diff --git a/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de-expertisecentra-202/BWBR0042632/README.md b/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de-expertisecentra-202/BWBR0042632/README.md index 79ad012c6c6..4bd026e3825 100644 --- a/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de-expertisecentra-202/BWBR0042632/README.md +++ b/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de-expertisecentra-202/BWBR0042632/README.md @@ -27,7 +27,7 @@ In dit reglement wordt verstaan onder: 3. *Reguliere betrekking:* een dienstverband niet zijnde een dienstverband ten behoeve van vervanging. 4. *Bestuursvoorschriften:* de bestuursvoorschriften en bijlagen zoals die door het bestuur van het Participatiefonds zijn vastgesteld ter bevordering van een correcte toepassing van het reglement Participatiefonds, en integraal onderdeel uitmaken van het reglement Participatiefonds. 5. *Budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid:* het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid dat werkgevers ontvangen op basis van Titel IV, Afdeling 6 van de WPO dan wel op basis van Titel V, Afdeling 6 van de WEC. -6. *CAO PO:* de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de PO-Raad en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 januari 2018 tot 1 maart 2019 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft. +6. *CAO PO:* de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de PO-Raad en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 januari 2018 tot 1 maart 2019 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft. 7. *Centrale diensten:* diensten zoals bedoeld in artikel 68 WPO en artikel 69 WEC. 8. *Detachering:* de situatie dat onderwijspersoneel op eigen verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd op basis van een detacheringsovereenkomst wordt belast met werkzaamheden bij een andere werkgever. 9. *Dienstverband in het kader van vervanging (vervangingsbetrekking):* een tijdelijk dienstverband van een werknemer ter vervanging van een afwezige werknemer wegens de hieronder limitatief opgesomde gronden van afwezigheid. @@ -40,7 +40,7 @@ In dit reglement wordt verstaan onder: 6. Buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 8.18 CAO PO voor zover verleend met behoud van salaris. 7. Betaald dan wel onbetaald ouderschapsverlof (artikelen 8.19, 8.20 en 8.21 CAO PO). 8. Verlof wegens zwangerschap of bevalling. -9. Studieverlof van de leraar die gebruik maakt van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. +9. Studieverlof van de leraar die gebruik maakt van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. Vervanging voor deze gronden van afwezigheid wordt aangemerkt als vervanging in de zin van het reglement Participatiefonds. 10. *In- en doorstroombanen:* banen die worden vervuld door werknemers voor wie de werkgever destijds subsidie ontving als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het van het Besluit in-en doorstroombanen (stb. 1999, 591) @@ -62,7 +62,7 @@ Vervanging voor deze gronden van afwezigheid wordt aangemerkt als vervanging in 26. *Reorganisatie:* een verandering in de organisatie van één of meer scholen of een Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, waaronder ook begrepen de opheffing van bestaande dan wel de introductie van nieuwe functies, die gepaard gaan met ingrijpende personele gevolgen. 27. *Samenwerkingsverband:* samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 18a van de WPO en artikel 28a van de WEC. 28. *Samenwerkende werkgevers:* besturen die in het kader van het sectorplan PO een gezamenlijk transfercentrum hebben opgericht. -29. *Schooljaar:* het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar. +29. *Schooljaar:* het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar. 30. *Schoolsoort:* het basisonderwijs en de scholen voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in de WPO en het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC. 31. *Schoonmaakpersoneel:* werknemers waarvan in de functieomschrijving is opgenomen het schoonmaken en schoonhouden van de binnenzijde van het schoolgebouw en waarvoor de bekostiging is genormeerd in de materiële vergoeding. 32. *Sociaal Plan:* een door de werkgever en door tenminste drie van de vier vakcentrales ondertekend Sociaal Plan als bedoeld in artikel 10.3 de CAO PO. @@ -125,7 +125,7 @@ De werkgever maakt bij de indiening van het vergoedingsverzoek gebruik van de mo ### Artikel 3:2a -**1.** Een vergoedingsverzoek voor de beëindiging van een dienstverband na 1 augustus 2019, moet uiterlijk op 31 december 2020 door het Participatiefonds zijn ontvangen. +**1.** Een vergoedingsverzoek voor de beëindiging van een dienstverband na 1 augustus 2019, moet uiterlijk op 31 december 2020 door het Participatiefonds zijn ontvangen. **2.** Vergoedingsverzoeken die buiten deze termijn door het Participatiefonds zijn ontvangen, worden niet in behandeling genomen. @@ -343,9 +343,9 @@ c. dat de ontbinding niet in overwegende mate aan de werkgever te wijten is. De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door de werkgever en de werknemer, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -406,9 +406,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door de werkgever en de werknemer, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -470,9 +470,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -495,7 +495,7 @@ Als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid, van d **2.** De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. -**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.15 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. +**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.15 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. ### Artikel 4:6:2 @@ -534,11 +534,11 @@ Hierbij zijn voor personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van d ### Artikel 4:6:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid, van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid, van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:6:5 @@ -552,9 +552,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -615,9 +615,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -688,9 +688,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -762,9 +762,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -787,7 +787,7 @@ Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CA **2.** De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. -**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.15 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. +**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.15 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. ### Artikel 4:12:2 @@ -826,11 +826,11 @@ Hierbij zijn voor personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloei ### Artikel 4:12:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid, van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid, van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:12:5 @@ -844,9 +844,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -907,9 +907,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1008,8 +1008,8 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1061,8 +1061,8 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1085,7 +1085,7 @@ Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het **2.** De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. -**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.15 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. +**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.15 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. ### Artikel 4:21:2 @@ -1119,13 +1119,13 @@ a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers die ### Artikel 4:21:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. -**2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **3.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste of tweede lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**4.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**4.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:21:5 @@ -1135,8 +1135,8 @@ a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1197,8 +1197,8 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1479,11 +1479,11 @@ b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werk ### Artikel 4:36 -Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:36:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. +Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:36:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. ### Artikel 4:36:1 -**1.** De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die studieverlof genoot op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. +**1.** De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die studieverlof genoot op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. **2.** @@ -1497,8 +1497,8 @@ c. de periode waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan. Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de arbeidsovereenkomst dan overlegt de werkgever naast de arbeidsovereenkomst: -a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer studieverlof heeft genoten op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008; en -b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 genoot, heeft vervangen. +a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer studieverlof heeft genoten op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008; en +b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 genoot, heeft vervangen. ### 4.3. Formatieve beëindigingsgronden bij een vast dienstverband @@ -1587,7 +1587,7 @@ Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat he Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:38:2 in de schooljaren 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 4:38:6 @@ -1599,11 +1599,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:38:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:38:9 @@ -1613,9 +1613,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de beëindigingsdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1669,11 +1669,11 @@ de beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 4:39:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:39:5 @@ -1723,9 +1723,9 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van ### Artikel 4:41:2 -**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, zijn gedaald. +**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, zijn gedaald. -**2.** De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de rijksbekostiging Materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, is gedaald. +**2.** De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de rijksbekostiging Materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, is gedaald. ### Artikel 4:41:3 @@ -1733,29 +1733,29 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan de werkgever op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: -A. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019, of -B. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2020, of -C. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2020 +A. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019, of +B. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2020, of +C. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2020 **2.** De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:41:3 onder A, B of C: -A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2019 +A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2019 -1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2020 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2020 -1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2020 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2020 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 -1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2020 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2020 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2020 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2020 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. ### Artikel 4:41:4 @@ -1769,9 +1769,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1836,11 +1836,11 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een ### Artikel 4:42:6 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de bekostiging van de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van bekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van bekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. ### Artikel 4:42:7 @@ -1858,9 +1858,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1897,9 +1897,9 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de datum van de beëindiging van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, heeft de werkgever het ondersteuningsaanbod verlengd tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2003,7 +2003,7 @@ Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat he **3.** Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -**4.** De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +**4.** De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 4:45:6 @@ -2015,11 +2015,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:45:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een verleend ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:45:9 @@ -2029,9 +2029,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2081,7 +2081,7 @@ b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gem ### Artikel 4:46:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. @@ -2132,9 +2132,9 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van ### Artikel 4:48:2 -**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, zijn gedaald. +**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, zijn gedaald. -**2.** De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de rijksbekostiging Materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, is gedaald. +**2.** De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de rijksbekostiging Materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, is gedaald. ### Artikel 4:48:3 @@ -2142,29 +2142,29 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019, of -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2020, of -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2020. +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019, of +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2020, of +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2020. **2.** De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:48:3 onder A, B of C: -A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2019 +A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2019 -1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2020 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2020 -1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 -1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2020 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2020 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. ### Artikel 4:48:4 @@ -2178,9 +2178,9 @@ Als er meerdere ontslagen gemeld worden, overlegt de werkgever de onderlinge vol De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2245,11 +2245,11 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een ### Artikel 4:49:6 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid, van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid, van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:49:7 @@ -2267,9 +2267,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2306,9 +2306,9 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, heeft de werkgever het ondersteuningsaanbod verlengd tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2341,8 +2341,8 @@ Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2402,7 +2402,7 @@ Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voo Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:52:1 in de schooljaren 2017 – 2018, 2018 – 2019 en 2019 – 2020 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 4:52:5 @@ -2410,11 +2410,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:52:6 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid, van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid, van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:52:7 @@ -2424,8 +2424,8 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2471,11 +2471,11 @@ d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de ande Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:53:1 in de schooljaren 2017 – 2018, 2018 – 2019 en 2019 – 2020 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2018 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 4:53:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. @@ -2489,8 +2489,8 @@ De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per Indien de werkgever niet over een sociaal plan beschikt, overlegt hij de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2538,9 +2538,9 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van ### Artikel 4:55:1 -**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, zijn gedaald. +**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, zijn gedaald. -**2.** De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de rijksbekostiging Materieel per 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, is gedaald. +**2.** De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de rijksbekostiging Materieel per 1 januari 2020, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2019, is gedaald. ### Artikel 4:55:2 @@ -2548,29 +2548,29 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: -• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2019, *of* -• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2020, *of* -• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2020 +• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2019, *of* +• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2020, *of* +• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2020 **2.** De werkgever overlegt, afhankelijk van de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:55:3 onder A, B of C: -A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2019 +A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2019 -1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. +1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2020 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2020 -1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. +1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 -1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. +1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2020 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2020 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. ### Artikel 4:55:3 @@ -2580,8 +2580,8 @@ C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2628,11 +2628,11 @@ Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voo ### Artikel 4:56:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een niet voortgezet dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot niet voortzetten van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een niet voortgezet dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot niet voortzetten van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:56:5 @@ -2650,8 +2650,8 @@ Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voo De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden; +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden; **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2739,11 +2739,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:57:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een verleend ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:57:9 @@ -2753,9 +2753,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2804,7 +2804,7 @@ b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gem ### Artikel 4:58:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. @@ -2885,7 +2885,7 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:59:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:59:9 @@ -2895,9 +2895,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2969,11 +2969,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:60:7 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:60:8 @@ -2983,8 +2983,8 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3104,7 +3104,7 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:62:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:62:9 @@ -3114,8 +3114,8 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3148,8 +3148,8 @@ Indien er sprake is van de beëindiging van een dienstverband van een personeels De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 12 maanden; -b. minstens € 1.000,- bij een dienstverband van 12 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 12 maanden; +b. minstens € 1.000,- bij een dienstverband van 12 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3186,7 +3186,7 @@ Indien er sprake is van het niet voortzetten van een dienstverband van een perso **1.** Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. -**2.** De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van € 100,– per afgeronde maand dat de werknemer in dienst is geweest, tot een maximum van € 1.000,-. +**2.** De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van € 100,– per afgeronde maand dat de werknemer in dienst is geweest, tot een maximum van € 1.000,-. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3211,7 +3211,7 @@ Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor ### Artikel 6:2 -Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode 1 januari 2020 tot en met 31 juli 2020. +Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode 1 januari 2020 tot en met 31 juli 2020. ### Artikel 6:3