2005-07-01 | BWBR0003793 | Landinrichtingswet

This commit is contained in:
Coornhert 2005-07-01 12:00:00 +00:00
parent f81c66ac50
commit d09ab49458

View file

@ -38,15 +38,15 @@ openbare registers: de openbare registers, bedoeld in afdeling 1 van titel 2 van
**1.** Voor zover niet anders bepaald wordt onder "provinciale staten" verstaan provinciale staten van de provincie, waarin het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde orgaan neemt de besluiten, bedoeld in de artikelen 42, 43, 46 en 51 niet dan in overeenstemming met provinciale staten van de andere provincies, waarin het in te richten gebied mede is gelegen.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde orgaan neemt de besluiten, bedoeld in de artikelen 41, 43, 46 en 51 niet dan in overeenstemming met provinciale staten van de andere provincies, waarin het in te richten gebied mede is gelegen.
**3.** Wij nemen, gehoord de Afdeling voor de geschillen van bestuur van de Raad van State, de in het tweede lid bedoelde besluiten, indien de betrokken organen ter zake niet tot overeenstemming zijn gekomen.
**3.** Wij nemen, de Raad van State gehoord, de in het tweede lid bedoelde besluiten, indien de betrokken organen ter zake niet tot overeenstemming zijn gekomen.
### Artikel 3
**1.** Voor zover niet anders bepaald wordt onder "gedeputeerde staten" verstaan het college van gedeputeerde staten van de provincie, waarin het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde college neemt de besluiten, bedoeld in de artikelen 81, 82, 85, zesde lid, 90, 92, 108, 109, 115, zesde lid, 131, derde lid, 133, eerste lid, en 137, niet dan in overeenstemming met de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, waarin het in te richten gebied mede is gelegen.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde college neemt de besluiten, bedoeld in de artikelen 80, 82, 85, eerste lid, 90, 92, 107, 109, 115, eerste lid, 131, derde lid, 133, eerste lid, en 137, niet dan in overeenstemming met de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, waarin het in te richten gebied mede is gelegen.
**3.** Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -350,21 +350,17 @@ de begrenzing in hoofdlijnen van deze beheersgebieden onderscheidenlijk reservaa
### Artikel 37
**1.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsprogramma op na overleg met de betrokken gemeenten en waterschappen.
**1.** Op de voorbereiding van een ontwerp-landinrichtingsprogramma als bedoeld in artikel 40, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de landinrichtingscommissie. Onder het in het tweede lid bedoelde voorontwerp van het landinrichtingsprogramma wordt het ingevolge artikel 3:11, eerste lid, door de landinrichtingscommissie ter inzage te leggen ontwerp verstaan.
**2.** Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
**2.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsprogramma op na overleg met de betrokken gemeenten en waterschappen.
**3.** Onder betrokken gemeenten en waterschappen worden verstaan de gemeenten en waterschappen, waarin het gebied als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder *a*, is gelegen.
**3.** Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
**4.** Onder betrokken gemeenten en waterschappen worden verstaan de gemeenten en waterschappen, waarin het gebied als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder a, is gelegen.
### Artikel 38
**1.** De landinrichtingscommissie maakt het voorontwerp alom in het in te richten gebied bekend onder vermelding van het adres alwaar ter zake inlichtingen kunnen worden ingewonnen.
**2.** Van de in het eerste lid bedoelde bekendmaking geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in de *Nederlandse Staatscourant* en in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen.
**3.** De landinrichtingscommissie verschaft gedurende tenminste drie maanden nadien gelegenheid zienswijzen en denkbeelden over het voorontwerp naar voren te brengen en daarover zowel onderling als met vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie van gedachten te wisselen. Van dit overleg en de uitkomsten daarvan wordt een verslag opgemaakt.
**4.** Het verslag wordt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, afgesloten. Het bevat onder meer een overzicht van de naar voren gebrachte zienswijzen en denkbeelden en een uiteenzetting van de dientengevolge in het voorontwerp, aangebrachte wijzigingen.
