From cf6034bd9760bf96ea11c1edb757651c3dc94dcb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 29 Jun 2002 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2002-06-29 | BWBR0004052 | Reglement Dienst Buitenlandse Zaken --- .../BWBR0004052/README.md | 2733 +++++++++++------ 1 file changed, 1831 insertions(+), 902 deletions(-) diff --git a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md index 208ef31aa5e..23538e5601a 100644 --- a/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md +++ b/amvb/reglement-dienst-buitenlandse-zaken/BWBR0004052/README.md @@ -18,14 +18,15 @@ In dit reglement wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken; b. DBZ: Dienst Buitenlandse Zaken; -c. Ambtenaar van de DBZ: Degene die door Ons, dan wel door Onze Minister is aangesteld om als ambtenaar van de DBZ werkzaam te zijn; -d. Werknemer: Degene die door Onze Minister op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht als werknemer, behorende tot de DBZ, in dienst is genomen; +c. Ambtenaar: de in artikel 5, tweede lid, onder a, bedoelde ambtenaar van de DBZ, tenzij anders blijkt; +d. Werknemer: degene die buiten Nederland op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst is genomen voor werkzaamheden bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland; e. ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement; f. BBRA 1984: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984; g. Functie: Het samenstel van werkzaamheden, door de ambtenaar of werknemer te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen door het daartoe bevoegde gezag aan betrokkene is opgedragen; -h. Wervingsgroep: Groep van kandidaat-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ, aan wie, met het oog op de loopbaan waarvoor zij worden aangeworven, gelijke leeftijds-, opleidings- of ervaringseisen worden gesteld; -i. Arbo-dienst: de door Onze Minister aangewezen deskundige dienst in de zin van artikel 14, derde lid, laatste volzin, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; -j. Ministeriële regeling: Regeling van Onze Minister. +h. Arbodienst: de door Onze Minister aangewezen deskundige dienst in de zin van artikel 14, derde lid, laatste volzin, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998; +i. Ministeriële regeling: Regeling van Onze Minister; +j. Volledige arbeidsduur: een arbeidsduur welke gemiddeld 36 werkuren per week omvat; +k. Arbeidsduurfactor: een breuk waarvan de teller bestaat uit de voor de ambtenaar vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36. ### Artikel 2 @@ -44,13 +45,15 @@ d. door Onze Minister als gezinslid beschouwde meerderjarige studerende of inval ### Artikel 3 -Waar in dit reglement sprake is van de formatie, wordt daaronder verstaan de kwantitatieve omvang van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de zich daarbinnen voordoende kwalitatieve structuur. De formatie is samengesteld uit formaties van de binnen het ministerie voorkomende dienstonderdelen en de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland. +**1.** Waar in dit reglement sprake is van de formatie, wordt daaronder verstaan de kwantitatieve omvang van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de zich daarbinnen voordoende kwalitatieve structuur. De formatie is samengesteld uit formaties van de binnen het ministerie voorkomende dienstonderdelen en de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland. + +**2.** Onze Minister stelt na advies van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de formatie vast. Onze Minister bepaalt de inrichting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken met inachtneming van de formatie, volgens met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overeen te komen regels. ### Artikel 4 -Waar in dit reglement sprake is van de anciënniteit van een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ, wordt daaronder verstaan: +**1.** Tenzij anders is bepaald, wordt in dit reglement onder salaris en bezoldiging verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in het BBRA 1984. -de tijd gedurende welke de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ de laatstelijk toegekende rang heeft. +**2.** In gevallen waarin niet is bepaald wie bevoegd is tot het nemen van besluiten of het doen van voordrachten krachtens dit reglement, is Onze Minister bevoegd. ## Hoofdstuk II. Algemene en organisatorische bepalingen @@ -63,7 +66,7 @@ de tijd gedurende welke de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ de laatstelijk to De Dienst Buitenlandse Zaken bestaat uit: a. degenen die bij koninklijk besluit, dan wel door Onze Minister, als ambtenaar van de Dienst Buitenlandse Zaken zijn aangesteld; -b. degenen die in het buitenland door Onze Minister op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst zijn genomen; +b. degenen die door Onze Minister als werknemer in dienst zijn genomen; c. degenen die bij koninklijk besluit, dan wel door Onze Minister, als honoraire consulaire ambtenaren zijn aangesteld, met inachtneming van het tweede lid van artikel 132; d. degenen die door het hoofd van een der in artikel 7 genoemde vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland bij die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland als honorair adviseur zijn aangesteld, met inachtneming van het tweede lid van artikel 140. @@ -93,9 +96,10 @@ f. andere bij koninklijk besluit, dan wel door de regering, door tussenkomst van De vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland kunnen zijn: a. vaste diplomatieke zendingen, te weten ambassades en gezantschappen; -b. permanente vertegenwoordigingen van het Koninkrijk bij internationale organisaties; +b. permanente vertegenwoordigingen van het Koninkrijk bij internationale organisaties, ook als deze in Nederland zijn gevestigd; c. consulaire posten, te weten consulaten-generaal, consulaten, vice-consulaten en consulaire agentschappen; -d. tijdelijke diplomatieke zendingen. +d. tijdelijke diplomatieke zendingen; +e. andere, naar het oordeel van Onze Minister met de onder a tot en met d vergelijkbare, posten. **3.** De in het tweede lid genoemde vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland worden bij koninklijk besluit naar behoefte ingesteld, geopend, verplaatst, gesloten en opgeheven; bij de instelling worden hun hoedanigheid en plaats van vestiging of bestemming bepaald. @@ -111,21 +115,18 @@ d. tijdelijke diplomatieke zendingen. Bij het departement kunnen werkzaam zijn: -a. overplaatsbare ambtenaren van de DBZ in de zin van artikel 17, eerste lid, onder *a*; -b. niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ in de zin van artikel 17, eerste lid, onder *b*; -c. tijdelijke ambtenaren van de DBZ in de zin van artikel 17, eerste lid, onder *c*, in de gevallen bedoeld in artikel 113*a*, vijfde lid; -d. ambtenaren van de Nederlandse Antillen en Aruba welke door Onze Minister in overeenstemming met de regering van de Nederlandse Antillen dan wel Aruba, bij het departement zijn gedetacheerd. -e. anderen dan de onder *a* tot en met *d* genoemden die door Onze Minister tijdelijk bij het departement zijn tewerkgesteld. +a. ambtenaren; +b. ambtenaren van de Nederlandse Antillen en Aruba welke door Onze Minister in overeenstemming met de regering van de Nederlandse Antillen dan wel Aruba, bij het departement zijn gedetacheerd. +c. anderen dan de onder a en b genoemden die door of in overeenstemming met Onze Minister tijdelijk op het departement zijn tewerkgesteld. **2.** Bij de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland kunnen werkzaam zijn: -a. overplaatsbare ambtenaren van de DBZ in de zin van artikel 17, eerste lid, onder *a*; -b. tijdelijke ambtenaren van de DBZ in de zin van artikel 17, eerste lid, onder *c*; -c. degenen die door Onze Minister op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst zijn genomen, met als standplaats de plaats van vestiging van een der vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland; -d. degenen die bij koninklijk besluit dan wel door Onze Minister als honorair consulair ambtenaar zijn aangesteld; -e. honoraire adviseurs, in de zin van artikel 5, tweede lid, onder *d*. +a. ambtenaren; +b. werknemers als bedoeld in artikel 114; +c. degenen die bij koninklijk besluit dan wel door Onze Minister als honorair consulair ambtenaar zijn aangesteld; +d. honoraire adviseurs, in de zin van artikel 5, tweede lid, onder *d*. **3.** @@ -136,7 +137,7 @@ b. werknemers, bedoeld in artikel 115 werkzaam zijn. **4.** Aan de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland kunnen voorts ter verdere verwezenlijking van de in artikel 6 genoemde taak door Onze Minister worden toegevoegd ambtenaren van een ander ministerie, dan wel van de Nederlandse Antillen en van Aruba, die met het oog op die tewerkstelling tijdelijk ter beschikking zijn gesteld van Onze Minister. -**5.** Niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ kunnen in de in het eerste lid van artikel 113 genoemde gevallen aan vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland worden toegevoegd. +**5.** Onze Minister kan voorts, onder door hem te stellen voorwaarden, anderen dan degenen bedoeld in het tweede tot en met vierde lid tijdelijk bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland werkzaam laten zijn. **6.** In bijzondere gevallen kunnen aan tijdelijke diplomatieke zendingen anderen dan de in het tweede, derde, vierde en vijfde lid genoemden, worden toegevoegd. @@ -144,19 +145,19 @@ b. werknemers, bedoeld in artikel 115 werkzaam zijn. **8.** Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, stelt in overeenstemming met Onze Minister de vergoedingen en tegemoetkomingen vast welke verband houden met de in het derde lid, onder *a*, bedoelde detacheringen volgens de regelen die bij of krachtens dit reglement zijn gesteld. -**9.** Op degenen die ingevolge het vierde lid aan een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland worden toegevoegd, kan Onze Minister bepalingen van dit reglement, welke gelden voor overplaatsbare ambtenaren van de DBZ, van overeenkomstige toepassing verklaren. +**9.** Op degenen die ingevolge het vierde lid aan een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland worden toegevoegd, kan Onze Minister bepalingen van dit reglement, welke gelden voor ambtenaren, van overeenkomstige toepassing verklaren. ### Artikel 9 -**1.** De hoofden van de in artikel 7 genoemde vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland worden, behoudens het hierna in het tweede en derde lid bepaalde, bij koninklijk besluit benoemd uit de ambtenaren van de DBZ. +**1.** De hoofden van de in artikel 7 genoemde vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland worden, behoudens het hierna in het tweede en derde lid bepaalde, bij koninklijk besluit uit de ambtenaren benoemd. **2.** Tot hoofd van een consulaire post kan bij koninklijk besluit ook een honorair consulair ambtenaar worden aangesteld. -**3.** Tot hoofd van een tijdelijke diplomatieke zending kan bij koninklijk besluit ook een persoon die geen ambtenaar van de DBZ is worden aangesteld, mits deze de Nederlandse nationaliteit bezit. +**3.** Tot hoofd van een tijdelijke diplomatieke zending kan bij koninklijk besluit ook een persoon die geen ambtenaar is worden aangesteld, mits deze de Nederlandse nationaliteit bezit. **4.** Hoofden van vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland worden bij koninklijk besluit, waar nodig, van geloofds- en terugroepingsbrieven, benoemingsbrevetten of inleidingsbrieven voorzien. -**5.** Als hoofd van een vaste diplomatieke zending kan door Onze Minister, indien een benoeming als bedoeld in het eerste lid niet heeft plaatsgevonden, een ambtenaar van de DBZ worden aangewezen in de hoedanigheid van Zaakgelastigde. Onze Minister voorziet deze, indien nodig, van een inleidingsbrief. +**5.** Als hoofd van een vaste diplomatieke zending kan door Onze Minister, indien een benoeming als bedoeld in het eerste lid niet heeft plaatsgevonden, een ambtenaar worden aangewezen in de hoedanigheid van Zaakgelastigde. Onze Minister voorziet deze, indien nodig, van een inleidingsbrief. ### Artikel 10 @@ -168,7 +169,7 @@ Voorts is deze verantwoordelijk voor: a. een juist beheer van de zaken en andere waarden in gebruik bij of toevertrouwd aan die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland; b. een goed comptabel en financieel beheer; -c. het toezicht op de ambtenaar van de DBZ die als rekenplichtig ambtenaar in de zin van de Comptabiliteitswet het beheer voert over de aan de vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland toevertrouwde gelden en geldswaardige papieren. +c. het toezicht op de ambtenaar die als rekenplichtig ambtenaar in de zin van de Comptabiliteitswet 2001 het beheer voert over de aan de vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland toevertrouwde gelden en geldswaardige papieren. **3.** Het hoofd van een vaste diplomatieke zending heeft het toezicht op de Nederlandse, Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse ambtenaren en overheidsinstellingen die zich duurzaam of tijdelijk voor ambtsverrichtingen in zijn ambtsgebied bevinden. Betrokkene kan in dit ambtsgebied tevens toezicht uitoefenen op de werkzaamheden van Nederlandse, Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse instellingen, geen ondernemingen zijnde, die zich bezighouden met de bevordering van Nederlandse, Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse belangen en de uitvoering van het overheidsbeleid, alsmede op die van de vertegenwoordigingen of neveninstellingen daarvan. De vorige volzin geldt niet ten aanzien van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie met betrekking tot het vertegenwoordigen van het Koninkrijk bij die internationale organisatie, en ten aanzien van een tijdelijke diplomatieke zending met betrekking tot de aangelegenheid waartoe die tijdelijke diplomatieke zending werd ingesteld. @@ -182,7 +183,7 @@ c. het toezicht op de ambtenaar van de DBZ die als rekenplichtig ambtenaar in de **2.** Voor afwezigheid van de standplaats binnen het land van vestiging, alsmede voor verblijf buiten het land van vestiging behoeft betrokkene steeds de voorafgaande goedkeuring van Onze Minister, welke goedkeuring ook kan worden ontleend aan een door Onze Minister voor die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland vastgestelde regeling. -**3.** Indien de plaats van hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland openstaat, of indien het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland buiten het ambtsgebied verblijft dan wel, indien het een consulaire post betreft, buiten het ressort van die consulaire post, dan wel buiten staat is diens functie uit te oefenen, is de hoogste bij die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ met de waarneming belast, tenzij Onze Minister anders bepaalt. +**3.** Indien de plaats van hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland openstaat, of indien het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland buiten het ambtsgebied verblijft dan wel, indien het een consulaire post betreft, buiten het ressort van die consulaire post, dan wel buiten staat is diens functie uit te oefenen, is de hoogste bij die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geplaatste ambtenaar in vaste dienst met de waarneming belast, tenzij Onze Minister anders bepaalt. **4.** Degene die met de waarneming is belast treedt op als tijdelijk hoofd van die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland; betrokkene is niet bevoegd om zonder dringende noodzaak wijziging te brengen in de dienstverrichting alsmede de inrichting van de vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. @@ -204,9 +205,9 @@ c. het toezicht op de ambtenaar van de DBZ die als rekenplichtig ambtenaar in de ### Artikel 13 -**1.** Onze Minister draagt, ook voor degenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder *a*, indien zij zijn geplaatst op een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland alsmede degenen, bedoeld onder *b* van dat lid" zorg voor de bevordering van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid, zulks zoveel als mogelijk naar analogie van regelen geldend voor degenen die werkzaam zijn op het departement. +**1.** Onze Minister draagt, zoveel mogelijk overeenkomstig de regels welke gelden voor degenen die op het departement werkzaam zijn, zorg voor een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid voor degenen die werkzaam zijn bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. -**2.** Ter voorbereiding op plaatsing in het buitenland, gedurende plaatsing in het buitenland, en in verband met terugplaatsing naar Nederland van ambtenaren van de DBZ, strekt die zorg zich mede uit tot hun gezinsleden. In dit kader erkent Onze Minister de bijzondere positie van de huwelijkspartner van de in het buitenland geplaatste ambtenaar en de vanuit Nederland uitgezonden werknemer. +**2.** Ter voorbereiding op plaatsing in het buitenland, gedurende plaatsing in het buitenland, en in verband met terugplaatsing naar Nederland van ambtenaren, heeft het eerste lid tevens betrekking op hun gezinsleden. In dit kader erkent Onze Minister de bijzondere positie van de huwelijkspartner van de in het buitenland geplaatste ambtenaar. **3.** Bij ministeriële regeling kunnen voor de verwezenlijking van het eerste lid regels worden gesteld. De in het eerste lid bedoelden zijn gehouden zich naar die regelen te gedragen en zich er voor in te spannen dat deze voor zover van toepassing door hun gezinsleden worden nageleefd. @@ -218,8 +219,8 @@ c. het toezicht op de ambtenaar van de DBZ die als rekenplichtig ambtenaar in de -a. Onze Minister benoemt één of meer ambtenaren van de DBZ tot contactfunctionaris. -b. De Contactfunctionaris adviseert en assisteert gezinsleden van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ op hun verzoek aangaande zaken die verband houden met het persoonlijk welzijn van die gezinsleden in verband met de plaatsing van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in het buitenland, en adviseert Onze Minister aangaande voorzieningen in verband met het persoonlijk welzijn van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ en diens gezinsleden. +a. Onze Minister benoemt één of meer ambtenaren tot contactfunctionaris. +b. De Contactfunctionaris adviseert en assisteert gezinsleden van ambtenaren op hun verzoek aangaande zaken die verband houden met het persoonlijk welzijn van die gezinsleden in verband met de plaatsing van de ambtenaar in het buitenland, en adviseert Onze Minister aangaande voorzieningen in verband met het persoonlijk welzijn van de ambtenaar en diens gezinsleden. ### Artikel 14 @@ -229,1177 +230,2109 @@ b. De Contactfunctionaris adviseert en assisteert gezinsleden van overplaatsbare ### Artikel 15 -Onze Minister bepaalt of een functie kan worden vervuld door een werknemer op arbeidsovereenkomst. +Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 4a van het ARAR gestelde regels ten aanzien van de werving en selectie van ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld. ## Hoofdstuk III. Toepasselijkheid van bepalingen ### Artikel 16 -**1.** - -Op de ambtenaren van de DBZ zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met IV en XXI tot en met XXV, met dien verstande dat: - -a. op overplaatsbare ambtenaren van de DBZ voorts van toepassing zijn de hoofdstukken V tot en met XVI; -b. op niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ voorts hoofdstuk XVII van toepassing is; -c. op tijdelijke ambtenaren van de DBZ voorts hoofdstuk XVIIA van toepassing is. +**1.** Op ambtenaren zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met XIV en XXI tot en met XXV. **2.** Op degenen die ingevolge het derde en vierde lid van artikel 8 bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland zijn gedetacheerd of toegevoegd, dan wel ingevolge het zesde lid van artikel 8 aan een tijdelijke diplomatieke zending zijn toegevoegd, zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III en XXI tot en met XXV. -**3.** Op werknemers, behorende tot de DBZ, zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XVIII en XXI tot en met XXV. +**3.** Op werknemers zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XVIII en XXI tot en met XXV. -**4.** Op honoraire consulaire ambtenaren, behorende tot de DBZ, zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XIX en XXI tot en met XXV. +**4.** Op honoraire consulaire ambtenaren zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III, XIX en XXI tot en met XXV. -**5.** Op honoraire adviseurs, behorende tot de DBZ, zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III en XX tot en met XXV. +**5.** Op honoraire adviseurs zijn van toepassing de hoofdstukken I tot en met III en XX tot en met XXV. **6.** In de artikelen van de in het eerste tot en met vijfde lid genoemde hoofdstukken worden waar nodig bepalingen van andere hoofdstukken van overeenkomstige toepassing verklaard, of wordt de toepasselijkheid van artikelen beperkt tot een groep of groepen van degenen die daarin zijn genoemd. -## Hoofdstuk IV. Overplaatsbare, niet-overplaatsbare en tijdelijke ambtenaren van de DBZ +**7.** De hoofdstukken VI, VIII en IX zijn niet van toepassing op ambtenaren met gedeeltelijke dag-, week- of jaartaken, die niet regelmatig dienst doen. Ten aanzien van de in die hoofdstukken geregelde onderwerpen worden voor hen voor elk betrokken dienstonderdeel de nodige bepalingen vastgesteld. -### Artikel 17 +**8.** -**1.** +Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van enkele diensten niet vallende binnen de taak van het desbetreffende dienstonderdeel, waarbij per dienst een afzonderlijke beloning wordt vastgesteld, zijn niet van toepassing: -Ambtenaren van de DBZ kunnen zijn: +a. hoofdstuk V; +b. de artikelen 31 en 33 tot en met 33a; +c. de hoofdstukken VIII en IX; +d. hoofdstuk X, paragrafen 2 en 3; +e. de artikelen 45a, 54b, 56 en 57. -a. overplaatsbare ambtenaren van de DBZ, zijnde ambtenaren van de DBZ die zijn aangesteld om waar ook ter wereld werkzaam te zijn; -b. niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ, zijnde ambtenaren van de DBZ die zijn aangesteld om hier te lande werkzaam te zijn; -c. tijdelijke ambtenaren van de DBZ, zijnde ambtenaren van de DBZ die hier te lande voor een bepaalde periode zijn aangesteld om tijdelijk te worden toegevoegd aan één van de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland. - -**2.** Of een ambtenaar van de DBZ een overplaatsbaar, een niet-overplaatsbaar dan wel een tijdelijk ambtenaar van de DBZ is, blijkt uit de akte van aanstelling. - -**3.** Onze Minister bepaalt of een functie wordt vervuld door een overplaatsbaar, niet-overplaatsbaar dan wel tijdelijk ambtenaar van de DBZ. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. - -## Hoofdstuk V. Aanstelling, eerste opleiding en examen van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ +## Hoofdstuk IV. Aanstelling ### Paragraaf 1. De aanstelling -### Artikel 18 +### Artikel 17 **1.** De aanstelling geschiedt in vaste of tijdelijke dienst. -**2.** Aan een aanstelling in vaste dienst gaat in de regel vooraf een aanstelling in tijdelijke dienst. +**2.** De aanstelling geschiedt in vaste dienst, tenzij er grond is een aanstelling in tijdelijke dienst te verlenen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. -**3.** Aanstelling in tijdelijke dienst geschiedt voor bepaalde of onbepaalde tijd. +**3.** De aanstelling geschiedt in de regel met het oogmerk van wisselende functievervulling op het departement en bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland. **4.** -Aanstelling in tijdelijke dienst kan plaatsvinden: +Degene die geen Nederlander is, kan slechts worden aangesteld indien: -a. voor een proeftijd van ten hoogste twee jaar, zo nodig ambtshalve te verlengen met de tijd gedurende welke de overplaatsbare ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht. Op aanvraag van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan de termijn van twee jaar met één jaar worden verlengd. -b. voor een tijd van ten hoogste drie maanden, indien het antecedenten- en veiligheidsonderzoek, bedoeld in artikel 26, nog niet is beëindigd; -c. van personen die in dienst worden genomen als overplaatsbare ambtenaren van de DBZ, ter opleiding; -d. in de gevallen, waarin dit bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is bepaald. +a. hem verblijf is toegestaan op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 en de vergunning tot verblijf het verrichten van arbeid in loondienst niet uitsluit, en +b. aanstelling niet geschiedt met het in het derde lid genoemde oogmerk, maar met het oogmerk van functievervulling op het departement. -**5.** Zodra de omstandigheid welke leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst zich niet meer voordoet, wordt een aanstelling in vaste dienst verleend, tenzij daartegen uit anderen hoofde bedenkingen bestaan. +**5.** Onder aanstelling in vaste dienst wordt tevens verstaan de indiensttreding van een ambtenaar in vaste dienst in algemene dienst van het rijk als bedoeld in artikel 5a van het ARAR. Voor de duur van het dienstverband bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken is op betrokkene niet het ARAR, maar dit reglement van toepassing. + +**6.** Onder aanstelling wordt niet verstaan een benoeming van een lid van de topmanagementgroep als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, van het ARAR. + +**7.** Aanstelling in een functie waaruit op grond van artikel 102 ontslag kan worden verleend, vindt niet plaats van personen die onmiddellijk voorafgaande aan de vroegst mogelijke datum van dat ontslag geen ononderbroken diensttijd van ten minste vijf jaar, doorgebracht in een of meer van die functies, zouden kunnen aanwijzen. + +### Artikel 18 + +De aanstelling in vaste dienst geschiedt in algemene dienst van het rijk. ### Artikel 19 -**1.** De aanstelling geschiedt door Onze Minister, tenzij anders is bepaald. +**1.** -**2.** Indien een aanstelling plaatsvindt in vaste dienst en het aan de rang verbonden maximumsalaris gelijk is aan of hoger dan het maximumsalaris van een ambtenaar van de DBZ XV, geschiedt deze bij koninklijk besluit. +Een aanstelling in tijdelijke dienst wordt verleend voor: -### Paragraaf 2. Voorwaarden, vereisten en procedure voor aanstelling +a. een kalenderperiode, of +b. een andere objectief bepaalbare periode. + +**2.** + +Een aanstelling in tijdelijke dienst kan plaatsvinden: + +a. voor een proeftijd van ten hoogste twee jaar, zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht; +b. voor een tijd van ten hoogste drie maanden, indien de betrokkene de verlangde verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 23, zesde lid, nog niet in zijn bezit heeft; +c. voor het verrichten van werkzaamheden waarvoor slechts tijdelijk een beroep op de arbeidsmarkt kan worden gedaan; +d. voor een opleiding tot een beroep of verdere theoretische of praktische vorming; +e. voor oproepkrachten; +f. voor een andere reden. + +**3.** + +In het geval een aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd is voorafgegaan door een andere aanstelling in tijdelijke dienst krachtens het tweede lid, onder b tot en met f, wordt de maximale duur van de proeftijd verminderd met de duur van die andere aanstelling, indien: + +a. beide aanstellingen in tijdelijke dienst zijn verleend door Onze Minister; +b. de andere aanstelling in tijdelijke dienst is beëindigd binnen een periode van drie maanden direct voorafgaande aan de aanstelling in tijdelijke dienst voor een proeftijd, en +c. het in deze beide aanstellingen in tijdelijke dienst dezelfde werkzaamheden betreft. + +**4.** Vanaf de dag waarop na het verstrijken van de door Onze Minister vastgestelde proeftijd de aanstelling in tijdelijke dienst stilzwijgend wordt voortgezet, geldt dat er een aanstelling in vaste dienst is verleend. + +**5.** De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het tweede lid, onder b tot en met f, wordt geacht opnieuw voor dezelfde tijd, maar telkens ten hoogste voor een jaar op dezelfde voorwaarden te zijn verleend in geval van stilzwijgende voortzetting na het verstrijken van de tijd, voor welke zij is verleend. + +**6.** + +De aanstelling in tijdelijke dienst geldt als een aanstelling in vaste dienst vanaf de dag waarop: + +a. door Onze Minister verleende aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden, of +b. meer dan drie door Onze Minister verleende aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden. + +**7.** Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing, indien de ambtenaar voorafgaande aan een door Onze Minister verleende aanstelling in tijdelijke dienst dan wel tussen twee door Onze Minister verleende aanstellingen in tijdelijke dienst binnen zijn gezagsbereik op een andere titel dan een aanstelling dezelfde werkzaamheden heeft verricht. + +**8.** Het zesde lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op een aanstelling, aangegaan voor niet meer dan drie maanden, die onmiddellijk volgt op een aanstelling van 36 maanden of langer. + +### Paragraaf 2. Individuele arbeidsvoorwaarden. Vast en variabel aantal uren ### Artikel 20 -Als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ kan worden aangesteld degene die ten tijde van de aanstelling: +**1.** In zeer bijzondere gevallen kan op aanvraag van betrokkene een aanstelling in tijdelijke dienst worden verleend waarin ten aanzien van hem dit besluit gedeeltelijk of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit of van het ARAR, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing worden verklaard. -a. de Nederlandse nationaliteit bezit, -b. geen volledige of gedeeltelijke leerplicht heeft uit hoofde van de Leerplichtwet 1969 (*Stb.* 1968, 303), -c. geen verplichtingen heeft ten aanzien van opleiding en oefening uit hoofde van de Kaderwet dienstplicht, -d. voldoet aan het in de artikelen 25 en 26 gestelde, -e. medewerking heeft verleend aan het in artikel 27 gestelde, -f. naar het oordeel van Onze Minister voldoet aan de overige normen van bekwaamheid en geschiktheid als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ, bedoeld in het derde lid van artikel 22, -g. bereid is te voldoen aan hetgeen voor betrokkene inzake het afleggen van een eed of belofte is bepaald. +**2.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gestelde nadere regels omtrent het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 21 -**1.** Er is een Adviescommissie Aanstellingen Overplaatsbare Ambtenaren DBZ, hierna in dit hoofdstuk te noemen de Adviescommissie Aanstellingen. +**1.** De aanstelling geschiedt voor een vast aantal uren of voor een variabel aantal uren. -**2.** De Adviescommissie Aanstellingen bestaat uit twee kamers, te weten Kamer I en Kamer II; deze kamers kunnen naar behoefte onderkamers instellen, bestaande uit leden van de Adviescommissie Aanstellingen. Kamers en onderkamers tellen een oneven aantal leden. +**2.** Indien de aanstelling geschiedt voor een variabel aantal uren wordt daarbij een aantal garantie-uren bepaald. -**3.** De Adviescommissie Aanstellingen heeft een voorzitter en één of meer plaatsvervangende voorzitters, welke evenals de overige leden der Adviescommissie Aanstellingen door Onze Minister worden benoemd en ontslagen. De voorzitter is tevens voorzitter van Kamer I, de plaatsvervangende voorzitter dan wel één der plaatsvervangende voorzitters is voorzitter van Kamer II. +**3.** Indien het dienstbelang zich in bijzondere gevallen verzet tegen het bepalen van een aantal garantie-uren kan Onze Minister regels stellen waarbij wordt afgeweken van het tweede lid. -**4.** De voorzitter ziet toe op een passende bezetting van de in het tweede lid genoemde onderkamers, en op een juiste toepassing van de normen en regelen, bedoeld in het derde en vierde lid van artikel 22. - -**5.** Kamer I van de Adviescommissie Aanstellingen telt ten minste zeven en ten hoogste dertien leden. Wanneer Onze Minister een Directeur-Generaal tot lid van Kamer I heeft benoemd, kan deze bij verhindering zijn plaatsvervanger aanwijzen. Het merendeel van de leden van deze kamer wordt benoemd uit de overplaatsbare ambtenaren van de DBZ. Ten minste één en ten hoogste drie van de leden worden benoemd in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken. Onderkamers van Kamer I tellen ten minste vijf leden, van wie ten minste één lid wordt benoemd in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken. - -**6.** Kamer II van de Adviescommissie Aanstellingen telt ten minste vijf leden, onder wie één of meer vertegenwoordigers van de personeelsdienst, zonder dat die vertegenwoordigers een meerderheid vormen. De leden worden benoemd uit de ambtenaren van de DBZ; ten minste één lid van Kamer II en elk van haar onderkamers is een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ. Onderkamers van Kamer II tellen ten minste drie leden. - -**7.** Onze Minister ontslaat leden-ambtenaren uiterlijk wanneer zij ophouden actief dienend ambtenaar van de DBZ te zijn, en leden-niet-ambtenaren uiterlijk wanneer zij de 70-jarige leeftijd hebben bereikt. - -**8.** Onze Minister voegt een secretaris aan de Adviescommissie Aanstellingen toe. +### Paragraaf 3. Bevoegdheid tot aanstelling ### Artikel 22 **1.** -De Adviescommissie Aanstellingen heeft tot taak: +Tenzij anders is bepaald geschiedt de aanstelling tot ambtenaar en, voor zover nodig, de vaststelling van de salarisschaal bij koninklijk besluit, indien het betreft: -a. na een toelatingsonderzoek Onze Minister te adviseren over het aangaan van een dienstverband met kandidaten voor een loopbaan als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ; -b. na examinering Onze Minister te adviseren over het hernieuwen van het dienstverband van ambtenaren van de DBZ, na afloop van de eerste opleiding bedoeld in artikel 29; -c. Onze Minister te adviseren met betrekking tot ontheffingen als bedoeld in de artikelen 24 en 112. +a. degene die de functie gaat vervullen van secretaris-generaal of directeur-generaal bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, op de voordracht van Onze Minister; +b. degene die een functie gaat vervullen waarvoor salarisschaal 15 of hoger van de bijlage B van het BBRA 1984 geldt, op de voordracht van Onze Minister. -**2.** +**2.** In de overige gevallen vindt de aanstelling tot ambtenaar en vaststelling van de salarisschaal plaats door Onze Minister. - - -a. Kamer I van de Adviescommissie Aanstellingen onderzoekt kandidaten en examineert ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, welke hun loopbaan als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ aanvangen of aangevangen zijn in de rang van ambtenaar van de DBZ X of hoger; -b. Kamer II van de Adviescommissie Aanstellingen onderzoekt kandidaten en examineert ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, welke hun loopbaan als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ aanvangen of aangevangen zijn in een rang beneden de rang van ambtenaar van de DBZ X, met inachtneming van de tweede volzin van artikel 29, eerste lid. - -**3.** Ten behoeve van beide kamers van de Adviescommissie Aanstellingen, stelt Onze Minister normen van bekwaamheid en geschiktheid vast, waaraan kandidaten, dan wel ambtenaren, in het eerste lid bedoeld, bij het toelatingsonderzoek, dan wel bij het examen na afloop van de eerste opleiding ten minste dienen te voldoen. Met betrekking tot Kamer II kunnen deze normen zonodig naar wervingsgroep worden onderscheiden. Normen welke betrekking hebben op economie of ontwikkelingssamenwerking, worden niet vastgesteld dan na overleg met Onze Minister van Economische Zaken respectievelijk Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. - -**4.** Onze Minister kan in het belang van de dienst nadere regelen stellen met betrekking tot de werkzaamheden van de Adviescommissie Aanstellingen. +### Paragraaf 4. Voorwaarden voor aanstelling ### Artikel 23 -**1.** Kandidaten voor een loopbaan als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ dienen een toelatingsonderzoek te ondergaan, behoudens in het geval, voorzien in artikel 112, onder *b*. +**1.** Een aanstelling voor de tijd van langer dan drie maanden kan slechts plaatsvinden, indien Onze Minister op grond van de gegevens waarover hij beschikt van oordeel is dat de betrokkene in voldoende mate geschikt en bekwaam is. -**2.** Dit toelatingsonderzoek wordt gehouden door de Adviescommissie Aanstellingen, op door Onze Minister te bepalen tijdstippen en plaats. Kandidaten worden door de Adviescommissie Aanstellingen door toedoen van haar secretaris opgeroepen, onder vermelding van de in artikel 24 genoemde vereisten. +**2.** Onze Minister kan voor een bepaalde functie of voor een groep van functies eisen van geschiktheid en bekwaamheid vaststellen waaraan de betrokkene moet voldoen om voor een aanstelling in aanmerking te komen. -**3.** Bij het toelatingsonderzoek worden kandidaten onderzocht op hun bekwaamheid en geschiktheid als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ aan de hand van de in het derde lid van artikel 22 bedoelde normen. Kandidaten worden tijdig ingelicht over deze normen. Het onderzoek omvat mede het verifiëren en zonodig aanvullen van de gegevens die door de kandidaten desgevraagd zijn verstrekt. +**3.** Teneinde vast te stellen of de betrokkene in voldoende mate geschikt of bekwaam is, wordt deze aan een onderzoek onderworpen, waaronder begrepen het verifiëren en zo nodig aanvullen van de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt. -**4.** Indien de Adviescommissie Aanstellingen daartoe aanleiding ziet kan deze een niet-aangestelde kandidaat nog eenmaal in de gelegenheid stellen aan het toelatingsonderzoek deel te nemen. +**4.** -**5.** De kosten van het toelatingsonderzoek komen voor rekening van het Rijk. Hier te lande daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten worden vergoed op de voet van het Reisbesluit binnenland met dien verstande dat de kandidaat voor de toepassing van dat besluit gelijk wordt gesteld met een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ. +Het onderzoek, bedoeld in het derde lid, omvat tevens: + +a. een psychologisch onderzoek, indien daaraan naar het oordeel van Onze Minister behoefte bestaat; +b. een geneeskundig onderzoek, indien + +1°. dit op grond van een wettelijk voorschrift verplicht is gesteld; +2°. op grond van functie-eisen een onderzoek naar de medische geschiktheid van de betrokkene noodzakelijk is, of +3°. indien de aanstelling geschiedt met het oogmerk van wisselende functievervulling op het departement en bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, in welk geval het onderzoek door de Arbodienst gericht is op de bepaling van de medische geschiktheid voor dienstverrichting waar ook ter wereld. + +**5.** Onze Minister stelt vast voor welke functies een onderzoek naar de medische geschiktheid van de betrokkene noodzakelijk is. + +**6.** Onze Minister kan, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in het zevende en achtste lid, van de betrokkene vergen dat deze een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag overlegt. + +**7.** Indien het, anders dan een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, een functie betreft die bijzondere eisen stelt aan de integriteit of verantwoordelijkheid van de betrokkene, wordt naar de betrokkene een antecedentenonderzoek ingesteld. Aanstelling in een zodanige functie is slechts mogelijk, indien op grond van een ten aanzien van de betrokkene ingesteld antecedentenonderzoek tegen diens vervulling van de desbetreffende functie geen bezwaar blijkt te bestaan. + +**8.** Aanstelling in een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, waaronder mede begrepen wordt aanstelling welke geschiedt met het oogmerk van wisselende functievervulling op het departement en bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, is slechts mogelijk indien ten aanzien van de betrokkene een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van die wet is afgegeven. + +**9.** Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van het antecedentenonderzoek. Deze nadere regels dienen in ieder geval waarborgen te bevatten omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. + +**10.** Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, mag pas plaatsvinden, indien de betrokkene naar het oordeel van Onze Minister op grond van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, en eventueel na het psychologisch onderzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, overigens voldoende bekwaam en geschikt is. Ook een verklaring omtrent het gedrag mag dan pas worden gevraagd. + +**11.** Een antecedentenonderzoek of een veiligheidsonderzoek wordt pas ingesteld als naar het oordeel van Onze Minister de betrokkene bekwaam en geschikt is voor de desbetreffende functie of voor wisselende functievervulling op het departement en bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland. + +**12.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gestelde nadere regels omtrent het onderzoek, bedoeld in het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 23a + +Bij wijziging van een tijdelijke in een vaste aanstelling dan wel in geval van wijziging van tewerkstelling of van tewerkstelling in een andere niet-vertrouwensfunctie wordt geen verklaring omtrent het gedrag verlangd of, indien het een functie betreft die bijzondere eisen stelt aan de integriteit of verantwoordelijkheid van de betrokkene, vindt geen antecedentenonderzoek plaats, tenzij door gewijzigde omstandigheden betreffende de functie of de tewerkstelling een verklaring omtrent het gedrag dan wel een antecedentenonderzoek nodig is. + +### Artikel 23b + +**1.** De kosten van het geneeskundig onderzoek en het hernieuwd geneeskundig onderzoek komen voor rekening van het Rijk. Hier te lande daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten worden vergoed op de voet van het Reisbesluit binnenland. Buitenslands gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor vergoeding in aanmerking voor zover daartoe vooraf door het bevoegd gezag is besloten. + +**2.** De uitslag van het geneeskundig onderzoek wordt uiterlijk binnen twee weken na vaststelling aan de betrokkene medegedeeld. + +**3.** De betrokkene kan binnen twee weken nadat hem de uitslag van het geneeskundig onderzoek is meegedeeld, een hernieuwd geneeskundig onderzoek aanvragen. + +**4.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gestelde nadere regels omtrent het hernieuwd geneeskundig onderzoek zijn van overeenkomstige toepassing. Dit hernieuwd geneeskundig onderzoek mag niet worden verricht door de arts die het geneeskundig onderzoek heeft verricht. + +**5.** Bij wijziging van een tijdelijke in een vaste aanstelling vindt niet opnieuw een geneeskundig onderzoek plaats, tenzij ten aanzien van de geschiktheid van de betrokkene ernstige twijfel is gerezen. + +**6.** De betrokkene die op grond van artikel 23, vierde lid, onderdeel b, is onderworpen aan een geneeskundig onderzoek, wordt bij plaatsing in een andere functie opnieuw aan een onderzoek naar de medische geschiktheid onderworpen indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie. + +**7.** + +a. Gezinsleden van de in artikel 23, vierde lid, onder b, ten 2°, bedoelde ambtenaar die in tijdelijke dienst is aangesteld om tijdelijk werkzaam te zijn bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, worden, mede vanwege het bepaalde in artikel 36, zesde lid, in de gelegenheid gesteld, door middel van een geneeskundig onderzoek inzicht te verwerven in hun geschiktheid tot verblijf in het desbetreffende land. + +b. Gezinsleden van de in artikel 23, vierde lid, onder b, ten 3°, bedoelde ambtenaar worden, mede vanwege het bepaalde in artikel 36, zesde lid, in de gelegenheid gesteld, door middel van een geneeskundig onderzoek inzicht te verwerven in hun geschiktheid tot verblijf waar ook ter wereld. + +c. Op de onderdelen a en b is het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 23c + +**1.** Aan de betrokkene die is onderworpen aan een psychologisch onderzoek als bedoeld in artikel 23, vierde lid, onderdeel a, wordt op zijn verzoek binnen twee weken na de vaststelling van de uitslag van het onderzoek inzage verleend in die uitslag. Dit vindt plaats in het kader van een nagesprek met de psycholoog die het onderzoek heeft verricht. + +**2.** Mededeling van de uitslag van het onderzoek aan Onze Minister blijft achterwege, indien de betrokkene uiterlijk een week nadat hij van de uitslag van het onderzoek heeft kennis genomen zijn wens daartoe schriftelijk heeft meegedeeld aan degene die met het onderzoek is belast. + +**3.** De uitslag van het onderzoek wordt niet eerder dan twee weken nadat betrokkene van de uitslag van het onderzoek heeft kennis genomen, medegedeeld aan Onze Minister, tenzij die mededeling op een eerder tijdstip nodig is en de betrokkene met die eerdere mededeling schriftelijk heeft ingestemd. + +**4.** Voor zover dit niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid heeft de betrokkene recht op een nagesprek met de psycholoog die het onderzoek heeft verricht. + +**5.** De betrokkene kan na afloop van het in het eerste en vierde lid bedoelde nagesprek afschrift nemen van de uitslag of daarvan een fotokopie krijgen overeenkomstig het in en krachtens artikel 12 van de Wet openbaarheid van bestuur bepaalde. + +**6.** De kosten van het onderzoek en van het nagesprek komen voor rekening van het Rijk. Hier te lande daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten worden vergoed op de voet van het Reisbesluit binnenland. Buitenslands gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor vergoeding in aanmerking voor zover daartoe vooraf door het bevoegd gezag is besloten. + +### Paragraaf 5. De akte van aanstelling en andere bescheiden ### Artikel 24 **1.** -Aan het toelatingsonderzoek door Kamer I van de Adviescommissie Aanstellingen kunnen deelnemen kandidaten die: +Aan de ambtenaar wordt, zo mogelijk voordat zijn aanstelling een aanvang neemt, een akte van aanstelling uitgereikt, waarin in ieder geval worden vermeld: -a. bij de aanvang van het onderzoek zijn afgestudeerd aan een Nederlandse universiteit of hogeschool, dan wel een daarmee door Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen op één lijn gestelde buitenlandse instelling van hoger onderwijs. Onze Minister kan, na advies van de Adviescommissie Aanstellingen, kandidaten die niet aan dit vereiste voldoen, maar op grond van een andere opleiding en voor de DBZ van belang zijnde ervaring met die afgestudeerden op één lijn kunnen worden gesteld, op hun aanvraag van dit vereiste ontheffen. De Adviescommissie Aanstellingen kan kandidaten van wie het afstuderen aanstaande is, toestaan aan het toelatingsonderzoek deel te nemen; aanstelling kan eerst na afstuderen geschieden; -b. bij de aanvang van de eerste opleiding bedoeld in artikel 29 de leeftijd van 32 jaar nog niet hebben bereikt, tenzij Onze Minister in bijzondere gevallen om redenen van dienstbelang, na advies van de Adviescommissie Aanstellingen, ontheffing verleent van dit vereiste. Onze Minister kan de in de vorige volzin genoemde leeftijdsgrens voor vrouwen verhogen tot 33 jaar, voor zolang zulks wenselijk is in het kader van het streven tot vergroting van het aantal vrouwelijke hogere ambtenaren. - -**2.** Aan het toelatingsonderzoek door Kamer II van de Adviescommissie Aanstellingen kunnen deelnemen kandidaten die bij de aanvang van het onderzoek voldoen aan door Onze Minister bepaalde, zonodig naar wervingsgroep te onderscheiden vereisten van leeftijd, opleiding en ervaring. Onze Minister kan in bijzondere gevallen om redenen van dienstbelang, na advies van de Adviescommissie Aanstellingen, ontheffing verlenen van deze vereisten. - -### Artikel 25 - -**1.** Een aanstelling als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ wordt slechts verleend nadat de kandidaat op grond van de uitslag van een geneeskundige keuring door de Bgd geschikt is verklaard voor dienstverrichting waar ook ter wereld. De gezinsleden dan wel de aanstaande huwelijkspartner van de kandidaat worden in de gelegenheid gesteld via een geneeskundige keuring inzicht te verwerven in hun geschiktheid tot verblijf waar ook ter wereld. - -**2.** Een aanstelling in tijdelijke dienst kan ook worden verleend nadat de kandidaat voorwaardelijk geschikt is verklaard, tenzij het gaat om een aanstelling in tijdelijke dienst ter opleiding, als bedoeld in het vierde lid van artikel 18, onder *c*. - -**3.** Indien de kandidaat niet geschikt is verklaard, kan aan deze in bijzondere gevallen een aanstelling worden verleend. - -**4.** De kosten van de keuring dan wel keuringen, bedoeld in het eerste lid, komen voor rekening van het Rijk. Hier te lande daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten worden vergoed op de voet van het Reisbesluit binnenland met dien verstande dat de kandidaat voor de toepassing van dat besluit wordt gelijkgesteld met een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ. Buitenslands gemaakte reis- en verblijfkosten worden alleen na voorafgaande goedkeuring door Onze Minister, vergoed tot het goedgekeurde bedrag. - -**5.** De uitslag van de keuring wordt uiterlijk binnen veertien dagen na vaststelling aan de onderzochte(n) medegedeeld. - -**6.** Indien de kandidaat binnen veertien dagen na ontvangst van deze mededeling daartoe een verzoek indient, vindt een herkeuring van de kandidaat of van gezinsleden plaats, mits tevens een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vastgesteld bedrag is gestort. - -**7.** De kandidaat krijgt het bedrag, bedoeld in het zesde lid, terug en ontvangt een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig het gestelde in het vierde lid, indien deze of één van de gezinsleden bij de herkeuring in plaats van ongeschikt, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk geschikt, dan wel in plaats van voorwaardelijk geschikt onvoorwaardelijk geschikt is verklaard. - -**8.** De bij koninklijk besluit dan wel door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde voorschriften ter zake van de herkeuring, worden in acht genomen. Deze herkeuring mag niet worden verricht door de arts die de keuring heeft verricht. - -**9.** - -Bij wijziging van een tijdelijk in een vast dienstverband, vindt slechts dan opnieuw een geneeskundige keuring plaats indien: - -a. de kandidaat voorwaardelijk geschikt was verklaard; -b. over de geschiktheid van de kandidaat ernstige twijfel is gerezen. - -### Artikel 26 - -**1.** Een aanstelling als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ voor de tijd van langer dan drie maanden wordt slechts verleend indien op grond van de uitslag van een ten aanzien van de belanghebbende ingesteld antecedentenonderzoek en veiligheidsonderzoek tegen dienstverrichting als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ naar het oordeel van Onze Minister geen bezwaar bestaat. - -**2.** Het bepaalde bij of krachtens artikel 8 van het ARAR is van overeenkomstige toepassing; de door overplaatsbare ambtenaren van de DBZ te vervullen functies zijn vertrouwensfuncties. - -### Artikel 27 - -**1.** Alvorens tot een aanstelling als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ over te gaan, laat Onze Minister als regel een psychologisch onderzoek verrichten. - -**2.** Onze Minister brengt het psychologisch advies ter vertrouwelijke kennis van de Adviescommissie Aanstellingen. - -**3.** De Adviescommissie Aanstellingen betrekt het psychologisch advies op door haar te bepalen wijze bij haar advies aan Onze Minister. - -**4.** De kosten van het psychologisch onderzoek komen voor rekening van het Rijk. Hier te lande daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten worden vergoed op de voet van het Reisbesluit binnenland, met dien verstande dat de kandidaat voor de toepassing van dat besluit wordt gelijkgesteld met een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ. Buitenslands gemaakte reis- en verblijfkosten worden alleen na voorafgaande goedkeuring door Onze Minister, vergoed tot het goedgekeurde bedrag. - -### Paragraaf 3. Akte van aanstelling en andere bescheiden - -### Artikel 28 - -**1.** - -Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ wordt, zo mogelijk vóór indiensttreding, een akte van aanstelling uitgereikt, waarin in ieder geval worden vermeld: - -a. de naam, voornamen en geboortedatum; -b. de aanstelling als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ; -c. de datum van ingang van de aanstelling; -d. of de aanstelling geschiedt in vaste of tijdelijke dienst; -e. de rang waarin betrokkene is aangesteld, de voor deze geldende salarisschaal, het toegekende salaris, zomede het salarisnummer en het tijdstip waarop het salaris voor de eerste maal periodiek zal worden verhoogd. +a. de naam, de voornamen en de geboortedatum van de ambtenaar; +b. de naam van het ministerie en het dienstonderdeel waarbij hij werkzaam zal zijn; +c. de datum, met ingang waarvan hij wordt aangesteld; +d. of de aanstelling geschiedt in vaste of tijdelijke dienst, en +e. of de aanstelling geschiedt met het oogmerk van wisselende functievervulling op het departement en bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, dan wel met het oogmerk van wisselende functievervulling op het departement. **2.** Indien de aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst, wordt bovendien in de akte van aanstelling vermeld: -a. of de aanstelling geschiedt voor bepaalde tijd, en zo ja, voor hoe lang, of voor onbepaalde tijd; -b. de toepasselijke, in artikel 18 omschreven grond(en) voor de aanstelling in tijdelijke dienst. +a. de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst; +b. de toepasselijke, in artikel 19, tweede lid, omschreven grond(en) voor de aanstelling in tijdelijke dienst, en +c. de specifieke reden, indien sprake is van een aanstelling op grond van artikel 19, tweede lid, onder f. + +**3.** Indien de aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst met toepassing van artikel 20, eerste lid, wordt bovendien in de akte van aanstelling vermeld welke van de in dat artikellid bedoelde regelingen geheel of gedeeltelijk buiten toepassing zijn verklaard. + +**4.** Indien de aanstelling geschiedt voor een variabel aantal uren wordt in de akte van aanstelling in voorkomende gevallen bovendien het op grond van artikel 21, tweede lid, voor de ambtenaar geldende aantal garantie-uren vermeld. + +**5.** In geval van indiensttreding van een ambtenaar in vaste dienst in algemene dienst van het rijk als bedoeld in artikel 17, vijfde lid, zijn het eerste, tweede en vierde lid van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 24a + +Voor zover deze gegevens op hem betrekking hebben en niet reeds in de akte van aanstelling zijn vermeld, worden aan de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld: + +a. het dienstonderdeel waarbij en de functie waarin hij wordt geplaatst, de periode gedurende welke hij in die functie wordt geplaatst alsmede de hem aangewezen standplaats; +b. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels; +c. het salaris dat hem is toegekend, alsmede het salarisnummer en het tijdstip waarop het salaris voor de eerste maal periodiek zal kunnen worden verhoogd. + +### Artikel 24b + +**1.** De ambtenaar wordt bij zijn aanstelling schriftelijk op de hoogte gesteld van de hoofdlijnen van zijn rechtspositie. + +**2.** Regelingen waarin zijn rechtspositie is neergelegd, worden op een voor de ambtenaar gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage gelegd. Van deze regelingen kan hij kosteloos afschriften maken voor zover dat redelijkerwijs nodig is. + +**3.** De schriftelijk vastgestelde en voor hem geldende regelingen en instructies, welke hij bij de vervulling van zijn dienst heeft na te leven, worden eveneens op een voor de ambtenaar gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage gelegd. Ingeval de vermelde regelingen en instructies niet schriftelijk zijn vastgelegd, worden deze behoorlijk te zijner kennis gebracht. + +## Hoofdstuk V. Loopbaanvorming + +### Artikel 25 + +**1.** De ambtenaar die is aangesteld in vaste dienst dan wel in tijdelijke dienst voor een proeftijd, wordt in de gelegenheid gesteld zijn mobiliteit te bevorderen, onder meer door scholing. + +**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaar draagt, onder meer door scholing, zorg voor de bevordering van zijn mobiliteit, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. + +**3.** Bij ministeriële regeling of bij beleidsregel van Onze Minister worden regels gesteld betreffende de bevordering van de mobiliteit. + +**4.** In dit artikel wordt onder bevordering van mobiliteit verstaan de vergroting van de geschiktheid van de ambtenaar voor de vervulling van een andere functie dan die waarin hij is of was geplaatst. + +### Artikel 25a + +**1.** Een loopbaanscan wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van de ambtenaar. Onder loopbaanscan wordt verstaan een instrument waarmee de loopbaanmogelijkheden van de ambtenaar in kaart kunnen worden gebracht. + +**2.** De ambtenaar heeft het recht eenmaal per drie jaar van de loopbaanscan gebruik te maken. + +**3.** De ambtenaar kan de uitkomsten van de loopbaanscan inbrengen in het jaarlijks gesprek, bedoeld in artikel 78, ter ondersteuning van het maken van afspraken over de wijze waarop de persoonlijke ontwikkeling van de ambtenaar bevorderd kan worden. + +### Artikel 26 + +**1.** Plaatsing in een functie geschiedt voor een vooraf bepaalde periode. Na afloop van de voor de ambtenaar vastgestelde plaatsingsduur eindigt de plaatsing. + +**2.** Met inachtneming van de in of krachtens de artikelen 27 en 29 gestelde regels wordt de ambtenaar, aangesteld in vaste dienst of in tijdelijke dienst voor een proeftijd, in een andere functie geplaatst. In bijzondere gevallen kan plaatsing in dezelfde functie geschieden. + +**3.** Om redenen ontleend aan het dienstbelang of aan het belang van de betrokken ambtenaar of diens gezinsleden, kan een plaatsing worden verlengd, dan wel worden beëindigd op een eerder tijdstip dan bedoeld in het eerste lid. + +**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de toepassing van dit artikel. + +### Artikel 27 + +**1.** Plaatsing in een functie geschiedt, behoudens het gestelde in artikel 29, op het departement of bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. Een plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland wordt, behoudens bijzondere omstandigheden, niet gevolgd door een plaatsing bij diezelfde vertegenwoordiging. + +**2.** De ambtenaar maakt op de daarvoor vastgestelde wijze kenbaar naar welke functies zijn voorkeur voor plaatsing in een volgende functie uitgaat. **3.** -Indien niet reeds in de akte van aanstelling vermeld, worden aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld: +De ambtenaar kan in een andere functie worden geplaatst dan die waarvoor hij zijn voorkeur heeft kenbaar gemaakt, indien: -a. plaats, aanvangstijdstip, duur en inhoud van de voor betrokkene geldende eerste opleiding bedoeld in artikel 29, dan wel de afdeling, het dienstvak of de vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland waar deze diens werkzaamheden zal aanvangen, onder vermelding van de aangewezen standplaats; -b. de aan betrokkene mogelijk toegekende voordelen, dan wel voor deze geldende financiële regelingen, onder verwijzing naar de desbetreffende kortingsregeling. +a. hij naar het oordeel van Onze Minister beschikt, dan wel binnen redelijke termijn kan beschikken, over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht om die functie naar behoren te kunnen uitoefenen, en +b. die functie hem redelijkerwijs kan worden opgedragen in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten. Bedoelde plaatsing en de vaststelling van de plaatsingsduur, komen tot stand na een zorgvuldige afweging van het dienstbelang en het persoonlijk belang van de betrokkene en diens gezinsleden. -**4.** Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ wordt, gelijktijdig met de akte van aanstelling, een exemplaar van dit reglement uitgereikt. De betrokkene ontvangt daarbij tevens een exemplaar van de schriftelijk vastgestelde en de geldende regelingen en instructies, welke deze bij de vervulling van de dienst heeft na te leven, tenzij deze op een voor betrokkene gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage liggen. Wanneer dergelijke regelingen en instructies niet schriftelijk zijn vastgesteld, worden deze behoorlijk aan betrokkene ter kennis gebracht. +**4.** Tussen twee plaatsingen in kan een ambtenaar wiens plaatsing ingevolge artikel 26, eerste lid, eindigt, om redenen van dienstbelang gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden ter beschikking worden gehouden. Gedurende deze periode is de betrokkene op het departement belast met studie, gericht op het voortzetten van diens loopbaan, tenzij hem andere, tot de in artikel 6 genoemde taak van de DBZ behorende, passende werkzaamheden worden opgedragen. -### Paragraaf 4. Eerste opleiding en examen +**5.** Behoudens spoedeisende gevallen, wordt de ambtenaar uiterlijk acht weken voor de ingangsdatum in kennis gesteld van het besluit tot plaatsing, dan wel het besluit tot terbeschikkinghouding. In het besluit wordt ten minste vermeld: de ingangsdatum en, in geval van plaatsing, de nieuwe standplaats, de te vervullen functie en de duur van de plaatsing. + +**6.** De Nederlandse nationaliteit is vereist in geval van plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. Indien het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert, kan van de eerste volzin worden afgeweken. + +**7.** Voor de bepaling van de geschiktheid voor een functie zijn de artikelen 23, 23b en 23c van overeenkomstige toepassing. + +**8.** Plaatsing in een functie waaruit op grond van artikel 102 ontslag kan worden verleend, vindt niet plaats van degenen die onmiddellijk voorafgaande aan de vroegst mogelijke datum van dat ontslag geen ononderbroken diensttijd van ten minste vijf jaar, doorgebracht in een of meer van die functies, zouden kunnen aanwijzen. + +**9.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de toepassing van dit artikel. + +### Artikel 28 + +**1.** De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte kan in een andere functie worden geplaatst. + +**2.** Gedurende het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is hij verplicht een hem aangeboden functie te aanvaarden indien sprake is van passende arbeid als bedoeld in artikel 49, onderdeel j. + +**3.** Na afloop van het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is hij verplicht een hem aangeboden functie te aanvaarden indien sprake is van gangbare arbeid als bedoeld in artikel 49, onderdeel d. + +**4.** Dit artikel is op overeenkomstige wijze van toepassing indien aan de ambtenaar de eigen functie wordt opgedragen onder andere voorwaarden. ### Artikel 29 -**1.** Overplaatsbare ambtenaren van de DBZ ontvangen zodra mogelijk na hun aanstelling ter opleiding een, zonodig naar wervingsgroepen onderscheiden, eerste opleiding, waarvan plaats, aanvangstijdstip, duur en inhoud door Onze Minister worden vastgesteld. Onze Minister kan bepaalde wervingsgroepen, die na het onderzoek door Kamer II van de Adviescommissie Aanstellingen werden aangesteld, vrijstellen van de eerste opleiding en het afsluitend examen, en daarvoor een introductiecursus zonder examen in de plaats stellen. +**1.** -**2.** Voor zover zich hiertoe mogelijkheden voordoen, zulks ter beoordeling van Onze Minister, zal de huwelijkspartner, dan wel aanstaande huwelijkspartner van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, in het eerste lid bedoeld, in de gelegenheid worden gesteld aan voor deze van belang zijnde onderdelen van de eerste opleiding dan wel introductiecursus deel te nemen. +Naast plaatsingen ingevolge artikel 27 kan Onze Minister een ambtenaar: -**3.** Kosten ingevolge het eerste en tweede lid komen voor rekening van het Rijk; met betrekking tot terugbetaling is artikel 59, zesde lid, van het ARAR van overeenkomstige toepassing. +a. in overeenstemming met het desbetreffende bevoegde gezag, plaatsen bij een ander ministerie, waaronder in dit artikel tevens wordt verstaan een orgaan als bedoeld in artikel 7, zevende lid, van het ARAR; +b. in overeenstemming met de leiding van een volkenrechtelijke organisatie waarvan het Koninkrijk of Nederland lid is, voordragen voor een functie dan wel plaatsen bij die volkenrechtelijke organisatie; +c. in overeenstemming met de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba, plaatsen bij een ministerie van de Nederlandse Antillen of Aruba; +d. belasten met een bijzondere opdracht buiten het verband van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, mits de aard van die opdracht samenhangt met de in artikel 6 genoemde taak van de DBZ. -**4.** De eerste opleiding wordt afgesloten met een door de Adviescommissie Aanstellingen af te nemen examen, onder toepassing van de in het derde lid van artikel 22 bedoelde normen. Indien de Adviescommissie Aanstellingen daartoe termen aanwezig acht, kan op onderdelen herexamen worden afgenomen. +**2.** Tot een plaatsing als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden besloten indien die plaatsing, mede gezien de loopbaan van betrokkene, in het belang van de dienst is. De artikelen 26 en 27 zijn van overeenkomstige toepassing. -**5.** De betrokkenen worden tijdig ingelicht over de normen waaraan zij bij het examen ten minste dienen te voldoen. +**3.** Plaatsingen als bedoeld in het eerste lid, onder b, c en d, behoeven, ook ten aanzien van de standplaats, de duur van de plaatsing en de in het vijfde lid bedoelde voorwaarden, de voorafgaande instemming van betrokkene. -**6.** De Adviescommissie Aanstellingen is bevoegd het oordeel van derden bij dit examen te betrekken, dan wel de examinering op onderdelen aan derden op te dragen. +**4.** Gedurende plaatsingen als bedoeld in het eerste lid, behoudt betrokkene zijn rechtspositie als ambtenaar zoals omschreven in dit reglement, voor zover dat verenigbaar is met zijn rechtspositie uit hoofde van de functie bij het andere Nederlandse ministerie, de volkenrechtelijke organisatie of het ministerie van de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel uit hoofde van de bijzondere opdracht bedoeld in het eerste lid, onder d. Indien de functie bij de volkenrechtelijke organisatie, bij het ministerie van de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel de bijzondere opdracht, dit nodig maakt, is betrokkene ontslagen van de ambtseed met uitzondering van de geheimhoudingsplicht. -**7.** De Adviescommissie Aanstellingen adviseert Onze Minister aan de hand van de uitkomsten van dit examen, omtrent de geschiktheid en bekwaamheid van de betrokkenen tot het vervolgen van hun loopbaan als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ. +**5.** Bij plaatsingen als bedoeld in het eerste lid, bericht Onze Minister betrokkene tevoren welke rechten en verplichtingen gelden uit hoofde van het vierde lid. Met inachtneming van het zesde lid wordt bepaald welke voorzieningen ter zake van bezoldiging alsmede tegemoetkomingen en vergoedingen voor betrokkene in verband met bedoelde plaatsing zullen gelden. -**8.** Is Onze Minister na advies van de Adviescommissie Aanstellingen van oordeel dat de betrokkene geschikt en bekwaam is tot het vervolgen van diens loopbaan als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ, dan wordt laatstgenoemde met directe ingang aangesteld in tijdelijke dienst op de voet van het vierde lid, onder *a*, van artikel 18. Komt Onze Minister na genoemd advies tot het oordeel, dat zulks niet het geval is, dan eindigt het dienstverband met betrokkene. - -## Hoofdstuk VI. Plaatsingen van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ - -### Paragraaf 1. Plaatsingen +**6.** Bij plaatsing buiten Nederland worden de voorzieningen, bedoeld in het vijfde lid, tweede volzin, zoveel mogelijk afgestemd op die welke voor betrokkene zouden hebben gegolden indien hij in een vergelijkbare functie zou zijn geplaatst bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland met als standplaats de plaats van vestiging van de desbetreffende instantie. Bij de vaststelling van deze voorzieningen wordt rekening gehouden met de gezinsomstandigheden van betrokkene, de aard en de duur van de plaatsing alsmede met de voorzieningen welke door de instantie bij wie de plaatsing geschiedt, worden of kunnen worden verstrekt. Een en ander met eerbiediging van dwingende bepalingen in een rechtspositieregeling van de desbetreffende instantie. ### Artikel 30 -**1.** +Bij benoeming van een ambtenaar in een functie buiten het gezagsbereik van Onze Minister is vanaf de dag van ingang van de benoeming dit reglement op hem niet meer van toepassing en houdt betrokkene op ambtenaar van de DBZ te zijn, tenzij het een plaatsing op grond van artikel 29 betreft, of aan betrokkene buitengewoon verlof wordt verleend op grond van artikel 46. - - -a. Plaatsingen van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ geschieden hetzij bij het departement, hetzij bij een van de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, met inachtneming van artikel 17, vierde lid, artikel 36, artikel 147, onder *c*, alsmede de overige bepalingen van dit hoofdstuk. -b. Plaatsingen in de functie van Secretaris-Generaal alsmede van hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geschieden bij koninklijk besluit, alle overige plaatsingen door Onze Minister. - -**2.** De eerste plaatsing van een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ na afloop van de eerste opleiding dan wel introductiecursus, duurt in de regel twee jaar. Overige plaatsingen duren in de regel niet korter dan drie jaar. - -**3.** Bij koninklijk besluit, dan wel door Onze Minister, kan, zowel vóór als gedurende de plaatsing, worden afgeweken van het in het tweede lid gestelde om redenen aan het dienstbelang of aan het belang van de desbetreffende overplaatsbare ambtenaar van de DBZ en diens gezinsleden ontleend. - -**4.** Tussen twee plaatsingen in kan Onze Minister een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ om redenen aan het dienstbelang ontleend, gedurende ten hoogste twaalf maanden ter beschikking houden. Gedurende deze periode is de betrokkene bij het departement belast met studie, gericht op het voortzetten van diens loopbaan, tenzij Onze Minister aan de betrokkene andere, tot de in artikel 6 genoemde taak van de DBZ behorende, werkzaamheden opdraagt. - -**5.** - - - -a. De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan met behoud van diens rechtspositie in uitzonderlijke gevallen ter beoordeling van Onze Minister, mits betrokkene aan de eisen van de desbetreffende functie voldoet, op diens aanvraag, dan wel met diens instemming hier te lande tijdelijk worden geplaatst in een der voor niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ bestemde functies. Reflecteert naar die functie ook een niet-overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ die aan de eisen van de desbetreffende functie voldoet, dan heeft deze voorrang. -b. Het gestelde onder *a* laat de bevoegdheid van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ om te solliciteren naar een voor een niet-overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ bestemde functie onverlet. Wordt betrokkene daarin benoemd, dan verkrijgt deze met ingang van de dag van benoeming voor de rest van het dienstverband bij de DBZ de rechtspositie van niet-overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ; is betrokkene reeds aangesteld in vaste dienst, dan blijft deze in vaste dienst aangesteld. - -**6.** - -Bij plaatsingen van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ weegt Onze Minister het dienstbelang en het persoonlijk belang van de betrokkene alsmede diens gezinsleden af. Bij die overweging houdt Onze Minister rekening met de navolgende factoren: - -a. de noodzaak van een voortdurende taakvervulling door de DBZ, en in samenhang daarmee van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies; -b. de wenselijkheid van een geografische spreiding van de totale loopbaan van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ over functies hier te lande en in het buitenland en een daarmee gepaard gaande verbreding en verdieping van ervaring; -c. de voorkeur van de desbetreffende overplaatsbare ambtenaar van de DBZ; -d. de persoonlijke omstandigheden van de desbetreffende overplaatsbare ambtenaar van de DBZ en diens gezinsleden, waaronder eventuele beperkingen van de plaatsbaarheid waar ook ter wereld, bedoeld in artikel 31. - -**7.** De voorkeur van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, bedoeld onder *c* van het zesde lid, kan blijken uit de registratie van diens belangstelling en uit diens reflecteren op door Onze Minister als vacant komend gemelde functies. - -**8.** Onze Minister maakt, behoudens in spoedeisende gevallen, uiterlijk acht weken voor de vermoedelijke ingangsdatum het besluit tot plaatsing dan wel het besluit de betrokkene ter beschikking te houden, bekend. In het besluit wordt vermeld: de ingangsdatum en, in geval van plaatsing, de nieuwe standplaats, de te vervullen functie en de beoogde duur van de plaatsing. - -**9.** Plaatsing van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ in economische functies bij de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland geschiedt door Onze Minister na overleg met Onze Minister van Economische Zaken. - -**10.** Overplaatsbare ambtenaren van de DBZ beneden de leeftijd van 21 jaar worden in het algemeen niet in het buitenland geplaatst. +## Hoofdstuk VI. Bezoldiging ### Artikel 31 -**1.** Indien een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ van oordeel is dat diens plaatsbaarheid waar ook ter wereld aan beperkingen onderhevig is, meldt deze zulks zo spoedig mogelijk aan Onze Minister. - -**2.** Onze Minister betrekt beperkingen door omstandigheden van medische aard bij de afwegingen rond de plaatsingen van de betrokkene, indien de melding steunt op een verklaring van de Arbo-dienst dan wel op een door die dienst onderschreven andere geneeskundige verklaring, welke zo mogelijk moet aangeven in welk opzicht en hoe lang de plaatsbaarheid waar ook ter wereld aan beperkingen onderhevig is. - -**3.** Wanneer gezinsleden van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ geen medewerking verlenen aan onderzoeken als bedoeld in het tweede tot en met vierde lid van artikel 57, is het gestelde in artikel 51, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. - -**4.** - -Indien de plaatsbaarheid van een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ aan beperkingen onderhevig is, plaatst Onze Minister betrokkene zo mogelijk met inachtneming van die beperkingen in één van de functies die voor overplaatsbare ambtenaren van de DBZ van diens rang bestemd zijn; blijkt zulks niet verenigbaar met het dienstbelang, dan kan Onze Minister bij wijze van uitzondering betrokkene met behoud van diens rang - -a. hetzij ten hoogste twaalf maanden ter beschikking houden; -b. hetzij met toepassing van artikel 30, vijfde lid, onder *a*, plaatsen in één der voor ambtenaren van diens rang bestemde functies die voor niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ zijn bestemd; -c. hetzij met inachtneming van die beperkingen, in afwijking van artikel 36, plaatsen in een naastlager gewaardeerde, voor een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ bestemde functie. - -### Paragraaf 2. Bijzondere plaatsingen gedurende de loopbaan +De ambtenaar ontvangt over de tijd, gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten, geen bezoldiging. ### Artikel 32 -**1.** - -Naast plaatsingen ingevolge artikel 30 kan Onze Minister een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ: - -a. in overeenstemming met diens betrokken ambtgenoot, plaatsen bij een ander ministerie in een functie die verband houdt met de loopbaan van betrokkene bij de DBZ; -b. in overeenstemming met de leiding van een volkenrechtelijke organisatie waarvan het Koninkrijk lid is, voordragen voor, dan wel plaatsen bij die volkenrechtelijke organisatie; -c. in overeenstemming met de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba, plaatsen bij een der ministeries van de Nederlandse Antillen of Aruba; -d. belasten met een bijzondere opdracht buiten het verband van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, mits de aard van die opdracht samenhangt met de in artikel 6 genoemde taak van de DBZ. - -**2.** Tot plaatsing als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden besloten indien die plaatsing naar het oordeel van Onze Minister, mede gezien de loopbaan van betrokkene, in het belang van de dienst is. Artikel 30, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Plaatsingen, in het eerste lid onder *b, c* en *d* bedoeld, behoeven, ook ten aanzien van standplaats, voorgenomen duur van de plaatsing en de in het vijfde lid bedoelde voorwaarden, de voorafgaande instemming van de betrokken overplaatsbare ambtenaar van de DBZ. - -**4.** Gedurende plaatsingen, in dit artikel bedoeld, behoudt de betrokkene diens rechtspositie als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ zoals omschreven in dit reglement, voor zover zulks verenigbaar is met diens rechtspositie uit hoofde van de functie bij het andere Nederlandse ministerie, de volkenrechtelijke organisatie, of het ministerie van de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel uit hoofde van de bijzondere opdracht bedoeld in het eerste lid, onder *d.* Indien de functie bij de volkenrechtelijke organisatie, bij het ministerie van de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel de bijzondere opdracht, dit nodig maakt, is betrokkene ontslagen van de ambtseed met uitzondering van de geheimhoudingsplicht. - -**5.** Bij plaatsingen in dit artikel bedoeld, bericht Onze Minister de betrokkene tevoren, welke rechten en verplichtingen blijven gelden uit hoofde van het vierde lid, in het bijzonder ten aanzien van zijn bevorderingsgang en zijn rechten en plichten ingevolge de Ambtenarenwet en het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP (Stcrt. 1995, 251). Onze Minister bepaalt, met inachtneming van het zesde lid, welke voorzieningen ter zake van bezoldiging alsmede tegemoetkomingen en vergoedingen voor betrokkene in verband met bedoelde plaatsing zullen gelden. - -**6.** Bij de vaststelling van de voorzieningen, bedoeld in het vijfde lid, derde volzin, wordt rekening gehouden met de gezinsomstandigheden van betrokkene, de aard en de duur van de plaatsing, alsmede met de voorzieningen welke door de instantie bij wie de plaatsing geschiedt, worden of kunnen worden verstrekt, één en ander met eerbiediging van dwingende bepalingen in een rechtspositieregeling van de desbetreffende instantie. - -### Paragraaf 3. Adviescommissie Plaatsingen en Benoemingen in Topfuncties bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken +De beloning van de ambtenaar die is aangesteld voor enkele diensten, niet vallende binnen de taak van het desbetreffende dienstvak, wordt bepaald op een voor elk geval of voor elke te verrichten dienst, afzonderlijk vast te stellen bedrag, met inachtneming van artikel 16, achtste lid. ### Artikel 33 -**1.** Er is een Adviescommissie Plaatsingen en Benoemingen in Topfuncties bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, hierna in dit hoofdstuk te noemen Adviescommissie Topfuncties. +**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de werkzaamheden die voortvloeien uit een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk wordt ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt voor de duur daarvan een non-activiteitswedde toegekend. De non-activiteitswedde is het bedrag waarmee de laatstelijk door hem genoten bezoldiging het bedrag overschrijdt van de inkomsten die de ambtenaar in verband met zijn werkzaamheden in dat publiekrechtelijk college geniet. **2.** -De Adviescommissie Topfuncties staat onder voorzitterschap van de Secretaris-Generaal. Voorts maken van de Adviescommissie Topfuncties deel uit: +Voor de toepassing van het eerste lid geldt voorts dat: -a. het hoofd van de personeelsdienst, tevens plaatsvervangend voorzitter, -b. de Directeuren-Generaal, -c. de Directeur-Generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen bij het Ministerie van Economische Zaken, in elk geval voor wat betreft de plaatsing van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ in de functie van hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland alsmede -d. de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal. +a. toekenning van de non-activiteitswedde plaatsvindt op de voet van het bepaalde in de artikelen 4, tweede, derde, vierde en vijfde lid, en 5 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement; +b. onder inkomsten die in verband met zijn werkzaamheden in dat publiekrechtelijk college worden genoten wordt verstaan: alle inkomsten die aan die werkzaamheden zijn verbonden. -Onze Minister kan andere ambtenaren van de DBZ in de Adviescommissie Topfuncties benoemen en hen daaruit ontslaan. +**3.** Dit artikel is niet van toepassing op degene die een non-activiteitswedde geniet uit hoofde van artikel 4, eerste lid, van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement. -**3.** +### Artikel 33a -De Adviescommissie Topfuncties adviseert Onze Minister vertrouwelijk met betrekking tot: +Op de ambtenaar zijn de artikelen 17 tot en met 20d van het ARAR van overeenkomstige toepassing. -a. plaatsing van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ in de functie van hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, en in andere door Onze Minister aangewezen functies bij de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland; -b. plaatsing van overplaatsbare ambtenaren en benoeming van niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ in een der navolgende functies bij het departement: +### Artikel 34 -1°. chef van een directie of een hogere functie -2°. chef van een rechtstreeks onder de Secretaris-Generaal ressorterende hoofdafdeling of centrale afdeling -3°. rechtstreeks onder de Secretaris-Generaal ressorterende adviseur. +**1.** Op de ambtenaar is het BBRA 1984 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het tweede tot en met achtste lid. -**4.** De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Adviescommissie Topfuncties hebben vertrouwelijk toegang tot alle personeelsgegevens van de in beschouwing te nemen ambtenaren van de DBZ; de overige leden ervan kunnen vertrouwelijk kennis nemen van de voor plaatsing of benoeming van belang zijnde personeelsgegevens van de in beschouwing te nemen ambtenaren van de DBZ, waaronder de over hen sedert hun voorlaatste bevordering opgemaakte beoordelingen en eventuele adviezen van de Arbo-dienst met betrekking tot beperkingen waaraan hun plaatsbaarheid waar ook ter wereld onderhevig is. +**2.** Gedurende plaatsing buiten Nederland zijn de artikelen 17, 17a, 17b en 18a van het BBRA 1984 niet van overeenkomstige toepassing. -**5.** Onze Minister voegt een secretaris aan de Adviescommissie Topfuncties toe. +**3.** In afwijking van artikel 22c van het BBRA 1984 wordt een eenmalige mobiliteitstoeslag toegekend op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels, zoveel mogelijk overeenkomstig genoemd artikel. -**6.** Leden van de Adviescommissie Topfuncties nemen niet deel aan beraadslagingen over hun eigen plaatsingen of benoemingen; voor die beraadslagingen worden zonodig plaatsvervangende leden van de Adviescommissie Topfuncties benoemd. +**4.** Een vergoeding voor overwerk, verricht tijdens plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, wordt in afwijking van artikel 23 van het BBRA 1984 toegekend op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels. Deze regels houden rekening met de bijzondere omstandigheden van het werkzaam zijn bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. -**7.** De leden van de Adviescommissie Topfuncties en de daaraan toegevoegde secretaris zijn tot geheimhouding verplicht met betrekking tot de gegevens en beraadslagingen in de Adviescommissie Topfuncties. +**5.** Ingeval een plaatsing als bedoeld in artikel 27 of 29 geschiedt in een functie waaraan een lagere salarisschaal is verbonden dan de salarisschaal die voor de betrokken ambtenaar geldt, behoudt de ambtenaar, in afwijking van artikel 5, vijfde lid, onderdeel d, van het BBRA 1984, de voor hem geldende salarisschaal. Indien evenwel sprake is van de in artikel 35, vierde lid, bedoelde omstandigheid, kan aan betrokkene een lagere salarisschaal worden toegekend. -**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de werkzaamheden van de Adviescommissie Topfuncties. +**6.** Met inachtneming van artikel 3, tweede lid, kan aan functies bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland het salaris worden verbonden, behorend bij de functie van directeur-generaal, genoemd in bijlage A van het BBRA 1984. -### Artikel +**7.** Met inachtneming van artikel 3, tweede lid, kan aan functies bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, indien de zwaarte en het belang daarvan voor de bevordering van de internationale rechtsorde en de buitenlandse betrekkingen van het Koninkrijk daartoe aanleiding geeft, een hoger salaris worden verbonden dan bedoeld in het zesde lid. Een ambtenaar die in een dergelijke functie is geplaatst, kan een salaris worden toegekend overeenkomstig de bezoldiging van een staatssecretaris, indien hij zich bijzonder heeft onderscheiden. -Vervallen - -## Hoofdstuk VII. Rangen van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ +**8.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke andere gevallen dan bedoeld in het tweede tot en met zevende lid kan worden afgeweken van het BBRA 1984. ### Artikel 35 -Overplaatsbare ambtenaren van de DBZ hebben één van de volgende rangen: +**1.** Indien de ambtenaar van 57 jaar of ouder op diens aanvraag wordt geplaatst in een functie waaraan een salarisschaal is verbonden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal, wordt op zijn salaris een inhouding toegepast. -Overplaatsbare ambtenaren van de DBZ hebben één van de volgende rangen: +**2.** De inhouding is gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet en het salaris dat de ambtenaar zou genieten bij inpassing in de bij de nieuwe functie behorende salarisschaal op hetzelfde salarisnummer. Indien dit salarisnummer in laatstbedoelde salarisschaal niet voorkomt, geschiedt de inpassing op het naastlagere salarisnummer. + +**3.** Indien na 78 weken ziekte de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 54, derde lid, daalt naar het verschil tussen 80% van de bezoldiging en de uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt de inhouding opgeschort voor de duur van de ziekte. + +**4.** Inhouding vindt niet plaats indien de in het eerste lid bedoelde functie wordt opgedragen op grond van artikel 27 of 29, tenzij betrokkene uitsluitend zijn voorkeur heeft kenbaar gemaakt voor functies waaraan een salarisschaal verbonden is met een lager maximumsalaris dan de reeds voor hem geldende salarisschaal, ondanks de beschikbaarheid van een passende functie waaraan een salarisschaal is verbonden die ten minste gelijk is aan de salarisschaal die voor betrokkene geldt. + +**5.** In bijzondere gevallen kan geheel of gedeeltelijk van inhouding worden afzien. + +## Hoofdstuk VII. Tegemoetkomingen en vergoedingen in verband met plaatsing in het buitenland ### Artikel 36 -Onze Minister stelt na advies van Onze Minister van Binnenlandse Zaken de formatie vast. Onze Minister bepaalt de inrichting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken met inachtneming van de formatie, volgens met Onze Minister van Binnenlandse Zaken overeen te komen regelen. +**1.** -## Hoofdstuk VIII. Bevordering van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ +a. De ambtenaar die geplaatst is bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, heeft op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels aanspraak op tegemoetkomingen in de kosten van hemzelf en zijn gezinsleden, welke verband houden met het verblijf buiten Nederland, alsmede de kosten welke verband houden met de aard en het niveau van de functie. Bedoelde tegemoetkomingen strekken ter bestrijding van beroepskosten. -### Paragraaf 1. Bevordering +b. In dit artikel wordt onder overplaatsing verstaan: een plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland dan wel, volgende op een dergelijke plaatsing, een plaatsing in Nederland. + +**2.** Aan de ambtenaar die wordt overgeplaatst, wordt een tegemoetkoming verleend in de daarmee verband houdende kosten van betrokkene zelf en de hem vergezellende gezinsleden, op grond van de bij ministeriële regeling gestelde regels. + +**3.** Aan de ambtenaar wordt bij overplaatsing naar, in of uit het buitenland een tegemoetkoming verleend in de reiskosten en de daarmee verband houdende verblijfkosten voor huishoudelijk personeel, op grond van de bij ministeriële regeling gestelde regels. + +**4.** De ambtenaar die, uit het buitenland komende, in Nederland is geplaatst en voor wie uit die plaatsing bijzondere kosten voortvloeien, wordt een tegemoetkoming toegekend in die kosten, op grond van de bij ministeriële regeling gestelde regels. + +**5.** Omtrent de tegemoetkoming in kosten voor de tijdelijke waarneming door de ambtenaar van een andere functie dan die waarin hij is geplaatst, worden met betrekking tot functies buiten Nederland bij ministeriële regeling regels gesteld. + +**6.** + +a. Indien de in artikel 23b, zevende lid, onderdeel a, respectievelijk b, bedoelde gezinsleden geen gebruik hebben gemaakt van de in die bepalingen vermelde gelegenheid tot geneeskundig onderzoek, dan wel indien zij na onderzoek niet geschikt zijn verklaard voor verblijf in het desbetreffende land, respectievelijk voor verblijf overal ter wereld, heeft de betrokken ambtenaar ten aanzien van die gezinsleden geen aanspraak op vergoedingen op grond van bepalingen die in of krachtens dit reglement zijn gesteld ten behoeve van vergezellende gezinsleden bij plaatsing van de ambtenaar buiten Nederland, voor zover die bepalingen direct verband houden met de gezondheidstoestand van gezinsleden. + +b. Voor de toepassing van onderdeel a worden onder gezinslid tevens verstaan degenen die eerst tijdens het dienstverband van de ambtenaar diens gezinslid worden of zijn geworden. + +c. In bijzondere gevallen kan geheel of gedeeltelijk en al dan niet onder het opleggen van voorwaarden worden afgeweken van onderdeel a. + +**7.** Onze Minister bepaalt per geval in welke muntsoort of muntsoorten de tegemoetkomingen worden uitbetaald. + +## Hoofdstuk VIII. Dienst- en werktijden en keuzemogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket + +### Paragraaf 1. Dienst- en werktijden ### Artikel 37 -De bevordering van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ naar de rang van ambtenaar van de DBZ XV en naar hogere rangen geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. De bevordering van de overige overplaatsbare ambtenaren van de DBZ geschiedt door Onze Minister. +**1.** Met inachtneming van het bepaalde in dit hoofdstuk en van het bepaalde in of krachtens Nederlandse wetten, houdende regels tot beperking van de werktijd, worden voor de ambtenaren werktijdregelingen vastgesteld. Onder werktijdregeling wordt verstaan een van te voren bekendgemaakt schema van aanvang en einde van de dagelijkse werktijden gedurende een bepaalde periode. Het in de werktijdregeling opgenomen aantal te werken uren op jaarbasis kan niet hoger zijn dan gemiddeld 40 uur per week. + +**2.** + +De arbeidsduur bedraagt gemiddeld ten hoogste 36 uur per week. De werktijd wordt behoorlijk door rusttijd onderbroken. De ambtenaar kan een aanvraag indienen om de arbeidsduur in hele uren vast te stellen op meer dan gemiddeld 36 uur per week, waarbij een maximum geldt van gemiddeld 40 uur per week. Deze aanvraag wordt toegewezen, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. Een aanvraag tot het vaststellen van de arbeidsduur op meer dan gemiddeld 36 uur per week wordt niet toegewezen voor: + +a. de ambtenaar van 57 jaar of ouder wiens gemiddelde wekelijkse werktijd op basis van artikel 38 is teruggebracht; +b. de ambtenaar die op basis van artikel 45b betaald ouderschapsverlof geniet; +c. de ambtenaar die op basis van artikel 46 buitengewoon verlof van lange duur geniet; +d. de ambtenaar aan wie op basis van artikel 97, derde lid, gedeeltelijk ontslag is verleend. + +**3.** Het aantal te werken uren per jaar bedraagt: het aantal kalenderdagen per jaar verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en niet op zaterdag of zondag vallende feestdagen, genoemd in het zevende lid, onder a, in dat jaar, vermenigvuldigd met 7,2 en vervolgens vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. + +**4.** Het aantal te werken uren, bedoeld in het derde lid, wordt rekenkundig op hele uren afgerond. + +**5.** Aan de ambtenaar van 55 jaar en ouder wordt niet opgedragen dienst te verrichten tussen 22.00 uur en 06.00 uur, tenzij het een gedeelte van een dienst betreft die doorloopt na 22.00 uur en ten laatste eindigt om 24.00 uur. + +**6.** Van het vijfde lid kan voor de duur van telkens ten hoogste een jaar worden afgeweken indien de ambtenaar dit heeft aangevraagd dan wel zeer gewichtige redenen van dienstbelang hiertoe noodzaken, mits de Arbodienst daaromtrent een positief medisch advies heeft uitgebracht. In geval van plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland is afwijking van het vijfde lid voor ten hoogste de duur van de plaatsing mogelijk zolang bovendien door de Arbodienst daaromtrent jaarlijks positief wordt geadviseerd. + +**7.** + +a. Geen dienst wordt geëist op zondagen, alsmede op de Nieuwjaarsdag, de Tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de Tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd en op 5 mei. + +b. Van onderdeel a kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en met inachtneming van het navolgende: + +1°. geen dienst wordt geëist op ten minste dertien zondagen per periode van zes maanden; +2°. de ambtenaar wordt zo weinig mogelijk in zijn zondagsrust beperkt en hem wordt zoveel mogelijk de gelegenheid geboden op zondag en op de voor hem geldende kerkelijke feestdagen zijn kerk te bezoeken. + +c. De onderdelen a en b vinden ten aanzien van de zondag voor de ambtenaar die aan het hoofd van dienst heeft medegedeeld dat hij, in verband met zijn godsdienstige opvattingen, de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag viert, overeenkomstige toepassing voor die dag in plaats van ten aanzien van de zondag. + +d. Op zaterdag kan dienst worden geëist, mits de belangen van de dienst daartoe aanleiding geven. + +**8.** + +a. De ambtenaar van 18 jaar of ouder heeft een onafgebroken rusttijd van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van zeven maal 24 uren, hetzij ten minste 60 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van negen maal 24 uren welke rusttijd eenmaal in elke periode van vijf achtereenvolgende weken mag worden bekort tot 32 uren. + +b. De ambtenaar van 16 of 17 jaar heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van zeven maal 24 uren. + +**9.** Van de voor de ambtenaar vastgestelde werktijdregeling kan slechts worden afgeweken indien het dienstbelang dit onvermijdelijk maakt en – behoudens in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden – mits ervoor wordt gezorgd, dat de ambtenaar in of over het desbetreffende tijdvak van zeven dagen een ononderbroken rusttijd van ten minste 36 uren geniet. + +**10.** In bijzondere gevallen kan van de vaststelling van een werktijdregeling als bedoeld in het eerste lid worden afgezien. In die gevallen vindt het tweede tot en met negende lid overeenkomstige toepassing. + +**11.** + +a. In overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan in uitzonderlijke gevallen van het tweede tot en met negende lid, alsmede van de tweede volzin van het tiende lid, worden afgeweken voor zover dat niet in strijd is met het bepaalde in of krachtens de Arbeidstijdenwet. + +b. Ten aanzien van buiten Nederland geplaatste ambtenaren is de in onderdeel a bedoelde overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet vereist. + +**12.** Bij de vaststelling van een werktijdregeling voor degenen die bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland zijn geplaatst wordt rekening gehouden met dienst- en werktijden die bij een overheidsdienst in het desbetreffende land gelden; daarbij worden voorzieningen getroffen die ertoe strekken dat die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ononderbroken bezet of bereikbaar is. + +**13.** Gedurende plaatsing in een functie bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geldt in de regel een volledige arbeidsduur. + +**14.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 21, twaalfde lid, van het ARAR gestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland werkzame ambtenaren. Voor de buiten Nederland werkzame ambtenaren kan Onze Minister ter zake van de uitvoering van het eerste tot en met dertiende lid nadere regels stellen. ### Artikel 38 -Bevordering van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ geschiedt in de regel naar de naasthogere rang. +**1.** De gemiddelde wekelijkse werktijd van een ambtenaar van 57 jaar en ouder die daartoe een aanvraag heeft ingediend, wordt, met behoud van zijn arbeidsduur, teruggebracht met 15,8%, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. De ambtenaar voor wie de arbeidsduur op meer dan gemiddeld 36 uur is vastgesteld, kan een aanvraag als bedoeld in de eerste volzin eerst indienen nadat op zijn aanvraag zijn arbeidsduur is vastgesteld op ten hoogste gemiddeld 36 uur. -### Artikel 39 +**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaar dient op het moment van de vermindering van de werktijd ten minste vijf aaneengesloten jaren in dienst te zijn van het Rijk. -**1.** Om voor bevordering in aanmerking te komen dient de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ diens dienst op een in ieder opzicht bevredigende wijze te hebben verricht, alsmede bekwaam en geschikt te worden geoordeeld voor dienstverrichting op het naasthogere functieniveau. - -**2.** De bevordering dient in overeenstemming te zijn met de formatie voor wat betreft de voor overplaatsbare ambtenaren van de DBZ bestemde functies. - -### Artikel 40 - -Een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ kan bij keuze worden bevorderd tot ambtenaar van de DBZ XX, indien deze is benoemd in een functie welke, gezien het belang daarvan voor de bevordering van de internationale rechtsorde en de buitenlandse betrekkingen van het Koninkrijk, hoger moet worden gewaardeerd dan ambtenaar van de DBZ XIX, en zich tevens bijzonder heeft onderscheiden. - -### Artikel 41 - -De bevordering van uitzonderlijk bekwaam en geschikt voor bevordering geachte overplaatsbare ambtenaren van de DBZ kan ten opzichte van andere overplaatsbare ambtenaren van de DBZ worden versneld. - -### Artikel 42 - -Bij ministeriële regeling worden, passend binnen het door Onze Minister van Binnenlandse Zaken gecoördineerde beleid, nadere regels gesteld inzake bevordering en loopbaanvorming. - -### Paragraaf 2. Adviescommissie bevorderingen overplaatsbare ambtenaren DBZ - -### Artikel 43 - -Er is een Adviescommissie Bevorderingen Overplaatsbare Ambtenaren DBZ, hierna in dit hoofdstuk te noemen de Adviescommissie Bevorderingen. - -### Artikel 44 - -**1.** De Adviescommissie Bevorderingen staat onder voorzitterschap van de Secretaris-Generaal; de plaatsvervangend Secretaris-Generaal is plaatsvervangend voorzitter. - -**2.** Onze Minister benoemt en ontslaat de overige leden van de Adviescommissie Bevorderingen, welke is samengesteld uit ambtenaren van de DBZ onder wie in elk geval de Hoofddirecteur Dienst Buitenlandse Zaken, met dien verstande dat de meerderheid bestaat uit overplaatsbare ambtenaren van de DBZ. - -**3.** De Adviescommissie Bevorderingen kan sub-commissies uit haar midden benoemen. - -**4.** Onze Minister voegt één of meer secretarissen aan de Adviescommissie Bevorderingen toe. - -### Artikel 45 - -**1.** Alvorens een voordracht tot bevordering van een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ te doen, dan wel daartoe zelf over te gaan, wint Onze Minister het vertrouwelijk advies in van de Adviescommissie Bevorderingen. - -**2.** Minstens éénmaal per jaar ontvangt de Adviescommissie Bevorderingen per rang en in volgorde van anciënniteit een opgave van de overplaatsbare ambtenaren van de DBZ die met inachtneming van artikel 42 voor bevordering in beschouwing moeten worden genomen. - -**3.** Onze Minister stelt ten behoeve van de Adviescommissie Bevorderingen, zo nodig naar rang onderscheiden, normen vast voor de bepaling van de bekwaamheid en geschiktheid voor bevordering. - -**4.** De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Adviescommissie Bevorderingen hebben vertrouwelijk toegang tot alle personeelsgegevens van de voor bevordering in beschouwing te nemen overplaatsbare ambtenaren van de DBZ; de overige leden ervan kunnen vertrouwelijk kennisnemen van de voor bevordering van belang zijnde personeelsgegevens van de in beschouwing te nemen overplaatsbare ambtenaren van de DBZ, waaronder de over hen sedert hun voorlaatste bevordering opgemaakte beoordelingen en eventuele adviezen van de Arbo-dienst met betrekking tot beperkingen waaraan hun plaatsbaarheid waar ook ter wereld onderhevig is. - -**5.** Leden van de Adviescommissie Bevorderingen nemen niet deel aan beraadslagingen over hun eigen bevordering; voor die beraadslagingen worden zonodig plaatsvervangende leden van de Adviescommissie Bevorderingen benoemd. - -**6.** De leden en de secretaris van de Adviescommissie Bevorderingen zijn tot geheimhouding verplicht met betrekking tot de in het vierde lid bedoelde gegevens en met betrekking tot de beraadslagingen in de Adviescommissie Bevorderingen. - -**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de werkzaamheden van de Adviescommissie Bevorderingen. - -## Hoofdstuk IX. Andere opleidingen en scholing van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ - -### Artikel 46 - -**1.** Behalve de eerste opleiding en introductiecursus, bedoeld in artikel 29, en de dienstopdracht tot studie gedurende het terbeschikkinghouden, bedoeld in artikel 30, vierde lid, kan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ gedurende diens loopbaan in het belang van de dienst worden verplicht om scholing te volgen voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. - -**2.** Is een in het eerste lid bedoelde verplichting opgelegd, dan zal voor zover zich hiertoe mogelijkheden voordoen de huwelijkspartner van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in de gelegenheid worden gesteld aan voor deze van belang zijnde onderdelen van deze scholing deel te nemen, zulks ter beoordeling van Onze Minister. - -**3.** Ten aanzien van kosten voor de scholing, scholingsverlof en terugbetalingsverplichtingen is artikel 59, tweede tot en met zesde lid, van het ARAR van overeenkomstige toepassing. - -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van dit artikel nadere regels worden gesteld. - -### Artikel 47 - -Ten aanzien van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die op eigen initiatief scholing gaat volgen, is artikel 60 van het ARAR van overeenkomstige toepassing. - -## Hoofdstuk X. Bezoldiging van, alsmede tegemoetkomingen en vergoedingen aan overplaatsbare ambtenaren van de DBZ - -### Paragraaf 1. De bezoldiging - -### Artikel 48 - -**1.** De vaststelling van de salarisschaal welke voor de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ zal gelden, geschiedt met inachtneming van de artikelen 35 en 36. - -**2.** - -Ten aanzien van - -a. de tijdstippen van uitbetaling van het salaris, de toelagen en de vergoedingen voor extra diensten, -b. de toekenning van het salaris in de voor de overplaatsbare ambtenaar geldende salarisschaal, -c. de toekenning van periodieke salarisverhogingen op grond van in voldoende mate functioneren en het achterwege laten daarvan bij het niet in voldoende mate functioneren, -d. de toekenning van extra periodieke salarisverhogingen op grond van meer dan in voldoende mate functioneren dan wel op andere gronden, -e. de toekenning van eenmalige of periodieke toeslagen, alsmede de intrekking van toegekende periodieke toeslagen, -f. de vaststelling van het salaris na bevordering tot een hogere rang, -g. de vaststelling van het salaris bij een onvolledige werktijd, -h. de, op grond van uitstekend functioneren, verhoging van het salaris van de overplaatsbare ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt en de intrekking daarvan, -i. de toekenning van een toelage bij de tijdelijke waarneming van een andere functie dan die waarin de overplaatsbare ambtenaar is geplaatst, wanneer aan eerstbedoelde functie een salarisschaal met een hoger maximumsalaris is verbonden dan aan de rang en de daarmee samenhangende salarisschaal welke voor betrokkene geldt, -j. de toekenning van een vakantie-uitkering, -k. de toekenning van een toelage wanneer het salaris minder is dan het maandbedrag van het wettelijke minimumloon, -l. de toekenning van een toelage wanneer, anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig of vrij regelmatig arbeid op het departement wordt verricht op andere tijden dan maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 18.00 uur, -m. de toekenning van een toelage of uitkering aan de overplaatsbare ambtenaar of aan een groep overplaatsbare ambtenaren, op andere dan de in dit lid onder *h* tot en met *l* bedoelde gronden, -n. de vermindering van het salaris van de ambtenaar die arbeidsgehandicapt is in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten, -o. het deelnemen aan een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 11, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, - -zijn de desbetreffende bepalingen van het BBRA 1984 van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de toekenning aan overplaatsbare ambtenaren van de DBZ van een mobiliteitstoeslag als bedoeld in artikel 22c van het BBRA 1984 zoveel mogelijk overeenkomstig genoemd artikel. - -**4.** Voor de in dit hoofdstuk gehanteerde begrippen salaris, salarisnummer, maximumsalaris en bezoldiging is de omschrijving in artikel 2 van het BBRA 1984 van toepassing. - -### Paragraaf 2. Het overwerk en de verschuiving van dienstrooster - -### Artikel 49 - -**1.** Indien het dienstbelang het onvermijdelijk maakt dat aan een hier te lande geplaatste overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ arbeid buiten de voor deze vastgestelde arbeidsuren wordt opgedragen, waardoor het voor betrokkene per werkperiode geldende aantal arbeidsuren wordt overschreden, dan wordt ter zake een vergoeding toegekend overeenkomstig artikel 23 van het BBRA 1984. - -**2.** Ten aanzien van een hier te lande geplaatste overplaatsbaar ambtenaar, wiens werktijden bij dienstrooster zijn vastgesteld en aan wie arbeid wordt opgedragen, waardoor binnen een werkperiode als bedoeld in artikel 23, vierde lid, onder *b*, van het BBRA 1984 de voor hem vastgestelde werktijden worden verschoven, is artikel 17*a* van het BBRA 1984 van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 50 - -Het gestelde in artikel 49, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaren van de DBZ, met dien verstande dat een vergoeding wordt toegekend op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels. Deze regels houden rekening met de bijzondere omstandigheden van het werkzaam zijn bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. - -### Paragraaf 3. Tegemoetkomingen en vergoedingen - -### Artikel 51 - -**1.** Naast salaris worden aan de buiten Nederland geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ tegemoetkomingen verleend in de kosten van betrokkene en van diens gezinsleden, welke verband houden met diens verblijf in het buitenland, alsmede die kosten welke verband houden met de aard en het niveau van diens functie. Onze Minister treft ter zake regelen, en is belast met de vaststelling van genoemde tegemoetkomingen, welke strekken ter bestrijding van beroepskosten. - -**2.** Onze Minister bepaalt per geval in welke muntsoort of muntsoorten de salariëring en tegemoetkomingen worden uitgekeerd welke voor rekening van het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden uitbetaald. - -**3.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die, uit het buitenland komende, in Nederland is geplaatst en voor wie uit die plaatsing bijzondere kosten voortvloeien, wordt voor ten hoogste zes jaren na de aanvang van de plaatsing in Nederland een tegemoetkoming toegekend in die kosten, volgens door Onze Minister vast te stellen regelen. - -**4.** Omtrent de tegemoetkoming in kosten voor de tijdelijke waarneming door de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ van een andere functie dan die waarin deze is geplaatst, worden met betrekking tot functies in het buitenland door Onze Minister regelen gesteld; vloeien uit die waarneming voor de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ als zodanig direct aanwijsbare kosten, of op geld waardeerbare schade voort, dan worden die vergoed. - -**5.** Wanneer gezinsleden dan wel de aanstaande gezinsleden van de in artikel 25 genoemde kandidaat geen gebruik hebben gemaakt van de aldaar vermelde gelegenheid tot geneeskundige keuring, dan wel indien zij na keuring niet geschikt zijn verklaard voor verblijf overal ter wereld, heeft de desbetreffende kandidaat na aanstelling als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ ten aanzien van die gezinsleden of aanstaande gezinsleden geen aanspraak uit hoofde van financiële regelingen welke in dit reglement zijn opgenomen ten behoeve van vergezellende gezinsleden bij plaatsing van de desbetreffende overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in het buitenland, voor zover deze financiële regelingen direct verband houden met de gezondheidstoestand van gezinsleden. - -### Paragraaf 4. Non-activiteitswedde. Verlof bij militaire en soortgelijke dienst - -### Artikel 52 - -Op overplaatsbare ambtenaren van de DBZ zijn de artikelen 16 tot en met 20*d* van het ARAR van overeenkomstige toepassing. - -## Hoofdstuk XI. Dienst- en werktijden van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ - -### Artikel 53 - -**1.** Voor de hier te lande geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ zijn de artikelen 21 tot en met 21i van het ARAR van overeenkomstige toepassing. - -**2.** - -Voor de bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geplaatste ambtenaar van de DBZ is artikel 21 van het ARAR eveneens van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: - -a. het hoofd van de desbetreffende vertegenwoordiging: - -1°. het bevoegd gezag is, bedoeld in het eerste lid van artikel 21 van het ARAR; -2°. bij het vaststellen van een werktijdregeling rekening houdt met dienst- en werktijdregelingen welke bij de overheidsdienst in het land zijner vestiging gelden; -3°. daarbij voorzieningen treft welke ertoe strekken dat die vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ononderbroken bezet of bereikbaar is; -4°. door Onze Minister ter zake gegeven nadere aanwijzingen volgt; -b. voor de toepassing van het zesde lid van artikel 21 van het ARAR voor «ten hoogste één jaar» gelezen wordt: ten hoogste de plaatsing, en dat voor «mits de Arbo-dienst daaromtrent een positief medisch advies heeft uitgebracht» gelezen wordt: mits de Arbo-dienst daaromtrent jaarlijks een positief medisch advies heeft uitgebracht. - -**3.** Voor de bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geplaatste ambtenaar van de DBZ zijn de artikelen 21c tot en met 21i van het ARAR van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 53a - -Voor de in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is artikel 21*a* van het ARAR niet van toepassing, tenzij Onze Minister in bijzondere gevallen anders bepaalt. - -## Hoofdstuk XII. Vakantie, en verlof van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ - -### Artikel 54 - -**1.** - - - -a. Op de in Nederland geplaatste overplaatsbare ambtenaren van de DBZ zijn de artikelen 22 tot en met 34g van het ARAR en de artikelen 21 en 22 van het BBRA 1984 van overeenkomstige toepassing. -b. Indien het verlof, bedoeld in artikel 34 van het ARAR, ten doel heeft de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in de gelegenheid te stellen de huwelijkspartner, indien deze als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ wordt geplaatst bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, te vergezellen, wordt dat verlof niet uitsluitend het persoonlijk belang van de ambtenaar, doch mede het algemeen belang geacht te dienen. In dit geval kan het verlof in beginsel voor de duur van de uitzending van de huwelijkspartner, zonder behoud van bezoldiging, worden verleend. - -**2.** Op de in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaren van de DBZ zijn de artikelen 21 en 22 van het BBRA 1984 van overeenkomstige toepassing. - -**3.** - -Bij ministeriële regeling worden, zonodig ten dele naar vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland onderscheiden, regels gesteld betreffende de vakantie en het verlof van de in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, welke ertoe strekken dat de vakantie en het verlof niet achterblijven bij de vakantie die en het verlof dat de betrokkene zou genieten als deze in Nederland zou zijn geplaatst. Daarbij houdt Onze Minister rekening met de bijzondere omstandigheden van de plaatsing in het buitenland. Vakantie wordt genoten met behoud van volle bezoldiging; verlof wordt genoten met behoud van volle bezoldiging, indien zulks bij toepassing van de artikelen 32 tot en met 34g van het ARAR het geval zou zijn. Onze Minister bepaalt, in hoeverre: - -a. bij vakantie en verlof reistijd als diensttijd wordt beschouwd; -b. reis- en verblijfkosten van betrokkene en diens gezinsleden welke verband houden met vakantie en verlof, voor rekening van het Rijk komen; -c. bij vakantie en verlof wijziging komt in de in het eerste lid van artikel 51 genoemde tegemoetkomingen, met dien verstande dat tegemoetkomingen in of vergoedingen van vaste lasten daarbij gehandhaafd blijven; -d. bij verlofreizen voor zover deze voor rijksrekening komen, in bijzondere gevallen de reis- en verblijfkosten voor huishoudelijk personeel kunnen worden vergoed. - -**4.** Ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 33*g* van het ARAR wordt behoudens in bijzondere gevallen genoten gedurende een plaatsing in Nederland. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. - -**5.** Gedurende plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland is artikel 33h van het ARAR van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «adoptie van een kind in het buitenland», als bedoeld in het tweede lid van genoemd artikel, wordt gelezen: adoptie van een kind in een ander land dan het land waarin de ambtenaar is geplaatst. Ingeval naar het oordeel van Onze Minister redenen van zwaarwegend dienstbelang daartoe noodzaken, kan Onze Minister besluiten dat het adoptieverlof gedurende plaatsing in het buitenland op een andere wijze wordt genoten dan vermeld in het tweede lid van genoemd artikel. - -**6.** Indien een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ buiten Nederland in samenhang met diens functie onwettig wordt gegijzeld of anderszins buiten Nederland onwettig van de vrijheid wordt beroofd op een wijze die door Onze Minister met gijzeling gelijk wordt gesteld, verleent deze aan betrokkene na afloop daarvan, onverminderd de mogelijkheid van bedrijfsgeneeskundige begeleiding ingevolge de bepalingen van hoofdstuk XIII, naar billijkheid recuperatieverlof met behoud van de volle bezoldiging. - -**7.** Wordt het in het zesde lid genoemde recuperatieverlof toegekend, dan ontvangt de desbetreffende overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ook een recuperatie-uitkering. Deze uitkering verhoudt zich tot de jaarlijkse vakantie-uitkering als de duur van het recuperatieverlof zich verhoudt tot de duur van de jaarlijkse vakantie. - -**8.** Indien een gezinslid van een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ buiten Nederland onwettig wordt gegijzeld of anderszins buiten Nederland onwettig van de vrijheid wordt beroofd op een wijze die door Onze Minister met gijzeling wordt gelijkgesteld, en samenhang bestaat met de functie van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, verleent Onze Minister die overplaatsbare ambtenaar van de DBZ na afloop daarvan, onverminderd de mogelijkheid van geneeskundige begeleiding van dat gezinslid ingevolge de bepalingen van hoofdstuk XIII, eveneens naar billijkheid recuperatieverlof en een recuperatie-uitkering overeenkomstig het zesde en zevende lid van dit artikel. - -**9.** In bijzondere gevallen kan Onze Minister bij onwettige vrijheidsberovingen als in het zesde en achtste lid van dit artikel bedoeld ook kosten van gezinshereniging en andere in samenhang met de onwettige vrijheidsberoving gemaakte kosten of schade vergoeden voor zover deze redelijk zijn en als niet verzekerbaar kunnen worden beschouwd; voor het vrijkopen van personen betaalde losprijzen worden echter nimmer vergoed. - -**10.** De in het zesde tot en met negende lid genoemde voorzieningen gelden uitsluitend voor zover de desbetreffende overplaatsbare ambtenaar van de DBZ aanspraken op vergoeding en verhaal aan het Rijk heeft gecedeerd. - -**11.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van het zesde tot en met tiende lid van dit artikel nadere regels worden gesteld. - -## Hoofdstuk XIII. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding, rechten en verplichtingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid ten behoeve van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, alsmede gezondheidskundige begeleiding van gezinsleden bij en rond plaatsing in het buitenland - -### Paragraaf 1. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en het medisch advies - -### Artikel 55 - -**1.** Onze Minister verricht zijn taak met betrekking tot begeleiding van verzuim en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding op grond van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, dan wel zoveel mogelijk overeenkomstig die wet indien het de in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ betreft, alsmede op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk. - -**2.** Ter voorbereiding op plaatsing in het buitenland, gedurende plaatsing in het buitenland en in verband met terugplaatsing naar Nederland omvat de arbeidsgezondheidskundige begeleiding tevens de gezondheidskundige begeleiding van de gezinsleden van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ. - -### Artikel 55a - -Vervallen - -### Artikel 56 - -**1.** Op de overplaatsbare ambtenaren van de DBZ zijn de 35, 36 tot en met 36b en 70 van het ARAR van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 36a van het ARAR voor «artikel 98, derde lid, aanhef, onderdelen a en b» moet worden gelezen: artikel 101, derde lid, aanhef en de onderdele a en b, van dit reglement. - -**2.** Bij plaatsing in het buitenland geschiedt het door de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ raadplegen van de Arbo-dienst in het kader van het arbeidsgezondheidskundig spreekuur schriftelijk, in dringende gevallen met gebruikmaking van de telecommunicatiemiddelen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, voor rekening van het Rijk. - -**3.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ wordt, in verband met zijn plaatsing in het buitenland, in overleg met of op aanwijzing van de Arbo-dienst onderworpen aan een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Een in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ondergaat dit onderzoek zo mogelijk tijdens verblijf hier te lande. - -**4.** Onverminderd het bepaalde in artikel 36a, tweede lid, van het ARAR, vindt buitendienststelling plaats door Onze Minister, of, indien betrokkene anders dan als hoofd bij een vertegenwoordiging in het Koninkrijk is geplaatst, door het hoofd van die vertegenwoordiging. Daarbij vindt een belangenafweging plaats teneinde na te gaan of het verblijf van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in het land van plaatsing kan worden voortgezet. - -**5.** De Arbo-dienst kan de overplaatsbare ambtenaren van de DBZ individueel of gezamenlijk aanwijzingen geven tot behoud, herstel of bevordering van hun arbeidsgeschiktheid, en de geschiktheid tot verblijf in het buitenland van hun gezinsleden. De overplaatsbare ambtenaren van de DBZ zijn gehouden die aanwijzingen op te volgen. - -### Artikel 57 - -**1.** Bij plaatsingen in het buitenland worden de gezinsleden van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, overeenkomstig artikel 56, tweede lid, in de gelegenheid gesteld de Arbo-dienst te raadplegen. - -**2.** Gezinsleden van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ worden, zo mogelijk tijdens verblijf hier te lande, in de gelegenheid gesteld het onderzoek, bedoeld in artikel 56, derde lid, te ondergaan. - -**3.** Indien Onze Minister gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de gezinsleden van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ worden deze in de gelegenheid gesteld een gezondheidskundig onderzoek te ondergaan. +**3.** Voor de uren die het wekelijkse verschil vormen tussen de in het eerste lid bedoelde arbeidsduur en de teruggebrachte werktijd wordt de ambtenaar geacht met verlof te zijn. **4.** -De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is verplicht zich in te spannen dat diens gezinsleden hun medewerking verlenen aan: +Op het salaris van de in het eerste lid bedoelde ambtenaar wordt een inhouding toegepast. De hoogte van deze inhouding is afhankelijk van de leeftijd op de datum dat de werktijdvermindering op grond van dit artikel ingaat en bedraagt een percentage volgens onderstaande tabel van het salaris dat voor hem zou gelden zonder werktijdvermindering op grond van dit artikel, nadat dit salaris is verminderd met een eventuele inhouding als bedoeld in artikel 35: -a) onderzoeken als bedoeld in het derde lid, alsmede in artikel 56, derde lid; -b) gezondheidskundige onderzoeken, welke worden ingesteld ter beantwoording van de vragen: +| Leeftijd | Inhouding in procenten | +| --- | --- | +| 57 | 5 | +| 58 | 5 | +| 59 | 3,5 | +| 60 | 3,5 | +| 61 | 2 | +| 62 | 2 | +| 63 | 1 | +| 64 | 1 | -i) in welke mate en tot welk tijdstip sprake is van verhindering wegens ziekte om in een bepaald gebied, een bepaald land of bepaalde landen te verblijven; -ii) of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van hun gezondheid. +**5.** Indien na 78 weken ziekte de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 54, derde lid, daalt naar het verschil tussen 80% van de bezoldiging en de uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt ook de inhouding, bedoeld in het vierde lid, teruggebracht tot 80%. -**5.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is verplicht zich in te spannen dat zijn gezinsleden de in artikel 56, vijfde lid bedoelde aanwijzingen opvolgen, met uitzondering van aanwijzingen tot het ondergaan van een ingreep van heelkundige aard. +**6.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gestelde regels omtrent de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van de in het eerste lid bedoelde ambtenaar zijn van overeenkomstige toepassing. + +**7.** Gedurende plaatsing buiten Nederland is het eerste tot en met zesde lid niet van toepassing, tenzij Onze Minister in bijzondere gevallen anders bepaalt. + +### Artikel 39 + +**1.** De ambtenaar kan een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur te vermeerderen of te verminderen voor een periode van ten hoogste de duur van zijn plaatsing in de huidige of daarop volgende functie. De ambtenaar vermeldt daarbij zijn wensen met betrekking tot de omvang van de aanpassing van zijn arbeidsduur en de spreiding van de te werken uren over de week. + +**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt toegewezen, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. + +### Paragraaf 2. Individuele keuzemogelijkheden in het arbeidsvoorwaardenpakket (IKAP) + +### Artikel 40 + +**1.** De ambtenaar met een volledige arbeidsduur kan een aanvraag indienen om gedurende een kalenderjaar maximaal 100 uren meer te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 37, derde en vierde lid, voor hem is vastgesteld. Voor de ambtenaar met een onvolledige arbeidsduur geldt een in evenredigheid lager aantal uren als maximum. Het totaal van de arbeidsduur en het ingevolge dit lid toegewezen aantal meer te werken uren, bedraagt niet meer dan gemiddeld 40 uur per week. + +**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt toegewezen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. + +**3.** Per meer te werken uur ontvangt de ambtenaar een vergoeding ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de krachtens artikel 40b, tweede lid, vastgestelde datum. + +### Artikel 40a + +**1.** De ambtenaar kan een aanvraag indienen om gedurende een kalenderjaar minder uren te werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 37, derde en vierde lid, voor hem is vastgesteld. Voor de ambtenaar die een volledige arbeidsduur heeft, bedraagt het aantal uren dat minder gewerkt mag worden maximaal 80 uren per kalenderjaar. Voor de ambtenaar met een onvolledige arbeidsduur geldt een in evenredigheid lager aantal uren als maximum. + +**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt toegewezen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. + +**3.** Per minder te werken uur wordt een inhouding op het salaris van de ambtenaar toegepast ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de krachtens artikel 40b, tweede lid, vastgestelde datum. + +**4.** De ambtenaar voor wie de arbeidsduur op meer dan gemiddeld 36 uur is vastgesteld, kan een aanvraag als bedoeld in het eerste lid eerst indienen nadat op zijn aanvraag zijn arbeidsduur is vastgesteld op ten hoogste gemiddeld 36 uur. + +### Artikel 40b + +**1.** De ambtenaar kan een keer per kalenderjaar een aanvraag indienen als bedoeld in de artikelen 40 en 40a. + +**2.** Onze Minister stelt vast voor welke datum een aanvraag als bedoeld in de artikelen 40 en 40a moet worden ingediend. + +**3.** Over het voornemen om een aanvraag geheel of gedeeltelijk niet toe te wijzen wordt overleg met de ambtenaar gevoerd. + +**4.** Op of na de datum, bedoeld in het tweede lid, worden gelijktijdig beschikkingen afgegeven op alle voor die datum ingediende aanvragen. + +**5.** Een toegewezen aanvraag als bedoeld in de artikelen 40 en 40a dient binnen het desbetreffende kalenderjaar te worden uitgevoerd. + +**6.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister bepalen dat de ambtenaar meer dan een keer per jaar een aanvraag als bedoeld in de artikelen 40 en 40a kan indienen. + +### Artikel 40c + +Artikel 40 is niet van toepassing op: + +a. de ambtenaar van 57 jaar of ouder wiens gemiddelde wekelijkse werktijd op basis van artikel 38 is teruggebracht; +b. de ambtenaar die op basis van artikel 45b betaald ouderschapsverlof geniet; +c. de ambtenaar die op basis van artikel 46 buitengewoon verlof van lange duur geniet; +d. de ambtenaar aan wie op basis van artikel 97, derde lid, gedeeltelijk ontslag is verleend. + +### Artikel 40d + +De ambtenaar kan een aanvraag indienen om ten behoeve van de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 21h, tweede lid, van het ARAR vastgestelde bestedingsmogelijkheden af te zien van zijn aanspraken op: + +a. een vergoeding als bedoeld in artikel 40, derde lid; +b. een vergoeding als bedoeld in artikel 41, veertiende lid; +c. een uitkering als bedoeld in artikel 20a van het BBRA 1984; +d. de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 21 van het BBRA 1984; +e. een eenmalige toeslag als bedoeld in artikel 22a van het BBRA 1984; +f. een eenmalige mobiliteitstoeslag als bedoeld in artikel 34, derde lid; +g. een vergoeding voor overwerk als bedoeld in artikel 34, vierde lid, dan wel als bedoeld in artikel 23 van het BBRA 1984; + +h. een tegemoetkoming op grond van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel. + +### Artikel 40e + +**1.** Onze Minister kan voor de uitvoering van de artikelen 40 tot en met 40b nadere regels stellen. + +**2.** Onze Minister stelt voor de uitvoering van artikel 40d nadere regels. + +## Hoofdstuk IX. Vakantie en verlof + +### Paragraaf 1. Vakantie + +### Artikel 41 + +**1.** De ambtenaar heeft jaarlijks aanspraak op vakantie met behoud van bezoldiging. + +**2.** De aanspraak op vakantie wordt uitgedrukt in hele uren. + +**3.** + +De omvang van de aanspraak op vakantie is afhankelijk van: + +a. de leeftijd van de ambtenaar; +b. de arbeidsduur van de ambtenaar. + +**4.** Voor de ambtenaar met een volledige arbeidsduur bedraagt de aanspraak op vakantie 165,6 uren per kalenderjaar. + +**5.** + +De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt verhoogd volgens onderstaande tabel afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt. + +| Leeftijd | Verhoging | +| --- | --- | +| van 45 tot en met 49 jaar | 7,2 uren | +| van 50 tot en met 54 jaar | 14,4 uren | +| van 55 tot en met 59 jaar | 21,6 uren | +| vanaf 60 jaar | 28,8 uren | + +**6.** De ingevolge het vierde en vijfde lid geldende aanspraak op vakantie wordt vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats. + +**7.** Bij beëindiging of aanvang van het dienstverband in de loop van een kalenderjaar, wordt de aanspraak op vakantie vastgesteld naar evenredigheid van de dienst, die hij in dat jaar verricht heeft of zal verrichten. + +**8.** Indien de arbeidsduur van de ambtenaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op vakantie over een eventueel resterend gedeelte van het desbetreffende kalenderjaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe arbeidsduur. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de arbeidsduur verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd gehandhaafd. + +**9.** Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantie. Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij volgens de werktijdregeling dienst verricht. + +**10.** + +Het negende lid is niet van toepassing, indien geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens: + +a. genoten vakantie; +b. ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 26 weken, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende vier weken of minder geen nieuwe periode van 26 weken inluidt; +c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 45a, derde en vierde lid; +d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen; +e. verlof verleend op basis van artikel 42a, 43a, 43c, 43d, 43e, 45c of 45d; +f. het minder uren werken op basis van artikel 40a. + +**11.** Met ingang van de dag dat de ambtenaar van 57 jaar of ouder op grond van artikel 38 gedeeltelijk geen dienst verricht, vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak. + +**12.** Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie worden verlaagd. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats. + +**13.** Onze Minister stelt vast voor welke datum aanvragen als bedoeld in het twaalfde lid kunnen worden ingediend en geeft op of na die datum gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen. + +**14.** De ambtenaar wordt voor elk uur vakantie waarmee zijn aanspraak op vakantie overeenkomstig het twaalfde lid wordt verlaagd, een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de krachtens het dertiende lid vastgestelde datum. + +**15.** Indien de ambtenaar de vergoeding, genoemd in het veertiende lid, volledig inzet ten behoeve van verlofsparen als bedoeld in artikel 47, bedraagt, in afwijking van het twaalfde lid, het aantal uren waarmee de aanspraak op vakantie kan worden verlaagd ten hoogste het aantal uren waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 108 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats. + +### Artikel 41a + +**1.** De ambtenaar is vrij te bepalen wanneer hij vakantie opneemt, voor zover de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten. + +**2.** De ambtenaar dient in elk kalenderjaar ten minste 108 uur vakantie op te nemen waarvan ten minste 72 uur over een aaneengesloten periode indien voor hem een volledige arbeidsduur geldt en tot in evenredigheid lagere getallen indien voor hem een onvolledige arbeidsduur geldt. + +**3.** Aan een ambtenaar kan op zijn aanvraag worden toegestaan, in enig kalenderjaar meer uren vakantie op te nemen dan zijn aanspraak tot en met het lopende jaar bedraagt, met dien verstande, dat de opgenomen vakantie de aanspraak tot en met het lopende jaar nimmer met meer dan 57,6 uren mag overschrijden. Voor de ambtenaar met onvolledige arbeidsduur wordt het in de vorige volzin bedoelde aantal uren van de maximaal toegestane overschrijding verminderd naar evenredigheid van de arbeidsduur. De in een kalenderjaar teveel genoten vakantie wordt in mindering gebracht op de aanspraak op vakantie over het eerstvolgende jaar. + +**4.** De ambtenaar meldt het voornemen vakantie op te nemen ruimschoots van tevoren. + +**5.** Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten, is het de ambtenaar toegestaan op het voornemen vakantie op te nemen, terug te komen, dan wel het opnemen niet voort te zetten. De eerste volzin geldt in geval van ziekte of ongeval alleen indien de ambtenaar die ziekte of dat ongeval aantoont. + +**6.** Wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken, kan de aan de ambtenaar verleende toestemming vakantie op te nemen worden ingetrokken, zowel vóór als tijdens de vakantie. Indien de ambtenaar ten gevolge van het intrekken van de toestemming vakantie op te nemen geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed. + +**7.** Niet-opgenomen vakantie, waaronder eventuele van vorige jaren overgeboekte vakantie, wordt naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van de aanspraak van de ambtenaar over een vol kalenderjaar berekend volgens artikel 41, verminderd met de in het tweede lid van dit artikel bedoelde vakantie. + +**8.** In individuele gevallen kan in een bepaald kalenderjaar worden afgeweken van de overeenkomstig het zevende lid maximaal naar een volgend kalenderjaar over te boeken vakantie-aanspraken. + +### Artikel 41b + +**1.** Indien de ambtenaar op de datum van zijn ontslag nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur vakantie dat hij niet heeft opgenomen een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. De vergoeding wordt berekend over ten hoogste twee maal de aanspraak op vakantie over een vol kalenderjaar, uitgaande van het salaris en de arbeidsduur zoals die direct voorafgaand aan het ontslag voor de ambtenaar golden en de leeftijd welke hij bereikt in het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking wordt beëindigd. + +**2.** Indien op de dag van zijn ontslag blijkt dat de ambtenaar teveel vakantie heeft genoten, is hij voor ieder uur teveel genoten vakantie een bedrag schuldig ten bedrage van het salaris per uur. + +**3.** In geval van overgang zonder onderbreking naar een andere functie binnen de rijksdienst in de loop van een kalenderjaar kan de ambtenaar er – in zoverre in afwijking van het eerste lid – voor kiezen de vakantie-aanspraken van het lopende kalenderjaar die niet genoten zijn, te behouden. Daarbij wordt vakantie die in het lopende kalenderjaar genoten is in mindering gebracht op de aanspraken in dat jaar. + +### Artikel 41c + +Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17 of 18a van het BBRA 1984, wordt die toelage gedurende zijn vakantie vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge de voor hem geldende werktijdregeling zou zijn toegekend, indien hij geen vakantie zou hebben genoten. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelage heeft genoten over de drie kalendermaanden voorafgaande aan de kalendermaand waarin zijn vakantie een aanvang nam. + +### Artikel 41d + +Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de artikelen 41 tot en met 41c nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld, zonodig onderscheiden naar degenen die in Nederland dan wel buiten Nederland zijn geplaatst. + +### Paragraaf 2. Verlof + +### Artikel 42 + +Onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken VI en X, geniet verlof: + +a. de ambtenaar die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te verrichten; +b. de ambtenaar die als militair, dan wel als vrijwillige ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, in werkelijke dienst is; +c. de ambtenaar die zich bevindt in een van de omstandigheden, genoemd in artikel 20b van het ARAR. + +### Artikel 42a + +**1.** Indien de rijksdienst in Nederland op een daartoe aangewezen kerkelijke of niet-kerkelijke, landelijk, regionaal of plaatselijk erkende feest- of gedenkdag is gesloten, geniet de ambtenaar verlof voor zover het dienstbelang niet anders vereist. + +**2.** Het eerste lid vindt geen toepassing, indien de sluiting van de rijksdienst regionaal of plaatselijk plaatsvindt en de ambtenaar elders werkzaam is. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het eerste en tweede lid nadere en zonodig afwijkende regels worden vastgesteld voor degenen die buiten Nederland zijn geplaatst. + +### Artikel 43 + +**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 82 wordt aan de ambtenaar in de gevallen en onder de voorwaarden, genoemd in de artikelen 43a tot en met 48, buitengewoon verlof verleend. + +**2.** Onder zeer persoonlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 4:1 van de Wet arbeid en zorg worden in ieder geval begrepen de omstandigheden, genoemd in de artikelen 43d, 43e en 45. + +### Artikel 43a + +Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend: + +a. voor de uitoefening van kiesrecht; +b. voor het voldoen aan een wettelijke verplichting, een en ander voor zover dit niet in vrije tijd kan geschieden en omzetting van dienst niet mogelijk is. + +### Artikel 43b + +**1.** Indien de ambtenaar een vaste vergoeding ontvangt uit de functie waarvoor hem het in artikel 125c, tweede lid, van de Ambtenarenwet bedoelde verlof wordt verleend, wordt op zijn bezoldiging een inhouding toegepast over de tijd dat hij het verlof geniet. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als vaste vergoeding voor de met het verlof overeenkomende tijd in de bedoelde functie niet te boven. + +**2.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 33a van het ARAR gestelde nadere regels zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 43c + +**1.** + +Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt jaarlijks ten hoogste 120 uren buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend voor het bijwonen van vergaderingen van statutaire organen van verenigingen van ambtenaren, van centrale organisaties waarbij deze verenigingen zijn aangesloten of van internationale ambtenarenorganisaties, mits de ambtenaar hieraan deelneemt: + +a. indien het vergaderingen betreft van verenigingen van ambtenaren: als bestuurslid van die vereniging dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een onderdeel daarvan; +b. indien het vergaderingen betreft van centrale organisaties waarbij verenigingen van ambtenaren zijn aangesloten: als bestuurslid van die centrale organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren; +c. indien het vergaderingen betreft van een internationale ambtenarenorganisatie: als bestuurslid van deze organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren. + +**2.** Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt tot ten hoogste 208 uren per jaar buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend aan de ambtenaar, die door een centrale als bedoeld in artikel 142, derde lid, of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten vereniging dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten verenigingen te ondersteunen. + +**3.** Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend aan de ambtenaar voor het – op uitnodiging van een organisatie van ambtenaren – als cursist deelnemen aan een cursus, met dien verstande dat dit verlof ten hoogste 48 uren per twee jaren bedraagt. + +**4.** + +Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid alsmede op grond van artikel 18 van de Wet op de ondernemingsraden aan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt tezamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend: + +a. aan leden van de hoofdbesturen van de centrale organisaties, genoemd in artikel 105, tweede lid, onder a en b, van het ARAR en van organisaties, die rechtstreeks bij die centrale organisaties zijn aangesloten; +b. aan leden van het hoofdbestuur van het Ambtenarencentrum en aan leden van het dagelijks bestuur van de bij die organisatie aangesloten centrales; +c. aan leden van het hoofdbestuur van de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen, alsmede aan de bestuursleden van de sectoren en secties van die organisatie. + +**5.** Het verlof, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt slechts verleend aan ambtenaren die lid zijn van verenigingen van ambtenaren die zijn aangesloten bij centrales van verenigingen van ambtenaren die deel uitmaken van de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel. + +**6.** Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend voor het bijwonen van vergaderingen van georganiseerd overleg in ambtenarenzaken. Dit geldt eveneens voor een voorvergadering per in de eerste volzin bedoelde vergadering. + +### Artikel 43d + +**1.** + +Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend: + +a. voor het zoeken van een woning vanwege overplaatsing: ten hoogste twee dagen; +b. bij verhuizing vanwege overplaatsing: aan hen die een eigen huishouding hebben: twee dagen, zonodig te verlengen tot drie en in zeer bijzondere gevallen tot vier dagen en aan hen die niet een eigen huishouding hebben: ten hoogste twee dagen; +c. bij verhuizing anders dan vanwege overplaatsing: aan hen die een eigen huishouding hebben, eenmaal in een kalenderjaar en ten hoogste twee dagen. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere of afwijkende regels worden gesteld, zonodig onderscheiden naar degenen die in Nederland dan wel in het buitenland zijn geplaatst. + +### Artikel 43e + +**1.** + +Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend: + +a. bij zijn ondertrouw: een dag; +b. bij zijn huwelijk: vier dagen; +c. tot het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten in de eerste en tweede graad: een dag, indien dit huwelijk wordt gesloten in zijn woon- of standplaats en ten hoogste twee dagen, indien dit huwelijk wordt gesloten buiten zijn woon- of standplaats; +d. bij overlijden van: + +1°. in artikel 45d, tweede lid, genoemde personen: vier dagen; +2°. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: twee dagen; +3°. bloed- of aanverwanten in de derde of vierde graad: ten hoogste een dag; indien de ambtenaar is belast met de regeling van de lijkbezorging of van de nalatenschap dan wel van beide: ten hoogste vier dagen; +e. bij bevalling van zijn huwelijkspartner: ten hoogste twee dagen; +f. bij zijn 25-, 40- en 50-jarig ambts- of huwelijksjubileum en bij 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksjubileum van ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders of grootouders: een dag. + +**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede begrepen het sluiten van een samenlevingscontract als bedoeld in artikel 2, tweede lid, of het aangaan van een geregistreerd partnerschap. + +**3.** Buitengewoon verlof dat aan de ambtenaar op grond van het eerste lid wordt verleend in verband met aanverwantschap die door zijn huwelijk is ontstaan met bloedverwanten van zijn huwelijkspartner, wordt op gelijke wijze verleend aan de ambtenaar die ongehuwd samenwoont als bedoeld in artikel 2, tweede lid, of aan de ambtenaar die een geregistreerd partnerschap is aangegaan, met betrekking tot dezelfde bloedverwanten van zijn levenspartner of van zijn geregistreerde partner. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere of afwijkende regels worden gesteld, zonodig onderscheiden naar degenen die in Nederland dan wel in het buitenland zijn geplaatst. + +### Artikel 43f + +**1.** Buitengewoon verlof van korte duur, al dan niet met behoud van bezoldiging, kan bovendien worden verleend in de gevallen waarin daartoe aanleiding bestaat. + +**2.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gestelde nadere regels als bedoeld in artikel 33e, tweede lid, van het ARAR zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 44 + +**1.** Behoudens in dringende gevallen moet buitengewoon verlof van korte duur ten minste 24 uren tevoren schriftelijk of mondeling worden aangevraagd. + +**2.** Indien de ambtenaar, die niet vooraf een verzoek om buitengewoon verlof van korte duur heeft ingediend, aantoont dat hij daartoe geen gelegenheid heeft gehad, terwijl er voor zijn afwezigheid gegronde redenen bestonden, wordt deze afwezigheid beschouwd als buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging. + +**3.** + +Een gegronde reden als bedoeld in het tweede lid is slechts aanwezig: + +a. indien een omstandigheid als genoemd in de artikelen 43a tot en met 43f aanwezig is geweest, op grond waarvan aan de ambtenaar op zijn verzoek buitengewoon verlof wordt verleend, zulks met inachtneming van de daarbij vermelde voorwaarden en termijnen; +b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijkerwijze de dienst mocht verzuimen. + +### Artikel 45 + +**1.** De ambtenaar die zorg draagt voor een of meer personen als bedoeld in het vierde lid heeft aanspraak op zorgverlof bij calamiteiten met behoud van bezoldiging. + +**2.** Onder calamiteit wordt verstaan ziekte of een andere onverwachte gebeurtenis waardoor een noodsituatie ontstaat in de verzorging van een of meer van de in het vierde lid bedoelde personen. + +**3.** Het verlof is bedoeld als eerste opvang en voor het treffen van verdere voorzieningen en bedraagt maximaal een dag per calamiteit. + +**4.** De personen voor wier verzorging het verlof kan worden verleend zijn: de huwelijkspartner, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aangehuwd kinderen van de ambtenaar. + +**5.** De ambtenaar informeert het bevoegd gezag vooraf over het opnemen van het verlof onder vermelding van de reden. + +**6.** Geëist kan worden dat de ambtenaar achteraf aannemelijk maakt dat daadwerkelijk sprake was van een noodsituatie. Indien de ambtenaar dat niet aannemelijk maakt, kunnen de opgenomen uren in mindering worden gebracht op zijn vakantie-aanspraken. + +**7.** Voor de toepassing van dit artikel is het derde lid van artikel 43e van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 45a + +**1.** De vrouwelijke ambtenaar heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof. + +**2.** Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof behoudt de vrouwelijke ambtenaar haar aanspraak op bezoldiging overeenkomstig artikel 54. + +**3.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een zwangerschapsverlof vanaf de dag waarop de bevalling blijkens een verklaring van een arts of van een verloskundige aangevende de vermoedelijke datum van de bevalling, binnen zes weken is te verwachten. Het verlof vangt uiterlijk aan vier weken voorafgaand aan de vermoedelijke datum van de bevalling. + +**4.** De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op een bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen. + +### Artikel 45b + +**1.** De ambtenaar die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot een kind, heeft aanspraak op verlof. Indien de ambtenaar met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op verlof. + +**2.** De ambtenaar die blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als een kind en duurzaam de verzorging en de opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen, heeft aanspraak op verlof. Indien de ambtenaar met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen, bestaat er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op verlof. + +**3.** Geen aanspraak op verlof bestaat na de datum waarop het kind de leeftijd van acht jaren heeft bereikt. + +**4.** Het verlof wordt uitsluitend verleend aan de ambtenaar wiens dienstbetrekking ten minste een jaar heeft geduurd. Het verlof wordt behoudens bijzondere gevallen genoten gedurende een plaatsing in Nederland. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden het verlof gedurende plaatsing buiten Nederland kan worden genoten. + +**5.** Het aantal uren verlof waarop de ambtenaar per keer ten hoogste aanspraak heeft, bedraagt een kwart van het aantal door de ambtenaar te werken uren in het kalenderjaar waarin het verlof aanvangt uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. Indien de arbeidsduur van de ambtenaar gedurende het verlof wijzigt, wordt de aanspraak op het verlof opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de mate waarin de arbeidsduur is gewijzigd en de mate waarin de periode gedurende welke het verlof wordt genoten is verstreken. + +**6.** Het verlof wordt opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden en gelijkmatig over deze periode verdeeld. In afwijking van de eerste volzin kan de ambtenaar verzoeken om het verlof op een andere wijze aaneengesloten te genieten of het verlof op te delen in ten hoogste drie perioden, waarbij iedere periode ten minste een maand bedraagt. Met het verzoek wordt ingestemd, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. + +**7.** Over de uren waarop de ambtenaar verlof is verleend, behoudt hij 75% van zijn bezoldiging. + +**8.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling van bezoldiging als bedoeld in het zevende lid toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. + +**9.** Indien aan de in de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het achtste lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. + +**10.** De ambtenaar is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten verlofuren indien hem tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten feiten of omstandigheden. Ontslag op aanvraag gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als ontslag beschouwd. De ambtenaar kan worden ontheven van de in de eerste volzin bedoelde verplichting, indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen. + +**11.** + +De ambtenaar meldt het voornemen verlof te nemen ten minste twee maanden voor het door hem gewenste tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk, onder opgave van: + +a. de aaneengesloten periode van het verlof; +b. het aantal uren verlof per week; +c. de spreiding van de verlofuren over de week. + +De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging. + +**12.** Met een aanvraag van de ambtenaar het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, wordt ingestemd, tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. Aan de aanvraag behoeft niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te worden gegeven dan vier weken na de aanvraag. In het geval het verlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof. + +**13.** Na overleg met de ambtenaar kan de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen van dienstbelang worden gewijzigd tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof. + +### Artikel 45c + +**1.** De ambtenaar heeft in verband met de adoptie van een kind aanspraak op verlof met behoud van bezoldiging. + +**2.** + +a. De aanspraak op verlof in verband met adoptie bedraagt bij adoptie van een kind in Nederland ten hoogste drie aaneengesloten weken en bij adoptie van een kind in het buitenland ten hoogste vier aaneengesloten weken. De aanspraak bestaat gedurende een tijdvak van achttien weken vanaf de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen zoals die dag is aangeduid in een door de ambtenaar overgelegd document waaruit blijkt dat een kind ter adoptie is of zal worden opgenomen. + +b. Gedurende plaatsing bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland dient in onderdeel a, eerste volzin, voor «adoptie van een kind in het buitenland» te worden gelezen: adoptie van een kind in een ander land dan het land waarin de ambtenaar is geplaatst. Ingeval redenen van zwaarwegend dienstbelang daartoe noodzaken, kan besloten worden dat het adoptieverlof gedurende die plaatsing op andere wijze wordt genoten dan vermeld onder a. + +**3.** Indien als gevolg van een adoptieverzoek tegelijkertijd twee of meer kinderen feitelijk ter adoptie worden opgenomen, bestaat de aanspraak op verlof slechts ten aanzien van een van die kinderen. + +**4.** De ambtenaar meldt het verlof in verband met adoptie uiterlijk drie weken voor de dag van ingang van het verlof onder opgave van de omvang van het verlof. Bij de melding worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat een kind ter adoptie is of zal worden opgenomen. + +**5.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling van bezoldiging als bedoeld in het eerste lid toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. + +**6.** Indien aan gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het vijfde lid is voldaan, maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het vijfde lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. + +### Artikel 45d + +**1.** + +Tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet, wordt aan de ambtenaar verlof met behoud van bezoldiging verleend voor de noodzakelijke verzorging in verband met ziekte van: + +a. zijn huwelijkspartner; +b. een inwonend kind tot wie de ambtenaar als ouder in een familierechtelijke betrekking staat; +c. een inwonend kind van zijn huwelijkspartner; +d. een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als de ambtenaar en door hem duurzaam wordt verzorgd en opgevoed op basis van een pleegcontract als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de jeugdhulpverlening. + +**2.** Tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet wordt aan de ambtenaar verlof met behoud van bezoldiging verleend voor de noodzakelijke verzorging in verband met ernstige ziekte van: zijn huwelijkspartner, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen. + +**3.** Het verlof, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt in elk kalenderjaar ten hoogste tweemaal de arbeidsduur per week. + +**4.** De ambtenaar meldt vooraf dat hij het verlof, bedoeld in het eerste en tweede lid, opneemt onder opgave van de reden. Indien dit niet mogelijk is, meldt de ambtenaar het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk onder opgave van de reden. Bij die melding geeft de ambtenaar ook de omvang, de wijze van opneming en de vermoedelijke duur van het verlof aan. + +**5.** Achteraf kan van de ambtenaar worden verlangd dat hij aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft verricht in verband met de noodzakelijke verzorging als bedoeld in het eerste en tweede lid. + +**6.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de doorbetaling van bezoldiging als bedoeld in het eerste en tweede lid toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. + +**7.** Indien aan gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het zesde lid is voldaan, maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het zesde lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. + +### Artikel 46 + +**1.** Buitengewoon verlof van lange duur kan aan de ambtenaar op zijn aanvraag worden verleend, al dan niet met behoud van bezoldiging en al dan niet onder bepaalde voorwaarden. + +**2.** Het verlof, bedoeld in het eerste lid, gaat pas in nadat de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard dat hij de daaraan verbonden voorwaarden aanvaardt. + +**3.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend strekt in het persoonlijk belang van de ambtenaar, wordt dit verleend zonder behoud van bezoldiging en voor ten hoogste een jaar. + +**4.** Aan de ambtenaar die wordt uitgezonden om in de burgerlijke landsdienst van de Nederlandse Antillen of Aruba tijdelijk een betrekking te vervullen, wordt het verlof, bedoeld in het eerste lid, verleend op de voet van de bepalingen van het West-Indisch Detacheeringsbesluit 1930, met dien verstande dat dit verlof in afwijking van genoemd besluit ook kan worden verleend met behoud van bezoldiging. + +**5.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, verband houdt met een benoeming van de ambtenaar tot bezoldigd bestuurder van een vereniging van ambtenaren, van een centrale of van een internationale organisatie van zodanige verenigingen, wordt dit verleend zonder behoud van bezoldiging en voor ten hoogste twee jaren. Artikel 43c, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**6.** Indien de ambtenaar aan wie verlof is verleend als bedoeld in het eerste lid, met geheel of gedeeltelijk behoud van bezoldiging, gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. Indien de financiële tegemoetkoming hoger is dan hetgeen over de verlofuren wordt doorbetaald aan bezoldiging wordt de inhouding vastgesteld op het laatstbedoelde bedrag. + +**7.** Indien aan de in de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het zesde lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. + +**8.** Indien het verlof, bedoeld in het eerste lid, ten doel heeft de ambtenaar in de gelegenheid te stellen de huwelijkspartner, indien deze als ambtenaar buiten Nederland wordt geplaatst, te vergezellen, wordt dat verlof in beginsel verleend voor de duur van de plaatsing van de huwelijkspartner, zonder behoud van bezoldiging. + +### Artikel 46a + +**1.** De ambtenaar die na afloop van hem verleend buitengewoon verlof van lange duur en zonder dat dit is verlengd, zijn dienst niet tijdig hervat, wordt voor de toepassing van dit reglement geacht een aanvraag tot ontslag te hebben ingediend. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de ambtenaar binnen een redelijke termijn aannemelijk maakt dat hij geldige redenen had zijn dienst niet te hervatten, in welk geval het verlof geacht wordt te zijn verlengd tot het tijdstip, waarop bedoelde geldige redenen hebben opgehouden te bestaan. + +### Artikel 46b + +Voor zover op grond van deze paragraaf buitengewoon verlof met gehele of gedeeltelijke bezoldiging wordt verleend, wordt, indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 18 en 18a van het BBRA 1984, dit bezoldigingsdeel vastgesteld met overeenkomstige toepassing van de in artikel 57, tweede tot en met vierde lid, vermelde berekeningswijze. + +### Artikel 47 + +Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 34g van het ARAR gestelde regels ten aanzien van verlofsparen zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 48 + +**1.** Aan een ambtenaar die buiten Nederland in samenhang met diens functie onwettig wordt gegijzeld of anderszins buiten Nederland onwettig van de vrijheid wordt beroofd op een wijze die door Onze Minister met gijzeling gelijk wordt gesteld, wordt na afloop daarvan, onverminderd de mogelijkheid van bedrijfsgeneeskundige begeleiding ingevolge de bepalingen van hoofdstuk X, naar billijkheid recuperatieverlof verleend met behoud van bezoldiging. + +**2.** Indien het in het eerste lid genoemde recuperatieverlof wordt verleend, wordt aan de ambtenaar een recuperatie-uitkering toegekend. Deze uitkering verhoudt zich tot de jaarlijkse vakantie-uitkering als de duur van het recuperatieverlof zich verhoudt tot de duur van de jaarlijkse vakantie. + +**3.** Indien een gezinslid van een ambtenaar buiten Nederland onwettig wordt gegijzeld of anderszins buiten Nederland onwettig van de vrijheid wordt beroofd op een wijze die door Onze Minister met gijzeling wordt gelijkgesteld, en samenhang bestaat met de functie van de ambtenaar, wordt aan die ambtenaar na afloop daarvan, onverminderd de mogelijkheid van geneeskundige begeleiding van dat gezinslid ingevolge de bepalingen van hoofdstuk X, naar billijkheid recuperatieverlof verleend en een recuperatie-uitkering toegekend overeenkomstig het eerste en tweede lid. + +**4.** In bijzondere gevallen kunnen bij onwettige vrijheidsberovingen als bedoeld in het eerste en derde lid ook kosten van gezinshereniging en andere in samenhang met de onwettige vrijheidsberoving gemaakte kosten of schade worden vergoed voor zover deze redelijk zijn en als niet verzekerbaar kunnen worden beschouwd. Voor het vrijkopen van personen betaalde losprijzen worden nimmer vergoed. + +**5.** De in het eerste tot en met vierde lid genoemde voorzieningen gelden uitsluitend voor zover de ambtenaar aanspraken op vergoeding en verhaal aan het Rijk heeft gecedeerd. + +## Hoofdstuk X. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding, rechten en verplichtingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid; alsmede gezondheidskundige begeleiding van gezinsleden in verband met plaatsing in het buitenland + +### Paragraaf 1. Definities + +### Artikel 49 + +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: + +a. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO; +b. beroepsziekte: een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; +c. dienstongeval: een ongeval dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; +d. gangbare arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de WAO; +e. herplaatsen: het plaatsen in een andere functie op grond van artikel 28; +f. herplaatsingstoelage: een herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; +g. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Pensioenreglement van de Stichting ABP; +h. medisch advies: een advies van de Arbodienst dat ten aanzien van de ambtenaar is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 of artikel 50a van dit reglement; +i. gewezen ambtenaar: een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden; +j. passende arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 30 van de ZW; +k. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; +l. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; +m. Osv 1997: de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; +n. WW-uitkering: een uitkering op grond van de Werkloosheidswet; +o. bovenwettelijke WW-uitkering: een uitkering als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk; +p. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; +q. WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO; +r. ZW: de Ziektewet; +s. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de ZW; +t. zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de ZW. + +### Paragraaf 2. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en het medisch advies + +### Artikel 50 + +**1.** Onze Minister verricht zijn taak met betrekking tot de begeleiding van verzuim en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding op grond van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, dan wel zoveel mogelijk overeenkomstig die wet indien het de bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland geplaatste ambtenaar betreft, alsmede op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk. + +**2.** Ter voorbereiding op plaatsing buiten Nederland, gedurende plaatsing buiten Nederland en in verband met terugplaatsing naar Nederland omvat de arbeidsgezondheidskundige begeleiding tevens de gezondheidskundige begeleiding van de gezinsleden van de ambtenaar. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van verzuim, de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures. + +**4.** De ambtenaar is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit zo spoedig mogelijk, maar in elk geval niet later dan op de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden. + +**5.** Onze Minister kan ten aanzien van de ambtenaar die korter dan een jaar volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten, bepalen dat hij zijn arbeid slechts mag hervatten nadat Onze Minister hiervoor toestemming heeft verleend. + +**6.** De ambtenaar die wegens ziekte gedurende een jaar of langer volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten mag zijn arbeid slechts hervatten, nadat Onze Minister hiervoor toestemming heeft verleend. + +**7.** De in het vijfde en zesde lid bedoelde toestemming wordt eerst verleend nadat er een medisch advies is van de Arbodienst. + +### Artikel 50a + +**1.** + +De ambtenaar kan worden verplicht om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan: + +a. voor zover dit noodzakelijk is om te beoordelen of de ambtenaar van 55 jaar en ouder in staat is nachtarbeid te verrichten; +b. indien Onze Minister gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de ambtenaar; +c. indien de ambtenaar niet meer volledig geschikt is gebleken voor het verrichten van zijn arbeid; +d. ter beantwoording van de vraag of de ambtenaar tijdens het tijdvak waarin hij wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, in het belang van zijn genezing arbeid mag verrichten en om vast te stellen welke arbeid wenselijk wordt geacht; +e. indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge de Infectieziektenwet een nominatieve aangifteplicht geldt; +f. om te beoordelen of de ambtenaar die een functie vervult als bedoeld in artikel 102 lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven waarnemen, nadat hij de voor zijn functie vastgestelde leeftijdsgrens heeft bereikt; +g. om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 104, derde lid, aanhef en onderdelen a en b; +h. om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten zijn arbeid mag hervatten; +i. voor zover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting; +j. indien de ambtenaar in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat of is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundig onderzoek is vereist als bedoeld in artikel 23, vierde lid, onderdeel b. + +**2.** Onze Minister stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld indien hem andere passende werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij geacht wegens ziekte ongeschikt te zijn tot het verrichten van zijn arbeid, in welk geval de overige bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn. + +### Artikel 50b + +**1.** Het medisch advies dat door de Arbodienst wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 of artikel 50a, wordt zo spoedig mogelijk door de Arbodienst aan de ambtenaar en Onze Minister medegedeeld. + +**2.** De kosten, verbonden aan het onderzoek, bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, Osv 1997 komen voor rekening van Onze Minister. Eventuele reis- en verblijfkosten van de ambtenaar worden hem vergoed overeenkomstig de in artikel 76 bedoelde regels. + +### Artikel 50c + +**1.** De ambtenaar die in contact staat, of kort geleden gestaan heeft, met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de Infectieziektenwet bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, mag zijn dienst slechts verrichten en heeft slechts toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen indien hem daartoe toestemming is verleend. Deze toestemming wordt slechts verleend na positief medisch advies van de Arbodienst. + +**2.** De ambtenaar die verkeert in de in het vorige lid omschreven situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de Arbodienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de Arbodienst gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek. + +**3.** Gedurende de periode dat de ambtenaar ingevolge het bepaalde in dit artikel zijn dienst niet verricht, geniet hij zijn volle bezoldiging. + +### Artikel 51 + +**1.** Bij plaatsing buiten Nederland geschiedt het door de ambtenaar raadplegen van de Arbodienst in het kader van het arbeidsgezondheidskundig spreekuur schriftelijk, in dringende gevallen met gebruikmaking van de telecommunicatiemiddelen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, voor rekening van het Rijk. + +**2.** De ambtenaar wordt in elk geval in verband met zijn plaatsing buiten Nederland, in overleg met of op aanwijzing van de Arbodienst onderworpen aan een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, onderdeel j. Een buiten Nederland geplaatste ambtenaar ondergaat dit onderzoek zo mogelijk tijdens verblijf hier te lande. + +**3.** Onverminderd het bepaalde in artikel 50a, tweede lid, vindt buitendienststelling plaats door Onze Minister. Daarbij vindt een belangenafweging plaats teneinde na te gaan of het verblijf van de ambtenaar in het land van plaatsing kan worden voortgezet. + +**4.** De Arbodienst kan de ambtenaren individueel of gezamenlijk aanwijzingen geven tot behoud, herstel of bevordering van hun arbeidsgeschiktheid en de geschiktheid tot verblijf buiten Nederland van hun gezinsleden. De ambtenaren zijn gehouden die aanwijzingen op te volgen. + +### Artikel 52 + +**1.** Bij plaatsingen buiten Nederland worden de gezinsleden van de ambtenaar, overeenkomstig artikel 51, eerste lid, in de gelegenheid gesteld de Arbodienst te raadplegen. + +**2.** Gezinsleden van de ambtenaar worden, zo mogelijk tijdens verblijf hier te lande, in de gelegenheid gesteld het onderzoek, bedoeld in artikel 51, tweede lid, te ondergaan. + +**3.** Indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de gezinsleden van de ambtenaar, worden deze in de gelegenheid gesteld een gezondheidskundig onderzoek te ondergaan. + +**4.** + +De ambtenaar is verplicht zich in te spannen dat diens gezinsleden hun medewerking verlenen aan: + +a. onderzoeken als bedoeld in het derde lid, alsmede in artikel 51, tweede lid; +b. gezondheidskundige onderzoeken welke worden ingesteld ter beantwoording van de vragen: + +1°. in welke mate en tot welk tijdstip sprake is van verhindering wegens ziekte om in een bepaald gebied, een bepaald land of bepaalde landen te verblijven; +2°. of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van hun gezondheid. + +**5.** De ambtenaar is verplicht zich in te spannen dat zijn gezinsleden de in artikel 51, vierde lid, bedoelde aanwijzingen opvolgen, met uitzondering van aanwijzingen tot het ondergaan van een ingreep van heelkundige aard. + +**6.** Artikel 36, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 53 + +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de mate waarin kosten die verband houden met de arbeidsgezondheidskundige begeleiding van ambtenaren en de gezondheidskundige begeleiding van hun gezinsleden, bedoeld in de artikelen 50, tweede lid, 51 en 52, ten laste van het Rijk komen. + +### Paragraaf 3. Aanspraken tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid + +### Artikel 54 + +**1.** De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van zijn bezoldiging. + +**2.** De ambtenaar die na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, op grond van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft op een WAO-uitkering, heeft aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. + +**3.** + +De bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt: + +a. gedurende een tijdvak van ten hoogste 26 weken het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering, en +b. daarna het verschil tussen 80% van zijn bezoldiging en de WAO-uitkering. + +**4.** + +De ambtenaar geniet ook na afloop van het tijdvak van 26 weken de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen zijn bezoldiging en de WAO-uitkering: + +a. voor zo lang hij zijn arbeid voor ten minste 45% verricht; +b. indien hij in het belang van zijn genezing door de Arbodienst wenselijk geachte andere arbeid verricht voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur; dan wel +c. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte. + +**5.** + +De ambtenaar die op grond van artikel 28, eerste lid, is herplaatst voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 104, derde lid, onderdeel a, is verstreken, heeft tot het eind van genoemde termijn aanspraak op een aanvullende uitkering, indien zijn bezoldiging als gevolg van zijn herplaatsing vermindering ondergaat, ter grootte van het verschil tussen: + +a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van dit artikel recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen, maar in plaats daarvan voor dezelfde arbeidsduur zijn eigen functie, en +b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit zijn arbeidsongeschiktheid voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, een invaliditeitspensioen of een herplaatsingstoelage. + +**6.** + +De ambtenaar die is herplaatst op grond van artikel 28, eerste lid, heeft tevens aanspraak op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar is verstreken, indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, ter grootte van het verschil tussen: + +a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en +b. zijn bezoldiging na herplaatsing, in voorkomend geval vermeerderd met een uit de oorspronkelijke functie voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage. + +**7.** + +Het percentage, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: + +80% of meer: 90,02%; + +65 tot 80%: 65,26%; + +l55 tot 65%: 54,01%; + +45 tot 55%: 45,01%; + +35 tot 45%: 36,01%; + +25 tot 35%: 27,01%; + +15 tot 25%: 18,00%. + +**8.** Gedurende een plaatsing buiten Nederland kan Onze Minister een ambtenaar, indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte naar verwachting langer dan drie maanden zal voortduren, opdracht geven tot terugkeer met zijn gezinsleden naar Nederland. + +### Artikel 54a + +**1.** + +De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, na zijn ontslag anders dan op grond van artikel 104, eerste lid, aanhef en onderdeel e, nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft: + +a. zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, maar niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 52 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, en +b. indien hij na het tijdvak van 52 weken op grond van zijn arbeidsongeschiktheid aanspraak heeft op een WAO-uitkering, zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte maar niet langer dan een tijdvak van 26 weken, aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen: + +1°. zijn laatstelijk genoten bezoldiging, en +2°. de WAO-uitkering. + +**2.** De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag wegens ziekte ongeschikt wordt een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang hij ongeschikt is tot werken wegens ziekte, maar niet langer dan 52 weken, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest. + +**3.** De gewezen ambtenaar die aanspraak heeft op een WAO-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft aanspraak op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte. + +**4.** + +De in het derde lid bedoelde aanvullende uitkering is gelijk aan het verschil tussen: + +a. een percentage van de laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag, en +b. de aan de ambtenaar toegekende WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een hem toegekend invaliditeitspensioen en een hem toegekende herplaatsingstoelage. + +**5.** + +Het percentage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: + +80% of meer: 90,02%; + +65 tot 80%: 65,26%; + +55 tot 65%: 54,01%; + +45 tot 55%: 45,01%; + +35 tot 45%: 36,01%; + +25 tot 35%: 27,01%; + +15 tot 25%: 18,00%. + +**6.** De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 97, heeft slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering voor zover deze tezamen met de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, de laatstgenoten bezoldiging niet overschrijdt. + +### Artikel 54b + +**1.** De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging, een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering of een aanvullende uitkering als bedoeld in de artikelen 54 en 54a, indien zij geen deelnemer zijn in de zin van het Pensioenreglement. + +**2.** + +De ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het Pensioenreglement, heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte tijdens de duur van zijn dienstverband recht op: + +a. doorbetaling van zijn bezoldiging gedurende de eerste 52 weken; +b. gedurende de daaropvolgende 26 weken een aanvulling tot zijn volle bezoldiging op een eventueel toegekende WAO-uitkering, en +c. daarna een aanvulling tot 80% van zijn volle bezoldiging op een hem eventueel toegekende WAO-uitkering. + +**3.** Indien de ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het Pensioenreglement, geen ZW-uitkering of WAO-uitkering kan worden toegekend tengevolge van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar, wordt bedoelde uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten. + +**4.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar die geen deelnemer is in de zin van het Pensioenreglement, de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten. + +### Artikel 54c + +**1.** + +De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging of een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering: + +a. indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen; +b. indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt, of +c. indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 23, vierde lid, onderdeel b, en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. + +**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon of bezoldiging, dan wel op een ZW-uitkering. + +### Artikel 54d + +**1.** + +Het tijdvak gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van hun bezoldiging vangt aan op de eerste dag waarop: + +a. wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is gewerkt; +b. het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is gestaakt; +c. wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet zou zijn gewerkt, of +d. het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk zou zijn gestaakt. + +**2.** Het tijdvak gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van hun bezoldiging eindigt na 52 weken. Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 52 weken worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld, indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. + +**3.** + +Het tijdvak van 26 weken gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, vangt aan op de dag nadat het tijdvak van 52 weken is geëindigd. Het tijdvak van 26 weken eindigt na 26 weken, vermeerderd met de tijdvakken waarin de ambtenaar gerekend vanaf de eerste ziektedag: + +a. zijn arbeid voor ten minste 45% heeft verricht; +b. in het belang van zijn genezing door de Arbodienst wenselijk geachte andere arbeid heeft verricht, voor ten minste 45% van de voor hem geldende arbeidsduur. + +**4.** Bij buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging vangt het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, aan op de dag volgende op die waarop het buitengewoon verlof is beëindigd. + +**5.** + +Indien Onze Minister de aangifte bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de ZW doet na de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd, wordt: + +a. het tijdvak gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de doorbetaling van hun bezoldiging vermeerderd met een tijdvak ter grootte van het tijdvak tussen de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd en de dag waarop Onze Minister de aangifte heeft gedaan, en +b. het tijdvak van 26 weken gedurende welke de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak hebben op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering ter grootte van het verschil tussen hun bezoldiging en de WAO-uitkering, verminderd met het tijdvak ter grootte van het tijdvak tussen de eerste dag nadat de ongeschiktheid tot werken dertien weken heeft geduurd en de dag waarop Onze Minister de aangifte heeft gedaan. + +### Artikel 54e + +**1.** + +De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 54, eerste tot en met vierde lid, eindigen na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: + +a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 28 is herplaatst; +b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; +c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, of +d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. + +**2.** + +De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 54, vijfde en zesde lid, eindigen na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: + +a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelen genoemde voorwaarden; +b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend, waaronder het ontslag op grond van artikel 104, eerste lid, aanhef en onderdeel f; +c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt, of +d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden. + +**3.** + +De doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 54a, eerste en tweede lid, eindigen na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: + +a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar is herplaatst overeenkomstig artikel 28; +b. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt, of +c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. + +**4.** + +De aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 54a, derde en vierde lid, eindigt: + +a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelen genoemde voorwaarden; +b. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, of +c. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden. + +**5.** + +De aanvulling tot zijn bezoldiging, bedoeld in artikel 54b, tweede lid, eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: + +a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in bedoelde artikelen genoemde voorwaarden; +b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar op grond van artikel 28 wordt herplaatst; +c. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend; +d. met ingang van de dag waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, of +e. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar is overleden. + +### Paragraaf 4. Verplichtingen en sancties + +### Artikel 54f + +**1.** + +De aanspraken van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op grond van dit hoofdstuk gedurende de eerste 52 weken van ongeschiktheid tot werken, vervallen indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar: + +a. niet binnen redelijke termijn gezondheidskundige hulp inroept; +b. zich niet gedurende het gehele verloop van de ziekte onder gezondheidskundige behandeling blijft stellen; +c. de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt; +d. zich schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd; +e. verzuimt de Arbodienst op eerste aanvraag mee te delen om welke reden hij ongeschikt is tot werken; +f. zonder deugdelijke grond nalaat gevolg te geven aan een verzoek van de Arbodienst om te verschijnen; +g. er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een door de Arbodienst aangewezen arts niet kan plaatshebben; +h. niet binnen twee dagen na de aanvang van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte dit heeft gemeld bij het bevoegd gezag; +i. weigert aangeboden passende arbeid, waartoe de Arbodienst hem in staat acht, te verkrijgen of te aanvaarden; +j. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verzuimbegeleiding en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedure; +k. zijn ongeschiktheid tot werken opzettelijk heeft veroorzaakt; +l. weigert inzage te geven in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van wetten; +m. tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de Arbodienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht; +n. vóór de betaling van de bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid die hij heeft in verband met het verrichten van door de Arbodienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden; +o. niet onverwijld op verzoek of uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden meedeelt, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht of op de hoogte van een aan hem toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering; +p. zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de Arbodienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de Arbodienst als geldig erkende reden heeft opgegeven; dan wel +q. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk. + +**2.** De aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard in het geval de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de regels heeft overtreden die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld. + +**3.** De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraken herleven met ingang van het tijdstip waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de desbetreffende verplichting op grond van dat lid. + +**4.** Onze Minister kan op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat de aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering niet vervalt maar geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar zal worden uitbetaald. + +**5.** Voor zover Onze Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging of de niet uitbetaalde bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering alsnog aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitbetaald, indien het in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Osv 1997 bedoelde oordeel ten gunste van de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitvalt. + +### Artikel 54g + +**1.** + +De aanspraken van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op grond van dit hoofdstuk na de eerste 52 weken van ongeschiktheid tot werken, vervallen indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar: + +a. zijn medewerking weigert bij de doelmatige uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk; +b. weigert aangeboden gangbare arbeid, waartoe de Arbodienst hem in staat acht, te verkrijgen of te aanvaarden; +c. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verzuimbegeleiding en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedure; dan wel +d. geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van artikel 25 of 28, onder a of b, van de WAO. + +**2.** De ingevolge het eerste lid vervallen aanspraken herleven met ingang van het tijdstip waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de desbetreffende verplichting op grond van dat lid. + +**3.** Na het tijdvak van 52 weken, bedoeld in de artikelen 54, 54a en 54b, is op de aanspraak die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, het verplichtingen- en sanctieregime van de WAO van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Indien ten aanzien van de WAO-uitkering die de ambtenaar geniet een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door Onze Minister zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de ambtenaar aanspraak heeft. + +**5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar, de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, steeds geacht onverminderd te zijn genoten. + +### Paragraaf 5. Bijzondere situaties + +### Artikel 54h + +**1.** Bij samenloop van een aanspraak krachtens dit hoofdstuk of artikel 45a, tweede lid, met een ZW-uitkering, een WW-uitkering of een bovenwettelijke WW-uitkering, wordt deze aanspraak verminderd met het bedrag van deze uitkeringen, tenzij het een tegemoetkoming op grond van artikel 56 of 56a betreft. + +**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de ZW-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten. + +**3.** Indien ten aanzien van de ZW-uitkering, die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, wordt door Onze Minister zoveel mogelijk dezelfde verplichting opgelegd dan wel een overeenkomende sanctie toegepast op de aanspraken op grond van dit hoofdstuk en artikel 45a, tweede lid, waarop de ZW-uitkering in mindering is gebracht. + +**4.** Indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar tevens een ZW-uitkering of een WAO-uitkering ontvangt uit een dienstbetrekking buiten het gezagsbereik van Onze Minister, wordt voor de vermeerdering of vermindering van de aanspraken op grond van dit hoofdstuk of artikel 45a, tweede lid, slechts rekening gehouden met de ZW-uitkering of de WAO-uitkering, die voortvloeit uit de dienstbetrekking bij Onze Minister. + +**5.** De inkomsten die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de Arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging of de WAO-uitkering, vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, de bezoldiging te boven gaan. + +**6.** + +Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf worden op het bedrag, waarop de gewezen ambtenaar ingevolge dit hoofdstuk recht heeft, in mindering gebracht, tenzij: + +a. de gewezen ambtenaar deze inkomsten reeds vóór het intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte genoot, en +b. de omvang van die arbeid niet is toegenomen. + +### Artikel 55 + +**1.** + +De gewezen ambtenaar, wier bevalling waarschijnlijk is binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de periode die: + +a. aanvangt op de 41e dag voorafgaande aan de vermoedelijke datum van bevalling, en +b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. + +**2.** De periode, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd tot 16 weken, indien die periode door een voortijdige bevalling minder dan 16 weken heeft bedragen. + +**3.** + +De gewezen ambtenaar wier bevalling niet wordt verwacht binnen vier maanden na het tijdstip van ingang van haar ontslag, maar die niettemin binnen die termijn bevalt, ontvangt haar laatstelijk genoten bezoldiging gedurende de periode die: + +a. aanvangt op de datum van bevalling, en +b. eindigt op de 70e dag na de datum waarop de bevalling heeft plaatsgevonden. + +**4.** Voor zolang de gewezen ambtenaar na beëindiging van de haar ingevolge het eerste of het derde lid toekomende uitkering nog wegens ziekte ongeschikt is tot werken, dan wel binnen een maand na deze beëindiging ongeschikt wordt tot werken, heeft zij gedurende een tijdvak van 52 weken recht op de doorbetaling van de bezoldiging overeenkomstig artikel 54a. De termijn van 52 weken wordt geacht aan te vangen op de eerste dag na de bevalling. + +**5.** Ongeschikt tot werken, geheel of gedeeltelijk, in de zin van het vierde lid is de vrouwelijke gewezen ambtenaar die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om een naar aard en omvang soortgelijke betrekking als zij vervulde, te vervullen. + +### Artikel 56 + +**1.** + +In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden toegekend in noodzakelijk gemaakte kosten die verband houden met ziekte, welke de ambtenaar voor zichzelf en voor zijn medebelanghebbenden heeft gemaakt: + +a. indien hierin niet ingevolge een andere regeling kan worden voorzien, en +b. deze kosten redelijkerwijs niet voor zijn rekening kunnen blijven. + +**2.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 47, tweede lid, van het ARAR gestelde nadere regels zijn van overeenkomstige toepassing. + +**3.** Bij ministeriële regeling kan van de in het tweede lid bedoelde regels worden afgeweken met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde kosten welke voortvloeien uit een plaatsing buiten Nederland. + +### Artikel 56a + +**1.** Indien de ziekte, uit hoofde waarvan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, voortvloeit uit een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, worden hem vergoed de naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging die voor rekening van de ambtenaar blijven. + +**2.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 48, tweede lid, van het ARAR gestelde nadere regels zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Paragraaf 6. Overige bepalingen + +### Artikel 57 + +**1.** Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de artikelen 54, 54a en 54b, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salariswijziging. + +**2.** + +Indien de ambtenaar in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 17, 18 of 18a van het BBRA 1984, worden die toelagen voor de vaststelling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, vastgesteld op het bedrag dat hem ingevolge de voor hem geldende werktijdregeling zou zijn toegekend indien hij niet ongeschikt was geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Indien de vaststelling van het bedrag op deze wijze niet mogelijk is, wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de ambtenaar per maand aan die toelagen heeft genoten over de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan: + +a. de kalendermaand waarin de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, of +b. de kalendermaand waarin de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen. + +**3.** + +Indien ook voor het overige de bezoldiging niet in een vast bedrag per maand kan worden uitgedrukt, wordt gerekend met het bedrag dat gemiddeld per maand is toegekend in de drie kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin: + +a. de ambtenaar ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; +b. de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen. + +**4.** Voor zover de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geen drie kalendermaanden in dienst is geweest, wordt voor de toepassing van het tweede en derde lid gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld aan bezoldiging per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij in dienst is geweest vóór het ontstaan van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid respectievelijk tot het vervullen van een naar aard en omvang soortgelijke functie. + +### Artikel 57a + +**1.** De aanspraak van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt zoveel mogelijk op gelijke wijze gewijzigd als een aan hem toegekende WAO-uitkering. + +**2.** Het eerste lid vindt geen toepassing indien de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak op een WAO-uitkering hebben wegens de ongeschiktheid tot werken voor een betrekking die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar heeft vervuld naast zijn betrekking ter zake waarvan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar op een uitkering krachtens dit hoofdstuk aanspraak heeft, voor zover de WAO-uitkering naar de inkomsten uit die andere betrekking wordt berekend of geacht kan worden te zijn berekend. + +### Artikel 57b + +**1.** De ambtenaar die aanspraak heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, heeft aanspraak op een vakantie-uitkering ter grootte van 8% van de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. + +**2.** De artikelen 21 en 22 van het BBRA 1984 zijn van overeenkomstige toepassing. + +## Hoofdstuk XI. Rechten en verplichtingen bij reorganisaties. procedure bij reorganisaties ### Artikel 58 -**1.** Onze Minister treft regelen met betrekking tot de mate waarin kosten die verband houden met de begeleiding van verzuim en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding van overplaatsbare ambtenaren van de DBZ en de gezondheidskundige begeleiding van hun gezinsleden ten laste van het Rijk komen. +**1.** Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 49a, eerste lid, van het ARAR gestelde regels omtrent de te volgen procedure bij reorganisaties en het herplaatsen van ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing. -**2.** Komen reis- en verblijfkosten op de voet van deze regelen ten laste van het Rijk, dan worden hier te lande gemaakte reis- en verblijfkosten vergoed volgens de bepalingen van het Reisbesluit binnenland. Eventuele buitenslands gemaakte reis- en verblijfkosten worden, uitsluitend na voorafgaande goedkeuring door Onze Minister, vergoed tot het goedgekeurde bedrag. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere en zonodig van de in het eerste lid bedoelde regels en van dit hoofdstuk afwijkende procedures en regels worden gesteld omtrent reorganisaties, het aanwijzen van herplaatsingskandidaten en het herplaatsen van ambtenaren. -### Paragraaf 2. Aanspraken tijdens ziekte en arbeidsongeschiktheid en aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging, een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering of een aanvullende uitkering +### Artikel 58a + +**1.** Bij een reorganisatie zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing. + +**2.** Onder reorganisatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: iedere wijziging van de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van het Ministerie van Buitenlandse Zaken of een onderdeel daarvan, waaraan personele consequenties zijn verbonden. + +**3.** De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van de ambtenaar naar een private onderneming of zelfstandig bestuursorgaan in verband met de privatisering of verzelfstandiging van een dienstonderdeel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, tenzij bij algemeen verbindend voorschrift anders is bepaald. + +### Artikel 58b + +**1.** De centrales van verenigingen van ambtenaren worden tijdig geïnformeerd over een voorgenomen besluit tot een reorganisatie. + +**2.** De ondernemingsraad en de betrokken medezeggenschapsorganen bij de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland worden tijdig geïnformeerd over een voorgenomen besluit tot een reorganisatie. + +### Artikel 58c + +De ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd en de ambtenaar die is aangesteld in vaste dienst, wier functie in verband met een reorganisatie is opgeheven, worden aangewezen als te herplaatsen ambtenaar, hierna te noemen: herplaatsingskandidaat. + +### Artikel 58d + +**1.** Van overtolligheid is sprake indien binnen het te reorganiseren onderdeel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken meer ambtenaren een vergelijkbare of uitwisselbare functie vervullen en het totale aantal van die functies zodanig wordt verminderd dat onvoldoende van die functies voor de betrokken ambtenaren resteren. + +**2.** De ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd en de ambtenaar die is aangesteld in vaste dienst, die in verband met een reorganisatie overtollig zijn, worden aangewezen als herplaatsingskandidaat, waarbij de ambtenaar die het geringste aantal jaren in overheidsdienst heeft doorgebracht het eerst als herplaatsingskandidaat wordt aangewezen. + +**3.** Voor de berekening van het aantal in overheidsdienst doorgebrachte jaren wordt mede in aanmerking genomen tijd gewijd aan de verzorging van tot het huishouden van de ambtenaar behorende 0–4 jarige eigen, stief- of pleegkinderen, tot een maximum van in totaal zes jaren. + +**4.** Onze Minister kan van de volgorde in het tweede lid afwijken indien zulks naar zijn oordeel noodzakelijk is. + +### Artikel 58e + +De ambtenaar wordt omtrent zijn aanwijzing als herplaatsingskandidaat zo spoedig mogelijk geïnformeerd. + +### Artikel 58f + +**1.** Onverminderd het gestelde in artikel 99, eerste lid, wordt aan de ambtenaar binnen een periode van 18 maanden, te rekenen vanaf het moment dat de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat, ten minste één passende functie aangeboden. + +**2.** + +De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan worden verkort indien: + +a. de herplaatsingskandidaat heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van dit hoofdstuk opgelegde verplichting, of +b. reeds eerder in overleg met de ambtenaar kan worden vastgesteld dat er geen mogelijkheden zijn om hem binnen de termijn te herplaatsen. + +**3.** Onze Minister kan de termijn verlengen of opschorten, indien de omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven. + +**4.** De ambtenaar wordt gelijktijdig met zijn aanwijzing als herplaatsingskandidaat geïnformeerd over de aanvang en het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid. + +**5.** De herplaatsingskandidaat wordt geïnformeerd over het verkorten, verlengen of opschorten van de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid. + +### Artikel 58g + +**1.** Van een passende functie als bedoeld in artikel 58f is sprake indien de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister beschikt over de kennis en kunde die noodzakelijk worden geacht om de functie naar behoren te kunnen uitoefenen dan wel indien de herplaatsingskandidaat naar het oordeel van Onze Minister binnen redelijke termijn om-, her- of bijgeschoold kan worden, en deze functie hem in verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten, redelijkerwijs kan worden opgedragen. + +**2.** Bij het eerste lid geldt de beperking dat uitsluitend sprake kan zijn van een passende functie indien de voor de functie geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die geldt voor de herplaatsingskandidaat. + +**3.** De herplaatsingskandidaat kan worden geplaatst in een functie waarvan de geldende salarisschaal meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die geldt voor de herplaatsingskandidaat indien er bijzondere omstandigheden zijn die zulks rechtvaardigen en indien de herplaatsingskandidaat daarmee instemt. + +**4.** Bij een herplaatsing met toepassing van het derde lid zijn de artikelen 58j, 58l en 58m van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 58h + +Onze Minister kan de naar zijn oordeel meest geschikte herplaatsingskandidaat, voor wie de functie als passend wordt aangemerkt, herplaatsen in die functie. + +### Artikel 58i + +**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 58f, eerste lid, is de herplaatsingskandidaat verplicht al het mogelijke te doen om een passende functie te vinden. + +**2.** De herplaatsingskandidaat is verplicht een passende functie te aanvaarden. + +### Artikel 58j + +De herplaatsingskandidaat die slechts in een voor hem passende functie kan worden herplaatst na om-, her- of bijscholing kan hiertoe worden verplicht, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. Artikel 67, tweede lid, eerste volzin, derde, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 58k + +**1.** De herplaatsingskandidaat die heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van dit hoofdstuk opgelegde verplichting, kan in verband daarmee ontslag worden verleend. + +**2.** Bij een ontslagverlening op grond van het eerste lid wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. + +### Artikel 58l + +**1.** De in Nederland geplaatste ambtenaar voor wie in verband met zijn herplaatsing of plaatsing in een passende functie de afstand tussen de woning en het werk toeneemt zonder dat hij behoeft te verhuizen, wordt voor een termijn van ten hoogste zes jaar een extra tegemoetkoming in de reiskosten toegekend. + +**2.** De extra tegemoetkoming bedraagt de eerste drie jaar het verschil tussen de ingaande de eerste dag van zijn herplaatsing aan de herplaatsingskandidaat toegekende tegemoetkoming op grond van artikel 12, tweede lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en de tegemoetkoming die aan de herplaatsingskandidaat zou zijn toegekend op grond van artikel 12, derde lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en bedraagt in het vierde, vijfde en zesde jaar respectievelijk 75, 50 en 25% daarvan. + +**3.** Onder door Onze Minister te stellen voorwaarden kan het recht op de extra tegemoetkoming in de reiskosten op aanvraag van de herplaatsingskandidaat worden afgekocht. + +### Artikel 58m + +**1.** De ambtenaar die in verband met zijn herplaatsing of plaatsing in een passende functie in opdracht van Onze Minister is verhuisd, wordt eenmalig een bedrag toegekend van  € 10 890,73 bruto ter tegemoetkoming in de daarmee verband houdende kosten. + +**2.** In de gevallen waarin de ambtenaar en zijn huwelijkspartner beiden in aanmerking komen voor het bedrag, bedoeld in het eerste lid, ontvangt elk de helft daarvan. + +**3.** + +Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegekend: + +a. indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaren nadat de opdracht om te verhuizen is gegeven, of +b. indien de ambtenaar aanspraak maakt op een vergoeding of tegemoetkoming op grond van het in of krachtens artikel 36 gestelde. + +### Artikel 58n + +Onze Minister kan de herplaatsingskandidaat een premie in het vooruitzicht stellen ter grootte van maximaal drie maandsalarissen indien aan hem binnen 18 maanden nadat hij is aangewezen als herplaatsingskandidaat op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend. + +### Artikel 58o + +**1.** De herplaatsingskandidaat aan wie eervol ontslag op zijn aanvraag is verleend wegens de aanvaarding van een functie kan, onverminderd het bepaalde in artikel 58n, een salarissuppletie worden toegekend indien het in de nieuwe functie genoten salaris lager is dan het salaris in de oorspronkelijke functie. + +**2.** De suppletie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend gedurende maximaal vijf jaar en is ten hoogste gelijk aan het verschil tussen het in de oorspronkelijke functie genoten salaris en het salaris in de nieuwe functie. + +**3.** Onder door Onze Minister te stellen voorwaarden kan het recht op suppletie op aanvraag van de herplaatsingskandidaat worden afgekocht. + +### Artikel 58p + +De artikelen 58i, tweede lid, 58j, 58l, 58m, 58n en 58o kunnen worden toegepast op de ambtenaar wiens functie binnen afzienbare tijd wordt opgeheven of die als overtollig zal worden aangemerkt. + +## Hoofdstuk XII. Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar ### Artikel 59 -Op de overplaatsbare ambtenaren van de DBZ zijn de artikelen 37 tot en met 49 van het ARAR van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: +**1.** De ambtenaar is gehouden de plichten uit zijn functie voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen, zoals een goed ambtenaar betaamt. -a) gedurende hun plaatsing in het buitenland de bij ministeriële regeling ter zake van kosten van gezondheidskundige behandeling en verzorging gestelde regelen in de plaats treden van het bepaalde in de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel; -b) gedurende hun plaatsing in het buitenland door Onze Minister kan worden bepaald dat zij, indien de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte, bedoeld in artikel 37 van het ARAR, langer duurt dan drie maanden, opdracht krijgen tot terugkeer met hun gezinsleden naar Nederland, waarna zij, uitsluitend met betrekking tot voor hen geldende financiële regelingen, worden gelijkgesteld met degenen die bij het departement zijn geplaatst; -c) voor de toepassing van artikel 37 van het ARAR voor «artikel 98, derde lid, onderdeel a» moet worden gelezen: artikel 101, derde lid, onderdeel a, van dit reglement; -d) voor de toepassing van de artikelen 38 en 42 van het ARAR voor «artikel 98, eerste lid, aanhef, onderdeel f» steeds moet worden gelezen: artikel 101, eerste lid, aanhef, onderdeel e, van dit reglement; -e) voor de toepassing van artikel 40 van het ARAR voor «artikel 9, vierde lid, onderdeel b» moet worden gelezen: artikel 25 van dit reglement. +**2.** De ambtenaar is zich er bij voortduring van bewust deel uit te maken van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, zolang hij daarbij is geplaatst. ### Artikel 60 -Vervallen +**1.** De ambtenaar is verplicht een eed of een belofte af te leggen. -### Artikel 61 +**2.** -Vervallen +De ambtenaar legt zo spoedig mogelijk na diens indiensttreding in handen van Onze Minister of van een door deze aangewezen ambtenaar de navolgende eed of belofte af: -### Artikel 61a - -Vervallen - -## Hoofdstuk XIV. Overige rechten en verplichtingen van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ - -### Artikel 62 - -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is gehouden de plichten uit diens ambt voortvloeiende nauwgezet en ijverig te vervullen en zich te gedragen zoals een goed overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ betaamt. - -**2.** Bij plaatsing in het buitenland dient de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ er zich bij voortduring van bewust te zijn deel uit te maken van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. - -### Artikel 63 - -**1.** - -De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ legt zo spoedig mogelijk na diens aanstelling in handen van Onze Minister of van een door deze aangewezen ambtenaar van de DBZ de navolgende eed of belofte af: - -"Ik zweer/beloof trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de overige wetten van het Rijk. Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven. +«Ik zweer/beloof trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de overige wetten van het Rijk. Ik zweer/verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven. Ik zweer/beloof dat ik om iets te doen of te laten in mijn functie van niemand enige belofte of geschenk aannemen zal. -Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als overplaatsbaar ambtenaar van de Dienst Buitenlandse Zaken steeds zal verrichten overeenkomstig de mij gegeven voorschriften en aanwijzingen, en dat ik de belangen van het Koninkrijk zal voorstaan en bevorderen. +Ik zweer/beloof dat ik mijn werkzaamheden als ambtenaar steeds zal verrichten overeenkomstig de mij gegeven voorschriften en aanwijzingen, en dat ik de belangen van het Koninkrijk zal voorstaan en bevorderen. -Ik zweer/beloof dat ik de zaken waarvan ik als overplaatsbaar ambtenaar van de Dienst Buitenlandse Zaken kennis draag en waarvan ik het geheim of vertrouwelijk karakter moet begrijpen niet zal openbaren aan anderen dan aan hen aan wie ik volgens de wet of uit hoofde van mijn werkzaamheden tot mededeling verplicht ben. +Ik zweer/beloof dat ik de zaken waarvan ik als ambtenaar kennis draag en waarvan ik het geheim of vertrouwelijk karakter moet begrijpen niet zal openbaren aan anderen dan aan hen aan wie ik volgens de wet of uit hoofde van mijn werkzaamheden tot mededeling verplicht ben. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! -(Dat verklaar en beloof ik)." +(Dat verklaar en beloof ik).» -**2.** Alvorens voor de eerste maal een functie als hoofd van een vaste diplomatieke zending te aanvaarden, hernieuwt de betrokkene de in het eerste lid genoemde eed of belofte in handen van de Koning, met dien verstande dat het woord "aanstelling" daarbij wordt vervangen door "benoeming als hoofd van een vaste diplomatieke zending" en de woorden "overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ" door "hoofd van een vaste diplomatieke zending". In geval van verhindering van de Koning wordt de hernieuwde eed of belofte afgelegd in handen van Onze Minister. Bestaat ook daartoe geen gelegenheid, dan wordt de hernieuwde eed of belofte schriftelijk afgelegd. +**3.** Alvorens voor de eerste maal een functie als hoofd van een vaste diplomatieke zending dan wel van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie te aanvaarden, hernieuwt de betrokkene de in het tweede lid genoemde eed of belofte in handen van de Koning. In dat geval wordt het woord «aanstelling» vervangen door «benoeming als hoofd van een vaste diplomatieke zending» respectievelijk «benoeming als hoofd van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie» en wordt het woord «ambtenaar» vervangen door «hoofd van een vaste diplomatieke zending» respectievelijk« hoofd van een permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk bij een internationale organisatie». In geval van verhindering van de Koning wordt de hernieuwde eed of belofte afgelegd in handen van Onze Minister. Bestaat ook daartoe geen gelegenheid, dan wordt de hernieuwde eed of belofte schriftelijk afgelegd. + +### Artikel 61 + +Ter zake van niet-naleving van bepalingen welke redelijkerwijs niet kunnen worden geacht de ambtenaar bekend te zijn, worden hem geen voordelen onthouden of nadelen toegebracht. + +### Artikel 62 + +Indien de ambtenaar verhinderd is zijn dienst te verrichten, is hij verplicht daarvan, onder opgave van redenen, zo tijdig mogelijk mededeling te doen, ten einde vertraging of hinder in de dienst zoveel mogelijk te voorkomen. + +### Artikel 63 + +**1.** De ambtenaar kan worden verplicht te gaan wonen of te blijven wonen in of nabij de gemeente, die hem als standplaats is aangewezen of waartoe zijn standplaats behoort, indien dit noodzakelijk is in verband met de goede vervulling van zijn functie. + +**2.** De ambtenaar aan wie de verplichting is opgelegd in of nabij de in het eerste lid bedoelde gemeente te gaan wonen, is gehouden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twee jaar nadat die verplichting is opgelegd, daaraan gevolg te geven. + +**3.** De ambtenaar die bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland is geplaatst, is verplicht voor de duur van zijn plaatsing te wonen in of nabij de plaats van vestiging van die vertegenwoordiging. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. ### Artikel 64 -De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is, behoudens het gestelde in de slotzin van het vierde lid van artikel 32, verplicht tot nakoming van de in het vorige artikel genoemde eed of belofte. +**1.** De ambtenaar is verplicht, indien hem een dienstwoning ter bewoning is aangewezen, deze te betrekken en zich ter zake van de bewoning en het gebruik te gedragen naar de voorschriften, die daaromtrent zijn gesteld. + +**2.** Hij draagt de onderhoudskosten, welke volgens de wet en het plaatselijk gebruik gewoonlijk voor rekening van de huurder zijn, tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald. + +**3.** + +Voor de buiten Nederland geplaatste ambtenaar: + +a. is het eerste lid van overeenkomstig toepassing met betrekking tot de inrichting indien de ter bewoning aangewezen woning geheel of ten dele van Rijkswege is ingericht; +b. wordt in plaats van «de wet en het plaatselijk gebruik», genoemd in het tweede lid, gelezen: de Nederlandse wetten en gebruiken. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de aanwijzing, de bewoning en het gebruik van dienstwoningen. ### Artikel 65 -Ter zake van niet-naleving van bepalingen welke redelijkerwijs niet kunnen worden geacht de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ bekend te zijn, worden betrokkene geen voordelen onthouden of nadelen toegebracht. +**1.** De ambtenaar kan worden verplicht tijdelijk andere ambtelijke werkzaamheden te verrichten dan die, welke hij gewoonlijk verricht, mits die werkzaamheden hem redelijkerwijs kunnen worden opgedragen. Hij kan echter niet worden verplicht werkzaamheden te verrichten in de plaats van stakers of uitgeslotenen in particuliere dienst, tenzij de opgedragen werkzaamheden worden verricht in dienst van het lichaam, waarbij hij werkzaam is, en voor de openbare dienst tijdens de staking of uitsluiting, dan wel als onmiddellijk gevolg daarvan redelijkerwijze dadelijk noodzakelijk zijn te achten. + +**2.** Voorts kan aan de ambtenaar door Onze Minister de verplichting worden opgelegd in tijden van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden andere werkzaamheden te verrichten dan die, welke hij gewoonlijk verricht, mits die werkzaamheden strekken ter uitvoering van de taak, welke het Ministerie van Buitenlandse Zaken in die tijden heeft of zal krijgen, dan wel ertoe strekken een zo goed en ongestoord mogelijke uitvoering van die taak te verzekeren. + +**3.** De ambtenaar aan wie de in het tweede lid bedoelde verplichting is opgelegd, is tevens te allen tijde verplicht lessen te volgen en deel te nemen aan oefeningen, die verband houden met de in dat lid bedoelde werkzaamheden. + +**4.** Bij de toepassing van het eerste tot en met derde lid wordt voor zover mogelijk rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar. ### Artikel 66 -Vervallen +**1.** De ambtenaar die is aangewezen als bedrijfshulpverlener als bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en die naast zijn normale werkzaamheden de bedrijfshulpverleningstaken naar behoren heeft uitgevoerd, ontvangt een toelage. + +**2.** De toelage wordt bepaald volgens door Onze Minister te stellen regels en bedraagt ten minste  € 158,82 per jaar. + +**3.** De te stellen regels bevatten in ieder geval de criteria die gehanteerd worden bij de toekenning van een bedrijfshulpverleningstoelage. + +**4.** Indien het in artikel 58a, tweede lid, van het ARAR genoemde bedrag door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt aangepast, is die aanpassing van overeenkomstige toepassing op het tweede lid. ### Artikel 67 -Indien de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ verhinderd is dienst te verrichten, is deze verplicht daarvan onder opgave van redenen, zo tijdig mogelijk op de aan betrokkene bekend gestelde wijze mededeling te doen, teneinde vertraging of hinder in de dienst zoveel doenlijk te voorkomen. +**1.** De ambtenaar kan in het belang van de dienst worden verplicht om scholing te volgen, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. + +**2.** Aan de ambtenaar, die op grond van het eerste lid is verplicht om scholing te volgen, wordt een volledige vergoeding van de noodzakelijk te maken scholingskosten toegekend. In bijzondere gevallen kan van de eerste volzin worden afgeweken. + +**3.** Aan de ambtenaar, die op grond van het eerste lid is verplicht om scholing te volgen, kan scholingsverlof met behoud van bezoldiging worden verleend. + +**4.** Indien de ambtenaar aan wie scholingsverlof als bedoeld in het derde lid is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. Indien de financiële tegemoetkoming hoger is dan hetgeen over de verlofuren wordt doorbetaald aan bezoldiging wordt de inhouding vastgesteld op het laatstbedoelde bedrag. + +**5.** Indien aan de in de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het vierde lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. + +**6.** + +De ambtenaar, die op grond van het eerste lid is verplicht om scholing te volgen, kan worden verplicht tot terugbetaling van de aan hem toegekende vergoeding van de scholingskosten: + +a. bij onvoldoende resultaat in de scholing en bij tussentijds afbreken van de scholing, indien dit aan eigen schuld of toedoen van de ambtenaar is te wijten; +b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en in bijzondere gevallen bij ontslag binnen een termijn van maximaal drie jaren na het met voldoende resultaat afronden van de scholing, tenzij de ambtenaar binnen een maand na zijn ontslag elders in dienst treedt binnen de rijksdienst of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen. + +**7.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van dit artikel nadere regels worden gesteld. ### Artikel 68 -**1.** De hier te lande geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan worden verplicht te gaan wonen of te blijven wonen in of nabij diens standplaats, indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is in verband met de goede vervulling van zijn functie. +**1.** Aan de ambtenaar die op eigen initiatief scholing gaat volgen, kan op zijn aanvraag een vergoeding van de noodzakelijk te maken scholingskosten worden toegekend of scholingsverlof met behoud van bezoldiging worden verleend, indien het belang van de dienst bij het volgen van de scholing is gebaat. -**2.** De hier te lande geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ aan wie de verplichting is opgelegd in of nabij het in het eerste lid bedoelde gebied te gaan wonen, is gehouden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twee jaar nadat die verplichting is opgelegd, daaraan gevolg te geven. +**2.** Indien de ambtenaar aan wie scholingsverlof als bedoeld in het eerste lid is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming. -**3.** De in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is voor de duur van zijn plaatsing verplicht te wonen in of nabij de plaats van vestiging van de vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland, waarbij betrokkene is geplaatst. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld. +**3.** Indien aan de in de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, wordt het tweede lid op overeenkomstige wijze toegepast. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend. + +**4.** + +De ambtenaar, aan wie op grond van het eerste lid een vergoeding van scholingskosten is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling van die vergoeding: + +a. bij onvoldoende resultaat in de scholing en bij tussentijds afbreken van de scholing, indien dit aan eigen schuld of toedoen van de ambtenaar is te wijten; +b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en bij ontslag binnen een termijn van maximaal drie jaren na het met voldoende resultaat afronden van de scholing, tenzij de ambtenaar binnen een maand na zijn ontslag elders in dienst treedt binnen de rijksdienst of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen. + +**5.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van dit artikel nadere regels worden gesteld. ### Artikel 69 -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is verplicht, indien een ambts- of dienstwoning dan wel bij plaatsing in het buitenland een ambtswoning, dienstwoning of andere woning is aangewezen, deze te betrekken en zich ter zake van de bewoning en het gebruik te gedragen naar de regels die daaromtrent zijn gesteld; is een woning in het buitenland geheel of ten dele van Rijkswege ingericht, dan geldt het voorgaande dienovereenkomstig met betrekking tot die inrichting. - -**2.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ draagt de onderhoudskosten welke volgens de Nederlandse wetten en gebruiken gemeenlijk voor rekening van de huurder of gebruiker zijn, tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald. - -### Artikel 70 - -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan worden verplicht tijdelijk andere ambtelijke werkzaamheden te verrichten dan die, welke deze gewoonlijk verricht, mits die werkzaamheden aan betrokkene redelijkerwijs kunnen worden opgedragen. Betrokkene kan echter niet worden verplicht werkzaamheden te verrichten in de plaats van stakers of uitgeslotenen in particuliere dienst, tenzij de opgedragen werkzaamheden worden verricht in dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en voor de Nederlandse openbare dienst tijdens de staking of uitsluiting, dan wel als onmiddellijk gevolg daarvan redelijkerwijs dadelijk noodzakelijk zijn te achten. - -**2.** Voorts kan aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ door Onze Minister de verplichting worden opgelegd in tijden van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden andere werkzaamheden te verrichten dan die welke betrokkene gewoonlijk verricht, mits die werkzaamheden strekken ter uitvoering van de taak welke de DBZ in die tijden heeft of zal krijgen, dan wel ertoe strekken een zo goed en ongestoord mogelijke uitvoering van die taak te verzekeren. - -**3.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ aan wie de in het tweede lid bedoelde verplichting is opgelegd, is tevens te allen tijde verplicht lessen te volgen en deel te nemen aan oefeningen die verband houden met de in dat lid bedoelde werkzaamheden. - -**4.** Bij de toepassing van het eerste tot en met derde lid wordt voor zoveel mogelijk rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ. - -### Artikel 71 - -Ten aanzien van het opdragen van andere werkzaamheden aan een overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is artikel 57*a* van het ARAR van overeenkomstige toepassing,"toepassing," moet zijn "toepassing". - -### Artikel 72 - -Artikel 57b van het ARAR is van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 73 - -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is verplicht aan het bevoegd gezag, op een door dit gezag te bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken. +**1.** De ambtenaar is verplicht aan Onze Minister, op een door Onze Minister te bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken. **2.** Onze Minister voert een registratie op basis van de op grond van het eerste lid gedane opgaven. -**3.** Het is de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Daarvan is in ieder geval sprake indien een consulaire betrekking van een andere mogendheid wordt aanvaard zonder bij koninklijk besluit verleende voorafgaande machtiging. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels omtrent dit verbod worden gesteld. +**3.** Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels omtrent dit verbod worden gesteld. Van verboden nevenwerkzaamheden als bedoeld in de eerste volzin, is in ieder geval sprake indien een consulaire betrekking van een andere mogendheid wordt aanvaard zonder bij koninklijk besluit verleende voorafgaande machtiging. -**4.** De gezinsleden van een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ zijn vrij eigen werkzaamheden uit te oefenen. Vergezellen die gezinsleden de in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, dan dient de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ervoor te zorgen dat deze werkzaamheden niet strijdig zijn met de wetten van dan wel overeenkomsten met dat land en tevens niet schadelijk kunnen zijn voor het functioneren van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. Onze Minister, die ter zake beslist, kan aangaande laatstgenoemde voorwaarde regelen stellen. +**4.** Bij plaatsing buiten Nederland draagt de ambtenaar er zorg voor, indien zijn gezinsleden hem in het buitenland vergezellen en zij ter plaatse werkzaamheden verrichten, dat deze werkzaamheden niet strijdig zijn met de wetten van dan wel overeenkomsten met dat land en tevens niet schadelijk kunnen zijn voor het functioneren van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland. -### Artikel 74 +### Artikel 70 -**1.** Het is de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ verboden, middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van openbare diensten, tenzij daarvoor toestemming is verleend. +**1.** Het is de ambtenaar verboden, middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van openbare diensten, tenzij daarvoor door het bevoegd gezag toestemming is verleend. -**2.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is verplicht zich te gedragen naar hetgeen voor deze is bepaald ten aanzien van het deelnemen, middellijk of onmiddellijk, aan aannemingen en leveringen ten behoeve van anderen. +**2.** Hij is verplicht zich te gedragen naar hetgeen voor hem is bepaald ten aanzien van het deelnemen, middellijk of onmiddellijk, aan aannemingen en leveringen ten behoeve van anderen. -### Artikel 75 - -Vervallen - -### Artikel 76 +### Artikel 71 **1.** -De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die een besturende, beherende dan wel toezichthoudende functie vervult in een naamloze vennootschap of ander rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, en voor de in die functie verrichte of te verrichten werkzaamheden, anders dan uit 's Rijks kas, een vergoeding ontvangt, is verplicht die vergoeding in genoemde kas te storten, indien de benoeming in die functie: +De ambtenaar die een besturende, beherende dan wel toezichthoudende functie vervult in een naamloze vennootschap of ander rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam, en voor de in die functie verrichte of te verrichten werkzaamheden, anders dan uit 's Rijks kas, een vergoeding ontvangt, is verplicht die vergoeding in genoemde kas te storten, indien de benoeming in die functie -a. heeft plaatsgehad door, dan wel in overeenstemming met Onze Minister; -b. is voortgevloeid uit een wettelijk voorschrift, dan wel uit een overeenkomst, welke met instemming van Onze Minister of de ministerraad is tot stand gekomen. +a. heeft plaatsgehad door dan wel in overeenstemming met Onze Minister; +b. is voortgevloeid uit een wettelijk voorschrift dan wel uit een overeenkomst welke met instemming van Onze Minister of de ministerraad is tot stand gekomen. -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die werkzaamheden vervult welke verband houden met de door hem beklede functie en hem zijn opgedragen door Onze Minister, en die voor die werkzaamheden, anders dan uit ’s Rijks kas, een vergoeding ontvangt. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de ambtenaar die werkzaamheden vervult die verband houden met de door hem vervulde functie en hem zijn opgedragen door Onze Minister, en die voor die werkzaamheden, anders dan uit 's Rijks kas, een vergoeding ontvangt. **3.** Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing in de gevallen, waarin dit door Onze Minister-President is bepaald. -### Artikel 77 +### Artikel 72 -**1.** Het is de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in diens functie verboden anders dan met goedvinden van het bevoegd gezag, vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen. +**1.** Het is de ambtenaar in zijn ambt verboden, tenzij hem daarvoor door het bevoegd gezag toestemming is verleend, vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen. **2.** Het aannemen van steekpenningen is onvoorwaardelijk en ten strengste verboden. +### Artikel 73 + +**1.** De ambtenaar is verplicht de dienstkleding en de onderscheidingstekenen te dragen, voor zover dit door Onze Minister voorgeschreven is. + +**2.** Het is de ambtenaar verboden in dienst uniformkledingstukken te dragen, tenzij deze door Onze Minister zijn verstrekt of voorgeschreven. + +**3.** Het is de ambtenaar verboden bij gekleed gaan in uniform insignes of andere onderscheidingstekens te dragen, tenzij deze van regeringswege zijn verstrekt of voorgeschreven of tot het dragen daarvan door Onze Minister-President vergunning is verleend. + +### Artikel 74 + +**1.** De ambtenaar kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door de dienst geleden schade, wanneer hem ter zake van die schade een ernstig verwijt kan worden gemaakt. + +**2.** Het bedrag van de schadevergoeding wordt pas vastgesteld, nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden. + +### Artikel 75 + +Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 67 van het ARAR gestelde regels ten aanzien van telewerken zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 76 + +**1.** De ambtenaar heeft recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen. + +**2.** Deze vergoeding wordt vastgesteld overeenkomstig de daarvoor gestelde regels. De vergoedingen voor de buiten Nederland geplaatste ambtenaren worden vastgesteld op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels. + +### Artikel 77 + +**1.** Onze Minister kan naar billijkheid de ambtenaar schadeloosstellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen omtrent de schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties regels worden gesteld. + +**3.** Lijdt een ambtenaar die voldaan heeft aan het derde lid van artikel 13, buiten Nederland schade als gevolg van een normaliter niet verzekerbaar molest, dan wordt indien dat molest samenhangt met de functie of de plaatsing van betrokkene, die schade volgens bij ministeriële regeling te stellen regels vergoed, voor zover betrokkene vorderingen terzake aan het Rijk heeft gecedeerd. + +**4.** Onze Minister bepaalt de muntsoort of muntsoorten waarin de bedoelde schadeloosstelling, vergoedingen en tegemoetkomingen bij plaatsing buiten Nederland worden uitbetaald. + ### Artikel 78 -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is verplicht de dienstkleding en de onderscheidingstekenen te dragen, voor zover dit door Onze Minister voorgeschreven is. +**1.** -**2.** Het is de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ verboden bij gekleed gaan in uniform, insignes of andere onderscheidingstekens te dragen, tenzij deze van regeringswege zijn verstrekt of voorgeschreven of tot het dragen daarvan door Onze Minister-President vergunning is verleend. +Met de ambtenaar wordt minimaal een keer per jaar door een functionaris, aangewezen door Onze Minister, gesproken over: + +a. de wijze waarop de ambtenaar de opgedragen werkzaamheden heeft uitgevoerd en de resultaten die daarbij zijn gehaald; +b. de omstandigheden waaronder de opgedragen werkzaamheden zijn uitgevoerd; +c. welke werkzaamheden de ambtenaar zullen worden opgedragen en welke resultaten daarbij behaald moeten worden; +d. de omstandigheden waaronder die op te dragen werkzaamheden zullen worden uitgevoerd, en +e. de wijze waarop de persoonlijke ontwikkeling van de ambtenaar bevorderd kan worden. + +**2.** Van het met de ambtenaar besprokene wordt een schriftelijk verslag gemaakt. + +**3.** Over de in het eerste lid, onder c, d en e, genoemde onderwerpen worden met de ambtenaar afspraken gemaakt. + +**4.** Onze Minister stelt vast aan welke eisen een gesprek als bedoeld in het eerste lid alsmede een verslag daarvan moet voldoen. ### Artikel 79 -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door de dienst geleden schade voor zover deze aan betrokkene is te wijten. +**1.** Indien dit wenselijk wordt gevonden of de ambtenaar dit aanvraagt, wordt een beoordeling opgemaakt. -**2.** Het bedrag van de schadevergoeding wordt niet vastgesteld, dan nadat de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden. +**2.** Een beoordeling wordt eerst vastgesteld nadat deze met de ambtenaar is besproken en hij zijn zienswijze kenbaar heeft kunnen maken. + +**3.** Bij ministeriële regeling worden, na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, nadere regels gesteld omtrent het opmaken en vaststellen van beoordelingen. ### Artikel 80 -**1.** Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die wordt overgeplaatst, wordt door Onze Minister een tegemoetkoming verleend in de daarmee verband houdende kosten van betrokkene zelf en diens vergezellende gezinsleden, zulks met inachtneming van daaromtrent vastgestelde regelen, welke, voor wat overplaatsingen naar, in of uit het buitenland betreft bij ministeriële regeling worden vastgesteld. - -**2.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan bij overplaatsing naar, in of uit het buitenland een tegemoetkoming worden verleend in de reiskosten en de daarmee verband houdende verblijfkosten voor huishoudelijk personeel, op basis van de bij ministeriële regeling gestelde regels. +Verplichting tot zekerheidsstelling wordt de ambtenaar niet opgelegd. ### Artikel 81 -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ heeft naast recht op tegemoetkomingen en vergoedingen bedoeld in de artikelen 51 en 80, recht op vergoeding van reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen. +**1.** De ambtenaar die namens een minister is belast met de in artikel 24, tweede en derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 vermelde taken, is verplicht een tekort geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren, wanneer hem ter zake van dat tekort een ernstig verwijt kan worden gemaakt. -**2.** Voor hier te lande geplaatste overplaatsbare ambtenaren van de DBZ worden deze vergoedingen vastgesteld overeenkomstig de in of krachtens het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland gestelde regels. - -**3.** Voor de in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaren van de DBZ worden deze vergoedingen vastgesteld overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde regelen. +**2.** De ambtenaar die namens een minister is belast met het in artikel 25, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 bedoelde beheer, is verplicht schade te vergoeden, wanneer hem ter zake van die schade een ernstig verwijt kan worden gemaakt. ### Artikel 82 -**1.** Lijdt een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ die voldaan heeft aan het derde lid van artikel 13, buiten Nederland schade als gevolg van een normaliter niet verzekerbaar molest, dan wordt indien dat molest samenhangt met de functie van betrokkene, die schade volgens bij ministeriële regeling te stellen regelen vergoed, voor zover betrokkene vorderingen ter zake aan het Rijk heeft gecedeerd. - -**2.** Onze Minister kan naar billijkheid de ambtenaar schadeloos stellen, kosten vergoeden of overigens een geldelijke tegemoetkoming verlenen. - -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent schadeloosstelling, kostenvergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen aan groepen van ambtenaren in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken. - -**4.** Onze Minister bepaalt de muntsoort of muntsoorten waarin de in het eerste tot en met derde lid bedoelde schadeloosstelling, vergoedingen en tegemoetkomingen bij plaatsing in het buitenland worden uitgekeerd. +Aan de vrouwelijke ambtenaar die een borstkind heeft en hiervan aan het hoofd van dienst heeft kennis gegeven, wordt gelegenheid gegeven haar kind te zogen. ### Artikel 83 -Artikel 71 van het ARAR is van overeenkomstige toepassing. +**1.** Aan de ambtenaar kan de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd. -### Artikel 83a - -**1.** Artikel 71a, eerste en tweede lid, van het ARAR is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** Bij ministeriële regeling worden, na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, nadere regels gesteld omtrent het opmaken en vaststellen van beoordelingen. +**2.** De ambtenaar is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen van orde, die ten aanzien van het verblijf aldaar zijn vastgesteld. ### Artikel 84 -**1.** Alvorens de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in een andere functie wordt geplaatst of indien diens functie een andere inhoud krijgt, kan ten aanzien van betrokkene een hernieuwd veiligheidsonderzoek worden ingesteld. Betrokkene wordt door of namens het tot aanstelling bevoegd gezag van het hernieuwd instellen van het onderzoek in kennis gesteld. - -**2.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ wordt van tegen betrokkene op grond van de uitslag van het onderzoek gerezen bedenkingen in kennis gesteld. Betrokkene kan diens bezwaren daartegen aan Onze Minister kenbaar maken. Alvorens Onze Minister daarop een beslissing neemt, is deze gehouden het advies in te winnen van een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken ingestelde commissie. - -**3.** Bij de toepassing van dit artikel worden de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken ter zake gegeven voorschriften in acht genomen. Deze voorschriften bevatten onder meer regels met betrekking tot de werkwijze van de in het tweede lid bedoelde commissie. +Het is de ambtenaar verboden gedurende de werktijd zonder toestemming van het bevoegd gezag alcoholhoudende dranken te gebruiken, bij zich te hebben of in de dienstlokalen te bewaren. ### Artikel 85 -Verplichting tot zekerheidsstelling wordt de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ niet opgelegd. +**1.** De ambtenaar heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum, overeenkomstig de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 79, eerste lid, van het ARAR te stellen regels. + +**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 99 of 104, eerste lid, onder e, wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. + +## Hoofdstuk XIII. Disciplinaire straffen ### Artikel 86 -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, die ingevolge artikel 19, tweede lid, van de Comptabiliteitswet is belast met de in dat lid vermelde taken, is verplicht een tekort geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren, wanneer hem ter zake van dat tekort een ernstig verwijt kan worden gemaakt. +**1.** De ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan daarvoor disciplinair worden gestraft. -**2.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, die ingevolge artikel 19, vierde lid, van de Comptabiliteitswet is aangewezen om beheer te voeren, als bedoeld in het derde lid van dat artikel, is verplicht schade te vergoeden, wanneer hem ter zake van die schade een ernstig verwijt kan worden gemaakt. +**2.** Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift, als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. -### Artikel +**3.** Tenzij door Ons of met Onze machtiging door Onze Minister anders is bepaald, wordt de straf opgelegd door het gezag, dat bevoegd is tot aanstelling in de door de ambtenaar vervulde functie. Indien deze bevoegdheid bij Ons berust, geschiedt de bestraffing, behalve voor zover betreft de straffen genoemd in artikel 87, eerste lid, onder i en l, door Onze Minister. -Vervallen +### Artikel 87 + +**1.** + +De disciplinaire straffen die kunnen worden opgelegd, zijn: + +a. schriftelijke berisping; +b. buitengewone dienst op andere dagen dan zondag en de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen, zonder beloning of tegen een lagere dan de normale beloning en wel voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per dag; +c. vermindering van het recht op jaarlijkse vakantie met ten hoogste een derde gedeelte van het aantal uren, waarop in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak bestaat; +d. geldboete van ten hoogste  € 22; +e. gehele of gedeeltelijke inhouding van salaris tot een bedrag van ten hoogste het salaris over een halve maand; +f. vaststelling van het salaris in de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, op het bedrag behorend bij een salarisnummer dat maximaal twee salarisnummers lager is dan voor de ambtenaar geldt, of indien voor de functie waarin de ambtenaar is geplaatst geen salarisschaal geldt, vermindering van het salaris met ten hoogste 5%, een en ander voor de tijd van ten hoogste twee jaren; +g. het niet toekennen van een hoger salarisnummer gedurende ten hoogste vier jaren; +h. uitsluiting voor de tijd van ten hoogste vier jaren van indeling in een salarisschaal waarvoor een hoger maximumsalaris geldt, indien zodanige indeling anders volgens de daarvoor geldende regeling zou hebben plaatsgevonden; +i. indeling in een salarisschaal waarvoor een lager maximumsalaris geldt dan dat verbonden aan de salarisschaal welke ingevolge het BBRA 1984 behoort te gelden, een en ander al dan niet voor een bepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging; +j. verplaatsing, al dan niet met verlening van een tegemoetkoming in mogelijke verplaatsingskosten tot ten hoogste het bedrag, dat in geval van verplaatsing in het belang van de dienst zou kunnen worden verleend krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989, met dien verstande dat deze straf niet wordt opgelegd aan een buiten Nederland geplaatste ambtenaar; +k. schorsing voor een bepaalde tijd met gehele of gedeeltelijke inhouding van bezoldiging; indien deze straf aan een buiten Nederland geplaatste ambtenaar is opgelegd, is artikel 93, derde lid, van overeenkomstige toepassing; +l. ontslag. + +**2.** Indien een straf als bedoeld in het eerste lid, onder g, h of i, is opgelegd, kan, indien het verdere gedrag van de ambtenaar naar het oordeel van het tot oplegging van de straf bevoegd gezag daartoe aanleiding heeft gegeven, zijn positie met ingang van een bepaald tijdstip geheel of ten dele in overeenstemming worden gebracht met de positie, zoals deze zonder strafoplegging zou zijn geweest. + +**3.** Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien de ambtenaar zich gedurende een vastgestelde termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim, als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en hij zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel gestelde bijzondere voorwaarden. ### Artikel 88 -**1.** Aan de vrouwelijke overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die een borstkind heeft en hiervan aan het hoofd van dienst kennis heeft gegeven, behoort gelegenheid te worden gegeven haar kind te zogen. +**1.** Indien de ambtenaar verantwoording aflegt doet hij dit ten overstaan van het gezag dat tot de voorgenomen strafoplegging bevoegd is, of van een door dit gezag aangewezen autoriteit, tenzij bij koninklijk besluit anders wordt bepaald. Indien deze bevoegdheid bij Ons berust, geschiedt de verantwoording ten overstaan van Onze Minister of van een door deze aangewezen autoriteit. Het gezag, ten overstaan waarvan de verantwoording zal plaatsvinden, bepaalt of deze mondeling of schriftelijk zal geschieden, met dien verstande dat bij schriftelijke verantwoording de ambtenaar op zijn verzoek gelegenheid wordt gegeven tot nadere mondelinge toelichting. -**2.** Bij plaatsing in het buitenland treft het hoofd van de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ter zake passende maatregelen. +**2.** Van de mondelinge verantwoording en van een eventuele nadere mondelinge toelichting wordt zo spoedig mogelijk proces-verbaal opgemaakt, dat na kennisneming wordt getekend door hem, ten overstaan van wie de verantwoording heeft plaatsgevonden, en door de ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt aan de ambtenaar uitgereikt. ### Artikel 89 -**1.** Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan door het bevoegd gezag de toegang tot dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd. - -**2.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen van orde die ten aanzien van het verblijf aldaar zijn vastgesteld. - -**3.** Het is de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, behoudens in door Onze Minister dan wel het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland om redenen van dienst te bepalen uitzonderingsgevallen, verboden gedurende de werktijd alcoholhoudende dranken te gebruiken, bij zich te hebben of in de dienstlokalen te bewaren. - -**4.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ontvangt over de tijd gedurende welke deze in strijd met diens verplichtingen opzettelijk nalaat dienst te verrichten geen bezoldiging; deze maatregel wordt gedurende plaatsingen in het buitenland niet ten uitvoer gelegd. Gedurende plaatsingen in het buitenland betaalde bezoldiging wordt in dat geval als terug te betalen voorschot beschouwd. +De ambtenaar kan slechts gestraft worden wegens overtreding van artikel 125a, eerste lid, van de Ambtenarenwet, nadat daarover advies is ingewonnen van de Adviescommissie grondrechten en functieuitoefening ambtenaren. ### Artikel 90 -Vervallen - -### Artikel 90a - -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ heeft aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum volgens bij ministeriële regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regels. - -**2.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die een diensttijd heeft van 10 jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 98, 101, eerste lid, onder *e*, wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan. - -## Hoofdstuk XV. Disciplinaire straffen op te leggen aan overplaatsbare ambtenaren van de DBZ +De ambtenaar dient van de ontvangst van een besluit inzake strafoplegging te doen blijken door onverwijlde terugzending van een door hem ondertekend en gedateerd ontvangstbewijs. ### Artikel 91 -Op de overplaatsbare ambtenaren van de DBZ zijn de artikelen 80 tot en met 84 van het ARAR van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat gedurende plaatsingen in het buitenland +De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd, zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij de strafoplegging onmiddellijke tenuitvoerlegging is bevolen. -a. de straffen, genoemd in artikel 81, eerste lid, onder *c*, *e* en *j*, van het ARAR niet worden toegepast; -b. de straf, genoemd in artikel 81, eerste lid, onder *k*, van het ARAR wordt gelezen als volgt: - -Schorsing voor een bepaalde tijd, gepaard gaande met terugroeping naar Nederland, met gehele of gedeeltelijke inhouding van de bezoldiging over dat gedeelte van die bepaalde tijd dat na de terugkeer in Nederland valt, met verlening van een tegemoetkoming in de overplaatsingskosten tot ten hoogste het bedrag dat in geval van overplaatsing in het belang van de dienst zou kunnen worden verleend krachtens de in artikel 80 van dit reglement bedoelde regelen. - -## Hoofdstuk XVI. Schorsing en ontslag van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ - -### Paragraaf 1. Schorsing +## Hoofdstuk XIV. Schorsing en ontslag ### Artikel 92 -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is van rechtswege in diens functie geschorst, wanneer deze krachtens een Nederlandse wettelijke maatregel van de vrijheid is beroofd, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Krankzinnigenwet (*Stb.* 1984, 96), genomen in het belang van de volksgezondheid. - -**2.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan worden geschorst, wanneer deze krachtens een andere wettelijke dan een Nederlandse maatregel van de vrijheid is beroofd. +De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens een Nederlandse wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen, genomen in het belang van de volksgezondheid. ### Artikel 93 **1.** -Onverminderd artikel 91, onder *b*, kan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in diens functie worden geschorst: +Onverminderd het bepaalde in artikel 87, eerste lid, onder k, eerste zinsdeel, kan de ambtenaar in zijn ambt worden geschorst: -a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen betrokkene is ingesteld; -b. wanneer aan betrokkene door Onze Minister het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven, dan wel aan deze die straf is opgelegd; -c. wanneer, naar het oordeel van Onze Minister, het belang van de dienst zulks vordert. +a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem is ingesteld; +b. wanneer hem het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven, dan wel hem die straf is opgelegd; +c. wanneer het belang van de dienst dat vordert. **2.** Schorsing geschiedt door Onze Minister. -**3.** Schorsing van een in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaar van de DBZ gaat gepaard met terugroeping naar Nederland, met verlening van een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten tot ten hoogste het bedrag dat in geval van overplaatsing in het belang van de dienst zou kunnen worden verleend krachtens de in artikel 80 bedoelde regelen. +**3.** Schorsing van een buiten Nederland geplaatste ambtenaar gaat gepaard met terugroeping naar Nederland, met verlening van een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten tot ten hoogste het bedrag dat in geval van overplaatsing in het belang van de dienst zou kunnen worden verleend op grond van de krachtens artikel 36 gestelde regels. ### Artikel 94 -**1.** Tijdens de schorsing kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van zes weken kan een verdere inhouding, ook van het volle bedrag der bezoldiging, plaatsvinden. Geen inhouding vindt plaats in geval van schorsing in het belang van de dienst, bedoeld in het eerste lid, onder *c*, van artikel 93, van plaatsing in een krankzinnigengesticht of daarmede gelijk te stellen inrichting, dan wel van politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering mits niet gevolgd door inbewaringstelling. Inhouding heeft niet plaats tijdens plaatsing in het buitenland. +**1.** -**2.** De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ worden uitbetaald, indien de schorsing niet wordt gevolgd door een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf of ontslag op grond van artikel 101, eerste lid, onder *d*. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten welke de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid die deze als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks naar het oordeel van Onze Minister onredelijk of onbillijk is. +Tijdens de schorsing kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden. Na verloop van zes weken kan een verdere inhouding, ook van de volledige bezoldiging, plaatsvinden. -**3.** Het niet ingehouden gedeelte van de bezoldiging van de geschorste ambtenaar van de DBZ kan aan anderen worden uitbetaald. +Geen inhouding vindt plaats in geval van schorsing in het belang van de dienst als bedoeld in artikel 93, eerste lid, onder c, van het doen opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis of daarmede gelijk te stellen inrichting dan wel van politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering, mits niet gevolgd door inbewaringstelling. -**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bezoldiging verstaan de bezoldiging in de zin van het BBRA 1984, dan wel, in geval van schorsing tijdens ziekte van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, hetgeen daaronder voor de toepassing van hoofdstuk XIII wordt verstaan. +**2.** De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de ambtenaar worden uitbetaald, indien de schorsing niet wordt gevolgd door een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf of ontslag op grond van artikel 104, eerste lid, onderdeel d. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten, welke de ambtenaar sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij dat onredelijk of onbillijk is. -### Paragraaf 2. Ontslag +**3.** Het niet ingehouden gedeelte van de bezoldiging van de geschorste ambtenaar kan aan anderen worden uitbetaald. + +**4.** In geval van schorsing tijdens ziekte van de ambtenaar wordt onder bezoldiging verstaan, hetgeen daaronder voor de toepassing van hoofdstuk X wordt verstaan. ### Artikel 95 -Ontslag wordt verleend door Onze Minister dan wel, indien de aanstelling of benoeming bij koninklijk besluit geschiedde, bij koninklijk besluit. +Ontslag wordt verleend door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling. ### Artikel 96 -**1.** De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ wordt op diens aanvraag ontslag verleend. +**1.** De ambtenaar wordt op zijn aanvraag ontslag verleend. -**2.** Behoudens in het geval dat artikel 34*e*, eerste lid, van het ARAR van overeenkomstige toepassing is, wordt dat ontslag verleend met ingang van een dag niet vroeger dan een maand of later dan drie maanden na de dag, waarop de aanvraag om ontslag is ingekomen. +**2.** Behoudens in het geval, bedoeld in artikel 46a, eerste lid, wordt dit ontslag verleend met ingang van een dag niet vroeger dan een maand of later dan drie maanden na de dag, waarop de aanvraag om ontslag is ingekomen. -**3.** Van het eerste lid kan worden afgeweken, indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is ingesteld of indien wordt overwogen de disciplinaire straf van ontslag op te leggen. +**3.** + +Van het eerste lid kan worden afgeweken: + +a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen de ambtenaar is ingesteld, of +b. indien wordt overwogen de disciplinaire straf van ontslag op te leggen. **4.** Van het tweede lid kan worden afgeweken: -a. indien wordt overwogen de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ een disciplinaire straf op te leggen; -b. indien het belang van de dienst zulks vordert, met dien verstande, dat de termijn van drie maanden, vermeld in het tweede lid, tot ten hoogste zes maanden kan worden verlengd en dat bij de verlenging in redelijkheid met het belang van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ rekening wordt gehouden; -c. ingevolge een aanvraag van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ. +a. indien wordt overwogen de ambtenaar een disciplinaire straf op te leggen; +b. indien het belang van de dienst zulks vordert, met dien verstande, dat de termijn van drie maanden, vermeld in het tweede lid, tot ten hoogste zes maanden kan worden verlengd en dat bij de verlenging in redelijkheid met het belang van de ambtenaar rekening wordt gehouden, of +c. op aanvraag van de ambtenaar. **5.** Het ontslag op aanvraag van de ambtenaar wordt eervol verleend. ### Artikel 97 -**1.** Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in tijdelijke dienst die blijkens de akte van aanstelling is aangesteld voor een bepaalde tijd of voor een proeftijd, wordt, tenzij het tegendeel blijkt, geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra die tijd is verstreken. Bij voortduring van het dienstverband na het verstrijken van de bepaalde tijd of de - eventueel ingevolge artikel 18, vierde lid, onder a, verlengde - proeftijd, wordt de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ geacht voor onbepaalde tijd te zijn aangesteld. +**1.** -**2.** +In dit artikel wordt verstaan onder: -Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in tijdelijke dienst die is aangesteld voor onbepaalde tijd, kan ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van: +a. Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel: de overeenkomst die is aangegaan op grond van artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel; +b. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP. -a. drie maanden, indien de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ten tijde van de opzegging ten minste twaalf maanden onafgebroken in dienst is geweest; -b. twee maanden, indien de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ten tijde van de opzegging ten minste zes, doch korter dan twaalf maanden onafgebroken in dienst is geweest; -c. een maand, indien de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ten tijde van de opzegging laatstelijk korter dan zes maanden onafgebroken in dienst is geweest. +**2.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in de vorige volzin bedoelde uitkering ontstaat. -**3.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, noch gedurende het verlof bedoeld in artikel 33fb, vierde lid, van het ARAR, noch - indien zij haar dienst heeft hervat - gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Onze Minister kan ter staving van de zwangerschap een verklaring van een arts of van een verloskundige verlangen. +**3.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het in het tweede lid bedoelde ontslag ook voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de dienstverhouding. Ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het tweede lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidsduur. -**4.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens het aanvragen of het opnemen ouderschapsverlof. - -**5.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen. - -**6.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet plaatsvinden wegens het feit dat de ambtenaar door een centrale als bedoeld in artikel 105 van het ARAR of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten vereniging dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en daarbij aangesloten verenigingen te ondersteunen. - -**7.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar geplaatst is op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de ondernemingsraden, noch wegens het lidmaatschap of het korter dan twee jaar geleden beëindigde lidmaatschap van de ambtenaar van de ondernemingsraad of van een commissie van die raad. - -**8.** Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ geschiedt, wordt aan betrokkene over de tijd welke aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering, berekend op de voet van het BBRA 1984. - -**9.** Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, kan ontslag worden verleend met ingang van een dag, gelegen binnen een bepaalde tijd of proeftijd. In dat geval vindt het bepaalde in het tweede tot en met achtste lid overeenkomstige toepassing. +**4.** Artikel 96, tweede tot en met vijfde lid, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 98 -**1.** Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan eervol ontslag worden verleend wegens overtolligheid van personeel als gevolg van verandering in de inrichting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken dan wel als gevolg van vermindering der voor overplaatsbare ambtenaren van de DBZ bestemde werkzaamheden bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. +**1.** Aan de ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst wordt geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst is verstreken, tenzij sprake is van een stilzwijgende voortzetting als bedoeld in artikel 19, vierde of vijfde lid. -**2.** Ontslag op een van de in het eerste lid genoemde gronden kan slechts plaatsvinden, indien het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ binnen het gezagsbereik van Onze Minister andere mede in verband met betrokkene’s persoonlijkheid en omstandigheden voor betrokkene passende werkzaamheden op te dragen, dan wel indien deze zodanige werkzaamheden weigert te aanvaarden. Bij het opdragen van passende werkzaamheden zal, teneinde het ontstaan dan wel het vergroten van feitelijke ongelijkheden tegen te gaan, uitgangspunt zijn, dat voorrang wordt gegeven aan vrouwelijke overplaatsbare ambtenaren van de DBZ. +**2.** -**3.** +Aan de ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst kan ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van: -Ontslag van in vaste dienst aangestelde overplaatsbare ambtenaren van de DBZ wegens overtolligheid van personeel geschiedt in de volgende rangorde: +a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk ten minste twaalf maanden onafgebroken in dienst is geweest; +b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk ten minste zes maanden maar korter dan twaalf maanden onafgebroken in dienst is geweest; +c. een maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging laatstelijk korter dan zes maanden onafgebroken in dienst is geweest. -a. zij, die zulks wensen; -b. zij, die het geringste aantal jaren in burgerlijke overheidsdienst hebben doorgebracht. +**3.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke ambtenaar, noch gedurende het verlof bedoeld in artikel 45a, vierde lid, noch, indien zij haar dienst heeft hervat, gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Ter staving van de zwangerschap kan een verklaring van een arts of van een verloskundige worden verlangd. -Voor de berekening van het aantal jaren in burgerlijke overheidsdienst wordt mede in aanmerking genomen de tijd gewijd aan de verzorging van tot het huishouden van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ behorende 0-4-jarige eigen, stief- of pleegkinderen, tot een maximum van in totaal zes jaren. +**4.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens het aanvragen of het opnemen van ouderschapsverlof. -**4.** Indien het dienstbelang zulks vordert, kan bij de verlening van ontslag van de rangorde, bedoeld in het derde lid, worden afgeweken. Omvat de afvloeiing in dat geval meer dan 1% van het aantal overplaatsbare ambtenaren van de DBZ in vaste dienst - met een minimum van 5 - dan geschiedt zij naar een bepaald vooraf vastgesteld plan. +**5.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen. -**5.** Bij een ontslagverlening op grond van het eerste lid van dit artikel wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. +**6.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet plaatsvinden wegens het feit dat de ambtenaar door een centrale als bedoeld in artikel 142, derde lid, of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten vereniging dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die ertoe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en daarbij aangesloten verenigingen te ondersteunen. -**6.** Binnen een periode van uiterlijk een jaar nadat de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ de ingevolge het tweede lid van dit artikel opgedragen werkzaamheden is gaan vervullen, kan aan betrokkene alsnog het eervol ontslag bedoeld in het eerste lid worden verleend, indien die werkzaamheden blijken niet passend voor betrokkene te zijn. Het vijfde lid is daarbij niet van toepassing. +**7.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar is geplaatst op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de ondernemingsraden, noch wegens het lidmaatschap of het korter dan twee jaren geleden beëindigde lidmaatschap van de ambtenaar van de ondernemingsraad of van een commissie van die raad. + +**8.** Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan voor de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd, welke aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering, berekend op grond van het BBRA 1984. ### Artikel 99 -**1.** Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend. +**1.** De ambtenaar kan in het kader van een reorganisatie eervol ontslag worden verleend indien het niet mogelijk is gebleken om hem te herplaatsen in een passende functie. -**2.** Tenzij op grond van artikel 54, eerste lid, onder *a*, van dit reglementartikel 34*e*, eerste lid, van het ARAR van overeenkomstige toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die na afloop van het verlof, verleend met overeenkomstige toepassing van artikel 34, uitgezonderd het derde en vijfde lid, van het ARAR dan wel artikel 54, eerste lid, onder *b*, van dit reglement, naar het oordeel van Onze Minister, dan wel indien betrokkene bij koninklijk besluit werd aangesteld of benoemd naar Ons oordeel, niet in actieve dienst kan worden hersteld. +**2.** Aan de ambtenaar die in het kader van een reorganisatie is herplaatst kan alsnog het ontslag, bedoeld in het eerste lid, worden verleend indien binnen een periode van uiterlijk een jaar te rekenen vanaf de datum waarop de functie is opgedragen, blijkt dat de desbetreffende functie niet passend is voor de ambtenaar en het niet mogelijk is hem binnen een redelijke termijn in een passende functie te plaatsen. -**3.** Het eerste lid vindt eveneens toepassing voor de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die ophoudt een functie te bekleden, bedoeld in artikel 16, derde lid, van het ARAR. - -**4.** Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ die een benoeming tot minister of staatssecretaris aanvaardt wordt, met ingang van de dag van het aanvaarden van deze betrekking, eervol ontslag verleend. +**3.** Bij een ontslagverlening op grond van het eerste lid wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. Bij een ontslagverlening op grond van het tweede lid geldt geen opzeggingstermijn. ### Artikel 100 -Voor de ontslagverlening als bedoeld in artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, is overeenstemming vereist met Onze Minister van Binnenlandse Zaken. Deze is gehouden het advies in te winnen van de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren. +**1.** Aan de ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend indien van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd, dat hij zich zal voegen in zijn verplaatsing over een aanmerkelijke afstand ten gevolge van een verplaatsing van zijn functie. + +**2.** Aan de ambtenaar kan binnen een periode van uiterlijk een jaar nadat hij is verplaatst over een aanmerkelijke afstand, alsnog het ontslag, bedoeld in het eerste lid, worden verleend indien van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij zich zal blijven voegen in zijn verplaatsing over een aanmerkelijke afstand tengevolge van een verplaatsing van zijn functie. + +**3.** De artikelen 58g tot en met 58k, 58n en 58o zijn op de ambtenaar van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 101 +**1.** Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij is benoemd of verkozen, tijdelijk wordt ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te vervullen en hij niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend. + +**2.** Tenzij artikel 46a, eerste lid, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar, die na afloop van het verlof, verleend met toepassing van artikel 46, uitgezonderd het vierde en vijfde lid, niet in actieve dienst kan worden hersteld. + +### Artikel 101a + +Aan de ambtenaar die een benoeming tot minister of staatssecretaris aanvaardt, wordt met ingang van de dag van het aanvaarden van deze betrekking eervol ontslag verleend. + +### Artikel 102 + +Voor het verlenen van ontslag aan de ambtenaar die belast is met een functie als vermeld op de in artikel 97, eerste lid, van het ARAR bedoelde lijst van functies met bezwarende werkzaamheden, is artikel 97 van het ARAR van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 103 + +Voor de ontslagverlening, bedoeld in artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, is overeenstemming vereist met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze is gehouden het advies in te winnen van de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren. + +### Artikel 104 + **1.** -Anders dan op aanvraag van de ambtenaar, bij wijze van straf of ingevolge het bepaalde bij artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement en bij de artikelen 97, 98, 99 en 100 van dit reglement, alsmede bij artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ worden ontslagen op grond van: +Anders dan op aanvraag van de ambtenaar, bij wijze van straf of ingevolge het bepaalde bij artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement, bij de artikelen 98 tot en met 102 van dit besluit en bij artikel 125e, tweede lid, van de Ambtenarenwet, kan de ambtenaar worden ontslagen op grond van: -a. het verlies van een vereiste voor de benoembaarheid door het tot aanstelling bevoegd gezag gesteld bij een regeling aan de benoeming voorafgegaan, tenzij dit vereiste alleen geldt bij de aanvang van de loopbaan; -b. onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak, waarbij de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ onder curatele is gesteld; +a. het verlies van een vereiste voor de benoembaarheid, door het bevoegde gezag gesteld bij een regeling aan de benoeming voorafgegaan, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt; +b. onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak, waarbij de ambtenaar onder curatele is gesteld; c. het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; d. onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; -e. ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; -f. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van voor overplaatsbare ambtenaren van de DBZ in diens rang bestemde functies, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken; +e. ongeschiktheid wegens ziekte voor het vervolgen van zijn loopbaan, dan wel, indien de ambtenaar is aangesteld in tijdelijke dienst anders dan voor een proeftijd, tot het verrichten van zijn arbeid; +f. onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken, voor het vervolgen van zijn loopbaan, dan wel, indien de ambtenaar is aangesteld in tijdelijke dienst anders dan voor een proeftijd, voor de door hem vervulde functie; g. het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; -h. het bij of in verband met indiensttreding of keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming zou zijn overgegaan, tenzij de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ aannemelijk maakt dat deze te goeder trouw heeft gehandeld. +h. het bij of in verband met indiensttreding of keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. -**2.** Een ontslag op grond van het eerste lid, onder *a*, *e*, *f* en *g*, wordt steeds eervol verleend. +**2.** Een ontslag op grond van het bepaalde in het eerste lid onder a, e, f en g wordt steeds eervol verleend. **3.** -Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *e*, kan slechts plaatsvinden indien: +Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan slechts plaatsvinden indien: -a. er sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van twee jaar, -b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel *a* genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en -c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ binnen het gezagsbereik van Onze Minister andere arbeid aan te bieden, dan wel indien de ambtenaar geweigerd heeft deze arbeid te aanvaarden. +a. er sprake is van ongeschiktheid voor het vervolgen van zijn loopbaan, respectievelijk tot het verrichten van zijn arbeid, wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van twee jaar, +b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde periode van twee jaar te verwachten is, en +c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar binnen het gezagsbereik van Onze Minister andere arbeid aan te bieden, dan wel indien de ambtenaar geweigerd heeft deze arbeid te aanvaarden. -**4.** Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onder *c*, wordt gedurende het eerste jaar dat de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid verstaan, als bedoeld in artikel 35 van het ARAR. +**4.** Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onder c, wordt verstaan gedurende het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende arbeid als bedoeld in artikel 49, onderdeel j, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid als bedoeld in artikel 49, onderdeel d. -**5.** Bij het bepalen van het tijdvak van twee jaar als bedoeld in het derde lid, onder a, wordt niet in aanmerking genomen afwezigheid van een vrouwelijke ambtenaar wegens door zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof. +**5.** Bij het bepalen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt niet in aanmerking genomen afwezigheid van een vrouwelijke ambtenaar wegens door de zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof. **6.** Voor het bepalen van het in het derde lid, onder a, bedoelde tijdvak van twee jaar worden tijdvakken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld: -a. indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, -b. indien zij worden onderbroken door afwezigheid wegens door zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof, +a. indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen; +b. indien zij worden onderbroken door afwezigheid wegens door zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof, of c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd door een periode van arbeidsgeschiktheid, die in totaal minder dan vier weken bedraagt. -**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen *a* en *b*, vraagt Onze Minister het oordeel van een daartoe door de uitvoeringsinstelling, die de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitvoert ten aanzien van de ambtenaar, aangewezen arts. +**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, wordt het oordeel gevraagd van een daartoe door de uitvoeringsinstelling, die de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitvoert ten aanzien van de ambtenaar, aangewezen arts. -**8.** De in het zevende lid bedoelde arts betrekt bij zijn beoordeling een door Onze Minister aangewezen arts en, indien de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ dit wenst, een door de ambtenaar aangewezen arts. +**8.** De in het zevende lid bedoelde arts betrekt bij zijn beoordeling een door Onze Minister aangewezen arts en, indien de ambtenaar dit wenst, een door de ambtenaar aangewezen arts. -**9.** Onze Minister stelt de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ er schriftelijk van in kennis dat de procedure, bedoeld in het zevende lid wordt ingesteld. Daarbij wijst Onze Minister de overplaatsbare ambtenaar op de mogelijkheid om een arts van zijn keuze te laten deelnemen aan de procedure. +**9.** De ambtenaar wordt er schriftelijk van in kennis gesteld dat de procedure, bedoeld in het zevende lid, wordt ingesteld. Daarbij wordt hij gewezen op de mogelijkheid om een arts van zijn keuze te laten deelnemen aan de procedure. -**10.** De kennisgeving bedoeld in het negende lid, geschiedt niet eerder dan nadat de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ gedurende een onafgebroken periode van achttien maanden ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Het zesde lid is hierbij van overeenkomstige toepassing. +**10.** De kennisgeving, bedoeld in het negende lid, geschiedt niet eerder dan nadat de ambtenaar gedurende een onafgebroken periode van 18 maanden ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Het zesde lid is hierbij van overeenkomstige toepassing. -**11.** De in het zevende lid bedoelde arts stelt naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport op. Hij zendt dit rapport aan Onze Minister. Tevens zendt hij een afschrift van dit rapport aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ. +**11.** De in het zevende lid bedoelde arts stelt naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport op. Hij zendt dit rapport aan Onze Minister. Tevens zendt hij een afschrift van dit rapport aan de ambtenaar. -**12.** Indien herplaatsing als bedoeld in het derde lid, onder *c*, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren. - -**13.** Aan een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ kan eervol ontslag worden verleend, indien deze de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, dan wel 35 voor pensioen geldige dienstjaren bij de DBZ heeft, wanneer betrokkene blijkens een arbeidsgezondheidskundig onderzoek niet meer geschikt is om overal ter wereld te worden geplaatst. - -**14.** Op de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ aan wie op grond van het vierde lid eervol ontslag is verleend, is de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat overal waar in die regeling wordt gesproken van "Onze Minister" of "Onze Minister van Binnenlandse Zaken" daarvoor wordt gelezen "Onze Minister van Buitenlandse Zaken". - -**15.** Met betrekking tot ontslag wegens flexibel pensioen en uittreden is artikel 94*a* van het ARAR van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 102 - -Indien aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ gedurende de tijd dat deze recht heeft op wachtgeld, daaronder mede begrepen herplaatsingswachtgeld of een uitkering krachtens de Uitkeringsregeling 1966, een voor betrokkene passend geachte functie is aangeboden en die functie binnen een periode van uiterlijk een jaar, nadat betrokkene deze is gaan vervullen, niet passend voor deze blijkt te zijn, kan aan betrokkene binnen die periode op zijn aanvraag eervol ontslag uit die functie worden verleend, welk ontslag ten aanzien van diens aanspraken op een wachtgeld of uitkering als evenbedoeld, wordt geacht niet door eigen toedoen te zijn verleend. - -### Artikel 103 - -**1.** Aan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in vaste dienst kan ook op andere gronden dan die in artikel 101 zijn geregeld of waarnaar in dat artikel wordt verwezen, ontslag worden gegeven. Dat ontslag wordt eervol verleend. - -**2.** In geval van ontslag ingevolge het eerste lid wordt door het tot ontslagverlening bevoegde gezag een voorziening getroffen waarbij de overplaatsbare ambtenaar van de Dienst Buitenlandse Zaken een uitkering verleend wordt, die, naar het oordeel van dat bevoegde gezag, met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Deze uitkering zal ten minste gelijk zijn aan het voor de ambtenaar geldende totaal van uitkeringen berekend op basis van de Werkloosheidswet en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, als ware als gevolg van het ontslag geen sprake van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in artikel 24 van de Werkloosheidswet. Voor zover door het bevoegde gezag ten gunste van de ambtenaar niet anders is beslist, zijn op de uitkering voor het overige de Werkloosheidswet en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Indien de ambtenaar terzake van zijn ontslag ingevolge het eerste lid recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, wordt de in het tweede lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd. - -### Artikel 104 - -Vervallen +**12.** Indien herplaatsing als bedoeld in het derde lid, onder c, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren. ### Artikel 105 -Vervallen +Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd dat hij recht heeft op wachtgeld, daaronder mede begrepen herplaatsingswachtgeld, een uitkering krachtens de Uitkeringsregeling 1966 of een suppletie op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk, een voor hem passend geachte functie is aangeboden en die functie binnen een periode van uiterlijk een jaar, nadat hij haar is gaan vervullen, niet passend voor hem blijkt te zijn, kan hem binnen die periode op zijn aanvraag eervol ontslag uit die functie worden verleend, welk ontslag ten aanzien van zijn aanspraken op een wachtgeld of uitkering als evenbedoeld, wordt geacht niet door eigen toedoen te zijn verleend. ### Artikel 106 -**1.** De bezoldiging van de overplaatsbare ambtenaren van de DBZ wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden. Artikel 24, eerste lid, van het ARAR wordt voorts overeenkomstig toegepast. +**1.** Aan de ambtenaar in vaste dienst kan ook op andere gronden dan die in artikel 104 zijn genoemd of waarnaar in dat artikel wordt verwezen, ontslag worden gegeven. Dat ontslag wordt eervol verleend. -**2.** Met inachtneming van het vijfde lid wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden aan de weduwe of weduwnaar, van wie de overleden overplaatsbare ambtenaar van de DBZ niet duurzaam gescheiden leefde, een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden. Als maatstaf bij de berekening van het in de vorige volzin bedoelde bedrag geldt, behoudens het hierna bepaalde, de bezoldiging, welke de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ op de dag van het overlijden genoot of indien hij op die dag aanspraak maakt op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering, bedoeld in hoofdstuk VI van het Algemeen rijksambtenarenreglement, zou hebben genoten indien hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest. De uitkering wordt vermeerderd met een bedrag gelijk aan driemaal dat van de vakantie-uitkering over een maand, berekend op de voet van het BBRA 1984, naar de bezoldiging die de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in de maand van het overlijden zou hebben genoten. Indien de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in het genot was van een toelage als bedoeld in artikel 17, dan wel 18 *a* van eerdervermeld besluit, wordt het gedeelte van de in de eerste volzin bedoelde uitkering dat betrekking heeft op bovenbedoelde toelagen gesteld op het bedrag dat de overleden overplaatsbare ambtenaar van de DBZ in de drie kalendermaanden voorafgaand aan de dag van het overlijden aan zodanige toelagen is toegekend. Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen in de zin van dit artikel worden mede verstaan natuurlijke kinderen en kinderen, waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen, dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ. +**2.** In geval van ontslag ingevolge het eerste lid wordt door het tot ontslagverlening bevoegde gezag een voorziening getroffen waarbij de ambtenaar een uitkering verleend wordt, die, naar het oordeel van dat bevoegde gezag, met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Deze uitkering zal ten minste gelijk zijn aan het voor de ambtenaar geldende totaal van uitkeringen berekend op basis van de Werkloosheidswet en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, als ware als gevolg van het ontslag geen sprake van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in artikel 24 van de Werkloosheidswet. Voor zover door het bevoegd gezag ten gunste van de ambtenaar niet anders is beslist, zijn op de uitkering voor het overige de Werkloosheidswet en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk van overeenkomstige toepassing. -**3.** Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het tweede lid nalaat, kan het daarbedoelde bedrag door het bevoegde gezag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is. - -**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt, indien de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ op de dag van het overlijden wegens ziekte of ongeval verhinderd was zijn dienst te verrichten, onder bezoldiging verstaan hetgeen daaronder voor de toepassing van hoofdstuk XIII wordt verstaan. - -**5.** Indien de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ voor zijn overlijden te veel vakantie heeft genoten, vindt artikel 24, tweede lid, van het ARAR overeenkomstige toepassing. Het aldus verschuldigde bedrag en de reeds voor zijn overlijden aan de ambtenaar uitbetaalde bezoldiging over een na zijn overlijden gelegen tijdvak worden in mindering gebracht op het eventueel aan de nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ verschuldigde bedrag wegens nog niet vergolden aanspraken van de ambtenaar, en bij gebreke hiervan of indien en voorzover dit bedrag daarvoor niet toereikend is, op de uitkering bedoeld in het tweede lid. - -**6.** Op het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de Ziektewet ofartikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. - -**7.** Indien de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ten tijde van diens overlijden een tegemoetkoming genoot in de zin van artikel 51, eerste lid, wordt deze gedurende ten hoogste drie maanden, of zoveel langer als aantoonbaar onvermijdelijk blijkt, doorbetaald ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zover deze tegemoetkoming verband houdt met hun verblijf in het buitenland. - -**8.** Overlijdt de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ gedurende het tijdvak waarover aan deze de in het derde lid van artikel 51 genoemde tegemoetkoming is toegekend, wordt de in dat lid bedoelde regeling voortgezet ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen; de hoogte van de vergoeding wordt dan berekend als ware de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ niet overleden. - -**9.** Overlijdt de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ gedurende een plaatsing in het buitenland en verkiezen de nagelaten gezinsleden naar Nederland terug te keren, dan geldt de in het derde lid van artikel 51 bepaalde regeling eveneens voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. Voor de berekening van de hoogte en de duur van de in die regeling voorziene tegemoetkoming in de bijzondere kosten wordt de regeling dan geacht te zijn ingegaan op de dag, volgende op de dag waarop de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ is overleden. Is na diens overlijden met toepassing van het zesde lid de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 51, eerste lid, doorbetaald, dan wordt over dat tijdvak de eerstgenoemde tegemoetkoming geacht voor de laatstgenoemde in de plaats te zijn getreden. - -### Artikel 106a - -Na het overlijden van de gewezen overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, die op de dag van zijn overlijden op grond van de artikelen 38 en 46 van het ARAR in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 106 bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering op grond van artikel 35 van de Ziektewet, artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 6 en 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. - -### Artikel 106b - -**1.** Indien het overlijden van een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, een nabestaandenpensioen geniet, een uitkering toegekend overeenkomstig artikel 102b van het ARAR. - -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ten aanzien van wie artikel 38, derde lid, van het ARAR toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel. +**3.** Indien de ambtenaar ter zake van zijn ontslag ingevolge het eerste lid recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, wordt de in het tweede lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd. ### Artikel 107 -Gedurende de maand van het overlijden en de volgende drie maanden behouden de achterblijvende gezinsleden het gebruik van de ambts- of dienstwoning, waarin zij met de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ woonden. Daarvan kan echter worden afgeweken als Onze Minister dat in het belang van de dienst noodzakelijk acht. Alsdan wordt door Onze Minister naar billijkheid een schadevergoeding gegeven. +**1.** De ambtenaar aan wie op zijn aanvraag eervol ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de overheid, heeft op grond van zijn ontslag als ambtenaar aanspraak op een uitkering overeenkomstig het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk. + +**2.** Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts indien de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 58c en 58d en hij binnen twee jaar na zijn indiensttreding buiten de overheid buiten zijn schuld of toedoen wordt ontslagen. + +**3.** Indien de ambtenaar ter zake van zijn ontslag ingevolge het tweede lid recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet wordt de in het eerste lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd. ### Artikel 108 -Indien door de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ voor het gebruik van een ambts- of dienstwoning een vergoeding verschuldigd was, voldoen de achtergebleven gezinsleden deze over de tijd gedurende welke zij het gebruik dier woning behouden. +**1.** De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van overlijden. Artikel 41b, eerste lid, wordt voorts overeenkomstig toegepast. + +**2.** Met inachtneming van het vijfde lid wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden aan de weduwe of weduwnaar, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, een bedrag uitgekeerd gelijkaan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden. Als maatstaf bij de berekening van het in de eerste volzin bedoelde bedrag geldt, behoudens het hierna bepaalde, de bezoldiging, welke de ambtenaar op de dag van het overlijden genoot of, indien hij op die dag aanspraak maakt op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in hoofdstuk X, zou hebben genoten indien hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest. De uitkering wordt vermeerderd met een bedrag gelijk aan drie maal dat van de vakantie-uitkering over een maand berekend op de voet van het BBRA 1984, naar de bezoldiging die de ambtenaar in de maand van het overlijden zou hebben genoten. Indien de ambtenaar in het genot was van een toelage als bedoeld in artikel 17 dan wel artikel 18a van het BBRA 1984, wordt het gedeelte van de in de eerste volzin bedoelde uitkering dat betrekking heeft op bovenbedoelde toelagen gesteld op het bedrag dat de overleden ambtenaar in de drie kalendermaanden voorafgaand aan de dag van het overlijden aan zodanige toelagen is toegekend. Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen in de zin van dit artikel worden mede verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de ambtenaar. + +**3.** Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het tweede lid nalaat, kan het daarbedoelde bedrag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is. + +**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt, indien de ambtenaar op de dag van het overlijden wegens ziekte of ongeval verhinderd was zijn dienst te verrichten, onder bezoldiging verstaan hetgeen daaronder voor de toepassing van hoofdstuk X wordt verstaan. + +**5.** Indien de ambtenaar voor zijn overlijden te veel vakantie heeft genoten, vindt artikel 41b, tweede lid, overeenkomstige toepassing. Het aldus verschuldigde bedrag en de reeds voor zijn overlijden aan de ambtenaar uitbetaalde bezoldiging over een na zijn overlijden gelegen tijdvak worden in mindering gebracht op het eventueel aan de nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden van de ambtenaar verschuldigde bedrag wegens nog niet vergolden aanspraken van de ambtenaar, en bij gebreke hiervan of indien en voor zover dit bedrag daarvoor niet toereikend is, op de uitkering bedoeld in het tweede lid. + +**6.** Op het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de Ziektewet of artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Alleen uitkeringen die voortvloeien uit de dienstbetrekking bij Onze Minister worden in mindering gebracht. ### Artikel 109 -**1.** Bij vermissing van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ vinden, behoudens het tweede lid, de artikelen 106 tot en met 108 overeenkomstig toepassing. De overplaatsbare ambtenaar van de DBZ wordt daarbij geacht te zijn overleden op een door Onze Minister te bepalen dag. - -**2.** Het tweede lid van artikel 106 vindt geen toepassing indien gegronde vermoedens bestaan, dat de vermissing het gevolg is van ongeoorloofde afwezigheid. - -**3.** Indien blijkt, dat de als vermist beschouwde ambtenaar van de DBZ in leven is, kan ter beoordeling van het tot aanstelling bevoegd gezag de bezoldiging alsnog worden uitbetaald, tenzij gegronde vermoedens bestaan dat de vermissing het gevolg was van ongeoorloofde afwezigheid. - -**4.** Indien uit hoofde van de vermissing van de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ pensioen of enige andere uitkering, voortvloeiende uit diens ambtelijke rechtspositieregeling, is toegekend over het tijdvak waarover naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag aanspraak bestaat op bezoldiging, wordt die bezoldiging verminderd met de over dat tijdvak aldus uitbetaalde bedragen. - -**5.** De bezoldiging, waarop de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ ingevolge het derde en het vierde lid aanspraak heeft, kan aan anderen dan de overplaatsbare ambtenaar van de DBZ worden uitbetaald. - -## Hoofdstuk XVII. Niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ +Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van de artikelen 54a en 55 in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 108 bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering op grond van artikel 35 van de Ziektewet, artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 6 en 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Alleen uitkeringen die voortvloeien uit de dienstbetrekking bij Onze Minister worden in mindering gebracht. ### Artikel 110 -Naast de in het eerste lid, aanhef en onder *b*, van artikel 16 van toepassing verklaarde bepalingen van dit reglement, zijn op niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ van overeenkomstige toepassing: +**1.** -a. de bepalingen van het ARAR, behoudens de artikelen 49ca, 71 en 71a en hoofdstuk XI van het ARAR, alsmede -b. de artikelen 33, 54, eerste lid, onder b en zesde tot en met elfde lid, 83, 83a en 99, tweede lid, van dit reglement. +Indien het overlijden van de ambtenaar is veroorzaakt door een dienstongeval of een door het verrichten van zijn arbeid opgelopen beroepsziekte, wordt aan degene die in verband met dit overlijden krachtens het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP een nabestaandenpensioen geniet, een uitkering toegekend ten bedrage van 18% van het resultaat van de vermenigvuldiging van: + +a. indien het gaat om de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, vijf zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; +b. indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onderdeel a, van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, een zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; +c. indien het gaat om de wees, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, aanhef, onderdeel b, van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, twee zevende deel van 1,75% van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 6.2 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, en de pensioengeldige diensttijd, bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP. + +Indien de weduwe of weduwnaar een samenlevingscontract sluit dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat, eindigt de uitkering met ingang van de maand volgende op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract dan wel het aangaan van het geregistreerd partnerschap. + +**2.** De uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de overledene de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, dan wel, indien de partner, bedoeld in artikel 7.1 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, aan wie een pensioen werd toegekend, hertrouwt, met ingang van de maand volgende op de datum van het hertrouwen. + +**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen ambtenaar ten aanzien van wie artikel 54a, derde lid, toepassing heeft gevonden, indien zijn overlijden het rechtstreeks gevolg is van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in dat artikel. ### Artikel 111 -**1.** De niet-overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan met behoud van diens rechtspositie in uitzonderlijke gevallen, ter beoordeling van Onze Minister, mits betrokkene aan de eisen voor het vervullen van de desbetreffende functie voldoet, op diens aanvraag dan wel met diens instemming, hier te lande tijdelijk worden benoemd in een der voor overplaatsbare ambtenaren van de DBZ bestemde functies. +**1.** Gedurende de kalendermaand van het overlijden en de volgende drie kalendermaanden behouden de achterblijvende gezinsleden het gebruik van de dienstwoning, waarin zij met de ambtenaar woonden. Daarvan kan worden afgeweken als Onze Minister dat in het belang van de dienst noodzakelijk acht. Alsdan wordt naar billijkheid een schadevergoeding gegeven. -**2.** Reflecteert naar de in het eerste lid bedoelde functie ook een overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ die aan de eisen van die functie voldoet, dan heeft deze voorrang. +**2.** Bij vrijwillig verlaten van de dienstwoning binnen de termijn gedurende welke de woning nog mag worden gebruikt, kan een vergoeding worden gegeven. De eerste volzin is niet van toepassing op een buiten Nederland gelegen woning. + +**3.** Indien door de ambtenaar voor het gebruik van de dienstwoning een vergoeding verschuldigd was, voldoen de achtergebleven gezinsleden deze over de tijd, gedurende welke zij het gebruik van die woning behouden. ### Artikel 112 -De niet-overplaatsbare ambtenaar van de DBZ kan met overgang naar de rechtspositie van overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ op diens aanvraag voor de rest van het dienstverband bij de DBZ, mits betrokkene voldoet aan de in artikel 20 voor overplaatsbare ambtenaren van de DBZ gestelde voorwaarden, als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ worden aangesteld met inachtneming van het navolgende: +**1.** Indien de ambtenaar ten tijde van diens overlijden een tegemoetkoming genoot in de zin van artikel 36, eerste lid, wordt deze gedurende ten hoogste drie maanden, of zoveel langer als aantoonbaar onvermijdelijk blijkt, doorbetaald ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zover deze tegemoetkoming verband houdt met hun verblijf buiten Nederland. -a. Onze Minister kan in bijzondere gevallen, na advies van de Adviescommissie Aanstellingen Overplaatsbare Ambtenaren DBZ, ontheffing verlenen van de gestelde leeftijdseis; -b. Onze Minister kan op aanvraag van de betrokkene bepalen dat deze zonder het in artikel 23 bedoelde toelatingsonderzoek wordt toegelaten tot de eerste opleiding dan wel introductiecursus, bedoeld in artikel 29; -c. Onze Minister kan op aanvraag van de betrokkene, na advies van de Adviescommissie Aanstellingen Overplaatsbare Ambtenaren DBZ, bepalen dat vanwege als niet-overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ opgedane deskundigheid en ervaring een door hem te bepalen deel van de eerste opleiding dan wel introductiecursus kan vervallen; in dat geval heeft het examen, bedoeld in artikel 29, betrekking op het resterende deel van de eerste opleiding; -d. gedurende de deelname aan de eerste opleiding blijft de rechtspositie ongewijzigd; deelname aan de eerste opleiding en het examen geldt voor de betrokkene als dienstopdracht in diens functie als niet-overplaatsbaar ambtenaar voor de gehele arbeidstijd of voor een deel daarvan; -e. de betrokkene verkrijgt de rechtspositie van overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ met ingang van de dag waarop deze wordt aangesteld als overplaatsbaar ambtenaar van de DBZ; is betrokkene reeds aangesteld in vaste dienst, dan blijft deze in vaste dienst aangesteld, in afwijking van het achtste lid van artikel 29. +**2.** Indien de ambtenaar overlijdt gedurende het tijdvak waarover aan hem de in het vierde lid van artikel 36 genoemde tegemoetkoming is toegekend, worden de in dat lid bedoelde regels toegepast ten behoeve van de nagelaten gezinsleden, voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. De hoogte van de vergoeding wordt dan berekend als ware de ambtenaar niet overleden. + +**3.** Indien de ambtenaar overlijdt gedurende een plaatsing buiten Nederland en de nagelaten gezinsleden verkiezen naar Nederland terug te keren, gelden de in het vierde lid van artikel 36 bedoelde regels eveneens voor zolang de bijzondere kosten te hunnen aanzien doorlopen. Voor de berekening van de hoogte en de duur van de in die regels voorziene tegemoetkoming in de bijzondere kosten wordt de toepassing van de regels dan geacht te zijn ingegaan op de dag, volgende op de dag waarop de ambtenaar is overleden. Is na diens overlijden met toepassing van artikel 108, zesde lid, de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 36, eerste lid, doorbetaald, dan wordt over dat tijdvak de eerstgenoemde tegemoetkoming geacht voor de laatstgenoemde in de plaats te zijn getreden. ### Artikel 113 -**1.** Niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ kunnen, alléén binnen het kader van hun ambtsvervulling dan wel opleiding, met hun instemming tijdelijk aan vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland worden toegevoegd. +**1.** Bij vermissing van de ambtenaar vinden, behoudens het bepaalde in het tweede lid, de bepalingen van de artikelen 108 tot en met 112 overeenkomstige toepassing. De ambtenaar wordt daarbij geacht te zijn overleden op een door Onze Minister te bepalen dag. -**2.** Gedurende toevoegingen, in het eerste lid bedoeld, behouden zij hun rechtspositie, met dien verstande dat regelingen welke gelden voor in het buitenland geplaatste overplaatsbare ambtenaren van de DBZ op hen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, indien en voor zover hun toevoeging zulks verlangt. +**2.** Het tweede lid van artikel 108 vindt geen toepassing indien gegronde vermoedens bestaan, dat de vermissing het gevolg is van ongeoorloofde afwezigheid. -## Hoofdstuk XVIIA. Tijdelijke ambtenaren van de DBZ +**3.** Indien blijkt dat de als vermist beschouwde ambtenaar in leven is, kan ter beoordeling van Onze Minister, de bezoldiging alsnog worden uitbetaald, tenzij gegronde vermoedens bestaan, dat de vermissing het gevolg was van ongeoorloofde afwezigheid. -### Artikel 113a +**4.** Indien uit hoofde van de vermissing van de ambtenaar pensioen of enige andere uitkering, voortvloeiende uit zijn ambtelijke rechtspositieregeling, is toegekend over het tijdvak waarover naar het oordeel van Onze Minister aanspraak bestaat op bezoldiging, wordt die bezoldiging verminderd met de over dat tijdvak aldus uitbetaalde bedragen. -**1.** +**5.** De bezoldiging, waarop de ambtenaar ingevolge het derde en het vierde lid aanspraak heeft, kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitbetaald. -Naast de in het eerste lid, aanhef en onder *c*, van artikel 16 van toepassing verklaarde bepalingen van dit reglement, zijn op tijdelijke ambtenaren van de DBZ van overeenkomstige toepassing de artikelen 6*a* en 12, derde lid, van het ARAR, alsmede de artikelen 18, vierde lid, onderdeel *b*, 19, eerste lid, 25, 26, 27, 28, 30, tiende lid, 33 en 45 en de hoofdstukken IX tot en met XVI van dit reglement, met dien verstande dat +## Hoofdstuk XV. Vervallen. -a. in afwijking van artikel 48, eerste lid, de salarisschaal welke voor de tijdelijke ambtenaren van de DBZ zal gelden wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van de BBRA 1984; -b. telkens voor "overplaatsbaar ambtenaar" dient te worden gelezen: tijdelijk ambtenaar; -c. telkens voor "waar ook ter wereld" dient te worden gelezen: het gebied waarin de desbetreffende vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland is gevestigd; -d. in artikel 98, eerste lid, voor "overtolligheid" dient te worden gelezen: opheffing van zijn functie dan wel wegens overtolligheid. +## Hoofdstuk XVI. Vervallen. -**2.** Aanstelling van de tijdelijke ambtenaar van de DBZ geschiedt in tijdelijke dienst voor een bepaalde duur; deze duur is ten hoogste een periode van vier jaren. +## Hoofdstuk XVII. Vervallen. -**3.** Het dienstverband eindigt na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde duur. +## Hoofdstuk XVIIA. Vervallen. -**4.** Na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde duur kan, indien het belang van de dienst daarmede wordt gediend, een nieuwe aanstelling op grond van dat lid worden verleend. - -**5.** In bijzondere gevallen kan een tijdelijk ambtenaar van de DBZ, voorafgaande aan zijn uitzending dan wel na beëindiging van de uitzending, tijdelijk worden belast met werkzaamheden op het departement. - -## Hoofdstuk XVIII. Plaatselijke indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht van werknemers voor werkzaamheden bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland +## Hoofdstuk XVIII. Plaatselijk indienstgenomen werknemers ### Paragraaf 1. Algemene bepalingen @@ -1413,22 +2346,30 @@ d. in artikel 98, eerste lid, voor "overtolligheid" dient te worden gelezen: oph ### Artikel 115 -Ter ondersteuning van een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder *a*, kan door Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, in overeenstemming met Onze Minister, aan het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland volmacht worden verleend tot het in dienst nemen van een werknemer op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor werkzaamheden bij die vertegenwoordiging. De in de vorige volzin bedoelde werknemers worden met betrekking tot hun dienstverrichtingen gelijkgesteld met degenen die tot de DBZ behoren. De bepalingen in of krachtens dit reglement gesteld welke van toepassing zijn op werknemers behorende tot de DBZ, zijn op hen van overeenkomstige toepassing. +**1.** + +In overeenstemming met Onze Minister kan ter ondersteuning van: + +a. een gedetacheerde ambtenaar van een ander ministerie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a; +b. een toegevoegde ambtenaar van de Nederlandse Antillen of Aruba als bedoeld in artikel 8, vierde lid, of +c. een ander als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, door Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, onderscheidenlijk door de ander, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, aan het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland volmacht worden verleend tot het in dienst nemen van een werknemer voor werkzaamheden bij die vertegenwoordiging. + +**2.** De werknemers, bedoeld in het eerste lid, worden met betrekking tot hun dienstverrichtingen gelijkgesteld met werknemers als bedoeld in artikel 114. Op de werknemers, bedoeld in het eerste lid, zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing de bepalingen die in of krachtens dit reglement zijn gesteld betreffende werknemers als bedoeld in artikel 114. ### Artikel 116 -De op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst genomen werknemer verbindt zich: +De werknemer verbindt zich: a. de opgedragen werkzaamheden naar beste vermogen te verrichten; b. indien artikel 114, eerste lid, van toepassing is: zich te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen welke hem, met inachtneming van de verantwoordelijkheden van Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking alsmede van Onze Minister van Economische Zaken ingevolge het vierde en vijfde lid van artikel 12, door of namens Onze Minister, dan wel door of namens het hoofd van de vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland waarbij de werknemer diens werkzaamheden verricht, worden gegeven; -c. indien artikel 115, van toepassing is: zich te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen welke hem door of namens Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, worden gegeven, onverminderd het gestelde in artikel 12, eerste en tweede lid; +c. indien artikel 115, van toepassing is: zich te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen welke hem door of namens zijn werkgever worden gegeven, onverminderd het gestelde in artikel 12, eerste en tweede lid; d. tot het afleggen van de eed of belofte, indien hij deze ingevolge artikel 117, derde lid, dient af te leggen. ### Artikel 117 **1.** -Zo spoedig mogelijk na diens indiensttreding legt de werknemer ten overstaan van een door Onze Minister daartoe aangewezen ambtenaar van de DBZ de navolgende eed of belofte af: +Zo spoedig mogelijk na diens indiensttreding legt de werknemer ten overstaan van een door Onze Minister daartoe aangewezen ambtenaar de navolgende eed of belofte af: "Ik zweer/beloof trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de overige wetten van het Rijk. @@ -1467,10 +2408,7 @@ h. de bepalingen, in of krachtens dit reglement gesteld, welke op de arbeidsover ### Artikel 119 -Naast de in artikel 16, derde lid, van toepassing verklaarde hoofdstukken, zijn de volgende artikelen van dit reglement van overeenkomstige toepassing: - -a. 26, eerste lid en tweede lid, eerste zinsdeel, en 84; -b. 54, zesde tot en met elfde lid. +Naast de in artikel 16, derde lid, van toepassing verklaarde hoofdstukken, zijn de artikelen 23, eerste, zevende tot en met negende en elfde lid, alsmede 48 van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 120 @@ -1513,13 +2451,15 @@ x. vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen; y. algemene verplichtingen; z. functioneringsgesprekken en beoordelingen; aa. bijzondere beloningen; -bb. bekendstelling van regelingen waarin de rechtspositie van de werknemer is neergelegd, alsmede van wijzigingen daarin. +bb. bekendstelling van regelingen waarin de rechtspositie van de werknemer is neergelegd, alsmede van wijzigingen daarin; +cc. sociale voorzieningen, en +dd. suppletie op oudedags-, nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen. ### Artikel 123 -**1.** Onze Minister draagt er zorg voor dat voor elke vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland het bepaalde in of krachtens dit hoofdstuk wordt uitgewerkt in een nadere regeling, zodanig dat het geheel van arbeidsvoorwaarden en daarmee verbandhoudende voorzieningen voldoet aan de eisen van de plaatselijke arbeidsmarkt en naar het oordeel van Onze Minister als toereikend kan worden geacht. +**1.** Bij ministeriële regeling wordt voor elke vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland het bepaalde in of krachtens dit hoofdstuk nader uitgewerkt, zodanig dat het geheel van arbeidsvoorwaarden en daarmee verbandhoudende voorzieningen voldoet aan de eisen van de plaatselijke arbeidsmarkt en naar het oordeel van Onze Minister toereikend is. -**2.** Bij ministeriële regeling worden regelen vastgesteld betreffende de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde uitwerkingen tot stand komen en de voorwaarden die daarbij in acht genomen dienen te worden. Deze regelen worden vastgesteld na overleg met de Bijzondere Commissie, genoemd in artikel 142. +**2.** Bij de in artikel 121 bedoelde ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid tot stand komt en de voorwaarden die daarbij in acht worden genomen. ### Artikel 124 @@ -1540,7 +2480,7 @@ Vervallen Bij beëindiging van de dienstbetrekking, wordt aan de betrokkene een uitkering toegekend overeenkomstig het plaatselijk geldend arbeidsrecht dan wel de plaatselijk geldende gebruiken onverminderd a. de mogelijkheid van uitkeringen op de voet van de in de artikelen 128 en 129 genoemde regelingen; -b. de mogelijkheid van onderstand bij wijze van pensioen op de voet van artikel 130. +b. de mogelijkheid van een suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen als bedoeld in artikel 130. ### Artikel 128 @@ -1550,21 +2490,21 @@ b. de mogelijkheid van onderstand bij wijze van pensioen op de voet van artikel ### Artikel 129 -Indien de in artikel 128 bedoelde voorzieningen of regelingen ontbreken, de desbetreffende werknemer daarvoor niet kan worden aangemeld, of deze voorzieningen of regelingen door Onze Minister in hun gevolg ontoereikend worden geacht, kan bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst worden overeengekomen dat aan de betrokken werknemer een deel van de premie wordt vergoed van een door die werknemer af te sluiten verzekering, welke voorziet in de opbouw van een oudedagvoorziening en een dekking van de risico’s van invaliditeit en overlijden. Zulks wordt alsdan in of bij de arbeidsovereenkomst vermeld, waarbij de bij overlijden begunstigde gezinsleden worden vermeld. +Indien de in artikel 128 bedoelde voorzieningen of regelingen ontbreken, de desbetreffende werknemer daarvoor niet kan worden aangemeld, of deze voorzieningen of regelingen door Onze Minister in hun gevolg ontoereikend worden geacht, kan bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst worden overeengekomen dat aan de betrokken werknemer een deel van de premie wordt vergoed van een door die werknemer af te sluiten verzekering, welke voorziet in de opbouw van een oudedagvoorziening en een dekking van de risico’s van overlijden en arbeidsongeschiktheid. Zulks wordt alsdan in of bij de arbeidsovereenkomst vermeld, waarbij de bij overlijden begunstigde gezinsleden worden vermeld. ### Artikel 130 -**1.** De werknemer op wie geen voorzieningen, regelingen dan wel verzekeringen als bedoeld in de artikelen 128 en 129 van toepassing zijn, kan ten behoeve van zichzelf dan wel voor zijn nagelaten gezinsleden in aanmerking worden gebracht voor een onderstand bij wijze van pensioen bij ontslag wegens het bereiken van de voor betrokkene geldende pensioengerechtigde leeftijd, invaliditeit, dan wel overlijden. +**1.** De werknemer op wie geen voorzieningen, regelingen dan wel verzekeringen als bedoeld in de artikelen 128 en 129 van toepassing zijn, kan ten behoeve van zichzelf dan wel voor zijn nagelaten gezinsleden in aanmerking worden gebracht voor een suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen bij ontslag wegens het bereiken van de voor betrokkene geldende pensioengerechtigde leeftijd, overlijden dan wel arbeidsongeschiktheid. -**2.** Voor de bepaling van grootte en duur van de onderstand beziet Onze Minister welke regelingen in het desbetreffende land gebruikelijk zijn, en past deze zoveel mogelijk naar analogie toe. +**2.** Voor de bepaling van grootte en duur van de suppletie beziet Onze Minister welke regelingen in het desbetreffende land gebruikelijk zijn, en past deze zoveel mogelijk naar analogie toe. -**3.** Aanvullende onderstand bij wijze van pensioen kan door Onze Minister worden toegekend indien deze van oordeel is, dat de voorzieningen, regelingen dan wel verzekeringen als bedoeld in de artikelen 128 en 129, niet leiden tot een geheel van voorzieningen dat, mede gelet op de duur van het dienstverband alsmede de oorzaak en het tijdstip van ontslag, de invaliditeit of het overlijden, passend is te achten, met dien verstande dat geen aanvullende onderstand wordt verstrekt ingeval verzekeringspremies zijn vergoed, maar niet voor verzekering zijn aangewend. Indien overlijden of invaliditeit het rechtstreeks gevolg is van de uitoefening van de dienst buiten eigen schuld of onvoorzichtigheid, wordt de duur van het dienstverband fictief bepaald op de periode, gelegen tussen diens indiensttreding en de datum waarop de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben bereikt. +**3.** Een suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen kan door Onze Minister worden toegekend indien deze van oordeel is dat de voorzieningen, regelingen dan wel verzekeringen, bedoeld in de artikelen 128 en 129, niet leiden tot een geheel van voorzieningen dat, mede gelet op de duur van het dienstverband alsmede de oorzaak en het tijdstip van ontslag, het overlijden of de arbeidsongeschiktheid, passend is te achten, met dien verstande dat geen suppletie wordt verstrekt ingeval verzekeringspremies zijn vergoed, maar niet voor verzekering zijn aangewend. Indien overlijden of arbeidsongeschiktheid het rechtstreeks gevolg is van de uitoefening van de dienst buiten schuld of onvoorzichtigheid van de werknemer, wordt de duur van het dienstverband fictief bepaald op de periode, gelegen tussen diens indiensttreding en de datum waarop de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben bereikt. -**4.** Het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ziet erop toe dat in voorkomende gevallen de onderstand bij wijze van pensioen tijdig wordt aangevraagd, en adviseert Onze Minister desgevraagd met betrekking tot grootte en duur ervan. +**4.** Het hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland ziet erop toe dat in voorkomende gevallen de suppletie op oudedagsvoorzieningen, nabestaandenvoorzieningen of arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen tijdig wordt aangevraagd, en adviseert Onze Minister desgevraagd met betrekking tot grootte en duur ervan. ### Artikel 131 -Bij ministeriële regeling worden voor de toepassing van de artikelen 127 tot en met 130 nadere regelen vastgesteld; artikel 121, tweede lid, is daarbij van toepassing. +Vervallen ## Hoofdstuk XIX. Honoraire consulaire ambtenaren, behorende tot de DBZ @@ -1576,11 +2516,18 @@ Bij ministeriële regeling worden voor de toepassing van de artikelen 127 tot en ### Artikel 133 -**1.** De benoeming tot honorair consulair ambtenaar geschiedt voor onbepaalde tijd tot wederopzegging, waarbij zowel door het tot benoemen bevoegd gezag, als door de honoraire consulaire ambtenaar een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen wordt. +**1.** Benoeming tot honorair consulair ambtenaar geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar. De benoeming kan telkens worden verlengd met een periode van ten hoogste vijf jaar. -**2.** Wanneer het belang van de dienst zulks bepaaldelijk vordert, kan de honoraire consulaire ambtenaar in afwachting van diens ontslag, door Onze Minister met directe ingang worden geschorst. +**2.** Wanneer het belang van de dienst dat bepaaldelijk vordert, kan de honorair consulair ambtenaar door Onze Minister met onmiddellijke ingang worden geschorst. -**3.** Ontslag wordt door het tot benoemen bevoegd gezag verleend. Als regel heeft ontslag plaats bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de honoraire consulaire ambtenaar, met de mogelijkheid van verlenging in bijzondere gevallen tot uiterlijk diens 70-jarige leeftijd. +**3.** + +Aan de honorair consulair ambtenaar wordt ontslag verleend door het tot benoeming bevoegde gezag: + +a. op aanvraag van de honorair consulair ambtenaar; +b. wanneer het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert. + +**4.** Bij ontslag, anders dan vanwege voltooiing van de benoemingsperiode, wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. ### Artikel 134 @@ -1690,7 +2637,7 @@ r. Kanselier der Tweede Klasse. -a. Indien de functie zulks in verband met in het buitenland te vervullen ambtsbezigheden vereist, wordt aan een hier te lande geplaatste of benoemde ambtenaar van de DBZ de titel Ambassadeur toegekend. +a. Indien de functie zulks in verband met in het buitenland te vervullen ambtsbezigheden vereist, wordt aan een hier te lande geplaatste of benoemde ambtenaar de titel Ambassadeur toegekend. b. De titel Ambassadeur wordt in dat verband ook toegekend aan de Directeur-Generaal voor de Buitenlandse Economische Betrekkingen van het Ministerie van Economische Zaken. **6.** De titels van hoofden van vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland - met uitzondering van de titel Zaakgelastigde - en van degenen genoemd in het vijfde lid worden bij koninklijk besluit toegekend; de titel Zaakgelastigde en alle overige titels door Onze Minister. @@ -1705,14 +2652,12 @@ b. De titel Ambassadeur wordt in dat verband ook toegekend aan de Directeur-Gene Een voorgenomen besluit als bedoeld in de artikelen 113 en 115 van het ARAR heeft betrekking op: -1). overplaatsbare ambtenaren van de DBZ; -2). niet-overplaatsbare ambtenaren van de DBZ; -3). tijdelijke ambtenaren van de DBZ; -4). op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst genomen werknemers; -5). honoraire consulaire ambtenaren; -6). honoraire adviseurs; -7). personen die ingevolge artikel 8, zesde lid, aan een tijdelijke diplomatieke zending zijn toegevoegd; -8). bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland toegevoegde ambtenaren als bedoeld in artikel 8, vierde lid, met dien verstande dat met betrekking tot hen het overleg over de in artikel 113, eerste lid, van het ARAR bedoelde aangelegenheden alleen wordt gevoerd voor zover die aangelegenheden verband houden met hun toevoeging. +1°. ambtenaren; +2°. werknemers; +3°. honoraire consulaire ambtenaren; +4°. honoraire adviseurs; +5°. personen die ingevolge artikel 8, zesde lid, aan een tijdelijke diplomatieke zending zijn toegevoegd; +6°. bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland toegevoegde ambtenaren als bedoeld in artikel 8, vierde lid, met dien verstande dat met betrekking tot hen het overleg over de in artikel 113, eerste lid, van het ARAR bedoelde aangelegenheden alleen wordt gevoerd voor zover die aangelegenheden verband houden met hun toevoeging. **3.** Onder «centrales van verenigingen van ambtenaren» en «centrales» in de artikelen 113 tot en met 117 van het ARAR, wordt mede begrepen de Vereniging Dienst Buitenlandse Zaken. @@ -1724,13 +2669,7 @@ Deze regels houden rekening met de bijzondere omstandigheden van het werkzaam zi ### Artikel 143a -Over een voorgenomen besluit tot reorganisatie worden door of namens Onze Minister tijdig geïnformeerd: - -de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 142, derde lid, - -de ondernemingsraad en - -de krachtens artikel 143 ingestelde medezeggenschapsorganen. +Vervallen ## Hoofdstuk XXIII. Bezwaar @@ -1742,17 +2681,17 @@ Er is een Commissie van Bezwaar Dienst Buitenlandse Zaken, hierna te noemen de C a. Onze Minister van advies dient over de beslissing op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit of een handeling krachtens dit reglement genomen onderscheidenlijk verricht ten aanzien van -1°. overplaatsbare, niet-overplaatsbare en tijdelijke ambtenaren van de DBZ; -2°. op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst genomen werknemers behorende tot de DBZ; +1°. ambtenaren; +2°. werknemers als bedoeld in artikel 114; 3°. ingevolge het derde en vierde lid van artikel 8 bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland gedetacheerde of toegevoegde ambtenaren, voor zover het besluiten of handelingen welke met hun detachering of toevoeging verband houden betreft; 4°. ingevolge het zesde lid van artikel 8 aan een tijdelijke diplomatieke zending toegevoegde personen, voor zover het besluiten of handelingen welke verband houden met hun toevoeging betreft; -5°. ingevolge artikel 115 bij een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht indienstgenomen werknemers; -6°. honoraire consulaire ambtenaren en honoraire adviseurs, behorende tot de DBZ, voor zover het besluiten of handelingen welke verband houden met de ambtsverrichtingen als honorair consulair ambtenaar onderscheidenlijk de advieswerkzaamheden als honorair adviseur betreft; +5°. werknemers als bedoeld in artikel 115; +6°. honoraire consulaire ambtenaren en honoraire adviseurs, voor zover het besluiten of handelingen welke verband houden met de ambtsverrichtingen als honorair consulair ambtenaar onderscheidenlijk de advieswerkzaamheden als honorair adviseur betreft; 7°. nagelaten betrekkingen en rechtverkrijgenden van de onder ten 1° tot en met ten 6° genoemden; b. Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, van advies dient over de beslissing op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit of een handeling, 1°. als bedoeld in artikel 8, achtste lid, -2°. genomen ten aanzien van werknemers als bedoeld in artikel 115. +2°. genomen ten aanzien van zijn werknemers als bedoeld in artikel 115. **2.** De Commissie van Bezwaar brengt geen advies uit over de beslissing op een bezwaarschrift tegen een van de in het eerste lid bedoelde besluiten of handelingen, indien daarmee bij of krachtens dit reglement een andere commissie is belast. @@ -1762,17 +2701,22 @@ b. Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, van advies dient over de b **1.** - - a. De Commissie van Bezwaar bestaat uit de volgende leden: 1°. een voorzitter; -2°. twee plaatsvervangende voorzitters; -3°. drie leden-niet-ambtenaren en -4°. negen leden-ambtenaren waarvan ten minste vijf overplaatsbare ambtenaren van de DBZ. +2°. een of meer plaatsvervangende voorzitters; +3°. drie of meer leden-niet-ambtenaren, en +4°. negen of meer leden-ambtenaren. -De leden worden door Onze Minister benoemd en ontslagen. De voorzitter en plaatsvervangende voorzitters, die niet werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister en Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, dienen bij voorkeur te behoren of te hebben behoord tot de Nederlandse rechterlijke macht; zij worden, telkenmale voor een periode van vier jaar, benoemd na overleg met Onze Minister van Justitie. Leden-niet-ambtenaren worden, telkenmale voor een periode van vier jaar, benoemd op voordracht van, evenwel niet uit, de Bijzondere Commissie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Leden-ambtenaren worden benoemd uit hier te lande geplaatste ambtenaren van de DBZ, welke niet zijn geplaatst of benoemd bij de personeelsdienst. Zij worden ontslagen, wanneer hun plaatsing hier te lande is geëindigd dan wel wanneer zij ophouden ambtenaar van de DBZ te zijn. -b. Indien bezwaar wordt gemaakt door een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder *a*, wordt door Onze Minister aan de Commissie van Bezwaar een lid toegevoegd op voordracht van Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie. +b. De leden worden door Onze Minister benoemd en ontslagen. + +c. De voorzitter en plaatsvervangende voorzitters zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister en Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, en dienen bij voorkeur te behoren of te hebben behoord tot de Nederlandse rechterlijke macht. Zij worden telkenmale voor een periode van vier jaar benoemd. + +d. Leden-niet-ambtenaren worden, telkenmale voor een periode van vier jaar, benoemd op voordracht van, evenwel niet uit, de ondernemingsraad. + +e. Geen lid kunnen zijn: ambtenaren die buiten Nederland of bij de personeelsdienst zijn geplaatst, alsmede degenen die ophouden ambtenaar te zijn. + +f. Indien bezwaar wordt gemaakt door een gedetacheerde ambtenaar als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder *a*, wordt door Onze Minister aan de Commissie van Bezwaar een lid toegevoegd op voordracht van Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie. **2.** @@ -1783,13 +2727,11 @@ b. de wijze waarop de leden aftreden. **3.** De vergoeding van de voorzitter, plaatsvervangende voorzitters en de leden-niet-ambtenaren wordt door Onze Minister vastgesteld. -**4.** Afdeling 8.1.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de wraking en verschoning van leden van de Commissie van Bezwaar. +**4.** De leden van de Commissie van Bezwaar, alsmede de in het vijfde lid genoemde secretarissen, zijn tot geheimhouding verplicht met betrekking tot de beraadslagingen in de Commissie. -**5.** De leden van de Commissie van Bezwaar, alsmede de in het zesde lid genoemde secretarissen, zijn tot geheimhouding verplicht met betrekking tot de beraadslagingen in de Commissie. +**5.** Onze Minister voegt een secretaris en zonodig een plaatsvervangend secretaris aan de Commissie van Bezwaar toe. -**6.** Onze Minister voegt een secretaris en zonodig een plaatsvervangend secretaris aan de Commissie van Bezwaar toe. - -**7.** +**6.** @@ -1801,7 +2743,7 @@ a. Voor het behandelen van bezwaren vormt en bezet de Commissie van Bezwaar op v b. Bij een bezwaar als bedoeld in artikel 147 bestaat de kamer uit: 1°. de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en -2°. twee of vier leden, waarvan ten minste één overplaatsbaar lid-ambtenaar. +2°. twee of vier leden, waarvan ten minste één lid-ambtenaar. ### Artikel 146 @@ -1815,7 +2757,7 @@ b. Bij een bezwaar als bedoeld in artikel 147 bestaat de kamer uit: **5.** De Commissie van Bezwaar kan zich door deskundigen schriftelijk van advies en verslag doen dienen. Getuigen en deskundigen die ambtshalve zijn opgeroepen of met een opdracht zijn belast, ontvangen een vergoeding overeenkomstig de Wet tarieven in strafzaken. -**6.** Worden aan de Commissie van Bezwaar schriftelijk inlichtingen voorgelegd omtrent degene die het bezwaar heeft ingediend, dan mogen die niet ten nadele van betrokkene gelden, tenzij deze vóór de melding aan de Commissie door betrokkene voor gezien zijn getekend, of blijkens een daarop gestelde verklaring, ondertekend door twee ambtenaren van de DBZ, aan betrokkene zijn voorgelezen. +**6.** Worden aan de Commissie van Bezwaar schriftelijk inlichtingen voorgelegd omtrent degene die het bezwaar heeft ingediend, dan mogen die niet ten nadele van betrokkene gelden, tenzij deze vóór de melding aan de Commissie door betrokkene voor gezien zijn getekend, of blijkens een daarop gestelde verklaring, ondertekend door twee ambtenaren, aan betrokkene zijn voorgelezen. **7.** De Commissie van Bezwaar stelt haar advies in raadkamer vast bij volstrekte meerderheid van stemmen, waarbij geen der leden zich van deelneming aan enige stemming onthoudt. @@ -1825,35 +2767,22 @@ b. Bij een bezwaar als bedoeld in artikel 147 bestaat de kamer uit: ### Artikel 147 -Bezwaarschriften tegen een besluit tot plaatsing, ter beschikking houden of wijziging van een plaatsingsduur worden door de Commissie van Bezwaar versneld behandeld, met inachtneming van het navolgende: +**1.** -a. indien Onze Minister de in het achtste lid van artikel 30 genoemde termijn in acht heeft genomen, adviseert de Commissie van Bezwaar binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift; -b. indien Onze Minister de in het achtste lid van artikel 30 genoemde termijn spoedshalve niet in acht heeft genomen, adviseert de Commissie van Bezwaar zo spoedig mogelijk na ontvangst van het bezwaarschrift, en wel op een zodanig korte termijn dat Onze Minister in staat is na ontvangst van het advies het bestreden besluit in voorkomend geval in te trekken dan wel te wijzigen; -c. het bezwaar schorst de werking van het besluit totdat Onze Minister op het bezwaarschrift heeft beslist, indien het bezwaarschrift binnen twee weken na de dag waarop het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, is ingediend, dit bezwaarschrift voldoet aan de in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde vereisten en het besluit nog niet ten uitvoer is gelegd; -d. bij deze bezwaarschriftprocedures kan door +Bezwaarschriften tegen een besluit tot plaatsing, ter beschikking houden of wijziging van een plaatsingsduur van de indiener van het bezwaarschrift worden door de Commissie van Bezwaar versneld behandeld, met inachtneming van het navolgende: -1°. Onze Minister, -2°. de in het buitenland geplaatste, bezwaar makende overplaatsbare ambtenaar van de DBZ, -3°. de Commissie van Bezwaar en -4°. de daaraan toegevoegde secretarissen +a. indien Onze Minister de in artikel 27, vijfde lid, genoemde termijn in acht heeft genomen, adviseert de Commissie van Bezwaar binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift; Onze Minister kan, indien het dienstbelang zich daartegen niet verzet, de genoemde termijn van twee weken verlengen; +b. indien Onze Minister de in artikel 27, vijfde lid, genoemde termijn spoedshalve niet in acht heeft genomen, adviseert de Commissie van Bezwaar zo spoedig mogelijk na ontvangst van het bezwaarschrift, en wel op een zodanig korte termijn dat Onze Minister in staat is na ontvangst van het advies het bestreden besluit in voorkomend geval in te trekken dan wel te wijzigen. -spoedshalve gebruik worden gemaakt van de telecommunicatiemiddelen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, onder onverwijlde nazending van schriftelijke bevestigingen. +**2.** Het bezwaar schorst de werking van het besluit totdat Onze Minister op het bezwaarschrift heeft beslist, indien het bezwaarschrift binnen twee weken na de dag waarop het op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, is ingediend, dit bezwaarschrift voldoet aan de in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde vereisten en het besluit nog niet ten uitvoer is gelegd. + +**3.** Bij deze bezwaarschriftprocedures kan door Onze Minister en de buiten Nederland geplaatste, bezwaar makende ambtenaar, alsmede door de Commissie van Bezwaar en de daaraan toegevoegde secretarissen, spoedshalve gebruik worden gemaakt van de telecommunicatiemiddelen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, onder onverwijlde nazending van schriftelijke bevestigingen. ## Hoofdstuk XXIV ### Artikel 148 -**1.** Onze Minister stelt telkenjare ten behoeve van degenen die tot de DBZ behoren een sociaal jaarverslag op en stelt dit bekend. - -**2.** - -Dit jaarverslag bevat ten minste - -a. een beschouwing over het personeelsbeleid dat Onze Minister ten aanzien van degenen die tot de DBZ behoren, voert en in het verslagjaar heeft uitgevoerd; -b. een overzicht van de formatie voor wat betreft de voor ambtenaren van de DBZ bestemde functies en aan de hand daarvan een beschouwing over de bevorderingsprognoses per rang; -c. een overzicht van de bevorderingen per rang en naar geslacht in het verslagjaar. - -**3.** Aanspraken op bevordering of andere aanspraken kunnen aan het sociaal jaarverslag niet worden ontleend. +Vervallen ## Hoofdstuk XXV. Slotbepalingen