2020-11-01 | BWBR0022735 | Besluit stimulering duurzame energieproductie

This commit is contained in:
Coornhert 2020-11-01 12:00:00 +00:00
parent ccfe82b860
commit cde06a8bbd

View file

@ -1,14 +1,14 @@
---
titel: Besluit stimulering duurzame energieproductie
titel: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
bwb_id: BWBR0022735
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2015-01-27'
datum_inwerkingtreding: '2020-11-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0022735
citeertitel: Besluit stimulering duurzame energieproductie
citeertitel: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
---
# Besluit stimulering duurzame energieproductie
# Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
### Paragraaf 1. Begripsbepalingen
@ -25,7 +25,7 @@ d. gas: gas als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Gaswet;
e. hernieuwbaar gas: gas, opgewekt in een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen, alsmede gas, opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in een hybride productie-installatie die ook fossiele energiebronnen gebruikt;
f. één Nm^3 aardgasequivalent: de hoeveelheid gas met een verbrandingswaarde die overeenkomt met één Nm^3 aardgas van standaard Groningen kwaliteit onder normaalcondities;
g. hernieuwbare warmte: warmte, opgewekt in een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen, alsmede warmte, opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in een hybride productie-installatie waarin ook andere energiebronnen worden gebruikt, met uitzondering van warmte die afkomstig is van accumulatiesystemen;
h. productie-installatie: een samenstel van voorzieningen waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, waarbij onder een samenstel van voorzieningen wordt verstaan alle aanwezige middelen die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte;
h. productie-installatie: een samenstel van voorzieningen waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, dan wel broeikasgas wordt verminderd, waarbij onder een samenstel van voorzieningen wordt verstaan alle aanwezige middelen die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte dan wel vermindering van broeikasgas;
i. producent: een ieder die een productie-installatie in stand houdt;
j. elektriciteitsnet: een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998 en een elektriciteitsnet dat is gelegen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone dat is verbonden met een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998;
k. gasnet: een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet;
@ -37,7 +37,12 @@ p. MEP: de subsidie verstrekt ten behoeve van de productie van duurzame elektric
q. OV-MEP: de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties;
r. richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
s. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap;
t. *innovatiekavel:* kavel als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee, dat bestemd is voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee met de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie.
t. innovatiekavel: kavel als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee, dat bestemd is voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee met de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie;
u. broeikasgas: koolstofdioxide en andere gascomponenten van zowel menselijke als natuurlijke oorsprong die warmtestraling van de aarde en de wolken naar de atmosfeer absorberen of terugkaatsen en daarmee bijdragen aan opwarming van de aarde gecorrigeerd naar koolstofdioxide-equivalenten;
v. primair product: meetbare eenheid die de productie-installatie ter vermindering van broeikasgas produceert die daarbij een bron van opbrengsten is voor de producent;
w. rangschikkingsbedrag: bedrag bestaande uit het verschil tussen, afhankelijk van de aanvraag, het fasebedrag of basisbedrag en, afhankelijk van de categorie productie-installaties, de langetermijnenergieprijs of basisenergieprijs dan wel het langetermijnbroeikasgasbedrag of basisbroeikasgasbedrag;
x. subsidiabele productie: de meetbare prestatie waarvoor aan de subsidie-ontvanger subsidie wordt verstrekt;
y. vermindering van broeikasgas: vermindering van broeikasgas in de atmosfeer door middel van de afvang en opslag, afvang en hergebruik dan wel vermindering of vermijding van de uitstoot van broeikasgas.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen andere hernieuwbare energiebronnen dan genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen.
@ -45,7 +50,7 @@ t. *innovatiekavel:* kavel als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op ze
**4.** Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met één kWh de hoeveelheid elektrische energie die overeenkomt met 0,102359965 Nm^3aardgasequivalent of 0,0036 GJ.
### Paragraaf 2. Algemene bepalingen subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte
### Paragraaf 2. Algemene bepalingen subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en vermindering van broeikasgas
### Artikel 2
@ -55,18 +60,30 @@ Onze Minister kan onverminderd artikel 24a op aanvraag subsidie verstrekken voor
a. de productie van hernieuwbare elektriciteit aan een producent van hernieuwbare elektriciteit om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit geheel of gedeeltelijk te compenseren;
b. de productie van hernieuwbaar gas aan een producent van hernieuwbaar gas om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van dit hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas geheel of gedeeltelijk te compenseren;
c. de productie van hernieuwbare warmte aan een producent van hernieuwbare warmte om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare warmte en de relevante gemiddelde marktprijs van warmte geheel of gedeeltelijk te compenseren.
c. de productie van hernieuwbare warmte aan een producent van hernieuwbare warmte om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare warmte en de relevante gemiddelde marktprijs van warmte geheel of gedeeltelijk te compenseren;
d. de vermindering van broeikasgas aan een producent die een productie-installatie voor de vermindering van broeikasgas in stand houdt, om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze vermindering van broeikasgas en de gemiddelde kostprijs van uitstoot van broeikasgas geheel of gedeeltelijk te compenseren.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte, dan wel de vermindering van broeikasgas.
**3.** Bij ministeriële regeling wordt de wijze van verdeling van een subsidieplafond bepaald.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.
**5.** Bij ministeriële regeling kan per categorie productie-installaties een afzonderlijke maximale productie in kWh, of voor meerdere categorieën tezamen, één maximale productie in kWh worden vastgesteld die jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt.
**5.** Bij ministeriële regeling kan per categorie productie-installaties een afzonderlijke maximale productie in kWh dan wel maximale vermindering van broeikasgas in kg, of voor meerdere categorieën tezamen, één maximale productie in kWh dan wel maximale vermindering van broeikasgas in kg worden vastgesteld die jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt.
**6.** Bij ministeriële regeling kan voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee per locatie een afzonderlijke maximale productie in kWh, of voor meerdere locaties tezamen, één maximale productie in kWh worden vastgesteld die jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt.
**7.**
Bij ministeriële regeling kunnen onder meer voor de wijze van rangschikking van aanvragen, de wijze van vergelijking van verschillende productie-installaties ten behoeve van de rangschikking of de berekening van de subsidiabele productie omrekenfactoren worden vastgesteld:
a. voor andere broeikasgassen dan koolstofdioxide naar koolstofdioxide-equivalenten;
b. van kWh naar kg broeikasgas;
c. naar de productie van duurzame energie of vermindering van broeikasgas in Nederland;
d. voor andere eenheden die van invloed zijn op de berekening van de vermindering van broeikasgas.
**8.** De vaststelling van de omrekenfactoren, bedoeld in het zevende lid, kan verschillen per categorie productie-installaties.
### Artikel 3
**1.**
@ -91,7 +108,7 @@ d. de productie-installatie niet in gebruik is genomen, er tenminste drie jaren
Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt indien de productie-installatie in gebruik is genomen voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd en waarvoor geen subsidie op grond van de MEP, de OV-MEP of dit besluit is verstrekt, tenzij:
a. het een bestaande productie-installatie betreft die voor het eerst gebruik zal maken van hernieuwbare energiebronnen en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties;
a. het een bestaande productie-installatie betreft die voor het eerst gebruik zal maken van hernieuwbare energiebronnen of die voor het eerst dient ter vermindering van broeikasgas en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties;
b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid in capaciteit of geheel wordt vervangen;
c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties;
d. het een bestaande productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit betreft die voor het eerst de warmte nuttig zal gebruiken en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
@ -108,22 +125,22 @@ d. het een bestaande productie-installatie voor de productie van hernieuwbare wa
**2.**
De beschikking tot verlenen van een subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 250 MW:
De beschikking tot verlenen van een subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 250 MW, dan wel voor een productie-installatie voor de vermindering van broeikasgas:
a. kan worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat goedkeuring wordt verkregen van de Europese Commissie in het kader van staatssteun;
b. kan worden gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Europese Commissie in het kader van staatssteun.
### Artikel 5
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b of derde lid, onderdeel b, komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd voor subsidie in aanmerking.
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b of derde lid, onderdeel b, komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte, dan wel de vermindering van broeikasgas die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd respectievelijk is gerealiseerd voor subsidie in aanmerking.
### Artikel 5a
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, en er daardoor voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meerdere beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, wordt in een kalenderjaar de hernieuwbare elektriciteit, het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte die onder een later afgegeven beschikking extra wordt geproduceerd, subsidiabel indien de subsidiabele productie van de eerder afgegeven beschikking of beschikkingen volledig is benut.
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, en er daardoor voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, twee of meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie of dezelfde vorm van vermindering van broeikasgas, wordt in een kalenderjaar de hernieuwbare elektriciteit, het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die onder een later afgegeven beschikking extra wordt geproduceerd respectievelijk is verminderd, subsidiabel indien de subsidiabele productie van de eerder afgegeven beschikking of beschikkingen volledig is benut.
### Artikel 6
**1.** De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op de door de subsidie-ontvanger in de aanvraag aangegeven datum, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen de op grond van artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn waarbinnen de productie-installatie in gebruik moet worden genomen.
**1.** De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op de door de subsidie-ontvanger in de aanvraag aangegeven datum, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen de op grond van artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn waarbinnen de productie-installatie, in voorkomend geval na uitbreiding of renovatie, in gebruik moet worden genomen.
**2.** Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt maximaal driemaal wijzigen met dien verstande dat dit verzoek niet later wordt ingediend dan de datum van ingebruikname van de productie-installatie, en dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld, dan binnen de op grond van artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn.
@ -131,7 +148,9 @@ Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdee
### Artikel 7
Bij ministeriële regeling wordt bepaald over welke periode voor een categorie productie-installaties subsidie wordt verstrekt. Deze periode kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties of verschillende wijzen van verdeling van het beschikbare bedrag. Indien een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is aangewezen als een categorie productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 23, derde lid, 32, derde lid, 40, derde lid, 48, derde lid, of 55, derde lid, kan Onze Minister op verzoek van de subsidie-ontvanger de periode waarover subsidie wordt verstrekt met maximaal een jaar verlengen om het ongebruikte aantal kWh dat voor subsidie in aanmerking komt, te produceren.
**1.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald over welke periode voor een categorie productie-installaties subsidie wordt verstrekt. Deze periode kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties of verschillende wijzen van verdeling van het beschikbare bedrag.
**2.** Indien een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is aangewezen als een categorie productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 23, derde lid, 32, derde lid, 40, derde lid, 48, derde lid, 55, derde lid, 55j, derde lid, of 55q, derde lid, kan Onze Minister op verzoek van de subsidie-ontvanger de periode waarover subsidie wordt verstrekt met ten hoogste een jaar verlengen om het ongebruikte aantal kWh of kg broeikasgas dat voor subsidie in aanmerking komt, te produceren onderscheidenlijk te verminderen.
### Paragraaf 3. Subsidie voor hernieuwbare elektriciteit
@ -722,6 +741,176 @@ d. met «productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel, waarbij in ieder geval regels kunnen worden gesteld over de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, de verplichtingen van de subsidie-ontvanger, de vaststelling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
### Paragraaf 5b. Subsidie voor vermindering broeikasgas
#### Paragraaf 5b.1. Algemeen
### Artikel 55c
Aan de producent die broeikasgas vermindert door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties, kan subsidie worden verleend.
#### Paragraaf 5b.2. Subsidie volgorde binnenkomst
### Artikel 55d
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
### Artikel 55e
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per 1000 kg broeikasgasvermindering vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas.
**2.** Voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas geldt het fasebedrag per 1000 kg broeikasgasvermindering dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de desbetreffende categorie productie-installaties, bedoeld in artikel 55f, in welk geval dit basisbedrag geldt.
**3.** Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid.
### Artikel 55f
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per 1000 kg broeikasgas vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas.
**2.** Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per 1000 kg verminderde broeikasgas per categorie van productie-installaties.
**3.**
Voor de subsidiabele productie kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan:
a. de hoeveelheid verminderde kg broeikasgas in Nederland;
b. het aantal vollasturen van de productie-installatie;
c. het rendement van de productie-installatie.
### Artikel 55g
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld in artikel 55i en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 55k, een basisbroeikasgasbedrag per 1000kg broeikasgas vastgesteld dat kan verschillen per categorie productie-installaties.
**2.** Voor het basisbroeikasgasbedrag kunnen de marktprijs van het primaire product dat de productie-installatie produceert of de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer afzonderlijk vastgesteld worden.
**3.** De hoogte van het basisbroeikasgasbedrag bedraagt tweederde van het langetermijnbroeikasgasbedrag voor de van toepassing zijnde categorie productie-installaties.
### Artikel 55h
Het fasebedrag, bedoeld in artikel 55e, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 55f, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
### Artikel 55i
**1.**
Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
a. de prijs van het primaire product dat door de productie-installatie wordt geproduceerd;
b. de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer;
c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de vermindering broeikasgas en de relevante gemiddelde marktprijs van de vermindering van broeikasgas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
**2.** Indien de som van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde correcties lager is dan het in artikel 55g, eerste lid, bedoelde basisbroeikasgasbedrag, dan geldt het in dat artikellid bedoelde basisbroeikasgasbedrag.
**3.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
**4.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, en waarbij voor de kostprijs van de vermindering van broeikasgas de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriële regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
**5.** Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
**6.** Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
**7.** Indien het ingevolge het eerste, vijfde of zesde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
### Artikel 55j
**1.**
De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
a. met elkaar te vermenigvuldigen:
1°. het aantal kg verminderde broeikasgas dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, met
2°. het voor het desbetreffende kalenderjaar op basis van artikel 55i geldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag; en
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
**2.** Het aantal kg verminderde broeikasgas dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kg broeikasgas dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op de capaciteit, het rendement en het aantal vollasturen van de installatie.
**3.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kg broeikasgas is verminderd dan het aantal kg dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kg bij het aantal kg dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
**4.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kg broeikasgas is verminderd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kg broeikasgas dat in een vorig jaar minder is verminderd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kg bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal verminderde kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
**5.** Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kg broeikasgas, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal kg verminderde broeikasgas moet worden vastgesteld of berekend.
### Artikel 55k
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in artikel 55e, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 55f, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kg verminderde broeikasgas.
#### Paragraaf 5b.3. Subsidie volgorde rangschikking
### Artikel 55l
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
### Artikel 55m
**1.** Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per 1000 kg vermindering van broeikasgas opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.
**2.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per verminderde kg broeikasgas bepaald.
**3.** Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per 1000 kg vermindering van broeikasgas per categorie van productie-installaties.
### Artikel 55n
**1.** Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in artikel 55p, en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 55r, een basisbroeikasgasbedrag per 1000 kg broeikasgas vastgesteld dat kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties.
**2.** Voor het basisbroeikasgasbedrag kunnen de marktprijs van het primaire product dat de productie-installatie produceert of de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer afzonderlijk vastgesteld worden.
**3.** Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisbroeikasgasbedragen als bedoeld in het eerste lid, gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid verminderde broeikasgas die voor subsidie in aanmerking komt.
**4.** De hoogte van het basisbroeikasgasbedrag bedraagt tweederde van het langetermijnbroeikasgasbedrag.
### Artikel 55o
**1.** Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in artikel 55m, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
**2.** Het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55n, dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
### Artikel 55p
**1.**
Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
a. de prijs van het primaire product dat door de productie-installatie wordt geproduceerd;
b. de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer;
c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de vermindering broeikasgas en de relevante gemiddelde marktprijs van de vermindering van broeikasgas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
**2.** Indien de som van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde correcties lager is dan het in artikel 55n, eerste lid, bedoelde basisbroeikasgasbedrag, dan geldt het in dat lid bedoelde basisbroeikasgasbedrag.
**3.** Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
**4.** Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, en waarbij voor de kostprijs broeikasgas de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriële regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
**5.** Indien het ingevolge het eerste lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
### Artikel 55q
**1.**
De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
a. met elkaar te vermenigvuldigen:
1°. het aantal kg verminderde broeikasgas dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, met
2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van artikel 55p geldende gecorrigeerde tenderbedrag, en
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
**2.** Het aantal kg verminderde broeikasgas dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kg broeikasgas dat per jaar wordt verminderd en dat gebaseerd is op de capaciteit, het rendement en het aantal vollasturen van de installatie.
**3.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kg broeikasgas is verminderd dan het aantal kg dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kg bij het aantal kg dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt
**4.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kg broeikasgas is verminderd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kg broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kg broeikasgas dat in een vorig jaar minder is verminderd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kg bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal verminderde kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
**5.** Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kg broeikasgas, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal kg verminderde broeikasgas moet worden vastgesteld of berekend.
### Artikel 55r
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in artikel 55m, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55n, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kg verminderde broeikasgas.
### Paragraaf 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag
### Artikel 56
@ -740,7 +929,7 @@ a. de subsidie-aanvrager, waaronder naam, adres en rekeningnummer;
b. voor zover de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;
c. de categorie productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
d. de locatie waar de productie-installatie wordt geplaatst;
e. de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh van iedere productie-installatie per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt;
e. de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh, dan wel in Nederland te verminderen kg broeikasgas, van iedere productie-installatie per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt;
f. het tijdschema betreffende de ingebruikname van de productie-installatie.
**5.** Bij ministeriële regeling kan voor categorieën productie-installaties worden bepaald dat aan het vierde lid, onderdeel d, niet behoeft te zijn voldaan, in welk geval bij die regeling aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de documenten die krachtens het vierde lid bij een subsidieaanvraag moeten worden gevoegd.
@ -755,8 +944,8 @@ f. het tijdschema betreffende de ingebruikname van de productie-installatie.
Onze Minister beslist op een aanvraag:
a. om een subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte die wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst, binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag;
b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte die wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, binnen dertien weken na de laatste dag van de bij ministeriële regeling vastgestelde periode.
a. om een subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst, binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag;
b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, binnen dertien weken na de laatste dag van de bij ministeriële regeling vastgestelde periode.
**2.** De in het eerste lid genoemde perioden kunnen éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd.
@ -768,7 +957,7 @@ b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuw
**1.** Ingeval van verdeling op volgorde van binnenkomst, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, voor de toepassing van dit artikel, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt.
**2.** Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, worden steeds de aanvragen om subsidie met het laagste fasebedrag of basisbedrag per kWh geacht eerder te zijn ontvangen. Indien honorering van alle aanvragen om subsidie met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
**2.** Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh, of de maximale vermindering van broeikasgas in kg zou worden overschreden, worden steeds de aanvragen om subsidie met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1000 kg vermindering van broeikasgas geacht eerder te zijn ontvangen. Indien honorering van alle aanvragen om subsidie met het laagste rangschikkingsbedrag, uitgedrukt in euro per 1000 kg vermindering van broeikasgas die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh of de maximale vermindering van broeikasgas in kg zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
**3.** Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.
@ -776,8 +965,8 @@ b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuw
Bij de toepassing van het tweede lid:
a. wordt een gebundelde aanvraag behandeld als één aanvraag, waarbij als fasebedrag of basisbedrag geldt het fasebedrag of basisbedrag van de aanvraag met het hoogste fasebedrag of basisbedrag van de bundel;
b. worden bij de loting alle op de betreffende dag ontvangen aanvragen met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag betrokken.
a. wordt een gebundelde aanvraag behandeld als één aanvraag, waarbij als rangschikkingsbedrag geldt het rangschikkingsbedrag van de aanvraag met het hoogste rangschikkingsbedrag van de bundel;
b. worden bij de loting alle op de desbetreffende dag ontvangen aanvragen met hetzelfde rangschikkingsbedrag betrokken.
### Artikel 59
@ -805,18 +994,19 @@ d. indien van toepassing één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 56, z
**1.**
Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing van het artikel 59 afwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien:
Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 59 afwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien:
a. voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte het tenderbedrag per kWh lager is;
b. er meer sprake is van technologische- of brandstofinnovatie;
c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte sprake is van meer netto broeikasgas-reductie ten opzichte van de productie van energie uit niet-hernieuwbare bronnen.
b. voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of vermindering van broeikasgas het tenderbedrag per kg vermindering broeikasgas lager is;
c. voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of vermindering van broeikasgas het verschil tussen tenderbedrag en langetermijnenergieprijs of langetermijnbroeikasgasbedrag lager is.
**2.**
Voor de rangschikking kunnen bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld met betrekking tot:
a. wegingsfactoren voor de criteria, bedoeld in het eerste lid;
b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid.
a. de uitwerking van de criteria, bedoeld in het eerste lid;
b. wegingsfactoren voor de criteria, bedoeld in het eerste lid;
c. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.
@ -875,10 +1065,16 @@ b. monitorgegevens over de bouw, productie, uitval en onderhoud van de productie
### Artikel 63a
**1.** In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting worden opgelegd een private conformiteitsbeoordelingsverklaring te overleggen in verband met de gemiddelde reductie van broeikasgassen door het gebruik van biomassa bij energietoepassingen en de volledigheid van de krachtens artikel 11a.2 van de Wet milieubeheer benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen.
**1.** In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting worden opgelegd een private conformiteitsbeoordelingsverklaring te overleggen in verband met de gemiddelde reductie van broeikasgassen door het gebruik van biomassa bij energietoepassingen en de volledigheid van de vereiste, krachtens artikel 11a.2 van de Wet milieubeheer afgegeven conformiteitsbeoordelingsverklaringen.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de private conformiteitsbeoordelingsverklaring.
### Artikel 63b
**1.** In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidieontvanger de verplichting worden opgelegd een verklaring te overleggen over de opbrengsten en vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verklaring, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 64
De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
@ -924,18 +1120,27 @@ b. het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op g
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 47, vierde lid, dan wel artikel 54, vierde lid.
**4.** Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, of 55, derde of vierde lid, bij opgeteld kan worden.
**4.**
**5.** Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.
Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die broeikasgas vermindert bedraagt het product van:
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kg broeikasgas, waar op verzoek van de producent het aantal kg broeikasgas, bedoeld in artikel 55j, derde of vierde lid, of 55q, derde of vierde lid, bij opgeteld kan worden; en
b. het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van artikel 55i, vierde lid, dan wel artikel 55p, vierde lid, vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kg broeikasgas en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in artikel 55i, derde lid, dan wel artikel 55p, derde lid.
**5.** Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel kg broeikasgas waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, of 55, derde of vierde lid, dan wel kg broeikasgas als bedoeld in artikel 55j, derde of vierde lid of artikel 55q, derde of vierde lid, bij opgeteld kan worden.
**6.** Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.
### Artikel 68
**1.**
Onze Minister verstrekt de in artikel 67, eerste, tweede en derde lid, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:
Onze Minister verstrekt de in artikel 67, eerste, tweede, derde en vierde lid, bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:
a. Het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, of 55, derde of vierde lid, bij opgeteld kan worden en
b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van de artikelen 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, of 47, vijfde lid, dan wel de artikelen 22, vijfde lid, 39, vijfde lid, of 54, vijfde lid, vastgestelde correcties.
a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel maximum aantal kg broeikasgas, waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, of 55, derde of vierde lid, respectievelijk het aantal kg broeikasgas, bedoeld in artikel 55j, derde of vierde lid, of 55q, derde of vierde lid, bij opgeteld kan worden; en
b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van de artikelen 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, of 47, vijfde lid, of artikel 55i, vierde lid, dan wel de artikelen 22, vijfde lid, 39, vijfde lid, of 54, vijfde lid, of 55p, vierde lid, vastgestelde correcties.
**2.** Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.
@ -959,7 +1164,7 @@ Onze Minister verstrekt geen voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft
**1.** Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
**2.** Indien de correcties bedoeld in artikel 14, vierde lid, artikel 22, vierde lid, artikel 31, vierde lid, artikel 39, vierde lid, artikel 47, vierde lid, of artikel 54, vierde lid, voor het laatste jaar waarin de subsidiabele productie heeft plaatsgevonden nog niet zijn vastgesteld op het moment dat de aanvraag bedoeld in artikel 70, eerste lid, is ingediend, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort tot de dag nadat de desbetreffende correcties zijn vastgesteld.
**2.** Indien de correcties bedoeld in artikel 14, vierde lid, artikel 22, vierde lid, artikel 31, vierde lid, artikel 39, vierde lid, artikel 47, vierde lid, artikel 54, vierde lid, artikel 55i, derde lid, of artikel 55p, derde lid, voor het laatste jaar waarin de subsidiabele productie heeft plaatsgevonden nog niet zijn vastgesteld op het moment dat de aanvraag bedoeld in artikel 70, eerste lid, is ingediend, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort tot de dag nadat de desbetreffende correcties zijn vastgesteld.
### Paragraaf 10. Overgangs- en slotbepalingen
@ -977,10 +1182,12 @@ Voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor s
**2.** Bij subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, kunnen de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, en 20, eerste lid, en het bedrag, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 22, eerste lid, worden vermenigvuldigd met de factor 1,25, indien dit voor een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is bepaald. Deze categorie productie-installaties wordt in dat geval niet aangewezen als productie-installatie als bedoeld in artikel 15, derde en vierde lid.
**3.** Op aanvragen om subsidie die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 november 2020 zijn ingediend, op subsidies die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 juli 2020 zijn verleend en op subsidies die in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 november 2020 zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór 1 november 2020.
### Artikel 75
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
### Artikel 76
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering duurzame energieproductie.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.