Vervallen
### Artikel 39
@ -374,25 +370,17 @@ Vervallen
**1.** De landinrichtingscommissie stelt het landinrichtingsprogramma in ontwerp vast en zendt dit aan gedeputeerde staten.
**2.** De landinrichtingscommissie geeft van de in artikel 35, eerste lid, onder *a*, bedoelde grenzen, zoals deze in het ontwerp van het landinrichtingsprogramma zijn opgenomen, openbare kennis op de wijze zoals in artikel 41, tweede lid, eerste volzin, aangegeven.
**3.** Gedeputeerde staten brengen het ontwerp onverwijld ter kennis van de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, op welker grondgebied dit mede betrekking heeft.
**2.** Gedeputeerde staten brengen het ontwerp onverwijld ter kennis van de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, op welker grondgebied dit mede betrekking heeft.
### Artikel 41
**1.** Gedeputeerde staten leggen het ontwerp gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied.
**1.** Gedeputeerde staten stellen het landinrichtingsprogramma vast na toetsing van het ontwerp aan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals deze hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voorvloeien uit een streekplan of een ander besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
**2.** Van de terinzagelegging geven gedeputeerde staten tevoren openbare kennis in de *Nederlandse Staatscourant*, in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen en in de in het vorige lid bedoelde gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. De kennisgevingen houden mededeling in van de een ieder toekomende bevoegdheid bedenkingen tegen het ontwerp naar voren te brengen.
**3.** Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop het ontwerp ter inzage heeft gelegen, kan een ieder schriftelijk bij gedeputeerde staten bedenkingen naar voren brengen tegen het ontwerp.
**4.** Gedeputeerde staten leggen het ontwerp, de daartegen naar voren gebrachte bedenkingen, alsmede een voorstel tot vaststelling van het landinrichtingsprogramma over aan provinciale staten.
**2.** Op de voorbereiding van het landinrichtingsprogramma is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De terinzagelegging geschiedt tevens ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
### Artikel 42
**1.** Provinciale staten stellen het landinrichtingsprogramma vast na toetsing van het ontwerp aan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals deze hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of een ander besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
**2.** Indien binnen de termijn en op de wijze in artikel 40, derde lid, bepaald, bedenkingen naar voren zijn gebracht, slaan provinciale staten op die bedenkingen zodanig acht als zij menen te behoren.
Vervallen
### Artikel 43
@ -418,13 +406,13 @@ c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernie
### Artikel 44
Provinciale staten delen aan hen, die bedenkingen naar voren hebben gebracht, de beslissing daaromtrent uiterlijk veertien dagen na het tijdstip van het besluit inzake de vaststelling van het landinrichtingsprogramma schriftelijk en met redenen omkleed mede.
Vervallen
### Artikel 45
**1.** Provinciale Staten bezien, in hoeverre met toepassing van artikel 152 van de Provinciewet de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 42, eerste en tweede lid, 43, eerste en tweede lid, 44, 46, eerste en tweede lid, en 51, eerste lid, kunnen worden gedelegeerd aan gedeputeerde staten.
**1.** Provinciale Staten bezien, in hoeverre met toepassing van artikel 152 van de Provinciewet de bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 41, eerste lid, 43, eerste en tweede lid, 46, eerste en tweede lid, en 51, eerste lid, kunnen worden gedelegeerd aan gedeputeerde staten.
**2.** Voor zover de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid zijn gedelegeerd aan gedeputeerde staten, is artikel 41, vierde lid, niet van toepassing.
**2.** Voor zover de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid zijn gedelegeerd aan gedeputeerde staten, is artikel 41,derde lid, niet van toepassing.
