2003-11-01 | BWBR0003630 | Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984

This commit is contained in:
Coornhert 2003-11-01 12:00:00 +00:00
parent 255212f196
commit cf5ba83f1e

View file

@ -63,7 +63,7 @@ j. periodieke toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a die maandelijks wo
**1.** Het salaris, de toelagen, de periodieke toeslag en de vergoedingen voor extra diensten worden maandelijks betaald.
**2.** Wanneer het salaris, een toelage als bedoeld in de artikelen 14, 16, 17b, 18, 18a, een bedrag als bedoeld in artikel 21, tweede lid, of een periodieke toeslag, moet worden berekend over een gedeelte van de kalendermaand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal dagen van de desbetreffende kalendermaand.
**2.** Wanneer het salaris, een toelage als bedoeld in de artikelen 14, 16, 17b, 18, 18a, een bedrag als bedoeld in artikel 21, tweede lid, een toeslag als bedoeld in artikel 22e of een periodieke toeslag, moet worden berekend over een gedeelte van de kalendermaand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal dagen van de desbetreffende kalendermaand.
**3.** Van het bepaalde in de vorige leden kan worden afgeweken, ingeval daartoe naar het oordeel van het tot het vaststellen van het salaris bevoegde gezag op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat.
@ -135,14 +135,13 @@ d. indien hem op zijn aanvraag een andere functie wordt opgedragen waarvoor een
Bij een salarisverhoging als bedoeld in het eerste lid wordt het salaris:
a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 17 van de bijlage B geldt, vastgesteld op een bedrag vermeld in de naasthogere salarisschaal, met dien verstande dat het maximum van die schaal niet wordt overschreden;
b. voor de ambtenaar, voor wie salarisschaal 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen:
 7 735,96;
 7 949,18;
7 901,96;
 8 119,76;
 8 068,87.
 8 291,27.
**3.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet langer als uitstekend kan worden gekwalificeerd, kan het bevoegd gezag de toekenning van de salarisverhoging, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk intrekken.
@ -229,19 +228,13 @@ De toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar gel
a. 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 22 uur;
b. 40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur;
c. voor de uren op zaterdag:
45% voor de uren tussen 00.00 uur en 08.00 uur;
25% voor de uren tussen 08.00 uur en 18.00 uur;
70% voor de uren tussen 18.00 uur en 24.00 uur;
c. 70% voor de uren op zaterdag;
d. 70% voor de uren op zondag;
e. 100% voor de uren op de feestdagen genoemd in artikel 21, zevende lid, onder* a*, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, Eerste Paasdag en Eerste Pinksterdag,
e. 100% voor de uren op de feestdagen genoemd in artikel 21, zevende lid, onder a, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, Eerste Paasdag en Eerste Pinksterdag,
met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 7.
**3.** Voor de in het vorige lid onder *a* genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7 uur, respectievelijk is beëindigd na 20 uur.
**3.** Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7 uur, respectievelijk is beëindigd na 20 uur.
**4.** In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid ontvangt de ambtenaar met ingang van de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt een vaste toelage, mits hij op dat moment gedurende ten minste 5 jaar zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten.
@ -263,6 +256,10 @@ met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het
**3.** De toelage bedraagt voor elk vol uur waarop in afwijking van de werktijdregeling arbeid is verricht 45% van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur, met dien verstande dat dit percentage wordt berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 7.
**4.** Indien het bevoegd gezag op grond van artikel 17, zevende lid, een vaste toelage heeft vastgesteld voor de ambtenaar, kan het bevoegd gezag in afwijking van het eerste lid, voor de ambtenaar een vaste maandelijkse toelage vaststellen.
**5.** De toelage, bedoeld in het vierde lid, wordt vastgesteld aan de hand van het bepaalde in het derde lid, de voor de ambtenaar geldende werktijdregeling en de mate waarin en de wijze waarop van die werktijdregeling pleegt te worden afgeweken. De toelage wordt aangepast indien zich wijzigingen voordoen in de berekeningsgrondslag daarvan.
### Artikel 17b
**1.** Aan de ambtenaar die nu en dan, regelmatig of voortdurend onder bezwarende omstandigheden arbeid verricht en wiens functie op een functielijst voorkomt, wordt een toelage per maand toegekend.
@ -298,11 +295,11 @@ c. 3% indien de ambtenaar regelmatig gelijktijdig onder drie of meer typen bezwa
### Artikel 18
**1.** Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 17, een blijvende verlaging ondergaat, welke tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en een periodieke toeslag, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**1.** Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 17, een blijvende verlaging ondergaat, welke tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en een periodieke toeslag, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twaalf maanden.
**3.** Het bevoegd gezag kan het eerste lid geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het op zijn aanvraag opdragen van een andere functie een blijvende vermindering ondergaat als bedoeld in het eerste lid, indien het belang van de dienst bij het opdragen van die andere functie is gebaat.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de verlaging van de bezoldiging het gevolg is van een disciplinaire maatregel genoemd in artikel 81 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of een bepaling van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling.
**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt voor de toepassing van dit artikel nadere regels vast.
@ -368,9 +365,9 @@ b. een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te
**1.** De ambtenaar heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8% van de door hem genoten bezoldiging.
**2.** De vakantie-uitkering per maand bedraagt ten minste € 133,54 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het derde lid, wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid verminderd.
**2.** De vakantie-uitkering per maand bedraagt ten minste € 137,22 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het derde lid, wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid verminderd.
**3.** Wanneer de ambtenaar op grond van deartikelen 17 t/m 20*d* of van artikel 37 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten.
**3.** Wanneer de ambtenaar op grond van de artikelen 17 t/m 20d of van artikel 37 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten.
### Artikel 22
@ -506,21 +503,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur, regelende het overgangsrecht, wordt het tijd
## Bijlage B. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bevattende de indelingsstructuur (hoofd- en niveaugroepen) waarbinnen de zwaarte van de functies wordt bepaald, alsmede de daarbij behorende salarisschalen voor de ambtenaren:
## Bijlage B. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bevattende de indelingsstructuur (hoofd- en niveaugroepen) waarbinnen de zwaarte van de functies wordt bepaald, alsmede de daarbij behorende salarisschalen voor de ambtenaren
## Bijlage C