2009-12-22 | BWBR0022929 | Besluit bodemkwaliteit
This commit is contained in:
parent
66ad9826af
commit
ced6389e4d
1 changed files with 44 additions and 44 deletions
|
|
@ -20,11 +20,13 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*Accreditatie*: bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid;
|
||||
|
||||
*Baggerspecie*: materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter;
|
||||
*Baggerspecie*: materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter;
|
||||
|
||||
*Bodembeheergebied*: aaneengesloten, door het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 44, 45 of 46, afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer waterkwaliteitsbeheerders;
|
||||
*Beheerder*: bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge artikel 6.2 van de Waterwet;
|
||||
|
||||
*Bodemfuncties*: gebruik van de bodem, niet zijnde de bodem onder oppervlaktewater, zoals dat is vastgesteld door de gemeenteraad, overeenkomstig een bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling;
|
||||
*Bodembeheergebied*: aaneengesloten, door het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 44, 45 of 46, afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders;
|
||||
|
||||
*Bodemfuncties*: gebruik van de bodem, niet zijnde de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, zoals dat is vastgesteld door de gemeenteraad, overeenkomstig een bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling;
|
||||
|
||||
*Bodemfunctieklassen*: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling van bodemfuncties in de categorieën, bedoeld in artikel 55, eerste lid;
|
||||
|
||||
|
|
@ -73,54 +75,52 @@ b. voor grond, baggerspecie of de bodem, waarop of waarin de grond of baggerspec
|
|||
|
||||
*Raad voor Accreditatie*: de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht;
|
||||
|
||||
*Toepassen van bouwstoffen*: in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen, alsmede het laten verrichten daarvan. Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels wordt onder «het toepassen van bouwstoffen in oppervlaktewater» mede verstaan het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem onder oppervlaktewater;
|
||||
*Toepassen van bouwstoffen*: in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen, alsmede het laten verrichten daarvan. Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels wordt onder «het toepassen van bouwstoffen in een oppervlaktewaterlichaam» mede verstaan het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;
|
||||
|
||||
*Toepassen van grond of baggerspecie*: het aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, het houden van de aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie in die toepassing, alsmede het laten verrichten daarvan. Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels wordt onder het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater mede verstaan het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem onder oppervlaktewater;
|
||||
*Toepassen van grond of baggerspecie*: het aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, het houden van de aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie in die toepassing, alsmede het laten verrichten daarvan. Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels wordt onder het toepassen van grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam mede verstaan het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;
|
||||
|
||||
*Vestigingsplaats*: adres en woonplaats van een persoon of adres en woonplaats waar een instelling zetelt;
|
||||
|
||||
*Vormgegeven bouwstof*: bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm^3, die onder normale omstandigheden een duurzame vormvastheid heeft;
|
||||
|
||||
*Waterkwaliteitsbeheerder*: bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
|
||||
|
||||
*Werk*: bouwwerk, weg- of waterbouwkundig werk of anderszins functionele toepassing van een bouwstof, uitgezonderd het verondiepen of het dempen van oppervlaktewater en het ophogen van de bodem ten behoeve van woonwijken en industrieterreinen.
|
||||
*Werk*: bouwwerk, weg- of waterbouwkundig werk of anderszins functionele toepassing van een bouwstof, uitgezonderd het verondiepen of het dempen van een oppervlaktewaterlichaam en het ophogen van de bodem ten behoeve van woonwijken en industrieterreinen.
|
||||
|
||||
*Werkzaamheid*: een bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen handeling als bedoeld in artikel 11.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, die wordt uitgevoerd met betrekking tot bodem, grond, baggerspecie of bouwstoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Dit besluit berust mede op de artikelen 6.2, eerste lid, onderdeel b, 6.6 en 6.7 van de Waterwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 5, eerste en tweede lid, 6, 7, 8, van hoofdstuk 3 en de daarop berustende bepalingen zijn, behoudens het tweede lid, burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de bouwstoffen worden toegepast het bevoegd gezag ten opzichte van degene die een bouwstof toepast op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater.
|
||||
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 5, eerste en tweede lid, 6, 7, 8, van hoofdstuk 3 en de daarop berustende bepalingen zijn, behoudens het tweede lid, burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de bouwstoffen worden toegepast het bevoegd gezag ten opzichte van degene die een bouwstof toepast op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam.
|
||||
|
||||
**2.** Indien bouwstoffen worden toegepast op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, binnen een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, en op grond van artikel 8.2 van die wet een ander orgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd is of indien de vergunningplicht niet was opgeheven, bevoegd zou zijn een vergunning voor de inrichting te verlenen, is ook in het kader van dit besluit dat andere orgaan het bevoegd gezag, tenzij er sprake is van een toepassing als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Woningwet.
|
||||
**2.** Indien bouwstoffen worden toegepast op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, binnen een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, en op grond van artikel 8.2 van die wet een ander orgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd is of indien de vergunningplicht niet was opgeheven, bevoegd zou zijn een vergunning voor de inrichting te verlenen, is ook in het kader van dit besluit dat andere orgaan het bevoegd gezag, tenzij er sprake is van een toepassing als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Woningwet.
|
||||
|
||||
**3.** De waterkwaliteitsbeheerder is het bevoegd gezag ten opzichte van degene die een bouwstof toepast in oppervlaktewater.
|
||||
**3.** De beheerder is het bevoegd gezag ten opzichte van degene die een bouwstof toepast in een oppervlaktewaterlichaam.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister is het bevoegd gezag ten opzichte van degene die de handelingen, genoemd in artikel 28, eerste lid, aanhef, verricht, met uitzondering van het toepassen van bouwstoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 5, eerste en tweede lid, 6, 7, 8, van hoofdstuk 4 en de daarop berustende bepalingen zijn, behoudens het tweede lid, burgemeester en wethouders van de gemeente waarin grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, wordt toegepast, het bevoegd gezag.
|
||||
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 5, eerste en tweede lid, 6, 7, 8, van hoofdstuk 4 en de daarop berustende bepalingen zijn, behoudens het tweede lid, burgemeester en wethouders van de gemeente waarin grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, wordt toegepast, het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, wordt toegepast binnen een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen, die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, en op grond van artikel 8.2 van die wet een ander orgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd gezag is of zou zijn, is dat andere orgaan het bevoegd gezag.
|
||||
**2.** Indien grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, wordt toegepast binnen een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen, die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, en op grond van artikel 8.2 van die wet een ander orgaan dan burgemeester en wethouders bevoegd gezag is of zou zijn, is dat andere orgaan het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**3.** De waterkwaliteitsbeheerder is het bevoegd gezag voor degene die grond of baggerspecie toepast in oppervlaktewater.
|
||||
**3.** De beheerder is het bevoegd gezag voor degene die grond of baggerspecie toepast in een oppervlaktewaterlichaam.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister treft de noodzakelijke voorzieningen voor een doelmatig toezicht op de naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde verplichtingen, na afstemming met de bestuursorganen, bedoeld in het tweede tot en met derde lid, voorzover het daar andere bestuursorganen dan Onze Minister betreft. De voorzieningen hebben betrekking op de strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de handhavingsbevoegdheden.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval van toepassingen van bouwstoffen, grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, binnen een of meer bodembeheergebieden, waarvoor meerdere bestuursorganen bevoegd gezag zijn, wordt door de desbetreffende bestuursorganen één bevoegd gezag aangewezen dat namens de betrokken bestuursorganen zorgdraagt voor een gecoördineerd toezicht op de naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde verplichtingen.
|
||||
**2.** Ingeval van toepassingen van bouwstoffen, grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, binnen een of meer bodembeheergebieden, waarvoor meerdere bestuursorganen bevoegd gezag zijn, wordt door de desbetreffende bestuursorganen één bevoegd gezag aangewezen dat namens de betrokken bestuursorganen zorgdraagt voor een gecoördineerd toezicht op de naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde verplichtingen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders hebben tot taak zorg te dragen voor de handhaving van de bij of krachtens dit besluit gestelde verplichtingen, voorzover zij betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater;
|
||||
b. het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, als bedoeld in artikel 35;
|
||||
a. het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;
|
||||
b. het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, als bedoeld in artikel 35;
|
||||
c. het verstrekken van een milieuhygiënische verklaring als bedoeld in artikel 28, derde lid;
|
||||
d. het melden van een toepassing als bedoeld in de artikelen 32 en 42.
|
||||
|
||||
|
|
@ -128,8 +128,8 @@ d. het melden van een toepassing als bedoeld in de artikelen 32 en 42.
|
|||
|
||||
Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de handhaving van de bij of krachtens dit besluit gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het in opdracht aanbrengen van bouwstoffenop of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater;
|
||||
b. het in opdracht verrichten van de handelingen, genoemd in artikel 35, op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater.
|
||||
a. het in opdracht aanbrengen van bouwstoffenop of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;
|
||||
b. het in opdracht verrichten van de handelingen, genoemd in artikel 35, op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam.
|
||||
|
||||
**5.** Aan de artikelen 28, derde lid, 32, eerste en tweede lid, 42, eerste, negende en elfde lid, en 58, eerste lid, wordt geacht te zijn voldaan, indien door één van de daartoe verplichte personen aan de desbetreffende verplichting is voldaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -143,7 +143,7 @@ a. geen grotere hoeveelheid van die bouwstoffen, grond of baggerspecie wordt toe
|
|||
b. de toepassing volgens gangbare maatstaven nodig is op de plaats waar deze plaatsvindt, of onder de omstandigheden waarin deze plaatsvindt; en
|
||||
c. ingeval van het toepassen van afvalstoffen sprake is van nuttige toepassing in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
**2.** De verboden, bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, gelden niet voor toepassingen van bouwstoffen, grond of baggerspecie in oppervlaktewater die voldoen aan het bepaalde in het eerste lid.
|
||||
**2.** Het verbod, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet, geldt niet voor toepassingen van bouwstoffen, grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam die voldoen aan het bepaalde in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -157,7 +157,7 @@ Het stellen van regels als bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, onder b, 30,
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Degene die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast en die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het oppervlaktewater ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die zoveel mogelijk voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
|
||||
Degene die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast en die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een oppervlaktewaterlichaam ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die zoveel mogelijk voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,7 +294,7 @@ Een certificeringsinstelling of de Raad voor Accreditatie meldt een schorsing of
|
|||
|
||||
**1.** Het is een ieder verboden om, ter voldoening aan bij of krachtens wettelijke voorschriften, gegevens te verstrekken aan een bestuursorgaan, indien hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat deze gegevens afkomstig zijn van een persoon of instelling die voor het verkrijgen van deze gegevens in strijd heeft gehandeld met artikel 15, eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De wettelijke voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer, de artikelen 2a tot en met 2d van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de artikelen 6 tot en met 12, 27, eerste lid, 39, eerste en vierde lid, 39b, tweede lid, onderdelen b en c, 70 en 72 van de Wet bodembescherming.
|
||||
**2.** De wettelijke voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer, de artikelen 6.6 en 6.7 van de Waterwet en de artikelen 6 tot en met 12, 27, eerste lid, 39, eerste en vierde lid, 39b, tweede lid, onderdelen b en c, 70 en 72 van de Wet bodembescherming.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Sancties
|
||||
|
||||
|
|
@ -402,7 +402,7 @@ a. de bouwstof voldoet aan de bij regeling van Onze Ministers gesteld maximale e
|
|||
b. de bouwstof ten minste het bij regeling van Onze Ministers bepaalde volume heeft en aaneengesloten in een werk wordt toegepast;
|
||||
c. isolatie-, beheers- en controlemaatregelen worden getroffen, die voldoen aan de daarvoor bij regeling van Onze Ministers gestelde eisen en die zijn goedgekeurd door een bij regeling van Onze Ministers aangewezen persoon of instelling.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden IBC-bouwstoffen in oppervlaktewater toe te passen.
|
||||
**2.** Het is verboden IBC-bouwstoffen in een oppervlaktewaterlichaam toe te passen.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -457,7 +457,7 @@ Degene die een bouwstof toepast, draagt er zorg voor dat die bouwstof:
|
|||
|
||||
a. niet met de bodem wordt vermengd;
|
||||
b. kan worden verwijderd; en
|
||||
c. wordt verwijderd in geval het werk of het deel van het werk waarvan de bouwstof deel uitmaakt niet meer als functionele toepassing kan worden beschouwd, tenzij het verwijderen leidt tot een grotere aantasting van de bodem of het oppervlaktewater dan het niet verwijderen.
|
||||
c. wordt verwijderd in geval het werk of het deel van het werk waarvan de bouwstof deel uitmaakt niet meer als functionele toepassing kan worden beschouwd, tenzij het verwijderen leidt tot een grotere aantasting van de bodem of een oppervlaktewaterlichaam dan het niet verwijderen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Grond en baggerspecie
|
||||
|
||||
|
|
@ -478,13 +478,13 @@ c. wordt verwijderd in geval het werk of het deel van het werk waarvan de bouwst
|
|||
Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende handelingen:
|
||||
|
||||
a. toepassing van grond of baggerspecie in bouw- en weg constructies, waaronder mede worden begrepen wegen, spoorwegen en geluidswallen;
|
||||
b. toepassing van grond of baggerspecie op of in de bodem, met uitzondering van de bodem onder oppervlaktewater, in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van de bodemgesteldheid;
|
||||
b. toepassing van grond of baggerspecie op of in de bodem, met uitzondering van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van de bodemgesteldheid;
|
||||
c. toepassing van grond of baggerspecie voor het afdekken van een locatie die wordt gesaneerd als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 3 van de Wet bodembescherming, als afdeklaag voor een stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid respectievelijk derde lid, van de Wet milieubeheer, of als afdeklaag voor een voormalige stortplaats met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft als gevolg van contact met het onderliggende materiaal;
|
||||
d. toepassing van grond of baggerspecie in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van artikel 4 van de Kaderrichtlijn water, de bevordering van de natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart;
|
||||
d. toepassing van grond of baggerspecie in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van een oppervlaktewaterlichaam met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van artikel 4 van de Kaderrichtlijn water, de bevordering van de natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart;
|
||||
e. toepassing van grond of baggerspecie in aanvullingen, waaronder mede wordt verstaan de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen, of met het oog op onderhoud en herstel van de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met d;
|
||||
f. verspreiding van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang grenzende percelen;
|
||||
g. verspreiding van baggerspecie in oppervlaktewater, met het oog op de duurzame vervulling van de ecologische en morfologische functies van het sediment, behoudens op of in uiterwaarden, gorzen, slikken, stranden en platen, met uitzondering van de daarbinnen gelegen aangrenzende percelen van watergangen met het oog op het herstellen of verbeteren van die percelen;
|
||||
h. tijdelijke opslag van grond of baggerspecie, bestemd voor de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met e gedurende maximaal drie jaar op of in de bodem, met uitzondering van de bodem onder oppervlaktewater, of gedurende maximaal tien jaar in oppervlaktewater;
|
||||
g. verspreiding van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, met het oog op de duurzame vervulling van de ecologische en morfologische functies van het sediment, behoudens op of in uiterwaarden, gorzen, slikken, stranden en platen, met uitzondering van de daarbinnen gelegen aangrenzende percelen van watergangen met het oog op het herstellen of verbeteren van die percelen;
|
||||
h. tijdelijke opslag van grond of baggerspecie, bestemd voor de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met e gedurende maximaal drie jaar op of in de bodem, met uitzondering van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, of gedurende maximaal tien jaar in een oppervlaktewaterlichaam;
|
||||
i. tijdelijke opslag van baggerspecie, bestemd voor één van de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met f, gedurende maximaal drie jaar op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
|
@ -560,7 +560,7 @@ d. de plaats van herkomst van de toe te passen grond of baggerspecie;
|
|||
e. de hoeveelheid toe te passen grond of baggerspecie;
|
||||
f. de toepassingslocatie;
|
||||
g. voor zover het een toepassing betreft krachtens afdeling 2, paragraaf 2, de bodemkwaliteitsklasse;
|
||||
h. voor zover het een toepassing op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, betreft krachtens afdeling 2, paragraaf 2, de bodemfunctieklasse.
|
||||
h. voor zover het een toepassing op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, betreft krachtens afdeling 2, paragraaf 2, de bodemfunctieklasse.
|
||||
|
||||
**3.** Op de melding van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h en i, is het tweede lid, onder a, c tot en met f, van overeenkomstige toepassing en op meldingen van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h, het tweede lid, onder g. Bij meldingen van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h en i, wordt ook de voorziene duur van de toepassing vermeld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -593,7 +593,7 @@ b. degene die baggerspecie verspreidt uit een watergang over de aan de watergang
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Voor het toepassen van baggerspecie, bedoeld in artikel 35, onder g, kan de waterkwaliteitsbeheerder met betrekking tot de oppervlaktewateren onder zijn beheer verspreidingsvakken aanwijzen en vaststellen hoeveel baggerspecie er maximaal kan worden verspreid.
|
||||
**1.** Voor het toepassen van baggerspecie, bedoeld in artikel 35, onder g, kan de beheerder met betrekking tot de oppervlaktewaterlichamen onder zijn beheer verspreidingsvakken aanwijzen en vaststellen hoeveel baggerspecie er maximaal kan worden verspreid.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden om baggerspecie toe te passen buiten een krachtens het vorige lid aangewezen verspreidingsvak en boven de daarbij aangegeven maximale hoeveelheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -603,7 +603,7 @@ b. degene die baggerspecie verspreidt uit een watergang over de aan de watergang
|
|||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** De gemeenteraad kan voor het toepassen van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onderdeel a tot en met e en h op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, voor een door hem aangewezen bodembeheergebied lokale maximale waarden vaststellen voor de bodem, waarop of waarin de grond of baggerspecie wordt toegepast, alsmede een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid tot een maximum van 20 gewichtsprocenten.
|
||||
**1.** De gemeenteraad kan voor het toepassen van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onderdeel a tot en met e en h op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, voor een door hem aangewezen bodembeheergebied lokale maximale waarden vaststellen voor de bodem, waarop of waarin de grond of baggerspecie wordt toegepast, alsmede een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid tot een maximum van 20 gewichtsprocenten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -615,13 +615,13 @@ c. die waarden niet de waarden overschrijden die worden vastgesteld op grond van
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of het algemeen bestuur van het waterschap kan met betrekking tot oppervlaktewateren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, onderscheidelijk andere oppervlaktewateren voor het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater als bedoeld in artikel 35, onderdeel a, c tot en met e en h voor een door hem aangewezen bodembeheergebied lokale maximale waarden vaststellen voor de bodem onder oppervlaktewater, waarop of waarin de grond of baggerspecie wordt toegepast, alsmede een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid, tot een maximum van 20 gewichtsprocenten.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of het algemeen bestuur van het waterschap kan met betrekking tot rijkswateren, onderscheidenlijk regionale wateren voor het toepassen van grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 35, onderdeel a, c tot en met e en h voor een door hem aangewezen bodembeheergebied lokale maximale waarden vaststellen voor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, waarop of waarin de grond of baggerspecie wordt toegepast, alsmede een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid, tot een maximum van 20 gewichtsprocenten.
|
||||
|
||||
**2.** De lokale maximale waarden kunnen voor het toepassen van baggerspecie boven de interventiewaarden en voor het toepassen van grond niet boven de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie worden vastgesteld en het afwijkende percentage bodemvreemd materiaal kan worden vastgesteld, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 44, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of het algemeen bestuur van het waterschap kan met betrekking tot oppervlaktewateren, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, onderscheidelijk andere oppervlaktewateren voor toepassingen als bedoeld in artikel 35, onderdeel g, voor een door hem aangewezen bodembeheergebied, maximale waarden vaststellen voor de kwaliteit van de toe te passen baggerspecie die afwijken van de waarden, die krachtens artikel 60, eerste lid, voor die toepassing zijn vastgesteld, alsmede een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid, tot een maximum van 20 gewichtsprocenten.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of het algemeen bestuur van het waterschap kan met betrekking tot rijkswateren, onderscheidenlijk regionale wateren voor toepassingen als bedoeld in artikel 35, onderdeel g, voor een door hem aangewezen bodembeheergebied, maximale waarden vaststellen voor de kwaliteit van de toe te passen baggerspecie die afwijken van de waarden, die krachtens artikel 60, eerste lid, voor die toepassing zijn vastgesteld, alsmede een percentage bodemvreemd materiaal dat afwijkt van het percentage, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid, tot een maximum van 20 gewichtsprocenten.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Ministers kan worden bepaald dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, voor daarbij aan te geven parameters geen hogere maximale waarden kan vaststellen dan de krachtens artikel 60, eerste lid vastgestelde waarden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -631,7 +631,7 @@ c. die waarden niet de waarden overschrijden die worden vastgesteld op grond van
|
|||
|
||||
Een besluit op grond van de artikelen 44, eerste lid en 45, eerste lid, bevat:
|
||||
|
||||
a. een of meer kaarten, opgesteld overeenkomstig de bij regeling van Onze Ministers gestelde protocollen, waarop zijn aangegeven de begrenzing van het bodembeheergebied, de kwaliteit van de bodem en, bij toepassingen op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, de bodemfuncties;
|
||||
a. een of meer kaarten, opgesteld overeenkomstig de bij regeling van Onze Ministers gestelde protocollen, waarop zijn aangegeven de begrenzing van het bodembeheergebied, de kwaliteit van de bodem en, bij toepassingen op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, de bodemfuncties;
|
||||
b. de lokale maximale waarden, bedoeld in de artikelen 44, eerste lid, en 45, eerste lid;
|
||||
c. voor zover van toepassing, het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal, bedoeld in artikel 34, derde en vierde lid;
|
||||
d. een motivering van het besluit aan de hand van de lokale maximale waarden en, voor zover van toepassing, het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal in relatie tot de kwaliteit van de bodem, de maatschappelijke noodzaak van die waarden en het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal en een beschrijving van de overeenkomstig de bij regeling van Onze Ministers gestelde methoden bepaalde gevolgen van de uitvoering van het besluit voor de kwaliteit van de bodem in het bodembeheergebied.
|
||||
|
|
@ -642,7 +642,7 @@ Een besluit op grond van artikel 46, eerste lid, bevat:
|
|||
|
||||
a. een of meerdere kaarten waarop de begrenzing van dat bodembeheergebied is aangegeven;
|
||||
b. de maximale waarden en het percentage bodemvreemd materiaal, bedoeld in artikel 46, eerste lid;
|
||||
c. een motivering van het besluit aan de hand van de maximale waarden en het percentage bodemvreemd materiaal in relatie tot de gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en de maatschappelijke noodzaak van die waarden.
|
||||
c. een motivering van het besluit aan de hand van de maximale waarden en het percentage bodemvreemd materiaal in relatie tot de gevolgen voor de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam en de maatschappelijke noodzaak van die waarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
|
|
@ -691,7 +691,7 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing, indien geen besluit als bedoeld in
|
|||
|
||||
**4.** Indien geen kaart is vastgesteld als bedoeld in het eerste lid, kan alleen grond of baggerspecie worden toegepast, die de achtergrondwaarden niet overschrijdt.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel is niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater.
|
||||
**5.** Dit artikel is niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
|
|
@ -704,7 +704,7 @@ Het eerste lid geldt niet voor:
|
|||
a. het toepassen van grond of baggerspecie door natuurlijke personen anders dan in de uitoefening van beroep of bedrijf;
|
||||
b. het toepassen van grond of baggerspecie binnen een landbouwbedrijf, indien de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast;
|
||||
c. het toepassen van baggerspecie, als bedoeld in artikel 35, onder f en i;
|
||||
d. het toepassen van baggerspecie in oppervlaktewater, als bedoeld in artikel 35, onder g.
|
||||
d. het toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, als bedoeld in artikel 35, onder g.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
|
|
@ -730,14 +730,14 @@ c. degene die voornemens is baggerspecie toe te passen, als bedoeld in artikel 3
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor het toepassen van grond of baggerspecie, bedoeld in artikel 35, onder a tot en met e, op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, overschrijdt de kwaliteit van de grond of baggerspecie niet:
|
||||
Voor het toepassen van grond of baggerspecie, bedoeld in artikel 35, onder a tot en met e, op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, overschrijdt de kwaliteit van de grond of baggerspecie niet:
|
||||
|
||||
a. de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen of industrie; en
|
||||
b. de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklassen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het op of in de bodem onder oppervlaktewater toepassen van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder a en c tot en met e, en het op of in de bodem toepassen van grond en baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder h, overschrijdt de kwaliteit van de grond of baggerspecie niet de waarden, bedoeld in het eerste lid, onder b.
|
||||
**2.** Voor het op of in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam toepassen van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder a en c tot en met e, en het op of in de bodem toepassen van grond en baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder h, overschrijdt de kwaliteit van de grond of baggerspecie niet de waarden, bedoeld in het eerste lid, onder b.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, overschrijdt bij toepassing in oppervlaktewater de kwaliteit van de grond niet de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie.
|
||||
**3.** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, overschrijdt bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam de kwaliteit van de grond niet de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
|
|
@ -764,8 +764,8 @@ Een toepassing van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder a, c t
|
|||
a. de kwaliteit van de grond of baggerspecie voldoet aan:
|
||||
|
||||
i. de bij regeling van Onze Ministers vast te stellen maximale emissiewaarden, en
|
||||
ii. bij toepassing op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie, bedoeld in artikel 55, tweede lid;
|
||||
iii. bij toepassing in oppervlaktewater, de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie, bedoeld in artikel 55, tweede lid, onderscheidelijk de interventiewaarden, en
|
||||
ii. bij toepassing op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie, bedoeld in artikel 55, tweede lid;
|
||||
iii. bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam, de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie, bedoeld in artikel 55, tweede lid, onderscheidelijk de interventiewaarden, en
|
||||
b. op de desbetreffende grond of baggerspecie een leeflaag of een laag bouwstoffen wordt aangebracht.
|
||||
|
||||
**2.** De kwaliteit van de grond of baggerspecie wordt, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, onder i, niet getoetst aan de maximale emissiewaarden in de bij regeling van Onze Ministers te bepalen gevallen.
|
||||
|
|
@ -785,7 +785,7 @@ b. op de desbetreffende grond of baggerspecie in afwijking van het eerste lid, o
|
|||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen aan de toepassing van grond of baggerspecie, bedoeld in artikel 63, eerste en vijfde lid, nadere regels worden gesteld ter bescherming van de kwaliteit van de omliggende bodem en het grond- of oppervlaktewater.
|
||||
**1.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen aan de toepassing van grond of baggerspecie, bedoeld in artikel 63, eerste en vijfde lid, nadere regels worden gesteld ter bescherming van de kwaliteit van de omliggende bodem, het grondwater of oppervlaktewaterlichamen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld met betrekking tot beheersmaatregelen met het oog op de instandhouding van de toepassing, bedoeld in artikel 63, eerste en vijfde lid.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue