diff --git a/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md b/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md index b104e5eaff6..e76bbba4683 100644 --- a/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md +++ b/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md @@ -1665,12 +1665,13 @@ Voor de toepassing van deze afdeling en afdeling 11AA wordt verstaan onder: a. instelling: -1°. een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht kredietwezen 1992; -2°. een financiële instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992; -3°. een effecteninstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; +1°. een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +2°. een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht heeft; +3°. een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; 4°. een centrale tegenpartij, indien deze in het kader van deelname aan het systeem op grond van een overboekingsopdracht effectentegoeden verkrijgt; 5°. een overheidsinstantie of onderneming met overheidsgarantie; -6°. een in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van kredietinstelling of effecteninstelling uitoefent door middel van een bijkantoor in Nederland; +6°. een ieder, bedoeld in artikel 3:4 van de Wet op het financieel toezicht, die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11 van die wet; +7°. een clearinginstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. b. systeem: 1°. een door de Minister van Financiën op grond van artikel 212d aangewezen systeem; @@ -1679,10 +1680,10 @@ c. centrale tegenpartij: een lichaam dat tussen de instellingen die deelnemen aa d. afwikkelende instantie: een lichaam dat aan instellingen of centrale tegenpartijen die deelnemen aan systemen, afwikkelingsrekeningen beschikbaar stelt via welke overboekingsopdrachten binnen die systemen worden afgewikkeld; e. verrekeningsinstituut: een lichaam dat verantwoordelijk is voor de berekening van de netto posities van de instellingen, een eventuele centrale tegenpartij of een eventuele afwikkelende instantie; f. deelnemer: een instelling, een centrale tegenpartij, een afwikkelende instantie, dan wel een verrekeningsinstituut; -g. indirecte deelnemer: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, dan wel een financiële instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, die op grond van een overeenkomst met een instelling die deelneemt in een systeem via het systeem een geldsom ter beschikking van een ontvanger kan stellen door middel van een boeking in de rekening van een kredietinstelling, een financiële instelling, een centrale bank of een afwikkelende instantie; +g. indirecte deelnemer: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, of een financiële instelling als bedoeld in artikel 1:1 van die wet, die op grond van een overeenkomst met een instelling die deelneemt in een systeem via het systeem een geldsom ter beschikking van een ontvanger kan stellen door middel van een boeking in de rekening van een kredietinstelling, een financiële instelling, een centrale bank of een afwikkelende instantie; h. centrale bank: een centrale bank van een lidstaat van de Europese Unie, de centrale bank van een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel de Europese Centrale Bank; -i. bijkantoor: één of meer onderdelen zonder rechtspersoonlijkheid van een instelling die in een andere staat zijn gevestigd dan die waarin die instelling gevestigd is; -j. effecten: effecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; +i. bijkantoor: een duurzaam in een andere staat dan de staat van de zetel aanwezig onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid van een instelling; +j. effect: een effect als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; k. overboekingsopdracht: een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking op de rekeningen van een kredietinstelling, een centrale bank of een afwikkelende instantie een geldsom ter beschikking van een ontvanger te stellen, of iedere opdracht die resulteert in het op zich nemen of het nakomen van een betalingsverplichting zoals gedefinieerd in de regels van het systeem, dan wel een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking in een register of anderszins, de rechten op of de rechten ten aanzien van één of meer effecten over te boeken; 1. insolventieprocedure: elke collectieve maatregel waarin de wetgeving van een lidstaat of van een derde land voorziet, met het oog op de liquidatie of de sanering van de deelnemer indien een dergelijke maatregel gepaard gaat met opschorting van, of oplegging van beperkingen aan overboekingen en betalingen; m. verrekening: het in één nettovordering of nettoverplichting omzetten van vorderingen en verplichtingen die voortvloeien uit overboekingsopdrachten die een deelnemer geeft aan of ontvangt van, dan wel die deelnemers geven aan of ontvangen van, één of meer andere deelnemers, met als gevolg dat er alleen een nettovordering of een nettoverplichting ontstaat; @@ -1736,14 +1737,7 @@ Wanneer, in verband met deelname aan het systeem, een deelnemer of een centrale Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: -a. kredietinstelling: de kredietinstelling, bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met uitzondering van een kredietinstelling: - -1°. die door de Minister van Financiën op grond van artikel 6, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is vrijgesteld van het verbod van artikel 6, eerste lid, van die wet; -2°. die door de Minister van Financiën op grond van artikel 31, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is vrijgesteld van het verbod van artikel 31, eerste lid, van die wet; -3°. die door de Minister van Financiën op grond van artikel 38, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is vrijgesteld van het verbod van artikel 38, eerste lid, van die wet; -4°. die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van artikel 6, derde lid, Wet toezicht kredietwezen 1992 is ontheven van het verbod van artikel 6, eerste lid, van die wet; -5°. die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van artikel 31, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ontheven van het verbod van artikel 31, eerste lid, van die wet; -6°. die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van artikel 38, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ontheven van het verbod van artikel 38, eerste lid, van die wet. +a. kredietinstelling: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; b. liquidatieprocedure: een collectieve procedure, het faillissement daaronder begrepen, geopend in een lidstaat, die het te gelde maken van de activa van een kredietinstelling en het op toepasselijke wijze verdelen van de opbrengst onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden behelst, en die noodzakelijkerwijs een optreden van administratieve of rechterlijke instanties behelst, daaronder begrepen de collectieve procedure die wordt afgesloten met een gerechtelijk akkoord of een andere maatregel van dezelfde strekking; c. lidstaat: een staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132); d. lidstaat van herkomst: ingeval de kredietinstelling een rechtspersoon is, de lidstaat waarin aan een kredietinstelling haar zetel heeft, dan wel, ingeval de kredietinstelling geen rechtspersoon is, de lidstaat waar zij haar hoofdbestuur heeft; @@ -1784,23 +1778,27 @@ b. de toezichthoudende autoriteiten van de andere Lidstaten waarheen zij dienste ### Artikel 212l -**1.** Wanneer een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling, bedoeld in hoofdstuk X van de Wet toezicht kredietwezen 1992, aanhangig is tegelijk met een verzoek tot faillietverklaring, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring geschorst, totdat op het verzoek tot het uitspreken van de noodregeling is beschikt. +**1.** Wanneer een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling in de zin van de Wet op het financieel toezicht, aanhangig is tegelijk met een verzoek tot faillietverklaring, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring geschorst, totdat op het verzoek tot het uitspreken van de noodregeling is beschikt. -**2.** Wordt een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 gegeven, dan vervalt het verzoek tot faillietverklaring van rechtswege. +**2.** Wordt een verklaring als bedoeld in artikel 3:160, eerste of tweede lid, of artikel 3:206, eerste of tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht gegeven, dan vervalt het verzoek tot faillietverklaring van rechtswege. ### Artikel 212m -**1.** Nadat de rechtbank een verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, heeft gegeven dan wel verlengd, kan zij in afwijking van het bepaalde in de artikelen 1 en 6, derde lid, een kredietinstelling slechts in staat van faillissement verklaren, indien een naar goed koopmansgebruik opgemaakte balans van de kredietinstelling een tekort aanwijst, ongeacht of de kredietinstelling verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. +**1.** Nadat de rechtbank een noodregeling als bedoeld in artikel 3:160 van de Wet op het financieel toezicht heeft uitgesproken, kan zij in afwijking van artikel 1, de Nederlandsche Bank N.V. gehoord, op verzoek van de bewindvoerders, op voordracht van de rechter-commissaris of ambtshalve, de desbetreffende kredietinstelling met zetel in Nederland in staat van faillissement verklaren indien blijkt dat deze een negatief eigen vermogen heeft en het met de verleende machtiging te bereiken doel is verwezenlijkt of niet meer kan worden verwezenlijkt of, indien geen machtiging is verleend, geen redelijk vooruitzicht meer bestaat dat het met een machtiging te bereiken doel alsnog kan worden verwezenlijkt. -**2.** De faillietverklaring vindt plaats, De Nederlandsche Bank N.V. gehoord, op verzoek van de bewindvoerders, bedoeld in artikel 71, zevende lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, op verzoek van het Openbaar Ministerie of ambtshalve onder intrekking van bedoelde verklaring. +**2.** De noodregeling en de machtiging houden van rechtswege op van kracht te zijn ingeval de financiële onderneming, bedoeld in het eerste lid, in staat van faillissement wordt verklaard. **3.** -Alsdan, zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na het intrekken van de verklaring, gelden de volgende bepalingen: +Alsdan, zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na de beëindiging van de noodregeling, gelden de volgende bepalingen: -a. het tijdstip, waarop de termijnen, bedoeld in de artikelen 43 en 45, aanvangen, wordt berekend vanaf het geven van de verklaring, bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992; -b. boedelschulden, na het geven van de verklaring ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschulden gelden; -c. het tijdstip waarop de termijnen, vermeld in de artikelen 138, zesde lid, en 248, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aanvangen, wordt berekend vanaf de aanvang van de bijzondere voorziening. +a. het tijdstip waarop de termijnen, bedoeld in de artikelen 43 en 45, aanvangen, wordt berekend vanaf het geven van de verklaring, bedoeld in artikel 3:160, eerste of tweede lid, of artikel 3:206, eerste of tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht; +b. boedelschulden, na het geven van de verklaring ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschuld gelden; +c. het tijdstip waarop de termijnen, vermeld in de artikelen 138, zesde lid, en 248, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aanvangen wordt berekend vanaf de aanvang van de bijzondere voorziening; +d. handelingen, ingevolge artikel 3:175 van de Wet op het financieel toezicht door of namens de bewindvoerders, bedoeld in dat artikel, verricht gedurende de tijd dat de noodregeling van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator; en +e. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de kredietinstelling die in strijd met artikel 3:175, eerste en zesde lid, van de Wet op het financieel toezicht zijn aangegaan gedurende de tijd dat de noodregeling van kracht was, dan voorzover deze daardoor is gebaat. + +**4.** Het bepaalde in de eerste titel en artikel 362 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 212n @@ -1808,7 +1806,7 @@ Na de inkennisstelling, bedoeld in artikel 212c, stelt De Nederlandsche Bank N.V ### Artikel 212o -**1.** Onverminderd artikel 14, derde lid, plaatst de curator het uittreksel van het vonnis van faillietverklaring en, indien de verklaring als bedoeld in artikel 71, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ingetrokken, van die intrekking, in het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee landelijke dagbladen van iedere andere lidstaat dan Nederland waar de kredietinstelling een bijkantoor heeft of waarheen zij diensten verricht. +**1.** Onverminderd artikel 14, derde lid, plaatst de curator het uittreksel van het vonnis van faillietverklaring en, indien de verklaring als bedoeld in artikel 3:160, eerste of tweede lid, of artikel 3:206, eerste of tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht is ingetrokken, van die intrekking, in het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee landelijke dagbladen van iedere andere lidstaat dan Nederland waar de kredietinstelling een bijkantoor heeft of waarheen zij diensten verricht. **2.** In aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 14, vermeldt de curator dat het Nederlandse recht, behoudens uitzonderingen, van toepassing is. @@ -1960,7 +1958,7 @@ Indien het faillissement is uitgesproken van een kredietinstelling die niet is g ### Artikel 212nn -In afwijking van artikel 64 Wet toezicht kredietwezen 1992 kunnen gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de kredietinstelling in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, door de curator worden opgenomen in de verslagen, bedoeld in artikel 73a. +De curator kan in de verslagen, bedoeld in artikel 73a, geen gegevens of inlichtingen opnemen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn of zijn geweest bij pogingen de kredietinstelling in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten. ### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar @@ -1970,17 +1968,17 @@ In afwijking van artikel 64 Wet toezicht kredietwezen 1992 kunnen gegevens of in Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: -a. verzekeraar: de verzekeraar, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993: +a. verzekeraar: een schadeverzekeraar of levensverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht: -1. die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 24 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, hem door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleend dan wel, indien hij zijn zetel in een andere lidstaat dan Nederland heeft van een daarmee overeenkomende vergunning, hem door de toezichthoudende autoriteit van die lidstaat verleend; +1. die een vergunning heeft ingevolge de Wet op het financieel toezicht dan wel, indien hij zijn zetel in een andere lidstaat dan Nederland heeft, een daarmee overeenkomende vergunning, hem door de toezichthoudende autoriteit van die lidstaat verleend; 2. waarvan de vergunning, bedoeld onder 1, is ingetrokken of vervallen; of -3. die nimmer in het bezit is geweest van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleende vergunning dan wel, indien de verzekeraar zijn zetel in een andere lidstaat dan Nederland heeft, de verzekeraar met zetel in een andere lidstaat dan Nederland met een bijkantoor in Nederland, die nimmer in het bezit is geweest van een daarmee overeenkomende, door de toezichthoudende autoriteit van die lidstaat verleende vergunning. -b. overeenkomst van schadeverzekering: een overeenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993; -c. overeenkomst van levensverzekering: een overeenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993; -d. schadeverzekeraar: een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993; -e. levensverzekeraar: een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993; -f. zetel: de plaats waar de verzekeraar overeenkomstig zijn statuten zijn zetel heeft; -g. bijkantoor: elke duurzame aanwezigheid, met uitzondering van de zetel, van een verzekeraar op het grondgebied van een staat, ook indien er slechts sprake is van een bureau, beheerd door eigen personeel van de verzekeraar of door een zelfstandig persoon die gemachtigd is duurzaam voor de verzekeraar op te treden; +3. die nimmer in het bezit is geweest van een door de Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning dan wel, indien de verzekeraar zijn zetel in een andere lidstaat dan Nederland heeft, de verzekeraar met zetel in een andere lidstaat dan Nederland met een bijkantoor in Nederland, die nimmer in het bezit is geweest van een daarmee overeenkomende, door de toezichthoudende autoriteit van die lidstaat verleende vergunning. +b. overeenkomst van schadeverzekering: een overeenkomst van schadeverzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +c. overeenkomst van levensverzekering: een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +d. schadeverzekeraar: een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +e. levensverzekeraar: een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +f. zetel: de plaats waar een verzekeraar volgens zijn statuten of reglementen is gevestigd of, indien hij geen rechtspersoon is, de plaats waar die verzekeraar zijn hoofdvestiging heeft; +g. bijkantoor: een duurzame aanwezigheid van een verzekeraar, met uitzondering van de zetel, beheerd door eigen personeel van de verzekeraar of door een zelfstandig persoon die is gemachtigd duurzaam voor de verzekeraar op te treden; h. liquidatieprocedure: een collectieve procedure, het faillissement daaronder begrepen, geopend in een lidstaat van de Europese Unie, die het te gelde maken van de activa van een verzekeraar en het op toepasselijke wijze verdelen van de opbrengst onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden behelst, en die noodzakelijkerwijs een optreden van de administratieve of rechterlijke instanties van die lidstaat behelst, daaronder begrepen de collectieve procedure die wordt afgesloten met een gerechtelijk akkoord of een andere maatregel van dezelfde strekking, ongeacht of de procedure op insolventie berust en ongeacht of de procedure op eigen aangifte van de verzekeraar dan wel op verzoek van een ander is geopend; i. lidstaat: een staat die lid is van de Europese Unie of een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de op 2 mei 1992 tot stand gekomen overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132); j. lidstaat van herkomst: de lidstaat waar de verzekeraar zijn zetel heeft; @@ -1988,7 +1986,7 @@ k. bevoegde instanties: de administratieve of rechterlijke instanties die bevoeg l. toezichthoudende autoriteit: de instantie die in een lidstaat bij of krachtens de wet met het toezicht op het verzekeringsbedrijf is belast; m. curator: de curator of elke andere persoon of ander orgaan, aangewezen door de bevoegde instanties van een andere lidstaat dan Nederland of door een bestuursorgaan van de verzekeraar om de liquidatieprocedure uit te voeren; n. vordering uit hoofde van verzekering: de uit een overeenkomst van verzekering voortvloeiende vordering, rechtstreeks op de verzekeraar; -o. noodregeling: de noodregeling, bedoeld in artikel 156 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993. +o. noodregeling: de noodregeling, bedoeld in afdeling 3.5.5 van de Wet op het financieel toezicht. #### Paragraaf 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland @@ -2000,20 +1998,20 @@ o. noodregeling: de noodregeling, bedoeld in artikel 156 van de Wet toezicht ver ### Artikel 213b -De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verzoek tot faillietverklaring als bedoeld in artikel 169, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, zonder tussenkomst van een procureur indienen. +De Nederlandsche Bank N.V. kan een verzoek tot faillietverklaring als bedoeld in artikel 169, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, zonder tussenkomst van een procureur indienen. ### Artikel 213c -De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan: +De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan: a. indien het een verzekeraar met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit de vestigingen in de Europese Unie; b. indien het een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland en, indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Europese Unie is belast met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van de betrokken verzekeraar, die toezichthoudende autoriteit. ### Artikel 213d -**1.** Op een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt niet beslist dan nadat de rechter de Pensioen- & Verzekeringskamer in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken. +**1.** Op een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt niet beslist dan nadat de rechter de Nederlandsche Bank N.V. in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken. -**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer trekt de vergunning van de verzekeraar in, indien deze op het tijdstip van faillietverklaring nog een vergunning heeft. +**2.** de Nederlandsche Bank N.V. trekt de vergunning van de verzekeraar in, indien deze op het tijdstip van faillietverklaring nog een vergunning heeft. ### Artikel 213e @@ -2023,15 +2021,29 @@ b. indien het een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie betreft, de toez ### Artikel 213f -**1.** Het uitspreken van de noodregeling heeft mede tot gevolg dat de verzekeraar slechts in staat van faillissement kan worden verklaard overeenkomstig artikel 169, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, alsmede dat de faillietverklaring wordt uitgesproken ongeacht of de verzekeraar verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. +**1.** Nadat de rechtbank een noodregeling als bedoeld in artikel 3:161 van de Wet op het financieel toezicht heeft uitgesproken, kan zij in afwijking van artikel 1, de Nederlandsche Bank N.V. gehoord, op verzoek van de bewindvoerders, bedoeld in artikel 3:162, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht, op voordracht van de rechter-commissaris of ambtshalve, de desbetreffende verzekeraar met zetel in Nederland in staat van faillissement verklaren indien blijkt dat deze een negatief eigen vermogen heeft en het met de verleende machtiging te bereiken doel is verwezenlijkt of niet meer kan worden verwezenlijkt of, indien geen machtiging is verleend, geen redelijk vooruitzicht meer bestaat dat het met een machtiging te bereiken doel alsnog kan worden verwezenlijkt. -**2.** Het bepaalde in de eerste titel en artikel 362 is van overeenkomstige toepassing. +**2.** De noodregeling en de machtiging houden van rechtswege op van kracht te zijn ingeval de verzekeraar in staat van faillissement wordt verklaard. + +**3.** + +Alsdan, zomede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na de beëindiging van de noodregeling, gelden de volgende bepalingen: + +a. het tijdstip waarop de termijnen, bedoeld in de artikelen 43 en 45, aanvangen, wordt berekend vanaf het geven van de uitspraak, bedoeld in artikel 3:160, eerste of tweede lid, of artikel 3:206, eerste of tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht; +b. boedelschulden, na het geven van die uitspaak ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschuld gelden; +c. het tijdstip waarop de termijnen, vermeld in de artikelen 138, zesde lid, en 248, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aanvangen, wordt berekend vanaf die uitspraak. +d. handelingen, ingevolge artikel 3:175 van de Wet op het financieel toezicht door of namens de bewindvoerders, bedoeld in dat artikel, verricht gedurende de tijd dat de noodregeling van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator; +e. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de verzekeraar die in strijd met artikel 3:175, eerste en zesde lid, van de Wet op het financieel toezicht zijn aangegaan gedurende de tijd dat de noodregeling van kracht was, dan voor zover deze daardoor is gebaat; +f. een beroep op verrekening kan in afwijking van artikel 53 slechts worden gedaan indien de vordering en de schuldplichtigheid beide zijn ontstaan voor het tijdstip waarop de uitspraak van de noodregeling is gedaan of voortvloeien uit een handeling voor dat tijdstip met de verzekeraar verricht; en +g. vorderingen uit overeenkomsten van levensverzekering kunnen in afwijking van artikel 110, eerste lid, worden ingediend door overlegging van de polis of een afschrift daarvan, zonder dat het bedrag van de vordering behoeft te worden vermeld; voor zover de curator de vordering erkent, stelt hij de omvang daarvan vast. + +**4.** Het bepaalde in de eerste titel en artikel 362 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 213g -**1.** De griffier stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer onverwijld in kennis van de beslissing tot faillietverklaring. +**1.** De griffier stelt de Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de beslissing tot faillietverklaring. -**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. +**2.** de Nederlandsche Bank N.V. stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. ### Artikel 213h @@ -2057,18 +2069,11 @@ b. indien het een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie betreft, de toez **1.** De curator stelt alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de procedure. -**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure. +**2.** de Nederlandsche Bank N.V. stelt de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure. ### Artikel 213l -Indien de machtiging ingevolge artikel 169, derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 ophoudt van kracht te zijn, alsmede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na het intrekken van de machtiging, gelden de volgende bepalingen: - -a. het tijdstip waarop de termijnen, bedoeld in de artikelen 43 en 45, en in artikel 138, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aanvangen, wordt berekend vanaf het tijdstip waarop de noodregeling is uitgesproken; -b. een beroep op verrekening kan in afwijking van artikel 53 slechts worden gedaan indien de vordering en de schuldplichtigheid beide zijn ontstaan voor het tijdstip waarop de beschikking, houdende het uitspreken van de noodregeling is gegeven, of voortvloeien uit een handeling voor dat tijdstip met de verzekeraar verricht; -c. handelingen, ingevolge artikel 161 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 door of namens de bewindvoerders, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel cc, verricht gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator, terwijl boedelschulden, gedurende die tijd ontstaan, ook in het faillissement als boedelschulden zullen gelden; -d. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de verzekeraar die in strijd met artikel 161, eerste en zesde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, zijn aangegaan gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, dan voorzover deze daardoor is gebaat; -e. vorderingen uit overeenkomsten van levensverzekering kunnen in afwijking van artikel 110, eerste lid, worden ingediend door overlegging van de polis of een afschrift daarvan, zonder dat het bedrag van de vordering behoeft te worden vermeld; voorzover de curator de vordering erkent, stelt hij de omvang daarvan vast; -f. voorzover niet reeds artikel 163a van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 tot volledige uitvoering is gekomen, is het bepaalde in titel I overigens van toepassing. +Vervallen ### Artikel 213m @@ -2143,7 +2148,7 @@ c. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan **2.** Ingeval de verzekeraar een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de liquidatieprocedure de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst. -**3.** Artikel 171c, vierde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 is van overeenkomstige toepassing. +**3.** Artikel 3:241, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 213r @@ -2204,13 +2209,58 @@ Op verzoek van een curator uit een andere lidstaat dan Nederland worden de gegev ### Artikel 213dd -**1.** Indien een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lidstaten, trachten zowel de rechtbank als de Pensioen- & Verzekeringskamer hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarin aan de verzekeraar een vergunning is verleend. +**1.** Indien een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lidstaten, trachten zowel de rechtbank als de Nederlandsche Bank N.V. hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarin aan de verzekeraar een vergunning is verleend. **2.** In het in het eerste lid bedoelde geval tracht de in Nederland benoemde curator zijn optreden te coördineren met de curatoren in die andere lidstaten. ### Artikel 213ee -In afwijking van artikel 182 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 kunnen gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, door de curator worden opgenomen in de verslagen, bedoeld in artikel 73a. +De curator kan in de verslagen, bedoeld in artikel 73a, geen gegevens of inlichtingen opnemen die betrekking hebben op derden die betrokken zijn of zijn geweest bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten. + +#### Paragraaf 4. Natura-uitvaartzekeraars + +### Artikel 213ff + +Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: + +a. natura-uitvaartverzekeraar: de natura-uitvaartverzekeraar, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. +b. natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat: de natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financiële toezicht. + +### Artikel 213gg + +De artikelen 213b, 213d, 213e, 213f, 213i en 213k, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de natura-uitvaartverzekeraar. + +### Artikel 213hh + +De Nederlandsche Bank N.V. zendt een afschrift van haar verzoekschrift, bedoeld in artikel 213b, aan de natura-uitvaartverzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan: + +a. indien het een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de staten die zijn aangewezen op grond van artikel 2:50, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht waar de natura-uitvaartverzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit vestigingen in op grond van dat artikel aangewezen staten; +b. indien het een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een andere staat betreft, de toezichthoudende autoriteiten van andere staten die zijn aangewezen op grond van artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland. + +### Artikel 213ii + +**1.** De griffier stelt de Nederlandsche Bank N.V. onverwijld in kennis van de beslissing tot faillietverklaring. + +**2.** De Nederlandsche Bank N.V. stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van de andere staten die zijn aangewezen op grond van artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. + +### Artikel 213jj + +De Nederlandsche Bank N.V. stelt de toezichthoudende autoriteiten van de staten die zijn aangewezen op grond van artikel 2:50 van de Wet op het financiële toezicht die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure. + +### Artikel 213kk + +**1.** In geval van faillietverklaring op grond van deze paragraaf worden de boedelschulden, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij over ieder deel van de boedel omgeslagen, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken. + +**2.** + +Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand en hypotheek gedekt, worden de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde: + +a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioenen, voorzover de vordering niet ouder is dan een jaar; +b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de natura-uitvaartverzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen; +c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de natura-uitvaartverzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de natura-uitvaartverzekeraar aan de werknemer krachtens artikel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd; +d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit een natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een vestiging in Nederland. + +**3.** Artikel 213m, vierde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. ## Titel II. Van surseance van betaling @@ -2636,15 +2686,7 @@ Indien de faillietverklaring wordt uitgesproken ingevolge een der bepalingen van ### Artikel 250a -**1.** Ingeval een niet ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a, b* of *c*, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (*Stb.* 1992, 722) geregistreerde onderneming of instelling, waarbij De Nederlandsche Bank N.V. op grond van die wet inlichtingen heeft ingewonnen, naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, kan De Nederlandsche Bank N.V. met machtiging van de voorzieningenrechter van de bevoegde rechtbank voor zodanige onderneming of instelling surseance van betaling aanvragen op de wijze, voorzien in artikel 214, eerste lid. - -**2.** De voorzieningenrechter van de rechtbank beslist over een verzoek tot machtiging als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk, doch niet dan nadat de onderneming of instelling in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze terzake aan hem kenbaar te maken. - -**3.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, zal surseance nimmer definitief worden verleend, indien de onderneming of instelling zich daartegen verzet. - -**4.** De artikelen 215-250 en 251 zijn van overeenkomstige toepassing. - -**5.** Indien het verzoek wordt afgewezen anders dan op grond van het derde lid, heeft De Nederlandsche Bank N.V. recht van hoger beroep en kan zij in cassatie komen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 219 en 221. De Nederlandsche Bank N.V. is bevoegd zowel in hoger beroep als in cassatie aan de behandeling van het beroep deel te nemen. +Vervallen ### Artikel 251 @@ -2910,33 +2952,26 @@ De rechtbank kan bepalen, dat bepaalde soorten van vorderingen of vorderingen be Indien te voorzien is dat er meer dan één uitkering aan de schuldeisers zal moeten geschieden, kan de rechtbank bij de homologatie van het akkoord bepalen, dat bij de eerste uitkering aan de schuldeisers een of meer papieren aan toonder zullen worden ter hand gesteld en dat betaling van de volgende uitkeringen uitsluitend door middel van aanbieding van zodanig papier zal kunnen worden gevorderd. -### Afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een kredietinstelling, die ingevolge +### Afdeling B. Van de verlening van surseance van betaling aan een beleggingsonderneming en een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft of een andere instelling ### Artikel 281g -Deze afdeling is van toepassing op: +De artikelen 212a, onderdelen b tot en met f, en 212b tot en met 212f zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van surseance van betaling aan: -a. een kredietinstelling, die door de Minister van Financiën op grond van artikel 6, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is vrijgesteld van het verbod van artikel 6, eerste lid, van die wet; -b. een kredietinstelling, die door de Minister van Financiën op grond van artikel 31, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is vrijgesteld van het verbod van artikel 31, eerste lid, van die wet; -c. een kredietinstelling, die door de Minister van Financiën op grond van artikel 38, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is vrijgesteld van het verbod van artikel 38, eerste lid, van die wet; -d. een kredietinstelling, die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ontheven van het verbod van artikel 6, eerste lid, van die wet; -e. een kredietinstelling, die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van artikel 31, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ontheven van het verbod van artikel 31, eerste lid, van die wet; -f. een kredietinstelling, die door De Nederlandsche Bank N.V. op grond van artikel 38, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ontheven van het verbod van artikel 38, eerste lid, van die wet; -g. een financiële instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992; -h. een effecteninstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995; -i. een centrale tegenpartij, indien deze in het kader van deelname aan het systeem op grond van een overboekingsopdracht effectentegoeden verkrijgt; -j. een overheidsinstantie of onderneming met overheidsgarantie; -k. een in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie gevestigde onderneming of instelling die het bedrijf van effecteninstelling uitoefent door middel van een bijkantoor in Nederland. - -### Artikel 281h - -De artikelen 212a onderdelen b tot en met f, en 212b tot en met 212f zijn van overeenkomstige toepassing in een surseance, met dien verstande dat bij de toepassing van artikel 212b: +a. een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +b. een financiële instelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 heeft; +c. een centrale tegenpartij, indien deze in het kader van deelname aan het systeem op grond van een overboekingsopdracht effectentegoeden verkrijgt; +d. een overheidsinstantie of onderneming met overheidsgarantie; +e. een beleggingsonderneming met zetel in een staat die niet een lidstaat is die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, met dien verstande dat: – voor «artikel 23» wordt gelezen: artikel 217; – voor «artikel 24» wordt gelezen: artikel 228, tweede lid; -– voor «artikel 53, eerste lid» wordt gelezen: artikel 234, eerste lid; -– voor «artikel 54, tweede lid» wordt gelezen: artikel 235, tweede lid; -– voor «artikel 63a» wordt gelezen: artikel 241a. +– voor «artikel 53, eerste lid,» wordt gelezen: artikel 234, eerste lid; en +– voor «artikel 54, tweede lid,» wordt gelezen: artikel 235, tweede lid. + +### Artikel 281h + +Vervallen ### Afdeling Derde. Slotbepalingen @@ -2978,7 +3013,7 @@ a. een staat als bedoeld in artikel 96; b. een gespecificeerde opgave van de inkomsten van de schuldenaar, hoe ook genaamd en ongeacht de titel van verkrijging, die de schuldenaar pleegt te verwerven of kan verwerven; c. een gespecificeerde opgave van de vaste lasten van de schuldenaar; d. indien de schuldenaar is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, een opgave van de gegevens, bedoeld onder b en c betreffende de echtgenoot onderscheidenlijk de geregistreerde partner; -e. een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldsanering te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar. Het college kan deze bevoegdheid mandateren aan een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening of aan krachtens artikel 48, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op het consumentenkrediet aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan. +e. een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldsanering te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar. Het college kan deze bevoegdheid mandateren aan een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de de Wet op het financieel toezicht of aan krachtens artikel 48, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op het consumentenkrediet aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan. **2.** @@ -3188,7 +3223,7 @@ b. de bevoegdheid om ten aanzien van die goederen feitelijke handelingen te verr De schuldenaar behoeft niettemin de toestemming van de bewindvoerder voor de volgende rechtshandelingen: -a. het aangaan van een overeenkomst inzake krediet als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van de Wet financiële dienstverlening; +a. het aangaan van een overeenkomst inzake krediet in de zin van de Wet op het financieel toezicht; b. overeenkomsten waarbij hij zich als borg of anderszins als medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt; c. giften, met uitzondering van de gebruikelijke, voorzover niet bovenmatig.