2005-07-01 | BWBR0014168 | Mijnbouwwet

This commit is contained in:
Coornhert 2005-07-01 12:00:00 +00:00
parent b814db782f
commit d04e9bdc97

View file

@ -350,7 +350,7 @@ d. het belang van een planmatig beheer van voorkomens van delfstoffen of aardwar
**3.** Het winningsplan behoeft de instemming van Onze Minister.
**4.** De paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op het besluit omtrent instemming met een winningsplan, voorzover het winnen van delfstoffen niet geschiedt in het continentaal plat of onder de territoriale zee vanuit een voorkomen dat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn.
**4.** Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van het besluit omtrent instemming met een winningsplan, voorzover het winnen van delfstoffen niet geschiedt in het continentaal plat of onder de territoriale zee vanuit een voorkomen dat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing indien het een besluit betreft inzake wijziging van een besluit omtrent instemming met een winningsplan.
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op het winnen van delfstoffen in het kader van het verkrijgen van gegevens voor zuiver wetenschappelijk onderzoek of voor het door de centrale overheid te voeren beleid.
@ -386,9 +386,7 @@ b. in verband met het risico van schade ten gevolge van beweging van de aardbode
### Artikel 37
**1.** Onze Minister beslist over het winningsplan binnen dertien weken na de indiening van het winningsplan. Hij kan de termijn eenmaal verlengen met ten hoogste dertien weken, tenzij hij gegronde redenen heeft, hoofdzakelijk in verband staand met de beoordeling van de technische aspecten van het winningsplan, om die termijn met meer dan dertien weken te verlengen.
**2.** De instemming is van rechtswege gegeven, indien Onze Minister niet binnen de instemmingtermijn van dertien weken of voor de afloop van de verlengingstermijn een beslissing heeft genomen.
Vervallen
### Artikel 38
@ -423,9 +421,10 @@ b. het opslaan van stoffen.
De volgende onderdelen van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing:
a. hoofdstuk 7, de artikelen 8.1, tweede lid, 8.6, 8.16, 8.19, eerste lid, 8.20, eerste lid, 8.21, 8.40, eerste en tweede lid, 8.44, eerste lid, en afdeling 13.2;
b. de artikelen 8.39a, 8.39b, 8.39c en 8.39e ten aanzien van het verlenen, het wijzigen of het intrekken van een vergunning;
c. titel 15.4 ten aanzien van een beschikking omtrent:
a. hoofdstuk 7, de artikelen 8.1, tweede lid, 8.16, 8.19, eerste lid, 8.20, eerste lid, 8.21, 8.40, eerste en tweede lid, 8.44, eerste lid, en afdeling 13.2;
b. artikel 8.6 ten aanzien van het verlenen van een vergunning;
c. de artikelen 8.39a, 8.39b, 8.39c en 8.39e ten aanzien van het verlenen, het wijzigen of het intrekken van een vergunning;
d. titel 15.4 ten aanzien van een beschikking omtrent:
1°. het wijzigen of intrekken van een vergunning;
2°. het verlenen van een vergunning voor het in stand houden van een mijnbouwwerk in een geval waarin het in het tweede lid bedoelde verbod niet gold voor dat mijnbouwwerk en het verbod op enig tijdstip is gaan gelden anders dan ten gevolge van een verandering van het mijnbouwwerk of van de werking daarvan.