### Titel 4. Besluit tot herinrichting
@ -436,11 +424,9 @@ Provinciale staten delen aan hen, die bedenkingen naar voren hebben gebracht, de
### Artikel 47
**1.** Gedeputeerde staten maken onder vermelding van de gevolgen die de wet daaraan verbindt het besluit tot herinrichting bekend in de *Nederlandse Staatscourant*, in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied op de aldaar gebruikelijke wijze.
**1.** Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot herinrichting naar Onze Minister, de landinrichtingscommissie en, indien met toepassing van Hoofdstuk VII herverkaveling zal plaatsvinden, naar de rechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**2.** Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot herinrichting naar Onze Minister, de landinrichtingscommissie en, indien met toepassing van Hoofdstuk VII herverkaveling zal plaatsvinden, naar de rechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**3.** De rechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten en aan de landinrichtingscommissie.
**2.** De rechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten en aan de landinrichtingscommissie.
### Artikel 48
@ -483,13 +469,13 @@ b. overeenkomstig de artikelen 54-61 als pachters van daartoe behorende onroeren
### Artikel 53
**1.** De landinrichtingscommissie stelt met betrekking tot het in te richten gebied een ontwerp van de lijst op van degenen, die in de kadastrale registratie als eigenaar staan vermeld en legt dit ontwerp gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied.
**1.** De landinrichtingscommissie stelt met betrekking tot het in te richten gebied een lijst vast van degenen, die in de kadastrale registratie als eigenaar staan vermeld.
**2.** Van de terinzagelegging geeft de landinrichtingscommissie tevoren kennis aan degenen die op het ontwerp van de lijst zijn vermeld en tevens geeft zij van tevoren openbare kennis in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied op de aldaar gebruikelijke wijze.
**2.** Op de voorbereiding van de lijst is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
**3.** Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop het ontwerp ter inzage heeft gelegen, kunnen belanghebbenden hun bedenkingen schriftelijk bij de landinrichtingscommissie naar voren brengen.
**3.** De landinrichtingscommissie zendt de in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde kennisgeving toe aan degenen die op het ontwerp van de lijst zijn vermeld.
**4.** De landinrichtingscommissie stelt de in het vorige lid bedoelde lijst vast waarbij zij zodanig acht slaat op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij meent te behoren en doet deze aan gedeputeerde staten toekomen.
**4.** De terinzagelegging geschiedt ter secretarie van de provincies en gemeenten die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied.
### Artikel 54
@ -499,7 +485,7 @@ b. overeenkomstig de artikelen 54-61 als pachters van daartoe behorende onroeren
Voor registratie komt slechts in aanmerking de pachter:
a. van onroerende zaken, gelegen binnen de begrenzing van het in te richten gebied, bedoeld in artikel 40, tweede lid;
a. van onroerende zaken, gelegen binnen de begrenzing van het in te richten gebied, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel a;
b. wiens schriftelijke pachtovereenkomst, welke zo nodig de goedkeuring van de grondkamer heeft verkregen:
1°. geldt voor ten minste de wettelijke duur als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet (*Stb.* 1958, 37);
@ -513,7 +499,7 @@ b. wiens schriftelijke pachtovereenkomst, welke zo nodig de goedkeuring van de g
**1.** Het verzoek tot registratie moet binnen een maand na een door de landinrichtingscommissie te bepalen tijdstip worden ingediend.
**2.** De landinrichtingscommissie maakt het in het eerste lid bedoelde tijdstip en de in artikel 40, tweede lid, bedoelde begrenzing van het in te richten gebied bekend in ten minste twee dag- of nieuwsbladen, die in zodanig gebied worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk in zodanig gebied zijn gelegen, op de aldaar gebruikelijke wijze.
**2.** De landinrichtingscommissie maakt het in het eerste lid bedoelde tijdstip bekend in ten minste twee dag- of nieuwsbladen, die in zodanig gebied worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk in zodanig gebied zijn gelegen, op de aldaar gebruikelijke wijze.
### Artikel 56
@ -762,23 +748,19 @@ b. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 142, eer
### Artikel 76
**1.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsplan op na overleg met de betrokken gemeenten en waterschappen.
**1.** Op de voorbereiding van een ontwerp landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 79, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de landinrichtingscommissie. Onder het in het tweede lid bedoelde voorontwerp van het landinrichtingsplan wordt het ingevolge artikel 3:11, eerste lid, door de landinrichtingscommissie ter inzage te leggen ontwerp verstaan.
**2.** Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
**2.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsplan op na overleg met de betrokken gemeenten en waterschappen.
**3.** Voor zover het voorontwerp uitvoering van werken op onroerende zaken bevat, waarvan de eigendom, het beheer of het onderhoud bij een gemeente of waterschap berust, stelt de landinrichtingscommissie het daarop betrekking hebbende gedeelte van het voorontwerp op in overeenstemming met die gemeente of dat waterschap.
**3.** Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
**4.** Onder betrokken gemeenten en waterschappen worden verstaan de gemeenten en waterschappen, waarin het gebied bedoeld in artikel 74, eerste lid, onder *a*, is gelegen.
**4.** Voor zover het voorontwerp uitvoering van werken op onroerende zaken bevat, waarvan de eigendom, het beheer of het onderhoud bij een gemeente of waterschap berust, stelt de landinrichtingscommissie het daarop betrekking hebbende gedeelte van het voorontwerp op in overeenstemming met die gemeente of dat waterschap.
**5.** Onder betrokken gemeenten en waterschappen worden verstaan de gemeenten en waterschappen, waarin het gebied bedoeld in artikel 74, eerste lid, onder a, is gelegen.
### Artikel 77
**1.** De landinrichtingscommissie maakt het voorontwerp alom in het in te richten gebied bekend onder vermelding van het adres alwaar ter zake inlichtingen kunnen worden ingewonnen.
**2.** Van de in het eerste lid bedoelde bekendmaking geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in de *Nederlandse Staatscourant* en in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen.
**3.** De landinrichtingscommissie verschaft gedurende ten minste drie maanden nadien gelegenheid zienswijzen en denkbeelden over het voorontwerp naar voren te brengen en daarover zowel onderling als met vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie van gedachten te wisselen. Van dit overleg en de uitkomsten daarvan wordt een verslag opgemaakt.
**4.** Het verslag wordt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, afgesloten. Het bevat onder meer een overzicht van de naar voren gebrachte zienswijzen en denkbeelden en een uiteenzetting van de dientengevolge in het voorontwerp aangebrachte wijzigingen.
Vervallen
### Artikel 78
@ -792,19 +774,13 @@ Vervallen
### Artikel 80
**1.** Gedeputeerde staten leggen het ontwerp gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied.
**1.** Gedeputeerde staten stellen het landinrichtingsplan vast.
**2.** Van de terinzagelegging geven gedeputeerde staten tevoren openbare kennis in de *Nederlandse Staatscourant*, in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen en in de in het vorige lid bedoelde gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. De kennisgevingen houden mededeling in van de een ieder toekomende bevoegheid bedenkingen tegen het ontwerp naar voren te brengen.
**3.** Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop het ontwerp ter inzage heeft gelegen kan een ieder schriftelijk bij gedeputeerde staten bedenkingen naar voren brengen tegen het ontwerp.
**2.** Op de voorbereiding van het landinrichtingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De terinzagelegging geschiedt tevens ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
### Artikel 81
**1.** Gedeputeerde staten stellen het landinrichtingsplan vast.
**2.** Indien binnen de termijn en op de wijze in artikel 80, derde lid, bepaald, bedenkingen naar voren zijn gebracht, slaan zij op die bedenkingen zodanig acht als zij menen te behoren.
**3.** De vaststelling van de hoogte van de door het Rijk te dragen kosten zoals deze in het landinrichtingsplan worden opgenomen, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister.
De vaststelling van de hoogte van de door het Rijk te dragen kosten zoals deze in het landinrichtingsplan worden opgenomen, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister.
### Artikel 82
@ -830,11 +806,7 @@ c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernie
### Artikel 83
**1.** Gedeputeerde staten delen aan hen, die bedenkingen naar voren hebben gebracht, de beslissing daaromtrent uiterlijk veertien dagen na het tijdstip van het besluit inzake de vaststelling van het landinrichtingsplan schriftelijk en met redenen omkleed mede.
**2.** Gedeputeerde staten leggen het landinrichtingsplan ter inzage op de wijze als bedoeld in artikel 80, eerste lid, en geven daarvan kennis op de wijze als bedoeld in artikel 80, tweede lid, eerste volzin.
**3.** Tegen de in artikel 75, eerste lid, onder *c*, bedoelde voornemens tot toewijzing van de eigendom, voor zover zulks geschiedt met toepassing van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder *b* en *c*, dan wel met toepassing van artikel 122 van de Onteigeningswet, kunnen uitsluitend rechthebbenden en pachters die zich tijdig tot gedeputeerde staten hebben gewend met bedenkingen tegen deze voornemens of die bedenkingen hebben tegen deze voornemens voor zover deze afwijken van die in het ter inzage gelegde ontwerp van het landinrichtingsplan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tegen de in artikel 75, eerste lid, onder c, bedoelde voornemens tot toewijzing van de eigendom, voor zover zulks geschiedt met toepassing van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en c, dan wel met toepassing van artikel 122 van de Onteigeningswet, kunnen uitsluitend rechthebbenden en pachters die zich tijdig tot gedeputeerde staten hebben gewend met bedenkingen tegen deze voornemens of die bedenkingen hebben tegen deze voornemens voor zover deze afwijken van die in het ter inzage gelegde ontwerp van het landinrichtingsplan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
### Artikel 84
@ -844,13 +816,11 @@ c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernie
**3.** De landinrichtingscommissie kan aan gedeputeerde staten haar zienswijze kenbaar maken omtrent het bestaan van omstandigheden als bedoeld in het tweede lid.
**4.** De artikelen 74-83 zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** In afwijking van de artikelen 74 tot en met 83 kunnen de grenzen van een blok worden gewijzigd door de landinrichtingscommissie in overeenstemming met de belanghebbende eigenaren.
**5.** In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kunnen de grenzen van een blok worden gewijzigd door de landinrichtingscommissie in overeenstemming met de belanghebbende eigenaren.
**5.** Maakt de landinrichtingscommissie van deze bevoegdheid gebruik dan doet zij hiervan mededeling aan gedeputeerde staten, de rechter-commissaris en de belanghebbende eigenaren.
**6.** Maakt de landinrichtingscommissie van deze bevoegdheid gebruik dan doet zij hiervan mededeling aan gedeputeerde staten, de rechter-commissaris en de belanghebbende eigenaren.
**7.** In afwijking van het eerste lid kan een landinrichtingsplan waarvoor geen begrenzingenplan als bedoeld in artikel 131 wordt vastgesteld, worden gewijzigd tot het plan van toedeling overeenkomstig artikel 199, eerste lid, ter inzage wordt gelegd.
**6.** In afwijking van het eerste lid kan een landinrichtingsplan waarvoor geen begrenzingenplan als bedoeld in artikel 131 wordt vastgesteld, worden gewijzigd tot het plan van toedeling overeenkomstig artikel 199, eerste lid, ter inzage wordt gelegd.
### Artikel 85
@ -858,15 +828,7 @@ c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernie
**2.** De in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, maakt deel uit van het landinrichtingsplan.
**3.** Alvorens de in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, vast te stellen, leggen gedeputeerde staten het ontwerp daartoe gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen, welke geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het gebied, waarop het landinrichtingsplan betrekking heeft.
**4.** Van de terinzagelegging geschiedt kennisgeving op de in artikel 80, tweede lid, eerste volzin, voorgeschreven wijze.
**5.** Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop het ontwerp ter inzage heeft gelegen kan een ieder schriftelijk bij gedeputeerde staten bedenkingen naar voren brengen tegen het ontwerp.
**6.** Gedeputeerde staten stellen het plan tot uitwerking, dan wel uitbreiding, vast waarbij zij zodanig acht slaan op de overeenkomstig het vijfde lid naar voren gebrachte bedenkingen, als zij menen te behoren.
**7.** Gedeputeerde staten delen aan hen die bedenkingen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent schriftelijk en met redenen omkleed mede.
**3.** Op de voorbereiding van het plan tot uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
### Titel 7. Vereenvoudigde voorbereiding van een besluit tot herinrichting of ruilverkaveling
@ -893,14 +855,7 @@ b. een beschrijving van de te verwachten gevolgen van de onder artikel 74, eerst
### Artikel 88
De artikelen 79 en 81 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde en vierde lid van artikel 79, komt het tweede lid als volgt te luiden:
2. De landinrichtingscommissie geeft van de in artikel 74, eerste lid, onder *a*, bedoelde grenzen, zoals deze in het ontwerp van het landinrichtingsplan zijn opgenomen, openbare kennis op de wijze zoals in artikel 80, tweede lid, eerste volzin, aangegeven.
b. artikel 81, eerste lid, wordt vervangen door:
1. Gedeputeerde staten stellen het landinrichtingsplan vast na toetsing van het ontwerp aan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals deze hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of een ander besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
In afwijking van artikel 80, eerste lid, stellen gedeputeerde staten het landinrichtingsplan vast na toetsing van het ontwerp aan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals deze hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of een ander besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
### Artikel 89
@ -931,9 +886,7 @@ De artikelen 47-50 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in
De artikelen 52-72 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
a. in artikel 52, tweede lid, het woord "landinrichtingsprogramma" wordt vervangen door: "landinrichtingsplan";
b. in artikel 54, tweede lid, onder *a*, de woorden "bedoeld in artikel 40, tweede lid" worden vervangen door: "bedoeld in artikel 88, onder *a*";
c. in artikel 55, tweede lid, de woorden "de in artikel 40, tweede lid, bedoelde begrenzing" worden vervangen door "de in artikel 88, onder *a*, bedoelde begrenzing";
d. in artikel 70, tweede lid, de woorden "in gedeelten wordt voorbereid of vastgesteld, dan wel" vervallen.
b. in artikel 70, tweede lid, de woorden "in gedeelten wordt voorbereid of vastgesteld, dan wel" vervallen.
## Hoofdstuk IV. Voorbereiding van en besluit tot aanpassingsinrichting
@ -1015,19 +968,15 @@ b. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 143, eer
### Artikel 103
**1.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het aanpassingsplan op na overleg met het bevoegd bestuursorgaan.
**1.** Op de voorbereiding van een ontwerp-aanpassingsplan als bedoeld in artikel 106, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de landinrichtingscommissie. Onder het in het tweede lid bedoelde voorontwerp van het aanpassingsplan wordt het ingevolge artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht door de landinrichtingscommissie ter inzage te leggen ontwerp verstaan.
**2.** Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
**2.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het aanpassingsplan op na overleg met het bevoegd bestuursorgaan.
**3.** Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
### Artikel 104
**1.** De landinrichtingscommissie maakt, na overleg met het bevoegd bestuursorgaan, het voorontwerp alom in het in te richten gebied bekend onder vermelding van het adres alwaar ter zake inlichtingen kunnen worden ingewonnen.
**2.** Van de in het eerste lid bedoelde bekendmaking geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in de *Nederlandse Staatscourant* en in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen.
**3.** De landinrichtingscommissie verschaft gedurende ten minste drie maanden nadien gelegenheid zienswijzen en denkbeelden over het voorontwerp naar voren te brengen en daarover zowel onderling als met vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie van gedachten te wisselen. Van dit overleg en de uitkomsten daarvan wordt een verslag opgemaakt.
**4.** Het verslag wordt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, afgesloten. Het bevat onder meer een overzicht van de naar voren gebrachte zienswijzen en denkbeelden en een uiteenzetting van de dientengevolgen in het voorontwerp aangebrachte wijzigingen.
Vervallen
### Artikel 105
@ -1043,19 +992,15 @@ Vervallen
### Artikel 107
**1.** Gedeputeerde staten leggen het ontwerp gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied.
**1.** Gedeputeerde staten stellen het aanpassingsplan vast na toetsing van het ontwerp aan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals deze hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of een ander besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
**2.** Van de terinzagelegging geven gedeputeerde staten tevoren openbare kennis in de *Nederlandse Staatscourant*, in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen en in de in het vorige lid bedoelde gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. De kennisgevingen houden mededeling in van de een ieder toekomende bevoegdheid bedenkingen tegen het ontwerp naar voren te brengen.
**2.** Op de voorbereiding van het aanpassingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De terinzagelegging geschiedt tevens ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
**3.** Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop het ontwerp ter inzage heeft gelegen kan een ieder schriftelijk bij gedeputeerde staten bedenkingen naar voren brengen tegen het ontwerp.
**3.** Het aanpassingsplan wordt vastgesteld binnen zes maanden nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.
### Artikel 108
**1.** Gedeputeerde staten stellen het aanpassingsplan vast binnen zes maanden na het in artikel 107, derde lid, bedoelde tijdstip.
**2.** Indien binnen de termijn en op de wijze in artikel 107, derde lid, bepaald bedenkingen naar voren zijn gebracht, slaan zij op die bedenkingen zodanig acht als zij menen te behoren.
**3.** De vaststelling van de hoogte van de door het Rijk te dragen kosten zoals deze in het aanpassingsplan worden opgenomen, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister.
De vaststelling van de hoogte van de door het Rijk te dragen kosten zoals deze in het aanpassingsplan worden opgenomen, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister.
### Artikel 109
@ -1065,15 +1010,11 @@ Vervallen
**3.** De toestemming, bedoeld in het tweede lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
**4.** In geval van toepassing van het eerste lid zijn gedeputeerde staten bevoegd de in artikel 108 genoemde termijn met drie maanden te verlengen.
**4.** In geval van toepassing van het eerste lid zijn gedeputeerde staten bevoegd de in artikel 107, derde lid genoemde termijn met drie maanden te verlengen.
### Artikel 110
**1.** Gedeputeerde staten delen aan hen, die bedenkingen naar voren hebben gebracht, de beslissing daaromtrent uiterlijk veertien dagen na het tijdstip van het besluit inzake de vaststelling van het aanpassingsplan schriftelijk en met redenen omkleed mede.
**2.** Gedeputeerde staten leggen het aanpassingsplan ter inzage op de wijze als bedoeld in artikel 107, eerste lid, en geven daarvan kennis op de wijze als bedoeld in artikel 107, tweede lid, eerste volzin.
**3.** Tegen de in artikel 102, eerste lid, onder *d*, bedoelde voornemens inzake toewijzing van de eigendom, voor zover zulks geschiedt met toepassing van artikel 143, eerste lid, aanhef en onderdeel *b*, kunnen uitsluitend rechthebbenden en pachters die zich tijdig tot gedeputeerde staten hebben gewend met bedenkingen tegen deze voornemens of die bedenkingen hebben tegen deze voornemens voor zover deze afwijken van die in het ter inzage gelegde ontwerp van het aanpassingsplan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tegen de in artikel 102, eerste lid, onder d, bedoelde voornemens inzake toewijzing van de eigendom, voor zover zulks geschiedt met toepassing van artikel 143, eerste lid, aanhef en onderdeel b, kunnen uitsluitend rechthebbenden en pachters die zich tijdig tot gedeputeerde staten hebben gewend met bedenkingen tegen deze voornemens of die bedenkingen hebben tegen deze voornemens voor zover deze afwijken van die in het ter inzage gelegde ontwerp van het aanpassingsplan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
### Artikel 111
@ -1083,17 +1024,15 @@ Vervallen
### Artikel 112
**1.** Bij overschrijding van de in artikel 108, 109 en 111, eerste lid, genoemde termijnen is Onze Minister bevoegd in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen op verzoek van het bevoegd bestuursorgaan de in die artikelen bedoelde besluiten te nemen.
**1.** Bij overschrijding van de in de artikelen 107, derde lid, 109 en 111, eerste lid, genoemde termijnen is Onze Minister bevoegd in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen op verzoek van het bevoegd bestuursorgaan de in die artikelen bedoelde besluiten te nemen.
**2.** Onze Minister doet van een besluit als bedoeld in het eerste lid mededeling aan gedeputeerde staten.
### Artikel 113
**1.** Gedeputeerde staten maken onder vermelding van de gevolgen, die de wet daaraan verbindt, het besluit tot aanpassingsinrichting bekend in de *Nederlandse Staatscourant*, in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied op de aldaar gebruikelijke wijze.
**1.** Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot aanpassingsinrichting naar Onze Minister, het bevoegd bestuursorgaan, de landinrichtingscommissie en de rechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**2.** Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot aanpassingsinrichting naar Onze Minister, het bevoegd bestuursorgaan, de landinrichtingscommissie en de rechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**3.** De rechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten en aan de landinrichtingscommissie.
**2.** De rechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten en aan de landinrichtingscommissie.
### Artikel 114
@ -1111,15 +1050,7 @@ Vervallen
**2.** De in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, maakt deel uit van het aanpassingsplan.
**3.** Alvorens de in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, vast te stellen, leggen gedeputeerde staten het ontwerp daartoe gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen, welke geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het gebied, waarop het landinrichtingsplan betrekking heeft.
**4.** Van de terinzagelegging geschiedt kennisgeving op de in artikel 107, tweede lid, eerste volzin, voorgeschreven wijze.
**5.** Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop het ontwerp ter inzage heeft gelegen kan een ieder schriftelijk bij gedeputeerde staten bedenkingen naar voren brengen tegen het ontwerp.
**6.** Gedeputeerde staten stellen het plan tot uitwerking, dan wel uitbreiding, vast waarbij zij zodanig acht slaan op de overeenkomstig het vijfde lid naar voren gebrachte bedenkingen, als zij menen te behoren.
**7.** Gedeputeerde staten delen aan hen die bedenkingen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent schriftelijk en met redenen omkleed mede.
**3.** Op de voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
### Artikel 116
@ -1243,9 +1174,7 @@ De landinrichtingscommissie doet gedeputeerde staten, gelijktijdig met het in he
a. een voorstel inzake de regeling van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen en waterlopen met de daarbij behorende kunstwerken en het beheer en onderhoud van dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken;
b. een voorstel inzake de toewijzing van de eigendom van de in het eerste lid, onder *b*, bedoelde gebieden, elementen en voorzieningen.
**5.** Van de vaststelling van het begrenzingenplan of een gedeelte daarvan doen gedeputeerde staten openbare kennisgeving op de wijze als in artikel 47, eerste lid, aangegeven.
**6.** Indien een landinrichtingsplan geen voornemens als bedoeld in artikel 75, eerste lid, onder *b* en *c*, bevat, wordt geen begrenzingenplan opgesteld.
**5.** Indien een landinrichtingsplan geen voornemens als bedoeld in artikel 75, eerste lid, onder *b* en *c*, bevat, wordt geen begrenzingenplan opgesteld.
### Artikel 132