From ce7046e171602c4061cee76881862050c3cbfd10 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Oct 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-10-01 | BWBR0006530 | Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren --- .../BWBR0006530/README.md | 98 +++++++++++-------- 1 file changed, 58 insertions(+), 40 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md index 1494dbcfcf2..ed059290fdc 100644 --- a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md +++ b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md @@ -20,24 +20,30 @@ a. Advies- en Arbitragecommissie: Advies- en Arbitragecommissie, bedoeld in arti b. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO; c. Arbo-dienst: deskundige dienst als bedoeld in artikel 14, derde lid, laatste volzin, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; d. beroepsziekte: ziekte, die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de werkzaamheden van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding dan wel in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; -e. deelnemers aan het overleg: deelnemers, bedoeld in artikel 50 van de wet; -f. dienstongeval: ongeval, dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de werkzaamheden van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding dan wel in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; -g. gangbare arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de WAO; -h. herplaatsen: opdragen van een andere taak als bedoeld in artikel 35 van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46k van de wet; -i. herplaatsingstoelage: herplaatsingstoelage als bedoeld in paragraaf 9 van het pensioenreglement; -j. invaliditeitspensioen: invaliditeitspensioen als bedoeld in paragraaf 8 van het pensioenreglement; -k. LISV: Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; -l. medisch advies: advies van de Arbo-dienst dat ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 13 van dit besluit; -m. passende arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 30 van de ZW; -n. overleg: overleg met de Sectorcommissie rechterlijke macht, bedoeld in artikel 48, eerste en derde lid, van de wet; -o. pensioenreglement: Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; -p. Sectorcommissie: Sectorcommissie rechterlijke macht, bedoeld in artikel 48 van de wet; -q. Stichting Pensioenfonds ABP: Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; -r. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; -s. WAO-uitkering: uitkering op grond van de WAO; -t. wet: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren; -u. ZW: Ziektewet; -v. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de ZW. +e. bovenwettelijke WW-uitkering: uitkering, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren; +f. deelnemers aan het overleg: deelnemers, bedoeld in artikel 50 van de wet; +g. dienstongeval: ongeval, dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de werkzaamheden van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding dan wel in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; +h. gangbare arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de WAO; +i. gewezen rechterlijk ambtenaar: rechterlijk ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden; +j. herplaatsen: opdragen van een andere taak als bedoeld in artikel 35 van dit besluit onderscheidenlijk artikel 46k van de wet; +k. herplaatsingstoelage: herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het pensioenreglement; +l. invaliditeitspensioen: invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het pensioenreglement; +m. LISV: Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; +n. medisch advies: advies van de Arbo-dienst dat ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 13 van dit besluit; +o. passende arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 30 van de ZW; +p. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; +q. Osv 1997: Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, zoals die luidde op 31 december 2001; +r. overleg: overleg met de Sectorcommissie rechterlijke macht, bedoeld in artikel 48, eerste en derde lid, van de wet; +s. pensioenreglement: Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; +t. Sectorcommissie: Sectorcommissie rechterlijke macht, bedoeld in artikel 48 van de wet; +u. Stichting Pensioenfonds ABP: Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; +v. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; +w. WAO-uitkering: uitkering op grond van de WAO; +x. wet: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren; +y. WW: Werkloosheidswet; +z. WW-uitkering: uitkering op grond van de Werkloosheidswet; +aa. ZW: Ziektewet; +bb. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de ZW. ## Hoofdstuk 2. Overleg @@ -230,7 +236,7 @@ f. voorzover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting. ### Artikel 14a -**1.** Indien een geschil bestaat tussen de rechterlijk ambtenaar en diens functionele autoriteit over het al dan niet bestaan van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte, kan de rechterlijk ambtenaar of diens functionele autoriteit het UWV verzoeken een onderzoek in te stellen en een oordeel te geven als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Suwi. +**1.** Indien een geschil bestaat tussen de rechterlijk ambtenaar en diens functionele autoriteit over het al dan niet bestaan van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte, kan de rechterlijk ambtenaar of diens functionele autoriteit het LISV verzoeken een onderzoek in te stellen en een oordeel te geven als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Osv 1997. **2.** De kosten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, komen voor rekening van Onze Minister. Eventuele reis- en verblijfkosten van de rechterlijk ambtenaar worden hem vergoed overeenkomstig de regels die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren. @@ -343,7 +349,7 @@ Het percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de ma ### Artikel 19 -Indien de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar zowel op grond van de aanstelling terzake waarvan hij krachtens artikel 17 of 18 aanspraken heeft als op grond van een of meer andere betrekkingen een WAO-uitkering geniet, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk onder WAO-uitkering verstaan, de WAO-uitkering voorzover deze, naar rato van de bezoldiging uit hoofde van die aanstelling en die andere betrekking of betrekkingen, wordt toegerekend aan die aanstelling. +Indien de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar zowel op grond van de aanstelling ter zake waarvan hij krachtens artikel 17, artikel 18 of artikel 26 aanspraken heeft als op grond van een of meer andere betrekkingen een ZW-uitkering dan wel een WAO-uitkering geniet, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk onder ZW-uitkering onderscheidenlijk WAO-uitkering verstaan, de ZW-uitkering onderscheidenlijk de WAO-uitkering voor zover deze, naar rato van de bezoldiging uit hoofde van die aanstelling en die andere betrekking of betrekkingen, wordt toegerekend aan die aanstelling. ### Artikel 20 @@ -472,7 +478,7 @@ p. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van d **3.** Onze Minister kan op grond van bijzondere omstandigheden bepalen dat de in het eerste lid bedoelde aanspraak niet vervalt, maar geheel of ten dele aan anderen dan aan de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar zal worden uitbetaald. -**4.** Voorzover Onze Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar uitbetaald, indien de in artikel 14, derde lid, bedoelde commissie van drie artsen ten gunste van de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar heeft geoordeeld. +**4.** Voorzover Onze Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar uitbetaald, indien het oordeel, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Osv 1997, ten gunste van de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar uitvalt of indien de in artikel 14, derde lid, bedoelde commissie van drie artsen ten gunste van de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar heeft geoordeeld. ### Artikel 24 @@ -492,19 +498,19 @@ c. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot **5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar de WAO-uitkering vermindering ondergaat dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds geacht onverminderd te zijn genoten. -### Artikel 24a - -**1.** De functionele autoriteit treft zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen en geeft zo tijdig mogelijk zodanige voorschriften als redelijkerwijs nodig is om de rechterlijk ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid wegens ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en bij een gerecht of binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de functionele autoriteit inschakeling van de rechterlijk ambtenaar in voor hem passende arbeid buiten dat gezagsbereik. - -**2.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de functionele autoriteit in overeenstemming met de rechterlijk ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de rechterlijk ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. - ### Paragraaf 5. Bijzondere situaties ### Artikel 25 -**1.** De inkomsten die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de Arbo-dienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging, op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging of op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze inkomsten tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging, op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging onderscheidenlijk op de WAO-uitkering vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, zijn volledige bezoldiging te boven gaan. +**1.** Bij samenloop van een aanspraak krachtens dit hoofdstuk met een ZW-uitkering, een WW-uitkering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt deze aanspraak verminderd met het bedrag van deze uitkeringen, tenzij het een tegemoetkoming op grond van artikel 27 betreft. -**2.** Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden in mindering gebracht op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge artikel 18, eerste lid, recht heeft, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan het intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen. Op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge artikel 18, tweede lid, of 26 recht heeft, worden inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf in mindering gebracht, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan de datum van ontslag werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen. +**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering vermindering ondergaat dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten. + +**3.** Indien met betrekking tot de ZW-uitkering, die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast op de aanspraken op grond van dit hoofdstuk waarop de ZW-uitkering in mindering is gebracht. + +**4.** De inkomsten die de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de Arbo-dienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging, op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging of op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze inkomsten tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging, op de doorbetaling van 80% van de bezoldiging onderscheidenlijk op de WAO-uitkering vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, zijn volledige bezoldiging te boven gaan. + +**5.** Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden in mindering gebracht op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge artikel 18, eerste lid, recht heeft, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan het intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen. Op het bedrag waarop de gewezen rechterlijk ambtenaar ingevolge artikel 18, tweede lid, of 26 recht heeft, worden inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf in mindering gebracht, tenzij deze inkomsten reeds voorafgaand aan de datum van ontslag werden genoten en de omvang van die arbeid niet is toegenomen. ### Artikel 26 @@ -557,19 +563,23 @@ Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 18 en ### Artikel 30 -**1.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden meer dan 52 weken wegens ziekte ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid en anders dan als gevolg van zijn eigen handelingen of nalaten van handelingen geen aanspraak had op een WAO-uitkering, wordt voor de toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden op basis van dit hoofdstuk aanspraak had. +**1.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden wegens ziekte ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid en aanspraak had op een ZW-uitkering, wordt voor de toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden op basis van dit hoofdstuk aanspraak zou hebben gehad indien hij geen aanspraak op een ZW-uitkering zou hebben gehad. -**2.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden aanspraak had op een WAO-uitkering vermeerderd met een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden op basis van de WAO alsmede op basis van dit hoofdstuk aanspraak had. +**2.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden aanspraak had op een WW-uitkering, wordt voor de toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden op basis van dit hoofdstuk aanspraak zou hebben gehad indien hij geen aanspraak op een WW-uitkering zou hebben gehad. -**3.** Op het bedrag, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 53 van de WAO en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen. +**3.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden meer dan 52 weken wegens ziekte ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid en anders dan als gevolg van zijn eigen handelingen of nalaten van handelingen geen aanspraak had op een WAO-uitkering, wordt voor de toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden op basis van dit hoofdstuk aanspraak had. + +**4.** Indien de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden aanspraak had op een WAO-uitkering vermeerderd met een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de toepassing van artikel 18 van de wet onder bezoldiging verstaan het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar op de dag van het overlijden op basis van de WAO alsmede op basis van dit hoofdstuk aanspraak had. + +**5.** Op het bedrag, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW of artikel 53 van de WAO en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen. ### Artikel 31 -**1.** Na het overlijden van de gewezen rechterlijk ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van artikel 18 in het genot was van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 18 van de wet bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel uitgekeerd een bedrag, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. +**1.** Na het overlijden van de gewezen rechterlijk ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van artikel 18 of artikel 26 in het genot was van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 18 van de wet bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel uitgekeerd een bedrag, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden op grond van artikel 18, eerste lid, aanspraak had op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanvulling op een WAO-uitkering, met dien verstande dat een bedrag wordt uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging die de gewezen rechterlijk ambtenaar op de dag van zijn overlijden zou hebben genoten indien hij op die dag in het genot zou zijn geweest van de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, berekend over een tijdvak van drie maanden. -**3.** Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 53 van de WAO en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen. +**3.** Op de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 53 van de WAO of de artikelen 6 of 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op deze uitkeringen. ### Artikel 32 @@ -664,6 +674,16 @@ c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd d **12.** Indien herplaatsing als bedoeld in het derde lid, onder *c*, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de rechterlijk ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren. +### Artikel 36a + +**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar kan ook op andere gronden dan de gronden, genoemd of bedoeld in artikel 36 of de krachtens artikel 39 van overeenkomstige toepassing zijnde bepalingen, ontslag worden verleend. Dat ontslag wordt eervol verleend. + +**2.** In geval van ontslag als bedoeld in het eerste lid wordt door het tot ontslagverlening bevoegde gezag een voorziening getroffen waarbij de rechterlijk ambtenaar een uitkering wordt verleend die naar het oordeel van dat bevoegde gezag met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. + +**3.** De uitkering is ten minste gelijk aan het voor de rechterlijk ambtenaar geldende totaal van uitkeringen berekend op basis van de WW en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren, als ware als gevolg van het ontslag geen sprake van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in artikel 24 van de WW. Voor zover door het tot ontslagverlening bevoegde gezag ten gunste van de rechterlijk ambtenaar niet anders is beslist, zijn op de uitkering voor het overige de WW en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Indien de rechterlijk ambtenaar ter zake van zijn ontslag ingevolge het eerste lid recht heeft op een uitkering krachtens de WW of het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren, wordt de in het tweede lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd. + ## Hoofdstuk 5. Overige rechtspositionele voorschriften ### Artikel 37 @@ -820,7 +840,7 @@ De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft recht op ee a. 0,4% van het in dat jaar genoten salaris; en b. een door Onze Minister vast te stellen nominaal bedrag. -**2.** Indien de betrokkene aanspraak heeft op een uitkering op grond van de WAO en een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering overeenkomstig dit besluit, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen dat de betrokkene zou hebben genoten, indien hij wegens ziekte ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van zijn arbeid doch anders dan als gevolg van eigen handelingen geen aanspraak zou hebben gehad op een WAO-uitkering. +**2.** Indien de betrokkene aanspraak heeft op een uitkering op grond van de WAO en een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig dit besluit, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen dat de betrokkene zou hebben genoten, indien hij wegens ziekte ongeschikt zou zijn geweest tot het verrichten van zijn arbeid doch anders dan als gevolg van eigen handelingen geen aanspraak zou hebben gehad op een WAO-uitkering. Indien de betrokkene aanspraak heeft op een ZW-uitkering, wordt voor de toepassing van het eerste lid het salaris in acht genomen dat de betrokkene zou hebben genoten indien hij geen aanspraak op een ZW-uitkering zou hebben gehad. **3.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bedraagt voor de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die is aangesteld voor het vervullen van minder dan een volledige taak, een met zijn werktijd overeenkomend deel van het bedrag dat hij zou hebben ontvangen indien hij in hetzelfde ambt zou zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige taak. @@ -903,13 +923,11 @@ e. een tegemoetkoming op basis van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijks ### Artikel 39 -**1.** De op grond van de artikelen 125 en 125c van de Ambtenarenwet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur tot stand gebrachte algemeen verbindende voorschriften zoals die tot en met 31 maart 1994 golden ten aanzien van de niet voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel 145 van de Wet op de rechterlijke organisatie, zijn ten aanzien van hen van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de algemeen verbindende voorschriften die tot stand zijn gebracht op grond van het op 31 maart 1994 geldende artikel 125, eerste lid, onderdelen c, d, e, f, g, h, i, j, l en m, van de Ambtenarenwet, en met uitzondering van de artikelen 9b, 9c, 94a, 98 en 102, eerste, tweede en vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. +**1.** De op grond van de artikelen 125 en 125c van de Ambtenarenwet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur tot stand gebrachte algemeen verbindende voorschriften zoals die tot en met 31 maart 1994 golden ten aanzien van de niet voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel 145 van de Wet op de rechterlijke organisatie, zijn ten aanzien van hen van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de algemeen verbindende voorschriften die tot stand zijn gebracht op grond van het op 31 maart 1994 geldende artikel 125, eerste lid, onderdelen c, d, e, f, g, h, i, j, l en m, van de Ambtenarenwet, en met uitzondering van de artikelen 9b, 9c, 94a, 98, 99, 100 en 102, eerste, tweede en vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. -**2.** In afwijking van het eerste lid is artikel 48, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing zoals dat luidde op 1 januari 1996. +**2.** In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 6, 9 en 97b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing, zoals die op 1 februari 1997 golden voor de burgerlijke rijksambtenaren. -**3.** In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 6, 9 en 97b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing, zoals die op 1 februari 1997 golden voor de burgerlijke rijksambtenaren. - -**4.** In afwijking van het eerste lid is artikel 95 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing, zoals dat op 7 juli 2000 gold voor de burgerlijke rijksambtenaren. +**3.** In afwijking van het eerste lid is artikel 95 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing, zoals dat op 7 juli 2000 gold voor de burgerlijke rijksambtenaren. ## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen