2001-12-22 | BWBR0006520 | Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie

This commit is contained in:
Coornhert 2001-12-22 12:00:00 +00:00
parent 800e66a4e1
commit cf294eb6b3

View file

@ -20,15 +20,14 @@ In dit besluit en de daarop berustende regelingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. het LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2 van de LSOP-wet;
c. voorziening tot samenwerking: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de Politiewet 1993;
c. ITO: de Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV;
d. bevoegd gezag:
1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een regionaal politiekorps;
2°. Onze Minister, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten;
2°. Onze Minister, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten of bij ITO;
3°. Onze Minister van Justitie, voor zover het betreft de bijzondere ambtenaar van politie;
4°. de bestuursraad van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en *b*, van de LSOP-wet;
5°. de directie van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de LSOP-wet;
6°. het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking voor zover het betreft de ambtenaren aangesteld bij de desbetreffende voorziening tot samenwerking;
4°. de bestuursraad van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen *a* en *b*, van de LSOP-wet;
5°. de directie van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel *c*, van de LSOP-wet;
e. betrokkene: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *h*, van het Besluit algemene rechtspositie politie, dan wel degene die ambtenaar in bedoelde zin is geweest;
f. plaats van tewerkstelling: de plaats van tewerkstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder t, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
g. werkgebied: het werkgebied, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder v, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
@ -37,7 +36,7 @@ i. gezinsleden: de echtgenoot, de geregistreerde partner of de levenspartner van
j. geregistreerde partner: degene met wie de niet-gehuwde ambtenaar een geregistreerd partnerschap is aangegaan.
k. levenspartner: degene met wie de niet gehuwde ambtenaar samenwoont en een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een bij notariële akte gesloten samenlevingscontract of uit een schriftelijke verklaring van een notaris dat een samenlevingscontract is opgemaakt;
l. eigen huishouding voeren: het zelfstandig bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag;
m. berekeningsbasis: het twaalfvoud van de bezoldiging in de zin van het Besluit bezoldiging politie die de betrokkene geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op zowel de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 23 van het Besluit bezoldiging politie, als de uitkering op grond van artikel 25b van dat besluit en in voorkomende gevallen verhoogd met:
m. berekeningsbasis: het twaalfvoud van de bezoldiging in de zin van het Besluit bezoldiging politie die de betrokkene geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering en in voorkomende gevallen verhoogd met:
1e. genoten wachtgeld of uitkering krachtens dan wel overeenkomstig het Rijkswachtgeldbesluit 1959 of de Uitkeringsregeling 1966;
2e. genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag of de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden of
@ -49,10 +48,10 @@ n. berekeningstijdstip:
2e. indien de betrokkene verhuist vóór de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de functievervulling;
3e. bij het overlijden of ontslag van de betrokkene de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten;
o. verplaatsen: veranderen van het werkgebied van de betrokkene in opdracht van het bevoegd gezag, waaronder mede wordt verstaan het tewerkstellen in een ander deel van het werkgebied, wanneer hiermee een verhuizing gepaard gaat die op last van het bevoegd gezag plaatsvindt;
p. voor het eerst in dienst treden: in dienst treden bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP, bij een voorziening tot samenwerking danwel bij een organisatie-onderdeel van de bijzondere ambtenaar van politie, anders dan in geval van overgang binnen één maand:
p. voor het eerst in dienst treden: in dienst treden bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP, bij ITO danwel bij een organisatie-onderdeel van de bijzondere ambtenaar van politie, anders dan in geval van overgang binnen één maand:
1e. van de ene naar de andere hiervoor genoemde dienst;
2e. van een andere overheidsdienst of een door het Rijk bekostigde onderwijsinstelling naar een regionaal politiekorps, het Korps landelijke politiediensten, het LSOP, een voorziening tot samenwerking danwel een organisatie-onderdeel van de bijzondere ambtenaren van politie.
2e. van een andere overheidsdienst of een door het Rijk bekostigde onderwijsinstelling naar een regionaal politiekorps, het Korps landelijke politiediensten, het LSOP, ITO danwel een organisatie-onderdeel van de bijzondere ambtenaren van politie.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel m, wordt, indien de betrokkene een toelage als bedoeld in de artikelen 13, 14, 15 en 18 van het Besluit bezoldiging politie geniet, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de betrokkene gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten.
@ -165,21 +164,17 @@ Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa en terug, kan - indien de tewer
### Artikel 10a
**1.** Het bevoegd gezag kan ten behoeve van het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling een vervoerplan vaststellen.
**2.** Betrokkene maakt voor 1 januari van elk kalenderjaar aan het bevoegd gezag kenbaar of hij aanspraak wil maken op de tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling op grond van het vervoerplan of op de tegemoetkoming op grond van artikel 11.
**3.** Op verzoek van betrokkene kan de grondslag voor de aanspraak, bedoeld in het tweede lid, slechts worden herzien in verband met een wijziging van de persoonlijke situatie als gevolg van verhuizing of door een verandering van dienstwege.
Het bevoegd gezag kan ten behoeve van het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling een vervoerplan vaststellen. Het vervoerplan treedt in de plaats van het bepaalde in artikel 11.
### Artikel 11
**1.** De betrokkene die geen opdracht heeft om te verhuizen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling.
**1.** De betrokkene die geen opdracht heeft om te verhuizen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, indien de te reizen afstand meer dan tien kilometer bedraagt.
**2.** De betrokkene die opdracht van het bevoegd gezag heeft gekregen naar of naar de nabijheid van het werkgebied te verhuizen en daarin, ondanks alle pogingen niet slaagt, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten.
**2.** De betrokkene die opdracht van het bevoegd gezag heeft gekregen naar of naar de nabijheid van het werkgebied te verhuizen en daarin, ondanks alle pogingen niet slaagt, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten en de te reizen afstand meer dan tien kilometer bedraagt.
**3.** Een betrokkene als bedoeld in het tweede lid die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft, tenzij van overheidswege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij het werkgebied alsmede op een tegemoetkoming voor ten hoogste eenmaal per week in de reiskosten voor gezinsbezoek dan wel voor reiskosten naar de plaats waar hij zijn woonplaats heeft of zich heeft gevestigd. Indien de betrokkene er niet in slaagt om een pension in het werkgebied te betrekken en hij zich naar het oordeel van het bevoegd gezag daartoe voldoende inspanningen heeft getroost, heeft hij tevens aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen het pension nabij het werkgebied en de plaats van tewerkstelling.
**4.** Indien de betrokkene bedoeld in het derde lid, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet alles wat redelijkerwijze van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor de tegemoetkomingen, bedoeld in het derde lid.
**4.** Indien de betrokkene bedoeld in het tweede en derde lid, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet alles wat redelijkerwijze van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor de tegemoetkomingen, bedoeld in het tweede en derde lid.
**5.** Een betrokkene die een functie voor maximaal twee jaar bekleedt of voor maximaal twee jaar elders is geplaatst en als gevolg daarvan niet behoeft te verhuizen, wordt in afwijking van het eerste lid een tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in het tweede lid verleend, dan wel een tegemoetkoming overeenkomstig het derde lid, indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen.
@ -187,12 +182,6 @@ Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa en terug, kan - indien de tewer
**7.** De tegemoetkomingen, bedoeld in dit artikel, worden vastgesteld volgens nader door Onze Minister te stellen regels.
### Artikel 11a
**1.** De betrokkene, geleider van een politiesurveillancehond of een politiespeurhond, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor de dagelijkse reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling of oefenterrein, indien het noodzakelijk is dat hij in het kader van zijn dienstuitoefening met een politiesurveillancehond of een politiespeurhond reist met eigen vervoer tussen de woning en de plaats van tewerkstelling of oefenterrein. De betrokkene wordt in dat geval een tegemoetkoming in de kosten verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels.
**2.** Voor de dagelijkse reizen tussen de woning en plaats van tewerkstelling of oefenterrein, waarop het eerste lid van toepassing is, treedt deze aanspraak in plaats van artikel 11.
## Hoofdstuk V. Overige bepalingen
### Artikel 12