2007-06-01 | BWBR0006589 | Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar

This commit is contained in:
Coornhert 2007-06-01 12:00:00 +00:00
parent a941c90abc
commit d00864fdff

View file

@ -1,16 +1,15 @@
---
titel: Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon
opsporingsambtenaar
titel: Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren
bwb_id: BWBR0006589
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2007-05-07'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006589
citeertitel: Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon
opsporingsambtenaar
citeertitel: Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere
opsporingsambtenaren
---
# Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar
# Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren
## Hoofdstuk 1. Algemeen
@ -436,6 +435,22 @@ De ambtenaar zorgt ervoor dat bij de invrijheidstelling van een persoon die zich
## Hoofdstuk 6a. Ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst
### Artikel 36a
**1.** De ambtenaarvan een bijzondere opsporingsdienst handelt overeenkomstig de artikelen 2, 4, 5, 7, eerste lid, aanhef en onder a en b, tweede, derde en vierde lid, 10, 10a, 12a, 12b, 12c, 15, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, 16,17, 19, 20, eerste lid, 21, 22 en 23 van dit besluit. In artikel 17, derde lid, wordt voor «de korpschef» gelezen: het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst. In artikel 20, eerste lid, wordt voor «artikel 8, derde lid, van de Politiewet 1993» gelezen: artikel 6, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten. In artikel 21 wordt voor «artikel 8, derde of vierde lid, van de Politiewet 1993» gelezen: artikel 6, derde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.
**2.**
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder:
a. bevoegd gezag: de officier van justitie;
b. de meerdere: de ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst die uit hoofde van zijn functie met de leiding is belast of het bevel heeft over de taakuitvoering;
c. geweldmiddel: de wapens en de uitrusting, waarmee geweld kan worden uitgeoefend, die krachtens artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie zijn toegestaan.
### Artikel 36b
De ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst maakt bij de uitoefening van zijn dienst uitsluitend gebruik van het door Onze Minister van Justitie voorgeschreven geweldmiddel of handboeien.
## Hoofdstuk 7. Buitengewoon opsporingsambtenaar
### Artikel 37
@ -468,7 +483,7 @@ Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt in overeenstem
### Artikel 39b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Dit besluit berust op artikel 8, zevende lid, en artikel 9 van de Politiewet 1993 en artikel 6, vijfde lid, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.
### Artikel 40
@ -476,4 +491,4 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Politiewet 1993 in
### Artikel 41
Dit besluit wordt aangehaald als: Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Dit besluit wordt aangehaald als: Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.