2018-07-06 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
8b68f1b990
commit
d0001ff9fc
1 changed files with 15 additions and 2 deletions
|
|
@ -279,7 +279,16 @@ Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven
|
|||
|
||||
### Artikel 2.12
|
||||
|
||||
Onverminderd de artikelen 2.8 tot en met 2.11 kan een student in aanmerking komen voor levenlanglerenkrediet, indien hij is ingeschreven voor een postinitiële masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3b, onderdeel a, van de WHW of een deeltijdse opleiding in het hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de WHW.
|
||||
Een student kan in aanmerking komen voor levenlanglerenkrediet, indien hij is ingeschreven voor het volgen van:
|
||||
|
||||
a. een opleiding als bedoeld in de artikelen 2.8 tot en met 2.11;
|
||||
b. een postinitiële masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3b, onderdeel a, van de WHW;
|
||||
c. een deeltijdse opleiding in het hoger onderwijs, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de WHW, waaraan accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, van de WHW is verleend; of
|
||||
d. een of meer onderwijseenheden als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, van de WHW, van een opleiding waaraan accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, van de WHW is verleend, aan:
|
||||
|
||||
1°. de Open Universiteit;
|
||||
2°. een rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WHW; of
|
||||
3°. een bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de WHW, met uitzondering van de Open Universiteit, in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, waarin bij wijze van experiment op grond van artikel 1.7a van de WHW, in afwijking van artikel 7.32, derde lid, van de WHW, inschrijving voor een onderwijseenheid is toegestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13
|
||||
|
||||
|
|
@ -593,15 +602,19 @@ b. artikel 7.4b, tweede tot en met achtste lid, van de WHW.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.16d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het levenlanglerenkrediet bedraagt per maand niet meer dan een twaalfde deel van het feitelijk door de studerende voor een periode van twaalf maanden te betalen bedrag aan collegegeld of lesgeld voor het volgen van de desbetreffende opleiding en in totaal ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. vijf maal een twaalfde deel van het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de WHW, voor een opleiding in het hoger onderwijs;
|
||||
b. vijf maal een twaalfde deel van het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, voor een opleiding in het beroepsonderwijs; of
|
||||
c. een in afwijking van de onderdelen a en b bij algemene maatregel van bestuur te bepalen lager maximum.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan aan bij ministeriële regeling vast te stellen groepen studerenden een hoger bedrag per maand worden toegekend, waarbij het totale levenlanglerenkrediet voor een periode van twaalf maanden niet meer bedraagt dan twaalf maal het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, b of c.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.16e
|
||||
|
||||
Voor een goede uitvoering van de artikelen 3.16b tot en met 3.16d worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld over de aanvraag, toekenning, betaling en andere uitvoeringsaspecten.
|
||||
Voor een goede uitvoering van de artikelen 3.16b tot en met 3.16d worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld over de aanvraag, toekenning, berekening, betaling en andere uitvoeringsaspecten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue