From cf7bf5432af255f9d4b48c0e24633ed68a32f1d1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 20 Oct 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-10-20 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer --- wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md | 328 ++++++++++++++++++++- 1 file changed, 319 insertions(+), 9 deletions(-) diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 66cdf8a2ac2..95631876ac8 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -88,7 +88,19 @@ inwonerequivalent: biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal; de EG-verordening milieubeheer- en milieuauditsysteem: de verordening nr. 761/2001 van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieu-auditsysteem (PbEG L 114); -waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. +waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren; + +broeikasgasemissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 16 overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken; + +één ton kooldioxide-equivalent: een metrische ton kooldioxide of een hoeveelheid van een ander broeikasgas met een gelijkwaardig aardopwarmingsvermogen; + +broeikasgas: gas, genoemd in bijlage II bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten; + +de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten: richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275); + +de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten: verordening inzake een gestandaardiseerd en beveiligd stelsel van registers als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, nadat deze verordening door de Commissie van de Europese Gemeenschappen is vastgesteld en in werking is getreden; + +de emissieautoriteit: de Nederlandse emissieautoriteit, genoemd in artikel 2.1. **2.** @@ -198,7 +210,7 @@ Bij de provinciale milieuverordening worden geen regels gesteld, die het naar of ## Hoofdstuk 2. Adviesorganen -### Paragraaf 2.1. De Raad voor het milieubeheer +### Paragraaf 2.1. De Nederlandse emissieautoriteit ### Artikel 2.1 @@ -268,6 +280,14 @@ Vervallen Vervallen +### Artikel 2.16b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 2.16c + +Vervallen + ### Paragraaf 2.2. De Commissie voor de milieu-effectrapportage ### Artikel 2.17 @@ -3712,11 +3732,175 @@ c. worden gemaakt ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 176, **2.** Indien degene die als laatste een stortplaats heeft gedreven, waarvoor een verklaring als bedoeld in artikel 8.47, derde lid, is afgegeven, aansprakelijk is voor de door die stortplaats veroorzaakte schade op grond van artikel 176, vierde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, kan degene jegens wie deze aansprakelijkheid bestaat, zijn recht op schadevergoeding geldend maken tegen het in deze titel bedoelde fonds dat in de betrokken provincie werkzaam is. -## Hoofdstuk 16. Financiële zekerheid +## Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten + +### Titel 16.1. Algemeen ### Artikel 16.1 -Gereserveerd. +**1.** + +In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: + +emissieverslag: verslag als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder b; + +monitoringsprotocol: protocol als bedoeld in artikel 16.6, tweede lid; + +jaarvracht: totale hoeveelheid van een emissie gedurende een kalenderjaar; + +nationaal toewijzingsplan: plan als bedoeld in artikel 16.23, eerste lid; + +nationaal toewijzingsbesluit: besluit als bedoeld in artikel 16.29, eerste lid; + +Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken; + +planperiode: periode waarop een nationaal toewijzingsplan ingevolge artikel 16.23, tweede lid, betrekking heeft; + +register voor handel in broeikasgasemissierechten: register als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid; + +verificateur: onafhankelijke deskundige als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder c; + +verificatie: beoordeling als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder c. + +**2.** + +Voor de toepassing van titel 16.2 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: + +broeikasgasinstallatie: vaste technische eenheid, waarin een of meer activiteiten worden verricht, die een emissie van een broeikasgas in de lucht veroorzaken en die behoren tot een categorie die met betrekking tot het betrokken broeikasgas bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, alsmede andere activiteiten die met eerstbedoelde activiteiten rechtstreeks samenhangen en daarmee technisch in verband staan en die gevolgen kunnen hebben voor de emissie van het betrokken broeikasgas in de lucht; + +kalenderjaar: jaar als bedoeld in artikel 2, onder y, van de EG-verordening registratie van handel in broeikasgasemissierechten. + +### Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten + +#### Afdeling 16.2.1. Algemeen + +### Artikel 16.2 + +**1.** Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin zich een of meer broeikasgasinstallaties bevinden. + +**2.** Een emissie van een broeikasgas in de lucht wordt uitgedrukt in tonnen kooldioxide-equivalent. + +### Artikel 16.3 + +Onder inrichtingen als bedoeld in artikel 16.2, eerste lid, worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone. + +### Artikel 16.4 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +#### Afdeling 16.2.2. Vergunning + +#### Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten + +##### Paragraaf 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan + +### Artikel 16.23 + +**1.** Onze Ministers stellen voor emissies van broeikasgassen die een gevolg zijn van activiteiten die zijn genoemd in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, gezamenlijk een plan vast waarin voornemens zijn opgenomen met betrekking tot de toewijzing van broeikasgasemissierechten. + +**2.** Nationale toewijzingsplannen gelden voor aansluitende perioden. Deze periode bedraagt voor elk plan vijf jaar, met uitzondering van de periode voor het eerste plan, welke drie jaar bedraagt, ingaande 1 januari 2005. + +### Artikel 16.24 + +Het nationale toewijzingsplan wordt vastgesteld met inachtneming van artikel 10 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en van de termijnen, genoemd in artikel 9 van de richtlijn. Het plan wordt vastgesteld met gebruikmaking van objectieve en transparante criteria, waaronder de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij die richtlijn, en de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen daaromtrent overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de richtlijn heeft vastgesteld. + +### Artikel 16.25 + +**1.** + +Het nationale toewijzingsplan bevat ten minste: + +a. een aanduiding van het totale aantal broeikasgasemissierechten dat Onze Ministers voornemens zijn voor de planperiode toe te wijzen; +b. een beschrijving van de manier waarop Onze Ministers voornemens zijn broeikasgasemissierechten toe te wijzen; +c. een lijst van alle inrichtingen waarvoor Onze Ministers voornemens zijn op grond van artikel 16.29, eerste lid, broeikasgasemissierechten toe te wijzen, onder vermelding van het aantal broeikasgasemissierechten dat zij voornemens zijn toe te wijzen voor elke afzonderlijke inrichting; +d. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat elk kalenderjaar op grond van artikel 16.35, eerste lid, zal worden verleend. + +**2.** + +Het nationale toewijzingsplan kan tevens bevatten: + +a. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a, dat beschikbaar wordt gehouden om te kunnen worden toegewezen voor een of meer daarbij aangegeven categorieën van inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a of b, indien deze vergunning nog niet is verleend op het moment dat het plan overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen is toegezonden; +b. een aanduiding van het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a, dat beschikbaar wordt gehouden om te kunnen worden toegewezen voor inrichtingen waarvoor als gevolg van een wijziging van het nationale toewijzingsbesluit overeenkomstig artikel 16.31, eerste lid, meer broeikasgasemissierechten worden toegewezen dan in het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit het geval was; +c. indien toepassing is gegeven aan onderdeel a of b en indien Onze Ministers daartoe besluiten: een beschrijving van de manier waarop broeikasgasemissierechten worden toegewezen voor inrichtingen waarvoor in de desbetreffende planperiode reeds eerder broeikasgasemissierechten zijn toegewezen, voorzover het broeikasgasemissierechten betreft die beschikbaar zijn gehouden overeenkomstig onderdeel a of b en die op een in het nationale toewijzingsplan aangegeven datum binnen de desbetreffende planperiode niet zijn toegewezen overeenkomstig artikel 16.32. + +**3.** Op een lijst als bedoeld in het eerste lid, onder c, worden uitsluitend personen vermeld, die een inrichting drijven die op die lijst is vermeld, waarin een activiteit wordt verricht, waarvoor een vergunning is vereist krachtens artikel 16.5, eerste lid. + +### Artikel 16.26 + +**1.** Op de voorbereiding van het nationale toewijzingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De terinzagelegging van het ontwerp van het besluit geschiedt tevens ter griffie van de provincies. Het ontwerp van het plan wordt tevens toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. De toezending, bedoeld in de derde volzin, geschiedt ten minste vier weken voordat het plan overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt toegezonden. + +**2.** Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. + +**3.** Onze Ministers stellen het nationale toewijzingsplan vast uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp. + +**4.** Het vastgestelde nationale toewijzingsplan wordt bekendgemaakt door kennisgeving van het plan in de Staatscourant. + +**5.** Indien het overeenkomstig het vierde lid bekendgemaakte plan niet behoeft te worden gewijzigd naar aanleiding van de beoordeling door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van het plan dat overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan haar is toegezonden, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant. + +### Artikel 16.27 + +Indien de Commissie van de Europese Gemeenschappen het overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aan haar toegezonden nationale toewijzingsplan geheel of gedeeltelijk verwerpt, stellen Onze Ministers het nationale toewijzingsplan opnieuw vast nadat daarin de door hen voorgestelde en door de Commissie aanvaarde wijzigingen zijn aangebracht. Artikel 16.26, eerste tot en met derde lid, is niet van toepassing. Artikel 16.26, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 16.28 + +Het nationale toewijzingsplan geldt met ingang van de dag na die waarop in de Staatscourant een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 16.26, vijfde lid, dan wel, indien het plan dient te worden gewijzigd naar aanleiding van de beoordeling door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, bedoeld in dat lid, de dag waarop het overeenkomstig artikel 16.26, vierde lid, in verbinding met artikel 16.27, laatste volzin, is bekendgemaakt in de Staatscourant. + +##### Paragraaf 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten + +### Artikel 16.29 + +**1.** + +Onverminderd artikel 16.31 beslissen Onze Ministers voor emissies van broeikasgassen die een gevolg zijn van activiteiten die zijn genoemd in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, met betrekking tot elke planperiode gezamenlijk over de toewijzing van broeikasgasemissierechten. Dat besluit bevat: + +a. het totale aantal broeikasgasemissierechten dat voor de planperiode wordt toegewezen; +b. de toewijzing van die broeikasgasemissierechten voor afzonderlijke inrichtingen; +c. onverminderd onderdeel d: het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat elk kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.35, eerste lid, zal worden verleend; +d. indien het nationale toewijzingsplan hierin voorziet: het gedeelte van het totale aantal broeikasgasemissierechten, bedoeld onder a, dat beschikbaar wordt gehouden om in de planperiode te kunnen worden toegewezen voor inrichtingen als bedoeld in artikel 16.25, tweede lid, onder a of b. + +**2.** Bij het nemen van het nationale toewijzingsbesluit nemen Onze Ministers het geldende nationale toewijzingsplan, voorzover het betreft de in artikel 16.25, eerste lid, onder a, b en d bedoelde onderdelen, alsmede artikel 10 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten in acht, en houden ze rekening met dat plan, voorzover het betreft het in artikel 16.25, eerste lid, onder c bedoelde onderdeel. Het nationale toewijzingsbesluit wordt genomen met inachtneming van de termijnen, genoemd in artikel 11, eerste en tweede lid, van de richtlijn. + +**3.** Artikel 16.23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 16.30 + +**1.** Op de voorbereiding van het nationale toewijzingsbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De terinzagelegging van het ontwerp van het besluit geschiedt tevens ter griffie van de provincies. Het ontwerp van het besluit wordt tevens toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. + +**2.** Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. + +**3.** Onze Ministers nemen het nationale toewijzingsbesluit uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp. + +**4.** Van het vastgestelde nationale toewijzingsbesluit wordt mededeling gedaan door kennisgeving van het besluit in de Staatscourant. + +### Artikel 16.31 + +**1.** Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met toepassing van artikel 20.5a een tussenuitspraak heeft gedaan, wijzigen Onze Ministers het nationale toewijzingsbesluit met inachtneming van die uitspraak. + +**2.** Het besluit tot wijziging van het nationale toewijzingsbesluit waarop de tussenuitspraak, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft, wordt genomen binnen tien weken na de dag waarop de tussenuitspraak, bedoeld in artikel 20.5a, in het openbaar is uitgesproken. Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. + +**3.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk vervangt een met toepassing van het eerste lid gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit. + +### Artikel 16.32 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 16.33 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 16.34 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 16.35 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +#### Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar + +#### Afdeling 16.2.5. De overgang van broeikasgasemissierechten + +#### Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten ## Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden @@ -3792,6 +3976,10 @@ b. in verband daarmee een voor de betrokkene krachtens hoofdstuk 8 geldende verg **2.** De artikelen 18.4 tot en met 18.18 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen bepaalde. +### Artikel 18.1a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 18.2 **1.** @@ -3856,6 +4044,10 @@ d. het beheer van bedrijfsafvalstoffen als bedoeld in artikel 10.52. Bij het uitoefenen van de taak, bedoeld in de artikelen 18.2 tot en met 18.2d, wordt rekening gehouden met het voor het betrokken bestuursorgaan geldende milieubeleidsplan. +### Artikel 18.2f + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 18.3 **1.** Ter bevordering van een doelmatige handhaving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde, wordt daarover in iedere provincie regelmatig overleg gevoerd tussen vertegenwoordigers van de bij de handhaving betrokken bestuursorganen. @@ -3881,6 +4073,10 @@ b. het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken we **5.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. +### Artikel 18.4a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 18.5 De krachtens artikel 18.4 aangewezen ambtenaren zijn voor de vervulling van hun taak met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. @@ -3889,6 +4085,10 @@ De krachtens artikel 18.4 aangewezen ambtenaren zijn voor de vervulling van hun Het bevoegd gezag is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan de krachtens artikel 18.4 aangewezen ambtenaren. +### Artikel 18.6a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 18.7 Onze betrokken Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wet in gevallen waarin: @@ -3896,6 +4096,10 @@ Onze betrokken Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhavi a. hem de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving daarvan is opgedragen of b. geen ander bestuursorgaan daartoe bevoegd is. +### Artikel 18.7a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 18.8 Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 18.7 behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen of titel 10.7 bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht. @@ -3965,6 +4169,74 @@ b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen. **2.** Indien het verzoek wordt ingewilligd, voegt het bestuursorgaan bij de bekendmaking van de beschikking aan de verzoeker een afschrift van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning of ontheffing. +### Artikel 18.16a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16c + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16d + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16e + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16f + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16g + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16h + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16i + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16j + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16k + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16l + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16m + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16n + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16o + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16p + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.16q + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 18.17 **1.** Een overheidslichaam kan - behoudens matiging door de rechter - de te zijnen laste komende kosten van het beheer van afvalstoffen ten aanzien waarvan in strijd is gehandeld met het bij of krachtens deze wet bepaalde, verhalen op degene door wiens onrechtmatige daad die kosten zijn veroorzaakt, of op degene die anderszins krachtens burgerlijk recht buiten overeenkomst aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan. @@ -3983,10 +4255,18 @@ Vervallen ## Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid +### Artikel 19.1a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 19.1 Na het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in artikel 13.1 waarop afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt, zolang zij niet is tenietgegaan, door het bevoegd gezag aan een ieder desgevraagd kosteloos inzage gegeven in en tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar verstrekt van de beschikking en voor zover mogelijk van de stukken die in verband met de totstandkoming daarvan overeenkomstig deze wet dan wel afdeling 3.5 of artikel 3:44 of 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage dienden te worden gelegd. +### Artikel 19.1c + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 19.2 Een bestuursorgaan dat over gegevens beschikt die redelijkerwijs van belang kunnen zijn bij het maken of beoordelen van een milieu-effectrapport, verstrekt deze gegevens aan een ieder die daarom verzoekt in de door hem gevraagde vorm, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is en met inachtneming overigens van het bij of krachtens de Wet openbaarheid van bestuur bepaalde. @@ -4017,6 +4297,14 @@ Een bestuursorgaan dat over gegevens beschikt die redelijkerwijs van belang kunn Het bevoegd gezag laat artikel 3:21, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de eerder genomen, nog van kracht zijnde besluiten, alsmede artikel 13.5 op verzoek van de aanvrager dan wel op aanwijzing van Onze betrokken Minister buiten toepassing met betrekking tot voor het in werking treden van deze wet gegeven beschikkingen, indien daarin gegevens voorkomen of daaruit gegevens kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op de in artikel 19.3 bedoelde gronden gerechtvaardigd, onderscheidenlijk geboden is. +### Artikel 19.6a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 19.6b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 19.7 **1.** Indien in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1, gegevens voorkomen of gegevens daaruit kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding gerechtvaardigd is, kan het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, eerste onderscheidenlijk tweede volzin, op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door dat bestuursorgaan goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die gegevens niet voorkomen, onderscheidenlijk waaruit ze niet kunnen worden afgeleid. Het bestuursorgaan maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd. @@ -4035,7 +4323,7 @@ Het bevoegd gezag laat artikel 3:21, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet **1.** Tegen een besluit op grond van deze wet - met uitzondering van een besluit ten aanzien waarvan op grond van deze wet een andere beroepsgang is opengesteld - of een van de in het derde lid bedoelde wetten of wettelijke bepalingen kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. -**2.** De Afdeling beslist op een beroep als bedoeld in het eerste lid, binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. +**2.** De Afdeling beslist op een beroep als bedoeld in het eerste lid, binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn. In afwijking van de eerste volzin beslist de Afdeling op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.29, eerste lid, of een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.31, eerste lid, binnen veertig weken na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen eerstbedoeld besluit. **3.** @@ -4067,6 +4355,14 @@ de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen en de artikelen 125 van de Gemeentewet, 122 van de Provinciewet, 61 van de Waterschapswet en 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het besluiten betreft die betrekking hebben op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de wetten waarop hoofdstuk 18 van deze wet van toepassing is. +**4.** Het beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.31, eerste lid, kan uitsluitend worden ingesteld door een belanghebbende die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door de wijzigingen die ten opzichte van het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit zijn aangebracht. Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. + +**5.** In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het instellen van beroep tegen een gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.31, eerste lid, vier weken. + +**6.** In afwijking van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het beroep tegen het nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.29, eerste lid, geacht mede gericht te zijn tegen het gewijzigde nationale toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.31, eerste lid. + +**7.** Tegen een besluit op grond van artikel 18.16a, eerste, tweede of vijfde lid, kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank te 's-Gravenhage. + ### Artikel 20.2 **1.** @@ -4074,7 +4370,9 @@ de artikelen 125 van de Gemeentewet, 122 van de Provinciewet, 61 van de Watersch Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit: a. inzake een milieubeleidsplan, genomen krachtens de artikelen 4.3, 4.6, 4.9, 4.12, 4.15a, 4.16 of 4.19; -b. inzake een afvalbeheersplan, genomen krachtens artikel 10.3. +b. inzake een afvalbeheersplan, genomen krachtens artikel 10.3; +c. inzake een nationaal toewijzingsplan, genomen krachtens artikel 16.23, eerste lid; +d. inzake de toewijzing van broeikasgasemissierechten, genomen krachtens artikel 16.29, eerste lid, met uitzondering van een besluit houdende toewijzing van broeikasgasemissierechten voor een afzonderlijke inrichting. **2.** @@ -4082,13 +4380,13 @@ Geen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking: a. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.27, b. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 8.31a, -c inzake een verklaring als bedoeld in artikel 8.36a, -d houdende een verzoek als bedoeld in artikel 8.39, of +c. inzake een verklaring als bedoeld in artikel 8.36a, +d. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 8.39, of e. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid. **3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid, onder b, c, d of e, beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, de verklaring, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag. -**4.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 3:44, tweede lid, onder *a*, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. +**4.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 3:44, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. ### Artikel 20.3 @@ -4107,6 +4405,18 @@ b. krachtens de artikelen 18.7 van deze wet, 125 van de Gemeentewet, 122 van de In gevallen waarin het onverwijld in werking treden van een besluit als bedoeld in artikel 20.1, eerste lid, naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is, kan het in afwijking van artikel 20.3, eerste lid, in het besluit bepalen dat het terstond in werking treedt. +### Artikel 20.5a + +**1.** In afwijking van artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Raad van State worden bij de Afdeling aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.29, eerste lid, die op dezelfde planperiode betrekking hebben, ter behandeling gevoegd. + +**2.** Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.29, eerste lid, doet de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, binnen achttien weken na afloop van de beroepstermijn en na sluiting van het onderzoek een tussenuitspraak, waarbij zij Onze Minister en Onze Minister van Economische Zaken in de gelegenheid stelt de gebreken in het besluit te herstellen. + +**3.** In haar tussenuitspraak, bedoeld in het tweede lid, stelt de Afdeling vast in welke opzichten het beroep gegrond is. Afdeling 8.2.6, met uitzondering van artikel 8:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. In haar tussenuitspraak bepaalt de Afdeling dat het onderzoek wordt geschorst en ter voorbereiding van de einduitspraak wordt heropend nadat van het overeenkomstig artikel 16.31, eerste lid, genomen besluit aan haar mededeling is gedaan. + +**4.** De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.31, eerste lid, ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn. + +**5.** Voor de toepassing van titel II, paragraaf 1, van de Wet op de Raad van State wordt de tussenuitspraak geacht deel uit te maken van de einduitspraak. + ### Paragraaf 20.2. Beroep tegen besluiten die met toepassing van de ### Artikel 20.6