From cf0df47be9d01adacbf1826c1f306e55421f52c8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 5 Apr 2022 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2022-04-05 | BWBR0037940 | Netcode elektriciteit --- .../BWBR0037940/README.md | 58 +++++++++++-------- 1 file changed, 34 insertions(+), 24 deletions(-) diff --git a/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md b/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md index 72b63fd4e61..e19f08a90bf 100644 --- a/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md +++ b/zbo/netcode-elektriciteit/BWBR0037940/README.md @@ -30,7 +30,7 @@ Vervallen ### Artikel 1.4 -De processen in de artikelen 3.2, 3.3, 9.2, 9.4 tot en met 9.11, 9.19,13.11 tot en met 13.14, alsmede in de hoofdstukken 10 en 11, inclusief de bijlagen 2 en 3, worden toegepast per allocatiepunt in plaats van per aansluiting. +De processen in de artikelen, 3.3, 9.2, 9.4 tot en met 9.11, 9.19,13.11 tot en met 13.14, alsmede in de hoofdstukken 10 en 11, inclusief de bijlagen 2 en 3, worden toegepast per allocatiepunt in plaats van per aansluiting. ### Artikel 1.5 @@ -60,15 +60,29 @@ Met in deze code bedoelde materialen en/of producten worden gelijkgesteld materi ### Artikel 2.4 -**1.** De netbeheerder en de aangeslotene komen voor elk van de verbindingen behorende tot de aansluiting de locatie van het bijbehorende overdrachtspunt overeen. +**1.** De netbeheerder identificeert de aansluitingen en geplande aansluitingen op het eigen net door aan elke aansluiting of geplande aansluiting één unieke EAN-code toe te kennen. De netbeheerder deelt de aangeslotene desgevraagd mee welke EAN-code aan diens aansluiting is toegekend. -**2.** Aan elke aansluiting, niet zijnde een aansluiting van een net op een ander net, kent de netbeheerder een primair allocatiepunt toe ongeacht het aantal overdrachtspunten van een aansluiting. +**2.** De netbeheerder en de aangeslotene komen voor elk van de verbindingen behorende tot de aansluiting de locatie van het bijbehorende overdrachtspunt overeen. -**3.** In aanvulling op het tweede lid kan een primair allocatiepunt worden toegekend aan een aansluiting van een net op een ander net indien dit een aansluiting betreft van een gesloten distributiesysteem waarvan de beheerder geen gebruik maakt van het elektronische berichtenverkeer als bedoeld in paragraaf 13.5 ten behoeve van het faciliteren van derdentoegang. +**3.** Aan elke aansluiting, niet zijnde een aansluiting van een net op een ander net, kent de netbeheerder een primair allocatiepunt toe ongeacht het aantal overdrachtspunten van een aansluiting. -**4.** Indien voor een aansluiting, bestaande uit meer dan één verbinding, overeenkomstig het eerste lid meer dan één overdrachtspunt is overeengekomen, wordt door de netbeheerder aan elk van die overdrachtspunten een EAN-code toegekend, onverminderd de verplichting om overeenkomstig artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas aan de aansluiting als geheel een EAN-code toe te kennen. +**4.** In aanvulling op het derde lid kan een primair allocatiepunt worden toegekend aan een aansluiting van een net op een ander net indien dit een aansluiting betreft van een gesloten distributiesysteem waarvan de beheerder geen gebruik maakt van het elektronische berichtenverkeer als bedoeld in paragraaf 13.5 ten behoeve van het faciliteren van derdentoegang. -**5.** Indien op een aansluiting als bedoeld in het vierde lid, artikel 2.5 wordt toegepast, worden de aan de afzonderlijke allocatiepunten toegekende EAN-codes tevens gebruikt ter identificatie van de bijbehorende overdrachtspunten van de aansluiting. +**5.** Het primaire allocatiepunt van een aansluiting wordt geïdentificeerd met dezelfde EAN-code als de aansluiting. + +**6.** Indien de netbeheerder op grond van artikel 2.5 tot en met 2.9 een secundair allocatiepunt toekent aan een aansluiting, identificeert de netbeheerder het desbetreffende secundaire allocatiepunt door middel van het toekennen van een unieke EAN-code. + +**7.** Indien voor een aansluiting, bestaande uit meer dan één verbinding, overeenkomstig het tweede lid meer dan één overdrachtspunt is overeengekomen, identificeert de netbeheerder elk van die overdrachtspunten door het toekennen van een unieke EAN-code, onverminderd de verplichting om overeenkomstig het eerste lid aan de aansluiting als geheel een EAN-code toe te kennen. + +**8.** Indien op een aansluiting bestaande uit één verbinding artikel 2.6 of artikel 2.9 wordt toegepast, identificeert de netbeheerder het overdrachtspunt door het toekennen van een unieke EAN-code, onverminderd de verplichting om overeenkomstig het eerste lid aan de aansluiting als geheel een EAN-code toe te kennen. + +**9.** De netbeheerder identificeert elke overeenkomstig artikel 2.16, tweede lid gemelde elektriciteitsproductie-eenheid of energieopslagfaciliteit met een unieke EAN-code en verstrekt deze desgevraagd aan de aangeslotene. De netbeheerder legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4. + +**10.** De netbeheerder identificeert desgevraagd een beoogde GCvO-installatie met een unieke EAN-code, verstrekt deze aan de aangeslotene en legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4. + +**11.** Indien de aan een elektriciteitsproductie-eenheid of een GCvO-installatie toegekende EAN-code op 5 april 2022 dezelfde is als de EAN-code die op grond van het eerste lid aan de aansluiting van de desbetreffende aangeslotene is toegekend, kan deze situatie gehandhaafd blijven tot op het moment dat er wijziging van de aansluiting, de elektriciteitsproductie-eenheid of de GCvO-installatie plaatsvindt. + +**12.** De netbeheerder identificeert desgevraagd een verbruiksinstallatie die vraagsturing levert aan een netbeheerder per vraagsturingleverende verbruikseenheid door het toekennen van een unieke EAN-code en legt deze vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4. ### Artikel 2.5 @@ -191,13 +205,13 @@ f. de bedrijfsvoering. ### Artikel 2.16 -**1.** De elektrische installaties bevatten geen bedrijfsmiddelen die tot invoeding in het net van de netbeheerder kunnen leiden, tenzij aan de aanvullende voorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden zoals opgenomen in hoofdstuk 3 wordt voldaan. +**1.** De elektrische installaties bevatten geen bedrijfsmiddelen die tot het plaatsen of wijzigen van een elektriciteitsproductie-eenheid of een energieopslagfaciliteit in het net van de netbeheerder kunnen leiden, tenzij aan de aanvullende voorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden zoals opgenomen in hoofdstuk 3 wordt voldaan. -**2.** De aangeslotene stelt de netbeheerder tijdig op de hoogte van zijn voornemen tot invoeding, opdat de netbeheerder eventueel noodzakelijke wijzigingen in het net kan doorvoeren. +**2.** De aangeslotene stelt de netbeheerder tijdig op de hoogte van zijn voornemen tot het plaatsen of wijzigen van een elektriciteitsproductie-eenheid of een energieopslagfaciliteit, opdat de netbeheerder eventueel noodzakelijke wijzigingen in het net kan doorvoeren. **3.** -Indien het bedrijfsmiddel dat tot invoeding in het net van de netbeheerder kan leiden, als bedoeld in het eerste lid, een energieopslagfaciliteit betreft: +Indien het bedrijfsmiddel dat tot het plaatsen of wijzigen van een elektriciteitsproductie-eenheid of een energieopslagfaciliteit in het net van de netbeheerder kan leiden, als bedoeld in het eerste lid, een energieopslagfaciliteit betreft: a. zijn aansluitvoorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) en de daarbij behorende onderdelen van hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: @@ -503,9 +517,7 @@ c. 60 MW voor onderdeel d. ### Artikel 3.2 -**1.** De netbeheerder verstrekt desgevraagd aan een aangeslotene die elektriciteit produceert per elektriciteitsproductie-eenheid een EAN-code ter identificatie van de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid en legt deze vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4. - -**2.** Indien er zich achter een aansluiting slechts één elektriciteitsproductie-eenheid bevindt, of, indien er zich achter een aansluiting meer dan één elektriciteitsproductie-eenheden bevinden van hetzelfde type, als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit, kan, in afwijking van het eerste lid, de in het eerste lid bedoelde EAN-code dezelfde zijn als die waarmee op grond van artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de desbetreffende aansluiting wordt geïdentificeerd. +Vervallen ### Paragraaf 3.2. Voorwaarden voor het onderzoek in het kader van @@ -1378,13 +1390,11 @@ Vervallen ### Artikel 4.9 -**1.** De netbeheerder verstrekt desgevraagd aan een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie die vraagsturing levert aan een netbeheerder per vraagsturingleverende verbruikseenheid een EAN-code ter identificatie van de desbetreffende vraagsturingleverende verbruikseenheid en legt deze vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4. +**1.** De tijdsperiode waarbinnen de vermogensaanpassing, na instructie door de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, wordt aangepast, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel f, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), wordt vastgelegd in de overeenkomst met de aangeslotene of met de partij die vraagsturing aanbiedt namens verbruikseenheden gezamenlijk als onderdeel van een aggregatie. -**2.** De tijdsperiode waarbinnen de vermogensaanpassing, na instructie door de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, wordt aangepast, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel f, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), wordt vastgelegd in de overeenkomst met de aangeslotene of met de partij die vraagsturing aanbiedt namens verbruikseenheden gezamenlijk als onderdeel van een aggregatie. +**2.** De bijzonderheden van de kennisgeving waarmee de aanpassing van de capaciteit van de vraagsturing wordt medegedeeld, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), worden vastgelegd in de overeenkomst met de aangeslotene of met de partij die vraagsturing aanbiedt namens verbruikseenheden gezamenlijk als onderdeel van een aggregatie. -**3.** De bijzonderheden van de kennisgeving waarmee de aanpassing van de capaciteit van de vraagsturing wordt medegedeeld, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), worden vastgelegd in de overeenkomst met de aangeslotene of met de partij die vraagsturing aanbiedt namens verbruikseenheden gezamenlijk als onderdeel van een aggregatie. - -**4.** De maximale waarde van de frequentiegradiënt waarbij niet van het net mag worden ontkoppeld, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel k, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is: 2 Hz/s. +**3.** De maximale waarde van de frequentiegradiënt waarbij niet van het net mag worden ontkoppeld, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel k, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is: 2 Hz/s. ### Artikel 4.10 @@ -1465,9 +1475,9 @@ c. is de Informatiecode elektriciteit en gas, met uitzondering van de hoofdstukk ### Artikel 5.9 -**1.** Een aangeslotene op een gesloten distributiesysteem, die elektriciteit als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 produceert, kan bij de netbeheerder in de desbetreffende regio een verzoek indienen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998. In dat geval is artikel 2.12 van overeenkomstige toepassing op de aansluiting van deze aangeslotene op het gesloten distributiesysteem en dient bij het in artikel 2.12, tweede lid, bedoelde overleg tevens de beheerder van het gesloten distributiesysteem te worden betrokken. +**1.** Een aangeslotene op een gesloten distributiesysteem, die beschikt over een GCvO-installatie waarmee hij elektriciteit als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 produceert, kan bij de netbeheerder in de desbetreffende regio een verzoek indienen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998. In dat geval is artikel 2.12 van overeenkomstige toepassing op de aansluiting van deze aangeslotene op het gesloten distributiesysteem en dient bij het in artikel 2.12, tweede lid, bedoelde overleg tevens de beheerder van het gesloten distributiesysteem te worden betrokken. -**2.** Desgevraagd stelt de netbeheerder een EAN-code ter beschikking ter identificatie van de in het eerste lid bedoelde elektriciteitsproductie-installatie. De in artikel 16, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998 bedoelde uitlezing van de meetinrichting kan de desbetreffende aangeslotene door de netbeheerder of door een meetverantwoordelijke laten uitvoeren. +**2.** Desgevraagd stelt de netbeheerder een EAN-code ter beschikking ter identificatie van de in het eerste lid bedoelde GCvO-installatie. De in artikel 16, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998 bedoelde uitlezing van de meetinrichting kan de desbetreffende aangeslotene door de netbeheerder of door een meetverantwoordelijke laten uitvoeren. ## Hoofdstuk 6. Aansluitvoorwaarden voor HVDC-systemen en DC-aangesloten power park modules @@ -2212,7 +2222,7 @@ Indien en voor zover door de netbeheer in overleg met de aangeslotene voor een o ### Artikel 8.6 -De netbeheerder handelt een verzoek van een aangeslotene tot verstrekking van EAN-codes, als bedoeld in artikel 5.9artikel 4.9, eerste lid, of artikel 3.2, eerste lid, binnen tien werkdagen af. Indien afhandeling binnen deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een reactie kan worden verwacht. +De netbeheerder handelt een verzoek van een aangeslotene tot verstrekking van EAN-codes, als bedoeld in artikel 2.4, negende en twaalfde lid, en artikel 5.9, binnen tien werkdagen af. Indien afhandeling binnen deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een reactie kan worden verwacht. ### Artikel 8.7 @@ -4105,7 +4115,7 @@ De structurele gegevens als bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder ve a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; b. de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid; -c. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid. +c. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 2.4, negende lid. ### Artikel 13.2 @@ -4169,7 +4179,7 @@ De structurele gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid worden verstrekt a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; b. de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in artikel 2.4, vierde lid; -c. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid. +c. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 2.4, negende lid. **4.** Het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type B, C of D zou worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is. @@ -4478,7 +4488,7 @@ f. de eventuele beperkingen in de regelcapaciteit voor blindvermogen. De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; -b. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid. +b. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 2.4, negende lid. **3.** @@ -4531,7 +4541,7 @@ f. de eventuele beperkingen in de regelcapaciteit voor blindvermogen. De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van: a. de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; -b. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid. +b. de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 2.4, negende lid. **3.**