2003-03-16 | BWBR0005555 | Wet luchtvaart

This commit is contained in:
Coornhert 2003-03-16 12:00:00 +00:00
parent 6064dbff4b
commit ce6a86dab9

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet luchtvaart
bwb_id: BWBR0005555
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2003-02-20'
datum_inwerkingtreding: '2003-03-16'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005555
citeertitel: Wet luchtvaart
---
@ -20,24 +20,37 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. AOC: door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan een onderneming of groep van ondernemingen afgegeven document waarin wordt verklaard dat de betrokken luchtvaartexploitant beschikt over beroepsbekwaamheid en organisatie om luchtvaartuigen veilig te exploiteren voor de in dat bewijs gespecificeerde luchtvaartactiviteiten (Air Operator's Certificate);
b. Eurocontrol-organisatie: de Organisatie, ingesteld bij het op 13 december 1960 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart «Eurocontrol» (Trb. 1961, 62), zoals gewijzigd bij Protocol van 12 februari 1981 (Trb. 1981, 182);
c. gezagvoerder: degene, die de leiding heeft bij en verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van de vlucht;
d. houder van een luchtvaartuig: degene, op wiens naam een luchtvaartuig in het register, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, dan wel in een buitenlands register van luchtvaartuigen is ingeschreven;
e. klaring: machtiging aan de gezagvoerder van een luchtvaartuig om een vlucht aan te vangen of te vervolgen onder door een luchtverkeersleidingsdienst gestelde voorwaarden;
f. lid van het boordpersoneel: lid van het cockpitpersoneel en ieder, die aan boord van een luchtvaartuig ten behoeve van de inzittenden of de lading werkzaamheden verricht of heeft te verrichten, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht;
g. lid van het cockpitpersoneel: ieder, die aan boord van een luchtvaartuig werkzaamheden verricht, welke van direct belang zijn voor de bediening van het luchtvaartuig tijdens de vlucht, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht;
h. luchtvaartmaatschappij: onderneming, welke geheel of gedeeltelijk haar bedrijf maakt van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen;
i. luchtvaartterrein: een terrein, dat is ingericht voor het opstijgen en het landen alsmede de daarmede verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op dat terrein;
j. luchtvaartuig: toestel, dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten, die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak;
k. luchtverkeer: het geheel der verplaatsingen van luchtvaartuigen in de lucht of op een luchtvaartterrein, alsmede het gebruik van het luchtruim door toestellen die geen luchtvaartuigen zijn;
l. luchtverkeersbeveiliging: het geheel van maatregelen gericht op de bevordering van een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer;
m. luchtverkeersdienstverlening: het geven van luchtverkeersleiding, alsmede het verstrekken van advies of inlichtingen tijdens de vlucht en het verzorgen van alarmering;
n. luchtverkeersleiding: het regelen van het luchtverkeer door het geven van klaringen en aanwijzingen aan deelnemers aan het luchtverkeer;
o. LVNL: de organisatie voor luchtverkeersdienstverlening, bedoeld in artikel 5.22;
p. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig;
q. opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 11.3, eerste lid;
r. STD: een trainingsinstrument zijnde een vluchtnabootser, een vliegtrainingsinstrument, een trainer voor vlieg- en navigatieprocedures of een ander trainingsinstrument (Synthetic Training Device);
s. vlucht: de verplaatsing van het luchtvaartuig gedurende het tijdsverloop dat het in beweging komt met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het weer tot volledige stilstand is gekomen na de landing;
t. vluchtinformatiegebied Amsterdam: het luchtruim boven het gebied, dat wordt begrensd door de rijksgrenzen en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 51°22'25" N 003°21'50" O en 51°30'00" N 002°00'00" O, 51°30'00" N 002°00'00" O en 55°00'00" N 005°00'00" O, de loxodroom tussen 55°00'00" N, 005°00'00" O en 55°00'00" N 006°30'00" O en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 55°00'00" N 006°30'00" O en 53°40'00" N, 006°30'00" O, uitgedrukt in het geografische referentiesysteem WGS 84.
c. gevaarlijke stoffen:
1°. ontplofbare stoffen of voorwerpen;
2°. samengeperste, vloeibaar gemaakte of onder druk opgeloste gassen;
3°. brandbare vloeistoffen;
4°. brandbare vaste stoffen, voor zelfontbranding vatbare stoffen en stoffen, die bij aanraking met water brandbare gassen ontwikkelen;
5°. stoffen, die de verbranding bevorderen en organische peroxyden;
6°. giftige of infectueuze stoffen;
7°. radioactieve stoffen;
8°. bijtende stoffen;
9°. andere stoffen of voorwerpen, die bij vervoer door de lucht gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu;
indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen.
d. gezagvoerder: degene, die de leiding heeft bij en verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van de vlucht;
e. houder van een luchtvaartuig: degene, op wiens naam een luchtvaartuig in het register, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, dan wel in een buitenlands register van luchtvaartuigen is ingeschreven;
f. klaring: machtiging aan de gezagvoerder van een luchtvaartuig om een vlucht aan te vangen of te vervolgen onder door een luchtverkeersleidingsdienst gestelde voorwaarden;
g. lid van het boordpersoneel: lid van het cockpitpersoneel en ieder, die aan boord van een luchtvaartuig ten behoeve van de inzittenden of de lading werkzaamheden verricht of heeft te verrichten, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht;
h. lid van het cockpitpersoneel: ieder, die aan boord van een luchtvaartuig werkzaamheden verricht, welke van direct belang zijn voor de bediening van het luchtvaartuig tijdens de vlucht, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht;
i. luchtvaartmaatschappij: onderneming, welke geheel of gedeeltelijk haar bedrijf maakt van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen;
j. luchtvaartterrein: een terrein, dat is ingericht voor het opstijgen en het landen alsmede de daarmede verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op dat terrein;
k. luchtvaartuig: toestel, dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten, die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak;
l. luchtverkeer: het geheel der verplaatsingen van luchtvaartuigen in de lucht of op een luchtvaartterrein, alsmede het gebruik van het luchtruim door toestellen die geen luchtvaartuigen zijn;
m. luchtverkeersbeveiliging: het geheel van maatregelen gericht op de bevordering van een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer;
n. luchtverkeersdienstverlening: het geven van luchtverkeersleiding, alsmede het verstrekken van advies of inlichtingen tijdens de vlucht en het verzorgen van alarmering;
o. luchtverkeersleiding: het regelen van het luchtverkeer door het geven van klaringen en aanwijzingen aan deelnemers aan het luchtverkeer;
p. LVNL: de organisatie voor luchtverkeersdienstverlening, bedoeld in artikel 5.22;
q. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig;
r. opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 11.3, eerste lid;
s. STD: een trainingsinstrument zijnde een vluchtnabootser, een vliegtrainingsinstrument, een trainer voor vlieg- en navigatieprocedures of een ander trainingsinstrument (Synthetic Training Device);
t. vlucht: de verplaatsing van het luchtvaartuig gedurende het tijdsverloop dat het in beweging komt met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het weer tot volledige stilstand is gekomen na de landing;
u. vluchtinformatiegebied Amsterdam: het luchtruim boven het gebied, dat wordt begrensd door de rijksgrenzen en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 51°22'25" N 003°21'50" O en 51°30'00" N 002°00'00" O, 51°30'00" N 002°00'00" O en 55°00'00" N 005°00'00" O, de loxodroom tussen 55°00'00" N, 005°00'00" O en 55°00'00" N 006°30'00" O en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 55°00'00" N 006°30'00" O en 53°40'00" N, 006°30'00" O, uitgedrukt in het geografische referentiesysteem WGS 84.
**2.** Onder lid van het cockpitpersoneel wordt ten aanzien van onbemande luchtvaartuigen mede verstaan ieder, die werkzaamheden verricht, welke van direct belang zijn voor het op afstand bedienen van het luchtvaartuig.
@ -55,7 +68,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, op nader in die algem
hoofdstuk 3,
hoofdstuk 4,
titel 5.1 of 5.2,
titel 6.1, 6.2, 6.3, 6.5,
titel 6.5 of titel 6.6,
hoofdstuk 9, of
hoofdstuk 10.
@ -1170,6 +1183,157 @@ Indien naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bestuur
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet en vervolgens na iedere vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de werking en doeltreffendheid van de LVNL. De LVNL is gehouden aan deze evaluatie medewerking te verlenen.
## Hoofdstuk 6. Luchtvervoer
### Titel 6.5. Vervoer van gevaarlijke stoffen
### Artikel 6.50
Deze titel is, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6.55, 6.56 en 6.57, niet van toepassing op het vervoer van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Kernenergiewet.
### Artikel 6.51
**1.** Het is verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevaarlijke stoffen met een luchtvaartuig te vervoeren, ten vervoer aan te bieden of aan te nemen, alsmede te laden in of te lossen uit een luchtvaartuig, of tijdens het vervoer neer te leggen.
**2.** Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen, indien aan de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur terzake gestelde regels is voldaan.
**3.** Onder het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt mede begrepen het laten staan op een luchtvaartterrein van een luchtvaartuig waarin zich dergelijke stoffen bevinden.
### Artikel 6.52
**1.** Het is verboden gevaarlijke stoffen ten vervoer aan te bieden onder een andere benaming of onder opgave van een andere categorie-indeling dan die welke bij of krachtens deze wet is voorgeschreven.
**2.** De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
### Artikel 6.53
**1.**
De regels, bedoeld in artikel 6.51, tweede lid, kunnen onder meer betrekking hebben op:
a. de eisen ten aanzien van constructie, inrichting en uitrusting van luchtvaartuigen, waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd;
b. de documenten die met betrekking tot gevaarlijke stoffen opgemaakt dienen te worden;
c. de stuwage en de belading van luchtvaartuigen met inbegrip van samenlading;
d. het onderzoek van gevaarlijke stoffen naar hun eigenschappen;
e. de eisen ten aanzien van verpakking van gevaarlijke stoffen, met inbegrip van de daarbij behorende inrichting of uitrusting, en het testen of keuren daarvan, alsmede de uitgifte en intrekking van verpakkingskenmerken;
f. de etiketten, kenmerken of andere aanduidingen op de verpakking, bedoeld in onderdeel e;
g. de eisen ten aanzien van constructie, inrichting en uitrusting van inrichtingen, voertuigen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen worden geladen of gelost;
h. de keuring van de inrichtingen, voertuigen of werktuigen, bedoeld in onderdeel g;
i. de melding voorafgaande aan het verrichten van een handeling, als bedoeld in artikel 6.51;
j. het opstellen van een risico-inventarisatie met betrekking tot het vervoeren, laden of lossen van door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat daartoe aangewezen stoffen;
k. het aanwijzen van luchtroutes waarlangs door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
**2.** De betrokkene is een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat vast te stellen vergoeding verschuldigd voor de kosten van een keuring, als bedoeld in onderdeel h van het eerste lid, gebaseerd op de werkelijke kosten.
### Artikel 6.54
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het belang van de openbare veiligheid ten aanzien van luchtvaartuigen die door hem aangewezen gevaarlijke stoffen vervoeren, bepalen dat die luchtvaartuigen uitsluitend van door hem aangewezen luchtvaartterreinen mogen starten of op die luchtvaartterreinen mogen landen.
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het belang van de openbare veiligheid bepalen, dat de in het eerste lid bedoelde gevaarlijke stoffen op de in het eerste lid bedoelde luchtvaartterreinen slechts mogen worden geladen, gelost of neergelegd op door hem op die luchtvaartterreinen aangewezen plaatsen.
**3.** Onze Minister van Defensie kan ten aanzien van militaire helikopters de in het eerste en tweede lid bedoelde beperkingen ook doen gelden voor door hem aangewezen terreinen, niet zijnde luchtvaartterreinen.
**4.** Het is verboden te handelen in strijd met het bepaalde krachtens het eerste of tweede lid.
### Artikel 6.55
**1.** Het is verboden gevaarlijke stoffen ten vervoer aan te bieden, te vervoeren, te doen of laten vervoeren met luchtvaartuigen, zonder een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleende erkenning.
**2.** Een erkenning wordt verleend voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn, dan wel voor onbepaalde tijd indien door de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon voldaan wordt aan de bij of krachtens die maatregel met betrekking tot de erkenning gestelde eisen. Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke erkenningen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan verlenen, alsmede de bevoegdheden, welke aan iedere erkenning verbonden zijn.
**4.**
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen, wanneer een ernstig vermoeden rijst, dat de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon:
a. niet voldoet aan de eisen, gesteld krachtens het tweede lid;
b. handelt in strijd met het bij of krachtens deze titel bepaalde.
Hij heft de schorsing op zodra de redenen van de schorsing zijn komen te vervallen.
**5.**
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een erkenning intrekken, wanneer:
a. de houder daarom verzoekt;
b. de houder niet voldoet aan de eisen, gesteld krachtens het tweede lid;
c. de houder krachtens de hem verleende erkenning werkzaamheden verricht, waartoe deze niet erkend is;
d. de houder handelt in strijd met de artikelen 6.51, tweede lid, of 6.52;
e. de erkenning gedurende ten minste drie maanden is geschorst;
f. de houder in staat van faillissement verkeert.
**6.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels gegeven worden met betrekking tot de procedure van aanvraag, afgifte, wijziging, verlenging, schorsing en intrekking van erkenningen, alsmede de vergoeding die de aanvrager van de erkenning verschuldigd is voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om afgifte, wijziging of verlenging, welke gebaseerd is op de werkelijke kosten.
### Artikel 6.56
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat erkent een opleiding voor een theoretisch of praktisch examen als opleiding voor een theoretisch of praktisch examen benodigd ter verkrijging van een erkenning, als bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, indien die opleiding voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen.
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan de erkenning van een opleiding intrekken, wanneer die opleiding niet meer aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen voldoet.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van het eerste en tweede lid nadere regels worden gegeven.
### Artikel 6.57
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ter uitvoering van internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties natuurlijke personen of rechtspersonen, die handelingen als bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, verrichten op zodanige wijze, dat deze voldoen aan eisen, welke gelijkwaardig zijn aan de krachtens artikel 6.55 gestelde eisen, erkennen als erkende bedrijven voor zover die bedrijven erkend zijn door de bevoegde autoriteit van een bij ministeriële regeling aangewezen land of internationale organisatie. Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
### Artikel 6.58
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de bij of krachtens deze titel gegeven regels, wanneer die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. Aan de ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
**2.** Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften of de beperkingen bedoeld in het eerste lid.
**3.** De ontheffing kan worden geweigerd op grond van de openbare veiligheid.
**4.**
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een ontheffing wijzigen:
a. op verzoek van de houder;
b. op grond van de openbare veiligheid.
**5.**
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan de ontheffing intrekken, wanneer
a. de redenen, waarom de ontheffing is verleend, zijn komen te vervallen;
b. de openbare veiligheid dit vereist;
c. de houder van de ontheffing de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft.
**6.** De aanvrager van de ontheffing of van de wijziging daarvan is Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een door deze vast te stellen vergoeding voor de behandeling van de aanvraag verschuldigd, gebaseerd op de werkelijke kosten.
### Artikel 6.59
Het is passagiers en leden van het boordpersoneel verboden gevaarlijke stoffen aan boord van een luchtvaartuig te brengen, of met zich mee te voeren in hun bagage, anders dan met inachtneming van de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie aangewezen Technische Voorschriften van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht.
### Artikel 6.60
**1.** Degene, die een handeling als bedoeld in artikel 6.51, eerste lid, verricht, is verplicht, indien zich daarbij voorvallen voordoen waardoor gevaar voor de openbare veiligheid is ontstaan of is te duchten, daarvan onverwijld mededeling te doen aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de procedure en de wijze van mededeling als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 6.61
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie kan van degenen die handelingen verrichten als bedoeld in artikel 6.51 , alle inlichtingen of documenten vragen die naar zijn redelijk oordeel nodig zijn ten behoeve van het analyseren van voorvallen als bedoeld in artikel 6.60.
**2.** De betrokkenen zijn verplicht de gevraagde inlichtingen volledig en naar waarheid te verstrekken binnen een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie in redelijkheid te stellen termijn.
### Artikel 6.61a
**1.** Indien zich binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam een luchtvaartongeval voordoet verstrekt de houder van het betrokken luchtvaartuig onverwijld aan de betrokken hulpverlenende instanties informatie over de gevaarlijke stoffen die zich aan boord van dat luchtvaartuig bevinden.
**2.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie wordt vastgesteld welke informatie door tussenkomst van welke instantie verstrekt dient te worden.
### Titel 6.6. Vervoer van dieren
### Artikel 6.62
**1.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen met het oog op de luchtwaardigheid van luchtvaartuigen tijdens het vervoer van dieren in die luchtvaartuigen in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij regels worden gegeven met betrekking tot dat vervoer.
**2.** Het is verboden dieren te vervoeren in strijd met het bepaalde krachtens het eerste lid.
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde regels.
## Hoofdstuk 8. De luchthaven Schiphol
### Titel 8.1. Algemeen
@ -1553,7 +1717,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**2.** Indien de LVNL door het uitvoeren van de in de artikelen 9.3 en 9.4 bedoelde aanwijzingen financieel nadeel ondervindt, ontvangt hij een naar billijkheid te bepalen vergoeding.
