2010-10-10 | BWBR0013800 | Wet op het onderwijstoezicht
This commit is contained in:
parent
9757cb4cde
commit
d09b730194
1 changed files with 13 additions and 7 deletions
|
|
@ -21,7 +21,7 @@ b. de inspectie: de Inspectie van het onderwijs,
|
|||
c. de inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal van het onderwijs,
|
||||
d. onderwijswet:
|
||||
|
||||
– Leerplichtwet 1969,
|
||||
1. – Leerplichtwet 1969,
|
||||
– Wet op het primair onderwijs,
|
||||
– Wet op de expertisecentra,
|
||||
– Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
|
|
@ -29,15 +29,21 @@ d. onderwijswet:
|
|||
– Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
|
||||
– Wet op de erkende onderwijsinstellingen, of
|
||||
– Experimentenwet onderwijs,
|
||||
2. – Leerplichtwet BES
|
||||
– Wet primair onderwijs BES
|
||||
– Wet voortgezet onderwijs BES
|
||||
– Wet educatie en beroepsonderwijs BES
|
||||
– Wet sociale vormingsplicht BES, of
|
||||
– Wet experimenten in het onderwijs BES.
|
||||
e. onderwijs: bij of krachtens een onderwijswet geregeld onderwijs,
|
||||
f. voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als bedoeld in de artikelen 1.1, eerste lid, en 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen,
|
||||
g. instelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling en waaronder mede worden begrepen werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 176e, eerste lid, en 176g, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, 162h, eerste lid, en 162j, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en 118n, eerste lid, en 118p, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
h. exameninstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
i. regionaal expertisecentrum: regionaal expertisecentrum als bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra, waaronder begrepen de commissie voor de indicatiestelling die door het regionaal expertisecentrum in stand wordt gehouden,
|
||||
j. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de Leerplichtwet 1969 betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling, en met dien verstande dat waar het het toezicht op de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum betreft hieronder wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra,
|
||||
j. bestuur: bevoegd gezag in de zin van een onderwijswet, met dien verstande dat waar het de Leerplichtwet 1969 of de Leerplichtwet BES betreft hieronder wordt verstaan het hoofd van de school of instelling, en met dien verstande dat waar het het toezicht op de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum betreft hieronder wordt verstaan het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra,
|
||||
k. onderwijsdeelnemer: leerling, deelnemer, student of extraneus in de zin van een onderwijswet,
|
||||
l. ouders: met het gezag over het kind belaste ouders, hun geregistreerde partners, voogden en verzorgers,
|
||||
m. maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 1d van de Leerplichtwet 1969, artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146a van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 104a en 261a van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 6.1.5a, 6.2.3a en 6.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
|
||||
m. maatregel: maatregel als bedoeld in artikel 1d van de Leerplichtwet 1969, artikel 164a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146a van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 104a en 261a van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 6.1.5a, 6.2.3a en 6.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en artikel 6.1.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES,
|
||||
n. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komende jaar neerlegt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
|
@ -57,7 +63,7 @@ n. jaarwerkplan: document waarin de inspectie haar werkzaamheden voor het komend
|
|||
Het toezicht omvat de volgende taken:
|
||||
|
||||
a. het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs, van de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum en van de kwaliteitsvoorwaarden van de voorschoolse educatie op peuterspeelzalen en kindercentra op basis van het verrichten van onderzoek naar de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet of de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gegeven voorschriften en naar andere aspecten van kwaliteit,
|
||||
b. het bij de uitoefening van de onder a bedoelde taak bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs en van de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum, onder meer door het voeren van overleg met het bestuur, het personeel van de instelling dan wel van het regionaal expertisecentrum, en zo nodig, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente en gedeputeerde staten van de provincie,
|
||||
b. het bij de uitoefening van de onder a bedoelde taak bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs en van de kwaliteit van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum, onder meer door het voeren van overleg met het bestuur, het personeel van de instelling dan wel van het regionaal expertisecentrum, en zo nodig, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, gedeputeerde staten van de provincie, dan wel het bestuurscollege en de Rijksvertegenwoordiger, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
|
||||
c. het rapporteren over de ontwikkeling van het onderwijs en van de uitoefening van de taken van het regionaal expertisecentrum, in het bijzonder over de kwaliteit daarvan,
|
||||
d. het beoordelen van de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens hoofdstuk 1, afdelingen 3 en 6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, met uitzondering van de bij of krachtens artikel 1.50b vastgestelde bepalingen omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie,
|
||||
e. het verrichten van andere bij of krachtens de wet aan de inspectie opgedragen taken.
|
||||
|
|
@ -93,7 +99,7 @@ b. het adviseren over eventueel te nemen stappen,
|
|||
c. het bijstaan bij het nemen van stappen gericht op het zoeken naar een oplossing, en
|
||||
d. het desgevraagd begeleiden bij het indienen van een klacht of het doen van aangifte.
|
||||
|
||||
**3.** De vertrouwensinspecteur is, voorzover het betreft misdrijven als bedoeld in titel XIV van het Wetboek van Strafrecht jegens een onderwijsdeelnemer of een ten behoeve van een instelling met taken belast persoon, vrijgesteld van de verplichting tot het doen van aangifte als bedoeld in de artikelen 160, eerste lid, en 162, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
**3.** De vertrouwensinspecteur is, voorzover het betreft misdrijven als bedoeld in titel XIV van het Wetboek van Strafrecht of titel XIV van het Wetboek van Strafrecht BES jegens een onderwijsdeelnemer of een ten behoeve van een instelling met taken belast persoon, vrijgesteld van de verplichting tot het doen van aangifte als bedoeld in de artikelen 160, eerste lid, en 162, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering of de artikelen 198, eerste lid, en 200, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering BES.
|
||||
|
||||
**4.** De vertrouwensinspecteur is voorzover het betreft een geval van seksueel misbruik of seksuele intimidatie als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in de uitoefening van zijn functie is toevertrouwd door een onderwijsdeelnemer, de ouders van een onderwijsdeelnemer of een ten behoeve van een instelling met taken belast persoon.
|
||||
|
||||
|
|
@ -125,7 +131,7 @@ c. indien de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aa
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Bij de uitoefening van de taken van de inspectie zijn, voorzover deze niet het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften betreffen, de artikelen 5:12 tot en met 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Bij de uitoefening van de taken van de inspectie zijn, voorzover deze niet het toezicht op de naleving van bij of krachtens een onderwijswet als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 1, gegeven voorschriften betreffen, de artikelen 5:12 tot en met 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De bevoegdheden, bedoeld in de artikelen genoemd in het eerste lid, worden uitgeoefend door daartoe door Onze Minister aangewezen personen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -251,7 +257,7 @@ Dit hoofdstuk is van toepassing op het College voor examens, genoemd in artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 15f
|
||||
|
||||
**1.** De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor examens en op de naleving van de bij of krachtens de Wet College voor examens en de Wet op het voortgezet onderwijs gegeven voorschriften.
|
||||
**1.** De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor examens en op de naleving van de bij of krachtens de Wet College voor examens, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES gegeven voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue