2007-07-01 | BWBR0002281 | Reglement voor de pachtkamers

This commit is contained in:
Coornhert 2007-07-01 12:00:00 +00:00
parent 1f69c19837
commit d085e2e6b9

View file

@ -26,41 +26,25 @@ citeertitel: Reglement voor de pachtkamers
### Artikel 3
De raden en de plaatsvervangende raden in de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem en de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamers van de kantongerechten zullen, elk naar de wijze zijner godsdienstige gezindheid, alvorens in bediening te treden, de eed (belofte) afleggen:
"Dat zij getrouw zullen zijn aan de Koning, en de grondwet zullen onderhouden en nakomen".
"Dat zij, middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel, tot het verkrijgen hunner aanstelling aan iemand, wie hij ook zij, iets hebben gegeven of beloofd, noch zullen geven of beloven".
"Dat zij nimmer enige giften of geschenken zullen aannemen of ontvangen van enig persoon, welke zij weten of vermoeden enig rechtsgeding of zaak te hebben of te zullen krijgen, in welke hun ambtsverrichtingen zouden kunnen te pas komen".
"Dat zij zich noch directelijk noch indirectelijk over enige door hen behandelde aangelegenheden, of die zij weten of vermoeden dat door hen behandeld zullen worden, in enig bijzonder onderhoud of gesprek zullen inlaten met partijen of derzelver advocaten, procureurs of gemachtigden, noch daarover enige bijzondere onderrichting, memorie of schrifturen zullen aannemen".
"Dat zij voorts hun posten met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zullen waarnemen en zich in de uitoefening van hun bediening gedragen zo als brave en eerlijke ambtenaren betaamt".
Vervallen
### Artikel 4
**1.**
**1.** De leden en plaatsvervangende leden en de raden en plaatsvervangende raden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af ten overstaan van het gerecht waarbij zij zijn benoemd volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de tweede bijlage bij de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
De eed (belofte), voorgeschreven bij het voorgaande artikel, zal worden afgelegd als volgt:
**2.** De eed of belofte wordt afgenomen op requisitoir van het openbaar ministerie.
door de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamers der kantongerechten, in handen van de arrondissements-rechtbank, binnen welker rechtsgebied het kantongerecht, waartoe zij behoren, is gevestigd;
door de raden en de plaatsvervangende raden in de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem, in handen van de Hoge Raad.
**2.** Van het afleggen van de eed (belofte) in de genoemde colleges wordt een akte opgemaakt.
**3.** De eed (belofte) wordt afgenomen op requisitoir van het openbaar ministerie, op een rechtsdag, voor de behandeling van burgerlijke zaken bestemd.
**3.** Het formulier wordt ondertekend door degene die de eed of belofte aflegt en tevens door degene ten overstaan van wie de eed of belofte wordt afgelegd.
### Artikel 5
**1.** Bij de Hoge Raad en bij iedere arrondissements-rechtbank wordt door de griffier een register gehouden, waarin deze inschrijft de Koninklijke besluiten, bevattende de benoeming van de in artikel 3 bedoelde ambtenaren, die voor zijn college tot het afleggen van de eed (belofte) zijn toegelaten, benevens de akten van de door hen afgelegde eden (beloften).
**1.** Het bestuur van het gerecht waarbij de personen, bedoeld in artikel 4, zijn benoemd, houdt een register bij waarin de koninklijke besluiten betreffende de benoeming van de ambtenaren en de formulieren betreffende de afgelegde eed of belofte worden bewaard.
**2.** Een uittreksel uit dat register, de akte van de door hem afgelegde eed (belofte) bevattende, wordt aan iedere ambtenaar, in het eerste lid bedoeld, van Staatswege uitgereikt.
**2.** Een uittreksel uit dat register, inclusief het formulier betreffende de eed of belofte, wordt aan de leden en plaatsvervangende leden en de raden en plaatsvervangende raden uitgereikt.
### Artikel 6
De installatie van de ambtenaren, in artikel 3 bedoeld, bestaat in de eenvoudige voorlezing op de terechtzitting der akte van de afgelegde eed (belofte) door de griffier, of door degene, die diens functie waarneemt.
De installatie van de leden en plaatsvervangende leden en de raden en plaatsvervangende raden geschiedt door middel van het op de terechtzitting voorlezen van het formulier, bedoeld in artikel 4.
### Artikel 7