From cf8cc046614208d7590b4ff5e9e6a2e69394bc03 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 17 May 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-05-17 | BWBR0024084 | Beleidsregel ondernemingsbegrip in handelsregister --- .../BWBR0024084/README.md | 8 ++++---- 1 file changed, 4 insertions(+), 4 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/beleidsregel-ondernemingsbegrip-in-handelsregister/BWBR0024084/README.md b/beleidsregel/beleidsregel-ondernemingsbegrip-in-handelsregister/BWBR0024084/README.md index 90a1035f100..0aeebb2a3a6 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregel-ondernemingsbegrip-in-handelsregister/BWBR0024084/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregel-ondernemingsbegrip-in-handelsregister/BWBR0024084/README.md @@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Beleidsregel ondernemingsbegrip in handelsregister 3. In artikel 2 Handelsregisterbesluit 2008 is neergelegd wanneer sprake is van een onderneming. Op grond van het eerste lid is sprake van een onderneming indien een voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid van één of meer personen bestaat waarin door voldoende inbreng van arbeid of middelen, ten behoeve van derden diensten of goederen worden geleverd of werken tot stand worden gebracht met het oogmerk daarmee materieel voordeel te behalen. Op grond van het tweede lid is van een onderneming geen sprake indien er, naar het oordeel van de kamer onvoldoende omvang van activiteiten of omzet is. -4. De definitie is gebaseerd op bestaande jurisprudentie, waaronder onder andere HR 13 januari 1966 NJ 1966, 189, HR 12 december 1989, NJ 1990, 433 en CBb 26-9-2000, JOR 2000, 236 (zie § 3.2.1. van de Nota van toelichting bij het Handelsregisterbesluit 2008). +4. De definitie is gebaseerd op bestaande jurisprudentie, waaronder onder andere HR 13 januari 1966 NJ 1966, 189, HR 12 december 1989, NJ 1990, 433 en CBb 26-9-2000, JOR 2000, 236 (zie § 3.2.1. van de Nota van toelichting bij het Handelsregisterbesluit 2008). 5. De kamer dient een afweging te maken of de opgegeven entiteit een onderneming is, door de omstandigheden van het geval te toetsen. De elementen die in de definitie zijn te onderscheiden moeten ‘voldoende’ aanwezig zijn. Daarbij is er geen sprake van een onderneming indien er, naar het oordeel van de kamer, onvoldoende omvang van activiteiten of omzet is. @@ -28,7 +28,7 @@ Ook aan een N.V., B.V., coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij, waarin a Aan een SE met een vestiging in Nederland, een SCE met een vestiging in Nederland, een E.E.S.V. met een vestiging in Nederland en een buitenlandse kapitaalvennootschap met een vestiging in Nederland behoort een onderneming toe aangezien, naar analogie van hetgeen onder de passage met betrekking tot de naamloze vennootschap is gesteld, vrijwel altijd sprake zal zijn van een voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid van één of meer personen waarin door voldoende inbreng van arbeid of middelen, ten behoeve van derden diensten of goederen worden geleverd of werken tot stand worden gebracht met het oogmerk daarmee materieel voordeel te behalen. -Voorafgaand aan de invoering van Titel 7.13 BW, wordt aan een VOF, CV of een openbare (en dus niet stille) maatschap die is gevestigd in Nederland geacht een onderneming toe te behoren. +Voorafgaand aan de invoering van Titel 7.13 BW, wordt aan een VOF, CV of een openbare maatschap die is gevestigd in Nederland geacht een onderneming toe te behoren. Deze rechtsfiguren worden na invoering van Titel 7.13 BW een openbare vennootschap. Aan een openbare vennootschap behoort altijd een onderneming toe zoals ook beschreven in artikel 1 Hoofdstuk 3 van de Invoeringswet Titel 7.13 BW. De onderneming toebehorende aan een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid is inschrijfplichtig indien deze in Nederland is gevestigd. @@ -43,7 +43,7 @@ Overige rechtsvormen waaraan een onderneming kan toebehoren zijn: – overige Nederlandse privaatrechtelijke rechtspersonen – buitenlandse rechtsvormen met een vestiging in Nederland, anders dan kapitaalvennootschappen -Onderstaand toetsingskader dient ter beantwoording van de vraag of aan de bovengenoemde overige rechtsvormen een onderneming in de zin van de wet toebehoort of niet. +Onderstaand toetsingskader dient ter beantwoording van de vraag of aan de bovengenoemde overige rechtsvormen een onderneming in de zin van de wet toebehoort of niet. Ook aan een stille maatschap, of na invoering van Titel 7.13 BW een stille vennootschap, kan een onderneming toebehoren indien de activiteiten van de maatschap in Nederland als zodanig kwalificeren. De maten, respectievelijk vennoten, maken aannemelijk dat de samenwerkingsvorm een stille maatschap betreft. 1. Om na te gaan of sprake is van een onderneming worden allereerst de onder het hieronderstaande kopje ‘Toetsingscriteria’ onder A genoemde criteria gehanteerd. Deze criteria worden door de Belastingdienst gehanteerd bij het beoordelen of er sprake is van een ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting (BTW). Als is voldaan aan deze criteria is doorgaans sprake van een onderneming in de zin van de wet, tenzij niet voldaan wordt aan de criteria van het eerste lid van artikel 2 van het Handelsregisterbesluit 2008. @@ -72,7 +72,7 @@ A. Criteria omzetbelasting (B.T.W.) – Bestaat de vrijheid om de werkzaamheden naar eigen inzicht te verrichten? B. Voldoende omvang -1°. Bij het beoordelen of er voldoende omvang is, als bedoeld in het tweede lid van artikel 2 van het Handelsregisterbesluit 2008, kan onder meer worden gekeken naar de omzet die jaarlijks wordt verwacht of is behaald. Die omzet moet dan wel worden beoordeeld in relatie tot de aard van de onderneming in kwestie; harde bedragen kunnen daardoor niet worden genoemd. Een jaaromzet van (als voorbeeld) € 10.000 kan bij iemand die start met de verkoop van zelfgemaakte producten indiceren tot serieus ondernemerschap terwijl eenzelfde omzet bij iemand die handelt in tweedehands auto’s te laag is als indicator van voldoende omvang. +1°. Bij het beoordelen of er voldoende omvang is, als bedoeld in het tweede lid van artikel 2 van het Handelsregisterbesluit 2008, kan onder meer worden gekeken naar de omzet die jaarlijks wordt verwacht of is behaald. Die omzet moet dan wel worden beoordeeld in relatie tot de aard van de onderneming in kwestie; harde bedragen kunnen daardoor niet worden genoemd. Een jaaromzet van (als voorbeeld) € 10.000 kan bij iemand die start met de verkoop van zelfgemaakte producten indiceren tot serieus ondernemerschap terwijl eenzelfde omzet bij iemand die handelt in tweedehands auto’s te laag is als indicator van voldoende omvang. 2°. Bij activiteiten waarbij niet of nauwelijks sprake is van vooraftrek van BTW (voorbeeld: muziekleraar) kan nog worden gerefereerd aan de afdrachtgrens die is neergelegd in artikel 25 Wet op de Omzetbelasting (‘Regeling voor kleine ondernemers’). Is de omzet zodanig dat deze afdrachtgrens wordt gepasseerd dan is dat een genoegzame aanwijzing voor voldoende omvang. Deze stelling mag niet worden omgekeerd: wordt die afdrachtgrens niet gepasseerd dan vormt dat nog geen ontkenning van het bestaan van een onderneming. In laatstgenoemde situatie is het zinvol de hierboven genoemde toetsingscriteria nogmaals langs te lopen maar dan in omgekeerde volgorde. 3°. Bij het beoordelen of er voldoende omvang van activiteiten is, kan worden getoetst of er sprake is van een aantoonbaar vestigingsadres waar de vestigingsactiviteiten ook mogen worden uitgeoefend. 4°. Wordt niet aan deze twee criteria voldaan, dan is er in beginsel geen sprake van een onderneming. Als er wel aan wordt voldaan, dienen de voorgaande stappen opnieuw te worden doorlopen en wordt na beoordeling van de onderlinge samenhang alsnog duidelijk of er sprake is van een onderneming.