2005-07-01 | BWBR0010169 | Wet procedures vijfde baan Schiphol
This commit is contained in:
parent
6f512790c9
commit
d0941afb4b
1 changed files with 8 additions and 14 deletions
|
|
@ -60,16 +60,12 @@ e. het goedgekeurde bestemmingsplan wordt terstond na de goedkeuring ter inzage
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Op de voorbereiding van de in artikel 6 bedoelde besluiten is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
De in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure is van toepassing met betrekking tot de voorbereiding van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde besluiten, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de ten aanzien van de aanvragen tot het nemen van die besluiten ingevolge artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht vereiste kennisgevingen worden gedaan door Onze Minister;
|
||||
b. de termijn van terinzageligging vier weken bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 3:11, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt de terinzagelegging van de aanvragen of ontwerpen van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde besluiten op het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en het tweede lid zijn overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde ambtshalve te nemen besluiten.
|
||||
a. in afwijking van artikel 3:11, eerste lid, van die wet de aanvragen tot het nemen van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde besluiten ter inzage worden gelegd;
|
||||
b. de ingevolge de artikelen 3:12 en 3:13 van die wet vereiste kennisgevingen worden gedaan door Onze Minister;
|
||||
c. de terinzagelegging tevens geschiedt op het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
d. artikel 3:18 van die wet buiten toepassing blijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -79,12 +75,10 @@ b. de termijn van terinzageligging vier weken bedraagt.
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De bestuursorganen tot wie de aanvragen om de in artikel 4, eerste lid, bedoelde besluiten zijn gericht, nemen de besluiten binnen twaalf weken na afloop van de in artikel 5, eerste lid, onder b, genoemde termijn en zenden deze onverwijld toe aan Onze Minister.
|
||||
**1.** De bestuursorganen tot wie de aanvragen om de in artikel 4, eerste lid, bedoelde besluiten zijn gericht, nemen de besluiten binnen twaalf weken na afloop van de in artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn en zenden deze onverwijld toe aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde termijn van twaalf weken in bijzondere omstandigheden verlengen.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde termijn treedt in de plaats van de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voor die besluiten bepaalde beslistermijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Indien een bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen op een aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet of niet tijdig overeenkomstig de aanvraag beslist, kunnen Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat gezamenlijk een beslissing op de aanvraag nemen. In het laatste geval treedt hun besluit in de plaats van het besluit van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan. Indien Onze in de eerste volzin bedoelde Ministers voornemens zijn zelf een beslissing op de aanvraag te nemen, plegen zij overleg met het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is op de aanvraag te beslissen.
|
||||
|
|
@ -117,11 +111,11 @@ De in de artikelen 4, eerste lid, 8 en 19, eerste en tweede lid, bedoelde beslui
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Indien tegen een aanvraag voor of het ontwerp van een besluit van een gemeentebestuur, een bestuur van een regionaal openbaar lichaam of provinciaal bestuur, dat dient voor het verlenen van planologische medewerking, bedenkingen naar voren kunnen worden gebracht, kunnen deze bedenkingen geen grond vinden in bedenkingen tegen de Planologische Kernbeslissing of tegen de Aanwijzing Schiphol.
|
||||
**1.** Indien over het ontwerp van een besluit van een gemeentebestuur, een bestuur van een regionaal openbaar lichaam of provinciaal bestuur, dat dient voor het verlenen van planologische medewerking, zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht, kunnen deze zienswijzen geen grond vinden in zienswijzen over de Planologische Kernbeslissing of over de Aanwijzing Schiphol.
|
||||
|
||||
**2.** Indien tegen een besluit van een gemeentebestuur, een bestuur van een regionaal openbaar lichaam of provinciaal bestuur, dat dient voor het verlenen van planologische medewerking, dan wel een besluit van Onze Ministers op grond van artikel 3, eerste lid, beroep kan worden ingesteld, kan dat beroep geen grond vinden in bedenkingen tegen de Planologische Kernbeslissing of tegen de Aanwijzing Schiphol.
|
||||
|
||||
**3.** Indien ten aanzien van een aanvraag voor of een ontwerp van een in artikel 4, eerste lid, bedoeld besluit zienswijzen naar voren worden gebracht, kunnen deze zienswijzen geen grond vinden in zienswijzen ten aanzien van de Planologische Kernbeslissing of tegen de Aanwijzing Schiphol.
|
||||
**3.** Indien over een ontwerp van een in artikel 4, eerste lid, bedoeld besluit zienswijzen naar voren worden gebracht, kunnen deze zienswijzen geen grond vinden in zienswijzen over de Planologische Kernbeslissing of over de Aanwijzing Schiphol.
|
||||
|
||||
**4.** Indien tegen een besluit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, 8 of 19, eerste of tweede lid, beroep wordt ingesteld, kan dat beroep geen grond vinden in bedenkingen tegen deel 4 van de Planologische Kernbeslissing of tegen de Aanwijzing Schiphol.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue