diff --git a/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md b/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md index a99b0fcfd51..3eea07215c5 100644 --- a/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md +++ b/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md @@ -18,79 +18,69 @@ citeertitel: Wet educatie en beroepsonderwijs In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; -b. instelling: +- *beroepscollege:* beroepscollege als bedoeld in artikel 1.3.2; +- *beroepsonderwijs:* onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid; +- *beroepsopleiding:* opleiding als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid; +- *beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg:* beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, vierde lid; +- *beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg:* beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid; +- *beroepspraktijkvorming:* onderricht in de praktijk van het beroep als bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid; +- *bestuursoverdracht:* overdracht van een instelling aan een ander bevoegd gezag; +- *bevoegd gezag:* -1º. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1, -2º. een vakinstelling als bedoeld in artikel 1.3.2a, of -3º. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3; +a. van een openbare instelling: -tenzij anders blijkt; -b1. Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven: de rechtspersoon, bedoeld in artikel 1.5.1, eerste lid; -c. openbare instelling: een instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid; -d. bijzondere instelling: een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek; -e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.6.1; -f. onderwijs: educatie en beroepsonderwijs; -g. educatie: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid; -g1. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in artikel 7.3.3; -h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid; -i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid; -j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid; -k. leerweg: een leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, tenzij anders bepaald; -l. beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid; -m. beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, vierde lid; -n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid; -n1. opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs: opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a; -n2. student: degene die beroepsonderwijs volgt; -n3. ho-student: degene die hoger onderwijs volgt, als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; -n4. vavo-student: degene die een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgt; -n5. deelnemer: degene die een opleiding educatie volgt, met uitzondering van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs; -o. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge artikel 7.2.4, tweede lid, heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, alsmede op een opleiding educatie; -p. centraal examen: centraal examen of examenonderdeel bestaande uit door het College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens, vastgestelde toetsen die door of in opdracht van de instelling worden afgenomen overeenkomstig daarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen; -p1. instellingsexamen: examen of examenonderdeel, bestaande uit toetsen die zijn vastgesteld en worden afgenomen door of in opdracht van de instelling; -q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder; -r. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar; -s. inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht; -t. kwalificatie: de kwalificatie, bedoeld in artikel 7.1.3, eerste lid; -t1. kwalificatiedossier: een document waarin een of meer kwalificaties zijn beschreven; -t2. opleidingsdomein: een samenhangend geheel van kwalificatiedossiers die zijn gericht op en van belang zijn voor eenzelfde bedrijfstak of groep van bedrijfstakken; -t3. keuzedeel: het keuzedeel, bedoeld in artikel 7.1.3, tweede lid; -u. Centraal register: het Centraal register beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 6.4.1, eerste lid; -v. vervallen; -w. bevoegd gezag: +1°. college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de instelling in stand houdt, behoudens voor zover de raad anders bepaalt en met inachtneming van door hem te stellen regels; +2°. bevoegd orgaan krachtens de betrokken gemeenschappelijke regeling waarbij het openbaar lichaam dat de instelling in stand houdt, is opgericht; +b. van een bijzondere instelling: rechtspersoon die de instelling in stand houdt als bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid; +c. van een instelling met diploma-erkenning als bedoeld in de artikelen 1.4.1 of 1.4a.1: rechtspersoon of natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt; +d. van een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1: rechtspersoon die de exameninstelling in stand houdt; +- *bijzondere instelling:* instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; +- *burgerservicenummer:* burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; +- *centraal examen:* examen of examenonderdeel bestaande uit door het College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens, vastgestelde toetsen die door of in opdracht van de instelling worden afgenomen; +- *deelnemer:* degene die een opleiding educatie volgt, met uitzondering van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs; +- *doorlopende leerroute vmbo-mbo:* route als bedoeld in artikel 8.5a.2, tweede lid; +- *educatie:* onderwijs bestemd voor volwassenen als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid; +- *eindtermen:* eindtermen als bedoeld in artikel 7.3.3; +- *exameninstelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.6.1; +- *examinering:* het nemen van een beslissing over de inhoud en het niveau van een examen, procedures en voorwaarden waaronder een examen wordt afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van een examen; +- *fusie:* institutionele fusie of bestuursoverdracht; +- *ho-student:* degene die hoger onderwijs volgt, als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; +- *inspectie:* Inspectie van het onderwijs als bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht; +- *instelling:* regionaal opleidingencentrum of beroepscollege; +- *instellingsexamen:* examen of examenonderdeel, bestaande uit toetsen die zijn vastgesteld en worden afgenomen door of in opdracht van de instelling; +- *institutionele fusie:* samenvoeging van twee of meer instellingen tot een instelling; +- *keuzedeel:* keuzedeel als bedoeld in artikel 7.1.3, tweede lid; +- *kwalificatie:* kwalificatie als bedoeld in artikel 7.1.3, eerste lid; +- *kwalificatiedossier:* document waarin een of meer kwalificaties zijn beschreven; +- *leerweg:* leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, tenzij anders bepaald; +- *ondernemingsraad:* ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden; +- *onderwijs:* educatie en beroepsonderwijs; +- *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; +- *openbare instelling:* instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet tezamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid; +- *opleiding educatie:* opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid; +- *opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs:* opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a; +- *opleidingsdomein:* samenhangend geheel van kwalificatiedossiers die zijn gericht op en van belang zijn voor eenzelfde bedrijfstak of groep van bedrijfstakken; +- *personeel:* -1. van een openbare instelling: - -a. college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de instelling in stand houdt, behoudens voor zover de raad anders bepaalt en met inachtneming van door hem te stellen regels; -b. bevoegd orgaan krachtens de betrokken gemeenschappelijke regeling waarbij het openbaar lichaam dat de instelling in stand houdt, is opgericht; -2. van een bijzondere instelling: rechtspersoon die de instelling in stand houdt als bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid; -3. van een instelling met diploma-erkenning als bedoeld in de artikelen 1.4.1 of 1.4a.1: rechtspersoon of natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt; -4. van een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1: rechtspersoon die de exameninstelling in stand houdt; -x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in artikel 2.2.9; -x1. burgerservicenummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; -y. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid; -z. personeel: - -1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling; -2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen; -aa. samenwerkingscollege: samenwerkingsverband tussen instellingen dat ertoe strekt onder gezamenlijke verantwoordelijkheid een of meer beroepsopleidingen of opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs te verzorgen, niet zijnde een fusie als bedoeld in artikel 2.1.8; -bb. doorlopende leerroute vmbo-mbo: route als bedoeld in artikel 8.5a.2, tweede lid; -cc. register onderwijsdeelnemers: register onderwijsdeelnemers als bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers; -dd. ondernemingsraad: een ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden; -ee. door verlettering vervallen; -ff. lerarenregister: lerarenregister als bedoeld in artikel 4.4.1; -gg. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -hh. registervoorportaal: registervoorportaal als bedoeld in artikel 4.4.14; -ii. basisgegevens: gegevens als bedoeld in artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen a tot en met d; -jj. verticale scholengemeenschap: verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1; -kk. school: school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; -ll. school voor praktijkonderwijs: school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; -mm. school voor vbo: school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; -nn. school voor mavo: school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; -oo. scholengemeenschap: scholengemeenschap als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; -pp. fusie: institutionele fusie of bestuursoverdracht; -qq. institutionele fusie: samenvoeging van twee of meer instellingen tot een instelling; -rr. bestuursoverdracht: overdracht van een instelling aan een ander bevoegd gezag. +a. benoemde docenten en overig personeel dat is benoemd aan de instelling; +b. onder a bedoeld personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen; +- *persoonsgebonden nummer:* burgerservicenummer dan wel door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer als bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid; +- *regionaal opleidingencentrum:* regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1; +- *register onderwijsdeelnemers:* register onderwijsdeelnemers als bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers; +- *Registratie instellingen en opleidingen:* Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.4.1, eerste lid; +- *samenwerkingscollege:* samenwerkingsverband tussen instellingen dat ertoe strekt onder gezamenlijke verantwoordelijkheid een of meer beroepsopleidingen of opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs te verzorgen, niet zijnde een fusie als bedoeld in artikel 2.1.8; +- *Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven:* rechtspersoon, aangewezen op grond van artikel 1.5.1, eerste lid; +- *scholengemeenschap:* scholengemeenschap als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; +- *school:* school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; +- *school voor mavo:* school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; +- *school voor praktijkonderwijs:* school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; +- *school voor vbo:* school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; +- *student:* degene die beroepsonderwijs volgt; +- *studiejaar:* tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar; +- *vavo-student:* degene die een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgt; +- *verticale scholengemeenschap:* verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1; +- *volwassene:* in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder; +- *waarborgfonds:* fonds als bedoeld in artikel 2.2.9. ### Artikel 1.1.2 @@ -104,7 +94,7 @@ Vervallen ### Artikel 1.2.1 -**1.** Educatie is gericht op bevordering van de zelfredzaamheid van volwassenen en sluit waar mogelijk aan op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs. Educatie omvat activiteiten op het niveau van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs zijn gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**1.** Educatie is gericht op bevordering van de zelfredzaamheid van volwassenen en sluit waar mogelijk aan op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs. Educatie omvat activiteiten op het niveau van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs zijn gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020. **2.** Beroepsonderwijs is gericht op de theoretische en praktische voorbereiding voor de uitoefening van beroepen, waarvoor een beroepskwalificerende opleiding is vereist of dienstig kan zijn. Het beroepsonderwijs bevordert tevens de algemene vorming en de persoonlijke ontplooiing van de studenten en draagt bij tot het maatschappelijk functioneren. Beroepsonderwijs sluit aan op het voorbereidend beroepsonderwijs en het algemeen voortgezet onderwijs. Beroepsonderwijs omvat niet het hoger onderwijs. @@ -134,19 +124,17 @@ b. het verzorgen van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die op ### Artikel 1.3.2 -Vervallen +**1.** Aan een beroepscollege worden opleidingen beroepsonderwijs verzorgd. Voor andere dan entreeopleidingen zijn deze naar hun aard en onderlinge samenhang gericht op en van belang voor een specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken. + +**2.** Artikel 1.3.1, derde lid, aanhef en onder a, en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 1.3.2a -**1.** Aan vakinstellingen worden beroepsopleidingen verzorgd die naar hun aard en onderlinge samenhang aantoonbaar gericht zijn op en van belang zijn voor een specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken. - -**2.** Artikel 1.3.1, derde lid, onder a, en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 1.3.3 -**1.** Agrarische opleidingscentra zijn instellingen waarin beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel en voorbereidend beroepsonderwijs in het profiel groen, bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel i, van de Wet op het voortgezet onderwijs, worden verzorgd. Voor zover dat bij wet is bepaald, kan aan een agrarisch opleidingscentrum tevens ander voortgezet onderwijs worden verzorgd. - -**2.** Artikel 1.3.1, derde lid, onder a, en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Artikel 1.3.4 @@ -214,7 +202,7 @@ Het bevoegd gezag draagt zorg voor het personeelsbeleid, voor zover het betreft **1.** -Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in artikel 1.1.1, onder b, bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of van een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van: +Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in artikel 1.1.1 bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg of van een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van: a. de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6, a1. de informatie aan aspirant-studenten, bedoeld in artikel 6.1.3a, @@ -226,9 +214,9 @@ f. de opneming in het Centraal register. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval een beschrijving van de regeling voor het onderwijsprogramma en de examens, bedoeld in artikel 7.4.8, voor de beroepsopleiding waarop de aanvraag betrekking heeft. -**1a.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in andere dan in het eerste lid genoemde leerwegen, met dien verstande dat voor die opleiding artikel 7.2.2, tweede lid, niet van toepassing is en ten aanzien van het onderwijs artikel 7.2.7, eerste lid, niet in acht behoeft te worden genomen voor wat betreft de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming en artikel 7.2.7, tweede tot en met achtste lid, niet in acht behoeft te worden genomen. Het tweede tot en met elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. +**1a.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een beroepsopleiding in andere dan in het eerste lid genoemde leerwegen, met dien verstande dat voor die opleiding artikel 7.2.2, tweede lid, niet van toepassing is en ten aanzien van het onderwijs artikel 7.2.7, eerste lid, niet in acht behoeft te worden genomen voor wat betreft de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming en artikel 7.2.7, tweede tot en met achtste lid, niet in acht behoeft te worden genomen. Het tweede tot en met tiende lid zijn van overeenkomstige toepassing. -**1b.** Een beroepsopleiding als bedoeld in lid 1 of lid 1a van een andere dan een in artikel 1.1.1, onder b, bedoelde instelling bevat geen keuzedelen die niet zijn gekoppeld aan een kwalificatie, behorend bij een beroepsopleiding waarvoor de instelling een diploma-erkenning heeft op grond van lid 1 of lid 1a. +**1b.** Een beroepsopleiding als bedoeld in lid 1 of lid 1a van een andere dan een in artikel 1.1.1 bedoelde instelling bevat geen keuzedelen die niet zijn gekoppeld aan een kwalificatie, behorend bij een beroepsopleiding waarvoor de instelling een diploma-erkenning heeft op grond van lid 1 of lid 1a. **2.** Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. @@ -259,7 +247,7 @@ c. de opleiding niet binnen één jaar na de toewijzing is gestart. **10.** -Voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing: +Voor een andere dan een in artikel 1.1.1 bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing: a. artikel 2.5.5a, eerste, vijfde, zesde en negende tot en met twaalfde lid; b. artikel 2.5.5e; @@ -268,19 +256,19 @@ d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3. ### Artikel 1.4.2 -**1.** Het bevoegd gezag van een andere dan in artikel 1.1.1, onderdeel b, bedoelde instelling of van een instelling, kan wat betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4.1, eerste lid, een doorlopende leerroute vmbo-mbo of de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 10b21 van de Wet op het voortgezet onderwijs aanbieden. +**1.** Het bevoegd gezag van een andere dan in artikel 1.1.1 bedoelde instelling of van een instelling, kan wat betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4.1, eerste lid, een doorlopende leerroute vmbo-mbo of de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 2.107l van de Wet voortgezet onderwijs 2020 aanbieden. -**2.** Toepassing van het eerste lid berust op een samenwerkingsovereenkomst, gesloten tussen het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en het bevoegd gezag van een ingevolgde artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs aangewezen school. +**2.** Toepassing van het eerste lid berust op een samenwerkingsovereenkomst, gesloten tussen het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en het bevoegd gezag van een ingevolgde artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 aangewezen school. -**3.** De artikelen 8.4.3, 8.5a.2, 8.5a.3, met uitzondering van het tweede lid wat betreft artikel 10b11, tweede lid, onderdeel e, van de Wet op het voortgezet onderwijs, 8.5a.4 tot en met 8.5a.7, 8.5a.8, eerste en tweede lid, 8.5a.9, 8.5a.11, 8.5a.12, 8.5a.15 en 8.5a.17 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «school» telkens wordt gelezen «school aangewezen ingevolge artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs». +**3.** De artikelen 8.4.3, 8.5a.2, 8.5a.3, met uitzondering van het tweede lid wat betreft artikel 2.107b, tweede lid, onderdeel e, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, 8.5a.4 tot en met 8.5a.7, 8.5a.8, eerste en tweede lid, 8.5a.9, 8.5a.11, 8.5a.12, 8.5a.15 en 8.5a.17 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «school» telkens wordt gelezen «school aangewezen ingevolge artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020». ### Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen ### Artikel 1.4a.1 -**1.** Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I en II, een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.11, vijfde lid, is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6, en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.1.1, titel 2 en titel 4, voor zover het betreft de artikelen 7.4.4 en 7.4.7, en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in artikel 8.1.1d, en in artikel 1.4a.2. +**1.** Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I en II, een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.11, vijfde lid, is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6, en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in hoofdstuk 7, met uitzondering van artikel 7.1.1, titel 2 en titel 4, voor zover het betreft de artikelen 7.4.4, 7.4.5, achtste lid, en 7.4.7, en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in artikel 8.1.1d, en in artikel 1.4a.2. -**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onder b, bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van een beschrijving van de regeling voor het onderwijsprogramma en de examens, bedoeld in artikel 7.4.8, voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft. +**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in artikel 1.1.1 bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van een beschrijving van de regeling voor het onderwijsprogramma en de examens, bedoeld in artikel 7.4.8, voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft. **3.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.2a.1 ontvangt of op een opleiding educatie die daarmee overeenkomt. @@ -290,11 +278,11 @@ d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3. **6.** Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 15 oktober een opgave van de opleidingen educatie, bedoeld in het eerste lid, die de instelling verzorgt in het lopende studiejaar, alsmede van de opleidingen educatie die de instelling heeft verzorgd in het daaraan voorafgaande studiejaar. -**7.** Voor zover ten aanzien van een instelling die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in artikel 1.1.1, onder b. +**7.** Voor zover ten aanzien van een instelling die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in artikel 1.1.1. **8.** -Voor een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing: +Voor een andere dan een in artikel 1.1.1 bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing: a. artikel 2.3.6a, eerste, vierde en zevende tot en met negende lid; b. artikel 2.3.6d; @@ -305,9 +293,9 @@ d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3. ### Artikel 1.4a.2 -**1.** Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, tweede lid, waarvoor wat betreft een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, kan, ten aanzien van genoemde opleiding, in afwijking van artikel 8.1.1d, eerste volzin, in gevallen als geregeld in en met inachtneming van de voorschriften gegeven bij of krachtens artikel 58a van de Wet op het voortgezet onderwijs tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als vavo-student of extraneus aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voorgezet onderwijs aangewezen school. +**1.** Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, tweede lid, waarvoor wat betreft een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, kan, ten aanzien van genoemde opleiding, in afwijking van artikel 8.1.1d, eerste volzin, in gevallen als geregeld in en met inachtneming van de voorschriften gegeven bij of krachtens artikel 2.109 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als vavo-student of extraneus aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een ingevolge artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 aangewezen school. -**2.** Indien het bevoegd gezag van een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voorgezet onderwijs aangewezen school ter uitvoering van artikel 58a, eerste en tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven, onderwijs wil kunnen laten volgen dat een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, tweede lid, van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, bedoeld in artikel 58a, derde lid, aanhef en onder a tot en met d, van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**2.** Indien het bevoegd gezag van een ingevolge artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 aangewezen school ter uitvoering van artikel 2.109, eerste en tweede lid, van die wet leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven, onderwijs wil kunnen laten volgen dat een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, tweede lid, van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.109, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. ### Titel 5. Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven @@ -325,13 +313,11 @@ e. het zoveel mogelijk zorg dragen voor de beschikbaarheid van een toereikend aa f. het uitvoeren van onderzoek ter ondersteuning van de taken, genoemd in dit artikel, en g. het uitvoeren van aanvullende activiteiten ter bevordering van de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt. -**2.** De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet aangeduid als Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven. +**2.** Onze Minister verstrekt de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen subsidie voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met f. -**3.** Onze Minister verstrekt de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen subsidie voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met f. +**3.** Onze Minister kan de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs op aanvraag subsidie verstrekken voor de uitvoering van taken als bedoeld in het eerste lid, onder g. -**4.** Onze Minister kan de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs op aanvraag subsidie verstrekken voor de uitvoering van taken als bedoeld in het eerste lid, onder g. - -**5.** Het is de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven niet toegestaan andere activiteiten uit te voeren dan de aan haar door de wet opgedragen taken. +**4.** Het is de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven niet toegestaan andere activiteiten uit te voeren dan de aan haar door de wet opgedragen taken. ### Artikel 1.5.2 @@ -393,13 +379,13 @@ c. de rechtsbescherming, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 5. ### Artikel 2.1.1 -Onverminderd de artikelen 1.3.2a, 1.3.3 en 6.1.1, tweede lid komt een beroepsopleiding bij een instelling voor bekostiging in aanmerking indien zij is gericht op een kwalificatie of kwalificaties als bedoeld in artikel 7.2.4, tweede lid, onder b3°, alsmede op een keuzedeel of keuzedelen en de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding niet zijn ontnomen op grond van artikel 6.1.4. +Onverminderd de artikelen 1.3.2 en 6.1.1, tweede lid komt een beroepsopleiding bij een instelling voor bekostiging in aanmerking indien zij is gericht op een kwalificatie of kwalificaties als bedoeld in artikel 7.2.4, tweede lid, onder b3°, alsmede op een keuzedeel of keuzedelen en de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, met betrekking tot de desbetreffende beroepsopleiding niet zijn ontnomen op grond van artikel 6.1.4. ### Artikel 2.1.2 **1.** -Een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b1°, komt voor bekostiging in aanmerking indien +Een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van een regionaal opleidingencentrum komt voor bekostiging in aanmerking indien a. de instelling op 1 augustus 2012 een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde op grond van een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.3.4 zoals luidend op die datum, of b. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op aanvraag van de instelling heeft bepaald dat opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van de instelling voor bekostiging in aanmerking komen. @@ -415,17 +401,16 @@ b. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op aanvraag van de instell Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van: a. instellingen die op grond van artikel 12.3.1 zoals dat luidde door de Wet van 11 april 2001, Stb. 207, of artikel 12.3.3 zoals dat luidde ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs (Stb. 1995, 501) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en -b. instellingen die zijn voortgekomen +b. instellingen die zijn voortgekomen uit: -1°. uit een samenvoeging of splitsing van bekostigde instellingen, -2°. uit een samenvoeging van een agrarisch opleidingscentrum met een school voor voorbereidend beroepsonderwijs waaraan het profiel groen, bedoeld in artikel 10b, derde lid, onderdeel i, van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt verzorgd, of -3°. uit een omzetting van een bijzondere instelling in een openbare of omgekeerd. +1°. een institutionele fusie of splitsing van bekostigde instellingen; +2°. een omzetting van een bijzondere instelling in een openbare of omgekeerd. **3.** Een uit ’s Rijks kas bekostigde bijzondere instelling wordt in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich het geven van beroepsonderwijs of opleidingen voortgezet algemeen volwassenonderwijs als bedoeld in artikel 2.1.2 ten doel stelt, zonder daarbij het maken van winst te beogen, en die geen publiekrechtelijke rechtspersoon is als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. ### Artikel 2.1.4 -**1.** Een fusie, splitsing of omzetting van een instelling als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel b, komt niet tot stand dan na goedkeuring van Onze Minister. +**1.** Een fusie, splitsing of omzetting komt niet tot stand dan na goedkeuring van Onze Minister. **2.** Onze Minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, welke termijn eenmaal kan worden verlengd met ten hoogste dertien weken. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. @@ -506,9 +491,8 @@ g. heffingen, h. inkoop van diensten, i. kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid aan gewezen personeel alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet, waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, zoals luidend op 31 december 2008, j. loopbaanoriëntatie en -begeleiding, -k. gehandicapte studenten, -l. studenten die in aanmerking komen voor ondersteuning op grond van artikel 8.1.5, en -m. ten behoeve van het voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum: lesmateriaal als bedoeld in artikel 6e van de Wet op het voortgezet onderwijs. +k. gehandicapte studenten, en +l. studenten die in aanmerking komen voor ondersteuning op grond van artikel 8.1.5. **4.** @@ -577,41 +561,61 @@ b. de ontwikkelingen van het bestel van het beroepsonderwijs. ### Artikel 2.2.4a -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de besteding van de rijksbijdrage aan private activiteiten ten behoeve van het onderwijs. +Vervallen ### Artikel 2.2.4b -Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het door het bevoegd gezag uitzetten van gelden, het aangaan van geldleningen en het aangaan van verbintenissen voor financiële producten. +Vervallen -#### Paragraaf 2. Grondslag vermindering bekostiging vbo-groen in een AOC in verband met passend onderwijs +#### Paragraaf 2. Besteding ### Artikel 2.2.5 -De artikelen 86, 87, 91 en 92 van de Wet op het voortgezet onderwijs zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een agrarisch opleidingscentrum voor zover het betreft het in die instelling verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs. +Het bevoegd gezag kan het deel van de rijksbijdrage dat overblijft na dekking van de exploitatie- en huisvestingskosten voor een instelling of de huisvestingskosten van een school binnen een verticale scholengemeenschap mede aanwenden ter dekking van de exploitatie- en huisvestingskosten van een door hem in stand gehouden: + +a. andere instelling; of +b. school binnen een verticale scholengemeenschap. ### Artikel 2.2.6 -Vervallen +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de besteding van de rijksbijdrage aan private activiteiten ten behoeve van het onderwijs. ### Artikel 2.2.7 -Vervallen +Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het door het bevoegd gezag uitzetten van gelden, het aangaan van geldleningen en het aangaan van verbintenissen voor financiële producten. ### Artikel 2.2.8 -Vervallen +Het bevoegd gezag beheert de middelen van de instelling op zodanige wijze dat een behoorlijke exploitatie en het voortbestaan van de instelling zijn verzekerd. ### Artikel 2.2.9 -Vervallen +**1.** Elke instelling is aangesloten bij de door de bevoegde gezagsorganen gezamenlijk opgerichte rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, zonder winstoogmerk, die zich ten doel stelt zich borg te stellen voor de nakoming van rente- en aflossingsverplichtingen, voortvloeiend uit de door het bevoegd gezag van de instelling aangegane leningen, door instandhouding van een onafhankelijk functionerend fonds met een onafhankelijk van de instellingen functionerend bestuur. + +**2.** Elke instelling draagt aan het fonds op zodanige wijze bij, dat door de gezamenlijke bijdragen het functioneren van het fonds is gewaarborgd. + +**3.** + +De gezamenlijke instellingen dragen er zorg voor dat in de statuten van de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, in elk geval is opgenomen: + +a. dat ingeval van door de rechtspersoon te stellen algemene voorwaarden aan het verlenen van borgstelling, deze uitsluitend van financiële aard zijn en uitsluitend betrekking hebben op de te waarborgen lening; +b. dat ingeval de instelling aan de onder a bedoelde voorwaarden voldoet, borgstelling door de rechtspersoon niet kan worden geweigerd; +c. dat als blijkt dat een instelling niet in staat is tot nakoming van rente- en aflossingsverplichtingen, de instelling verplicht is een saneringsplan aan het waarborgfonds over te leggen, waarin is aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn het evenwicht tussen inkomsten en uitgaven van de instelling hersteld kan worden; +d. dat de door de rechtspersoon te stellen voorwaarden in het kader van door hem te waarborgen leningen niet in strijd komen met de vrijheid van organisatie en inrichting van het onderwijs binnen de instellingen; +e. dat een batig saldo van het fonds kan worden uitgekeerd aan de bevoegde gezagsorganen van de instellingen, onder de voorwaarde dat een uitkering door het bevoegd gezag van een instelling uitsluitend wordt besteed ten behoeve van de werkzaamheden van de instelling waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend; en +f. een regeling omtrent de te volgen procedure en te treffen voorzieningen in geval van taakverwaarlozing door het bestuur van het fonds. + +**4.** Van de in het eerste lid bedoelde verplichting kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag van een bijzondere instelling ontheffing verlenen op grond van bedenkingen van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard. Onze Minister verleent de ontheffing slechts, indien het bevoegd gezag aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen voor het waarborgen van het voortbestaan van de instelling. ### Artikel 2.2.10 -Vervallen +**1.** Bij een beëindiging van de bekostiging van een instelling of de opheffing ervan stelt het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk een eindafrekening vast. -### Artikel 2.2.11 +**2.** Voorafgaand aan de situatie, bedoeld in het eerste lid, maakt het bevoegd gezag aan Onze Minister zijn plan bekend met daarin de reeds genomen of voorgenomen maatregelen, gericht op het kunnen voltooien van het onderwijs van de ingeschreven studenten. -Vervallen +**3.** De eindafrekening wordt aan Onze Minister gezonden en gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. + +**4.** Het bevoegd gezag is een batig saldo verschuldigd aan de Staat. Onze Minister stelt het verschuldigde bedrag vast. Hierbij wordt rekening gehouden met door het bevoegd gezag uit eigen middelen aan investeringen bestede gelden. #### Paragraaf 3. Bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra @@ -636,8 +640,8 @@ Vervallen De maatstaven voorzien in bekostiging aan de hand van: a. het aantal ingeschreven vavo-studenten, -b. het aantal vavo-studenten dat bij de instelling een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs heeft behaald en -c. het aantal vavo-studenten dat bij de instelling een eindexamen of deeleindexamen heeft afgelegd in onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs. +b. het aantal vavo-studenten dat bij de instelling een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 heeft behaald en +c. het aantal vavo-studenten dat bij de instelling een eindexamen of deeleindexamen heeft afgelegd in onderwijs als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020. **3.** Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder a, blijven vavo-studenten die niet bij een instelling staan ingeschreven op een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tijdstip buiten beschouwing en kan onderscheid worden gemaakt naar het aantal vakken waarvoor een vavo-student is ingeschreven. @@ -995,11 +999,11 @@ d. het geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren van bepal ### Artikel 2.6aa -**1.** Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 8.1.1, in gevallen als geregeld in en met inachtneming van artikel 25a van de Wet op het voortgezet onderwijs ook tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als student, vavo-student of extraneus aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school voor voortgezet onderwijs. +**1.** Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 8.1.1, in gevallen als geregeld in artikel 2.99 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en met inachtneming van de artikelen 2.100, 2.101 en 2.108 van die wet ook tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als student, vavo-student of extraneus aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school voor voortgezet onderwijs. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld over de verantwoording van de bedragen die het bevoegd gezag met toepassing van artikel 99, achtste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs heeft ontvangen. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld over de verantwoording van de bedragen die het bevoegd gezag met toepassing van artikel 5.39, zevende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 heeft ontvangen. -**3.** Indien het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs ter uitvoering van artikel 25a, eerste en tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven, ook onderwijs wil kunnen laten volgen dat een instelling van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen van het derde lid, aanhef en onder a tot en met e, van dat artikel. +**3.** Indien het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs ter uitvoering van artikel 2.99 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven, ook onderwijs wil kunnen laten volgen dat een instelling van datzelfde bevoegd gezag verzorgt, regelt het bevoegd gezag voor zover van toepassing op overeenkomstige wijze de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.100, tweede lid, van die wet. ### Titel 6b @@ -1017,34 +1021,15 @@ Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan ### Artikel 2.8.1 -**1.** Elke instelling is aangesloten bij de door de bevoegde gezagsorganen gezamenlijk opgerichte rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, zonder winstoogmerk, die zich ten doel stelt zich borg te stellen voor de nakoming van rente- en aflossingsverplichtingen, voortvloeiend uit de door het bevoegd gezag van de instelling aangegane leningen, door instandhouding van een onafhankelijk functionerend fonds met een onafhankelijk van de instellingen functionerend bestuur. - -**2.** Elke instelling draagt aan het fonds op zodanige wijze bij, dat door de gezamenlijke bijdragen het functioneren van het fonds is gewaarborgd. - -**3.** - -De gezamenlijke instellingen dragen er zorg voor dat in de statuten van de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, in elk geval is opgenomen: - -a. dat ingeval van door de rechtspersoon te stellen algemene voorwaarden aan het verlenen van borgstelling, deze uitsluitend van financiële aard zijn en uitsluitend betrekking hebben op de te waarborgen lening, -b. dat ingeval de instelling aan de onder *a* bedoelde voorwaarden voldoet, borgstelling door de rechtspersoon niet kan worden geweigerd, -c. dat als blijkt dat een instelling niet in staat is tot nakoming van rente- en aflossingsverplichtingen, de instelling verplicht is een saneringsplan aan het waarborgfonds over te leggen, waarin is aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn het evenwicht tussen inkomsten en uitgaven van de instelling hersteld kan worden, -d. dat de door de rechtspersoon te stellen voorwaarden in het kader van door hem te waarborgen leningen niet in strijd komen met de vrijheid van organisatie en inrichting van het onderwijs binnen de instellingen, -e. dat een batig saldo van het fonds kan worden uitgekeerd aan de bevoegde gezagsorganen van de instellingen, onder de voorwaarde dat een uitkering door het bevoegd gezag van een instelling uitsluitend wordt besteed ten behoeve van de werkzaamheden van de instelling waarvoor de rijksbijdrage wordt verleend, en -f. een regeling omtrent de te volgen procedure en te treffen voorzieningen in geval van taakverwaarlozing door het bestuur van het fonds. - -**4.** Van de in het eerste lid bedoelde verplichting kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag van een bijzondere instelling ontheffing verlenen op grond van bedenkingen van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard. Onze Minister verleent de ontheffing slechts, indien het bevoegd gezag aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen voor het waarborgen van het voortbestaan van de instelling. +Vervallen ### Artikel 2.8.2 -**1.** Bij de opheffing van een openbare instelling en bij de beëindiging van de bekostiging van een bijzondere instelling draagt het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk na de opheffing dan wel na de beëindiging van de bekostiging, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. De eindafrekening wordt aan Onze Minister gezonden en gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid van een door de raad van toezicht of het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. - -**2.** Tenzij met Onze Minister een andere regeling wordt getroffen, is het bevoegd gezag aan het Rijk een bedrag verschuldigd, indien de eindafrekening een batig saldo bevat. Het bedrag wordt door Onze Minister vastgesteld en mag niet hoger zijn dan het saldo van de eindafrekening. Bij de vaststelling van het bedrag wordt rekening gehouden met door het bevoegd gezag uit de eigen middelen aan investeringen bestede gelden. - -**3.** Indien de in het eerste lid bedoelde opheffing dan wel beëindiging van de bekostiging zich voordoet, maakt het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk aan Onze Minister bekend welke maatregelen het heeft genomen teneinde te waarborgen dat de aan die instelling ingeschreven studenten en vavo-studenten het onderwijs aan een andere instelling kunnen voltooien. +Vervallen ### Artikel 2.8.3 -Het bevoegd gezag beheert de middelen van de instelling op zodanige wijze dat een behoorlijke exploitatie en het voortbestaan van de instelling zijn verzekerd. +Vervallen ## Hoofdstuk 3. Bestuur @@ -1208,7 +1193,7 @@ b. de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden c. de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de studenten en vavo-studenten en de contacten met de ouders; d. het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de docenten als onderdeel van het team. -**4.** Het bevoegd gezag maakt met de docenten afspraken over de wijze waarop de zeggenschap van docenten als bedoeld in het derde lid wordt georganiseerd. Bij het maken van deze afspraken wordt de professionele standaard van de beroepsgroep in acht genomen. +**4.** Het bevoegd gezag maakt met de docenten afspraken over de wijze waarop de zeggenschap van docenten als bedoeld in het derde lid wordt georganiseerd. ### Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling @@ -1350,24 +1335,7 @@ Artikel 4.1.2, met uitzondering van het vijfde lid, is van overeenkomstige toepa ### Artikel 4.4.1 -**1.** Er is een lerarenregister. In het lerarenregister zijn van docenten voor wie de grond voor benoeming of tewerkstelling zonder benoeming is gelegen in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onder c, persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de instelling, de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, en de herregistratie opgenomen. - -**2.** - -Het lerarenregister heeft tot doel: - -a. het vastleggen van het onderwijs waarvoor een docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of onder c, voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; -b. het vastleggen op welke wijze een docent voldoet aan de bekwaamheidseisen; en -c. het vastleggen of een docent voldoet aan de herregistratiecriteria. - -**3.** - -In aanvulling op het tweede lid heeft het lerarenregister tot doel gegevens te verstrekken: - -a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van docenten als bedoeld in de artikelen 4.2.1 en 4.2.3b; en -b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak. - -**4.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het lerarenregister. +Vervallen ### Artikel 4.4.2 @@ -1375,7 +1343,7 @@ Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 20 ### Artikel 4.4.3 -Onze Minister is voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister de verwerkingsverantwoordelijke. +Vervallen ### Artikel 4.4.4 @@ -1383,54 +1351,27 @@ Vervallen ### Artikel 4.4.5 -Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels over de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister. +Vervallen ### Artikel 4.4.6 -**1.** - -Het lerarenregister bevat voor elke daarin opgenomen docent: - -a. het burgerservicenummer; -b. de geslachtsnaam, de voornamen, het geslacht, het adres, de postcode, en de geboortedatum van de docent; -c. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, waaronder in ieder geval de ingangsdatum ervan; -d. gegevens betreffende de instelling waaraan hij benoemd is of tewerkgesteld zonder benoeming, waaronder in ieder geval het registratienummer van de instelling; -e. het onderwijs waarvoor de docent kan opgaan voor herregistratie; -f. voor welk onderwijs als bedoeld in onderdeel e de docent opgaat voor herregistratie; -g. gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en -h. gegevens betreffende de herregistratie waaronder, indien van toepassing, de aantekening, bedoeld in artikel 4.4.11, tweede lid. - -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met h, nader worden gespecificeerd. +Vervallen ### Artikel 4.4.7 -**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of onder c, voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het lerarenregister. - -**2.** De docent verstrekt aan Onze Minister de gegevens, genoemd in artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen e tot en met g. - -**3.** Indien een docent niet is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming, kan hij ten behoeve van opname in het lerarenregister de gegevens, genoemd in 4.4.6, eerste lid, onderdelen e tot en met g, verstrekken aan Onze Minister mits hij tevens gegevens, bedoeld in artikel 4.4.6, eerste lid, onderdelen a en b, verstrekt en middels een bewijsstuk als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onder c, aantoont dat hij aan de bekwaamheidseisen voldoet. - -**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de tijdstippen en wijze van levering, de correctie van gegevens en over het aantonen van de bekwaamheidseisen, bedoeld in het derde lid. +Vervallen ### Artikel 4.4.8 -**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 4.4.6, eerste lid, onder b, zijn gekoppeld aan het burgerservicenummer van de desbetreffende docent en worden door Onze Minister verkregen uit de basisregistratie personen indien de docent als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen. - -**2.** Indien de docent niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, worden de desbetreffende gegevens verkregen uit de levering op grond van artikel 4.4.7. +Vervallen ### Artikel 4.4.9 -Nadat een docent de gegevens, bedoeld in artikel 4.4.7, tweede en derde lid, heeft verstrekt, neemt Onze Minister het burgerservicenummer en de andere gegevens die zijn geleverd op grond van artikel 4.4.7 en verkregen op grond van artikel 4.4.8 of 4.4.18, tweede lid, op in het lerarenregister, met dien verstande dat hij de basisgegevens slechts opneemt voor zover deze niet kunnen worden verkregen uit de basisadministratie personen. +Vervallen ### Artikel 4.4.10 -**1.** Indien een of meer van de basisgegevens van een leraar in het lerarenregister afwijken van de betreffende basisgegevens behorende bij de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van deze leraar, kan de betrokkene Onze Minister elektronisch verzoeken deze gegevens te verbeteren. Onze Minister verzoekt het bevoegd gezag om hem overeenkomstig artikel 4.4.7, eerste lid, de juiste gegevens te verstrekken. - -**2.** Indien het bevoegd gezag na het verzoek van Onze Minister constateert dat de basisgegevens van de leraar in het lerarenregister overeenkomen met de betreffende basisgegevens behorende bij de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van deze leraar, deelt hij dit elektronisch mee aan Onze Minister en deelt Onze Minister dit elektronisch mee aan de betrokkene. - -**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de gegevens die op grond van artikel 4.4.8 zijn overgenomen uit de basisregistratie personen. - -**4.** Een beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. +Vervallen ### Artikel 4.4.11 @@ -1442,134 +1383,33 @@ Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 20 ### Artikel 4.4.13 -**1.** - -Gegevens van een docent als bedoeld in artikel 4.4.6 worden verwijderd uit het lerarenregister: - -a. indien betrokkene Onze Minister hier om verzoekt; -b. indien betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt; -c. indien betrokkene is overleden. - -**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden alle in het lerarenregister geregistreerde gegevens van betrokkene verwijderd. - -**3.** Indien een of meerdere gegevens van een docent op grond van het eerste lid worden verwijderd uit het lerarenregister, blijven deze gegevens tot vijf jaar na verwijdering bewaard. - -**4.** Indien op grond van artikel 4.4.7 gegevens worden verstrekt voor heropname van een docent in het lerarenregister, worden door Onze Minister van deze docent de bewaarde gegevens als bedoeld in artikel 4.4.7, eerste lid, onderdelen e tot en met h, opgenomen in het lerarenregister. - -**5.** Op verzoek van een docent aan Onze Minister is het eerste lid, aanhef en onder b, op deze docent niet van toepassing. - -**6.** Met pensioengerechtigde leeftijd wordt in dit artikel bedoeld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet. +Vervallen ### Artikel 4.4.14 -**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden. - -**2.** - -Op verzoek van het bevoegd gezag van de instelling waaraan de docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een docent verstrekt: - -a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum; -b. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming; -c. gegevens betreffende de instelling waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming; -d. indien het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft van de docent: gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; -e. overige gegevens betreffende de herregistratie. - -**3.** - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur: - -a. wordt de wijze waarop de gegevens van een docent worden verstrekt vastgesteld; -b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd. - -**4.** Vervallen. - -**5.** De betrokkene heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 4.4.13, derde lid. - -**6.** - -Uit het lerarenregister worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van: - -a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -b. de beleidsvorming. - -**7.** Uit het lerarenregister worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak. - -**8.** Bij de verstrekking, bedoeld in het zesde en zevende lid, kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, indien dit noodzakelijk is voor de in het zesde of zevende lid genoemde doelen, onverminderd de verplichting voor de verwerkingsverantwoordelijke om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 25 van de Algemene verordening gegevensbescherming. +Vervallen #### Paragraaf 2. Het registervoorportaal ### Artikel 4.4.15 -**1.** Er is een registervoorportaal. In het registervoorportaal zijn van docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming en niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de school en de benoeming of tewerkstelling opgenomen. - -**2.** Het registervoorportaal heeft tot doel het inzichtelijk maken welke docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen. - -**3.** - -In aanvulling op het tweede lid heeft het registervoorportaal tot doel gegevens te verstrekken: - -a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en -b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak. - -**4.** Het eerste lid, is niet van toepassing op docenten die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 4.2.1, zesde lid. - -**5.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het registervoorportaal. +Vervallen ### Artikel 4.4.16 -**1.** Het registervoorportaal bevat voor elke daarin opgenomen docent de basisgegevens die op grond van artikel 4.4.17 worden geleverd, waaronder in ieder geval het gegeven betreffende het onderwijs waarvoor hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming. - -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, nader worden gespecificeerd. +Vervallen ### Artikel 4.4.17 -**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van docenten die zijn benoemd of zijn tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 4.2.1, tweede lid, onder c, met uitzondering van de geschiktheidsverklaring afgegeven op grond van 4.2.4, eerste lid, onder b, derde en vijfde lid, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het registervoorportaal. - -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het tijdstip en de wijze van levering en over de correctie van de gegevens. +Vervallen ### Artikel 4.4.18 -**1.** - -De docent blijft voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen vermeld: - -a. totdat hij voldoet aan de bekwaamheidseisen van dat onderwijs; of -b. maximaal voor de duur van de periode, genoemd in het artikel op grond waarvan deze docent dit onderwijs geeft. - -**2.** Het bevoegd gezag stelt een docent die in het registervoorportaal is opgenomen in staat te voldoen aan de vereisten om voor het desbetreffende onderwijs in het lerarenregister te kunnen worden opgenomen. - -**3.** Vanaf het moment dat een docent voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen, voldoet aan de criteria om in het lerarenregister te worden vermeld, worden de gegevens van deze docent verstrekt voor opname in het lerarenregister. - -**4.** Indien een docent opgenomen is in het registervoorportaal niet langer voldoet aan de vereisten die op grond van de in artikel 4.4.17, eerste lid, genoemde bepalingen zijn gesteld aan de docent, worden de gegevens van deze docent verwijderd uit het registervoorportaal en gedurende vijf jaar bewaard. +Vervallen ### Artikel 4.4.19 -**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden. - -**2.** - -Op verzoek van het bevoegd gezag van de instelling waaraan de docent is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een docent verstrekt: - -a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum; -b. overige gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming; en -c. gegevens betreffende de instelling waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming. - -**3.** - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur: - -a. wordt de wijze waarop de gegevens van een docent worden verstrekt vastgesteld; -b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd. - -**4.** De docent heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 4.4.18, derde lid. - -**5.** Uit het registervoorportaal worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming. - -**6.** Uit het registervoorportaal worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak. - -**7.** Bij de verstrekking, bedoeld in het vijfde en zesde lid, kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, indien dat noodzakelijk is voor de in het vijfde of zesde lid genoemde doelen, onverminderd de verplichting voor de verwerkingsverantwoordelijke om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 25 van de Algemene verordening gegevensbescherming. +Vervallen ### Artikel 4.4.20 @@ -1577,7 +1417,7 @@ Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 20 ### Artikel 4.4.21 -De artikelen, 4.4.1, vierde lid, 4.4.3, 4.4.5 en 4.4.8 tot en met 4.4.10, zijn van overeenkomstige toepassing op het registervoorportaal. +Vervallen ## Hoofdstuk 5. Toezicht @@ -1609,7 +1449,7 @@ Vervallen **1.** Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien de opleidingen krachtens artikel 2.1.1 voor bekostiging in aanmerking komen. -**2.** Onze Minister kan bepalen dat de aanspraak op bekostiging en het recht op diplomering, bedoeld in artikel 1.3.1, derde lid, onderdeel a, onderscheidenlijk vierde lid, ten aanzien van een beroepsopleiding die dreigt te verdwijnen, voor een periode van 5 jaren slechts toekomen aan één instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, indien hij van oordeel is dat het een unieke, kleinschalige beroepsopleiding betreft die van belang blijft voor de arbeidsmarkt. +**2.** Onze Minister kan bepalen dat de aanspraak op bekostiging en het recht op diplomering, bedoeld in artikel 1.3.1, derde lid, onderdeel a, onderscheidenlijk vierde lid, ten aanzien van een beroepsopleiding die dreigt te verdwijnen, voor een periode van 5 jaren slechts toekomen aan één instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 indien hij van oordeel is dat het een unieke, kleinschalige beroepsopleiding betreft die van belang blijft voor de arbeidsmarkt. ### Artikel 6.1.2 @@ -1634,7 +1474,7 @@ b. de vorm en nadere inhoud van de melding. **1.** Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat een beroepsopleiding alleen door de instelling wordt aangeboden als er na beëindiging van de opleiding voldoende arbeidsmarktperspectief is voor de studenten. Onder arbeidsmarktperspectief wordt in ieder geval verstaan het perspectief voor gediplomeerde schoolverlaters op het binnen een redelijke termijn vinden van werk op het niveau van de gevolgde opleiding. -**2.** Onverminderd het eerste lid kan het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.3.2a of 1.3.3 een beroepsopleiding aanbieden als de soort instelling in de regeling, bedoeld in artikel 7.2.4, is vermeld bij de kwalificatie waarop de opleiding is gericht of als de opleiding aantoonbaar gericht is op en van belang is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de instelling opleidingen verzorgt. +**2.** Onverminderd het eerste lid kan het bevoegd gezag van een beroepscollege een beroepsopleiding aanbieden als de soort instelling in de regeling, bedoeld in artikel 7.2.4, is vermeld bij de kwalificatie waarop de opleiding is gericht of als de opleiding aantoonbaar gericht is op en van belang is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de instelling opleidingen verzorgt. **3.** Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat een beroepsopleiding alleen door de instelling wordt aangeboden als de verzorging van die opleiding, gelet op het geheel van de voorzieningen op het gebied van het beroepsonderwijs, doelmatig is. @@ -1664,7 +1504,7 @@ dat de aspirant-studenten in staat zijn de opleidingsmogelijkheden te vergelijke Onze Minister kan besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende of beroepsbegeleidende leerweg die de instelling verzorgt, de rechten, genoemd in artikel 1.3.1, gedurende twee jaar worden ontnomen indien: -a. gebleken is dat de kwaliteit van die opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest, of +a. gebleken is dat de kwaliteit van die opleiding langer dan één jaar zeer zwak is geweest, of b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, het onderwijs of de examens, dan wel c. niet of niet meer wordt voldaan aan een of meer zorgplichten, bedoeld in artikel 6.1.3. @@ -1750,7 +1590,7 @@ Vervallen Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende of beroepsbegeleidende leerweg, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in artikel 1.4.1, ontnemen indien a. gebleken is dat de kwaliteit van die opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest, -b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, aan artikel 1.4.1, zesde lid, onderdelen a tot en met c, aan artikel 1.4.2, of aan de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, eerste, derde en vierde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, of +b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, aan artikel 1.4.1, tiende lid, onderdelen a tot en met c, aan artikel 1.4.2, of aan de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, eerste, derde en vierde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, of c. in strijd is gehandeld met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. **2.** Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd. @@ -1972,7 +1812,7 @@ b. indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs da **2.** Een beroepsopleiding is een onderwijstraject dat voor een student is ingericht overeenkomstig de eisen van hoofdstuk 7, titel 2, onverminderd artikel 1.4.1, lid 1a, en dat is gericht op het behalen van een kwalificatie in het beroepsonderwijs alsmede een of meer daarbij behorende keuzedelen, ten bewijze waarvan een diploma wordt uitgereikt. -**3.** Een opleiding educatie is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van eindtermen of het behalen van een diploma, gelijkwaardig aan een diploma van scholen, bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, of onderdelen van een dergelijk diploma. +**3.** Een opleiding educatie is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van eindtermen of het behalen van een diploma, gelijkwaardig aan een diploma van scholen, bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of onderdelen van een dergelijk diploma. **4.** Beroepsopleidingen worden afgesloten met een examen. Opleidingen educatie kunnen worden afgesloten met een examen. @@ -2053,7 +1893,7 @@ c. van elke kwalificatie: 2°. de leerweg of leerwegen, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, waarin die beroepsopleiding kan worden verzorgd, 3° het niveau, bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, van die beroepsopleiding, 4° of toepassing is gegeven aan artikel 7.2.6, eerste lid en -5° in voorkomend geval, door welke soorten instellingen als bedoeld in de artikelen 1.3.2a en 1.3.3, een beroepsopleiding mag worden verzorgd die is gericht op de kwalificatie, +5°. of een beroepscollege een op de kwalificatie gerichte beroepsopleiding mag verzorgen, d. de keuzedelen, waarbij van elk keuzedeel wordt aangegeven bij welke kwalificatie of kwalificaties het behoort. **3.** De Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven neemt bij het voorstel voor een kwalificatiedossier het bepaalde in het tweede, vierde, vijfde en zesde lid in acht. Uit het voorstel blijkt dat voldoende acht is geslagen op de aansluiting tussen de opleidingen voorbereidend beroepsonderwijs, de opleidingen middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, de beroepsopleidingen en de opleidingen hoger beroepsonderwijs, in elk geval door raadpleging van vertegenwoordigers van die onderwijsvelden. Indien ook andere instanties nauw bij het voorstel voor het kwalificatiedossier zijn betrokken, maakt de Samenwerkingsorganisatie in haar voorstel melding van de wijze waarop het oordeel van die instanties is betrokken in het voorstel. @@ -2176,7 +2016,7 @@ Vervallen De volgende opleidingen educatie worden onderscheiden: -a. opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs, +a. opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, b. opleidingen Nederlandse taal en rekenen, gericht op alfabetisering en op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs, c. de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II die opleiden voor het diploma Nederlands als tweede taal, bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, d. de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op beheersing van een basisniveau Nederlandse taal, @@ -2242,7 +2082,7 @@ b. de procedures rond de examens en de voorwaarden waaronder examens worden afge ### Artikel 7.4.4a -**1.** Het bevoegd gezag kan de examinering van een beroepsopleiding overdragen aan een andere instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, of 1.4.1 of aan een exameninstelling, voor zover deze het recht op examinering van die beroepsopleiding hebben. +**1.** Het bevoegd gezag kan de examinering van een beroepsopleiding overdragen aan een andere instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 of 1.4.1 of aan een exameninstelling, voor zover deze het recht op examinering van die beroepsopleiding hebben. **2.** Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan artikel 6.1.5b, eerste lid, 6.2.3b, eerste lid, dan wel 6.3.2, eerste lid, is het bevoegd gezag voor die beroepsopleiding gehouden toepassing te geven aan het eerste lid. @@ -2303,7 +2143,7 @@ f. het bij de uitslag betrekken van een keuzedeel waarin de student in het kader ### Artikel 7.4.6a -**1.** Een student aan wie geen diploma als bedoeld in artikel 7.4.6, eerste lid, of certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3, eerste lid, kan worden uitgereikt, maar die wel ten minste één waardering voor een onderdeel of voor een deel daarvan van de opleiding heeft behaald, ontvangt op zijn verzoek een door de examencommissie af te geven verklaring. +**1.** Een student die ten minste één waardering voor een onderdeel of voor een deel daarvan van de opleiding heeft behaald waarvoor geen diploma als bedoeld in artikel 7.4.6, eerste lid, of certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3, eerste lid, kan worden uitgereikt, ontvangt op zijn verzoek, een door de examencommissie af te geven verklaring. **2.** @@ -2311,7 +2151,7 @@ In afwijking van het eerste lid ontvangt de student, ook zonder een daartoe stre a. niet meer aan een instelling is ingeschreven, b. de leeftijd van drieëntwintig jaar nog niet heeft bereikt, en -c. niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs. +c. niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma vwo of havo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. **3.** Op de verklaring zijn in ieder geval opgenomen de onderdelen of de delen daarvan waarvoor op de datum van beëindiging van de opleiding door de student een waardering is behaald en de overige bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die per categorie van studenten kunnen verschillen. @@ -2364,7 +2204,7 @@ c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse **2.** Het bevoegd gezag voorziet in de klachtbehandeling met overeenkomstige toepassing van in elk geval de artikelen 9:3 tot en met 9:7, eerste lid, 9:8, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met e, en derde lid, eerste volzin, 9:9, 9:10, eerste lid, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, 9:11, 9:12, eerste lid, 9:12a, 9:15 en 9:16 van de Algemene wet bestuursrecht. -**3.** Het bevoegd gezag voorziet in een klachtencommissie die is belast met de behandeling van en advisering over klachten en die bestaat uit ten minste drie leden die geen deel uitmaken van een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onder w, waaronder een voorzitter die niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag. +**3.** Het bevoegd gezag voorziet in een klachtencommissie die is belast met de behandeling van en advisering over klachten en die bestaat uit ten minste drie leden die geen deel uitmaken van een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1 waaronder een voorzitter die niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag. **4.** Op een ieder die is betrokken bij de uitvoering van dit artikel is artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. @@ -2444,6 +2284,19 @@ Deze paragraaf is van toepassing op opleidingen voortgezet algemeen volwasseneno **6.** De artikelen 7.4.8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 7.4.8a, zijn van overeenkomstige toepassing. +**7.** + +Hoofdstuk 2, paragraaf 5, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 is van toepassing op de examens van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs: + +a. met uitzondering van de artikelen 2.51, eerste tot en met vijfde lid, 2.51a, 2.59, 2.60, eerste lid, onder d, tweede tot en met vierde lid, 2.60b, eerste tot en met derde lid, 2.60c, tweede en derde lid, 2.60d, 2.62 tot en met 2.64; +b. met dien verstande dat: + +1°. «de rector of directeur» en «het bevoegd gezag» worden gelezen als «de examencommissie», behalve in de artikelen 2.52, 2.53, 2.54 en 2.55, eerste lid; +2°. de examencommissie de uitslag van het eindexamen vaststelt; +3°. de examencommissie de cijferlijsten, diploma’s, getuigschriften en certificaten tekent; +4°. de examencommissie een examenreglement vaststelt alsmede jaarlijks een programma van toetsing en afsluiting vaststelt; +5°. de examencommissie de vaststelling van een wijziging van het programma van toetsing en afsluiting na 1 oktober aan de kandidaten en de inspectie zendt. + #### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's ### Artikel 7.4.12 @@ -2538,16 +2391,11 @@ Vervallen **2.** Bij ministeriële regeling kan een maximum aantal beroepsopleidingen worden vastgesteld waarvoor de betrokkene zich kan aanmelden. -**3.** - -Dit artikel is niet van toepassing op: - -a. een student die zich aanmeldt bij een andere beroepsopleiding dan die waar hij oorspronkelijk was ingeschreven maar kan aantonen dat de aanmelding het gevolg is van een beëindiging van de inschrijving op grond van artikel 8.1.7a, op een zodanig tijdstip dat hij zich niet kon aanmelden uiterlijk 1 april voorafgaand aan het studiejaar waarvoor hij zich wenst in te schrijven; en -b. studenten aan een experiment doorlopende leerlijnen vmbo-mbo als bedoeld in het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022. +**3.** Dit artikel is niet van toepassing op een deelnemer die zich aanmeldt bij een andere beroepsopleiding dan die waar hij oorspronkelijk was ingeschreven en kan aantonen dat de aanmelding het gevolg is van een beëindiging van de inschrijving op grond van artikel 8.1.7a, op een zodanig tijdstip dat hij zich niet kon aanmelden uiterlijk 1 april voorafgaand aan het studiejaar waarvoor hij zich wenst in te schrijven. ### Artikel 8.0.2 -**1.** Het bevoegd gezag geeft jaarlijks op welke vavo-studenten die aan die instelling een opleiding voor voortgezet algemeen volwassenen onderwijs gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs volgen, naar verwachting het aankomend studiejaar hun opleiding zullen vervolgen aan een beroepsopleiding. De opgave wordt gedaan aan het college van burgemeester en wethouders van de woon- of verblijfplaats van deze vavo-studenten. Deze informatie wordt uitsluitend gebruikt om schooluitval bij de overgang naar het beroepsonderwijs te voorkomen. +**1.** Het bevoegd gezag geeft jaarlijks op welke vavo-studenten die aan die instelling een opleiding voor voortgezet algemeen volwassenen onderwijs gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 volgen, naar verwachting het aankomend studiejaar hun opleiding zullen vervolgen aan een beroepsopleiding. De opgave wordt gedaan aan het college van burgemeester en wethouders van de woon- of verblijfplaats van deze vavo-studenten. Deze informatie wordt uitsluitend gebruikt om schooluitval bij de overgang naar het beroepsonderwijs te voorkomen. **2.** Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van het eerste lid regels vastgesteld. Deze betreffen in ieder geval een specificatie van de bij de opgave te leveren gegevens, het tijdstip en de wijze waarop deze gegevens worden geleverd. @@ -2568,7 +2416,7 @@ d. of de betrokkene is ingeschreven. **4.** -Indien degene die zich aanmeldt niet in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 7 respectievelijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs en de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt, doet het bevoegd gezag waar betrokkene zich aanmeldt, zo snel mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders van de woon- of verblijfplaats van betrokkene, opgave van deze aanmelding en vermeldt daarbij: +Indien degene die zich aanmeldt niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma vwo of havo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of artikel 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt, doet het bevoegd gezag waar betrokkene zich aanmeldt, zo snel mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders van de woon- of verblijfplaats van betrokkene, opgave van deze aanmelding en vermeldt daarbij: a. of aan de betrokkene een onderwijsovereenkomst als bedoeld in artikel 8.1.3 is aangeboden; b. of de aanmelding in verband met de toepassing van artikel 8.1.1c niet tot inschrijving leidt; @@ -2616,7 +2464,7 @@ d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b **1b.** Voor de ho-student die zich heeft ingeschreven voor een associate degree-opleiding als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel m, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek geldt niet de verplichting, bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid, om gebruik te kunnen maken van de onderwijsvoorzieningen. -**2.** De inschrijving geschiedt voor een opleiding educatie of een onderdeel daarvan of voor een beroepsopleiding. In geval van een beroepsopleiding geschiedt de inschrijving voor een opleidingsdomein, een kwalificatiedossier of een kwalificatie. Bij de inschrijving worden alle gegevens vermeld die het bevoegd gezag nodig heeft om te kunnen voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, of ingeval van een beroepsopleiding, artikel 2.5.5a, tweede lid. +**2.** De inschrijving geschiedt voor een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of een onderdeel daarvan of voor een beroepsopleiding. In geval van een beroepsopleiding geschiedt de inschrijving voor een opleidingsdomein, een kwalificatiedossier of een kwalificatie. Bij de inschrijving worden alle gegevens vermeld die het bevoegd gezag nodig heeft om te kunnen voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, of ingeval van een beroepsopleiding, artikel 2.5.5a, tweede lid. **3.** De toelating tot beroepsopleidingen staat voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, uitsluitend open voor degenen voor wie de volledige leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969, is geëindigd. @@ -2663,7 +2511,16 @@ c. paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 niet meer op hem van toepassing is, en 1°. hij zich niet uiterlijk op de datum, genoemd in artikel 8.0.1, eerste lid, heeft aangemeld, voor zover het een opleiding betreft die start bij de aanvang van het op die datum volgende studiejaar, en voor zover het derde lid van dat artikel niet van toepassing is, of 2°. ten behoeve van hem geen studiekeuzeadvies is uitgebracht als bedoeld in artikel 8.0.4, voor zover het bevoegd gezag daartoe voor diegene verplichte intakeactiviteiten organiseert. -**4.** Indien een betrokkene niet kan worden ingeschreven op grond van het tweede lid, of omdat hij niet voldoet aan de voor die opleiding krachtens artikel 8.2.2a gestelde eisen, of, indien paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 op hem van toepassing is, omdat hij niet voldoet aan de in het derde lid, onderdeel c, onder 1° of 2° genoemde voorwaarden, biedt het bevoegd gezag deze de mogelijkheid zich te laten inschrijven aan een opleiding aan de instelling waarvoor de inschrijving wel mogelijk is, rekening houdend met diens voorkeuren. Dit geldt niet voor vakinstellingen als bedoeld in artikel 1.3.2a en agrarische opleidingscentra als bedoeld in artikel 1.3.3. +**4.** + +Het bevoegd gezag van een regionaal opleidingencentrum biedt een betrokkene de mogelijkheid zich te laten inschrijven aan een opleiding aan de instelling waarvoor de inschrijving wel mogelijk is, rekening houdend met diens voorkeuren, indien: + +a. de betrokkene niet wordt ingeschreven op grond van het tweede lid; +b. de betrokkene niet wordt ingeschreven omdat hij niet voldoet aan de voor die opleiding krachtens artikel 8.2.2a gestelde eisen; of +c. paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 op hem van toepassing is, en de betrokkene niet wordt ingeschreven: + +1°. omdat hij zich niet uiterlijk op de datum, genoemd in artikel 8.0.1, eerste lid, heeft aangemeld, voor zover het een opleiding betreft die start bij de aanvang van het op die datum volgende studiejaar, en voor zover het derde lid van dat artikel niet van toepassing is; of +2°. omdat ten behoeve van hem geen studiekeuzeadvies is uitgebracht als bedoeld in artikel 8.0.4, voor zover het bevoegd gezag daartoe voor diegene verplichte intakeactiviteiten organiseert. **5.** Bij een inschrijvingsbeperking als bedoeld in het tweede lid hanteert het bevoegd gezag geen toelatingscriteria waarbij aan betrokkenen die aan de vooropleidingseisen voor de desbetreffende opleiding voldoen, extra eisen worden gesteld aan hun geschiktheid. Onverminderd de vorige volzin, verleent het bevoegd gezag aan de inschrijving van betrokkenen die in overeenstemming met artikel 8.0.1, eerste lid, uiterlijk op 1 april voor de desbetreffende opleiding zijn aangemeld, voorrang. @@ -2779,7 +2636,7 @@ Vervallen **1.** Het bevoegd gezag stelt van iedere aan de instelling ingeschreven student of vavo-student die valt onder de werking van de Wet studiefinanciering 2000 of van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, vast, of deze student of vavo-student gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. In afwijking van de vorige volzin kan Onze Minister bepalen dat voor soorten van onderwijs als bedoeld in deze wet, de in die volzin bedoelde vaststelling wordt gedaan indien een ingeschreven student of vavo-student in een of meer vakken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. -**2.** Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van vier weken aan de student of vavo-student dat daarvan in de administratie van de instelling aantekening is gemaakt en verzoekt de student of vavo-student om opgaaf van de reden van de afwezigheid. Het bevoegd gezag doet daarbij mededeling van de opgave van de gegevens van de student of vavo-student, bedoeld in artikel 8.1.8a, eerste lid. +**2.** Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van vier weken aan de student of vavo-student dat daarvan in de administratie van de instelling aantekening is gemaakt en verzoekt de student of vavo-student om opgaaf van de reden van de afwezigheid. Het bevoegd gezag doet daarbij mededeling van de opgave van de gegevens van de student of vavo-student, bedoeld in artikel 8.1.8a. **3.** @@ -2827,7 +2684,7 @@ a. de student naar het oordeel van het bevoegd gezag, met inachtneming van de bi b. het bevoegd gezag heeft gezorgd voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede voortgang van de opleiding zijn gewaarborgd, en c. het bevoegd gezag de desbetreffende student een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven onder bepaling van een redelijke termijn waarbinnen de studieresultaten ten genoegen van het bevoegd gezag dienen te zijn verbeterd. -**3.** Van de student waarvan de onderwijsovereenkomst op grond van het tweede lid is ontbonden, wordt de inschrijving voor de desbetreffende opleiding aan de betrokken instelling beëindigd. De student kan niet opnieuw aan die instelling voor die opleiding worden ingeschreven. Het bevoegd gezag spant zich in de student te ondersteunen en begeleiden naar een andere opleiding al dan niet aan die instelling, rekening houdend met diens voorkeuren. Artikel 8.1.3, vijfde lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing op een student op wie de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is. Het bevoegd gezag biedt de student in elk geval de mogelijkheid zich te laten inschrijven aan een andere opleiding aan die instelling waarvoor de inschrijving wel mogelijk is. De vorige volzin geldt niet voor vakinstellingen als bedoeld in artikel 1.3.2a en agrarische opleidingscentra als bedoeld in artikel 1.3.3 of als het een student betreft op wie artikel 8.1.1c, derde lid, onderdeel a of b, van toepassing is. +**3.** Van de student waarvan de onderwijsovereenkomst op grond van het tweede lid is ontbonden, wordt de inschrijving voor de desbetreffende opleiding aan de betrokken instelling beëindigd. De student kan niet opnieuw aan die instelling voor die opleiding worden ingeschreven. Het bevoegd gezag spant zich in de student te ondersteunen en begeleiden naar een andere opleiding al dan niet aan die instelling, rekening houdend met diens voorkeuren. Artikel 8.1.3, vijfde lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing op een student op wie de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is. Het bevoegd gezag biedt de student in elk geval de mogelijkheid zich te laten inschrijven aan een andere opleiding aan die instelling waarvoor de inschrijving wel mogelijk is. De vorige volzin geldt niet voor beroepscolleges als bedoeld in artikel 1.3.2 of als het een student betreft op wie artikel 8.1.1c, derde lid, onderdeel a of b, van toepassing is. **4.** Het bevoegd gezag stelt ter uitvoering van de voorgaande leden nadere regels vast. Deze regels hebben in elk geval betrekking op de te behalen studieresultaten en de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid. @@ -2846,7 +2703,7 @@ c. het bevoegd gezag de desbetreffende student een schriftelijke waarschuwing he Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft van de gegevens van degene a. op wie de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is en die de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt, -b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs, en +b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.4 onderscheidenlijk artikel 2.5 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en c. die bij de instelling wordt verwijderd. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van het eerste lid. @@ -2910,7 +2767,7 @@ b. het diploma voorbereidend beroepsonderwijs, c. het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs – voorbereidend beroepsonderwijs, of d. de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. -**2.** Onverminderd artikel 8.2.1 kan een instelling voor de toelating tot een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, nadere vooropleidingseisen stellen, inhoudende dat het diploma van de student voldoet aan de profielen, bedoeld in de artikelen 10, 10b en 10d van de Wet op het voortgezet onderwijs, alsmede dat vakken en andere programmaonderdelen deel hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een diploma. +**2.** Onverminderd artikel 8.2.1 kan een instelling voor de toelating tot een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, nadere vooropleidingseisen stellen, inhoudende dat het diploma van de student voldoet aan de profielen, bedoeld in de artikelen 2.25, 2.26 en 2.27 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, alsmede dat vakken en andere programmaonderdelen deel hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een diploma. **3.** Indien een instelling gebruik maakt van de bevoegdheid bedoeld in het tweede lid kunnen uitsluitend nadere vooropleidingseisen worden gesteld die bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar categorieën van studenten, dan wel kan worden bepaald dat de nadere vooropleidingseisen niet van toepassing zijn op categorieën van studenten. @@ -2920,7 +2777,7 @@ d. de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. ### Artikel 8.2.2a -**1.** Indien de uitoefening van het beroep of de beroepen waarop een opleiding voorbereidt, dan wel de organisatie en de inrichting van het onderwijs, specifieke eisen stellen ten aanzien van kennis of vaardigheden die niet of niet in voldoende mate onderdeel zijn van het voortgezet onderwijs, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, of scholen en instellingen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra respectievelijk specifieke eisen stellen ten aanzien van de eigenschappen van de student, kunnen bij ministeriële regeling opleidingen worden aangewezen die op daarbij aangegeven gronden eisen kunnen stellen in aanvulling op de eisen, bedoeld in artikel 8.2.1 en 8.2.2. +**1.** Indien de uitoefening van het beroep of de beroepen waarop een opleiding voorbereidt, dan wel de organisatie en de inrichting van het onderwijs, specifieke eisen stellen ten aanzien van kennis of vaardigheden die niet of niet in voldoende mate onderdeel zijn van het voortgezet onderwijs, bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, of het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in de Wet op de expertisecentra respectievelijk specifieke eisen stellen ten aanzien van de eigenschappen van de student, kunnen bij ministeriële regeling opleidingen worden aangewezen die op daarbij aangegeven gronden eisen kunnen stellen in aanvulling op de eisen, bedoeld in artikel 8.2.1 en 8.2.2. **2.** Het bevoegd gezag stelt een regeling vast voor de selectiecriteria en de selectieprocedure en stelt deze uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar waar deze voor geldt, voor een ieder beschikbaar. De selectiecriteria kunnen uitsluitend eisen bevatten die direct verband houden met de gronden, bedoeld in het eerste lid. @@ -2935,15 +2792,15 @@ d. de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b, van toepassing is en a. die het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 8.1.7, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, of -b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. +b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. -**2.** Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a, een schooldiploma als bedoeld in artikel 14d of 14g van de Wet op de expertisecentra of een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 29a van de Wet op het voortgezet onderwijs en werkzaam is op grond van een arbeidsovereenkomst. +**2.** Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a, een schooldiploma als bedoeld in artikel 14d of 14g van de Wet op de expertisecentra of een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.58, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en werkzaam is op grond van een arbeidsovereenkomst. ### Artikel 8.3.2 **1.** Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge artikel 8.1.8 heeft gemeld of waarover zij op grond van artikel 21, eerste en derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in artikel 8.3.1 bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969. Burgemeester en wethouders volgen de deelname aan onderwijs en arbeidsmarkt van de personen, bedoeld in artikel 8.3.1, tweede lid, die de leeftijd van 23 jaren nog niet hebben bereikt. Voor de uitvoering van de eerste, tweede en vierde volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld. -**2.** Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, scholen en instellingen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten. +**2.** Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, scholen en instellingen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten. **3.** @@ -2993,21 +2850,21 @@ Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 17a, negende li ### Artikel 8.4.1 -**1.** Leer-werktrajecten als bedoeld in artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs en het bevoegd gezag van een instelling. +**1.** Leer-werktrajecten als bedoeld in artikel 2.103 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 en het bevoegd gezag van een instelling. -**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 10b7 van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 2.104 van de Wet voortgezet onderwijs 2020. ### Artikel 8.4.2 -**1.** De entreeopleiding, bedoeld in artikel 10b8 van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. +**1.** De entreeopleiding, bedoeld in artikel 2.102, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020. -**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 10b9 van de Wet op het voorgezet onderwijs. +**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan het gestelde bij of krachtens artikel 2.102, vijfde lid en zevende lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. ### Artikel 8.4.3 -**1.** De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 10b21 van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**1.** De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 2.107l van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020. -**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 10b21 in samenhang met artikel 10b11 van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 2.107l in samenhang met artikel 2.107b van de Wet voortgezet onderwijs 2020. **3.** Titel 8.5a van overeenkomstige toepassing op een geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding. @@ -3015,29 +2872,29 @@ Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 17a, negende li ### Artikel 8.5.1 -**1.** Leer-werktrajecten, ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, dan wel ingevolge artikel 59a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd en het bevoegd gezag van een instelling. +**1.** Leer-werktrajecten, ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, dan wel ingevolge artikel 2.71, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd en het bevoegd gezag van een instelling. -**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 10b7 van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 2.104 van de Wet voortgezet onderwijs 2020. ### Artikel 8.5.2 -**1.** De entreeopleiding, ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, dan wel ingevolge artikel 59a, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd. +**1.** De entreeopleiding, ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, dan wel ingevolge artikel 2.71, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd. -**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 10b9, eerste en tweede lid, van de Wet op de voortgezet onderwijs. +**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan het gestelde bij of krachtens artikel 2.102, vijfde lid en zevende lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. ### Artikel 8.5.3 -**1.** De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra dan wel artikel 59a van de Wet op het voortgezet onderwijs, in samenhang met artikel 10b21, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd. +**1.** De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra dan wel artikel 2.71 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, in samenhang met artikel 2.107l, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd. -**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra in samenhang met artikel 10b11 van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra in samenhang met artikel 2.107b van de Wet voortgezet onderwijs 2020. **3.** Titel 8.5a van overeenkomstige toepassing op de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 8.5.4 -**1.** De doorlopende leerroute ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra dan wel artikel 59a van de Wet op het voortgezet onderwijs, in samenhang met artikel 10b10, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd. +**1.** De doorlopende leerroute ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra dan wel artikel 2.71 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, in samenhang met artikel 2.107a, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd. -**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra in samenhang met artikel 10b11 van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra in samenhang met artikel 2.107b van de Wet voortgezet onderwijs 2020. **3.** Titel 8.5a is van overeenkomstige toepassing op een doorlopende leerroute als bedoeld in het eerste lid. @@ -3045,15 +2902,13 @@ Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 17a, negende li ### Artikel 8.5a.1 -In deze titel wordt verstaan onder: - -– *school:* school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs of school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van die wet. +In deze titel wordt verstaan onder school: school voor mavo als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of school voor vbo als bedoeld in artikel 2.7 van die wet. ### Artikel 8.5a.2 **1.** Het bevoegd gezag van een instelling kan een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, c en d, aanbieden in een doorlopende leerroute vmbo-mbo. -**2.** Een doorlopende leerroute vmbo-mbo is een onderwijsprogramma vanaf het derde leerjaar aan een school, dat opleidt tot zowel een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs als het diploma van een basisberoepsopleiding, vakopleiding of middenkaderopleiding. +**2.** Een doorlopende leerroute vmbo-mbo is een onderwijsprogramma vanaf het derde leerjaar aan een school, dat opleidt tot zowel een diploma vmbo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 als het diploma van een basisberoepsopleiding, vakopleiding of middenkaderopleiding. **3.** @@ -3067,15 +2922,13 @@ c. de kaderberoepsgerichte, gemengde of theoretische leerweg en een middenkadero **1.** Een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt verzorgd door het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school gezamenlijk op grond van een samenwerkingsovereenkomst. -**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid voldoet aan artikel 10b11, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid voldoet aan artikel 2.107b, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. -**3.** Indien de doorlopende leerroute vmbo-mbo volledig wordt verzorgd binnen een verticale scholengemeenschap of een agrarisch opleidingscentrum regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, genoemd in artikel 10b11, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, met uitzondering van de onderdelen h en i van dat lid. +**3.** Indien de doorlopende leerroute vmbo-mbo volledig wordt verzorgd binnen een verticale scholengemeenschap regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, genoemd in artikel 2.107b, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van de onderdelen h en i van dat lid. ### Artikel 8.5a.4 -**1.** Het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school melden gezamenlijk aan Onze Minister dat zij een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden. - -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een agrarisch opleidingscentrum dat een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbiedt. +Het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school melden gezamenlijk aan Onze Minister dat zij een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden. ### Artikel 8.5a.5 @@ -3120,7 +2973,7 @@ c. een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, en wel **1.** -In afwijking van de artikelen 9 en 10a van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 7.2.4a, derde lid, onderdelen b tot en met d, en vierde lid, bedraagt de studieduur van een doorlopende leerroute vmbo-mbo vanaf het derde leerjaar aan een school: +In afwijking van de artikelen 2.6, derde lid, en 2.7, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.2.4a, derde lid, onderdelen b tot en met d, en vierde lid, bedraagt de studieduur van een doorlopende leerroute vmbo-mbo vanaf het derde leerjaar aan een school: a. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een eenjarige basisberoepsopleiding ten minste twee en ten hoogste drie volledige studiejaren; b. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een tweejarige basisberoepsopleiding of tweejarige vakopleiding ten minste drie en ten hoogste vier volledige studiejaren; @@ -3133,7 +2986,7 @@ d. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een m **1.** -In afwijking van artikel 6g, derde en vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 7.2.7, derde lid, onderdelen b, c en d, en achtste lid omvat het gehele onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg deel uitmaakt: +In afwijking van artikel 2.38, derde en vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.2.7, derde lid, onderdelen b, c en d, en achtste lid omvat het gehele onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg deel uitmaakt: a. bij een studieduur van twee volledige studiejaren ten minste 2.000 klokuren, waarvan ten minste 1.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 250 klokuren aan beroepspraktijkvorming; b. bij een studieduur van drie volledige studiejaren ten minste 3.000 klokuren, waarvan ten minste 2.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 250 klokuren aan beroepspraktijkvorming; @@ -3143,13 +2996,13 @@ e. bij een studieduur van zes volledige studiejaren ten minste 6.000 klokuren, w **2.** Het bevoegd gezag van de instelling en het bevoegd gezag van de school kunnen gezamenlijk een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid. -**3.** Ten aanzien van het derde studiejaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder begeleide onderwijsuren mede verstaan: onderwijstijd als bedoeld in artikel 6g van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**3.** Ten aanzien van het derde studiejaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder begeleide onderwijsuren mede verstaan: onderwijstijd als bedoeld in artikel 2.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020. ### Artikel 8.5a.12 **1.** -In afwijking van artikel 6g, derde en vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 7.2.7, vierde lid, eerste volzin, en onverminderd artikel 8.1.1, derde lid, omvat het gehele onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg deel uitmaakt: +In afwijking van artikel 2.38, derde en vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.2.7, vierde lid, eerste volzin, en onverminderd artikel 8.1.1, derde lid, omvat het gehele onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg deel uitmaakt: a. bij een studieduur van twee volledige studiejaren ten minste 1.850 klokuren, waarvan ten minste 900 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren aan beroepspraktijkvorming; b. bij een studieduur van drie volledige studiejaren ten minste 2.850 klokuren, waarvan ten minste 2.200 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren aan beroepspraktijkvorming; @@ -3159,11 +3012,11 @@ e. bij een studieduur van zes volledige studiejaren ten minste 5.400 klokuren, w **2.** Het bevoegd gezag van de instelling en het bevoegd gezag van de school kunnen gezamenlijk een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid. -**3.** Ten aanzien van het derde studiejaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder begeleide onderwijsuren mede verstaan: onderwijstijd als bedoeld in artikel 6g van de Wet op het voortgezet onderwijs. +**3.** Ten aanzien van het derde studiejaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder begeleide onderwijsuren mede verstaan: onderwijstijd als bedoeld in artikel 2.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020. ### Artikel 8.5a.13 -Voor de vakoverstijgende delen van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 8.5a.9, eerste lid, onderdeel a, en voor de delen van het onderwijsprogramma die een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, bedoeld 8.5a.9, eerste lid, onderdeel c, kan, voor zover wordt voldaan aan artikel 33, lid 5a en 5b, van de Wet op het voortgezet onderwijs, worden gewerkt met teams die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van dat deel van het onderwijsprogramma. +Voor de vakoverstijgende delen van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 8.5a.9, eerste lid, onderdeel a, en voor de delen van het onderwijsprogramma die een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, bedoeld 8.5a.9, eerste lid, onderdeel c, kan, voor zover wordt voldaan aan artikel 7.13a van de Wet voortgezet onderwijs 2020, worden gewerkt met teams die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van dat deel van het onderwijsprogramma. ### Artikel 8.5a.14 @@ -3221,15 +3074,19 @@ g. de voorwaarden waaronder een andere instelling partij kan worden bij de samen ### Artikel 8a.1.1 +**1.** + In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. studentenraad: de studentenraad, bedoeld in artikel 8a.1.2, eerste lid; b. reglement: het reglement voor de raad, bedoeld in artikel 8a.3.1, eerste lid; c. commissie: de landelijke geschillencommissie medezeggenschap, bedoeld in artikel 8a.4.1, eerste lid. +**2.** Voor de toepassing van hoofdstuk 8a wordt onder student mede begrepen een leerling van een school die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap. + ### Artikel 8a.1.2 -**1.** Aan elke instelling is een studentenraad verbonden. De studentenraad behartigt de belangen van de studenten en vavo-studenten in de instelling. +**1.** Aan elke instelling en aan elke school die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap is een studentenraad verbonden. De studentenraad behartigt de belangen van de studenten en vavo-studenten in de instelling en van de leerlingen in de school. **2.** De studentenraad bestaat uit een oneven aantal leden die uit en door de studenten en vavo-studenten worden gekozen. @@ -3243,13 +3100,17 @@ c. commissie: de landelijke geschillencommissie medezeggenschap, bedoeld in arti ### Artikel 8a.1.3 -**1.** Indien ten minste 25 ouders van studenten en vavo-studenten van een regionaal opleidingencentrum daarom verzoeken, stelt het bevoegd gezag een ouderraad in. Indien van de eerste volzin gebruik wordt gemaakt, legt het bevoegd gezag de bevoegdheden van de ouderraad vast in het medezeggenschapsstatuut, na overleg met de ouders die het verzoek hebben ingediend. Op een ouderraad als bedoeld in de eerste volzin, is artikel 8a.1.2, met uitzondering van het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. +**1.** Indien ten minste 25 ouders van vavo-studenten of studenten van een instelling daarom verzoeken, stelt het bevoegd gezag een ouderraad in. -**2.** Aan een agrarisch opleidingscentrum en aan een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, is een ouderraad verbonden. Een ouderraad als bedoeld in de eerste volzin, behartigt in het bijzonder de belangen van de studenten in de leeftijd tot 18 jaar. +**2.** Aan elke verticale scholengemeenschap is een ouderraad verbonden. -**3.** Indien een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs zich met een regionaal opleidingencentrum verenigt tot een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, vormt het in de Wet medezeggenschap op scholen bedoelde, uit en door de ouders gekozen deel van de medezeggenschapsraad van die school voor voortgezet onderwijs de eerste ouderraad van de scholengemeenschap. Indien een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs zich met een agrarisch opleidingscentrum verenigt tot een scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, vormen de ouderraad van het agrarisch opleidingscentrum, bedoeld in het tweede lid, en het in de Wet medezeggenschap op scholen bedoelde, uit en door de ouders gekozen deel van de medezeggenschapsraad van die school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs gezamenlijk de eerste ouderraad van de scholengemeenschap. +**3.** De ouderraad behartigt in het bijzonder de belangen van de minderjarigen die onderwijs volgen. -**4.** Het bevoegd gezag legt de bevoegdheden van een ouderraad vast in het medezeggenschapsstatuut. Voor de vaststelling is artikel 8a.2.2, derde lid, aanhef en onderdeel a, van overeenkomstige toepassing op een ouderraad. Op een ouderraad zijn artikel 8a.2.1, vierde lid, en titel 4 van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing. +**4.** Indien een instelling zich met een school of scholengemeenschap verenigt tot een verticale scholengemeenschap, maakt de oudergeleding van de medezeggenschapsraad van die school van rechtswege deel uit van de ouderraad tot de eerstvolgende verkiezingen. + +**5.** Het bevoegd gezag legt de bevoegdheden van een ouderraad vast in het medezeggenschapsstatuut. Indien een situatie als bedoeld in het vierde lid zich voordoet, wordt het medezeggenschapsstatuut binnen vier maanden opnieuw vastgesteld. + +**6.** Op de ouderraad zijn de artikelen 8a.1.1, 8a.1.2, met uitzondering van het eerste lid, 8a.2.1, 8a.2.2, derde lid, aanhef en onderdeel a, en titel 4 van hoofdstuk 8a van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 8a.1.4 @@ -3288,7 +3149,7 @@ a. hetgeen wordt verstaan onder hoofdlijnen van de jaarlijkse begroting; b. situaties waarin het instemmingsrecht, bedoeld in het eerste lid, niet wordt uitgeoefend; c. de termijn waarbinnen tot instemming of onthouding van de instemming moet worden besloten. -### Titel 2. Bevoegdheden van de studentenraad +### Titel 2. Bevoegdheden studentenraad en ouderraad ### Artikel 8a.2.1 @@ -3331,7 +3192,9 @@ k. de regels op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn voor zover deze l. het reglement voor de studentenraad, met inachtneming van artikel 8a.3.1, derde lid; m. het onderwijsprogramma indien dit minder uren als bedoeld in artikel 7.2.7, derde of vierde lid, omvat; n. het beleid met betrekking tot het beperkt en beheersbaar houden van de middelen die van de studenten en vavo-studenten worden gevraagd voor schoolkosten die door het bevoegd gezag noodzakelijk worden bevonden; -o. het beleid bij de toepassing van artikel 8.1.5. +o. het beleid bij de toepassing van artikel 8.1.5; +p. het vaststellen of wijzigen van een examenreglement voor een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 2.60 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020; +q. het vaststellen of wijzigen van een programma van toetsing en afsluiting voor een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in de artikelen 2.60a tot en met 2.60c van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020. **4.** @@ -3360,6 +3223,28 @@ d. de studentenraad, indien het bevoegd gezag het advies niet of niet geheel wil De studentenraad neemt voorafgaand aan de uitoefening van de adviesbevoegdheid, bedoeld in artikel 8a.2.2, vierde lid, onder a, voor zover het betreft fusie en overdracht van de instelling, kennis van de opgestelde fusie-effectrapportage, bedoeld in artikel 2.1.10, derde lid. +### Artikel 8a.2.4 + +**1.** + +Een ouderraad van een verticale scholengemeenschap heeft instemmingsbevoegdheid met betrekking tot voorgenomen beslissingen van het bevoegd gezag ten aanzien van: + +a. de vaststelling van de schoolgids voor een school; +b. de vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van de ouders wordt gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat dan wel zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan; +c. de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het beheersbaar houden van de middelen die van de ouders worden gevraagd voor schoolkosten, met uitzondering van lesmateriaal als bedoeld in artikel 6 e, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, die door het bevoegd gezag noodzakelijk worden bevonden; +d. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van ouders; +e. vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen het bevoegd gezag en ouders. + +**2.** + +De ouderraad van een verticale scholengemeenschap heeft adviesbevoegdheid met betrekking tot voorgenomen beslissingen van het bevoegd gezag ten aanzien van: + +a. regeling van de gevolgen voor ouders met betrekking tot een aangelegenheid omtrent beëindiging, belangrijke inkrimping, uitbreiding van werkzaamheden van een school of een belangrijk onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; +b. regeling van de gevolgen voor ouders van het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere school of instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake; +c. verandering of omzetting van de grondslag van de school, of een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake. + +**3.** Artikel 8a.2.2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. + ### Titel 3. Reglement studentenraad ### Artikel 8a.3.1 @@ -3531,8 +3416,6 @@ Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 2 van de bij de Algemen **3.** Onze Minister kan de rijksbijdrage wederom toekennen, indien blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste of tweede lid is vervallen. -**4.** Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing indien het bevoegd gezag van een agrarisch opleidingscentrum ten aanzien van het voorbereidend beroepsonderwijs dat in de instelling wordt verzorgd, in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs. - ### Artikel 11.2 **1.** Het is anderen dan de instellingen die daartoe ingevolge deze wet gerechtigd zijn, verboden onderwijs aan te bieden of te verzorgen, dan wel examinering te verzorgen, onder de naam van een in het Centraal register opgenomen beroepsopleiding. @@ -3589,7 +3472,7 @@ b. artikel 1 de Les- en cursusgeldwet; c. artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering 2000; d. artikel 1.1 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. -**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband tussen een instelling en een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een instelling als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Bij samenwerking met een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs kan voor die school worden afgeweken van titel II, afdeling I, hoofdstuk I en van titel III, afdeling II, van die wet. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs onderscheidenlijk de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking. +**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband tussen een instelling en een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een instelling als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Bij samenwerking met een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 kan voor die school worden afgeweken van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van hoofdstuk 3, paragrafen 7 en 10, en de hoofdstukken 4, 6 en 9 van die wet. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de Wet voortgezet onderwijs 2020 onderscheidenlijk de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking. ## Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen @@ -3625,15 +3508,23 @@ De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de ar ### Artikel 12.2.3 -De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als verticale scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.1. +De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 6.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, aangemerkt als verticale scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.1. ### Artikel 12.2.4 -Vervallen +**1.** De agrarische opleidingscentra als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs zijn van rechtswege omgezet in verticale scholengemeenschappen als bedoeld in artikel 2.6.1. + +**2.** De verticale scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid omvat een beroepscollege en een school voor vbo. + +**3.** Scholengemeenschappen in de zin van artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals die bepaling luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs die een agrarisch opleidingscentrum en een school voor mavo of een school voor praktijkonderwijs omvatten als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de hiervoor genoemde wet, zijn van rechtswege omgezet in verticale scholengemeenschappen, bestaande uit in ieder geval een beroepscollege en een school voor vbo, alsmede, afhankelijk van het geval, een school voor mavo of een school voor praktijkonderwijs. + +**4.** Indien bij de omzetting van het agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in het derde lid ten minste een school voor vbo en een school voor mavo resteren, worden beide scholen aangemerkt als een scholengemeenschap. + +**5.** De vorming van een verticale scholengemeenschap ingevolge dit artikel brengt geen wijzigingen aan in het aanbod van profielen of ander voortgezet onderwijs of in het aanbod aan kwalificaties en niveaus van beroepsonderwijs. ### Artikel 12.2.5 -De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de artikelen 23b, tweede lid, en 29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in artikel 7.3.4, met ingang van 1 januari 1996 op artikel 7.3.4, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 7.4.11, derde en zevende lid. +Vervallen ### Artikel 12.2.6