2012-01-01 | BWBR0020415 | Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent bd5699c92e
commit ce0c523f09

View file

@ -20,7 +20,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.
De in dit besluit bedoelde financiële ondernemingen passen de in dit besluit beschreven methoden consistent toe.
## Hoofdstuk 2. Geconsolideerd toezicht op beleggingsondernemingen en kredietinstellingen
## Hoofdstuk 2. Geconsolideerd toezicht op beleggingsondernemingen en banken
### Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van de
@ -28,18 +28,18 @@ De in dit besluit bedoelde financiële ondernemingen passen de in dit besluit be
**1.**
Een onderneming is van te verwaarlozen betekenis als bedoeld in artikel 3:270, eerste lid, onderdeel b, van de wet, indien het balanstotaal van die onderneming, tezamen met dat van andere bij het toezicht op de betrokken beleggingsonderneming of kredietinstelling te betrekken ondernemingen van te verwaarlozen betekenis, lager is dan het laagste van de twee volgende bedragen:
Een onderneming is van te verwaarlozen betekenis als bedoeld in artikel 3:270, eerste lid, onderdeel b, van de wet, indien het balanstotaal van die onderneming, tezamen met dat van andere bij het toezicht op de betrokken beleggingsonderneming of bank te betrekken ondernemingen van te verwaarlozen betekenis, lager is dan het laagste van de twee volgende bedragen:
a. € 10.000.000; of
b. één procent van het balanstotaal van de moederonderneming of van de onderneming die de deelneming houdt.
**2.** In dit artikel wordt onder onderneming verstaan een beleggingsonderneming, een financiële instelling, een kredietinstelling of een onderneming die nevendiensten verricht, en die dochteronderneming is van een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling of waarin een deelneming wordt gehouden door die Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling.
**2.** In dit artikel wordt onder onderneming verstaan een beleggingsonderneming, een financiële instelling, een bank of een onderneming die nevendiensten verricht, en die dochteronderneming is van een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank of waarin een deelneming wordt gehouden door die Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank.
### Artikel 4
**1.** Een beleggingsonderneming of kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:280, eerste lid, van de wet dient de in het derde lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar bij de Nederlandsche Bank in, tenzij de Nederlandsche Bank, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij de beleggingsonderneming of kredietinstelling in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd wordt met een hogere frequentie.
**1.** Een beleggingsonderneming of bank als bedoeld in artikel 3:280, eerste lid, van de wet dient de in het derde lid van dat artikel bedoelde rapportage eenmaal per jaar bij de Nederlandsche Bank in, tenzij de Nederlandsche Bank, indien de solvabiliteit door ontwikkelingen bij de beleggingsonderneming of bank in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd wordt met een hogere frequentie.
**2.** Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld in artikel 3:280, derde lid, van de wet worden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de aanwezige solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast.
**2.** Onder significante intragroepsovereenkomsten of -posities als bedoeld in artikel 3:280, derde lid, van de wet worden verstaan overeenkomsten of posities die een door de Nederlandsche Bank vast te stellen drempel, gerelateerd aan de aanwezige solvabiliteit, te boven gaan. Alvorens de drempel vast te stellen, voert de Nederlandsche Bank overleg met de betrokken Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank. De Nederlandsche Bank stelt geen kwalitatieve of andere kwantitatieve drempels vast.
**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de categorieën overeenkomsten en posities die in de rapportage worden betrokken en de rapportage.
@ -82,7 +82,7 @@ b. is het ingevolge de artikelen 3:17 en 3:18a van de wet bepaalde op de beleggi
**1.**
De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep waarvan niet tevens een kredietinstelling deel uitmaakt, indien in de desbetreffende groep:
De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep waarvan niet tevens een bank deel uitmaakt, indien in de desbetreffende groep:
a. op elke beleggingsonderneming artikel 62a, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft van toepassing is; en
b. elke beleggingsonderneming een toetsingsvermogen aanhoudt dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de volgende bedragen:
@ -101,7 +101,7 @@ Indien de Nederlandsche Bank een ontheffing als bedoeld in het eerste lid verlee
**1.**
De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep waarvan niet tevens een kredietinstelling deel uitmaakt, indien in de desbetreffende groep:
De Nederlandsche Bank kan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:280b van de wet verlenen aan een beleggingsonderneming die deel uitmaakt van een groep waarvan niet tevens een bank deel uitmaakt, indien in de desbetreffende groep:
a. op elke beleggingsonderneming artikel 62a, eerste of tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft van toepassing is;
b. elke beleggingsonderneming die een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van het Besluit prudentiële regels Wft is, een toetsingsvermogen aanhoudt dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de volgende bedragen:
@ -140,7 +140,7 @@ a. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden beheer
b. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden beheerders met zetel in het buitenland die, indien zij in Nederland hun zetel zouden hebben, beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zouden zijn waaraan een vergunning ingevolge artikel 2:65, tweede lid, zou kunnen worden verleend;
c. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden betaaldienstverleners.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de betrokken beheerder of betaalinstelling is betrokken in het toezicht, bedoeld in afdeling 3.6.2 van de wet, op een Nederlandse kredietinstelling.
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de betrokken beheerder of betaalinstelling is betrokken in het toezicht, bedoeld in afdeling 3.6.2 van de wet, op een Nederlandse bank.
**4.** De verzekeraar rapporteert de aangepaste solvabiliteit eenmaal per jaar, tenzij de Nederlandsche Bank, indien de aangepaste solvabiliteit door ontwikkelingen bij de verzekeraar in het gedrang is of zou kunnen komen, besluit dat er gerapporteerd moet worden met een hogere frequentie.
@ -235,7 +235,7 @@ Vervallen
### Artikel 18
Bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die een deelnemende onderneming is in een beleggingsonderneming, financiële instelling of kredietinstelling, is hetgeen is bepaald ingevolge artikel 3:57, tweede lid, van de wet met betrekking tot de mogelijke aftrek van een dergelijke deelneming en de mogelijkheid om alternatieve methoden toe te staan van overeenkomstige toepassing.
Bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit van een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die een deelnemende onderneming is in een beleggingsonderneming, financiële instelling of bank, is hetgeen is bepaald ingevolge artikel 3:57, tweede lid, van de wet met betrekking tot de mogelijke aftrek van een dergelijke deelneming en de mogelijkheid om alternatieve methoden toe te staan van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 19