## Hoofdstuk 10. MILITAIRE LUCHTVAART
## Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
### Artikel 10.1
@ -1588,6 +1752,35 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Hoofdstuk 4 is niet van toepassing op de vluchtuitvoering met militaire luchtvaartuigen alsmede op de vluchtuitvoering ten behoeve van militaire doeleinden.
### Artikel 10.6
**1.** Titel 6.5 is niet van toepassing op internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
**2.** Titel 6.5 is, met uitzondering van artikel 6.54, niet van toepassing op nationaal vervoer van ontplofbare stoffen of voorwerpen met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**4.** Artikel 6.55 is niet van toepassing op het door personeel van de krijgsmacht verrichten van de in dat artikel bedoelde handelingen ten aanzien van het nationaal vervoer van andere gevaarlijke stoffen dan ontplofbare stoffen of voorwerpen,met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
**5.**
De artikelen 6.60, 6.61 en 6.61a zijn van overeenkomstige toepassing op het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen en het nationaal vervoer van ontplofbare stoffen en voorwerpen met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is met dien verstande dat:
a. in artikel 6.60, eerste lid, in plaats van «als bedoeld in artikel 6.51, eerste lid,» wordt gelezen «als bedoeld in artikel 10.7, eerste en tweede lid»;
b. in artikel 6.61, eerste lid, in plaats van «artikel 6.51» wordt gelezen artikel 10.7, eerste en tweede lid.
### Artikel 10.7
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 10.8
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 10.9
Titel 6.6 is niet van toepassing op vervoer van dieren met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
## Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
### Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
@ -1598,10 +1791,13 @@ Hoofdstuk 4 is niet van toepassing op de vluchtuitvoering met militaire luchtvaa
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast:
a. de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren;
b. voor zover het betreft de burgerluchtvaart en met uitzondering van hoofdstuk 5 van deze wet, de hiertoe door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren; de aanwijzing kan inhouden, dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde hoofdstukken of artikelen van deze wet.
a. de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren, met dien verstande dat dit toezicht zich niet uitstrekt tot het bepaalde bij of krachtens titel 6.5 en de artikelen 10.7 en 10.8;
b. voor zover het betreft de burgerluchtvaart de hiertoe door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren; de aanwijzing kan inhouden, dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde hoofdstukken of artikelen gesteld bij of krachtens deze wet;
c. voor zover het betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in titel 6.5 en de artikelen 10.7 en 10.8, met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, de hiertoe door Onze Minister van Defensie aangewezen ambtenaren; de aanwijzing kan inhouden dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde artikelen gesteld bij of krachtens deze wet.
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan met het oog op de coördinatie van het beleid ten aanzien van het toezicht algemene aanwijzingen geven aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
### Artikel 11.2
@ -1630,7 +1826,7 @@ De houder van een erkenning is verplicht aan voor het houden van het toezicht no
### Artikel 11.3
**1.** Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn belast de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren.
**1.** Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn belast de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren, alsmede de bij besluit van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, respectievelijk Onze Minister van Defensie aangewezen ambtenaren.
**2.** De opsporingsambtenaren zijn bevoegd het verrichten van werkzaamheden aan boord van luchtvaartuigen of het bedienen of opstijgen van luchtvaartuigen in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde te verbieden of te beletten en voor zover het een burgerluchtvaartuig betreft, het luchtvaartuig, waarmee de overtreding wordt begaan naar een door hen aangewezen plaats over te brengen of te doen overbrengen en aldaar in bewaring te stellen.
@ -1726,6 +1922,7 @@ a. handelt in strijd met de artikelen
3°. 3.1, 3.2, 3.5, vierde lid, 3.8, tweede lid, 3.16, derde lid, 3.19, eerste lid, 3.22, eerste lid, 3.25, vierde lid, 3.30, tweede lid;
4° door vernummering vervallen.
5°. 5.2, 5.3, 5.4, 5.6 tot en met 5.9, 5.10, vijfde lid, 5.16, 5.17;
6°. 6.59;
10°. 10.1, tweede en derde lid, 10.2;
11°. 11.2a, 11.4, 11.7, eerste lid, en 11.8a voor zover het betreft de artikelen 11.4, tweede lid, en 11.7;
b. handelt in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen