gezag die dienst verkort zonder instemming van de ambtenaar, wordt de ambtenaar geacht de volledige dienst te hebben verricht.
**16.** Indien het bevoegd gezag de ambtenaar niet houdt aan het verrichten van de dienst, zoals vastgesteld in het dagrooster, of indien het bevoegd gezag die dienst verkort zonder instemming van de ambtenaar, en een van deze gevallen aan de ambtenaar meedeelt in de periode vanaf vier dagen tot aan de dag waarop de dienst moest worden gedaan, wordt de ambtenaar geacht de volledige dienst te hebben verricht.
**17.** De dienst voorafgaand aan een vrije dag dient uiterlijk om 23.00 uur te eindigen en na een vrije dag kan de dienst niet eerder beginnen dan om 07.00 uur. Het tijdstip van 07.00 uur kan door het bevoegd gezag in overeenstemming met de ondernemingsraad worden vervroegd naar 06.00 uur.
@ -424,7 +448,11 @@ b. 22 periodes van twee aaneengesloten vrije dagen waarbij de aaneengesloten per
Het bevoegd gezag verdeelt de te werken zondagen zo evenredig mogelijk over de ambtenaren. Deze verdeling wordt jaarlijks bezien.
**19.** Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen.
**19.** Op verzoek van de ambtenaar kan worden afgeweken van het vijftiende lid, onderdeel a, het zeventiende en het achttiende lid, onderdeel a.
**20.** Indien op verzoek van de ambtenaar wordt afgeweken van het achttiende lid, onderdeel a, heeft de ambtenaar in een kalenderjaar recht op 22 periodes van twee aaneengesloten vrije dagen.
**21.** Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen.
### Artikel 12a
@ -440,13 +468,13 @@ Het bevoegd gezag verdeelt de te werken zondagen zo evenredig mogelijk over de a
### Artikel 13
**1.** In afwijking van artikel 12, derde lid, kan de ambtenaar met een volledige betrekking, bij het bevoegd gezag een arbeidstijd aanvragen van gemiddeld 38 of gemiddeld 39,6 uur per week.
**1.** In afwijking van artikel 12, derde lid, kan de ambtenaar met een volledige betrekking bij het bevoegd gezag een arbeidstijd aanvragen van gemiddeld 38, gemiddeld 39,6 uur of gemiddeld 40 uur per week, met dien verstande dat de ambtenaren bedoeld in artikel 30e, tweede lid, onderdelen a en c, de aanvraag van gemiddeld 40 uur per week niet kunnen doen.
**2.** Het bevoegd gezag beoordeelt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig artikel 2, vijfde en tiende lid, van de Wet flexibel werken.
**3.** Tenzij de nieuw aan te stellen ambtenaar vóór zijn aanstelling verzoekt om een arbeidstijd van gemiddeld 36 of gemiddeld 38 uur per week, vindt de aanstelling in een volledige betrekking in afwijking van artikel 12, derde lid, plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 39,6 uur per week.
**3.** Tenzij de nieuw aan te stellen ambtenaar vóór zijn aanstelling verzoekt om een arbeidstijd van gemiddeld 36 of gemiddeld 38 uur per week, vindt de aanstelling in een volledige betrekking in afwijking van artikel 12, derde lid, plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 40 uur per week.
**4.** De aanstelling van de aspirant, bedoeld in artikel 3, vindt in afwijking van het derde lid plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 37,8 uur per week.
**4.** De aanstelling van de aspirant, bedoeld in artikel 3, vindt in afwijking van het derde lid plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 38 uur per week.
**5.** De aanstelling van de ambtenaar in opleiding, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, vindt in afwijking van het derde lid plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week.
@ -471,6 +499,10 @@ b. van 58 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 33,3% verminderd.
**7.** Het vijfde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar als gevolg van een beroepsziekte of een dienstongeval ongeschikt is zijn arbeid te verrichten.
**8.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan niet verzoeken om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.
**9.** Een vermindering van de arbeidsduur als bedoeld in het eerste lid kan, behoudens onvoorziene omstandigheden, niet eerder ingaan dan een jaar na toekenning van een verzoek om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken.
## Hoofdstuk III.a. Tijdelijke ouderenregeling
### Artikel 13b
@ -602,7 +634,7 @@ Het bevoegd gezag kan nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk vaststellen
### Artikel 28a
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar meer uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 12, vijfde en zesde lid, voor hem is vastgesteld.
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar meer uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 12, vierde, vijfde en zesde lid, voor hem is vastgesteld.
**2.** Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal uren dat meer gewerkt kan worden ten hoogste 200 uren per kalenderjaar. Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt dit maximum vastgesteld op een evenredig deel van het maximaal aantal uren bij een volledige betrekking. Voor de ambtenaar mag het aantal te werken uren op jaarbasis gemiddeld per week niet meer dan 40 uur bedragen.
@ -612,7 +644,7 @@ Het bevoegd gezag kan nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk vaststellen
### Artikel 28b
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar minder uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 12, vijfde en zesde lid, voor hem is vastgesteld.
**1.** De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar minder uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 12, vierde, vijfde en zesde lid, voor hem is vastgesteld.
**2.** Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal uren dat minder kan worden gewerkt ten hoogste 80 uren per kalenderjaar. Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt dit maximum vastgesteld op een evenredig deel van het maximaal aantal uren bij een volledige betrekking.
@ -749,46 +781,19 @@ b. op 30 juni 2019 in dienst is en:
2. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 jonger was dan 46 jaar; of
3. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 46 jaar of ouder was, maar nog geen 55 jaar.
**2.** De artikelen 30 tot en met 30d zijn niet van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 3, die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt geen aanspraak te maken op levensfase-uren. De ambtenaar kan daarop niet terugkomen.
**2.**
**3.** De artikelen 30 tot en met 30d zijn niet van toepassing op de ambtenaar die op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 55 jaar of ouder was en de ambtenaar op wie op 1 juli 2018 artikel 88a van toepassing was.
Artikel 30 is niet van toepassing op de ambtenaar:
**4.** De artikelen 12, vijfde lid, 13a en 18 zijn niet van toepassing op de ambtenaar die aanspraak heeft op levensfase-uren als bedoeld in artikel 30.
a. bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3, die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt geen aanspraak te maken op levensfase-uren;
b. die op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 55 jaar of ouder was;
c. op wie artikel 88a van toepassing is.
**3.** De artikelen 13a en 18 zijn niet van toepassing op de ambtenaar die aanspraak heeft op levensfase-uren als bedoeld in artikel 30.
### Artikel 30f
**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 30e, eerste lid, onderdeel b, ontvangt op 1 juli 2019 een beginaantal levensfase-uren, tenzij de ambtenaar gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in artikel 30e, tweede lid.
**2.**
Het aantal, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door middel van de volgende formule, met inachtneming van de daarbij vermelde begrenzingen en het derde en vierde lid:
{(A1 x 53,8) (A1 x 14) (A2 x 25,032) (B1 x 7,2) (B2 x 14,4)} x C/36, afgerond op 1 decimaal,
waarbij:
A1 = de op grond van het derde en vierde lid berekende diensttijd;
A2 = de diensttijd gelijk aan A1, tenzij deze meer bedraagt dan 25 jaar. In dat geval bedraagt A2: 25;
B1 = de diensttijd die het leeftijdscohort 45 tot en met 49 jaar omvat;
B2 = de diensttijd die het leeftijdscohort 50 tot en met 54 jaar omvat, waarbij voor zowel B1 als B2 de op grond van het derde en vierde lid berekende diensttijd wordt geacht direct voorafgaand aan 1 juli 2019 onafgebroken te zijn volbracht, en
C = de betrekkingsomvang in uren per week per 1 juli 2019, waarbij geldt dat C niet groter kan zijn dan 36.
**3.** De diensttijd wordt vastgesteld op basis van het aantal door de ambtenaar tot 1 juli 2019 al dan niet in een aaneengesloten periode in politiedienst doorgebrachte jaren, op een hele maand nauwkeurig berekend. Hierbij geldt dat ingeval de aanstelling in politiedienst is aangevangen na de eerste dag van een maand, het aantal in politiedienst doorgebrachte jaren wordt berekend met ingang van de eerste dag van de daaropvolgende maand.
**4.**
Als diensttijd in politiedienst doorgebracht worden mede aangemerkt die jaren waarin de ambtenaar:
a. was aangesteld als algemeen of bijzonder opsporingsambtenaar van de Koninklijke Marechaussee;
b. was aangesteld als algemeen of bijzonder opsporingsambtenaar van de Douane, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst-ECD of de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst;
c. als algemeen of bijzonder opsporingsambtenaar in dienst was van het Korps Spoorwegpolitie van de Nederlandse Spoorwegen voor zover het principeakkoord van 14 oktober 1999, gesloten tussen de vakorganisaties, FNV-bondgenoten, FSV, CNV-Bedrijvenbond, VHS en het Ministerie van Justitie, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Nederlandse Spoorwegen, op de ambtenaar van toepassing was en deze een AFUP- garantieregeling toegekend heeft gekregen voor de jaren dat hij bij de spoorwegpolitie heeft gewerkt;
d. was aangesteld als onbezoldigd algemeen of bijzonder opsporingsambtenaar van het Korps Rijkspolitie, werkzaam voor een krachtens de Wet op de weerkorpsen toegestane particuliere beveiligingsorganisaties van de luchthaven Schiphol in de periode van 15 februari 1974 tot en met 31 december 1992;
e. was aangesteld als ambtenaar van politie in dienst bij de politie in Suriname tot en met 24 november 1975; of
f. anderszins een schriftelijk besluit kan overleggen waaruit volgt dat de tijd die deze ambtenaar in een bepaalde functie was aangesteld door het bevoegd gezag voor inwerkingtreding van de Politiewet 2012 is aangemerkt als politiedienstjaar.
Vervallen
### Artikel 31
@ -812,7 +817,7 @@ Vervallen
### Artikel 34
**1.** Indien de ambtenaar een vaste vergoeding ontvangt uit de functie waarvoor hem het in artikel 125*c*, tweede lid, van de Ambtenarenwet bedoelde verlof wordt verleend, wordt op zijn bezoldiging een inhouding toegepast over de tijd dat hij verlof geniet. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als vaste vergoeding voor de met verlof overeenkomende tijd in de bedoelde functie niet te boven.
**1.** Indien de ambtenaar een vaste vergoeding ontvangt uit de functie waarvoor hem het in artikel 47b, tweede lid, van de Politiewet 2012 bedoelde verlof wordt verleend, wordt op zijn bezoldiging een inhouding toegepast over de tijd dat hij verlof geniet. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als vaste vergoeding voor de met verlof overeenkomende tijd in de bedoelde functie niet te boven.
**2.** Onze Minister kan nadere regels ter uitvoering van het eerste lid vaststellen.
@ -861,8 +866,7 @@ c. bij overlijden van
1. zijn echtgenote, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen: vier dienstdagen;
2. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: twee dienstdagen;
d. bij bevalling van zijn echtgenote: vijf dienstdagen;
e. bij zijn 25- of 40-jarig ambtsjubileum: één dienstdag.
d. bij zijn 25- of 40-jarig ambtsjubileum: één dienstdag.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede verstaan het aangaan van een geregistreerd partnerschap alsmede het sluiten van een samenlevings-contract als bedoeld in artikel 1, tweede lid.
@ -899,7 +903,9 @@ De ambtenaar die kortdurend zorgverlof geniet als bedoeld in artikel 5:1, eerste
**2.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de met toepassing van het eerste lid uitbetaalde bezoldiging, indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden.
**3.** Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten van de ambtenaar die als gevolg van een dienstongeval of beroepsziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. In dat geval wordt het recht op verlof opgeschort.
**3.** Ontslag op aanvraag van de in artikel 2, onderdelen a en b, van de Politiewet 2012 bedoelde ambtenaar onderscheidenlijk de in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012 bedoelde ambtenaar gevolgd door een aanstelling van betrokkene binnen vier weken als ambtenaar bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012 onderscheidenlijk ambtenaar bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b van de Politiewet 2012, wordt niet als ontslag in de zin van het tweede lid aangemerkt.
**4.** Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten van de ambtenaar die als gevolg van een dienstongeval of beroepsziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. In dat geval wordt het recht op verlof opgeschort.
### Artikel 41a
@ -1084,37 +1090,25 @@ In de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2016 gelden voor de to
### Artikel 55a
**1.** De ambtenaar is verplicht aan het bevoegd gezag, op een door dit gezag te bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.
**1.** De melding als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017 vindt plaats op een door het bevoegd gezag te bepalen wijze.
**2.** Het bevoegd gezag voert een registratie op grond van de ingevolge het eerste lid gedane opgaven.
**2.** Nevenwerkzaamheden die gemeld zijn door de korpschef, de leiding van de politie, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de landelijke eenheden, de politiechefs, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de ondersteunende eenheden of de plaatsvervanger van de directeur van de Politieacademie worden openbaar gemaakt met vermelding van eventueel door het desbetreffende bevoegd gezag aan het verrichten van nevenwerkzaamheden gestelde beperkingen.
**3.** Nevenwerkzaamheden die gemeld zijn door de korpschef, de leiding van de politie, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de landelijke eenheden, de politiechefs, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de ondersteunende eenheden of de plaatsvervanger van de directeur van de Politieacademie worden openbaar gemaakt met vermelding van eventueel door het desbetreffende bevoegd gezag aan het verrichten van nevenwerkzaamheden gestelde beperkingen.
**4.** Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of het goed functioneren van de dienst, voor zover dit in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
**5.** Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod, bedoeld in het vierde lid.
**6.** Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing op de directeur van de Politieacademie.
**3.** Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017.
### Artikel 55abis
De ambtenaren die behoren tot de leiding van de politieorganisatie, zowel op landelijke als op regionale eenheden, onthouden zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt schaden of kunnen schaden.
Vervallen
### Artikel 55b
**1.** Het bevoegd gezag wijst de ambtenaren aan die werkzaamheden verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie is verbonden. De aangewezen ambtenaar meldt de financiële belangen, alsmede het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken, aan een daartoe aangewezen functionaris.
**1.** De melding als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Ambtenarenwet 2017 vindt plaats bij een door het bevoegd gezag aangewezen functionaris.
**2.** Het bevoegd gezag voert een registratie van de op grond van het eerste lid gedane meldingen.
**3.** De ambtenaar verstrekt nadere informatie of bescheiden met betrekking tot de financiële belangen of het bezit van of de transactie met effecten, indien daarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag of de door dit gezag aangewezen functionaris, bedoeld in het eerste lid, aanleiding bestaat op grond van de melding of na de melding gebleken feiten of omstandigheden.
**4.** Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben, effecten te bezitten of effectentransacties te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voor zover dit in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
**5.** Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod, bedoeld in het vierde lid.
**2.** Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c en d, van de Ambtenarenwet 2017.
### Artikel 55c
Het is de ambtenaar verboden in zijn ambt geld, geschenken, diensten of kortingen te bedingen of, anders dan met goedvinden van het bevoegd gezag, aan te nemen.
Vervallen
### Paragraaf 2. Melden van een misstand
@ -1138,6 +1132,152 @@ Vervallen
Vervallen
### Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen
### Artikel 55da
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
1. Ambtenaar:
a. de ambtenaar bedoeld in artikel 1, eerst lid, onderdeel i;
b. de gewezen ambtenaar;
c. degenen die anderszins arbeid verrichten of hebben verricht bij een ambtelijke organisatie.
2. *ambtelijke organisatie*: de ambtelijke dienst van:
a. de politie, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012;
b. de rijksrecherche, bedoeld in artikel 49, eerste lid van de Politiewet 2012;
c. de Politieacademie, bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Politiewet 2012;
3. *hoogste leidinggevende:* de ambtenaar die de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid in de ambtelijke organisatie;
4. *melder:* de ambtenaar die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig paragraaf 2.2 van dit besluit;
5. *melding:* de melding van een vermoeden van een misstand door een melder.
### Artikel 55db
**1.** Ten aanzien van een vertrouwenspersoon integriteit of een gewezen vertrouwenspersoon integriteit wordt vanwege de uitoefening van zijn taken op basis van dit besluit geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie.
**2.** Ten aanzien van een melder die anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij een ambtelijke organisatie wordt als gevolg van het te goede trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie tijdens en na de behandeling van deze melding bij het bevoegd gezag, een andere werkgever, de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
### Paragraaf 2.2. Procedure voor het melden van een misstand
### Artikel 55dc
**1.** Het bevoegd gezag wijst een of meer vertrouwenspersonen integriteit aan bij de ambtelijke organisatie.
**2.**
De vertrouwenspersoon integriteit heeft in elk geval tot taak:
a. een ambtenaar op diens verzoek te adviseren over het omgaan met een vermoeden van een misstand; en
b. de hoogste leidinggevende te informeren over een melding.
### Artikel 55dd
**1.** Een ambtenaar doet een melding bij zijn direct leidinggevende, bij een hogere leidinggevende, bij een daartoe ingericht organisatieonderdeel of bij een vertrouwenspersoon integriteit. Indien dit niet in redelijkheid van hem kan worden gevraagd, kan hij rechtstreeks een melding doen bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
**2.** Een melding over een andere organisatie doet een ambtenaar bij een leidinggevende of bij een vertrouwenspersoon van die organisatie of, indien dit in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd, rechtstreeks bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
### Artikel 55de
Een ambtenaar kan een krachtens artikel 55dc, eerste lid, aangewezen vertrouwenspersoon integriteit in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand.
### Artikel 55df
De vertrouwenspersoon integriteit maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder schriftelijke instemming van de melder.
### Artikel 55dg
Degene bij wie een melding is gedaan, stelt de hoogste leidinggevende onverwijld in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen.
### Artikel 55dh
Diegenen die betrokken zijn bij de behandeling van de melding gaan vertrouwelijk met de melding en de identiteit van de melder om.
### Artikel 55di
De hoogste leidinggevende bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor een onderzoeksbelang of een belang van de melder onnodig of onevenredig kan worden geschaad.
### Artikel 55dj
**1.**
Het bevoegd gezag stelt onverwijld een onderzoek in naar het vermoeden van een misstand, tenzij:
a. het vermoeden van een misstand kennelijk ongegrond is;
b. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan.
**2.** Het bevoegd gezag meldt het achterwege laten van een onderzoek en van de verdere behandeling van de melding zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, indien deze op de hoogte zijn gebracht van de melding.
**3.** Bij de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
**4.** Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoedelijke misstand of op onvoldoende afstand staat van de te onderzoeken kwestie of personen.
### Artikel 55dk
**1.** Het bevoegd gezag stelt de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, binnen twaalf weken na de melding schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek, het oordeel daarover en de eventuele consequenties die daaraan worden verbonden.
**2.** Als niet binnen twaalf weken toepassing kan worden gegeven aan het eerste lid, wordt de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, voordat deze termijn verlopen is daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid ontvangt.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad.
**4.** Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie.
### Artikel 55dl
**1.** Indien de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders aan het bevoegd gezag in haar rapport een aanbeveling doet als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder c, van de Wet Huis voor klokkenluiders, stelt het bevoegd gezag de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, uiterlijk binnen twaalf weken na openbaarmaking van het rapport schriftelijk in kennis van zijn standpunt dienaangaande en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt.
**2.** Als het standpunt en de consequenties afwijken van de aanbeveling, vermeldt het bevoegd gezag de reden voor de afwijking.
### Paragraaf 2.3. Financiële tegemoetkoming
### Artikel 55dm
**1.**
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit, die bezwaar maakt of een gerechtelijke procedure instelt, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedure, op voorwaarde dat:
a. de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling als gevolg van een melding dan wel de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling van de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit als gevolg van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit;
b. de benadeling, bedoeld in onderdeel a, heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel, bedoeld in artikel 55dj, eerste lid, of binnen vijf jaar na openbaarmaking van een rapport als bedoeld in artikel 17 van de Wet Huis voor klokkenluiders door de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, dan wel binnen vijf jaar nadat de melding anderszins is afgehandeld.
**2.**
De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit die zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen beslissing of handeling die naar zijn oordeel een benadeling inhoudt als gevolg van een melding of van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten, indien:
a. het voornemen is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn, en
b. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of handeling het gevolg is van de melding of van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit.
**3.** De melder, de vertrouwenspersoon integriteit, of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het bevoegd gezag.
**4.** Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover in verband met de in het eerste en tweede lid bedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
### Artikel 55dn
**1.** De tegemoetkoming voor iedere afzonderlijke procedure, bedoeld in artikel 55dm, eerste en tweede lid, is gelijk aan tweemaal het bedrag, genoemd in onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.
**2.** Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 55do
**1.** Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken op het verzoek.
**2.** Het bevoegd gezag kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
### Artikel 55dp
Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft voortijdig staakt. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door het bevoegd gezag van de beslissing of het herzien van de handeling, waartegen de procedure is gericht.
### Artikel 55dq
**1.**
Als een beslissing of handeling of een voorgenomen beslissing of handeling waarvoor op grond van artikel 55dm aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van de procedures, in de bezwaarprocedure of zienswijzeprocedure wordt herroepen wegens een aan het bevoegd gezag te wijten onrechtmatigheid of de bestreden beslissing of handeling als gevolg van een uitspraak van de rechter die onherroepelijk is geworden wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten, vergoedt het bevoegd gezag voor iedere afzonderlijke procedure aan de melder, de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit alle daadwerkelijk en in redelijkheid door hem gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, met dien verstande dat:
a. de vergoeding wordt toegekend zonder toepassing van het tariefsysteem in voornoemd besluit;
b. de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vergoed voor een bedrag van ten hoogste € 258,57 per uur tot een bedrag van ten hoogste € 6.205,71, beide bedragen exclusief BTW en kantoorkosten;
c. aan de betrokkene toegekende bedragen waarop hij op grond van een ander wettelijk voorschrift of een uitspraak van een gerechtelijke instantie aanspraak heeft in verband met de vergoeding van kosten als bedoeld in dit artikel, in aftrek worden gebracht op de vergoeding.
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar.
## Hoofdstuk VII.b. Voorzieningen bij reorganisaties
### Artikel 55i
@ -1435,8 +1575,6 @@ Indien de terugkeer plaatsvindt in het eerste, tweede of derde jaar na afloop va
**10.** De bedragen, genoemd in het derde en achtste lid, worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling geïndexeerd, overeenkomstig de contractlonen, zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in de Macro-Economische Verkenningen in het voorafgaande jaar is geraamd, waarbij wordt afgerond naar het naaste veelvoud van € 1.000. Bedoelde indexering vindt voor het eerst plaats met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016.
**11.** In afwijking van het tweede lid, onder b, bedraagt de vertrekstimuleringspremie voor de ambtenaar ouder dan 50 jaar met ten minste tien dienstjaren een bruto maandsalaris per dienstjaar boven de leeftijd van 50 jaar. Dit lid vervalt met ingang van 1 januari 2020.
### Artikel 55z
Aan de herplaatsingskandidaat en de preherplaatsingskandidaat die een functie buiten de politie heeft aanvaard, wordt kwijtschelding verleend van de terugbetalingsverplichtingen, opgenomen in de regelgeving van de rechtspositie van de ambtenaar.
@ -1530,6 +1668,14 @@ b. bij een door Onze Minister aan te wijzen organisatie.
**3.** Onze Minister stelt bij ministeriele regeling een modelovereenkomst vast die wordt gebruikt indien een ambtenaar wordt gedetacheerd.
### Artikel 62a
Een ambtenaar in dienst van de politie kan op zijn verzoek door Onze Minister ter beschikking worden gesteld van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor het vervullen van een functie bij de overheden in die landen en in die openbare lichamen dan wel ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden in het kader van de samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk in het recherchesamenwerkingsteam.
### Artikel 62b
Op de terbeschikkingstellingen bedoeld in artikel 62a zijn de voorwaarden van toepassing die in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen voor de terbeschikkingstelling van ambtenaren, die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn, aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
### Artikel 63
**1.** De ambtenaar die in een deelbetrekking is aangesteld en die op aanwijzing of met goedkeuring van het bevoegd gezag een opleiding volgt, is verplicht aan die opleiding deel te nemen als ware hij in een volledige betrekking aangesteld.
@ -1562,6 +1708,10 @@ b. bij een door Onze Minister aan te wijzen organisatie.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke wijziging van de inzet van een groep ambtenaren.
**4.** Vanaf het moment dat de ambtenaar wordt ingezet op grond van het tweede lid, ontvangt hij een tegemoetkoming voor elke kilometer die de afstand tussen zijn woning en de oorspronkelijke plaats van tewerkstelling te boven gaat.
**5.** De in het vierde lid bedoelde tegemoetkoming wordt berekend overeenkomstig artikel 7a van het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie.
### Artikel 65
Op aanvraag van de ambtenaar kan hem een andere functie worden opgedragen, al dan niet op een andere dan de hem aangewezen plaats van tewerkstelling of binnen een ander dan het hem aangewezen werkgebied, of kan hem op aanvraag worden opgedragen zijn functie op een andere dan de aangewezen plaats van tewerkstelling dan wel een ander dan het aangewezen werkgebied uit te oefenen.
@ -1703,9 +1853,9 @@ e. indeling in een hogere salarisschaal.
### Artikel 75
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan de ambtenaar bij zijn twaalfeneenhalf-, 25-, 40-, of 50-jarig ambtsjubileum een huldeblijk, bestaande uit een gratificatie of geschenk, dan wel uit een combinatie van beide.
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan de ambtenaar bij zijn twaalfeneenhalf-, 25-, 40-, 45- of 50-jarig ambtsjubileum een huldeblijk, bestaande uit een gratificatie of geschenk, dan wel uit een combinatie van beide.
**2.** De aan het huldeblijk verbonden uitgaven bedragen bij de in het eerste lid genoemde ambtsjubilea respectievelijk niet meer dan vijfentwintig, vijftig, honderd en honderd procent van de som van de bezoldiging en de vakantieuitkering van de ambtenaar. Voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikte ambtenaar worden de in de eerste volzin vermelde percentages genomen van de bezoldiging en de vakantie-uitkering die de ambtenaar zou hebben genoten indien er geen sprake zou zijn geweest van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
**2.** De aan het huldeblijk verbonden uitgaven bedragen bij de in het eerste lid genoemde ambtsjubilea respectievelijk niet meer dan vijfentwintig, vijftig, honderd, vijftig en honderd procent van de som van de bezoldiging en de vakantieuitkering van de ambtenaar. Voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikte ambtenaar worden de in de eerste volzin vermelde percentages genomen van de bezoldiging en de vakantie-uitkering die de ambtenaar zou hebben genoten indien er geen sprake zou zijn geweest van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
**3.**
@ -1719,6 +1869,8 @@ c. artikel 94, eerste lid, onderdeel f, voor zover dit ontslag is verleend in ve
**5.** Indien de ambtenaar tijdens een periode van levensloopverlof als bedoeld in artikel 47a een ambtsjubileum bereikt, geldt als berekeningsgrondslag voor de toepassing van het tweede lid de som van de bezoldiging en de vakantie-uitkering direct voorafgaand aan het levensloopverlof.
**6.** Geen gratificatie als bedoeld in het eerste lid bij een 45-jarig ambtsjubileum ontvangen ambtenaren die de gratificatie uit anderen hoofde hebben ontvangen.
## Hoofdstuk IX. Straffen
### Artikel 75a
@ -1776,10 +1928,75 @@ Indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij een onderdeel van het landelijk p
### Artikel 80
**1.** De ambtenaar kan niet worden gestraft wegens overtreding van artikel 125a, eerste lid, van de Ambtenarenwet, dan nadat daarover advies is ingewonnen van de commissie bedoeld in artikel 2 van het Besluit van 13 oktober 1992, houdende regelen met betrekking tot de instelling, de taak, de samenstelling en de werkwijze van de commissie bedoeld in de artikelen 82a, eerste lid, en 97b, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, de artikelen 117a, eerste lid, en artikel 128, eerste lid van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, en artikel 55a, eerste lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit.
**1.** De ambtenaar kan niet worden gestraft wegens overtreding van artikel 10, eerste lid, Ambtenarenwet 2017, dan nadat daarover advies is ingewonnen van de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren als bedoeld in artikel 80b.
**2.** Het bevoegd gezag geeft bij zijn besluit tot strafoplegging te kennen of dit in overeenstemming is met het ingewonnen advies.
### Artikel 80a
In de artikelen 80a tot en met 80i wordt verstaan onder:
a. *belanghebbende:* degene op wie het in 80 bedoelde voornemen betrekking heeft.
b. *commissie:* de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening politieambtenaren als bedoel in artikel 80b.
### Artikel 80b
**1.** Er is een Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening politieambtenaren.
**2.** De commissie heeft tot taak het bevoegd gezag van advies te dienen over het voornemen een disciplinaire straf op te leggen als bedoeld in artikel 80.
### Artikel 80c
**1.** De commissie bestaat uit vijf leden onder wie de voorzitter. Voorts kunnen een plaatsvervangend voorzitter en plaatsvervangende leden worden benoemd. De plaatsvervangend voorzitter wordt uit de leden benoemd.
**2.** De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd en ontslagen. Onze Minister stelt de centrales van verenigingen van ambtenaren die deel uitmaken van de Commissie voor Georganiseerd Overleg in Politie-ambtenarenzaken in de gelegenheid gesteld voorstellen te doen voor leden, alsmede hun plaatsvervangers, die deskundig zijn op het gebied van de sector Politie.
**3.** De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers, worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
### Artikel 80d
De commissie wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris. Zij worden door Onze Minister ter beschikking gesteld aan de commissie.
### Artikel 80e
**1.** Wanneer het advies van de commissie wordt gevraagd, worden daarbij afschriften van de ter zake dienende stukken overgelegd.
**2.** Wanneer uit een oogpunt van bronbescherming de inhoud van bepaalde stukken ter uitsluitende kennisneming van de commissie dient te blijven, wordt dat aan de commissie medegedeeld.
**3.** De commissie is bevoegd voorts alle inlichtingen in te winnen die zij voor de vorming van haar advies nodig acht.
### Artikel 80f
**1.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de adviesaanvraag stelt de voorzitter de datum voor een vergadering vast, die behoudens dringende redenen niet later dan vier weken na de ontvangst mag plaatsvinden.
**2.** De secretaris geeft de belanghebbende alsmede het bevoegd gezag onverwijld na de vaststelling kennis van plaats en tijdstip der vergadering onder mededeling van het bepaalde in het derde lid, alsmede van het bepaalde in artikel 80g, eerste lid, tweede volzin.
**3.** De belanghebbende en zijn raadsman worden voor deze vergadering in de gelegenheid gesteld kennis en afschrift te nemen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, voorzover niet artikel 80e, tweede lid, van toepassing is. In voorkomend geval wordt de belanghebbende daarvan mededeling gedaan.
### Artikel 80g
**1.** De commissie hoort ter vergadering de belanghebbende, tenzij deze heeft verklaard daarop geen prijs te stellen of zonder gegronde reden aan een daartoe gedane oproeping geen gevolg heeft gegeven. De belanghebbende kan zich ter vergadering van de commissie laten bijstaan door een raadsman.
**2.** Het bevoegd gezag wordt in de gelegenheid gesteld zijn standpunt ter vergadering van de commissie nader te doen toelichten.
**3.** De commissie is bevoegd iedere ambtenaar ten aanzien waarvan zij het horen wenselijk acht te doen oproepen ter vergadering. De opgeroepen ambtenaar verstrekt desgevraagd alle inlichtingen. Indien dit uit een oogpunt van bronbescherming noodzakelijk is, verstrekt de ambtenaar de inlichtingen slechts in het bijzijn van de commissie.
**4.** De commissie kan al dan niet op verzoek van de belanghebbende andere personen horen.
### Artikel 80h
**1.** De commissie vergadert niet, indien niet ten minste de voorzitter en twee andere leden, dan wel hun plaatsvervangers, die deskundig zijn op het gebied van de sector Politie, aanwezig zijn.
**2.** De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.
### Artikel 80i
**1.** De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Noch de voorzitter, noch een der andere leden onthoudt zich van deelneming aan enige stemming. Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
**2.** Het advies van de commissie wordt met redenen omkleed. Indien in de commissie een minderheidsstandpunt bestaat, wordt dit, alsmede de daaraan ten grondslag liggende argumenten, desverlangd in het advies opgenomen. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
**3.** Behoudens dringende redenen wordt het advies niet later dan vier weken na de in artikel 80f, eerste lid, bedoelde vergadering uitgebracht aan het in artikel 80b bedoelde adviesvragende gezag.
### Artikel 81
De ambtenaar dient van de ontvangst van een besluit inzake strafoplegging te doen blijken door onmiddellijke terugzending van een door hem ondertekend en gedateerd ontvangstbewijs.
@ -1796,7 +2013,7 @@ Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 98, is niet van toepassing op de dir
### Artikel 83
De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst wanneer hem rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, tenzij de vrijheidsontneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, genomen in het belang van de volksgezondheid.
De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst wanneer hem rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, tenzij de vrijheidsontneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten of de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, genomen in het belang van de volksgezondheid.
### Artikel 84
@ -1818,7 +2035,7 @@ De duur van de schorsing kan telkens met maximaal zes maanden worden verlengd in
### Artikel 85
**1.** Tijdens de schorsing kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van zes weken kan een verdere inhouding, ook van het volle bedrag van de bezoldiging, plaatsvinden. Geen inhouding vindt plaats ingeval van een schorsing in het belang van de dienst als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdeel c, van opneming in een psychiatrisch ziekenhuis, bedoeld in artikel 1 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, dan wel van politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering, mits niet gevolgd door inbewaringstelling.
**1.** Tijdens de schorsing kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van zes weken kan een verdere inhouding, ook van het volle bedrag van de bezoldiging, plaatsvinden. Geen inhouding vindt plaats ingeval van een schorsing in het belang van de dienst als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdeel c, van opneming in een accommodatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten of een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, dan wel van politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering, mits niet gevolgd door inbewaringstelling.
**2.** De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de ambtenaar worden uitbetaald, indien de schorsing niet wordt gevolgd door een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf of ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel d. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten die de ambtenaar sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij dit naar het oordeel van het bevoegd gezag onredelijk of onbillijk is.
@ -1928,7 +2145,7 @@ c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan vo
### Artikel 90
**1.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, is, tenzij het tegendeel blijkt, van rechtswege eervol ontslag verleend zodra die tijd is verstreken. Bij voortduring van het dienstverband na het verstrijken van de bepaalde tijd is de ambtenaar van rechtswege aangesteld voor onbepaalde tijd.
**1.** Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, onderdelen b, c, d, e en f, is, tenzij het tegendeel blijkt, van rechtswege eervol ontslag verleend zodra die tijd is verstreken. Bij voortduring van het dienstverband na het verstrijken van de bepaalde tijd is de ambtenaar van rechtswege aangesteld voor onbepaalde tijd.
**2.**
@ -1991,7 +2208,7 @@ In afwijking van de eerste en tweede zin bedraagt de aldaar genoemde termijn van
### Artikel 93
Indien een ontslag als bedoeld in artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet door het bevoegd gezag of bij koninklijk besluit wordt verleend, is de instemming vereist van Onze Minister.
Indien een ontslag als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Ambtenarenwet 2017 door het bevoegd gezag of bij koninklijk besluit wordt verleend, is de instemming vereist van Onze Minister.
### Artikel 94
@ -2111,21 +2328,15 @@ Een voor de inwerkingtreding van dit artikel door Onze Minister genomen besluit
### Artikel 99f
**1.** De betrekkingsomvang van de ambtenaar die op 30 juni 2011 is aangesteld met een betrekkingsomvang van gemiddeld 38 uur per week, wordt met ingang van 1 juli 2011 gewijzigd in een volledige betrekking, tenzij de ambtenaar kiest voor een betrekkingsomvang van gemiddeld 38 uur per week.
**2.** De betrekkingsomvang van de ambtenaar aangesteld in een volledige betrekking op 30 juni 2011, wijzigt niet met ingang van 1 juli 2011, tenzij de ambtenaar ervoor kiest zijn volledige betrekking uit te breiden naar een betrekkingsomvang van gemiddeld 38 uur per week.
**3.** De keuze kan vanaf 1 mei 2011 worden gemaakt doch dient uiterlijk op 30 juni 2011 aan het bevoegd gezag kenbaar te worden gemaakt. Indien de ambtenaar binnen deze termijn geen keuze kenbaar maakt, wordt zijn betrekkingsomvang bepaald op een volledige betrekking.
Vervallen
### Artikel 99g
**1.** De betrekkingsomvang van de ambtenaar die op 30 juni 2011 in een deeltijdbetrekking is aangesteld, wijzigt niet, tenzij de ambtenaar ervoor kiest zijn deeltijdbetrekking uit te breiden naar evenredigheid van de uitbreiding van 36 uur naar 38 uur per week.
**2.** De keuze kan vanaf 1 mei 2011 worden gemaakt doch dient uiterlijk op 30 juni 2011 aan het bevoegd gezag kenbaar te worden gemaakt.
Vervallen
### Artikel 99h
Met ingang van 1 juli 2021 wordt de betrekkingsomvang van de ambtenaar die is aangesteld met een arbeidstijd van gemiddeld meer dan 36 uur per week gewijzigd in een betrekkingsomvang van gemiddeld 36 uur per week, tenzij hij vóór 1 juli 2021 een aanvraag indient om de betrekkingsomvang ongewijzigd te laten.
Vervallen
### Artikel 99i
@ -2186,7 +2397,7 @@ Het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor
### Artikel 102a
Dit besluit berust op de artikelen 47, eerste lid, en 81, eerste lid, van de Politiewet 2012.
Dit besluit berust op de artikelen 47, eerste en vierde lid en 81, eerste lid, van de Politiewet 2012.
### Artikel 103