2007-08-26 | BWBR0022479 | Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007
This commit is contained in:
parent
72509e9578
commit
cfe7838a4c
1 changed files with 279 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,279 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007
|
||||
bwb_id: BWBR0022479
|
||||
type: pbo
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2007-08-26'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0022479
|
||||
citeertitel: Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007
|
||||
|
||||
## 1. Begripsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In deze verordening en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
## 2. Hygiënemaatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ondernemer is verantwoordelijk voor het nemen van de volgende hygiënemaatregelen:
|
||||
|
||||
a. binnen het bedrijfsgebouw worden geen huisdieren, landbouwhuisdieren en ander pluimvee, sier- en nutsgevogelte toegelaten;
|
||||
b. indien ander pluimvee, sier- of nutsgevogelte wordt gehouden op het perceel waarop het pluimveebedrijf of de kuikenbroederij wordt uitgeoefend, worden deze dieren achter een afscheiding of in een volière gehouden, zodanig dat deze dieren niet in het bedrijfsgebouw kunnen komen en de verzorging van deze dieren strikt gescheiden wordt gehouden van het pluimvee en de broedeieren;
|
||||
c. het bedrijfsgebouw is zodanig ingericht dat vogels het bedrijfsgebouw niet kunnen binnenkomen; voor leghennenbedrijven met vrije uitloop zijn openingen die noodzakelijk zijn voor de vrije uitloop toegestaan;
|
||||
d. alle op het bedrijf aanwezige personen nemen de persoonlijke hygiëne en bedrijfshygiëne volledig in acht;
|
||||
e. bezoekers wordt alleen toegang tot het bedrijfsgebouw verschaft indien dit voor de bedrijfsvoering strikt noodzakelijk is en indien zij handelen overeenkomstig de voorwaarden van de persoonlijke hygiëne en bedrijfshygiëne;
|
||||
f. alle personen trekken vóór het betreden van het schone deel van het bedrijfsgebouw schone, voor de pluimveevleessector bedrijfseigen kleding en staleigen schoeisel aan;
|
||||
g. per bedrijf is in ten minste één bedrijfsgebouw een handenwasgelegenheid aanwezig, waarin zich ten minste een wasbak met afvoer, water, zeep en een handdoek bevindt;
|
||||
h. de faciliteiten voor persoonlijke hygiëne verkeren in een goed functionerende staat;
|
||||
i. alle personen wassen hun handen voordat zij de stal of kuikenbroederij betreden;
|
||||
j. een ongediertebestrijdingsplan wordt opgesteld en uitgevoerd, tenzij gewerkt wordt met een professioneel ongediertebestrijdingsbedrijf dat ten minste één maal per twee maanden op het bedrijf langskomt om ongedierte te bestrijden;
|
||||
k. de resultaten van acties met betrekking tot wering, signalering en bestrijding van ongedierte worden vastgelegd en, afhankelijk van deze resultaten, worden de acties geïntensiveerd;
|
||||
l. overeenkomstig door het bestuur bij besluit vast te stellen voorschriften wordt de kwaliteit van het drinkwater gewaarborgd en worden de resultaten van het door een HOSOWO-instantie uitgevoerde drinkwateronderzoek gedurende twee jaren door de ondernemer bewaard;
|
||||
m. een kuikenbroederij is zodanig ingericht dat geen kruisbesmetting met Salmonella kan ontstaan;
|
||||
n. wanneer een bedrijf in de pluimveevleessector wordt uitgeoefend, bevinden zich gladde en dichte oppervlakken in de stal, waarbij, bij visuele controle, naden en kieren in de stal schoon dienen te zijn;
|
||||
o. het perceel waarop het pluimveebedrijf wordt uitgeoefend is zodanig ingericht dat de perceelgrenzen herkenbaar zijn en voor bezoekers duidelijk is waar zij zich moeten melden;
|
||||
p. het bedrijfsgebouw en de inventaris alsmede het perceel waarop het pluimveebedrijf of de kuikenbroederij wordt uitgeoefend zijn schoon, in het bijzonder de directe omgeving van de stal en de kuikenbroederij;
|
||||
q. het bedrijfsgebouw is zodanig ingericht dat ongehinderde toegang door derden tot de stal of de kuikenbroederij niet mogelijk is;
|
||||
r. in de stal of de kuikenbroederij is een voorruimte aanwezig die volledig is afgescheiden van de ruimte waarin het pluimvee wordt gehouden;
|
||||
s. bij iedere stal of kuikenbroederij is een fysieke scheiding aangebracht in een bufferdeel en een schoon deel en er wordt op toegezien dat binnen deze scheiding van schoeisel wordt gewisseld;
|
||||
t. in het schone deel van de stal of de kuikenbroederij is voldoende schoon schoeisel aanwezig;
|
||||
u. de looproutes van en naar het bedrijfsgebouw zijn zodanig verhard dat deze deugdelijk gereinigd kunnen worden;
|
||||
v. Op het perceel is een deugdelijk functionerende afwatering ten opzichte van de stal aanwezig;
|
||||
w. de voedersilo is schoon, is geplaatst op een verharde ondergrond en wordt van buiten de stal gevuld; indien meerdere voedersilo’s op het bedrijf aanwezig zijn, zijn deze voorzien van een bedrijfsuniek nummer;
|
||||
x. bij het lossen van het voeder wordt gebruik gemaakt van een bedrijfseigen stofopvangmiddel;
|
||||
y. voeder, bodem- en neststrooisel en verpakkingsmateriaal worden zodanig opgeslagen dat deze schoon, droog en schimmelvrij blijven;
|
||||
z. voeder dat na het leegmaken van de stal nog aanwezig is in het voedersysteem buiten de voedersilo wordt zodanig afgevoerd dat het niet meer in contact kan komen met pluimvee;
|
||||
aa. wanneer een bedrijf in de pluimveevleessector wordt uitgeoefend, wordt mest afkomstig van met Salmonella paratyphi B var. Java besmette koppels afgevoerd van het perceel en wordt deze mest niet in de directe omgeving van pluimveebedrijven uitgereden.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het in het eerste lid bepaalde.
|
||||
|
||||
**3.** De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf of leghennenbedrijf uitoefent en zijn pluimvee in kooien houdt, is vrijgesteld van het bepaalde in het eerste lid, onder s., indien hij voldoet aan de door het bestuur bij besluit vast te stellen eisen.
|
||||
|
||||
## 3. Reinigings- en ontsmettingsmaatregelen
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer die een pluimveebedrijf uitoefent verwijdert onverwijld nadat hij het pluimvee uit de stal heeft afgevoerd de mest en het strooisel die in deze stal aanwezig zijn, en reinigt en ontsmet vervolgens de stal.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid reinigt en ontsmet de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent en pluimvee anders dan eendagskuikens opzet, de stal ten minste één maal per twaalf maanden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid geldt dat de ondernemer een meerleeftijdenleghennenstal slechts reinigt.
|
||||
|
||||
**4.** De ondernemer die een pluimveebedrijf uitoefent plaatst een nieuw koppel slechts nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet en de meerleeftijdenleghennenstal heeft gereinigd en, in voorkomend geval, nadat hij een hygiënogram heeft laten uitvoeren.
|
||||
|
||||
**5.** a. De ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf in de legsector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, een hygiënogram uitvoeren;
|
||||
b. De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent, laat nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twaalf maanden een hygiënogram uitvoeren;
|
||||
c. De ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren;
|
||||
d. De ondernemer die een meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vijfde lid onder c. is de ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent waarin minder dan 250 leghennen worden gehouden en waarvan de eieren bestemd zijn voor eigen consumptie of boerderijverkoop, vrijgesteld van de verplichting een hygiënogram te laten uitvoeren.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het vijfde lid onder c. is de ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent en die bij de in het eerste lid bedoelde reiniging en ontsmetting gebruik heeft gemaakt van een professioneel ontsmettingsbedrijf, vrijgesteld van de verplichting een hygiënogram te laten uitvoeren.
|
||||
|
||||
**8.** De ondernemer die een pluimveebedrijf in de pluimveevleessector uitoefent laat, nadat hij de stal heeft gereinigd en ontsmet als bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan het plaatsen van een nieuw koppel, één maal per kalenderjaar een hygiënogram uitvoeren.
|
||||
|
||||
**9.** In afwijking van het achtste lid laat de ondernemer die een vermeerderingsbedrijf in de pluimveevleessector uitoefent één maal per twee ronden een hygiënogram uitvoeren.
|
||||
|
||||
**10.** a. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent reinigt en ontsmet onverwijld na iedere aflevering van de eendagskuikens, de gebruikte lokalen;
|
||||
b. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent laat een hygiëneonderzoek uitvoeren op de wijze als omschreven in door het bestuur vast te stellen besluiten;
|
||||
c. De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent kan een deel van het hygiëneonderzoek zelf uitvoeren op de wijze als omschreven in door het bestuur vast te stellen besluiten.
|
||||
|
||||
**11.** Het hygiënogram als bedoeld in het vierde, vijfde, achtste en negende lid wordt uitgevoerd door een HOSOWO-instantie.
|
||||
|
||||
**12.** Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het in het vijfde, achtste en negende lid bedoelde hygiënogram. De ondernemer bewaart de uitslag van het hygiënogram en het in het tiende lid, sub b. en c., bedoelde hygiëneonderzoek gedurende ten minste twee jaren.
|
||||
|
||||
## 4. Onderzoek naar Salmonella en Campylobacter
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Door of namens de ondernemer vindt onderzoek van koppels en broedeieren op de aanwezigheid van Salmonella plaats door monstername en analyse van de genomen monsters.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent monsters nemen door een bij of krachtens de Wet uitoefening diergeneeskunde bevoegde veterinair of paraveterinair.
|
||||
|
||||
**3.** Het onderzoek van een koppel vleeskuikens op de aanwezigheid van Campylobacter vindt twee maal per twaalf maanden plaats, voordat dit koppel van het bedrijf wordt afgevoerd, door monstername door of namens de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent en analyse van de genomen monsters.
|
||||
|
||||
**4.** a. De ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername eens in de twee weken uit op het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf, dan wel laat op zijn verzoek en na toestemming van de voorzitter, deze monstername op de kuikenbroederij uitvoeren.
|
||||
b. Het productschap laat bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde drie maal een monstername door of namens GD uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf en 3) tijdens een ronde tussen de onder 1) en 2) genoemde tijdstippen.
|
||||
c. Indien de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de in a. genoemde monstername op de kuikenbroederij laat uitvoeren, laat het productschap bij de ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, tijdens een ronde twee maal een monstername door of namens GD uitvoeren. Deze monsternamen vinden plaats 1) binnen vier weken na het plaatsen van een koppel, 2) binnen acht weken voordat een koppel wordt afgevoerd van het bedrijf. Daarnaast laat het productschap op de kuikenbroederij een maal in de zestien weken een monstername uitvoeren.
|
||||
d. De in b. en c. genoemde monsternamen kunnen in de plaats treden van de in a. genoemde monstername.
|
||||
e. De ondernemer die een opfokbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername uit 1) bij de aankomst van de eendagskuikens op het bedrijf, 2) vier weken na plaatsing van het koppel, 3) maximaal veertien dagen voor overplaatsing van het koppel.
|
||||
|
||||
**5.** Wanneer met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de aanwezigheid van Salmonella is aangetoond, meldt de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of kuikenbroederij uitoefent dit aan GD en laat de voorzitter een verificatieonderzoek door GD verrichten naar het bemonsterde koppel dan wel naar het koppel waarvan de bemonsterde broedeieren afkomstig zijn.
|
||||
|
||||
**6.** Wanneer met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de aanwezigheid van Salmonella is aangetoond, laat de ondernemer het genomen monster serotyperen door een door de voorzitter erkend laboratorium.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het zesde lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent een genomen monster uitsluitend serotyperen op Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium door een door de voorzitter erkend laboratorium.
|
||||
|
||||
**8.** De analyse van de in het eerste, tweede, derde en vierde lid bedoelde monsters wordt uitgevoerd door een door de voorzitter erkend laboratorium.
|
||||
|
||||
**9.** De ondernemer bewaart de resultaten van de in het eerste, tweede, derde en vierde lid bedoelde analyse gedurende ten minste twee jaren.
|
||||
|
||||
**10.** Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van de wijze waarop en de frequentie waarmee de monstername en de analyse van de genomen monsters plaatsvinden alsmede ten aanzien van het verificatieonderzoek.
|
||||
|
||||
## 5. Informatieoverdracht
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, schriftelijk aan de leverancier en de afnemer van het pluimvee, de broedeieren of de consumptie-eieren.
|
||||
|
||||
**2.** De ondernemer meldt de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, vierde lid, alsmede van de serotypering als bedoeld in artikel 4, zesde en zevende lid, schriftelijk aan het productschap.
|
||||
|
||||
**3.** Het bestuur kan bij besluit regels vaststellen omtrent de wijze waarop de ondernemer de resultaten van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde lid, meldt.
|
||||
|
||||
## 6. Maatregelen bij een besmetting
|
||||
|
||||
### . Opfokbedrijf, fokbedrijf en vermeerderingsbedrijf
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, handelt in overeenstemming met het in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1177/2006 neergelegde verbod op het gebruik van antimicrobiële stoffen alsmede met de voorwaarden verbonden aan uitzonderingen op dat verbod, voor zover deze uitzonderingen van toepassing zijn. Deze uitzonderingen en de daaraan verbonden voorwaarden zijn beschreven in het Protocol opgenomen in Bijlage I.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter stelt op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis, Salmonella typhimurium, Salmonella hadar, Salmonella infantis en Salmonella virchow vast bij een koppel dat zich op een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf bevindt.
|
||||
|
||||
**3.** a. In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium vaststelt bij een koppel, gelast de voorzitter de ondernemer het besmette koppel te laten ruimen en de broedeieren van dit koppel te laten verwerken of vernietigen.
|
||||
b. In geval de voorzitter de in het tweede lid bedoelde besmetting met de serotypen Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow vaststelt bij een koppel, kan de voorzitter de ondernemer gelasten het besmette koppel te laten ruimen en de broedeieren van dit koppel te laten verwerken of vernietigen.
|
||||
|
||||
**4.** De ondernemer is gehouden de in het derde lid genoemde aan hem verstrekte last onverwijld op te volgen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een besmetting met Salmonella bij een koppel is bevestigd, reinigt en ontsmet de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent onverwijld de stal na het laten ruimen van het koppel dan wel na het afvoeren van het koppel uit de stal.
|
||||
|
||||
**6.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het vijfde lid laat de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de stal op de aanwezigheid van Salmonella onderzoeken door een HOSOWO-instantie.
|
||||
|
||||
**7.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het zesde lid geen Salmonella in de stal is aangetoond, mag de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, een nieuw koppel in de stal plaatsen.
|
||||
|
||||
**8.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het zesde lid Salmonella in de stal is aangetoond, reinigt en ontsmet de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de stal opnieuw.
|
||||
|
||||
**9.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het achtste lid, laat de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent de stal op de aanwezigheid van Salmonella onderzoeken door een HOSOWO-instantie. Indien met dit onderzoek geen Salmonella in de stal wordt aangetoond, mag de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, een nieuw koppel in de stal plaatsen.
|
||||
|
||||
**10.** Indien op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, bij de ondernemer die een opfokbedrijf, fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, een besmetting met Salmonella bij een koppel is bevestigd, stelt de ondernemer, voordat hij een nieuw koppel plaatst, overeenkomstig een door het bestuur vastgesteld besluit, een tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan op en voert dit uit.
|
||||
|
||||
### . Vleeskuikenbedrijf
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een besmetting met Salmonella bij een koppel vleeskuikens is aangetoond, reinigt en ontsmet de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent onverwijld de stal na het afvoeren van het koppel uit deze stal.
|
||||
|
||||
**2.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het eerste lid laat de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent de stal op de aanwezigheid van Salmonella onderzoeken door een HOSOWO-instantie.
|
||||
|
||||
**3.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het tweede lid Salmonella in de stal is aangetoond mag de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent een nieuw koppel vleeskuikens in de stal plaatsen en laat hij de stal, na het afvoeren van dit koppel, ontsmetten door een professioneel ontsmettingsbedrijf.
|
||||
|
||||
**4.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bij de ondernemer die een vleeskuikenbedrijf uitoefent, een besmetting met Salmonella bij een koppel vleeskuikens is aangetoond, stelt de ondernemer, voordat hij een nieuw koppel plaatst, overeenkomstig een door het bestuur vastgesteld besluit, een tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan op en voert dit uit.
|
||||
|
||||
### . Opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, de voorzitter een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium vaststelt bij een koppel dat zich op een opfokleghennenbedrijf bevindt, kan de voorzitter de ondernemer gelasten het besmette koppel te ruimen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium bij een koppel is aangetoond, laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent onverwijld na het afvoeren van het koppel uit de stal, dan wel, wanneer het een ondernemer betreft die een opfokleghennenbedrijf uitoefent, na het ruimen, de stal reinigen en ontsmetten door een professioneel ontsmettingsbedrijf.
|
||||
|
||||
**3.** Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het tweede lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent de stal onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium door een HOSOWO-instantie.
|
||||
|
||||
**4.** Indien met het onderzoek als bedoeld in het derde lid Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium in de stal is aangetoond, laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent de stal ontsmetten door een professioneel ontsmettingsbedrijf.
|
||||
|
||||
**5.** Na de ontsmetting als bedoeld in het vierde lid laat de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent de stal opnieuw onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium door een HOSOWO-instantie.
|
||||
|
||||
**6.** Na het onderzoek als bedoeld in het vijfde lid mag de ondernemer die een opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent een nieuw koppel in de stal opzetten.
|
||||
|
||||
**7.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bij de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent bij een koppel Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium is aangetoond, stelt de ondernemer, voordat hij een nieuw koppel plaatst, overeenkomstig een door het bestuur vastgesteld besluit, een tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan op en voert dit uit.
|
||||
|
||||
**8.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium bij een koppel is aangetoond kan het bestuur bij besluit aan de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent eisen stellen betreffende de inrichting van het bedrijf, de bestrijdings- en beheersingsmaatregelen en de besmetting van de eieren.
|
||||
|
||||
**9.** Indien op grond van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, een besmetting met Salmonella enteritidis bij een koppel is aangetoond, zet de ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent op dit (leghennen)bedrijf tegen Salmonella enteritidis gevaccineerde koppels op zodanig dat er uitsluitend gevaccineerde koppels op het bedrijf aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**10.** Het bestuur kan bij besluit nadere regels vaststellen ten aanzien van het ruimen, reinigen en ontsmetten, onderzoeken als bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
### . Kuikenbroederij
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien de voorzitter op grond van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, een besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis, Salmonella typhimurium, Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow vaststelt bij een koppel, gelast de voorzitter de ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent:
|
||||
|
||||
a) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd en die reeds in de kuikenbroederij zijn ingelegd, te laten behandelen als categorie 3-materiaal in de zin van Verordening (EG) nr. 1774/2002; of
|
||||
b) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd en die nog niet in de kuikenbroederij zijn ingelegd een zodanige behandeling te laten ondergaan dat de uitschakeling van Salmonella gewaarborgd is; of
|
||||
c) alle broedeieren die door het besmette koppel zijn geproduceerd te laten vernietigen.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval de voorzitter, vaststelt dat het koppel besmet is met de serotypen Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow verstrekt de voorzitter de ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent de in het eerste lid genoemde last alleen, indien de voorzitter op grond van artikel 6, derde lid, de ruiming van dit koppel heeft gelast.
|
||||
|
||||
**3.** De ondernemer is gehouden de in het eerste lid genoemde last onverwijld op te volgen.
|
||||
|
||||
## 7. Ontheffing en vrijstelling
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter is bevoegd namens het bestuur, binnen het kader van door het bestuur bij besluit vastgestelde richtlijnen, op aanvraag, ontheffing te verlenen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, en aan zodanige ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur kan bij besluit vrijstelling van het bij of krachtens deze verordening bepaalde verlenen aan ondernemers dan wel aan een groep van te onderscheiden categorieën ondernemers en aan een zodanige vrijstelling voorschriften en beperkingen verbinden.
|
||||
|
||||
**3.** Een verleende ontheffing kan te allen tijde door de voorzitter worden ingetrokken en een verleende vrijstelling kan te allen tijde door het bestuur worden ingetrokken.
|
||||
|
||||
## 8. Controle
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer die een pluimveebedrijf uitoefent laat zich jaarlijks ten minste één maal op eigen kosten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een erkende controle-instantie.
|
||||
|
||||
**2.** De ondernemer die een kuikenbroederij uitoefent laat zich iedere drie maanden op eigen kosten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een erkende controle-instantie.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde controle-instantie kan op aanvraag worden erkend door de voorzitter indien zij voldoet aan door het bestuur bij besluit vastgestelde erkenningsvoorwaarden, welke strekken tot waarborg van de onafhankelijkheid en expertise van de controle-instantie.
|
||||
|
||||
**4.** De erkenning kan tijdelijk en onder voorwaarden worden verleend en kan worden ingetrokken indien niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan.
|
||||
|
||||
## 9. Toezicht op de naleving
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid en artikel 9 bepaalde, wordt het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de verordening bepaalde namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De ondernemer is verplicht:
|
||||
|
||||
a. aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
|
||||
b. aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
|
||||
c. aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen of worden vervoerd;
|
||||
d. te gedogen dat de door het bestuur aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders;
|
||||
e. voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de toezichthouders opgedragen taak.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, met uitzondering van het in artikel 6, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid en artikel 9 bepaalde.
|
||||
|
||||
## 10. Tuchtrechtelijke maatregelen en strafbaarstelling
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Met uitzondering van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde en achtste lid en artikel 9, derde lid, bepaalde, worden op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
|
||||
|
||||
**2.** Overtreding van het bij of krachtens artikel 6, eerste, vierde en achtste lid en artikel 9, derde lid, van deze verordening bepaalde is een strafbaar feit.
|
||||
|
||||
## 11. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegeven worden in handen gesteld van de voorzitter en worden, behoudens bij of krachtens de wet te bepalen gevallen, niet aan derden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
De op grond van deze verordening door het bestuur vast te stellen besluiten worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999 wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
**2.** Elke verwijzing naar de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999 in de regelgeving van het productschap wordt geacht te verwijzen naar deze verordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007.
|
||||
|
||||
**2.** Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.
|
||||
|
||||
## Bijlage I
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue