From cf2a8a373f8784513e44db3a4556ceea5a2f2503 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-01-01 | BWBR0025036 | Mediabesluit 2008 --- amvb/mediabesluit-2008/BWBR0025036/README.md | 240 ++++--------------- 1 file changed, 43 insertions(+), 197 deletions(-) diff --git a/amvb/mediabesluit-2008/BWBR0025036/README.md b/amvb/mediabesluit-2008/BWBR0025036/README.md index e8ee736757c..85db3d9ff8e 100644 --- a/amvb/mediabesluit-2008/BWBR0025036/README.md +++ b/amvb/mediabesluit-2008/BWBR0025036/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Mediabesluit 2008 bwb_id: BWBR0025036 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2009-12-14' +datum_inwerkingtreding: '2009-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0025036 citeertitel: Mediabesluit 2008 --- @@ -16,127 +16,39 @@ citeertitel: Mediabesluit 2008 In dit besluit wordt verstaan onder: -- *visual radio:* televisieprogramma dat bestaat uit een radioprogramma dat is voorzien van beelden; - *wet:* - Mediawet 2008. + Mediawet 2008 ## Hoofdstuk 2. Publieke mediadiensten ### Afdeling 1. Landelijke publieke mediadienst -#### Paragraaf 1. Experimenten - -### Artikel 1a - -**1.** De NPO maakt voorafgaand aan de start van een experiment betreffende een aanbodkanaal als bedoeld in artikel 2.21a van de wet de uitvoering van dat experiment bekend. - -**2.** - -De bekendmaking gaat vergezeld van een beschrijving van het experiment die in elk geval bevat: - -a. de positie van het experiment binnen de publieke mediaopdracht, bedoeld in artikel 2.1 van de wet, en de relatie met het andere media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst; -b. de doelstellingen van het experiment waaronder het beoogde publieksbereik, de doelgroepen en de behoeften van het publiek, mede in het licht van bestaand marktaanbod; en -c. de duur en wijze van financiering van het experiment en de manier waarop het experiment wordt geëvalueerd. - -### Artikel 1b - -**1.** - -In de begroting, bedoeld in artikel 2.147 van de wet, wordt een beschrijving gegeven van: - -a. de experimenten die worden uitgevoerd; en -b. de voorgenomen experimenten in het komende kalenderjaar. - -**2.** Artikel 1a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 1c - -**1.** Een experiment is in duur beperkt tot een looptijd van maximaal een jaar, gerekend vanaf het tijdstip waarop het desbetreffende aanbodkanaal voor het publiek beschikbaar is. - -**2.** Als binnen de maximale looptijd van een experiment het desbetreffende aanbodkanaal in het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, of in de begroting, bedoeld in artikel 2.147 van de wet, met het oog op de instemming als bedoeld in artikel 2.21, derde lid onderscheidenlijk vierde lid, van de wet is opgenomen, kan het experiment worden voortgezet, totdat over de instemming is beslist. - -**3.** Een experiment heeft een beperkt publieksbereik, tenzij dit niet mogelijk is vanwege technische omstandigheden of tot onevenredig hoge kosten leidt. - -### Artikel 1d - -**1.** De totale kosten voor de landelijke publieke mediadienst van experimenten in enig kalenderjaar bedragen niet meer dan 2 procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f, van de wet. - -**2.** De NPO vermeldt in het verslag, bedoeld in artikel 2.58 van de wet, de uitgevoerde experimenten en de kosten per experiment in het afgelopen kalenderjaar. - -#### Paragraaf 2. Media-aanbod Nederlandse Omroep Stichting +#### Paragraaf 1. Media-aanbod Nederlandse Omroep Stichting ### Artikel 2 -De NOS verzorgt in ieder geval het volgende media-aanbod: +De Stichting verzorgt in ieder geval het volgende media-aanbod: a. de dagelijkse nieuwsvoorziening; b. de verslaggeving over Nederlandse en Europese parlementaire aangelegenheden; c. de verslaggeving van nationale feest- en gedenkdagen; d. de actuele sportverslaggeving, waaronder in ieder geval de competitie- en bekerwedstrijden en internationale evenementen; e. de verslaglegging van andere nationale en internationale gebeurtenissen van bijzondere aard, waaronder staatsbezoeken; -f. de nieuwsvoorziening ten behoeve van de regio; -g. de nieuwsvoorziening ten behoeve van de jeugd; -h. de nieuwsvoorziening ten behoeve van personen met een auditieve beperking; en -i. aanbod van dienstverlenende aard, waaronder informatie ten behoeve van scheepvaart, verkeer, visserij, en land- en tuinbouw. +f. de nieuwsvoorziening ten behoeve van de jeugd; +g. de nieuwsvoorziening ten behoeve van personen met een auditieve beperking; en +h. aanbod van dienstverlenende aard, zoals informatie ten behoeve van scheepvaart, verkeer, visserij, en land- en tuinbouw. -#### Paragraaf 3. Media-aanbod Stichting NTR +#### Paragraaf 2. Media-aanbod Nederlandse Programma Stichting ### Artikel 3 -De NTR verzorgt in ieder geval het volgende media-aanbod: +De Programmastichting verzorgt in ieder geval het volgende media-aanbod: a. achtergrondinformatie en beschouwingen over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, onder meer op het gebied van economie, wetenschap en techniek; b. aanbod ten behoeve van maatschappelijke doelgroepen die elders niet of niet voldoende tot hun recht komen; c. aanbod dat betrekking heeft op etnische en culturele minderheden; -d. aanbod van culturele aard, waaronder kunst, dat elders niet of niet voldoende tot zijn recht komt; en -e. aanbod van educatieve aard ten behoeve van de jeugd. - -#### Paragraaf 4. Evaluatiecriteria - -### Artikel 3a - -In deze paragraaf worden onder evaluatie en evaluatiecommissie verstaan de evaluatie onderscheidenlijk de evaluatie, bedoeld in artikel 2.184 van de wet, en de evaluatiecommissie, bedoeld in artikel 2.185 van de wet. - -### Artikel 3b - -**1.** - -Bij de evaluatie van elke afzonderlijke landelijke publieke media-instelling betrekt de evaluatiecommissie de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht door het aanbieden van media-aanbod dat: - -a. evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud; -b. op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving geeft en de pluriformiteit van onder de bevolking levende overtuigingen, opvattingen en interesses op maatschappelijk, cultureel en levensbeschouwelijk gebied weerspiegelt; -c. gericht is op en een relevant bereik heeft onder zowel een breed en algemeen publiek als bevolkings- en leeftijdgroepen van verschillende omvang en samenstelling met in het bijzonder aandacht voor kleine doelgroepen; -d. onafhankelijk is van commerciële invloeden en, behoudens het bepaalde bij of krachtens de wet, van overheidsinvloeden; -e. voldoet aan hoge journalistieke en professionele kwaliteitseisen; en -f. voor iedereen toegankelijk is. - -**2.** Bij de evaluatie van elke afzonderlijke landelijke publieke media-instelling betrekt de evaluatiecommissie voorts de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan het volgen en stimuleren van technologische ontwikkelingen en het benutten van de mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden via nieuwe media- en verspreidingstechnieken. - -**3.** Bij de evaluatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, betrekt de evaluatiecommissie de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan realisering van doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, en van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.22 van de wet. - -### Artikel 3c - -**1.** - -Bij de evaluatie van een afzonderlijke omroeporganisatie die een erkenning als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts: - -a. de wijze waarop de missie en de identiteit van de omroeporganisatie zijn geformuleerd en uitgewerkt in doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik; en -b. de mate waarin de omroeporganisatie in onderdeel a bedoelde doelstellingen heeft gerealiseerd. - -**2.** - -Bij de evaluatie van een omroepvereniging die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, van de wet heeft verkregen, betrekt de evaluatiecommissie voorts: - -a. de criteria, bedoeld in het eerste lid; en -b. de mate waarin deze instelling heeft voldaan aan de eis om zich naar stroming en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig te onderscheiden van de erkende omroeporganisaties dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst is vergroot en een vernieuwende bijdrage is geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau. - -**3.** - -Bij de evaluatie van de NOS en de NTR betrekt de evaluatiecommissie voorts: - -a. de wijze waarop deze instellingen de taken, bedoeld in artikel 2.34a, eerste en tweede lid, van de wet onderscheidenlijk artikel 2.35, eerste lid, van de wet, en in het bijzonder de taken, bedoeld in artikel 2 onderscheidenlijk artikel 3, hebben uitgevoerd; -b. de mate waarin deze instellingen eigen doelstellingen voor media-aanbod en publieksbereik hebben gerealiseerd; en -c. de wijze waarop deze instellingen zorg dragen voor interne pluriformiteit van hun media-aanbod als bedoeld in artikel 2.34e van de wet onderscheidenlijk artikel 2.37a van de wet. +d. aanbod van educatieve aard ten behoeve van de jeugd; en +e. consumentenvoorlichting. ### Afdeling 2. Regionale en lokale publieke mediadiensten @@ -144,34 +56,17 @@ c. de wijze waarop deze instellingen zorg dragen voor interne pluriformiteit van ### Artikel 4 -**1.** Het programma-aanbod van de regionale en de lokale publieke mediadienst bedoeld in artikel 2.70, aanhef en onderdeel b, van de wet, bestaat voor ten minste vijftig procent uit aanbod dat door de media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd. +**1.** Het programma-aanbod van de regionale en de lokale publieke mediadienst bedoeld in artikel 2.70, aanhef en onderdeel b, van de wet, bestaat voor ten minste vijftig procent uit aanbod dat door de mediainstelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd. **2.** Als artikel 2.71, derde lid, van de wet op een lokale publieke media-instelling van toepassing is, zijn de gedeelten, bedoeld in artikel 2.71, vierde lid, onderdelen a en b, van de wet, ten minste de helft. -#### Paragraaf 2. Verdeling budget voor de regionale publieke media-instellingen; voorschriften over de aanvraag om bekostiging - -### Artikel 4a - -Het totaalbudget, bedoeld in artikel 2.170, eerste lid, van de wet, wordt zodanig over de regionale publieke media-instellingen verdeeld dat aan de hieronder genoemde regionale publieke media-instellingen een bijdrage in de kosten wordt verstrekt waarvan de hoogte maximaal het achter de desbetreffende media-instelling vermelde percentage van het totaalbudget bedraagt: - -### Artikel 4b - -Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de inhoud, de inrichting en het tijdstip van indiening van een aanvraag voor een bijdrage als bedoeld in artikel 2.170, tweede lid, van de wet en over de inhoud en inrichting van de begroting van een regionale publieke media-instelling. - ### Afdeling 3. Nadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten #### Paragraaf 1. Reclame en telewinkelen ### Artikel 5 -Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen, inclusief omlijsting, in het programma-aanbod van de regionale en lokale publieke mediadiensten bedraagt per programmakanaal niet meer dan tien procent van de totale duur van het programma-aanbod op het programmakanaal per jaar. - -### Artikel 5a - -Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen in het programma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst bedraagt: - -a. per televisieprogrammakanaal niet meer dan acht procent van de totale duur van het programma-aanbod op dat kanaal per jaar; -b. per radioprogrammakanaal niet meer dan tien procent van het programma-aanbod op dat kanaal per jaar. +Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen, inclusief omlijsting, in het programma-aanbod van de publieke mediadiensten bedraagt per programmakanaal niet meer dan tien procent van de totale duur van het programma-aanbod op het programmakanaal per jaar. ### Artikel 6 @@ -181,11 +76,14 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop inz ### Artikel 7 -In deze paragraaf wordt onder «vermijdbare uitingen» verstaan vermijdbare uitingen anders dan reclame- of telewinkelboodschappen die onmiskenbaar tot gevolg hebben dat de afname van producten of diensten wordt bevorderd. +In deze paragraaf wordt verstaan onder: + +a. *onvermijdbare uitingen:* onvermijdbare uitingen als bedoeld in artikel 2.89, tweede lid, van de wet; +b. *vermijdbare uitingen:* uitingen als bedoeld in artikel 2.89, eerste lid, onderdeel b, van de wet. ### Artikel 8 -Uitingen anders dan reclame- of telewinkelboodschappen zijn onvermijdbaar, als het uitingen betreft die behoren tot het normale straatbeeld en die zonder opzet en zonder nadruk gedurende enkele seconden in het media-aanbod voorkomen. +Onvermijdbare uitingen zijn uitingen die behoren tot het normale straatbeeld en die zonder opzet en zonder nadruk gedurende enkele seconden in het media-aanbod voorkomen. ### Artikel 9 @@ -256,77 +154,39 @@ b. gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door pers **2.** Uit het buitenland aangekocht media-aanbod dat ten behoeve van het buitenlandse publiek als zodanig is verspreid, mag vermijdbare uitingen bevatten die bestaan uit het tonen of vermelden van namen, (beeld-)merken, producten of diensten van personen, bedrijven of instellingen, als die uitingen in het media-aanbod voorkomen in dezelfde vorm en in ten hoogste dezelfde hoeveelheid als in de ten behoeve van het buitenlandse publiek verspreide inhoud van het media-aanbod. -### Artikel 14a - -Bij regeling van het Commissariaat kan worden bepaald dat in andere gevallen dan die bedoeld in de artikelen 9 tot en met 14 vermijdbare uitingen in het media-aanbod zijn toegestaan, voor zover het betreft uitingen in het kader van: - -a. zelfpromotie; -b. de vertoning of vermelding van sponsors van evenementen; -c. liefdadigheidsacties; -d. de vertoning of vermelding van boek- en filmtitels en culturele evenementen in de titel van een programma in andere gevallen dan bedoeld in artikel 2.108, tweede en derde lid, van de wet; en -e. de vertoning of vermelding van (co)producenten, derden die bijdragen hebben verstrekt die niet als sponsoring worden aangemerkt, facilitaire bedrijven, auteursrechthebbenden, vacaturebanken, loterijen en opname- en uitzendlocaties. - -De in de eerste volzin bedoelde regeling wordt door Onze Minister goedgekeurd. - -#### Paragraaf 3. Europese en onafhankelijke producties en Nederlandstalige producties - -### Artikel 14b - -Het percentage, bedoeld in artikel 2.116, eerste lid, van de wet is 25. +#### Paragraaf 3. Nederlands- en Friestalige producties ### Artikel 15 -**1.** Het totale televisieprogramma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlandstalige producties is voor ten minste 95% voorzien van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking. +**1.** -**2.** +Het totale televisieprogramma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties is voor ten minste de volgende percentages voorzien van ondertiteling: -Voor de toepassing van het eerste lid worden buiten beschouwing gelaten: +a. ten minste 85 procent met ingang van 1 januari 2009; +b. ten minste 90 procent met ingang van 1 januari 2010; +c. ten minste 95 procent met ingang van 1 januari 2011. -a. reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting; -b. televisieprogramma-aanbod dat wordt verspreid voor Nederlandstaligen in het buitenland; en -c. visual radio-aanbod. +**2.** Voor de toepassing van dit artikel worden reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting buiten beschouwing gelaten. ### Afdeling 4. Nevenactiviteiten ### Artikel 16 -Inkomsten uit programmabladen van een omroeporganisatie kunnen jaarlijks tot ten hoogste het bedrag dat nodig is om een eventueel verlies van de desbetreffende omroeporganisatie te dekken, worden besteed aan verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.136 van de wet. Bij de bepaling van het resultaat blijven veranderingen in de waarde van materiële vaste activa als gevolg van herwaarderingen buiten beschouwing. De gebruikelijke jaarlijkse afschrijvingen van de materiële vaste activa worden niet als herwaarderingen aangemerkt. +Inkomsten uit programmabladen van een omroepvereniging kunnen jaarlijks tot ten hoogste het bedrag dat nodig is om een eventueel verlies van de desbetreffende omroepvereniging te dekken, worden besteed aan verenigingsactiviteiten. Bij de bepaling van het resultaat blijven veranderingen in de waarde van materiële vaste activa als gevolg van herwaarderingen buiten beschouwing. De gebruikelijke jaarlijkse afschrijvingen van de materiële vaste activa worden niet als herwaarderingen aangemerkt. -### Afdeling 5. Bekostiging publieke mediadiensten - -### Artikel 16a - -Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23 van de wet hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.136 van de wet tot een bedrag van € 1.500.000 reserveren voor die verenigingsactiviteiten. - -## Hoofdstuk 3. Commerciële mediadiensten +## Hoofdstuk 3. Commerciële omroep ### Artikel 17 -**1.** Het totale programma-aanbod op een televisieprogrammakanaal van een commerciële media-instelling met een bereik van ten minste 75 procent van alle huishoudens in Nederland dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlandstalige producties, is voor ten minste 50% voorzien van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking. +**1.** -**2.** +Het totale programma-aanbod op een televisieprogrammakanaal dat bestaat uit oorspronkelijk Nederlands- of Friestalige producties is voor ten minste de volgende percentages voorzien van ondertiteling: -Voor de toepassing van het eerste lid worden buiten beschouwing gelaten: +a. ten minste 25 procent met ingang van 1 januari 2009; +b. ten minste 35 procent met ingang van 1 januari 2010; +c. ten minste 50 procent met ingang van 1 januari 2011. -a. reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting; en -b. visual radio-aanbod. - -### Artikel 17a - -**1.** Wanneer een reeds uitgevoerde investering als bedoeld in artikel 3.29g, zesde lid, van de wet geen doorgang vindt, dient het geïnvesteerde of te investeren bedrag opnieuw te worden geïnvesteerd in Nederlands cultureel audiovisueel product als bedoeld in artikel 3.29f, voor zover dit bedrag terugvalt aan de betreffende media-instelling. - -**2.** Het opnieuw te investeren bedrag wordt opgeteld bij de investeringsverplichting over het boekjaar dat loopt of aanvangt op het moment dat vaststaat dat het bedrag terugvalt aan de media-instelling. - -**3.** Een media-instelling informeert het Commissariaat onverwijld over situaties als bedoeld in het eerste lid. - -### Artikel 17b - -Uit de volgende indicatoren kan worden opgemaakt of een commerciële mediadienst op aanvraag zich geheel of gedeeltelijk richt op publiek in Nederland: - -a. De dienst wordt aangeboden in de Nederlandse of Friese taal; -b. Het media-aanbod van de aanbieder omvat Nederlands- of Friestalig aanbod; -c. Het media-aanbod van de aanbieder bevat productplaatsing of sponsoring gericht op publiek in Nederland; -d. Reclameboodschappen of andere promotieactiviteiten van de aanbieder zijn gericht op publiek in Nederland. +**2.** Voor de toepassing van dit artikel worden reclame- en telewinkelboodschappen inclusief omlijsting buiten beschouwing gelaten. ## Hoofdstuk 4. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving @@ -338,11 +198,16 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: ### Artikel 19 -**1.** De evenementen, genoemd in onderdeel A van de lijst, die als televisieprogramma worden verspreid, worden in ieder geval verspreid op een open televisieprogrammakanaal door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving. +**1.** De evenementen, genoemd in onderdeel A van de bijlage, die als televisieprogramma worden verspreid, worden in ieder geval verspreid op een open televisieprogrammakanaal door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving. **2.** In afwijking van het eerste lid behoeven de in dat lid bedoelde evenementen, die geheel of gedeeltelijk plaatsvinden tussen 00.00 uur en 07.00 uur, niet door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving te worden verspreid. -**3.** In afwijking van het eerste lid behoeven wedstrijden die deel uitmaken van de in dat lid bedoelde evenementen en die gelijktijdig plaatsvinden niet alle door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving te worden verspreid, als ten minste een van deze wedstrijden wordt verspreid door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving op een open televisiekanaal. +**3.** + +In afwijking van het eerste lid behoeven wedstrijden die deel uit maken van de in dat lid bedoelde evenementen en die gelijktijdig plaatsvinden niet allemaal door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving te worden verspreid, als: + +a. ten minste een van deze wedstrijden wordt verspreid door middel van volledige rechtstreekse verslaggeving op een open televisieprogrammakanaal; en +b. de andere hiervoor bedoelde wedstrijd of wedstrijden op dezelfde dag wordt of worden verspreid door middel van volledige of gedeeltelijke uitgestelde verslaggeving op een open televisieprogrammakanaal. ### Artikel 20 @@ -383,7 +248,7 @@ b. een natuurlijk persoon of groep van natuurlijke personen direct of indirect e **2.** De toestemming wordt verleend aan de bevoegde militaire autoriteiten van een bij de Noord-atlantische verdragsorganisatie (Navo) aangesloten land waarvan strijdkrachten in Nederland zijn gelegerd, voor het gebruik door instellingen of personen van de buitenlandse strijdkrachten die daartoe door hen worden aangewezen. -**3.** Ten aanzien van het gebruik van de toestemming zijn de artikelen 2.89, 2.90, 2.106 tot en met 2.109, 2.114 voor zover het betreft de artikelen 2.107 en 2.108, 2.124, 2.141, eerste lid, 2.142, 4.1 tot en met 4.6, 7.11, 7.18 en 7.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet van overeenkomstige toepassing. +**3.** Ten aanzien van het gebruik van de toestemming zijn de artikelen 2.89, 2.90, 2.106 tot en met 2.109, 2.114, 2.124, 2.141, eerste lid, 2.142, 4.1 tot en met 4.6, 7.11, 7.18 en 7.19, eerste lid, onderdeel a, van de wet van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 24 @@ -441,30 +306,11 @@ e. de wijze waarop de beschikbare financiële middelen voor de verschillende sub f. de verlening van voorschotten; en g. de intrekking, wijziging en terugvordering van subsidies. -## Hoofdstuk 6a. Invoering - -### Artikel 29a - -**1.** De voorzitter en de andere leden van het bestuur van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, bedoeld in artikel in artikel 78 van de Mediawet, zoals dat artikel op 31 december 2008 luidde, zijn met ingang van 1 januari 2009 voorzitter onderscheidenlijk lid van de eerste raad van toezicht van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, bedoeld in artikel 2.74 van de wet, voor het resterende gedeelte van hun benoemingstermijn. - -**2.** De leden van de programmaraad van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, bedoeld in artikel 81 van de Mediawet, zoals dat artikel op 31 december 2008 luidde, zijn met ingang van 1 januari 2009 lid van de adviesraad van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, bedoeld in artikel 2.80 van de wet, voor het resterende gedeelte van hun benoemingstermijn. - -### Artikel 29b - -De eerste benoeming van de leden van de raad van toezicht van de NOS op grond van artikel 2.34c van de wet, zoals dat artikel luidt met ingang van het tijdstip waarop artikel Ia van de wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de erkenning en de financiering van de publieke omroep in werking is getreden, geschiedt niet op voordracht van de raad van toezicht van de NOS. - -## Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen - -### Artikel 29c - -Vervallen +## Hoofdstuk 7. Slotbepalingen ### Artikel 30 -In afwijking van artikel 15, eerste lid, bedraagt het daarin genoemde percentage voor een algemeen televisieprogrammakanaal of een televisieprogrammakanaal, niet zijnde een algemeen televisieprogrammakanaal: - -a. in 2017 ten minste 95% respectievelijk ten minste 50%; -b. in 2018 ten minste 95% respectievelijk ten minste 85%. +Het Mediabesluit wordt ingetrokken. ### Artikel 31