2011-12-31 | BWBR0011823 | Vreemdelingenwet 2000
This commit is contained in:
parent
b1799daaab
commit
ce27ee1b1c
1 changed files with 99 additions and 25 deletions
|
|
@ -40,7 +40,9 @@ n. richtlijn tijdelijke bescherming: richtlijn nr. 2001/55/EG van de Raad van 20
|
|||
o. tijdelijke bescherming: rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder f of h, van de vreemdeling wiens uitzetting in verband met een aanvraag als bedoeld in artikel 28 op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming achterwege blijft;
|
||||
p. langdurig ingezetene: houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20, verleend ter uitvoering van artikel 8, tweede lid, van de richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU 2004, L16), dan wel van een door een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen;
|
||||
q. richtlijn asielprocedures: Richtlijn nr. 2005/85/EG van de Raad van de Europese Unie van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures in lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus (PbEU L 326);
|
||||
r. Schengengrenscode: Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PbEU L 105).
|
||||
r. Schengengrenscode: Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PbEU L 105);
|
||||
s. terugkeerbesluit: het terugkeerbesluit, bedoeld in artikel 3, punt 4, van de richtlijn nr. 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over de gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PbEU L 348/98);
|
||||
t. *inreisverbod:* het inreisverbod, bedoeld in artikel 3, punt 6, van de richtlijn, bedoeld onder s.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -397,7 +399,7 @@ e. het wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 of een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 wordt afgewezen, heeft van rechtswege tot gevolg dat:
|
||||
De beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 of een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 wordt afgewezen, geldt als terugkeerbesluit, tenzij reeds eerder een terugkeerbesluit tegen de vreemdeling is uitgevaardigd en aan de daaruit voortvloeiende terugkeerverplichting niet is voldaan, en heeft van rechtswege tot gevolg dat:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling niet langer rechtmatig verblijf heeft tenzij er een andere rechtsgrond voor rechtmatig verblijf van toepassing is;
|
||||
b. de vreemdeling Nederland uit eigen beweging dient te verlaten binnen de in artikel 62 gestelde termijn, bij gebreke waarvan de vreemdeling kan worden uitgezet, en
|
||||
|
|
@ -413,6 +415,8 @@ c. een verblijfsvergunning is ingetrokken of de geldigheidsduur ervan niet is ve
|
|||
|
||||
**3.** De gevolgen, bedoeld in het eerste lid, treden niet in indien de vreemdeling bezwaar of beroep heeft ingesteld en de werking van de beschikking is opgeschort.
|
||||
|
||||
**4.** De beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan tevens een inreisverbod inhouden.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. De verblijfsvergunning asiel
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
|
||||
|
|
@ -629,7 +633,7 @@ c. het aantal ingediende aanvragen uit een bepaald land of uit een bepaalde regi
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, of voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 33, wordt afgewezen, heeft van rechtswege tot gevolg dat:
|
||||
De beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, of voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 33, wordt afgewezen, geldt als terugkeerbesluit, tenzij reeds eerder een terugkeerbesluit tegen de vreemdeling is uitgevaardigd en aan de daaruit voortvloeiende terugkeerverplichting niet is voldaan, en heeft van rechtswege tot gevolg dat:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling niet langer rechtmatig in Nederland verblijft tenzij een andere rechtsgrond voor rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 van toepassing is;
|
||||
b. de vreemdeling Nederland uit eigen beweging dient te verlaten binnen de in artikel 62 gestelde termijn, bij gebreke waarvan de vreemdeling kan worden uitgezet;
|
||||
|
|
@ -654,6 +658,8 @@ b. een verblijfsvergunning is ingetrokken of niet verlengd.
|
|||
|
||||
**7.** Het verblijf van de vreemdeling, bedoeld in het zesde lid, wordt gelijkgesteld met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder f.
|
||||
|
||||
**8.** De beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan tevens een inreisverbod inhouden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Toezicht en uitvoering
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Aanwijzing en bevoegdheden van ambtenaren
|
||||
|
|
@ -769,7 +775,9 @@ c. het verlenen van medewerking aan het vastleggen van gegevens met het oog op i
|
|||
d. het verlenen van medewerking aan een medisch onderzoek naar een ziekte aangewezen bij of krachtens de Infectieziektewet, ter bescherming van de volksgezondheid of in het kader van de beoordeling van een aanvraag om een verblijfsvergunning;
|
||||
e. aanmelding binnen een bepaalde termijn na binnenkomst in Nederland;
|
||||
f. periodieke aanmelding;
|
||||
g. het inleveren van het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 waaruit het rechtmatig verblijf blijkt.
|
||||
g. het inleveren van het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 waaruit het rechtmatig verblijf blijkt;
|
||||
h. het stellen van zekerheid;
|
||||
i. het overleggen van documenten, anders dan bedoeld onder g.
|
||||
|
||||
**2.** In gevallen waarin Onze Minister zulks in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig oordeelt, kan hij aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de korpschef opleggen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -827,11 +835,17 @@ b. die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g en h.
|
|||
|
||||
**4.** Bewaring krachtens het eerste lid, onder b, of het tweede lid duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag toepassing is gegeven aan artikel 39, duurt de bewaring krachtens het eerste lid, onder b, in geen geval langer dan zes weken.
|
||||
|
||||
**5.** Onverminderd het vierde lid duurt de bewaring krachtens het eerste lid niet langer dan zes maanden.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vijfde lid en onverminderd het vierde lid kan de bewaring krachtens het eerste lid ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd, indien de uitzetting, alle redelijke inspanningen ten spijt, wellicht meer tijd zal vergen, op grond dat de vreemdeling niet meewerkt aan zijn uitzetting of de daartoe benodigde documentatie uit derde landen nog ontbreekt.
|
||||
|
||||
**7.** Het vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling aan wie de verplichting of maatregel, bedoeld in artikel 6, eerste of tweede lid, dan wel artikel 58 is opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven omtrent de toepassing van dit hoofdstuk. Daarbij kan worden voorzien in de mogelijkheid van verhaal van de kosten van bewaring op de vreemdeling zelf en, indien hij minderjarig is, op degenen die het wettig gezag over hem uitoefenen.
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven omtrent de toepassing van dit hoofdstuk. Daarbij kan worden voorzien in de mogelijkheid van verhaal van de kosten van bewaring op de vreemdeling zelf en, indien hij minderjarig is, op degenen die het wettig gezag over hem uitoefenen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring
|
||||
## Hoofdstuk 6. Vertrek, uitzetting, inreisverbod en ongewenstverklaring
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Vertrek
|
||||
|
||||
|
|
@ -845,26 +859,31 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven omtrent de toepa
|
|||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
**1.** Nadat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling is geëindigd, dient hij Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten.
|
||||
**1.** Nadat tegen de vreemdeling een terugkeerbesluit is uitgevaardigd dan wel, indien het een gemeenschapsonderdaan betreft, nadat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling is geëindigd, dient hij Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, dient de vreemdeling, indien de beroepstermijn, bedoeld in artikel 69, ongebruikt verstrijkt en tijdens die termijn de werking van de beschikking, waarbij de aanvraag is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken dan wel niet is verlengd, is opgeschort, Nederland onmiddellijk te verlaten.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
Onze Minister kan de voor een vreemdeling geldende termijn, bedoeld in het eerste lid, verkorten, dan wel, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat een vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten, indien:
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, dient de vreemdeling:
|
||||
a. een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken;
|
||||
b. de aanvraag van de vreemdeling tot het verlenen van een verblijfsvergunning of tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning is afgewezen als kennelijk ongegrond of wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens; of
|
||||
c. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
|
||||
|
||||
a. wiens rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder i, is geëindigd;
|
||||
b. die onmiddellijk voorafgaand aan zijn binnenkomst in Nederland geen rechtmatig verblijf heeft gehad; of
|
||||
c. wiens aanvraag is afgewezen binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal dagen en die reeds eerder een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 heeft ingediend,
|
||||
**3.** Onze Minister kan de voor een vreemdeling geldende termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het individuele geval. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de duur van de verlenging en worden de gevallen aangewezen waarin de termijn kan worden verlengd.
|
||||
|
||||
Nederland onmiddellijk te verlaten.
|
||||
### Artikel 62a
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan, in afwijking van het eerste lid, de vertrektermijn verkorten tot minder dan vier weken:
|
||||
Onze Minister stelt de vreemdeling, niet zijnde gemeenschapsonderdaan, die niet of niet langer rechtmatig verblijf heeft, schriftelijk in kennis van de verplichting Nederland uit eigen beweging te verlaten en van de termijn waarbinnen hij aan die verplichting moet voldoen, tenzij:
|
||||
|
||||
a. in het belang van de uitzetting, of
|
||||
b. in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.
|
||||
a. reeds eerder een terugkeerbesluit tegen de vreemdeling is uitgevaardigd en aan de daaruit voortvloeiende terugkeerverplichting niet is voldaan,
|
||||
b. de vreemdeling in bezit is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf, of
|
||||
c. de vreemdeling door een andere lidstaat van de Europese Unie wordt teruggenomen op grond van een op 13 januari 2009 geldende bilaterale of multilaterale overeenkomst of regeling.
|
||||
|
||||
**2.** De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geldt als terugkeerbesluit en kan tevens een inreisverbod inhouden.
|
||||
|
||||
**3.** De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt opgedragen zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven. Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Uitzetting
|
||||
|
||||
|
|
@ -899,13 +918,57 @@ b. die met het oog op zijn uitzetting is aangehouden binnen zes maanden nadat hi
|
|||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de toepassing van de afdelingen 1 en 2 van dit hoofdstuk. Daarbij kan worden voorzien in de mogelijkheid van verhaal van de kosten van uitzetting op de vreemdeling zelf en, indien hij minderjarig is, op degenen die het wettig gezag over hem uitoefenen.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Ongewenstverklaring
|
||||
### Afdeling 3. Inreisverbod
|
||||
|
||||
### Artikel 66a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister vaardigt een inreisverbod uit tegen de vreemdeling, die geen gemeenschapsonderdaan is, op wie artikel 64 niet van toepassing is en die Nederland:
|
||||
|
||||
a. onmiddellijk moet verlaten ingevolge artikel 62, tweede lid, of
|
||||
b. niet uit eigen beweging binnen de daarvoor geldende termijn heeft verlaten, in welk laatste geval het inreisverbod slechts door middel van een zelfstandige beschikking wordt uitgevaardigd dan wel een beschikking die mede strekt tot wijziging van het reeds gegeven terugkeerbesluit.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan een inreisverbod uitvaardigen tegen de vreemdeling, die geen gemeenschapsonderdaan is en die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten.
|
||||
|
||||
**3.** De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd wordt ter fine van weigering van de toegang en het verblijf gesignaleerd in de daartoe bij of krachtens een verdrag, een EU-verordening, -richtlijn, of -besluit of een algemene maatregel van bestuur aangewezen informatie- dan wel signaleringssystemen.
|
||||
|
||||
**4.** Het inreisverbod wordt gegeven voor een bepaalde duur, die ten hoogste vijf jaren bedraagt, tenzij de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. De duur wordt berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de bekendmaking van de beschikking, waarbij het inreisverbod is uitgevaardigd, geschiedt door toezending, wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 8 kan de vreemdeling jegens wie een inreisverbod geldt of die is gesignaleerd ter fine van weigering van de toegang geen rechtmatig verblijf hebben, met uitzondering van het rechtmatig verblijf:
|
||||
|
||||
a. van de vreemdeling die een eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 heeft ingediend, zolang op die aanvraag nog niet is beslist;
|
||||
b. bedoeld in artikel 8, onder j, en
|
||||
c. van de vreemdeling wiens uitzetting op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift of beroepschrift is beslist.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het zesde lid en artikel 8 en met uitzondering van het rechtmatig verblijf van de vreemdeling die een eerste aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 heeft ingediend zolang op die aanvraag nog niet is beslist, kan de vreemdeling jegens wie een inreisverbod geldt geen rechtmatig verblijf hebben, in geval de vreemdeling:
|
||||
|
||||
a. bij onherroepelijk geworden rechtelijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem ter zake de maatregel als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd;
|
||||
b. een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid;
|
||||
c. naar het oordeel van Onze Minister een ernstige bedreiging vormt als bedoeld in het vierde lid, dan wel
|
||||
d. ingevolge een verdrag of in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland ieder verblijf dient te worden ontzegd.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister om humanitaire of andere redenen afzien van het uitvaardigen van een inreisverbod.
|
||||
|
||||
### Artikel 66b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan ambtshalve of wegens gewijzigde omstandigheden dan wel op aanvraag van de vreemdeling besluiten tot opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van deze afdeling.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Ongewenstverklaring
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De vreemdeling kan door Onze Minister ongewenst worden verklaard:
|
||||
Tenzij afdeling 3 van toepassing is, kan Onze Minister de vreemdeling ongewenst verklaren:
|
||||
|
||||
a. indien hij niet rechtmatig in Nederland verblijft en bij herhaling een bij deze wet strafbaar gesteld feit heeft begaan;
|
||||
b. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem terzake de maatregel als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd;
|
||||
|
|
@ -961,6 +1024,8 @@ e. in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland.
|
|||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van deze afdeling wordt met een beschikking tevens gelijkgesteld een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van deze afdeling wordt met een beschikking eveneens gelijk gesteld een kennisgeving als bedoeld in artikel 62a, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
**1.** De werking van het besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning wordt opgeschort totdat de termijn voor het maken van bezwaar of het instellen van administratief beroep is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, totdat op het bezwaar of administratief beroep is beslist.
|
||||
|
|
@ -978,6 +1043,8 @@ d. 22, eerste lid, onder c.
|
|||
|
||||
**4.** Het eerste lid is evenmin van toepassing indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is of wordt ontnomen op grond van artikel 59.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid is, voor zover het betreft de opschortende werking gedurende de termijn voor het maken van bezwaar of het instellen van administratief beroep zolang geen bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, niet van toepassing op de verplichting, bedoeld in artikel 62, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -989,7 +1056,8 @@ Vervallen
|
|||
In afwijking van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen bezwaar worden gemaakt tegen een beschikking die:
|
||||
|
||||
a. is gegeven op grond van de artikelen 54, tweede lid, 56 of 59;
|
||||
b. een aanwijzing inhoudt overeenkomstig de artikelen 55, 57 of 58.
|
||||
b. een aanwijzing inhoudt overeenkomstig de artikelen 55, 57 of 58;
|
||||
c. een kennisgeving inhoudt overeenkomstig artikel 62a, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
|
|
@ -1048,7 +1116,9 @@ d. een besluit als bedoeld in de artikelen 43 en 45, vierde lid.
|
|||
|
||||
**4.** Het eerste lid is voorts niet van toepassing indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is of wordt ontnomen op grond van artikel 6 of 59.
|
||||
|
||||
**5.** Het tweede lid, onder a en b, en het derde en vierde lid zijn niet van toepassing, indien de vreemdeling tijdelijke bescherming heeft.
|
||||
**5.** Het eerste lid is, voor zover het betreft de opschortende werking gedurende de beroepstermijn zolang geen beroep is ingesteld, niet van toepassing op de verplichting, bedoeld in artikel 62, eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** Het tweede lid, onder a en b, en het derde en vierde lid zijn niet van toepassing, indien de vreemdeling tijdelijke bescherming heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
|
|
@ -1154,6 +1224,8 @@ In afwijking van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Voorzitte
|
|||
|
||||
**4.** Indien de rechtbank bij het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met deze wet dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit tot verlenging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 59, zesde lid. In afwijking van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank ook zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 95
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 84, onder a, staat tegen de uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 94, derde lid, hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
|
||||
|
|
@ -1284,19 +1356,21 @@ d. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts wo
|
|||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid wordt handelen in strijd met een verplichting, opgelegd bij of krachtens artikel 54, eerste lid, onder b of e, gestraft met ten hoogste een hechtenis van een maand of een geldboete van de tweede categorie, indien het feit wordt begaan door een gemeenschapsonderdaan. Het derde lid en de eerste volzin van het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vreemdeling die in Nederland verblijft terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd, indien het inreisverbod is gegeven anders dan met toepassing van artikel 66a, zevende lid. Het derde lid en de eerste volzin van het vierde lid zijn eveneens van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Afwijkingen
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter uitvoering van een voor Nederland bindend verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie, bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk buiten werking worden gesteld, indien dat, naar het gevoelen van de Ministerraad, noodzakelijk is om binnen twaalf maanden uitvoering te geven aan het verdrag of het besluit en daartoe deze wet in overeenstemming moet worden gebracht met het verdrag of het besluit.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter uitvoering van een voor Nederland bindend verdrag, EU-verordening, -richtlijn of -besluit, bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk buiten werking worden gesteld, indien dat, naar het gevoelen van de Ministerraad, noodzakelijk is om binnen twaalf maanden uitvoering te geven aan het verdrag of het besluit en daartoe deze wet in overeenstemming moet worden gebracht met het verdrag of het besluit.
|
||||
|
||||
**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister bevordert dat zo spoedig mogelijk na de vaststelling van een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur een voorstel van wet bij de Staten-Generaal wordt ingediend, dat ertoe strekt de wet in overeenstemming te brengen met het verdrag of besluit, bedoeld in het eerste lid. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur terstond ingetrokken. Indien het voorstel tot wet wordt verheven, vervalt de algemene maatregel van bestuur op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.
|
||||
|
||||
**4.** Ter uitvoering van een verdrag waarbij de grenscontrole is verlegd naar buitengrenzen, wordt in de artikelen 5, tweede lid, 54, eerste lid, aanhef en onder a, en e, 56, tweede lid, alsmede 59, derde lid, onder «Nederland» mede verstaan het grondgebied van andere bij dat verdrag aangesloten landen waarover de werking van dat verdrag zich uitstrekt.
|
||||
**4.** Ter uitvoering van een verdrag, EU-verordening, -richtlijn of -besluit, op grond waarvan de grenscontrole plaatsvindt aan buitengrenzen, wordt in de artikelen 5, tweede lid, 54, eerste lid, aanhef en onder a en e, 56, tweede lid, 59, derde lid, en 66a, vierde lid, onder «Nederland» mede verstaan de gebieden waarop dat verdrag, die verordening, die richtlijn of dat besluit van toepassing is.
|
||||
|
||||
**5.** Ter uitvoering van een verdrag als bedoeld in het vierde lid wordt in artikel 12, eerste lid, onder «openbare orde» alsmede «nationale veiligheid» steeds mede verstaan de openbare orde in, onderscheidenlijk de nationale veiligheid van andere bij dat verdrag aangesloten landen.
|
||||
**5.** Ter uitvoering van een verdrag, EU-verordening, -richtlijn of -besluit, bedoeld in het vierde lid, wordt in artikel 3, eerste lid, en artikel 12, eerste lid, onder «openbare orde» alsmede «nationale veiligheid» steeds mede verstaan de openbare orde in, onderscheidenlijk de nationale veiligheid van andere bij dat verdrag aangesloten staten.
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue