diff --git a/amvb/besluit-inburgering-2021/BWBR0045555/README.md b/amvb/besluit-inburgering-2021/BWBR0045555/README.md index 02488ae3eff..c052b29d434 100644 --- a/amvb/besluit-inburgering-2021/BWBR0045555/README.md +++ b/amvb/besluit-inburgering-2021/BWBR0045555/README.md @@ -18,6 +18,8 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *asielstatushouders:* inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet; - *B1-route:* de leerroute, bedoeld in artikel 7 van de wet; +- * Besluit inburgering:* + Besluit inburgering, zoals dat luidde de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit, tenzij anders is vermeld; - *cursus Nederlands als tweede taal:* door een cursusinstelling aangeboden cursus die een inburgeringsplichtige in staat stelt mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven, teneinde zijn leerroute te behalen; - *gezinsmigranten en overige migranten:* inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, van de wet; - *inburgeringscertificaat:* het certificaat, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de wet; @@ -151,7 +153,7 @@ b. voor het examen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste het ni **4.** Bij het participatieverklaringstraject worden door het college de aanwezigheid van de inburgeringsplichtige bij de inleiding op de Nederlandse kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring geregistreerd. -**5.** Indien in het kader van de brede intake door de inburgeringsplichtige activiteiten zijn verricht die voldoen aan het gestelde in dit artikel, kunnen deze bestede uren, in afwijking van artikel 5.3, vierde lid, in mindering worden gebracht op de urennorm, genoemd in het derde lid. +**5.** Indien in het kader van de brede intake door de inburgeringsplichtige activiteiten zijn verricht die voldoen aan het gestelde in dit artikel, kunnen deze bestede uren, in afwijking van artikel 5.3, vijfde lid, in mindering worden gebracht op de urennorm, genoemd in het derde lid. **6.** De tekst van de participatieverklaring, bedoeld in artikel 6, achtste lid, van de wet, is opgenomen als bijlage bij dit besluit. @@ -174,7 +176,7 @@ h. werkcultuur. **2.** De module Arbeidsmarkt en Participatie wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de inburgeringsplichtige en het college. -**3.** Indien in het kader van de brede intake door de inburgeringsplichtige activiteiten zijn verricht die voldoen aan het gestelde in dit artikel, kunnen deze bestede uren, in afwijking van artikel 5.3, vierde lid, in mindering worden gebracht op de voor de module Arbeidsmarkt en Participatie geldende urennorm. +**3.** Indien in het kader van de brede intake door de inburgeringsplichtige activiteiten zijn verricht die voldoen aan het gestelde in dit artikel, kunnen deze bestede uren, in afwijking van artikel 5.3, vijfde lid, in mindering worden gebracht op de voor de module Arbeidsmarkt en Participatie geldende urennorm. **4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderdelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, waaronder een urennorm. @@ -310,9 +312,9 @@ c. een eindgesprek met het college. **5.** De uren gemoeid met de module Arbeidsmarkt en Participatie en het participatieverklaringstraject worden in mindering gebracht op de urennorm, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. -**6.** Indien in het kader van de brede intake door de inburgeringsplichtige cursusuren Nederlands als tweede taal of kennis van de Nederlandse maatschappij zijn gevolgd of activiteiten zijn verricht, of gedurende de brede intake activiteiten zijn verricht in het kader van de Participatiewet, of in het kader van de maatschappelijke begeleiding, bedoeld in artikel 13 van de wet, activiteiten zijn verricht, die voldoen aan het gestelde in dit artikel, kunnen de hiermee gemoeide uren, in afwijking van artikel 5.3, vierde lid, in mindering worden gebracht op de urennorm, die geldt op grond van het tweede of achtste lid. +**6.** Indien in het kader van de brede intake door de inburgeringsplichtige cursusuren Nederlands als tweede taal of kennis van de Nederlandse maatschappij zijn gevolgd of activiteiten zijn verricht, of gedurende de brede intake activiteiten zijn verricht in het kader van de Participatiewet, of in het kader van de maatschappelijke begeleiding, bedoeld in artikel 13 van de wet, activiteiten zijn verricht, die voldoen aan het gestelde in dit artikel, kunnen de hiermee gemoeide uren, in afwijking van artikel 5.3, vijfde lid, in mindering worden gebracht op de urennorm, die geldt op grond van het tweede of achtste lid. -**7.** Indien de inburgeringsplichtige een of meerdere van de examenonderdelen, genoemd in artikel 3.3, aanhef en onderdeel a tot en met d, wenst af te leggen op het niveau A2 en het college de inburgeringsplichtige daartoe in staat acht, legt het college dit vast in het persoonlijk plan inburgering en participatie. +**7.** Indien de inburgeringsplichtige een of meerdere van de examenonderdelen, genoemd in artikel 3.3, aanhef en onderdeel a tot en met d, op het niveau A2, of het examenonderdeel, genoemd in artikel 3.4, wenst af te leggen en het college de inburgeringsplichtige daartoe in staat acht, legt het college dit vast in het persoonlijk plan inburgering en participatie. **8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderdelen, bedoeld in het tweede lid, waarbij voor inburgeringsplichtigen met een auditieve of visuele beperking onder nader vast te stellen voorwaarden, een lagere urennorm kan worden vastgesteld dan de norm, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of voor deze groep kan worden vastgesteld dat voor bepaalde vaardigheden van een cursus Nederlands als tweede taal, geen cursusuren hoeven te worden gevolgd. @@ -387,7 +389,9 @@ De termijn wordt verlengd met de duur van de periode, bedoeld in artikel 2.1, t **1.** De inburgeringsplichtige treft geen verwijt ter zake van het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht, indien hij aannemelijk maakt dat zich gedurende de periode van de termijn een omstandigheid heeft voorgedaan waardoor hij niet in staat is geweest deel te nemen aan activiteiten die erop zijn gericht te voldoen aan de inburgeringsplicht en dit hem in alle redelijkheid niet te verwijten valt. -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de duur van de verlenging en de toepassing van het eerste lid. +**2.** De inburgeringsplichtige treft geen verwijt ter zake van het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht, indien hij aantoont dat hij gedurende de termijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet, een bij ministeriële regeling aan te wijzen niet vrijstellende opleiding volgt of volgde, of deze opleiding na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 11 van de wet, of de op grond van artikel 12 van de wet verlengde termijn, nog voortzet. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de duur van de verlenging en de toepassing van het eerste en het tweede lid. ### Artikel 4.4 @@ -445,15 +449,17 @@ c. de mate van zelfredzaamheid. ### Artikel 5.3 -**1.** Het college stelt het persoonlijk plan inburgering en participatie vast binnen uiterlijk 10 weken na de dag waarop de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen is ingeschreven, met dien verstande dat als hij rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, het gaat om de inschrijving in de gemeente waar hij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 is gehuisvest. +**1.** Het college stelt het persoonlijk plan inburgering en participatie vast uiterlijk 10 weken na de dag waarop Onze Minister de inburgeringsplichtige schriftelijk in kennis heeft gesteld van de inburgeringsplicht. Indien de inburgeringsplichtige op de datum van deze kennisgeving nog niet is ingeschreven in de gemeente waar hij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 wordt gehuisvest, stelt het college het plan vast uiterlijk 10 weken na de dag waarop de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen is ingeschreven in de gemeente waar hij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 is gehuisvest. -**2.** Als de inburgeringsplichtige, voor wie het persoonlijk plan inburgering en participatie is opgesteld, zijn woonplaats verplaatst naar een andere gemeente, stelt het college van de andere gemeente het voornoemde plan vast binnen uiterlijk 10 weken na de datum van inschrijving van de inburgeringsplichtige in deze gemeente. +**2.** Het college kan afwijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om het persoonlijk plan inburgering en participatie binnen deze termijn vast te stellen zonder informatie van een derde, van welke informatie het college in afwachting is. Uiterlijk twee weken na ontvangst van deze informatie stelt het college het plan alsnog vast. -**3.** Het college legt het aantal te voeren voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige vast in het persoonlijk plan inburgering en participatie. +**3.** Als de inburgeringsplichtige, voor wie het persoonlijk plan inburgering en participatie is opgesteld, zijn woonplaats verplaatst naar een andere gemeente, stelt het college van de andere gemeente het voornoemde plan vast binnen uiterlijk 10 weken na de datum van inschrijving van de inburgeringsplichtige in deze gemeente. -**4.** Inspanningen die een inburgeringsplichtige heeft verricht voorafgaand aan het vaststellen van het persoonlijk plan inburgering en participatie, wegen niet mee voor het voldoen aan de inburgeringsplicht, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. +**4.** Het college legt het aantal te voeren voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige vast in het persoonlijk plan inburgering en participatie. -**5.** Indien het college de leerroute van de inburgeringsplichtige ingevolge artikel 17, tweede lid, van de wet, opnieuw vaststelt, of ingevolge artikel 17, derde lid, van de wet besluit dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, in afwijking van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd, past het college het persoonlijk plan inburgering en participatie conform deze wijziging aan. +**5.** Inspanningen die een inburgeringsplichtige heeft verricht voorafgaand aan het vaststellen van het persoonlijk plan inburgering en participatie, wegen niet mee voor het voldoen aan de inburgeringsplicht, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. + +**6.** Indien het college de leerroute van de inburgeringsplichtige ingevolge artikel 17, tweede lid, van de wet, opnieuw vaststelt, of ingevolge artikel 17, derde lid, van de wet besluit dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, in afwijking van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd, past het college het persoonlijk plan inburgering en participatie conform deze wijziging aan. ### Afdeling 4. Ondersteuning en begeleiding @@ -461,9 +467,11 @@ c. de mate van zelfredzaamheid. **1.** De termijn, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, bedraagt maximaal anderhalf jaar vanaf de aanvang van de termijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet, met dien verstande dat gedurende het gehele inburgeringstraject de onderwijsroute kan worden gewijzigd in de B1-route. -**2.** In bijzondere gevallen die de inburgeringsplichtige betreffen, kan het college afwijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid. +**2.** Indien de inburgeringsplichtige een niet vrijstellende opleiding als bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, heeft afgerond of voortijdig heeft beëindigd na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid, kan het college, in afwijking van de termijn, bedoeld in het eerste lid, na het afronden van deze opleiding de door de inburgeringsplichtige te volgen leerroute wijzigen. -**3.** +**3.** In bijzondere gevallen die de inburgeringsplichtige betreffen, kan het college afwijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid. + +**4.** Bij het wijzigen van leerroute geldt dat bij het wijzigen van: @@ -478,7 +486,7 @@ c. de B1-route of de onderwijsroute naar de zelfredzaamheidsroute: de reeds gevo **1.** Van aanzienlijke inspanningen, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet, is sprake indien de inburgeringsplichtige in totaal 600 cursusuren Nederlands als tweede taal, waarvan alfabetiseringsonderwijs onderdeel kan zijn, heeft gevolgd bij een instelling die voldoet aan het bepaalde op grond van artikel 32 van de wet of bij een instelling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet en voorts uit de relevante feiten en omstandigheden blijkt dat hij zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen. -**2.** Indien in het kader van de brede intake door de inburgeringsplichtige cursusuren Nederlands als tweede taal, waarvan alfabetiseringsonderwijs onderdeel kan zijn, zijn gevolgd die voldoen aan het gestelde in het eerste lid, kunnen deze uren, in afwijking van artikel 5.3, vierde lid, in mindering worden gebracht de urennorm, genoemd in het eerste lid. +**2.** Indien in het kader van de brede intake door de inburgeringsplichtige cursusuren Nederlands als tweede taal, waarvan alfabetiseringsonderwijs onderdeel kan zijn, zijn gevolgd die voldoen aan het gestelde in het eerste lid, kunnen deze uren, in afwijking van artikel 5.3, vijfde lid, in mindering worden gebracht de urennorm, genoemd in het eerste lid. ## Hoofdstuk 6. Sociale lening @@ -513,25 +521,10 @@ d. het afleggen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, v **5.** De lening wordt niet verstrekt, indien de inburgeringsplichtige op grond van artikel 4.1 van het Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432) een lening is verstrekt en deze nog niet geheel is terugbetaald of kwijtgescholden. -**6.** De lening wordt niet verstrekt, indien de inburgeringsplichtige op grond van artikel 4.1 van het Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit inburgering 2021 een lening is verstrekt en deze nog niet geheel is terugbetaald of kwijtgescholden. +**6.** De lening wordt niet verstrekt, indien de inburgeringsplichtige op grond van artikel 4.1 van het Besluit inburgering een lening is verstrekt en deze nog niet geheel is terugbetaald of kwijtgescholden. **7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste tot en met vierde lid. -### Artikel 6.2a - -**1.** Artikel 6.2, eerste lid, is niet van toepassing op de persoon, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, die rechtmatig verblijf verkrijgt als bedoeld in artikel 8, onderdeel e, van de Vreemdelingenwet 2000. - -**2.** - -Aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, kan op aanvraag een lening van ten hoogste € 10.000 worden verstrekt ten behoeve van de kosten voor: - -a. Het afleggen van de examenonderdelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, op ten minste het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen; -b. Het afleggen van het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de wet; -c. Het afleggen van het examenonderdeel Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit inburgering; of -d. Het volgen van een alfabetiseringscursus, een inburgeringscursus, of een cursus Nederlands als tweede taal, ter voorbereiding van de examenonderdelen, genoemd in de onderdelen a tot en met c, bij een cursusinstelling die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet of een keurmerk als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet; - -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. - ### Artikel 6.3 **1.** De inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 19, van de wet heeft, behoudens het bepaalde in artikel 20, tweede lid, van de wet, aanspraak op de lening gedurende de termijn, bedoeld in artikel 11 van de wet, gedurende de verlengde termijn bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet en gedurende de termijn, genoemd in de boetebeschikking, bedoeld in de artikelen 24, tweede lid, en 25, tweede lid, van de wet. Een persoon als bedoeld in artikel 6.1 heeft aanspraak op de lening gedurende drie jaar nadat hij rechtmatig verblijf verkrijgt. @@ -560,7 +553,7 @@ Onze Minister geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikki ### Artikel 6.6 -**1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 31 december ten behoeve van het daaropvolgende jaar een rentepercentage vast dat gelijk is aan het gemiddeld effectief rendement over de maand oktober van dat jaar van de openbare lening, uitgegeven door de Staat der Nederlanden en toegelaten tot de notering aan de officiële markt ter beurze van Amsterdam, met een resterende looptijd van drie tot vijf jaren. +**1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 31 december ten behoeve van het daaropvolgende jaar een rentepercentage vast dat gelijk is aan het gemiddeld effectief rendement over de maand september van dat jaar van de openbare lening, uitgegeven door de Staat der Nederlanden en toegelaten tot de notering aan de officiële markt ter beurze van Amsterdam, met een resterende looptijd van drie tot vijf jaren. **2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop de rente wordt berekend over de aangegane lening. @@ -688,7 +681,7 @@ De instelling informeert Onze Minister over: a. omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor haar aanwijzing; en b. op verzoek, over de binnen de werkingssfeer van haar aanwijzing verrichte activiteiten en andere activiteiten waaronder uitbesteding. -**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**3.** De instelling stelt jaarlijks voor 1 mei een verslag op van de door haar in verband met haar taak verrichte werkzaamheden, de rechtmatigheid en doeltreffendheid van haar werkzaamheden en werkwijze in het afgelopen kalenderjaar. **4.** @@ -718,7 +711,7 @@ c. fraudepreventie, waarbij in ieder geval de eis wordt gesteld dat bestuurders **2.** Ten behoeve van een effectieve controle door de verlener van het keurmerk bevat het keurmerk eisen met betrekking tot de medewerking van de cursusinstelling aan controles, waaronder onaangekondigde controles en controles gedurende het onderwijs. -**3.** De verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 3, en het eerste lid, onderdeel c, is in het bezit van de cursusinstelling, en is niet ouder dan drie maanden op het moment van aanvang van de werkzaamheden. +**3.** De verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 3, en het eerste lid, onderdeel c, is in het bezit van de cursusinstelling, en is niet ouder dan zes maanden op het moment van aanvang van de werkzaamheden. **4.** De keurmerkverlener stelt voorwaarden op omtrent de schorsing of intrekking van het keurmerk. @@ -745,7 +738,11 @@ c. er sprake is van fraude door de cursusinstelling. ### Artikel 8.3 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De keurmerkhouder is een vergoeding verschuldigd aan de door de minister aangewezen instelling voor kosten, bedoeld in artikel 32, tweede lid, onderdeel d, van de wet. + +**2.** De vergoeding wordt jaarlijks vastgesteld en behoeft goedkeuring van Onze Minister. De goedgekeurde vergoeding wordt door Onze Minister bekendgemaakt in de Staatscourant. + +**3.** Indien uit de eisen van het keurmerk volgt dat diensten van derden worden benut, komen deze ten laste van de aanvrager of houder van het keurmerk. ## Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen @@ -807,7 +804,7 @@ c. de toekenning van het inburgeringscertificaat. Het college verstrekt Onze Minister de gegevens over: a. de datum van vaststelling van het persoonlijk plan inburgering en participatie, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet; -b. het uitblijven van het inburgeringsaanbod, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, met het oog op de verlenging, bedoeld in artikel 4.3. +b. het uitblijven van het inburgeringsaanbod, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, met het oog op de verlenging, bedoeld in artikel 4.3 en, indien van toepassing, of de inburgeringsplichtige een niet vrijstellende opleiding volgt als bedoeld in het tweede lid van dat artikel. **3.** @@ -820,7 +817,12 @@ b. gegevens over de indiening van een verzoek tot verlenging van de termijn, de **1.** De gegevens, bedoeld in dit artikel, worden verstrekt ten behoeve van de taken van het college op grond van de wet. -**2.** Onze Minister verstrekt gegevens over de vaststelling van het recht op maatschappelijke begeleiding aan het college. +**2.** + +Onze Minister verstrekt het college gegevens over: + +a. de vaststelling van het recht op maatschappelijke begeleiding; +b. de niet vrijstellende opleiding, bedoeld in artikel 4.3, tweede lid. **3.** @@ -914,7 +916,7 @@ g. gegevens over de lening. ### Artikel 9.10 -Cursusinstellingen, het College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2 van de Wet College voor toetsen en examens, en de aangewezen organisaties die belast zijn met internationale diplomawaardering gebruiken het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer bij het verwerken van gegevens op grond dit hoofdstuk. +Cursusinstellingen, het College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2 van de Wet College voor toetsen en examens, de op grond van artikel 10 van de wet aangewezen instelling, en de aangewezen organisaties die belast zijn met internationale diplomawaardering gebruiken het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer bij het verwerken van gegevens op grond dit hoofdstuk. ### Artikel 9.11