diff --git a/wet/huursubsidiewet/BWBR0008659/README.md b/wet/huursubsidiewet/BWBR0008659/README.md index 3565990fab6..5acdf972ad7 100644 --- a/wet/huursubsidiewet/BWBR0008659/README.md +++ b/wet/huursubsidiewet/BWBR0008659/README.md @@ -64,26 +64,22 @@ Vervallen **1.** -In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt verstaan onder rekenhuur: de huurprijs die de huurder per maand is verschuldigd, of, als dat lager is dan de huurprijs, een bedrag dat gelijk is aan de maximale huurprijsgrens, bedoeld in de krachtens de artikelen 10, eerste lid, en 12, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte daarover gestelde regels +In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt verstaan onder rekenhuur: de huurprijs die de huurder per maand is verschuldigd, of, als dat lager is dan de huurprijs, een bedrag dat gelijk is aan de maximale huurprijsgrens, bedoeld in de krachtens de artikelen 10, eerste lid, en 12, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte daarover gestelde regels, vermeerderd met: -a. verminderd met het bedrag dat daarin is begrepen voor een bedrijfsruimte die tot de woning behoort, -b. verminderd met € 22 per maand voor een garage die bij de woning behoort, -c. vermeerderd met een bedrag voor door de huurder verschuldigde servicekosten, en -d. in geval van huur van een woonwagen vermeerderd met het bedrag dat verschuldigd is voor de huur van de standplaats, verminderd met het bedrag dat daarin is begrepen voor een bedrijfsruimte. +a. een bedrag voor door de huurder verschuldigde servicekosten, en +b. in geval van huur van een woonwagen het bedrag dat verschuldigd is voor de huur van de standplaats. **2.** Bij de toepassing van het eerste lid kan het in de aanhef van dat lid laatstbedoelde bedrag slechts in plaats van de verschuldigde huurprijs in aanmerking worden genomen nadat, op verzoek van de Belastingdienst/Toeslagen, de huurcommissie, dan wel de voorzitter van de huurcommissie, aan de Belastingdienst/Toeslagen en aan de huurder advies heeft uitgebracht, dan wel een verklaring heeft verstrekt, over de redelijk te achten huurprijs. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent die verklaring nadere regels worden gesteld. **3.** -Als servicekosten als bedoeld in het eerste lid, onder c, worden uitsluitend in aanmerking genomen: +Als servicekosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden uitsluitend in aanmerking genomen: a. kosten voor het in bedrijf zijn van lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties, en van verlichting van door de huurder met anderen gemeenschappelijk gebruikte ruimten, met een maximum van € 12 per maand; b. schoonmaakkosten van de lift en andere gemeenschappelijke ruimten, met een maximum van € 12 per maand; c. de kosten voor de diensten van een huismeester, met een maximum van € 12 per maand; d. kapitaals- en onderhoudskosten van dienstruimten en gemeenschappelijke recreatieruimten, met een maximum van € 12 per maand. -**4.** Als de huurder een deel van de woning heeft verhuurd, geldt als rekenhuur het bedrag, berekend overeenkomstig de voorgaande leden, verminderd met 25 procent van dat bedrag. - ### Artikel 6 Vervallen @@ -114,8 +110,8 @@ Een huurtoeslag wordt slechts toegekend aan een huurder die meerderjarig is. Een huurtoeslag wordt slechts toegekend: -a. als de huurder, diens partner alsmede degenen die medebewoner of onderhuurder van de woning zijn, op het adres van die woning zijn ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; -b. als op dat adres geen andere personen staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, behoudens eventueel personen die behoren tot het huishouden van de onderhuurder. +a. als de huurder, diens partner alsmede degenen die medebewoner van de woning zijn, op het adres van die woning zijn ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; +b. als op dat adres geen andere personen staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, behoudens eventueel een onderhuurder en personen die behoren tot diens huishouden. **2.** In afwijking van het eerste lid kan een huurtoeslag worden toegekend, als de onjuiste inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens niet aan de huurder kan worden toegerekend. @@ -151,7 +147,7 @@ Vervallen **1.** -Geen huurtoeslag wordt toegekend als de rekenhuur, vermeerderd met het bedrag dat daarop eventueel krachtens artikel 5, vierde lid, in mindering wordt gebracht: +Geen huurtoeslag wordt toegekend als de rekenhuur: a. hoger is dan € 565,44 per 1 juli 2009: € 647,53 per maand als: @@ -171,7 +167,7 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als over de maa **3.** Als een huurtoeslag wordt toegekend met toepassing van het tweede lid, ontvangt de huurder geen huurtoeslag voor het deel van de rekenhuur dat ligt boven het maximum dat in het eerste lid is genoemd. -**4.** De in het eerste lid, onder a en b, genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27. +**4.** De in het eerste lid, onder a en b, genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27. ### Paragraaf 4. Eisen aan de financiële positie @@ -181,10 +177,10 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als over de maa Het norminkomen bedraagt: -a. € 16 948,69 per 1 januari 2009: € 20 975 bij een eenpersoonshuishouden; -b. € 22 711,70 per 1 januari 2009: € 28 475 bij een meerpersoonshuishouden; -c. € 15 042,81 per 1 januari 2009: € 18 678,34 bij een eenpersoonsouderenhuishouden; -d. € 19 625,99 per 1 januari 2009: € 24 725,58 bij een meerpersoonsouderenhuishouden. +a. € 16 948,69 per 1 januari 2010: € 21 450 bij een eenpersoonshuishouden; +b. € 22 711,70 per 1 januari 2010: € 29 125 bij een meerpersoonshuishouden; +c. € 15 042,81 per 1 januari 2010: € 19 100,27 bij een eenpersoonsouderenhuishouden; +d. € 19 625,99 per 1 januari 2010: € 25 284,11 bij een meerpersoonsouderenhuishouden. **2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet, per kalenderjaar, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, onderscheidenlijk twee maal dat bedrag, en verder vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462. @@ -192,10 +188,10 @@ d. € 19 625,99 per 1 januari 2009: € 24 725,58 bij een meerpersoonsouderenhu Geen huurtoeslag wordt toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt dan: -b. het norminkomen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, of -c. de som van de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c of d, en bedoeld in het tweede lid. +a. het norminkomen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, of +b. de som van de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c of d, en bedoeld in het tweede lid. -**4.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27. +**4.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27. ### Artikel 15 @@ -229,7 +225,7 @@ De normhuur, bedoeld in het tweede lid, wordt verlaagd met: a. € 1,82 als sprake is van een eenpersoonsouderenhuishouden, en b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden. -**4.** Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27. +**4.** Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27. ### Artikel 18 @@ -237,10 +233,10 @@ b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonsouderenhuishouden. Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt: -a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 januari 2009: € 21 925; -b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 januari 2009: € 28 400; -c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 januari 2009: € 20 725; -d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 januari 2009: € 27 825. +a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 997,44 per 1 januari 2010: € 22 275; +b. voor een meerpersoonshuishouden: € 20 283,98 per 1 januari 2010: € 28 900; +c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 770,55 per 1 januari 2010: € 20 950; +d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 922,64 per 1 januari 2010: € 28 100. **2.** Voor de toepassing van het derde lid en van artikel 19, tweede lid, worden de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462. @@ -275,7 +271,7 @@ Y: het rekeninkomen. **3.** De overeenkomstig het tweede lid berekende normhuur wordt naar boven afgerond op hele eurocenten. -**4.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 januari en 1 juli, de factoren, bedoeld in het tweede lid, herzien. +**4.** Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari van elk jaar de factoren, bedoeld in het tweede lid, gewijzigd. ### Paragraaf 2. Kwaliteitskortings- en aftoppingsgrens @@ -287,10 +283,10 @@ Y: het rekeninkomen. De aftoppingsgrens is: -a. a. € 427,46 per 1 juli 2009: € 511,50 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat; -b. b. € 458,32 per 1 juli 2009: € 548,18 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat. +a. € 427,46 per 1 juli 2009: € 511,50 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat; +b. € 458,32 per 1 juli 2009: € 548,18 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat. -**3.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 27. +**3.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27. ### Paragraaf 3. Berekening van de huurtoeslag @@ -370,30 +366,23 @@ Vervallen ### Artikel 27 -**1.** +**1.** Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari van elk jaar de bedragen, genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onderdeel a (maximale huurgrens), en 14, eerste lid (norminkomen), gewijzigd met de factor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat in het eerste en tweede lid van laatstgenoemd artikel voor «kalenderjaar» telkens wordt gelezen «berekeningsjaar» en dat in het tweede lid van dat artikel voor «Consumentenprijsindex Alle Huishoudens afgeleid» wordt gelezen «Consumentenprijsindex Alle Huishoudens». -Met ingang van 1 juli van elk jaar worden aangepast aan de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van dat jaar tot 1 juli van het daaropvolgende jaar zal plaatsvinden: +**2.** Naast de wijziging op grond van het eerste lid kan het bedrag, genoemd in artikel 14, eerste lid (norminkomen), bij ministeriële regeling worden gewijzigd ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt. -a. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 17, tweede lid, (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur) en 18, derde lid, (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), bij algemene maatregel van bestuur, en -b. de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onder b, (maximale huurgrens) en 20, eerste en tweede lid, (kwaliteitskortings- en aftoppingsgrens), bij ministeriële regeling. +**3.** Bij ministeriële regeling worden, met ingang van 1 januari van elk jaar, de bedragen, genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onderdeel b (maximale huurgrens), 17, tweede lid (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur), 18, derde lid (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), en 20, eerste en tweede lid (kwaliteitskortingsgrens en aftoppingsgrenzen), gewijzigd met het percentage van de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van het aan het berekeningsjaar voorafgaande jaar tot 1 juli van het berekeningsjaar zal plaatsvinden. -Hierbij wordt een correctie aangebracht naar de mate waarin de huurprijsontwikkeling op 1 juli van het voorafgaande jaar afweek van de verwachting waarvan werd uitgegaan bij de eerdere aanpassing van deze bedragen. - -**2.** De in het eerste lid onder a genoemde bedragen kunnen, in afwijking van de aanhef van het eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast. Indien de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onder a, met ingang van 1 juli van enig jaar zijn aangepast op de wijze, bedoeld in het eerste lid, aanhef, en met ingang van 1 juli van het daaropvolgende jaar worden aangepast op de wijze, bedoeld in de eerste volzin, wordt toepassing gegeven aan het eerste lid, tweede volzin. - -**3.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, met ingang van 1 juli, het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onder a (maximale huurgrens), aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het jaar voorafgaande aan het berekeningsjaar, als in januari van het berekeningsjaar in de Staatscourant bekendgemaakt. - -**4.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 januari, de bedragen, genoemd in artikel 14, eerste lid (norminkomen), aangepast met de factor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat in het eerste en tweede lid van laatstgenoemd artikel voor «kalenderjaar» telkens wordt gelezen «berekeningsjaar» en dat in het tweede lid van dat artikel «, afgeleid» vervalt. Het norminkomen kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt. +**4.** In afwijking van het derde lid worden de bedragen, genoemd in de artikelen 17, tweede lid (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur), en 18, derde lid (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), bij ministeriële regeling met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand, naar redelijke verwachting wordt gewijzigd in het tijdvak dat loopt van 1 januari van het aan het berekeningsjaar voorafgaande jaar tot 1 januari van het berekeningsjaar, indien dat percentage lager is dan het in het derde lid bedoelde percentage. **5.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de hoogte vastgesteld van de bedragen, zoals die met ingang van 1 januari krachtens artikel 17, eerste lid, als minimum-inkomensijkpunten gelden. -**6.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 januari, de bedragen, genoemd in artikel 18, eerste lid (referentie-inkomensijkpunten), aangepast met het percentage, waarmee de in het berekeningsjaar verwachte corresponderende bedragen krachtens artikel 17, eerste lid, onderdelen a en b, en de in het berekeningsjaar verwachte corresponderende bedragen en tegemoetkomingen krachtens de onderdelen c en d van dat artikellid (minimum-inkomensijkpunten), afwijken van de corresponderende bedragen en tegemoetkomingen die in het daaraan voorafgaande berekeningsjaar gelden krachtens de in dat artikellid genoemde wetten. Van dit percentage kan worden afgeweken, voor zover de wijziging van de in artikel 17, eerste lid, bedoelde jaarinkomens onbedoeld afwijkt van de wijziging welke naar verwachting plaats zal vinden met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt. +**6.** Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari van elk jaar de bedragen, genoemd in artikel 18, eerste lid (referentie-inkomensijkpunten), gewijzigd met het percentage, waarmee de in het berekeningsjaar verwachte corresponderende bedragen krachtens artikel 17, eerste lid, onderdelen a en b, en de in het berekeningsjaar verwachte corresponderende bedragen en tegemoetkomingen krachtens de onderdelen c en d van dat artikellid (minimum-inkomensijkpunten), afwijken van de corresponderende bedragen en tegemoetkomingen die in het daaraan voorafgaande berekeningsjaar gelden krachtens de in dat artikellid genoemde wetten. Van dit percentage kan worden afgeweken, voor zover de wijziging van de in artikel 17, eerste lid, bedoelde jaarinkomens onbedoeld afwijkt van de wijziging welke naar verwachting plaats zal vinden met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt. -**7.** De bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de maximale huurgrens, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten. De norminkomens, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen a en b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonshuishoudens), de som van de bedragen, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonsouderenhuishoudens), en de bedragen, bedoeld in het vijfde en zesde lid van dit artikel, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Bij een volgende aanpassing van de norminkomens en de bedragen, bedoeld in de tweede volzin, wordt uitgegaan van de norminkomens en de bedragen zoals die waren, voordat zij werden afgerond. +**7.** De bedragen, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten, met uitzondering van de norminkomens, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen a en b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonshuishoudens), die naar boven worden afgerond op een veelvoud van € 25. De som van de bedragen, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonsouderenhuishoudens en de bedragen, bedoeld in het vijfde en zesde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Bij een volgende wijziging van de norminkomens en de bedragen, bedoeld in het zesde lid, wordt uitgegaan van de bedragen zoals die waren, voordat zij werden afgerond. -**8.** De minimum-inkomensijkpunten en de overeenkomstig het eerste tot en met zevende lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende referentie-inkomensijkpunten en maximale inkomensgrenzen, alsmede de als gevolg daarvan voor de onderscheiden typen huishouden gewijzigde factoren, bedoeld in artikel 19, tweede lid, en vanaf 1 juli geldende maximale huur-, kwaliteitskortings- en aftoppingsgrenzen, alsmede de voor de onderscheiden typen huishouden alsdan gewijzigde factoren, bedoeld in dat artikellid, worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand onderscheidenlijk 1 mei daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt. +**8.** De overeenkomstig het eerste tot en met zevende lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende minimum-inkomensijkpunten, referentie-inkomensijkpunten, maximale inkomensgrenzen, normhuren, de als gevolg daarvan voor de onderscheiden typen huishouden gewijzigde factoren, bedoeld in artikel 19, tweede lid, maximale huur-, kwaliteitskortings- en aftoppingsgrenzen, worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt. -**9.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 5, eerste lid, onder b, en derde lid, onder a, b, c en d (garage-aftrek en maximum-servicekosten), 16 (verhoging van de normhuur), 17, eerste lid, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onder a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en 18, vierde lid, onder a, b, c en d (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld. +**9.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 5, derde lid, onderdelen a, b, c, en d (maximum service-kosten), 16 (verhoging van de normhuur), 17, eerste lid, onderdelen c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onderdelen a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en 18, vierde lid, onderdelen a, b, c en d (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld. ## Hoofdstuk 6. Hulp- en informatiepunten @@ -533,7 +522,7 @@ De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt op verzoek aan burgemeester en wethouders ### Artikel 50 -De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 27, eerste lid, onder a, tweede lid, eerste volzin, en negende lid, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging acht weken zijn verstreken. +De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 27, negende lid, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en sedert die overlegging acht weken zijn verstreken. ## Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen