2007-10-12 | BWBR0033457 | NMa Boetecode 2007
This commit is contained in:
parent
7d377a24e7
commit
cf39273e26
1 changed files with 46 additions and 26 deletions
|
|
@ -19,23 +19,23 @@ b) Raad: de Raad van Bestuur van de NMa;
|
|||
c) overtreder: de onderneming, ondernemersvereniging, rechtspersoon dan wel natuurlijke persoon die een bepaling overtreedt uit wet- en regelgeving met de uitvoering waarvan de Raad is belast;
|
||||
d) betrokken omzet: de waarde van alle transacties, die door een overtreder tijdens de totale duur van een overtreding is behaald met de verkoop van goederen en/of levering van diensten waarop die overtreding betrekking heeft, onder aftrek van over de omzet geheven belastingen;
|
||||
e) jaaromzet: de netto-omzet van de overtreder, zijnde de opbrengst uit de verkoop van goederen en/of de levering van diensten uit het bedrijf van de overtreder, onder aftrek van kortingen en dergelijke, en van over de omzet geheven belastingen (vergelijk artikel 2:377, zesde lid, Burgerlijk Wetboek);
|
||||
f) Richtsnoeren boetetoemeting 2001: Richtsnoeren boetetoemeting met betrekking tot het opleggen van boetes ingevolge artikel 57 van de Mededingingswet, besluit van de directeur-generaal (d-g) van de NMa van 19 december 2001 (Stcrt. 19 december 2001, nr. 248), nadien gewijzigd door artikel IV van het Besluit van de d-g NMa van 27 juni 2005, houdende wijziging van de bestaande door de d-g NMa gemaakte regelgeving op het terrein van de Mededingingswet in verband met de omvorming van het bestuursorgaan van de NMa tot zelfstandig bestuursorgaan, Stcrt. 28 juni 2005, nr. 122);
|
||||
g) Richtsnoeren Clementietoezegging: Richtsnoeren Clementietoezegging met betrekking tot het niet opleggen of verminderen van geldboeten in zaken ingevolge artikel 6 Mededingingswet en artikel 81 EG-verdrag juncto artikelen 56, 57 en 62 van de Mededingingswet (Stcrt. 1 juli 2002, nr. 122), zoals gewijzigd bij besluiten van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van 28 april 2004 en 27 juni 2005 en bij besluit van de Raad van 28 maart 2006 (Stcrt. 29 april 2004, nr. 82; Stcrt. 28 juni 2005, nr. 122; Stcrt. 29 maart 2006, nr. 63).
|
||||
f) Richtsnoeren boetetoemeting 2001: Richtsnoeren boetetoemeting met betrekking tot het opleggen van boetes ingevolge artikel 57 van de Mededingingswet, besluit van de directeur-generaal (d-g) van de NMa van 19 december 2001 (Stcrt. 21 december 2001, nr. 248), nadien gewijzigd door artikel IV van het Besluit van de d-g NMa van 27 juni 2005, houdende wijziging van de bestaande door de d-g NMa gemaakte regelgeving op het terrein van de Mededingingswet in verband met de omvorming van het bestuursorgaan van de NMa tot zelfstandig bestuursorgaan, Stcrt. 28 juni 2005, nr. 122);
|
||||
g) Richtsnoeren Clementie: Richtsnoeren Clementie met betrekking tot het niet opleggen of verminderen van geldboeten ingevolge de artikelen 5l, 56, eerste en vierde lid, 57, 62, 88 en 89 van de Mededingingswet, Stcrt. 10 oktober 2007, nr. 196;
|
||||
h) overige overtredingen: overtredingen van andere bepalingen uit wet- en regelgeving met de uitvoering waarvan de Raad is belast, dan de artikelen 6 en 24 Mededingingswet en 81 en 82 EG-verdrag, behoudens overtredingen waarvoor de Raad een boete oplegt aan natuurlijke personen;
|
||||
i) boetegrondslag: een op basis van de betrokken omzet dan wel de totale jaaromzet vastgesteld bedrag dat het startpunt voor de boetetoemeting vormt;
|
||||
i) boetegrondslag: een op basis van de betrokken omzet of de totale jaaromzet vastgesteld bedrag, dan wel een aan de zwaarte van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder gerelateerd bedrag dat het startpunt voor de boetetoemeting vormt;
|
||||
j) basisboete: het bedrag voor de boete dat wordt vastgesteld na rekening te houden met de ernst en, waar van toepassing, met de duur van de overtreding.
|
||||
|
||||
2. Aan de Raad is de uitvoering van onder meer de Mededingingswet, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Spoorwegwet, de Wet Luchtvaart en de Tijdelijke wet mediaconcentraties opgedragen. In deze wetten is aan de Raad de bevoegdheid toegekend om boetes op te leggen ingeval van overtreding van diverse daarin opgenomen bepalingen.1Zie de artikelen 56, 69, 70a en 71 tot en met 75 Mededingingswet, artikel 77i Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad Gaswet, artikel 76 Spoorwegwet, artikel 11.21 Wet Luchtvaart en de artikelen 5 en 6 Tijdelijke wet mediaconcentraties. Deze bevoegdheid is een belangrijk middel om naleving van deze wetten te bevorderen.
|
||||
2. Aan de Raad is de uitvoering van onder meer de Mededingingswet, de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Spoorwegwet, de Wet Luchtvaart en de Tijdelijke wet mediaconcentraties opgedragen. In deze wetten is aan de Raad de bevoegdheid toegekend om boetes op te leggen ingeval van overtreding van diverse daarin opgenomen bepalingen.1Zie de artikelen 56, 69, 70a, 70b, 71 tot en met 75a en 76a Mededingingswet, artikel 77i Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad Gaswet, de artikelen 75 en 76 Spoorwegwet, artikel 11.21 Wet Luchtvaart en de artikelen 5 en 6 Tijdelijke wet mediaconcentraties. Deze bevoegdheid is een belangrijk middel om naleving van deze wetten te bevorderen.
|
||||
|
||||
3. De in randnummer 2 genoemde wetgeving stelt een boetemaximum vast voor overtreding van de diverse wettelijke bepalingen waarvoor een boete kan worden opgelegd.2Zie de artikelen 57, 69, 70a en 71 tot en met 75 Mededingingswet, artikel 77i Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad Gaswet, artikel 76 Spoorwegwet, artikel 11.21 Wet Luchtvaart en de artikelen 5 en 6 Tijdelijke wet mediaconcentraties. Deze boetemaxima houden een vast bedrag in, of een percentage van de totale jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de boetebeschikking3Indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, is het wettelijk boetemaximum de gezamenlijke omzet van de daarvan deel uitmakende ondernemingen (artikel 57, eerste lid, Mededingingswet). , ongeacht waar ter wereld die omzet wordt gerealiseerd. Daarnaast is in genoemde wetten bepaald dat de Raad bij het vaststellen van de hoogte van de boete in ieder geval rekening houdt met de ernst en de duur van de overtreding. De nadere invulling van de factoren waarmee bij de vaststelling van de hoogte van de boete rekening kan worden gehouden, is aan de Raad overgelaten. Gezien de ruime discretionaire marge voor vaststelling van de hoogte van de boete die de wetgever in de hiervoor genoemde wetgeving aan de Raad heeft gelaten, acht de Raad het uit oogpunt van preventie, transparantie en rechtszekerheid wenselijk om beleidsregels voor het vaststellen van de hoogte van de boete te hanteren.
|
||||
3. De in randnummer 2 genoemde wetgeving stelt een boetemaximum vast voor overtreding van de diverse wettelijke bepalingen waarvoor een boete kan worden opgelegd.2Zie de artikelen 57, 69, 70a, 70b, 71 tot en met 75a en 76a Mededingingswet, artikel 77i Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad Gaswet, de artikelen 75 en 76 Spoorwegwet, artikel 11.21 Wet Luchtvaart en de artikelen 5 en 6 Tijdelijke wet mediaconcentraties. Deze boetemaxima houden een vast bedrag in, of een percentage van de totale jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de boetebeschikking3Indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, is het wettelijk boetemaximum de gezamenlijke omzet van de daarvan deel uitmakende ondernemingen (artikel 57, eerste lid, Mededingingswet). , ongeacht waar ter wereld die omzet wordt gerealiseerd. Daarnaast is in genoemde wetten bepaald dat de Raad bij het vaststellen van de hoogte van de boete in ieder geval rekening houdt met de ernst en de duur van de overtreding. De nadere invulling van de factoren waarmee bij de vaststelling van de hoogte van de boete rekening kan worden gehouden, is aan de Raad overgelaten. Gezien de ruime discretionaire marge voor vaststelling van de hoogte van de boete die de wetgever in de hiervoor genoemde wetgeving aan de Raad heeft gelaten, acht de Raad het uit oogpunt van preventie, transparantie en rechtszekerheid wenselijk om beleidsregels voor het vaststellen van de hoogte van de boete te hanteren.
|
||||
|
||||
4. Op 19 december 2001 zijn de Richtsnoeren boetetoemeting 2001 bekend gemaakt. De Richtsnoeren boetetoemeting 2001 bevatten een systematiek voor de vaststelling van de hoogte van de boete voor overtreding van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet. Zoals nadien reeds in diverse besluiten door de NMa is bepaald, past zij deze systematiek ook toe bij beboeting van overtredingen van de artikelen 81 en 82 EG-verdrag, indien deze op grond van Verordening 1/20034Verordening (EG) Nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, Pb. EG 2003, L 1/1. en artikel 88 Mededingingswet decentraal door de NMa worden toegepast. Ook voor deze overtredingen acht de Raad dit een passende wijze van beboeting. Voor gedragingen die zowel een overtreding vormen van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet als van de artikelen 81 en 82 EG-verdrag, wordt in beginsel één boete conform de systematiek van de Richtsnoeren boetetoemeting 2001 toereikend geacht.
|
||||
4. Op 21 december 2001 zijn de Richtsnoeren boetetoemeting 2001 bekend gemaakt. De Richtsnoeren boetetoemeting 2001 bevatten een systematiek voor de vaststelling van de hoogte van de boete voor overtreding van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet. Zoals nadien reeds in diverse besluiten door de NMa is bepaald, past zij deze systematiek ook toe bij beboeting van overtredingen van de artikelen 81 en 82 EG-verdrag, indien deze op grond van Verordening 1/20034Verordening (EG) Nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, Pb. EG 2003, L 1/1. en artikel 88 Mededingingswet decentraal door de NMa worden toegepast. Ook voor deze overtredingen acht de Raad dit een passende wijze van beboeting. Voor gedragingen die zowel een overtreding vormen van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet als van de artikelen 81 en 82 EG-verdrag, wordt in beginsel één boete conform de systematiek van de Richtsnoeren boetetoemeting 2001 toereikend geacht.
|
||||
|
||||
5. Na 2001 zijn door diverse wijzigingen van de Mededingingswet, de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet, alsmede inwerkingtreding van de Spoorwegwet, de Wet Luchtvaart en de Tijdelijke wet mediaconcentraties additionele boetebevoegdheden aan de Raad toegekend. Daarnaast is voor bepaalde overtredingen, waarvoor de Raad een boete kan opleggen, het boetemaximum gewijzigd. De Raad acht het wenselijk om beleidsregels voor de boetetoemeting bekend te maken voor deze nieuwe boetebevoegdheden en voor de boetebevoegdheden waarvoor de Raad tot op heden nog geen beleidsregels bekend had gemaakt. Daarbij kiest de Raad ervoor om de beleidsregels voor boetebepaling op grond van de diverse wetten die de Raad boetebevoegdheid toekennen, onder te brengen in één samenhangend geheel, onder de titel: “NMa Boetecode 2007.”
|
||||
|
||||
6. Voor beboeting van overtredingen van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet en 81 en 82 EG-verdrag blijft de systematiek, zoals neergelegd in de Richtsnoeren boetetoemeting 2001, ongewijzigd gehandhaafd. De ervaring die de NMa op basis van de Richtsnoeren boetetoemeting 2001 heeft opgedaan en de jurisprudentie geven geen aanleiding tot herziening van die systematiek. Afwijkingen ten opzichte van de tekst van de Richtsnoeren boetetoemeting 2001 vloeien uitsluitend voort uit de inbedding daarvan in de Boetecode en uit ontwikkelingen sinds 2001. De sinds 1 september 2006 door de Europese Commissie gehanteerde nieuwe richtsnoeren voor de berekening van geldboeten voor overtreding van de artikelen 81 en 82 EG-verdrag5Richtsnoeren voor de berekening van geldboeten die uit hoofde van artikel 23, lid 2, onder a, van Verordening (EG) nr. 1/2003 worden opgelegd (2006/C 210/02), Pb. EG 2006, C 210/2. vormen evenmin aanleiding tot herziening van deze systematiek, te meer nu de voordien bestaande (en door de NMa destijds bewust gekozen) afwijking in systematiek thans nagenoeg is verdwenen.
|
||||
|
||||
7. Voor de beboeting van de overige overtredingen hanteert de Raad een afzonderlijke systematiek die zoveel mogelijk aansluit bij de systematiek van de Richtsnoeren boetetoemeting 2001.
|
||||
7. Voor de beboeting van de overige overtredingen en overtredingen begaan door natuurlijke personen hanteert de Raad afzonderlijke systematieken die zoveel mogelijk aansluiten bij de systematiek van de Richtsnoeren boetetoemeting 2001.
|
||||
|
||||
8. Bij deze Boetecode behoort een Bijlage. Hierin worden de overige overtredingen ingedeeld in categorieën naar zwaarte van de overtreden bepaling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -45,15 +45,15 @@ j) basisboete: het bedrag voor de boete dat wordt vastgesteld na rekening te hou
|
|||
|
||||
10. Om de beoogde preventieve werking te bereiken dient de boete afschrikwekkend te zijn, in ieder geval in relatie tot de weerslag op de economie die de overtreding in het algemeen kan hebben, dan wel in relatie tot de overige met de desbetreffende wettelijke norm te beschermen belangen.6Het begrip ‘weerslag op de economie’ dient te worden begrepen in de ruimste zin des woords en omvat het verlies aan consumentensurplus en overige economische schade als gevolg van de overtreding, zoals gevolgschade in de bedrijfskolom, efficiëntieverlies, beperking van (een stimulans voor) innovatie, minder economische groei of zelfs effecten die uitstralen buiten de direct betrokken sector. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de totale omvang van de overtreder en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheids- en het evenredigheidsbeginsel. Tevens dient het boetebeleid praktisch hanteerbaar te zijn.
|
||||
|
||||
11. Bij overtredingen van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet en 81 en 82 EG-verdrag en bij de overige overtredingen bepaalt de Raad de hoogte van de boete op basis van de boetegrondslag. De boetegrondslag wordt per geval vastgesteld.
|
||||
11. De Raad bepaalt de hoogte van de boete op basis van de boetegrondslag. De boetegrondslag wordt per geval vastgesteld.
|
||||
|
||||
12. Bij overtredingen van de artikelen 6 en 24 Mededingingswet en 81 en 82 EG-verdrag wordt de boetegrondslag afgeleid uit de betrokken omzet (zie III2A). Hoe hoger de betrokken omzet, des te groter de weerslag op de economie die de overtreding in het algemeen kan hebben, waaronder het met de overtreding mogelijk te behalen voordeel voor de overtreder(s). De boetegrondslag wordt derhalve hoger naarmate de duur en de omvang van de bij de overtreding betrokken economische activiteiten toenemen en daarmee de bedoelde (potentiële) weerslag op de economie van de overtreding. Voorts komt, indien de overtreding door meerdere overtreders is begaan, het aandeel van de afzonderlijke overtreders in deze (potentiële) weerslag op de economie tot uitdrukking. Dit alles draagt bij aan een evenredige boete met afschrikwekkende werking.
|
||||
|
||||
13. Bij de overige overtredingen is de (potentiële) weerslag op de economie van de overtreding of de met de bepaling te beschermen belangen in het algemeen niet eenvoudig te relateren aan een bepaalde omzet. Bij deze overtredingen wordt de boetegrondslag afgeleid uit de totale jaaromzet van de overtreder (zie III2B). De totale jaaromzet vormt een indicatie voor de economische macht van de overtreder en daarmee tevens van de potentiële weerslag op de economie van de overtreding en het aandeel van de overtreder daarin. Daarnaast wordt bereikt dat de boete in een gepaste verhouding staat tot de totale omvang van de overtreder en daardoor afschrikwekkend is.
|
||||
|
||||
14. (gereserveerd)
|
||||
14. De Raad kan een boete opleggen aan een natuurlijke persoon wegens overtreding van artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en wegens het geven van opdracht tot of het feitelijk leiding geven aan een overtreding van bepalingen van de Mededingingswet, het EG-verdrag, de Spoorwegwet, de Wet Luchtvaart en de Tijdelijke wet mediaconcentraties.7Zie artikelen 56, lid 4, 69 en 75a Mededingingswet, artikel 56, lid 4, Mededingingswet in samenhang met de artikelen 88 en 89 Mededingingswet en de artikelen 81 en 82 EG-verdrag, artikel 77i Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad Gaswet, artikelen 75 en 76 Spoorwegwet, artikel 11.21 Wet Luchtvaart en artikelen 5 en 6 Tijdelijke wet mediaconcentraties. De Raad stelt een boetegrondslag vast gerelateerd aan de zwaarte van de overtreding en het inkomen en vermogen van de overtreder8De Raad kan voor het bepalen van het inkomen en vermogen van de overtreder bijvoorbeeld gebruik maken van de inkomstenbelasting (boxen 1, 2 en 3) van het kalenderjaar voorafgaande aan de boetebeschikking. teneinde tot een boete te komen die zowel uit het oogpunt van algemene als uit het oogpunt van specifieke preventie voldoende afschrikwekkend is
|
||||
|
||||
15. Met het publiceren van de Boetecode beoogt de Raad inzicht te verschaffen in de factoren die in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de hoogte van boetes.7De vraag of al dan niet een boete dient te worden opgelegd, valt buiten het bereik van deze Boetecode evenals de vraag of een last onder dwangsom moet worden opgelegd. Om recht te kunnen doen aan de specifieke omstandigheden van elk geval, zal daarbij steeds sprake dienen te blijven van een voldoende ruime discretionaire marge voor de Raad. Bij de vaststelling van boetes is er derhalve geen sprake van zuiver rekenkundige modellen. De Raad stelt evenmin de weerslag op de economie die de overtreding kan hebben rekenkundig vast.
|
||||
15. Met het publiceren van de Boetecode beoogt de Raad inzicht te verschaffen in de factoren die in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de hoogte van boetes.9De vraag of al dan niet een boete dient te worden opgelegd, valt buiten het bereik van deze Boetecode evenals de vraag of een last onder dwangsom moet worden opgelegd. Om recht te kunnen doen aan de specifieke omstandigheden van elk geval, zal daarbij steeds sprake dienen te blijven van een voldoende ruime discretionaire marge voor de Raad. Bij de vaststelling van boetes is er derhalve geen sprake van zuiver rekenkundige modellen. De Raad stelt evenmin de weerslag op de economie die de overtreding kan hebben rekenkundig vast.
|
||||
|
||||
## III. De boetetoemeting
|
||||
|
||||
|
|
@ -83,7 +83,7 @@ Boetegrondslag x ernstfactor (x duurfactor) + verhoging/verlaging voor bijkomend
|
|||
|
||||
Drie ondernemingen – A, B en C – hebben een prijsafspraak gemaakt met betrekking tot het product X. Onderneming A genereert per jaar EUR 30 mln. met de verkoop van X. Onderneming B produceert voor EUR 20 mln. per jaar en onderneming C behaalt met de verkoop van X per jaar EUR 10 mln. Indien de prijsafspraak tussen partijen gedurende vier jaar heeft gegolden, resulteert dat voor A in een betrokken omzet van EUR 120 mln., voor B in een betrokken omzet van EUR 80 mln. en voor C in een betrokken omzet van EUR 40 mln. De omstandigheid dat de prijsafspraak niet (succesvol) is uitgevoerd ten aanzien van (een deel van) de verkopen van X is bij bepaling van de omvang van de betrokken omzet niet relevant.
|
||||
|
||||
24. De betrokken omzet kan niet in alle gevallen op basis van de definitiebepaling worden vastgesteld.8Dit kan zich onder meer voordoen wanneer sprake is van een gedraging, gericht op bescherming van een (dominante) marktpositie, die bestaat uit het niet-uitvoeren van bepaalde transacties of een afwerings- of liquidatie-actie. In zulke gevallen kan de omzet van de overtreder op de te beschermen markt gedurende de periode van de overtreding, doch voor ten minste de duur van een jaar, als betrokken omzet worden aangemerkt. In geval van een verboden aanbestedingsafspraak (“bid-rigging”) kan de Raad voor elke deelnemer als betrokken omzet aanmerken (een evenredig deel van) de omzet die op basis van het bod waartegen de opdracht is verleend, kan worden gerealiseerd.
|
||||
24. De betrokken omzet kan niet in alle gevallen op basis van de definitiebepaling worden vastgesteld.10Dit kan zich onder meer voordoen wanneer sprake is van een gedraging, gericht op bescherming van een (dominante) marktpositie, die bestaat uit het niet-uitvoeren van bepaalde transacties of een afwerings- of liquidatie-actie. In zulke gevallen kan de omzet van de overtreder op de te beschermen markt gedurende de periode van de overtreding, doch voor ten minste de duur van een jaar, als betrokken omzet worden aangemerkt. In geval van een verboden aanbestedingsafspraak (“bid-rigging”) kan de Raad voor elke deelnemer als betrokken omzet aanmerken (een evenredig deel van) de omzet die op basis van het bod waartegen de opdracht is verleend, kan worden gerealiseerd.
|
||||
|
||||
25. Indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, kan de betrokken omzet van de daarvan deeluitmakende ondernemingen in aanmerking worden genomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -117,13 +117,13 @@ Bij een zeer zware overtreding kan de boete derhalve – nog afgezien van boetev
|
|||
|
||||
34. In geval een boete wordt opgelegd aan een ondernemersvereniging kan er uit een oogpunt van proportionaliteit aanleiding zijn voor een bijstelling van de factor. Hiertoe kan onder meer aanleiding bestaan indien de Raad, naast de ondernemersvereniging, individuele leden beboet.
|
||||
|
||||
35. Uit het oogpunt van de gewenste preventieve werking kan de basisboete worden aangepast in verband met het gewicht van de overtreder, uitgedrukt in de totale jaaromzet van deze overtreder in Nederland in het boekjaar voorafgaande aan de boetebeschikking.9Zie voor de bepaling van de hoogte van de totale jaaromzet tevens het bepaalde in randnummer 38. Voor wat betreft de geografische toerekening van de omzet, volgt de Raad de uitgangspunten zoals uiteengezet door de Europese Commissie in haar Mededeling betreffende de berekening van de omzet in de zin van Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen, Pb. 1998, nr. C 66, p. 25. Dit kan leiden tot een verveelvoudiging van de basisboete.
|
||||
35. Uit het oogpunt van de gewenste preventieve werking kan de basisboete worden aangepast in verband met het gewicht van de overtreder, uitgedrukt in de totale jaaromzet van deze overtreder in Nederland in het boekjaar voorafgaande aan de boetebeschikking.11Zie voor de bepaling van de hoogte van de totale jaaromzet tevens het bepaalde in randnummer 38. Voor wat betreft de geografische toerekening van de omzet, volgt de Raad de uitgangspunten zoals uiteengezet door de Europese Commissie in haar Mededeling betreffende de berekening van de omzet in de zin van Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen, Pb. 1998, nr. C 66, p. 25. Dit kan leiden tot een verveelvoudiging van de basisboete.
|
||||
|
||||
#### B. De overige overtredingen
|
||||
|
||||
36. Bij de overige overtredingen stelt de Raad de boetegrondslag vast op basis van de totale jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan de boetebeschikking.
|
||||
|
||||
37. De Raad zal bij de vaststelling van de boetegrondslag uitgaan van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar het oordeel van de Raad geen passende beboeting toelaat.10Zie voetnoot 9 voor de bepaling van de in Nederland behaalde jaaromzet.
|
||||
37. De Raad zal bij de vaststelling van de boetegrondslag uitgaan van de in Nederland behaalde jaaromzet, tenzij deze naar het oordeel van de Raad geen passende beboeting toelaat.12Zie voetnoot 11 voor de bepaling van de in Nederland behaalde jaaromzet.
|
||||
|
||||
38. De Raad kan van de totale jaaromzet een schatting maken, bijvoorbeeld indien deze niet op basis van de door de overtreder verstrekte informatie kan worden bepaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -160,21 +160,31 @@ Overtreding van artikel 5:17 Awb juncto 5:20 Awb is ingedeeld in categorie IV. V
|
|||
|
||||
47. Bij de vaststelling van de boete kan de Raad boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden in aanmerking nemen. De Raad bepaalt in redelijkheid de mate waarin de betrokken omstandigheid leidt tot een verhoging of verlaging van de basisboete.
|
||||
|
||||
48. Boeteverhogende omstandigheden zijn onder meer:a) de omstandigheid dat de NMa of een andere bevoegde autoriteit, waaronder de Europese Commissie of een rechterlijke instantie, reeds eerder onherroepelijk een zelfde of een vergelijkbare overtreding door de overtreder heeft vastgesteld; b) de omstandigheid dat de overtreder het onderzoek van de NMa heeft belemmerd;11Het bepaalde laat de rechten van verdediging die een overtreder toekomen, uiteraard onverlet. c) de omstandigheid dat de overtreder tot de overtreding heeft aangezet of een leidinggevende rol heeft gespeeld bij de uitvoering daarvan; d) de omstandigheid dat de overtreder gebruik heeft gemaakt van, of voorzien in, controle- of dwangmiddelen ter handhaving van de verboden gedraging.
|
||||
48. Boeteverhogende omstandigheden zijn onder meer:a) de omstandigheid dat de NMa of een andere bevoegde autoriteit, waaronder de Europese Commissie of een rechterlijke instantie, reeds eerder onherroepelijk een zelfde of een vergelijkbare overtreding door de overtreder heeft vastgesteld; b) de omstandigheid dat de overtreder het onderzoek van de NMa heeft belemmerd;13Het bepaalde laat de rechten van verdediging die een overtreder toekomen, uiteraard onverlet. c) de omstandigheid dat de overtreder tot de overtreding heeft aangezet of een leidinggevende rol heeft gespeeld bij de uitvoering daarvan; d) de omstandigheid dat de overtreder gebruik heeft gemaakt van, of voorzien in, controle- of dwangmiddelen ter handhaving van de verboden gedraging.
|
||||
|
||||
49. Boeteverlagende omstandigheden zijn onder meer: a) de omstandigheid dat de overtreder anders dan in het kader van de Richtsnoeren Clementietoezegging verdergaande medewerking aan de NMa heeft verleend dan waartoe hij wettelijk was gehouden; b) de omstandigheid dat de overtreder de overtreding uit eigen beweging heeft beëindigd. Hierbij komt meer gewicht toe aan het uit eigen beweging beëindigen van de overtreding voordat de NMa een onderzoek is begonnen dan nadat het onderzoek is gestart; c) de omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging degene(n) aan wie door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld.
|
||||
49. Boeteverlagende omstandigheden zijn onder meer: a) de omstandigheid dat de overtreder anders dan in het kader van de Richtsnoeren Clementie verdergaande medewerking aan de NMa heeft verleend dan waartoe hij wettelijk was gehouden; b) de omstandigheid dat de overtreder de overtreding uit eigen beweging heeft beëindigd. Hierbij komt meer gewicht toe aan het uit eigen beweging beëindigen van de overtreding voordat de NMa een onderzoek is begonnen dan nadat het onderzoek is gestart; c) de omstandigheid dat de overtreder uit eigen beweging degene(n) aan wie door de overtreding schade is berokkend, schadeloos heeft gesteld.
|
||||
|
||||
### III.4. Boetetoemeting aan natuurlijke personen
|
||||
|
||||
50. (gereserveerd)
|
||||
50. De boetegrondslag wordt vastgesteld binnen de volgende bandbreedtes:
|
||||
|
||||
1) EUR 10.000 – EUR 200.000 voor overtreding van artikel 5:20 Awb of opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtreding van artikel 25b, eerste of tweede lid, 25e, eerste volzin, 35, 42, 43, 59a, derde lid, 70b of 77a, derde lid Mededingingswet of van artikel 5:20 Awb;
|
||||
2) EUR 50.000 – EUR 400.000 voor opdracht geven tot of feitelijk leiding geven aan overtreding van artikel 6, 24, 34, 37, vierde lid, 39, tweede lid, onder a of b, 40, tweede lid, 40, derde lid, onder a of b, 41, eerste of vierde lid, 46, tweede, derde of vierde lid Mededingingswet, van artikel 81 of 82 EG-verdrag, van (het bepaalde krachtens, of bij of krachtens) artikel 17, lid 1, onder d, 27, lid 1, 57 tot en met 62, 63, lid 1, 67, 68 of 95, eerste volzin Spoorwegwet, van (het bepaalde krachtens) artikel 8.25d, 8.25e, 8.25f, derde, vijfde, zesde of zevende lid, 8.25g, eerste tot en met vijfde lid, 8.25ga, 8.25h, eerste of derde lid Wet luchtvaart of van artikel 6 Tijdelijke wet mediaconcentraties juncto 75a Mw.
|
||||
|
||||
50a. Door bijstelling van de boetegrondslag met inachtneming van de ernst en, indien toepasselijk, de duur van de overtreding stelt de Raad de basisboete vast. De Raad kan de basisboete bijstellen vanwege boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden. Daartoe behoren onder meer, voor zover toepasbaar, de onder randnummer 48 en 49 vermelde omstandigheden, evenals:
|
||||
|
||||
a) de mate van betrokkenheid van de natuurlijke persoon bij het plegen van de overtreding en
|
||||
b) de positie van de natuurlijke persoon binnen de onderneming of ondernemersvereniging waarvoor hij of zij werkzaam is, dan wel was.
|
||||
|
||||
De heer X is bestuurder van onderneming A, welke samen met onderneming B en C een afspraak heeft gemaakt strekkende tot marktverdeling en prijsafstemming ten aanzien van product Y. Gebleken is dat bestuurder X een actieve rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de “hardcore” afspraak en in de heimelijke voortzetting ervan gedurende meerdere jaren. Zijn belastbaar inkomen over het jaar voorafgaande aan de boetebeschikking bedraagt omstandigheden die de Raad ertoe aanleiding geven de basisboete bij te stellen. Aldus stelt de Raad de hoogte van de boete vast op EUR 350.000.
|
||||
|
||||
### III.5. De vaststelling van de uiteindelijke boete
|
||||
|
||||
51. De Raad stelt de boete vast met inachtneming van het wettelijk boetemaximum.
|
||||
|
||||
52. De Raad stelt de boete vast met inachtneming van zijn toezeggingen uit hoofde van de Richtsnoeren Clementietoezegging.
|
||||
52. De Raad stelt de boete vast met inachtneming van zijn toezeggingen uit hoofde van de Richtsnoeren Clementie.
|
||||
|
||||
53. De Raad stelt de boete vast volgens deze Boetecode en met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur. De Raad kan van de Boetecode afwijken indien onverkorte toepassing ervan tot evidente onbillijkheden leidt.12De financiële positie van de overtreder speelt in beginsel geen rol bij de vaststelling van de hoogte van de boete, met dien verstande dat het opleggen van een boete niet het faillissement van een overtreder waarschijnlijk mag maken (Kamerstukken II 1995/96, 24 707, nr. 3, p. 88).
|
||||
53. De Raad stelt de boete vast volgens deze Boetecode en met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur. De Raad kan van de Boetecode afwijken indien onverkorte toepassing ervan tot evidente onbillijkheden leidt.14De financiële positie van de overtreder speelt in beginsel geen rol bij de vaststelling van de hoogte van de boete, met dien verstande dat het opleggen van een boete niet het faillissement van een overtreder waarschijnlijk mag maken (Kamerstukken II 1995/96, 24 707, nr. 3, p. 88).
|
||||
|
||||
54. Indien een rapport meerdere overtredingen betreft, kan de Raad – in plaats van elke overtreding afzonderlijk te beboeten – een boete opleggen voor het geheel van deze overtredingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -196,7 +206,7 @@ Overtreding van artikel 5:17 Awb juncto 5:20 Awb is ingedeeld in categorie IV. V
|
|||
|
||||
## Bijlage . bij de NMa Boetecode 2007
|
||||
|
||||
1. De Boetecode bepaalt dat overtredingen waarvoor de Raad een boete kan opleggen op grond van de artikelen 69, 70a en 71 tot en met 75 van de Mededingingswet, artikel 77i Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad Gaswet, artikel 76 Spoorwegwet, artikel 11.21 Wet luchtvaart en de artikelen 5 en 6 Tijdelijke wet mediaconcentraties, behoudens overtredingen waarvoor de Raad een boete oplegt aan natuurlijke personen, worden beboet op basis van een promillage van de totale jaaromzet van de overtreder.13Zie randnummer 39 van de Boetecode. De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte. Deze Bijlage geeft aan in welke categorie de vorenbedoelde overtredingen zijn ingedeeld. De Bijlage maakt integraal onderdeel uit van de Boetecode.
|
||||
1. De Boetecode bepaalt dat overtredingen waarvoor de Raad een boete kan opleggen op grond van de artikelen 69, 70a, 70b, 71 tot en met 75a en 76a van de Mededingingswet, artikel 77i Elektriciteitswet 1998, artikel 60ad Gaswet, de artikelen 75 en 76 Spoorwegwet, artikel 11.21 Wet luchtvaart en de artikelen 5 en 6 Tijdelijke wet mediaconcentraties, behoudens overtredingen waarvoor de Raad een boete oplegt aan natuurlijke personen, worden beboet op basis van een promillage van de totale jaaromzet van de overtreder.15Zie randnummer 39 van de Boetecode. De vaststelling van het promillage vindt plaats aan de hand van zes categorieën die oplopen in hoogte. Deze Bijlage geeft aan in welke categorie de vorenbedoelde overtredingen zijn ingedeeld. De Bijlage maakt integraal onderdeel uit van de Boetecode.
|
||||
|
||||
2. De indeling in categorieën is zoals hierna weergegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -244,22 +254,27 @@ Overtreding van artikel 5:17 Awb juncto 5:20 Awb is ingedeeld in categorie IV. V
|
|||
**Categorie VI**
|
||||
artikel 3, eerste lid; artikel 3b, eerste lid; artikel 3b, tweede lid; artikel 7, eerste lid; artikel 10a, eerste lid; artikel 10a, derde lid; artikel 52b; artikel 66b; artikel 85b
|
||||
|
||||
*Overtredingen genoemd in de Mededingingswet, die bestraft kunnen worden met een boete van maximaal EUR 4.500 of EUR 22.500.*
|
||||
*Overtredingen genoemd in de Mededingingswet, die bestraft kunnen worden met een boete van maximaal EUR 450.000 of 1% van de totale jaaromzet als dat meer is.*
|
||||
|
||||
**Categorie II**
|
||||
artikel 70a juncto 25b, eerste lid; artikel 70a juncto 25b, tweede lid; artikel 70a juncto 25e , eerste volzin; artikel 72 juncto 43
|
||||
|
||||
**Categorie III**
|
||||
artikel 73 juncto 35; artikel 73 juncto 42
|
||||
artikel 69 juncto 59a, derde lid en artikel 69 juncto 77a, derde lid, artikel 73 juncto 35; artikel 73 juncto 42
|
||||
|
||||
**Categorie IV**
|
||||
artikel 70b
|
||||
|
||||
*Overtredingen genoemd in de Mededingingswet, die bestraft kunnen worden met een boete van maximaal EUR 450.000 of 10% van de totale jaaromzet als dat meer is.*
|
||||
|
||||
**Categorie IV**
|
||||
artikel 71 juncto 40, tweede lid; artikel 71 juncto 46, tweede lid; artikel 74 juncto 34 (verkoper)
|
||||
|
||||
**Categorie V**
|
||||
artikel 74 juncto 34 (koper); artikel 74 juncto 39, tweede lid, onder a; artikel 74 juncto 39, tweede lid, onder b; artikel 74 juncto 40, derde lid onder a; artikel 74 juncto 40, derde lid onder b; artikel 74 juncto 46, derde lid; artikel 74 juncto 46, vierde lid
|
||||
artikel 56, vijfde lid juncto 56, eerste lid, onder c, artikel 74 juncto 34 (koper); artikel 74 juncto 39, tweede lid, onder a; artikel 74 juncto 39, tweede lid, onder b; artikel 74 juncto 40, derde lid onder a; artikel 74 juncto 40, derde lid onder b; artikel 74 juncto 46, derde lid; artikel 74 juncto 46, vierde lid; artikel 76a juncto 49a, vierde lid
|
||||
|
||||
**Categorie VI**
|
||||
artikel 74 juncto 41, eerste lid; artikel 75 juncto 41, vierde lid
|
||||
artikel 74 juncto 41, eerste lid; artikel 75 juncto 37, vierde lid, artikel 75 juncto 41, vierde lid
|
||||
|
||||
*Overtredingen genoemd in de Spoorwegwet, die bestraft kunnen worden met een boete van maximaal EUR 450.000 of 10% van de totale jaaromzet als dat meer is.*
|
||||
|
||||
|
|
@ -290,15 +305,20 @@ Overtreding van artikel 5:17 Awb juncto 5:20 Awb is ingedeeld in categorie IV. V
|
|||
artikel 8.25e, eerste lid; artikel 8.25h, derde lid
|
||||
|
||||
**Categorie V**
|
||||
artikel 8.25d, derde lid; artikel 8.25d, vierde lid; artikel 8.25d, vijfde lid; artikel 8.25d, zesde lid; artikel 8.25d, zevende lid; artikel 8.25d, achtste lid; artikel 8.25d, negende lid; artikel 8.25d, tiende lid; artikel 8.25d, elfde lid; artikel 8.25d, twaalfde lid; artikel 8.25g, eerste lid; artikel 8.25g, tweede lid; artikel 8.25g, derde lid; artikel 8.25g, vijfde lid
|
||||
artikel 8.25d, derde lid; artikel 8.25d, vierde lid; artikel 8.25d, vijfde lid; artikel 8.25d, zesde lid; artikel 8.25d, zevende lid; artikel 8.25d, achtste lid; artikel 8.25d, negende lid; artikel 8.25d, tiende lid; artikel 8.25d, elfde lid; artikel 8.25d, twaalfde lid; artikel 8.25g, eerste lid; artikel 8.25g, tweede lid; artikel 8.25g, derde lid; artikel 8.25g, vijfde lid; artikel 11.21 juncto artikel 56, vijfde lid, Mededingingswet juncto 56, eerste lid, onder c, Mededingingswet
|
||||
|
||||
**Categorie VI**
|
||||
artikel 8.25d, eerste lid, eerste volzin; artikel 8.25d, tweede lid; artikel 8.25e, tweede lid; artikel 8.25e, derde lid; artikel 8.25e, vierde lid; artikel 8.25f, derde lid; artikel 8.25f, vijfde lid; artikel 8.25f, zesde lid; artikel 8.25f, zevende lid
|
||||
|
||||
*Overtredingen genoemd in de Tijdelijke wet mediaconcentraties, die bestraft kunnen worden met een boete van maximaal EUR 22.500.*
|
||||
*Overtredingen genoemd in de Tijdelijke wet mediaconcentraties, die bestraft kunnen worden met een boete van maximaal EUR 450.000 of 1% van de totale jaaromzet als dat meer is.*
|
||||
|
||||
**Categorie III**
|
||||
artikel 4 juncto artikel 73 Mw
|
||||
artikel 4 juncto artikel 73 Mw, artikel 5 juncto artikel 69 Mededingingswet juncto 77a, derde lid Mededingingswet
|
||||
|
||||
**Categorie IV**
|
||||
Artikel 5 juncto artikel 70b Mededingingswet
|
||||
|
||||
*Overtreding genoemd in de Tijdelijke wet mediaconcentraties, die bestraft kan worden met een boete van maximaal EUR 450.000 of 10% van de totale jaaromzet als dat meer is.*
|
||||
|
||||
**Categorie VI**
|
||||
artikel 6
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue